24-06-04.01 Brief over erfgoedbeleid van de vier Historische Verenigingen (1)_geanonimiseerd
Tekst van het document
Aan: Raadsleden en commissieleden van de gemeente Overbetuwe Van: Historische verenigingen uit Overbetuwe Datum: 27 mei 2024
Betreft: beleid cultureel erfgoed.
Geacht raadslid,
In het licht van de Informatiememo Raad met kenmerk ‘2024-010252’ en onderwerp ‘22-11-15.10 Motie CDA, GBO Actualisatie archeologiebeleid’ (verder: ‘de memo’) willen de besturen van de historische verenigingen in Overbetuwe (verder: ‘de HV's’) u het volgende ter overweging meegeven. Wij spreken de hoop uit dat uw raad bij besluitvorming met onze overwegingen rekening wil houden; we zijn te allen tijde bereid deze brief nader toe te lichten.
Samenvatting Volgens de in de sinds 1 januari 2024 vigerende Omgevingswet gehanteerde definitie van Cultureel Erfgoed blijkt de gemeente Overbetuwe niet te beschikken over een inventarisatie van alle erfgoedcategorieën. Hierdoor kan de gemeente onmogelijk de juiste besluiten nemen ten aanzien van behoud van cultureel erfgoed. De HV/'s verzoeken de gemeente de inventarisatie in gang te zetten en beleid te ontwikkelen voor behoud van het Overbetuwse culturele erfgoed.
Begripsbepaling
De memo spreekt over ‘archeologie en erfgoed’ waar telkens slechts archeologie wordt bedoeld. Overbetuwe beschikt vooralsnog niet over een inventarisatie noch over beleid ten aanzien van erfgoed in bredere zin.
Het begrip ‘cultuurhistorie’ wordt sinds 2012 formeel gebruikt in het Besluit ruimtelijke ordening, die gemeenten verplicht met cultuurhistorische waarden (naast archeologie en beschermde monumenten) rekening te houden in bestemmingsplannen. Helaas heeft de gemeente dit begrip tot nu toe niet uitgewerkt terwijl het In de Erfgoedwet en Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 van kracht zijn, duidelijk omschreven is: cultureel erfgoed (Erfgoedwet- artikel 1.1)): uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. cultureel erfgoed (Omgevingswet): monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. (deze laatste is bovenstaande definitie) monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed.
archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. aantoonbaar te verwachten archeologisch monument: op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument.
rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie van gemeentelijk monument is toegedeeld. stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden.
cultuurlandschappen: gebieden zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen, die deel uitmaken van cultureel erfgoed; stukken land en watergebieden die door menselijk ingrijpen aanzienlijk zijn veranderd of gewijzigd. cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed.
immaterieel cultureel erfgoed: praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden die gemeenschappen, groepen en, in sommige gevallen, individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed. Belangrijk is op te merken dat cultureel erfgoed onafhankelijk is van of iets een beschermde status heeft. Cultureel erfgoed is wat wij als samenleving vinden dat cultureel erfgoed is.
Kennis over cultureel erfgoed Het komt de HV-besturen voor dat sinds 2012 cultuurhistorische waarden onvoldoende zijn meegenomen in de bestemmingsplannen. De basis voor (planologische) borging van waarden en kwaliteiten is kennis. Overbetuwe heeft geen overzicht van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2010 meldt dit ook expliciet in 81.3.5: “Gedetailleerde rapportages en kaarten van de cultuurhistorische waarden zijn niet voorhanden. Een gedetailleerde inventarisatie van cultuurhistorische waarden vormt ook geen onderdeel van dit plan.” Ook na het verschijnen van het LOP zijn geen gemeente-dekkende inventarisaties naar cultuurhistorische waarden of erfgoed uitgevoerd. Desondanks meldt de memo onder Ad 3: “Wij zijn van mening dat archeologie en erfgoed nu zorgvuldig bij planvorming en vergunningverlening geborgd is, zowel via wettelijke regels, instrumentarium als voorhanden zijde informatie.” Inderdaad, op basis van de voorhanden zijnde informatie is een en ander geborgd. Wat echter niet vermeld wordt, is dat die voorhanden zijnde informatie tekort schiet. Van het cultureel erfgoed in de zin van de Omgevingswet is alleen de kennis van (te verwachten) archeologische monumenten voldoende met de in de memo onder Ad 1 genoemde documenten. Van alle andere erfgoedcategorieën ontbreekt elke inventarisatie.
De gemeente heeft dus zeer ontoereikende kennis om afwegingen te maken ten aanzien van de borging van cultureel erfgoed.
Gemeenten zijn op grond van artikel 2.28 van de Omgevingswet (uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving) verplicht om hun cultureel erfgoed te inventariseren en regels te stellen “ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen: a het voorkomen van ontsiering... b het voorkomen van verplaatsing... c het bevorderen van het gebruik... d het voorkomen van aantasting van: l de omgeving van beschermde monumenten... u. het karakter van beschermde stads- of dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen...” (artikel 5.130)
“rekening houden met” is gedefinieerd als: dit onderwerp “stuurt inhoudelijk de belangenafweging; als het bestuursorgaan daar goede redenen voor heeft, is afwijken (mits gemotiveerd) toegestaan” (Nota van toelichting $ 2.3.2.3) Doordat inventarisatie onvolledig is, is het voor de gemeente onmogelijk goede afwegingen te maken ten aanzien van de bescherming van cultureel erfgoed.
Erfgoedbeleid De memo noemt een aantal keer erfgoedbeleid. Zover we kunnen nagaan heeft Overbetuwe geen bestaand erfgoedbeleid, anders dan het beleid ten aanzien van archeologie (archeologiebeleid) dat gebaseerd is op de in de memo onder Ad 1 genoemde documenten. In de Cultuurvisie 2022-2025 wordt meermaals erfgoed genoemd. Veel verder dan Romeinen en Tweede Wereldoorlog komt dit echter niet. Op pagina 23 (punt 6.2) wordt de ambitie uitgesproken “Verder integreren van archeologische- en cultuurhistorische waarden in ruimtelijke plannen.” Wat die cultuurhistorische waarden dan zijn, wordt nergens benoemd. Hier speelt mogelijk ook bij mee dat de visie nooit is vertaald naar beleid. In bijlage 1 van de cultuurvisie (evaluatie Beleidsnota 2017 — 2020) staat bij het laatste punt onder Erfgoed zelfs vermeld dat men onder Erfgoed uitsluitend verstaat monumenten en archeologie. Volgens dit document is dit erfgoed reeds Omgevingswet-proof gemaakt. Tijdens de behandeling van de cultuurvisie is afgesproken dat er een uitvoeringsagenda zou komen. Hierin (Uitvoeringsprogramma 2022-2026) wordt alleen gesproken over het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed. Een goede inventarisatie van erfgoed, ook in het kader van de tijdens de behandeling van de cultuurvisie besproken potentiele bescherming van erfgoed, komt in het uitvoeringsprogramma niet aan de orde. Beleidskeuzes
In de memo wordt onderaan pagina 2 voorgesteld het advies ten aanzien van archeologie te wegen in samenhang met andere beleidskeuzes. Deze integrale benadering is toe te juichen. Wel wijzen we graag op de hierboven in deze brief genoemde betekenis van ‘rekening houden met’ in het kader van belangenafwegingen waarbij ook cultureel erfgoed een rol speelt. Adviescommissie In de tweede alinea onder Ad 3 wordt de gemeentelijke adviescommissie genoemd. Deze commissie heeft ingevolge de verordening onder meer tot taak te adviseren over “het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit” en “het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor
cultureel erfgoed [en werelderfgoed] en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen” (artikel 2, tweede lid). De adviescommissie moet dus adviseren over zaken die de gehele fysieke leefomgeving aangaan (zoals het omgevingsplan en omgevingskwaliteit). De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed (Omgevingswet artikel 1.2). De verordening op de adviescommissie bepaalt dat drie disciplines vertegenwoordigd zijn in die commissie: architectuur, (rijks)jmonumenten en welstand (artikel 4, tweede lid), al wordt de mogelijkheid geboden tijdelijk leden te benoemen (artikel 4, derde lid). Hoe kunnen op het brede spectrum van de fysieke leefomgeving integrale adviezen worden gegeven met de huidige adviescommissie? Het is te overwegen deze commissie te verbreden. Belangrijk is dat in elk geval de werkwijze verbeterd wordt: de praktijk is nu dat zelden of nooit plannen in de voltallige commissie worden besproken en veelal ambtelijk of door de adviseur ruimtelijke kwaliteit worden afgedaan (Evaluatie welstandsnota en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
(2022), 1.2.2) Ambitieniveau Het geheel overziend komen we bij het ambitieniveau van de gemeente. B&W zijn van mening dat cultureel erfgoed op dit moment voldoende en zorgvuldig geborgd is. We verzoeken u als raadslid uw ambitieniveau hoger te stellen. Overbetuwe kent veel erfgoed, de gemeente verdient daarom een zorgvuldig erfgoedbeleid. Kortom: de Omgevingswet geeft concrete regels voor zaken waarvoor het Rijk verantwoordelijk is, zoals rijksmonumenten. Gemeenten hebben de vrijheid om andere zaken naar eigen inzicht te regelen. Wij roepen via u Overbetuwe op ambitie te tonen en te laten zien dat ze écht trots is op haar erfgoed (in bovenbeschreven brede zin) door dit nauwkeurig in kaart te brengen het waar nodig te beschermen en beleid te ontwikkelen over de omgang met erfgoed in brede zin.
Bijlage: een concrete uitwerking Om aan het wettelijk minimum te voldoen zal de gemeente een inventarisatie van haar cultureel erfgoed moeten maken en het daarvoor in aanmerking komende cultureel erfgoed moeten beschermen. Dit zal een eenmalige investering vragen. Bij de vertaling van inventarisatie naar borging moeten keuzes gemaakt worden. Op welke (kennis)basis worden deze gemaakt? Een borging in het omgevingsplan is pas het begin. Aanvragen voor omgevingsvergunningen moeten (deskundig) beoordeeld worden. Hierin kan de adviescommissie een rol kunnen spelen. Voor een goed advies zou deze commissie standaard met de gehele commissie moeten vergaderen en mogelijk uitgebreid moeten worden met relevante disciplines. Het is zeker het overwegen waard een erfgoedambtenaar aan te stellen. Iemand die inhoudelijk goed is onderlegd en die zowel inhoudelijk als beleidsmatig kan adviseren aan zowel het gemeentebestuur als ambtelijk en bij vergunningaanvragen. Het gaat hier dan niet om de sociaalculturele aspecten van erfgoed; hierin is al voorzien in de huidige beleidsadviseur kunst, cultuur & erfgoed. Het gaat hier om een ambtenaar op cultureel erfgoed en de bescherming daarvan in de fysieke leefomgeving. Niet onbelangrijk zijn ook het toezicht op en de handhaving van de bescherming van het cultureel erfgoed.
Mogelijk kan samenwerking worden gezocht met buurgemeenten (die vaak al eerder een duidelijke ambitie hebben getoond ten aanzien van erfgoed)
bij het aannemen van een erfgoedambtenaar. Vanzelfsprekend vergt een erfgoedambtenaar een terugkerende post op de begroting. Het inventariseren van het cultureel erfgoed is stap één. Daarna moet nagedacht worden over welk erfgoed beschermd moet worden in het omgevingsplan en de wijze waarop dit moet gebeuren. Tegelijkertijd moet nagedacht worden over hoe met die bescherming moet worden omgegaan; hoe toezicht, handhaving, vergunningverlening etc. vorm krijgen. Dit hangt samen met het ambitieniveau van de gemeente. U kunt ter inspiratie kijken naar een gemeente als Neder-Betuwe, die na een inventarisatie van cultureel erfgoed nu onder andere beschermde dorpsgezichten gaat aanwijzen en de gemeentelijke monumentenlijst gaat actualiseren. De besturen van de HV’s hopen u hiermee inhoudelijke input te hebben gegeven voor uw werkzaamheden. Bij de behandeling van dit onderwerp wensen we u veel succes en het is onze wens dat Overbetuwe de stap maakt om cultureel erfgoed structureel meer aandacht te geven en bescherming te bieden.
Met vriendelijke groet,
5.1.2
5.1.2e
5.1.2d45.1.2e
voorzitter secretaris
mee
voorzitter ecretaris
voorzitter
Historische’Vereniging
info@marithaime.nl
Marithaime
_
en HISTORISCHE KRING
Midden-Betuwe
Historische Kring Driel
-1.2e/5.1.2e secretaris
ES voorzitter secretaris
Historische Kring Oosterhout/ Slijk-Ewijk/Valburg
2& EN SSA SZ)
Eh
EN DEAN
Ati
info@hkmb.nl
Historischekring driel@hotmail.com
info@historische kringoosterhout.nl
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van:
Wet
Artikel
Beschrijving
Pagina('s)
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
5