CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-27.12 Relevant stuk 3, Bijlagen 2 tm 7 bij toelichting BP Zetten Veldzicht

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Project Veldzicht Zetten - vaststellen bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan “Zetten, Veldzicht”30.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Zetten, Veldzicht

Bijlagenboek toelichting (bijlage 2 t/m 7) NL.IMRO.1734.0407ZTTNVeldzicht-VSG1 17 april 2024

Gemeente Overbetuwe Bestemmingsplan Zetten, Veldzicht

Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres info@burowaalbrug.nl Website www.burowaalbrug.nl Rekeningnr. IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524 BTW Nummer NL8530.06.453.B01

Inhoudsopgave

Bijlagenboek toelichting (bijlage 2 t/m 7)

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Geohydrologisch onderzoek

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 5

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Stikstofdepositieonderzoek

Bijlage 7

Verkennend archeologisch onderzoek

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken Plangebied ‘Veldzicht’ aan de Veldstraat 22 e.o. te Zetten

PROJECTNUMMER: B22.8514 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Plangebied ‘Veldzicht’ aan de Veldstraat 22 e.o. te Zetten

PROJECTNUMMER: B22.8514 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: DIJME BV

DATUM: 30 juni 2022

Auteur:

Autorisatie:

Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B22.8514/R8514-01/MH

De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING DIJME BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de locatie gelegen aan de Veldstraat 22 en omgeving te Zetten. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740:2009/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie, teneinde vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. Daarnaast wordt de eindsituatie bepaald ter plaatse van diverse voormalige activiteiten. Tevens wordt de veiligheidsklasse conform de CROW 400 vastgesteld. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

Conclusies historisch onderzoek, locatiebezoek en vervolgtraject Uit het historisch onderzoek blijkt dat geen actuele gegevens van de bodemkwaliteit bekend zijn.  Uit informatie van de gemeente Overbetuwe blijkt dat de dieselpompinstallatie met ondergrondse tank en de bovengrondse tank zich niet op dezelfde locatie bevonden en ook niet nabij elkaar waren gelegen. Daarnaast blijkt uit de milieutekeningen dat er een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig is geweest op de locatie;  Uit informatie van het Bodemloket en de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt de onderzoekslocatie, met uitzondering van perceel 858, geregistreerd staat als HBB locatie (Historisch Bodem Bestand) onder de naam ‘Maatschap Jansen’ met adres Veldstraat 18. Op de locatie zouden een dieselpompinstallatie, een bovengrondse en een ondergrondse dieselolietank aanwezig zijn geweest. Ten zuiden van de locatie, van de openbare weg de Veldstraat en Margrietstraat, is een indicatief bodemonderzoek bekend uit 2005. Daarnaast is direct ten zuidwesten van de locatie, aan de Veldstraat 24, volgens het HBB een benzineservice-station en/of brandstoffendetailhandel aanwezig geweest tot 1972. Tevens is direct ten oosten van de locatie, aan de W.A. van Spaenstraat 4, een ondergrondse HBO-tank aanwezig geweest.

Verder zijn van de locatie en directe omgeving geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit;  Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat op het oostelijk deel van de locatie in het verleden (circa 1900 tot 2009) bebouwing aanwezig is geweest;  Uit de historische kaarten blijkt dat de locatie in het verleden als boomgaard in gebruik is geweest;  Voormalige sloten zijn niet zichtbaar op het historisch kaartmateriaal.  Uit informatie van de eigenaar/opdrachtgever en de gemeente blijkt dat op de locatie een dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank, een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast geregistreerd waren. Alle voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten zijn reeds verwijderd;  In het verleden (van circa 1900 tot 2009) is bebouwing aanwezig geweest op de locatie. De locatie is derhalve verdacht op het voorkomen van asbest;  Door de eigenaar zijn diverse milieu- en bouwvergunningen-/tekeningen beschikbaar gesteld. Tevens is een vragenlijst ingevuld door de eigenaar. Hieruit is gebleken dat een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig zijn geweest op de locatie. Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

3

Op basis van het historisch onderzoek dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de locatie. Hierbij vormen de voormalige opstallen met voormalige bodembedreigende activiteiten en het voormalige gebruik als boomgaard aandachtspunten. Omdat er in de toekomst mogelijk grond van de locatie afgevoerd dient te worden, wordt geadviseerd direct een aanvullend onderzoek naar PFAS uit te voeren, gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN5897 te worden uitgevoerd ter plaatse van een gedeelte van de locatie (voormalig erf), waarbij de voormalige opstallen aandachtspunten vormen. Verder zijn er geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Voor het verkennend bodemonderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie, waarbij de voormalige dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank, voormalige bovengrondse dieselolietank en de voormalige bestrijdingsmiddelenkast aandachtspunten vormden.

Op basis van de resultaten kan ons inziens de verdachte hypothese voor wat betreft het verkennend bodemonderzoek worden verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen, PCB en/of OCB zijn aangetoond. In het grondwater uit één van de peilbuizen is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond dat de index van 0,5 voor nader onderzoek overschrijdt. Naar verwachting betreft dit een van nature verhoogd achtergrondgehalte. De voormalige bedreigende activiteiten en de boomgaard hebben niet geleid tot ernstige bodemverontreinigingen. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Aanvullend onderzoek op PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS-parameters in de onderzochte mengmonsters voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het handelingskader. De grond (boven grondwaterniveau) voldoet op basis van PFAS derhalve aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem.

Gebiedsspecifiek kunnen echter zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

4 Verkennend onderzoek naar asbest zuid-/oostelijk deel Voor wat betreft asbest in de bodem werd voor het zuid-/oostelijk deel de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging, in verband met de voormalige bebouwing/opstallen. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese verworpen te worden, aangezien zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (< 20 mm) geen asbest is aangetroffen op de locatie. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetatie > 2 cm op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is een indicatie verkregen van de van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen aan de Veldstraat 22 e.o. te Zetten.

De aangetoonde verontreiniging betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ of streefwaarden. Daarnaast zijn geen verhoogde gehalten voor asbest aangetoond. Het verhoogde gehalte voor barium is naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan een van nature aanwezig verhoogde concentratie. Hiervoor wordt verwezen naar het RIVM-rapport ‘Achtergrondconcentraties van 17 sporenmetalen in het grondwater van Nederland’ [6]. Op basis van voorliggend onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit in voldoende mate onderzocht en bestaan geen verdere belemmeringen tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Op basis van een toetsing van de resultaten aan de CROW 400 is geen veiligheidsklasse van toepassing, aangezien maximaal sprake is van licht verhoogde gehalten. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725:2017) ........................................................... 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.2. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 22 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 22 9.2. AANVULLEND ONDERZOEK OP PFAS ....................................................................................................... 22 9.3. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ZUID-/OOSTELIJK DEEL ......................................................... 22 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 23

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 24 BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, proefgaten en peilbuizen Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest (incl. foto’s) Revelante gegevens historisch onderzoek

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

6

1.

INLEIDING DIJME BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de locatie gelegen aan de Veldstraat 22 en omgeving te Zetten. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740:2009/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) op de onderzoekslocatie, teneinde vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. Daarnaast wordt de eindsituatie bepaald ter plaatse van diverse voormalige activiteiten. Tevens wordt de veiligheidsklasse conform de CROW 400 vastgesteld.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Veldstraat 22 en omgeving te Zetten en staat kadastraal bekend als gemeente Valburg, sectie F, nummers 858, 2405, 2844 en 2845. De locatie betreft grotendeels braakliggend grasland en heeft een totale oppervlakte van 21.735 m2. Perceel 858 heeft reeds een woonbestemming en hier is een woning met tuin aanwezig (Veldstraat 22). De situatie blijft hier ongewijzigd. Voor de overige percelen dient de bestemming nog te worden gewijzigd naar een woonbestemming, inclusief de achtertuin en garage van de Veldstraat 22 (perceel 2845). De overige braakliggende onderzoekslocatie, waarbinnen 59 wooneenheden worden gerealiseerd, heeft een totale oppervlakte van circa 20.635 m2. De vijver/poel in het midden van perceel 2844 blijft zijn waterbergende functie behouden, waardoor een waterbodemonderzoek niet noodzakelijk is. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725:2017)

Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door VMT is via de website van de provincie Gelderland een omgevingsrapportage opgevraagd en verkregen. Daarnaast is historische informatie opgevraagd en verkregen bij/van de provincie Gelderland en de gemeente Overbetuwe. Aanvullend zijn door een medewerker van VMT de relevante gegevens van de websites www.bodemloket.nl, www.topotijdreis.nl, www.google.nl en www.kadaster.nl bestudeerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

7 Bodemkwaliteitsgegevens Uit informatie van de gemeente Overbetuwe blijkt dat de voormalige dieselpompinstallatie met ondergrondse tank en de bovengrondse tank zich niet op dezelfde locatie bevonden en ook niet nabij elkaar waren gelegen. Daarnaast blijkt uit de milieutekeningen dat er een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig is geweest op de locatie. Uit informatie van het Bodemloket en de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat de onderzoekslocatie, met uitzondering van perceel 858, geregistreerd staat als HBB locatie (Historisch Bodem Bestand) onder de naam ‘Maatschap Jansen’ met adres Veldstraat 18. Op de locatie zouden een dieselpompinstallatie, een bovengrondse en een ondergrondse dieselolietank aanwezig zijn geweest. Ten zuiden van de locatie, van de openbare weg de Veldstraat en Margrietstraat, is een indicatief bodemonderzoek bekend uit 2005. Daarnaast is direct ten zuidwesten van de locatie, aan de Veldstraat 24, volgens het HBB een benzine-service-station en/of brandstoffendetailhandel aanwezig geweest tot 1972. Tevens is direct ten oosten van de locatie, aan de W.A. van Spaenstraat 4, een ondergrondse HBO-tank aanwezig geweest. Verder zijn van de locatie en directe omgeving geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit.

Historisch kaartmateriaal & Bag viewer Uit het historische kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl blijkt dat op het oostelijk deel van de locatie in het verleden (circa 1900 tot 2009) bebouwing aanwezig is geweest. Verder is de locatie in het verleden als boomgaard in gebruik geweest. Voormalige sloten zijn niet zichtbaar op het historisch kaartmateriaal. Boven- en/of ondergrondse opslagtanks Uit informatie van de eigenaar/opdrachtgever en de gemeente blijkt dat op de locatie een dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank en een bovengrondse dieselolietank geregistreerd waren. Alle voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten zijn reeds verwijderd. Asbest In het verleden (van circa 1900 tot 2009) is bebouwing aanwezig geweest op de locatie. De locatie is derhalve verdacht op het voorkomen van asbest. Locatiebezoek (inclusief gegevens eigenaar) Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie. Hierbij is gebleken dat de locatie van de voormalige bebouwing niet meer zichtbaar was in het veld. Op de locatie is een watergang/-poel aanwezig, die in de toekomst intact zal blijven. Daarnaast is de gehele locatie begroeid met vegetatie > 2 cm. Door de eigenaar zijn diverse milieu- en bouwvergunningen-/tekeningen beschikbaar gesteld. Tevens is een vragenlijst ingevuld door de eigenaar.

Hieruit is gebleken dat, naast de dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank, een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig zijn geweest op de locatie. De ingevulde vragenlijst is opgenomen in bijlage 7. PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard (geactualiseerd d.d. 13 december 2021). Indien er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd, dient er een aanvullend onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX in de verdachte grondlagen (0,0-1,0 m-mv). GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Verder zijn voor de locatie geen PFAS-bronnen bekend. Aangezien voor uw locatie grondverzet plaats gaat vinden, is direct een onderzoek naar PFAS uitgevoerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

8 Conclusies historisch onderzoek, locatiebezoek en vervolgtraject Uit het historisch onderzoek blijkt dat geen actuele gegevens van de bodemkwaliteit bekend zijn.  Uit informatie van de gemeente Overbetuwe blijkt dat de dieselpompinstallatie met ondergrondse tank en de bovengrondse tank zich niet op dezelfde locatie bevonden en ook niet nabij elkaar waren gelegen. Daarnaast blijkt uit de milieutekeningen dat er een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig is geweest op de locatie;  Uit informatie van het Bodemloket en de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt de onderzoekslocatie, met uitzondering van perceel 858, geregistreerd staat als HBB locatie (Historisch Bodem Bestand) onder de naam ‘Maatschap Jansen’ met adres Veldstraat 18. Op de locatie zouden een dieselpompinstallatie, een bovengrondse en een ondergrondse dieselolietank aanwezig zijn geweest. Ten zuiden van de locatie, van de openbare weg de Veldstraat en Margrietstraat, is een indicatief bodemonderzoek bekend uit 2005. Daarnaast is direct ten zuidwesten van de locatie, aan de Veldstraat 24, volgens het HBB een benzineservice-station en/of brandstoffendetailhandel aanwezig geweest tot 1972. Tevens is direct ten oosten van de locatie, aan de W.A. van Spaenstraat 4, een ondergrondse HBO-tank aanwezig geweest.

Verder zijn van de locatie en directe omgeving geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit;  Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat op het oostelijk deel van de locatie in het verleden (circa 1900 tot 2009) bebouwing aanwezig is geweest;  Uit de historische kaarten blijkt dat de locatie in het verleden als boomgaard in gebruik is geweest;  Voormalige sloten zijn niet zichtbaar op het historisch kaartmateriaal.  Uit informatie van de eigenaar/opdrachtgever en de gemeente blijkt dat op de locatie een dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank, een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast geregistreerd waren. Alle voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten zijn reeds verwijderd;  In het verleden (van circa 1900 tot 2009) is bebouwing aanwezig geweest op de locatie. De locatie is derhalve verdacht op het voorkomen van asbest;  Door de eigenaar zijn diverse milieu- en bouwvergunningen-/tekeningen beschikbaar gesteld. Tevens is een vragenlijst ingevuld door de eigenaar. Hieruit is gebleken dat een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig zijn geweest op de locatie. Op basis van het historisch onderzoek dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de locatie.

Hierbij vormen de voormalige opstallen met voormalige bodembedreigende activiteiten en het voormalige gebruik als boomgaard aandachtspunten. Omdat er in de toekomst mogelijk grond van de locatie afgevoerd dient te worden, wordt geadviseerd direct een aanvullend onderzoek naar PFAS uit te voeren, gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN5897 te worden uitgevoerd ter plaatse van een gedeelte van de locatie (voormalig erf), waarbij de voormalige opstallen aandachtspunten vormen. Verder zijn er geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

9

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Het oorspronkelijke bodemprofiel bestaat uit een slecht doorlatende deklaag van circa 3,5 meter, behorend tot het Holoceen. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerend pakket met een dikte van circa 11 meter. Het pakket behoord tot de Formatie van Kreftenheye en bestaat uit midden tot grof zand. Onder het eerste watervoerend pakket is een eerste scheidende laag aanwezig met een dikte van circa 19 meter behorend tot de Formatie van Waalre. De scheidende laag bestaat voornamelijk uit zandige klei. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend behorend tot de Formaties van Peize en Waalre, voornamelijk bestaand uit midden tot grof zand. 4.2.

Geohydrologie

De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is globaal (noord)westelijk gericht. De freatische grondwaterstand varieert met de waterstand van de nabijgelegen rivier de Waal. Gezien de regelmatig voorkomende hoge grondwaterstanden van de Waal en de directe nabijheid van deze rivier, wordt de invloed op het freatisch grondwater op de locatie aanzienlijk verondersteld waardoor een zuidelijke grondwaterstroming wordt verwacht in het freatisch vlak. Verder kan de stromingsrichting van het freatisch grondwater worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE

Op basis van de beschikbare informatie is voor de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de voormalige bebouwing op het zuid-/oostelijk deel, de voormalige (boven- en ondergrondse) dieselolietanks en dieselpompinstallatie, voormalige bestrijdingsmiddelenkast en teeltlaag op de gehele locatie (OCB) aandachtspunten vormen. Voor wat betreft asbest is vooralsnog alleen het zuid-/oostelijk gedeelte van de locatie, waar in het verleden bebouwing heeft gestaan, verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit wordt geadviseerd de NEN 5740 te hanteren voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) met een oppervlakte van maximale oppervlakte van 22.000 m2. Hierbij betreft de bovengrond de verdachte laag. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL, < 22.000 m2). Bij de situering van de boringen wordt rekening houden met de voormalige bebouwing op het zuid-/oostelijk deel van de locatie en worden alle boringen hier doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Voormalige bodembedreigende activiteiten (voormalige dieselpompinstallatie en dieselolietanks en bestrijdingsmiddelenkast) In verband met de mogelijke voormalige aanwezigheid van een dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank, een bovengrondse dieselolietank en een bestrijdingsmiddelenkast, wordt geadviseerd aanvullende werkzaamheden uit te voeren afgeleid van de NEN 5740/A1:2016 voor verdachte puntlocaties (VEP) en/of voor verdachte locaties met één of meerdere ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat het kleinschalige activiteiten (< 100 m2 en < 25 m3) betroffen en zijn hiervoor 3 grondmonsters opgenomen voor analyse op minerale olie (2 x bovengrond, 1 x ondergrond).

Daarnaast wordt één boring geplaatst nabij de voormalige bestrijdingsmiddelenkast en wordt de grond geanalyseerd op OCB. Het grondwateronderzoek wordt gecombineerd met het bodemonderzoek naar de algemene kwaliteit. Teeltlaagonderzoek Voor de onderzoeksopzet van het teeltlaagonderzoek wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 22.000 m2. Hierbij wordt de teeltlaag afzonderlijk bemonsterd en geanalyseerd op OCB. PFAS Daarnaast wordt aanvullend onderzoek naar PFAS uitgevoerd afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016 voor een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL), waarbij de oppervlakte naar boven is afgerond (maximaal 3 ha). Hierbij wordt de (boven)grond (tot maximaal 1,0 m-mv) onderzocht op PFAS (advieslijst Bodemplus, 30 parameters). Het onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform het handelingskader voor hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie, zoals op 13 december 2021 aangepast verstrekt aan de Tweede Kamer. Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

11 Verkennend onderzoek naar asbest zuid-/oostelijk gedeelte (voormalig erf) Uit het historisch onderzoek blijkt dat enkel het zuid-/oostelijk gedeelte van de locatie (voormalig erf, < 7.000 m2) verdacht is op het voorkomen van asbest in de bodem in verband met de voormalige bebouwing, waardoor hier een verkennend onderzoek naar asbest dient te worden uitgevoerd. Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van het zuid-/oostelijk deel van de locatie wordt uitgegaan van de NEN 5707/C2 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging (VED-HE) met een oppervlakte van maximaal 7.000 m2. Bij de situering van de proefgaten wordt rekening gehouden met de voormalige bebouwing. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De meest verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. Met het plaatsen van de boringen, proefgaten en peilbuizen is rekening gehouden met de bekende gegevens. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2025, afgegeven door Normec Certification) en Bodem Expert BV (certificatienr.: K97733/03, afgegeven door KIWA) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 8 en 9 juni 2022

Bedrijf Bodem Expert BV

Gecertificeerde medewerker De heer C. Beunk

17 juni 2022

Bodem Expert BV

De heer M. Scholten

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. en Bodem Expert BV hebben op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

12 Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 42 boringen (B01 t/m B42) geplaatst, waarbij de boringen zijn verdeeld over het voormalige erf en de overige locatie. De boringen en peilbuizen B38 t/m B42 zijn geplaatst ter plaatse van de (voormalige) verdachte deellocaties. De boringen PB09, PB40 en PB41 zijn dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen/peilbuizen Boringen tot 1,0 m-mv Boringen tot circa 2,5 m-mv Peilbuis (filterstelling m-mv) Algemene kwaliteit B02 t/n B04, B07, B08, B10 t/m B16, B01, B06, B17, B31, B33 PB09 (2,50-3,50) B18 t/m B30, B32, B34 t/m B37 Verdachte deellocaties (voormalige (boven- en ondergrondse) dieseolieltanks en dieselpompinstallatie, voormalige bestrijdingsmiddelenkast) B38, B39, B42 PB40 (2,50-3,50)*, PB41 (2,50-3,50)* Toelichting bij de tabel: * De peilbuizen PB40 en PB41 zijn tevens bemonsterd ten behoeve van de algemene kwaliteit.

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB09, PB40 en PB41 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 17 juni 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest zuid-/oostelijk deel (voormalig erf) Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest op het zuid-/oostelijk deel is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van de locatie volledig was begroeid met vegetatie > 2 cm (totaal 100 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Rekening houdend hiermee zijn op het maaiveld geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen (> 20 mm). Ten behoeve van de onderzoeksopzet, op basis van de maaiveldinspectie, de voormalige bebouwing en de zintuiglijke waarnemingen bij de boringen zijn in totaal 17 proefgaten (B15 t/m B18, B21 t/m B23, B26 t/m B28, B33 t/m B36 en B40 t/m B42) gegraven met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv.

Voor de inspectie van de ondergrond zijn enkele proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tevens is geen asbestverdachte puinfundatie aangetroffen. Wel zijn restanten van puin/baksteen en metselpuin aangetroffen in de vrijkomende bovengrond. In het veld zijn totaal 6 grondmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste en gegraven boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

13

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.2.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

14 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd. In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.

Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

15

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie(s) bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv uit zwak zandige, matig humeuze klei en matig grof, zwak siltig, zwak humeus zand. Vanaf 0,5 m-mv tot circa 1,0 m-mv bestaat de bodem uit zwak siltige, zwak humeuze klei en matig grof, zwak siltig, zwak humeus zand. Vanaf 1,0 m-mv tot aan de maximale boordiepte van 3,5 m-mv bestaat de bodem uit matig siltige, matig zandige en lokaal zwak humeuze klei. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring

Proefgat

B01 B02 B03 B04 B05 B06 B07 B08 Pb09 B10 B11 B12 B13 B14 B15 B16 B19 B20 B23 B24 B25 B26 B27 B29 B30 B31 B32 B33 B34 B35

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee Ja Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja

Diepte boring (m -mv) 2,50 1,00 1,00 1,00 1,00 2,50 1,00 1,00 3,50 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 2,50 1,00 2,50 1,00 1,20

B36 B37 B38 B39 Pb40 Pb41 B42

Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja

1,00 1,00 2,50 2,50 3,50 3,50 2,50

Toelichting bij tabel 8.1: Sporen/resten/brokken

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Zand Zand Klei Klei Zand Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen, Brokken baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen, resten metselpuin Brokken baksteen, resten metselpuin Brokken baksteen, resten metselpuin Resten baksteen, sporen metselpuin Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen, resten metselpuin Resten baksteen, sporen metselpuin

< 1 %.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

16 Buiten de voormalige bebouwing zijn tijdens de uitgevoerde veldwerkzaamheden verder geen bodemvreemde materialen waargenomen of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Tevens zijn, zowel op maaiveld als in de opgeboorde grond, zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 is buiten de voormalige bebouwing, ons inziens, niet noodzakelijk op basis van de onderstaande argumentatie. Volgens de NEN 5707 is de eerste stap het bepalen of de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen in de bodem wel of niet asbestverdacht zijn. Deze stap moet worden doorlopen door het adviesbureau die de onderzoeken uitvoeren, bij deze Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT). Als volgt: 1. Ter plaatse van de locatie zijn buiten de voormalige bebouwing in de bodem bijmengingen van baksteen aangetroffen. Het betreft enkel definieerbaar baksteen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 is baksteenhoudende grond definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest.

Daarnaast is het zuidoostelijk deel van de locatie (voormalige bebouwing) wel onderzocht middels een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707, waarbij zintuiglijk (fractie >20 mm) hoofdzakelijk baksteenbijmengingen zijn aangetroffen en analytisch (fractie <20 mm) geen asbest; 2. De veldwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken zijn gecoördineerd door een 2018erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring, in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen met baksteen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk (fractie > 20 mm) zijn daarbij geen asbestverdachte materialen waargenomen; 3. VMT en Bodem Expert hebben uitgebreide kennis en ervaring in het uitvoeren van zowel bodem- als asbestonderzoeken. Indien wij asbestverdachte puinbijmengingen of lagen aantreffen, bevelen wij te allen tijde direct een verkennend onderzoek naar asbest aan middels proefgaten en asbestanalyses. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Grond 13686453

Asbest 13686454

Monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MMOCB03

O,p-DDD

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot

Aangezien de som parameters voor OCB de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

MMASB03

Asbest

Na droging resteert minder dan de in NEN 5898 (hoofdstuk 5) aangegeven minimale monsterhoeveelheid. In het laboratorium is meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5 1 mm en 1 2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald.

Er is minder dan 10 kg droge stof aan monstermateriaal aangeleverd (9,0 kg), waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien in het mengmonster geen noemenswaardig gehalte voor asbest (< 2 mg/kg d.s.) is aangetoond, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

17 Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw zijn twee extra grondmengmonsters ingezet. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving Boringen monster (traject in m -mv) Voormalige dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank MM01 Bovengrond, klei B38 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: sporen/brokken baksteen B39 (0,00 - 0,30) Pb40 (0,00 - 0,30) MM02 Ondergrond, klei B38 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: B38 (2,00 - 2,50) B39 (1,50 - 2,00) Pb40 (2,00 - 2,50) Voormalige bovengrondse dieselolietank M03 Bovengrond, klei Pb41 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen Voormalige bestrijdingsmiddelenkast M04 Bovengrond, klei B42 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: brokken baksteen, resten metselpuin Algemene kwaliteit MM05 Bovengrond, klei B33 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: brokken baksteen, resten B34 (0,00 - 0,50) metselpuin B35 (0,00 - 0,50) MM06 Bovengrond, zand B23 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: brokken baksteen B24 (0,00 - 0,50) B27 (0,00 - 0,50) MM07 Bovengrond, klei B17 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B18 (0,00 - 0,50) B21 (0,00 - 0,50) B28 (0,00 - 0,50) M08 Bovengrond,

zand B22 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: MM09 Bovengrond, klei B01 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen B04 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) MM10 Bovengrond, klei B14 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen B32 (0,00 - 0,50) B36 (0,00 - 0,50) M11 Ondergrond, klei B35 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: resten baksteen, resten metselpuin MM12 Ondergrond, zand B22 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B23 (0,50 - 0,70) MM13 Ondergrond, klei B01 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: B03 (0,50 - 1,00) B06 (1,00 - 1,50) B06 (1,50 - 2,00) B08 (0,50 - 1,00) B10 (0,50 - 1,00) Pb09 (1,00 - 1,50) Pb09 (1,50 - 2,00) MM14 Ondergrond, klei B13 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B14 (0,50 - 1,00) B16 (0,50 - 1,00) B17 (1,00 - 1,50) B17 (1,50 - 2,00) B18 (0,50 - 1,00) B19 (0,50 - 1,00) B20 (0,50 - 1,00)

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

MO

-

-

MO

-

-

MO

-

-

OCB

-

-

NEN

Ni

-

NEN

Pb

-

NEN

PCB

-

NEN

Co, Ni

-

NEN

-

-

NEN

Hg

-

NEN

Ni

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

Ni

-

18 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster Algemene kwaliteit MM15 Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

(Oorspronkelijke) teeltlaag MMOCB01 (oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB02 MMOCB03

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: brokken baksteen, resten metselpuin Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -

MMOCB04

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

MMOCB05

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

MMOCB06

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

B23 (0,70 - 1,00) B27 (0,50 - 1,00) B29 (0,50 - 1,00) B31 (1,00 - 1,50) B31 (1,50 - 2,00) B33 (1,00 - 1,50) B33 (1,50 - 2,00) B36 (0,50 - 1,00)

NEN

Ni

-

B17 (0,00 - 0,30) B21 (0,00 - 0,30) B24 (0,50 - 0,80) B28 (0,00 - 0,30) B33 (0,00 - 0,30) B34 (0,00 - 0,30) B35 (0,00 - 0,30) B01 (0,00 - 0,30) B02 (0,00 - 0,30) B04 (0,00 - 0,30) B06 (0,00 - 0,30) B07 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) B10 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30) B14 (0,00 - 0,30) B16 (0,00 - 0,30) B19 (0,00 - 0,30) B20 (0,00 - 0,30) B26 (0,00 - 0,30) B29 (0,00 - 0,30) B31 (0,00 - 0,30) B36 (0,00 - 0,30)

OCB

DDE, DDD

-

OCB

-

-

OCB

-

-

OCB

-

-

OCB

-

-

OCB

-

-

Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloor bestrijdingsmiddelen incl. organische stof (humus); MO Minerale olie incl. organische stof (humus); AW / I Achtergrondwaarde en interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

Aanvullend onderzoek naar PFAS Aanvullend zijn mengmonsters geanalyseerd op PFAS. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

Boring (traject in m -mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Grond, klei Zintuiglijk: sporen/brokken/resten baksteen, sporen metselpuin Grond, klei Zintuiglijk: sporen/resten baksteen, sporen metselpuin

B38 (0,00 - 0,30) B42 (0,50 - 1,00) Pb40 (0,00 - 0,30) Pb41 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50) B32 (0,00 - 0,50) B35 (0,50 - 1,00) B06 (0,50 - 1,00) B17 (0,00 - 0,50) B26 (0,50 - 1,00) B33 (0,50 - 1,00) B22 (0,00 - 0,50) B23 (0,50 - 0,70)

PFAS

Resultaten* > landbouw/natuur > Wonen/industrie (> AW) -

PFAS

-

-

PFAS

-

-

MMPFAS02

MMPFAS03

MMPFAS04

Grond, klei Zintuiglijk: -

Grond, zand PFAS Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.4: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS en GenX: < 1,4 µg/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 µg/kg d.s.; Niets aangetroffen/waargenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

19 Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m-mv)

GWS (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Analysepakket

>S<I

Resultaten >I

Algemene kwaliteit PB09 2,50 - 3,50 1,78 7,0 910 8,46 NEN Ba Voormalige dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank PB40 2,50 - 3,50 1,67 6,6 910 7,52 NEN Ba Voormalige bovengrondse dieselolietank PB41 2,50 - 3,50 2,05 7,0 1450 9,12 NEN Ba* Toelichting bij de tabel 8.5: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S en I Streefwaarde en interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en natuurlijke troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest oostelijk deel Op het maaiveld en in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn uiteindelijk in totaal 6 grondmonsters samengesteld, waarvan er 3 aan het lab zijn aangeboden voor analyses op asbest (< 20 mm). De samenstelling van de onderzochte monsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.7 weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling monsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv) 0,00-0,50

Soort

Analysepakket

MMASB01

B16, B26, B36, B37, B41 B23, B24, B27 B33 t/m B35, B42

Sporen baksteen

Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1

0,00-0,50 0,00-0,50

Grond Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1

MMASB04 B22 0,00-0,50 MMASB05 B15, B40 0,00-0,50 MMASB06 B17, B18, B21, B28 0,00-0,50 Toelichting bij de tabel: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Grond Grond Grond

Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd

MMASB02 MMASB03

Brokken baksteen Brokken baksteen, resten metselpuin Brokken baksteen -

De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.

Hechtgebonden -

Type -

Diverse (bodem)onderzoeken, plangebied ‘Veldzicht’, Veldstraat 22 e.o. te Zetten Rapportnr.: B22.8514 versie: 01 datum: 30 juni 2022

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0

20

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Voormalige dieselpompinstallatie met ondergrondse dieselolietank In mengmonster MM01 van de bovengrond (klei) met sporen en brokken baksteen is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In mengmonster MM02 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voormalige bovengrondse dieselolietank In monster M03 van de bovengrond (klei) met sporen baksteen is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voormalige bestrijdingsmiddelenkast In monster M04 van de bovengrond (klei) met brokken baksteen en resten metselpuin zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Algemene kwaliteit In mengmonster MM05 van de bovengrond (klei) met brokken baksteen en resten metselpuin is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. In mengmonster MM06 van de bovengrond (zand) met brokken baksteen is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=0bf9d81c-925e-430b-a339-90f5ea9c7e9c