CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.19 Relevant stuk 1, Tekst wijzigingsvoorstel GR Park Lingezegen

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: wijziging gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen1.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe en Nijmegen; overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd; de gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 aan deze wet moeten zijn aangepast; gezien het daartoe strekkende verzoek van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen; gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen zienswijzen en toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe en Nijmegen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Park Lingezegen.

ARTIKEL I De gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen wordt als volgt gewijzigd. A. Het kopje ‘Gelet op’ wordt gewijzigd door het schrappen van ‘de Provinciewet,’ en ‘en de Waterschapswet’. Voor ‘de Gemeentewet’ wordt ‘en’ toegevoegd. Het artikel komt als volgt te luiden: ‘het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet.’

B. Artikel 1 wordt gewijzigd, als volgt: Aan artikel 1, sub b wordt na Deelnemende partijen toegevoegd: ‘de Provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland’

C. Artikel 7 wordt gewijzigd. Aan artikel 7 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: ‘Besluiten van het algemeen bestuur worden niet vooraf voor een zienswijze voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten, behalve als dat wettelijk verplicht is.’

D. 1/6

Artikel 11 wordt gewijzigd. In artikel 11 worden de leden drie, vier en vijf geschrapt.

E. Artikel 14 wordt gewijzigd. De titel van artikel 14 wordt gewijzigd door ‘, provinciale staten en algemeen bestuur waterschap’ te schrappen. Artikel 14, tweede lid wordt gewijzigd door ‘, provinciale staten of algemeen bestuur’ te schrappen.

F. Artikel 15 wordt gewijzigd. De titel van artikel 15 wordt gewijzigd door ‘of bestuur’ te schrappen.

G. Artikel 17 wordt gewijzigd. Aan artikel 17 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende: ‘De Parkorganisatie zorgt ervoor dat agenda’s, besluiten en andere openbare stukken digitaal worden ontsloten.’

Aan artikel 17 wordt een zevende lid toegevoegd, luidende: ‘De Parkorganisatie zorgt ervoor dat belangstellenden bij de voorbereiding van de besluitvorming die zich daarvoor leent, worden betrokken en geeft ze de mogelijkheid om een zienswijze te geven.’ H. Artikel 18 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: Artikel 18. Begroting en procedure 1. 2.

De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel 35 van de Wet geschiedt vóór 15 juli in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient. Onverminderd het bepaalde in artikel 35 van de Wet zorgt het dagelijks bestuur vóór 1 april voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting, ten behoeve van de zienswijzeprocedure.

I. Artikel 19 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Artikel 19. Jaarrekening en procedure 1. De vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Wet geschiedt vóór 15 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 34b van de Wet, zorgt het dagelijks bestuur vóór 1 april voor de in dat lid bedoelde toezending van de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening, ten behoeve van de zienswijzeprocedure. J. Artikel 21 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

2/6

Als de jaarlijkse beheerkosten met meer dan 5% stijgen (met uitzondering van de jaarlijkse indexering) dan wordt een afweging gemaakt of het beheerplan moet worden aangepast of dat een extra bijdrage wordt gevraagd aan de Deelnemers. Dit gebeurt pas na een voorafgaande verklaring van geen bezwaar van het algemeen bestuur dat daarover met eenparigheid van stemmen dient te beslissen

K. Artikel 23 wordt gewijzigd. Artikel 23, tweede lid, wordt gewijzigd, zodat het als volgt komt te luiden: ‘De toetreding gaat gepaard met een wijziging van de gemeenschappelijke regeling en het doorlopen van de bijbehorende procedure en gaat in op de datum die daarvoor in de Wet is bepaald.’

L. Artikel 24 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: 1. 2.

3. 4.

Deelnemende Partijen kunnen op elk moment uittreden uit de Regeling na een daartoe strekkend besluit van het bevoegde bestuursorgaan. Bij uittreding van een Deelnemer wordt een uittreedbijdrage vastgesteld die de uittredende partij moet betalen aan de Parkorganisatie. De uittreedbijdrage wordt bepaald door de jaarlijkse bijdrage van de uittredende deelnemer aan de beheerkosten, gecorrigeerd met de jaarlijkse prijspeilstijging, te vermenigvuldigen met 20. Hiermee is geborgd dat het beheer van de gronden van Park Lingezegen gedurende 20 jaar kan worden uitgevoerd en geeft resterende partijen de mogelijkheid om andere financieringsbronnen aan te wenden. Het algemeen bestuur kan een uittredingsregeling vaststellen aan de hand van de kaders uit het eerste en tweede lid. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de uittreding. Indien, als gevolg van uittreding, slechts twee Deelnemende Partijen resteren heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid opheffing van de Regeling tot gevolg.

M. Artikel 25 wordt gewijzigd. Artikel 25 wordt gewijzigd door hieraan een nieuw derde lid toe te voegen, luidende: ‘Bij het besluit tot opheffing worden tussen de Deelnemende Partijen in ieder geval afspraken gemaakt over het personeel, de bezittingen, alsmede de wijze waarop het batig dan wel nadelig saldo van de Parkorganisatie over de alsdan Deelnemende Partijen wordt verdeeld.’

Het huidige artikel 25, derde lid wordt vernummerd naar lid 4.

N. Artikel 27 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Artikel 27. Duur van de regeling en evaluatie 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het Algemeen Bestuur beoordeelt iedere 7 jaar, met ingang van 2024, of een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling nodig is. Het Algemeen Bestuur kan ook op basis van een gemotiveerd verzoek van een deelnemer beslissen om een evaluatie in te stellen.

Artikel II

3/6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die, waarop het op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Nijmegen, ………….. 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

Drs. A.P.W. van de Klift

drs. H.M.F. Bruls

gemeentesecretaris

burgemeester

Elst, …………. 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe

P.J.E. Breukers

R.P. Hoytink-Roubos

gemeentesecretaris

burgemeester

Bemmel, …………….. 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard

Drs. I.P. van der Valk

dr. P.T.A.M. Kalfs

gemeentesecretaris

burgemeester

Arnhem, ……………2023 Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem

J.H. de Baas

A. Marcouch

gemeentesecretaris

burgemeester

4/6

TOELICHTING OP HET WIJZIGINGSBESLUIT

Artikelsgewijze toelichting A. In de aanhef stonden nog de Provinciewet en de Waterschapswet als bases voor de gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen. Deze kunnen worden geschrapt omdat de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland geen onderdeel meer uitmaken van de gemeenschappelijke regeling. De basis is daarmee de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet.

B. Ten onrechte zijn bij de laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland komen te vervallen bij de tekst over de bestuursovereenkomst 2008. Hoewel zij uit de gemeenschappelijke regeling zijn gestapt zijn ze wel partij geweest bij die bestuursovereenkomst. Daarom zijn deze partijen weer opgenomen in deze tekst.

C. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om te beslissen of een zienswijzeprocedure van kracht is voorafgaand aan definitieve besluiten van het Algemeen Bestuur. Met dit artikel sluiten we een voorafgaande verplichte zienswijzeprocedure uit, tenzij deze uit de wet volgt.

D. De leden 3, 4 en 5 van artikel 11 waren in de oude regeling nog relevant maar kunnen nu geschrapt worden omdat de betreffende organisaties niet meer betrokken hoeven worden bij adviezen of besluitvorming.

E. Hier is nog sprake van een kennelijke verschrijving. Bij de laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling zijn provincie en waterschap uitgetreden en daarmee hadden die hier geschrapt moeten zijn. Met deze wijziging gebeurt dat alsnog.

F. In artikel 15 is ‘of bestuur’ geschrapt. Dit zag op het bestuur van het waterschap.

G. De stukken van het bestuur zijn openbaar. Met de Wet open overheid en de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt nog meer transparantie gevraagd van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nu verankerd in artikel 17 lid 6. Ook wordt gevraagd om belangstellenden in de gelegenheid te stellen om een zienswijze te geven voorafgaand aan besluitvorming door het bestuur. De Parkorganisatie werkt zo transparant mogelijk en betrekt ook de omwonenden als dat noodzakelijk is voor een goede besluitvorming. Dat is verwoord in artikel 17 lid 7.

H. De begrotingsprocedure wordt altijd al met de deelnemers afgestemd en daardoor loopt deze ook altijd binnen de termijnen. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt inmiddels andere termijnen dan voorheen en die termijnen zijn met artikel 18 ook verankerd in de gemeenschappelijke regeling. 5/6

I. Voor de jaarrekeningsprocedure geldt hetzelfde als de begrotingsprocedure. De Parkorganisatie handelt in samenwerking met de deelnemers altijd binnen de afgesproken termijnen. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt voor de jaarrekeningsprocedure andere termijnen en die zijn met artikel 19 verankerd in de gemeenschappelijke regeling.

J. Artikel 21 is inhoudelijk niet gewijzigd maar duidelijker opgeschreven.

K. De toetredingsprocedure voor nieuwe deelnemers tot de gemeenschappelijke regeling is geactualiseerd.

L. De uittredingsprocedure was altijd al omschreven maar is niet voldoende duidelijk in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarom is deze nu aangepast, wat tot meer duidelijkheid over de uittreding van een van de deelnemers leidt. Inhoudelijk is de regeling niet veranderd. Mocht een deelnemer uit willen treden dat moet een deel van de beheerkosten worden bijgedragen voor de toekomst. Het AB bepaalt hoe hoog de uittreedbijdrage is. Daarnaast kan het AB een uittredingsregeling vaststellen waarin de kaders verder worden uitgewerkt.

M. Bij opheffen van de gemeenschappelijke regeling was nog niet goed bepaald hoe omgegaan wordt met de Parkorganisatie. Het derde lid van artikel 25 geeft hier nu duidelijkheid over.

N. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om aan te geven of er een evaluatie van de regeling plaatsvindt en met welke frequentie. Dat is nu opgenomen in artikel 27 van de gemeenschappelijke regeling. Ook is bepaald dat de regeling voor onbepaalde tijd wordt vastgesteld. (Dit was ook altijd al het uitgangspunt)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=49b882ab-95af-4901-b8b4-fb886c42eb96