24-06-21 Overzicht beantwoording (technische) vragen kadernota 2025 - nagekomen vragen
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025 Versie: 21 juni 2024
Inhoud 1. 1.1 Technische vragen GBO ......................................................................................................................................................................2 2. 1.2 Technische vragen CDA ......................................................................................................................................................................2 3. 1.3 Technische vragen D66 .......................................................................................................................................................................3 4. 1.4 Technische vragen BOB ....................................................................................................................................................................10 5. 1.5 Technische vragen VVD ....................................................................................................................................................................11 6. 1.6 Technische vragen GL .......................................................................................................................................................................12 7. 1.7 Technische vragen PvdA ...................................................................................................................................................................13 8.
1.8 Technische vragen CU ......................................................................................................................................................................13 9. 1.9 Technische vragen OverBetuweNu (OBN) ........................................................................................................................................16
1
1.1 Technische vragen GBO n.v.t. 1.2 Technische vragen CDA N.v.t.
2
1.3 Technische vragen D66 Vraag 1: Wat is het verschil tussen de inzet van het opbouwwerk en het werk van de dorpscontactpersonen. En hoe hangt dit met elkaar samen? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Dorpscontactpersonen werken samen met georganiseerde groepen inwoners die aan de slag willen met de leefbaarheid in hun dorp. De dorpscontactpersonen verbinden daarbij inwonersinitiatieven actief aan strategische opgaven van de gemeente. Zij vormen de schakel tussen de inwonersgroepen en de interne organisatie van de gemeente, zowel ambtelijk als bestuurlijk. In dorpen waar die organisatiekracht niet aanwezig is zet het opbouwwerk zich in om die organisatiekracht aan te jagen/ te stimuleren. Het opbouwwerk richt zich primair op het ondersteunen van inwoners bij het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden door onder meer de invloed van inwoners te versterken. Het gaat daarbij om sociale of maatschappelijke problemen. Terwijl de dorpscontactpersonen ook fysieke thema’s oppakken Vraag 2: Staatsecretaris van Ooijen heeft gemeenten gevraagd om creatief te zijn en te bekijken hoe ze binnen de huidige financiële kaders de vaccinatiegraad kunnen verhogen.
Lukt het college om acties uit te zetten om te komen tot een hogere vaccinatiegraad binnen de huidige financiële situatie? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 2: Het lukt om momenteel extra activiteiten uit te voeren om de vaccinatiegraad te verhogen. U bent hierover geïnformeerd in de beantwoording van uw schriftelijke vragen van 28 maart jl.. Wij voeren deze acties uit binnen het huidige budget, samen met de jeugdgezondheidszorg (VGGM). Zoals ook in de beantwoording staat kunnen wij op dit moment nog niet zeggen of deze zaken het gewenste effect sorteren. Zodra de nieuwste vaccinatiecijfers ontvangen zijn zullen wij deze met uw raad delen. Vraag 3: a. Is het afstoten van de P&R garage mogelijk ivm lopende contractuele afspraken? b. Commercieel exploiteren (parkeren tegen betaling kan leiden tot parkeren in de wijk. Hierdoor is handhaving nodig. Dit brengt kosten met zich mee? c. Kan de gemeente zelf betaald parkeren invoeren, zodat we de parkeergarage in eigendom houden (bij wijze van tussenvorm)? Portefeuillehouder: Rik van den Dam 3
Antwoord op vraag 3: a. Er is een overeenkomst met de beheerder van de parkeergarage sinds 13 mei 2015 die eindigt op 31 december 2024. De overeenkomst wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd. De opzegtermijn is een half jaar voor het verstrijken van de contractperiode. Om in 2025 een effect te hebben zou de overeenkomst dus per 1 juli 2024 opgezegd moeten worden. Hetzelfde geldt voor de jaren daarop. b. De verwachting vanuit de discipline Verkeer is dat door verkoop van de parkeergarage parkeerders uit kunnen gaan wijken naar de omliggende wijken (als ze moeten betalen voor het parkeren), maar dat dit in aantallen auto's beperkt blijft. Mocht een parkeervergunningstelsel nodig zijn, dan zal gehandhaafd moeten worden. Verder uitgezocht zou moeten worden hoe de kosten voor handhaving zich verhouden tot de huidige lasten van de parkeergarage, maar we schatten in dat deze lager zullen zijn dan de huidige lasten. c. Technisch gezien kan de gemeente betaald parkeren invoeren. Aandachtspunt is de administratieve inzet en technische kosten die dat met zich meebrengt. Vraag 4: Wat is het gevolg als de mantelzorgwaardering wordt afgeschaft. Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 4: Gemeenten zijn (wettelijk) verplicht enige blijk van waardering voor mantelzorgers te hebben, maar hebben beleidsvrijheid als het gaat om de invulling hiervan.
Momenteel bestaat de mantelzorgwaardering in Overbetuwe uit een bedrag van €140. Het afschaffen van (enige vorm van) mantelzorgwaardering is wettelijk dus niet mogelijk en ook niet aan de orde. Maar het verlagen van dit geldbedrag of het op andere manieren waarderen van mantelzorger dan met een geldbedrag of cadeaubon is wel mogelijk. Afhankelijk van de keuze kan dit gevolgen hebben voor de ervaren waardering door mantelzorgers en hun motivatie, alsmede de mate waarin wij als gemeente in contact kunnen komen met onze mantelzorgers. De mantelzorgwaardering is hier een goed middel voor, het wijzigen van de wijze van waarderen kan gevolgen hebben voor de mate waarin van deze waardering gebruik wordt gemaakt. Vraag 5: Hoeft de gemeente geen SMI kinderopvang te betalen als de kinderopvang gratis wordt? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 5: Het is nog onduidelijk hoe dit er uit zal gaan zien en op welke manier gratis kinderopvang wordt vormgegeven in de toekomst. Op dit moment wordt de SMI uitsluitend ingezet voor een kortdurende periode wanneer ouder(s) niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
4
Vraag 6: Wat is de stand van zaken ten aanzien van Scalabor? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Het contract met Scalabor loopt nog tot en met eind 2025. Voor het eind van dit jaar moeten gemeenten aangeven of we een nieuwe contractperiode willen aangaan. Ondertussen heeft een aantal bestuurders uit de regio onderhandelingen gevoerd met het sociaal ontwikkelbedrijf. Een voorstel om opnieuw diensten van Scalabor af te nemen in de periode na 2025 ligt in voor in het derde of vierde kwartaal. Vraag 7: Als de nieuwbouw van de Meeuwenberg wordt uitgesteld moeten er dan noodlokalen geplaatst worden? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord: Er staan momenteel al noodlokalen bij de Meeuwenberg. Als er gekeken wordt naar de leerlingenprognoses laten die geen stijging zien en hoeven er dus geen extra noodlokalen bijgeplaatst te worden. Vraag 8: waarom worden in de Kadernota (ex-)studenten genoemd als spoedzoeker? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord: Studenten die klaar zijn met hun studie moeten vaak verplicht na een bepaalde periode hun studentenhuisvesting verlaten. Daarmee is er voor hen noodzaak om op korte termijn een alternatieve woning te vinden. De doelgroep spoedzoekers definiëren we als de groep woningzoekenden die op korte termijn een woning nodig heeft en vaak relatief weinig te besteden heeft.
Vraag 9: Op pagina 21 wordt vermeld dat kosten tijdelijke huisvesting uit kapitaallasten nieuwbouw worden gedekt, echter op pagina 23 worden toch extra lasten i.v.m. nieuwbouw lyceum opgenomen als claim. Ook staat er dat gestart wordt in '28 en gereed in '29 en staan er toch ook in '28 al kosten voor de inrichting gemeld. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord: De kapitaallasten voor de nieuwbouw voor het PO/VO zijn geraamd vanaf 2026. Aangezien de nieuwbouw niet in 2026 en 2027 gereed is, kunnen de geraamde kapitaallasten voor de nieuwbouw in 2026 en 2027 ingezet worden voor de dekking van de kapitaallasten tijdelijke huisvesting. Nadat de nieuwbouw gereed kunnen de kapitaallasten voor de tijdelijke huisvesting niet meer gedekt worden uit de lasten van de nieuwbouw. Dit is de reden dat vanaf 2028 de kapitaallasten voor de tijdelijke huisvesting zijn opgenomen in de meerjarenraming van de Kadernota 2025. Afhankelijk of de tijdelijke huisvesting elders wordt ingezet of verkocht wordt blijven deze kapitaallasten wel/niet doorlopen. Als de nieuwbouw gereed is wordt de eerste inrichting uitbetaald. Deze kapitaallasten beginnen gelijktijdig te lopen met de kapitaallasten van de nieuwbouw. 5
Vraag 10: Komt de 1,5% OZB-stijging woningen en 7,5% OZB-stijging Niet-woningen bovenop de 2% en 2,2% OZB-stijging zoals genoemd bij de uitgangspunten van de Kadernota 2025? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord: Ja. Vraag 11: Op pagina 18. bij kopje 7.1 Financiën in de laatste alinea wordt gesproken over ‘We doen omvangrijke investeringen in de komende jaren zoals het multifunctioneel sportcentrum in Elst, de Wanmolen en onderwijshuisvesting. Deze investeringen hebben effect op de verhouding tussen ons eigen vermogen en vreemd vermogen, omdat we meer geld zullen gaan lenen. Dit betekent dat we prioriteiten in de investeringen die we willen doen.’ Wat betekent de laatste zin m.b.t. prioriteiten? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 11: Die zin betekent dat het college bij alle voorbijkomende investeringsvoorstellen na zal gaan in hoeverre dit past binnen de financiële ontwikkeling, mede met het oog op de ontwikkeling van de negatieve saldi in de ravijnjaren. Vraag 12: Als dekkingsvoorstel op pagina 24. wordt de invoering van de forenzenbelasting genoemd vanaf jaarschijf 2025. Is dit haalbaar vanaf 1 januari 2025? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 12: Het is haalbaar mits er snel besloten wordt. Vraag 13: In het ombuigingsvoorstel A.09 Onvoorziene uitgaven algemeen wordt gesproken over een gedeelte aframing van het budget.
Waarom in 2025 50.000 en vanaf 2026 15.000? Portefeuillehouder: Rik van den Dam
6
Antwoord op vraag 13: Er is gekozen om een deel van de post in de begroting te laten staan voor onvoorziene uitgaven. Vraag 14: Op pagina 22 van de Kadernota 2025 worden de effecten van de nieuwe jaarschijf 2028 weergegeven. Echter staan er in jaarschijf 2027 twee bedragen voor Actualisatie hervormingsagenda jeugd –302 en voor ontwikkeling Wmo voorspelmodel –223. Hoe zit dit? Effecten nieuwe jaarschijf 2028. Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 14: De twee genoemde bedragen in de jaarschijf 2027 zijn geactualiseerd op basis van recente informatie. Dit betekent dat de kop in de tabel ook aangepast had moeten worden en betrekking heeft op actualisering van 2027 en 2028 in plaats van alleen 2028. Vraag 15: Wat wordt bedoeld met bruto formatie-uitbreiding op pagina 20 van de Kadernota 2025? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 15: Met het woordje bruto wordt bedoeld dat er geen formatie-uitbreiding mogelijk is tot aan afwachting van de benchmark. Ook als er sprake is van extra taken met extra beschikbare middelen. Vraag 16: in de Kadernota 2025 staat bij Ombuiging 2.15 Lingezegen bij de risico's dat er een contractuele verplichting voor 20 jaar is voor het betalen van de bijdrage.
Wanneer loopt deze termijn af? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 16: De financiële verplichting voor Park Lingezegen hangt samen met de deelname aan de Gemeenschappelijke Regeling Park Lingezegen. Het Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Nijmegen en Overbetuwe houdende regels omtrent het Park Lingezegen (Gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen) heeft ingangsdatum 1 april 2021. Hierin zijn de regels omtrent uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling vastgelegd. Als een deelnemer uittreedt, dient de uittredende deelnemer gedurende 20 jaar nog een financiële bijdrage te leveren aan de Gemeenschappelijke Regeling. Er is voor deelnemers aan de GR contractueel geen einddatum vastgelegd voor de financiële verplichting. Er is pas een einddatum als een deelnemer uittreedt. Het uittreden van de Provincie Gelderland is met het Instellingsbesluit in 2021 geformaliseerd. Nagekomen vragen Vraag 17: Wat is besteding € 10.000 geluidbeleid in het afgelopen jaar (bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen, ambitie, nummer 1.05) 7
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 17: Er heeft geen besteding plaatsgevonden in 2023. Vraag 18 : Zijn de € 20.000 presentiegelden bouw- en woningtoezicht niet gebruikt? (bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen, quick-wins, nummer 2.6) Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 18: Nee, die zijn niet gebruikt. Vraag 19: Graag een toelichting op de mogelijke consequenties van ambitie € 12.000 (bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen, nummer 2.7) Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 19: Helemaal stoppen met betalen van de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Vraag 20: Klopt het oorspronkeliik budget bij ‘verlagen onderhoudsniveau’ (bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen, nummer 2.09) Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 20: Ja, want dat is al zonder IKP OR Vraag 21: Is eerder vervangen een oplossing voor verminderen onderhoudslasten? (bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen, nummer 2.09) Portefeuillehouder: Wijnte Hol Ambtenaar: Dirk Derksen Antwoord op vraag 21: IKP OR gaat uit van ingroeimodel qua kosten, nieuwe beheerplannen anticiperen daarop (vroeger was dit PNL) Vraag 22: Als ambitie is om meer groen te doen, is er dan ook rekening gehouden met meer onderhoudskosten (Beleidsterrein groen) Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 22: Ja, areaaluitbreiding wordt jaarlijks bijgehouden.
Vraag 23: Wanneer verloopt de 20-jaarstermijns GR Park Lingezegen Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 23: Antwoord is afhankelijk van insteek realisatie of beheer? JACQUELINE.
8
Vraag 24: wordt bij ombuigingsvoorstel 1.04 (hondenuitlaatplaatsen) alle plekken weggenomen of worden geen nieuwe plekken toegevoegd. Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 24: Alle plekken weg. Resterende kosten gaan dan naar overige inrichtingselementen (onderhoud, legen, et cetera) die wel nodig blijven om uitwerpselen op te ruimen. Vraag 25: Gaat de verhoging verhuurtarieven sport alleen over incidentele verhuur of betreft dit ook structurele verhuur aan verenigingen? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 25: De meeste verenigingen rekenen af via het principe van ‘losse verhuur’ waarvoor de tarieven jaarlijks worden vastgesteld. Bij een verhoging worden dus de meeste verenigingen geraakt. Vraag 26: In de memo over de lokaal educatieve agenda wordt gesproken over het aanvragen van susbidieregelingen.
Is hier al meer duidelijkheid over? Welke acties worden in 2025 verwacht vanuit het beleidsplan onderwijskansenbeleid? Moeten hier financiële middelen voor gereserveerd worden? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 26: In de memo ‘Stand van zaken onderwijskansenbeleid’ van 21 november 2023 hebben wij aangegeven dat wij voornemens zijn de ‘subsidieregeling tegemoetkoming kosten kinderopvang 2017” in 2025 aan te passen en een nieuwe kostprijsberekening maken voor subsidiering op basis van een op nieuw beleid gebaseerd kwaliteitskader voor voor-en vroegschoolse educatie. Er is dus geen sprake van aanvragen van subsidieregelingen door de gemeente. Wij verwachten het nieuwe onderwijskansenbeleid in het najaar (planning oktober) van 2024 aan college en raad voor te leggen. Wij zijn voornemens in dit beleidsstuk ook een werkagenda op te nemen met daarin de concrete acties die hieruit voortvloeien. Daarnaast zullen wij aan de slag gaan met het kwaliteitskader, de nieuwe kostprijsberekening en het op basis daarvan aanpassen van de subsidieregeling tegemoetkoming kosten kinderopvang. De werkagenda zal uitgewerkt worden in nauwe samenwerking met de gemeentelijke vve-werkgroep en de partners in het lokale educatieve agenda overleg. De nieuwe kostprijsberekening kan financiële gevolgen hebben.
Daar wij nog geen kwaliteitskader hebben, kunnen we de financiële gevolgen nog niet doorberekenen. Het streven is om de kosten voor voor-en vroegschoolse educatie zoveel mogelijk te dekken vanuit de middelen voor onderwijsachterstandenbestrijding die de gemeente vanuit het Rijk ontvangt. Na het vaststellen van de ve-financiering kunnen wij ook berekenen wat de gemeentelijke bijdrage moet zijn voor kosten die bijvoorbeeld niet vanuit deze Rijksmiddelen gedekt kunnen worden. Vraag 27: Wat wordt betaald uit de POK middelen en hoe wordt daar mee omgegaan als deze middelen niet meer beschikbaar zijn? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen 9
Antwoord op vraag 27: De besteding van de POK middelen is een collegebevoegdheid. Voor de inzet van de POK middelen in 2025-2026 wordt een collegevoorstel gemaakt. Het 2e deel van de vraag is politiek. Vraag 28: Kan het opleidingsbudget voor Participatie niet gedekt worden uit het reguliere opleidingsbudget? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos en Rik van den Dam Antwoord op vraag 28: Dit is vooraf overwogen en is niet mogelijk i.v.m. andere verplichtingen/ initiatieven (bijv. Agressietrainingen, coaching, fit op je werk, hoe werkt de gemeente) die ten laste komen van het reguliere opleidingsbudget. Vraag 29: Kan het speerpunt arbeidsmarktbenadering iets meer geduid worden? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos en Rik van den Dam Antwoord op vraag 29: Doel van dit speerpunt is om onze organisatie nog beter te profileren op de arbeidsmarkt zodat we potentiële kandidaten enthousiasmeren voor onze organisatie. Activiteiten zijn bijv.: optimaliseren van de organisatie- en wervingsteksten, bereik van vacatures verbreden, aansluiten bij regionale initiatieven (trainee, verbinding met onderwijsinstellingen), stagiaires. 1.4 Technische vragen BOB Vraag 1: In de Kadernota is vermeld dat de meicirculaire 2024[1] nog niet is verwerkt in de Kadernota 2024, ook al zijn er wel opmerkingen over de voorjaarsnota terug te vinden in de tekst.
De brief van de VNG[2] aan raad en college over de voorjaarsnota is niet met de raad gedeeld, voor zover wij kunnen nagaan. Tevens gaan wij er vanuit dat het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet nog niet is verwerkt. In de doorrekening van het CPB[3] is hier informatie over te vinden. Ook de ambtelijke analyses van dit Hoofdlijnenakkoord zijn inmiddels gepubliceerd[4]. [1] https://vng.nl/nieuws/samenvatting-meicirculaire-gemeentefonds-2024
[2] https://vng.nl/sites/default/files/2024-04/20240415-ledenbrief-gemeentefinancien-in-voorjaarsnota-2024.pdf [3] https://www.cpb.nl/analyse-hoofdlijnenakkoord-2025-2028
[4] https://open.overheid.nl/documenten/69025ea0-f04f-4627-8db3-c3f5a918fc4a/file
10
Graag ontvangen wij een technische update van het perspectief zoals geschetst in de Kadernota, waarbij zowel het effect van de voorjaarsnota als het te verwachten effect van het hoofdlijnen-akkoord in kaart wordt gebracht. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: We zullen, overeenkomstig de aangenomen motie van de Raad, de Raad voorafgaand aan het raadsdebat op 2 juli over de Kadernota, informeren over de effecten van de meicirculaire. De planning is dat het college op 25 juni kennisneemt van deze effecten, waarna de informatie ter informatie naar de Raad gaat. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX: 1.5 Technische vragen VVD Vraag 1: Wat gebeurt er als je zou uittreden uit de BVO DRAN? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 1: Dan moeten we het leerlingenvervoer en het doelgroepenvervoer zelf organiseren en het is de vraag of het daar beter of goedkoper van wordt. Je haalt ook efficiencyvoordeel omdat je het samen doet en je door je percelen te combineren zoals wij doen met Lingewaard. Grootste kostenpost zit bij het feitelijke vervoer en minder bij de organisatie daarvan. Zelf uitvoeren voor een gemeente als Overbetuwe is waarschijnlijk duurder.
11
Vraag 2: Komt de 1,5% OZB-stijging woningen en 7,5% OZB-stijging Niet-woningen bovenop de 2% en 2,2% OZB-stijging zoals genoemd bij de uitgangspunten van de Kadernota 2025? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: Ja. Vraag 3: Zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2024 al bekend en kunnen die gedeeld worden? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: Zie beantwoording vraag ChristenUnie en BOB Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
1.6 Technische vragen GL N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: 12
Antwoord op vraag XX: 1.7 Technische vragen PvdA N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
1.8 Technische vragen CU Vraag 1: Wat is de tijdslijn voor het implementeren van beleid of kader voor de minimale omvang van de algemene reserve voor te stellen en een reserve weerstandsvermogen/-capaciteit, n.a.v. de Berenschot-begrotingsscan 2024? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: We zijn bezig om het interne plan van aanpak naar aanleiding van het Berenschot-rapport verder uit te werken en starten na de zomer van 2024 met het daadwerkelijk uitwerken van de verschillende onderwerpen. Vraag 2: Wanneer wordt informatie over de (effecten op kadernota 2025 van de) meicirculaire 2024 verwacht? Portefeuillehouder: Rik van den Dam
13
De Raad wordt voorafgaand aan de behandeling op 2 juli 2024 hierover, conform de aangenomen motie van de Raad hierover. Het college wordt geïnformeerd op 25 juni, daarna de Raad. Antwoord op vraag 2: Vraag 3: In 2.5 staat ‘Daarnaast stellen we voor het buitengebied een landschapsontwikkelingsplan op’. Wat betekent dit voor het huidige landschapsontwikkelingsplan? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 3: Het huidige Landschapsontwikkelingsplan (LOP) wordt ingetrokken en komt te vervallen als het nieuwe LOP door de raad is vastgesteld. Vraag 4: N.a.v. 5.4: hoeveel leerlingen uit Overbetuwe zitten (langdurig) thuis en vanaf wanneer? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 4: Uit de meest recente halfjaarmonitor van het RBL Midden-Gelre blijkt dat er in het schooljaar 2023-2024 tot nu toe bij 7 leerlingen uit Overbetuwe sprake is van langdurig schoolverzuim. Per casus wordt er een datum van melding geregistreerd. Dit is echter niet per definitie de startdatum van thuiszitten. Het RBL geeft aan dit niet ‘met één druk op de knop’ te kunnen uitdraaien, antwoord op uw tweede vraag zou een handmatige (individuele) dossieranalyse vragen. Vraag 5: Wat wordt bedoeld met de afwegingscriterium ‘Lastenverhogingen zien we niet als sluitstuk, maar als gelijkwaardige oplossing’, op pag.
20? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5: Bedoeld wordt dat lastenverhogingen een zelfde gewicht wordt toegekend in de afweging van de keuzes om tot een sluitend meerjarenperspectief. Vraag 6: Wat betekent ‘aanvullend’ concreet (bijv. t.o.v. wat, vanaf wanneer, etc.) in afwegingscriterium ‘Aanvullende wensen die leiden tot aanvullende structurele uitgaven worden nu niet gehonoreerd.’ Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Met aanvullend wordt bedoeld een aanvullende budget bovenop de primaire begroting. 14
Vraag 7: Is er voor Overbetuwe een overzicht beschikbaar welke taken we incidenteel en structureel in medebewind en/of vanuit de nationale overheid gedelegeerd uitvoeren met daarbij de financiële middelen die we ontvangen vanuit het Rijk en de daadwerkelijke kosten? Portefeuillehouder: diversen Antwoord op vraag 7: Een integraal overzicht hiervan is niet gemaakt ten behoeve de voorliggende kadernota, mede in het perspectief van de definiëring van wat medebewindtaken zijn en wat niet en op welke wijze rijksmiddelen herleidbaar zijn naar specifieke onderdelen in onze begroting. Voor het sociaal domein geldt bijvoorbeeld dat vanaf 2019 de Integratie-uitkering Sociaal Domein is toegevoegd aan de algemene uitkering in het gemeentefonds. Sindsdien is niet meer 1-op-1 herleidbaar hoeveel middelen wij ontvangen voor de uitvoering van bijvoorbeeld de Wmo en Jeugdwet taken. Wel is er nog sprake van een gedeeltelijke integratieuitkering en zijn BUIG gelden separaat. Voor andere medebewindtaken geldt... Vraag 8: Vrijval kapitaalslasten op basis van realistische planningen levert in 2025 een verwachte vrijval op van 211k en 0 in volgende jaren. - Hoe kan dat? - Hoe verhoudt het voorstel om vrijval van kapitaalslasten in 2025 te benutten zich tot informatie van de toezichthouder n.a.v.
kadernota 2024 dat “de jaarlijkse vrijval van kapitaallasten niet als dekking kan worden opgenomen omdat deze niet als structureel te beschouwen is.”? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 8: Als kapitaallasten incidenteel vrijvallen, en dat is wat we doen in 2025, is de vrijval toegestaan. Vraag 9: In hoeverre kan ‘Inzet budget inflatiecorrectie 2024’ (pag. 24) voor dekking van niet inflatie-gerelateerde posten worden ingezet? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 9: Het budget inflatiecorrectie is onderdeel van de algemene (beschikbare) middelen van uit de Algemene Uitkering en het college kan op grond daarvan besluiten over de inzet hiervan.
15
Vraag 10: In hoeverre past het vervolgproces voor afstemming met de Raad over de keuzes van de zoekrichtingen en het nader concretiseren van ombuigingsvoorstellen in oktober – december 2024 binnen de huidige planning van de raad(sbijeenkomsten) en/of zijn er extra bijeenkomsten nodig? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 10: We zullen in nadere afstemming met de Griffie nagaan in hoeverre extra bijeenkomsten nodig zijn, dan wel inpasbaar zijn in de huidige planning. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX: 1.9 Technische vragen OverBetuweNu (OBN) Vraag 1: Waar liggen de mogelijkheden om te bezuinigen op het sociaal domein? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen en Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Er is in de kadernota een bezuiniging opgenomen voor het sociaal domein die voor de begroting verder uitgewerkt zal worden. Bij de kadernota zitten bezuinigingsopties voor alle domeinen en onderwerpen die beïnvloedbaar zijn. Nagekomen vragen Vraag 1: In de loop der tijd hebben diverse coaches hun intrede gedaan in de Gemeente Overbetuwe.
Vraag: Kan er inzicht gegeven worden over de resultaten die deze coaches hebben opgeleverd? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen en Rik van den Dam
16
Antwoord: Wij gaan er vanuit dat u doelt op door de gemeente georganiseerde danwel gefinancieerde coaches zoals de cultuurcoach, de buurtsportcoach, de vrijwillige Woonadviseurs en de Participatiecoach en participatiemaatjes van Forte Welzijn, de vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord gefinancierde welzijnscoaches en de Energiefixers van het Regionaal Energieloket (en niet op diverse vrijgevestigde coaches, adviseurs, etc). Voor deze gemeentelijke projecten kunnen wij het volgende melden: -
Cultuurcoach (Forte Welzijn) Al geruime tijd wordt via Forte Welzijn een cultuurcoach ingezet. De cultuurcoach maakt muziekeducatie mogelijk voor alle leerlingen op de basisschool in Overbetuwe met het landelijk project Meer Muziek in de Klas. Dit doet zij samen met lokale muziekverenigingen, muziekscholen, gemeente Overbetuwe, Hogeschool Arnhem/Nijmegen (HAN) en Cultuur Oost. In samenwerking met lokale/regionale cultuur-en erfgoedaanbieders, Cultuur Oost en Meer Muziek in de Klas ontstaat zo een mooi lokaal cultureel aanbod voor inwoners. Over de inzet van de cultuurcoach is in de Kadernota een ombuigingsformat opgenomen (ombuiging 5.06, p.138 van de pdf). NB: het bedrag dat bij deze ombuiging als oorspronkelijk budget wordt vermeld is per abuis onjuist. Het oorspronkelijk budget is gelijk aan de geraamde ombuiging (€54.000).
-
Buurtsportcoaches (Overbetuwe Beweegt - Forte Welzijn) De buurtsportcoaches vallen onder het programma Overbetuwe Beweegt. Overbetuwe Beweegt is de belangrijkste uitvoeringspartner van het gemeentelijke sportbeleid en hét platform voor sport en bewegen in de gemeente Overbetuwe. Het bestaat uit vijf verschillende organisaties: Uniek Sporten, Reflex Fysiotherapie, SKAR/Primair onderwijs, OBC Elst en Forte Welzijn. Ook andere sport- en beweegaanbieders, stichtingen, onderwijsorganisaties of zorg- en welzijnsorganisaties kunnen aansluiten bij Overbetuwe Beweegt. De buurtsportcoaches dragen bij aan de ambitie dat iedereen de mogelijkheid heeft om te kunnen sporten en bewegen. Zij zijn er voor alle inwoners van jong tot oud en stimuleren een actieve en gezonde leefstijl. De resultaten hiervan zijn: o Lid van stuurgroep en bijdrage aan invulling van zowel het Lokaal Preventieakkoord als het Lokaal Sportakkoord. o Participeren in de werkgroep speelbeleid van gemeente Overbetuwe: Overbetuwe Beweegt, jongerenwerk en opbouwwerk Forte. o Participeren in de werkgroep van het project Sportexpeditie, waarbij nieuwe Nederlanders kennismaken met verschillende takken van sport. We willen dit succesvolle initiatief in 2024 continueren.
o Activiteiten voor jongeren organiseren tijdens de ‘Week voor de Gezonde Jeugd’ en de ‘Nationale Sportweek’ in samenwerking met onder andere het jongerenwerk van Forte.
-
Woonadviseurs (Forte Welzijn)
17
Sinds juni 2023 zetten we vanuit het project Fijn Wonen via Forte Welzijn woonadviseurs in (zie ook https://www.fortewelzijn.nl/persoonlijkwoonadvies/). Op basis van de door Forte opgestelde jaarrapportage zien we dat na een opstartperiode waarin er nog vrijwilligers geworven moesten worden vrijwillige woonadviseurs succesvolle bezoeken afleggen bij oudere inwoners uit onze gemeente. We zien dat het aantal huishoudens dat aangeeft te willen verhuizen hoger ligt dan verwacht. Ook treft een hoger aandeel van de huishoudens maatregelen. Het aantal huishoudens dat daadwerkelijk verhuist blijft wel achter, mogelijk komt dat door het tekort aan geschikte woningen. Op basis van de evaluatie na 1 jaar hebben we geconcludeerd dat deze inzet een belangrijke bijdrage levert aan het halen van onze beleidsdoelen. Daarom wordt dit project in de 2e helft van 2024 voortgezet. Op basis van een evaluatie eind 2024 besluiten we over de vervolginzet vanaf 2025. Concrete resultaten tot nu toe: Er zijn 5 vrijwillige woonadviseurs bekwaam en inzetbaar. In het eerste jaar zijn 60 adressen bezocht. Er zijn 3 huishoudens verhuisd. Op basis van het advies van de woonadviseurs hebben 10 adressen woningaanpassingen gedaan. Advies over energiebesparende maatregelen is een vast onderwerp van het woonadviesgesprek.
Er zijn 10 adressen doorverwezen naar het STO, 2 naar Forte Geldzaken, 4 naar Forte Opbouwwerk en 10 naar de woningcorporaties. Één adres is doorverwezen naar de Energiefixers van het Regionaal Energieloket. -
Participatiecoach en participatiemaatjes (Forte Welzijn) De participatiecoach van Forte Welzijn helpt nieuwkomers op weg bij het meedoen in Overbetuwe, zoals het opbouwen van een netwerk, meedoen aan activiteiten, etc. De Participatiecoach kan een nieuwkomer ook koppelen aan een vrijwilliger (participatiemaatje) die de nieuwkomer in Overbetuwe verder op weg helpt. Uit het jaarbeeld van Forte blijkt dat er in 2023 in totaal 16 nieuwkomers door de participatiecoach zijn geholpen.
-
Welzijnscoaches (GALA) Vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn wij begin 2024 gestart met de inzet van twee welzijnscoaches bij drie huisartspraktijken verdeeld over de gemeente. Deze coaches hebben 10 uur per week beschikbaar. Met een projectgroep en een stuurgroep monitoren we de voortgang en sturen het project bij waar dat nodig is. We koersen op een uitrol over de gehele gemeente in 2025 voor onze inwoners vanaf 18 jaar. We streven naar meer verbinding van zorg en welzijn, ontwikkelen van welzijnsarrangementen en borging van het project in onze sociale basisstructuur. Onze stip op de horizon is het versterken van sociaal domein, welzijn en de gehele eerstelijnszorg, waaronder huisartsenpraktijken, wijkverpleging, apothekers, fysiotherapeuten, diëtisten, oefentherapeuten, ergotherapeuten, huidtherapie, logopedie, optometristen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten. De financiering voor de inzet van welzijnscoaches is voor de pilot deels met gesloten beurs en met inzet van tijdelijk middelen (SPUK/GALA). Financieringsmogelijkheden na 2026 moeten gezocht worden binnen eigen budget en met onze (zorg)partners en de zorgverzekeraar.
18
-
Energiefixers (Regionaal Energieloket) Tot en met maart 2023 zijn er voor het eerst Energiefixers ingezet door de gemeente Overbetuwe. Hiermee zijn bij ongeveer 1.000 huishoudens kleine energiebesparende maatregelen (denk hierbij aan het aanbrengen van tochtstrips of radiatorfolie) aangebracht. Gelijktijdig zijn er met deze huishoudens coachende gesprekken gevoerd over energiebesparing en bijbehorend gedrag. Deze activiteiten leveren deze bewoners elke maand een zinvolle besparing op. Tijdens de uitvoeringsperiode met hoge energietarieven leverde dit, volgens Milieu Centraal, een gemiddeld voordeel op van € 362,-- per jaar per huishouden en in totaal per jaar 508 ton C02 besparing. Sinds het voorjaar 2024 worden opnieuw gecombineerde fix- en coachbezoeken afgelegd, nadrukkelijk in samenwerking met de woningcorporaties. De doelstelling is om aanvullend 1.500 huishoudens te bezoeken.
19