CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.18 Relevant stuk 4, Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen energieopslag Zonnepark18.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvergunning Bijlagen Ruimtelijke Onderbouwing

Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe

Omgevingsvergunning Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe Gemeente Overbetuwe Status:

Concept

Datum:

Juli 2023

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.BP19162-0001

Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe

Datum Juli 2023

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres Info@Overbetuwe.Nl

Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Inhoudsopgave

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

3

Bijlage 1

Situatieschets plangebied

4

Bijlage 2

Plangebied binnen zonnepark

6

Bijlage 3

Navolging PGS 37-1

8

Bijlage 4

Advies Natuurwaarden

12

Bijlage 5

Aanvullend onderzoek ecologie

66

Bijlage 6

Digitale watertoets

72

Bijlage 7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

82

2

Inhoudsopgave (concept)

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)

3

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Bijlage 1 Situatieschets plangebied

4

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)

C

36.0

B

2,5kV

pv veld 5

25

25

.0

T3

.0

D

mast 23

D

25

.0

25 .0

A

duiker met boorzinker

4.0

A

B

pv veld 6

B

C

mast 24

C

D

hagen

D

duiker met boorzinker

T4 T4

struweel E

E

T5

haag, blokken wisselende hoogte 2,0m - 0,5m

Pv tafels 2x3 panelen portret hellingshoek 10 graden hoogte ca. 2,0m1 tussenpaden ca. 1,7m1

13

.6

FO T TRA

BA

PCS 6.3

ding

AUX + MV

halfverhar 7.0

trafo

BAT /

PCS

13.5

13.5

B

1.7

D

duiker met boorzinker

13.5

4.0

RAFO

BAT T AFO AT TR

1.1

RAFO

BAT T

2.5

halfverharding batterij zone

5.0 tijdelijke compound area

Storage ge Stora

MS kabel Batterijen compound area

Storage Storage

perceelsgrens

compound area , puin opruimen na de bouwfase. op de onderhoudspaden na

ding

halfverhar

type C

watergang type B

type A

D

duiker met boorzinker

N

Renvooi

FRAGMENT 4

nieuwe bomenrij

kavelgrenzen afrastering gaashekwerk

onderhoudspad

onderhoudspad

brug watergang (A)

onderhoudspad

weg

watergang (B)

watergang (A)

2.0

hekwerk

2.0

10

20

30

40

50

werkpaden / schouwzone watergang

pv panelen

pv panelen

natuurvriendelijke oever

pad

haag

toegangspoort

pv panelen

pv panelen (vergund)

2.0

onderhoudspad

onderhoudspad

2.0

haag

pv panelen

pv panelen

1 5

pv panelen (aangepaste vergunning) pv panelen (Pure energie) omschrijving en adres van het werk

4.5

A

6.0

4.0

A

4.0

B

1.5

B

3.0

C

1.5

C

2.0

D

8.0 - 12.0

4.0

4.5

4.0

pv veld

D

1.5

watergang A status schouwzone minimaal 4 meter

Zonnepark Overbetuwe coördinaten

51°54'7.77"N

watergang B status schouwzone minimaal 1 meter onderwerp

Onderdeel

FRAGMENT 4

ca. 2.4

watergang C status schouwzone minimaal 1 meter ca. 2.4

watergang (B)

ca. 2.9

watergang (A / B)

watergang (A)

ca. 2.9

duiker doorsnede 1m

ca. 2.9

onderhoudspad

Zonnepark Overbetuwe layout + doorsneden

wegen

fase

vooraanzicht 1:100

rechter zijaanzicht 1:100

ca. 6.0

achter aanzicht 1:100

ca. 2.5

linker zijaanzicht 1:100

ca. 2.6

duiker

spoorweg

ca. 1.5

rechter zijaanzicht 1:100

vooraanzicht 1:100

achter aanzicht 1:100

Formaat

linker zijaanzicht 1:100

vrijezone hoogspanningsnetwerk ca. 2.5

4.5

ms kabel

ca. 2.5

Getekend

ca. 1.5

vrijezone

1.0

1.5

Akkoord

vrijezone ms kabel

MS kabel

batterij

gestuurde boring

PCS (power Control Systeem

T

trafo

trafo batterijopslag

i

inkoopstation

ca. 2.6

boorzinkers

5°47'2.47"O

DEFINITIEF ONTWERP B. Schulte A0 Z.T.

Schaal Datum

1:1000 27/10/2022

aangepaste datum

pcs ca. 6.1

plattegrond batterij-unit

batterij

pcs

Getekend

PROFINRG B.V Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM Utrecht tel: 030-265 8512

Project nummer

tekening nummer

18-030

F04

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Bijlage 2 Plangebied binnen zonnepark

6

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)

Renvooi kavelgrenzen afrastering gaashekwerk werkpaden / schouwzone watergang toegangspoort pv panelen (vergund) pv panelen (aangepaste vergunning) pv panelen (Pure energie) pv veld watergang A status schouwzone minimaal 4 meter watergang B status schouwzone minimaal 1 meter watergang C status schouwzone minimaal 1 meter wegen spoorweg vrijezone hoogspanningsnetwerk batterij

gestuurde boring

PCS (power Control Systeem

T

trafo

trafo batterijopslag

i

inkoopstation

T5

Pv tafels 2x3 panelen portret hellingshoek 10 graden hoogte ca. 2,0m1 tussenpaden ca. 1,7m1

MS kabel

13

.6

O F A R T T BA

S C P / T A

PCS: Power Controle System

1.7

PCS

13.5

B

6.3

g

in d r a h r e halfv

+ X AU MV

13.5 7.0

trafo

2.5

halfverharding batterij zone

5.0 tijdelijke compound area

compound area perceelsgrens watergang type B

plattegrond BESS schaal 1:100

3e controle

g n i d r a h r halfve

type C

type A

1 5

batterijopstelling aangepast + toevoegen storage containers

Batterijen

e g a r Sto e g a r Sto

omschrijving

MS kabel

10

20

30

40

50

omschrijving en adres van het werk

Zonnepark Overbetuwe coördinaten

51°54'7.77"N onderwerp

5°47'2.47"O

Onderdeel

FRAGMENT 4

Zonnepark Overbetuwe layout + doorsneden

fase Akkoord Formaat Getekend

DEFINITIEF ONTWERP B. Schulte A0 Z.T.

Schaal Datum

1:1000 27/10/2022

aangepaste datum Getekend

03-07-2023

e g a r Sto e g a r Sto

compound area , puin opruimen na de bouwfase. op de onderhoudspaden na

gewijzigd

B

O F A R T T A

13.5

4.0

O F A R T T BA

1.1

BA

O F A T TR

PROFINRG B.V Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM Utrecht tel: 030-265 8512

Project nummer

18-030

tekening nummer

BESS 1

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Bijlage 3 Navolging PGS 37-1

8

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)

Maatregelen waarmee Zuidbroek Energie’s energieopslagsysteem voldoet aan PGS 37-1 Introductie PGS 37-1 is een PGS-richtlijn met als doel het vastleggen met welke maatregelen de risico’s van lithium-houdende energieopslagsystemen te beheersen zijn. Deze PGSrichtlijn geeft een nadere uitwerking van wettelijke voorschriften op grond van de Omgevingswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio’s. Zuidbroek Energie is voornemens om een energieopslagsysteem (BESS) te plaatsen in het zonnepark van Zuidbroek Energie. Het voorgenomen project wordt volgens PGS 37-1 gekwalificeerd als een energieopslagpark. In dit document zullen ‘BESS’ en ‘energieopslagpark’ worden gebruikt als uitwisselbare termen. In dit document wordt beschreven hoe het voorgenomen project voldoet aan de PGS 37-1 middels de genomen veiligheidsmaatregelen. Basisveiligheid Zuidbroek Energie neemt alle relevante basismaatregelen om ervoor te zorgen dat risico’s worden geminimaliseerd. De belangrijkste maatregel is de keuze voor een lithiumijzerfosfaat BESS (LFP). In PGS 37-1 wordt een LFP BESS gedefinieerd als ‘inherent veilig’ vanwege het minimale risico op een thermal runaway. Het risico is daarmee kleiner dan wanneer andersoortige lithium-batterijen gebruikt zouden worden, zoals NMC batterijen die tot op heden vaak gebruikt zijn in energieopslagsystemen en elektrische voertuigen.

LFP en NMC batterijen onderscheiden zich door de gebruikte materialen in de batterij. De BESS zal ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden worden door ProfiNRG. ProfiNRG is een leidende bouwer en O&M partij voor grootschalige zonne-energie installaties in Nederland. ProfiNRG zal optreden als system integrator waarbij zij gebruik zullen maken van de kennis en ervaring van technology providers met diverse referenties zoals Gotion of Huawei. Bovendien zal het ontwerp voor het energieopslagsysteem worden getoetst door een onafhankelijk technisch adviseur (zoals Encon of DNV GL). Al deze keuzes zullen ertoe leiden dat het BESS de relevante wet- en regelgeving volgt, best practices volgt, good housekeeping plaatsvindt en dat goed vakmanschap wordt afgeleverd. Ontwerp en constructie Om het ontwerp van de BESS te toetsen aan relevante veiligheidseisen zoals overstroom- en kortsluitbeveiliging voldoet de BESS in ieder geval aan de volgende normeringen:

Zuidbroek Energie B.V. Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM UTRECHT www.sunvest.nl info@sunvest.nl 030 2658512 (optie 4)

-

Cell: UL1973- Appendix E, UL9540A, UN38.3 Pack: UL1973, UL9540A, UN38.3 Rack: UL1973, UL9540A Container: UL9540, NFPA855, IP54 PCS: UL1741, IEEE1547

UL1973 en UL 9540(A) vertonen hierin sterke gelijkenissen met NEN-EN-IEC 62619 en IEC 62933-5-2. Daarnaast zal voorafgaand aan installatie een compliance check worden gedaan met de volgende normeringen: -

Requirements for Generators NEN 1010 (low voltage directive) EMC Directive IEC 61000 NEN 4288 (operationele veiligheid batterijen) UN 38.3 PGS 37

De omgeving van de voorgenomen locatie is wat lager gelegen waardoor een natte ondergrond één van de voornaamste projectrisico’s is. Om het risico op instromend water te minimaliseren wordt de BESS op of boven maaiveld geplaatst. Omdat het BESS zal worden geplaatst in een zonnepark en het zonnepark is afgesloten middels een hekwerk, is het BESS afgesloten voor onbevoegden. Het zonnepark wordt reeds beveiligd met een camerasysteem met doormelding. De onderlinge afstand tussen de containers bedraagt 2.5m of meer. De afstand van BESS tot aan de naastgelegen zonnepanelen bedraagt minder dan 5m. Hoewel in de behuizing van de BESS geen bijzondere brandwerende maatregelen zijn genomen, zijn er desondanks diverse maatregelen genomen om het risico op brandoverslag te minimaliseren. Zo kan door de keuze voor LFP batterijen de BESS worden beschouwd als inherent veilig volgens PGS 37-1, in tegenstelling tot de meeste andere lithium BESS varianten. In de praktijk betekent dit dat de batterijcellen niet spontaan kunnen ontbranden (door bijvoorbeeld kortsluiting of overladen) maar dat hiervoor een externe invloed nodig is. Daarnaast bevat de BESS temperatuursensoren, vlamdetectiesysteem en gasdetectie (o.a.

CO en H2) waarna het BESS automatisch spanningsloos wordt geschakeld én wordt continu gecontroleerd of het BESS zich binnen de gebruikelijke parameters (spanning, frequentie, reactie op commando’s). Tevens bevat de BESS een gasblussysteem op basis van heptafluoropropane welke automatisch wordt geactiveerd. Deze systemen kunnen middels een UPS ook functioneren als de netspanning wegvalt. Ook zijn de batterijracks gescheiden van de omvormers en transformatoren en kan de BESS via de buitenzijde benaderd worden waardoor het niet nodig is (en zelfs niet mogelijk is) de BESS te betreden. De afstand tussen de containers met batterijen en de omvormers bedraagt ca. 2.5m. Ten laatste hebben de gekozen zonnepanelen als eigenschap dat deze de brand niet verder verspreiden.

In het geval dat een storing in een batterijcel leidt tot een hogere druk in de batterijcel dan zal deze het elektrolyt afblazen via een overdrukventiel in de batterijcel. Als dit leidt tot een hogere druk in de container dan wordt het elektrolyt afgeblazen via een overdrukventiel in de container. Gebruik van het BESS ProfiNRG zal optreden als O&M partij en installatieverantwoordelijke van het BESS. De BESS zal in de bestaande O&M processen voor zonneparken worden ingevoegd zodat tijdig kan worden gereageerd op incidenten. Omdat het BESS zal worden gebruikt voor handel op de energiemarkten zal tevens de aggregator (handelspartij) het BESS continu monitoren. Het ESS is dus op afstand uit te schakelen indien dit noodzakelijk blijkt. Onderhoud ProfiNRG zal het BESS onderhouden conform de onderhoudshandleiding van de technologieleverancier. Hierin zijn minimaal inbegrepen de batterijen, elektrische installatie, ventilatiesysteem, brandblusinstallatie. Tevens zal bijzondere aandacht worden gegeven aan componenten die opvallen bij een visuele inspectie. Het onderhoud zal gebeuren conform PGS 37-1. Bijlagen -

Productflyer Huawei Productflyer Gotion Material Safety Data Sheet Gotion

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe

Bijlage 4 Advies Natuurwaarden

12

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)

Ad vi e s n atu u r w aa rd en Z on n ep ar k Ov erb etu w e

D EF IN I TI EF

Ad vi e s n atu u r w aa rd en Z on n ep ar k Ov erb etu w e

D EF IN I TI EF

Inhoud

Rapport en bijlagen

13 november 2018 Projectnummer 708.02.50.00.00

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Doel van het advies

3

1.3

Informatie

3

1.4

Opzet van het rapport

3

Situatieschets en plannen

4

2.1

Ligging en huidige situatie

4

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

7

Gebiedsbescherming

10

3.1

Wet natuurbescherming

10

3.2

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

11

Soortenbescherming

14

4.1

Planten

15

4.2

Zoogdieren - vleermuizen

16

4.3

Zoogdieren – overige

17

4.4

Vogels

19

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

20

4.6

Ongewervelden

23

Conclusie en consequenties

24

5.1

Beschermde gebieden

24

5.2

Beschermde soorten

24

5.3

Uitvoerbaarheid

24

Bronnen

26

6.1

Veldbezoek

26

6.2

Bronnen

26

Bijlagen

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Er is een initiatief van Zonnepark Overbetuwe om een zonnepark aan te leggen op gronden gelegen tussen de A15 en de Betuwelijn, tussen ruwweg knooppunt Valburg en knooppunt Ressen, in de gemeente Overbetuwe. In het kader van de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan en het aanvragen van een omgevingsvergunning voor dit plan is onder andere ecologisch onderzoek nodig. Dit advies bevat de resultaten van dit onderzoek.

1.2

Doel van het advies

Voorliggend advies natuurwaarden behandelt de ecologische beoordeling van de genoemde plannen. De effecten op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb), het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid en de daaraan gekoppelde provinciale verordening.

1.3

Informatie

De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op: -

bestaande bronnen, zoals databanken, verspreidingsatlassen, waarnemingsoverzichten, rapporten en websites;

-

verkennend veldbezoek waarbij vooral is gekeken naar kritische en/of beschermde soorten, zowel wat betreft aanwezigheid van als wat betreft potenties voor deze soorten.

1.4

Opzet van het rapport

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. De mogelijke effecten van deze plannen op beschermde natuurgebieden worden in hoofdstuk 3 beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming en het provinciale natuurbeleid. Op basis van bekende verspreidingsgegevens en het veldbezoek worden de mogelijke effecten van de toekomstige plannen op, in het kader van de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna bepaald (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 ‘Conclusie en consequenties’ wordt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gegeven.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

3

2

Situatieschets en plannen 2.1

Ligging en huidige situatie

Het plangebied betreft gronden gelegen tussen de A15 en de Betuwelijn, van circa 0,6 km ten westen van knooppunt Valburg tot het knooppunt Ressen. De totale lengte van het plangebied betreft circa 7,3 km, de breedte varieert tussen 0,1 en 0,3 km. Het gebied heeft een totale oppervlakte van circa 80 hectare. In het gebied zijn 12 verschillende grondeigenaren. Het gebied bestaat in hoofdzaak uit agrarisch gebied met akkers en grasland. Op de akkers wordt graan, mais en suikerbiet geteeld. Er liggen tevens enkele percelen met natuur (bos met gras- en ruigteranden) die behouden blijven. Verder is er een perceel met een bomenweide (verspreid staande iepen in grasland), en twee percelen met heuvels van kleigrond met grasland. Verspreid liggen enkele sloten dwars door het plangebied. In de lengterichting loopt een weg door een groot deel van het plangebied (de Hoge Brugstraat), die geen deel uitmaakt van het plangebied. Ook doorkruisen een aantal wegen het plangebied in noord-zuidrichting. Bebouwing ontbreekt in het plangebied, op een vervallen schuur na. De noordzijde wordt begrensd door de Betuwelijn en een watergang hierlangs. De zuidzijde wordt begrensd door de snelweg A15, met een watergang en brede berm erlangs. Door het hele plangebied loopt in oost-westrichting een bovengrondse hoogspanningsleiding, en tevens een aftakking naar het zuiden in deelgebied 4.

Hieronder volgt een beschrijving per deelgebied: Deelgebied 1, punt grenzend aan noordwestzijde knooppunt Valburg Het betreft grasland dat wordt beweid met schapen. Dit deel is omgeven door brede sloten die in stand blijven, tevens liggen er twee sloten van circa 5 m breed binnen dit deelgebied. In het grasland liggen tevens zuidwest-noordoost lopende greppels, de grond tussen de greppels loopt geleidelijk op (opbollend). Aan de oostrand net buiten het plangebied staat een groep populieren, aan de westzijde bevindt zich een jong bos met brede ruigterand. Deelgebied 2, kleibulten bij Tielsestraat Direct ten oosten en westen van de Tielsestraat, die op een hoog talud en viaduct dwars over het plangebied loopt, liggen tot circa 6 m hoge, onregelmatige heuvels van kleigrond. De heuvels zijn begroeid met kort gras en worden begraasd door schapen. Scheef door het deel ten westen van de Tielsestraat staat een bomenrij van Italiaanse populieren. Weer iets westelijker loopt een brede sloot met moeraszone dwars op de spoorlijn. Ten westen hiervan ligt een vlak stuk ruig grasland, dat via een brug bereikbaar is maar kennelijk veel extensiever wordt begraasd.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

4

Deelgebied 3, agrarisch gebied rond de Eimersche Pijp Dit betreft een wat breder deel van het plangebied met akkers, waar drie sloten dwars doorheen lopen. De middelste is een A-watergang en is breder en bevat water, de twee andere zijn Bwatergangen en stonden droog ten tijde van het veldbezoek. Deelgebied 4, natuurzone rond Zwarte Weg Dit deelgebied bestaat uit een aantal natuurelementen met wat agrarische grond. De Hoge Brugstraat maakt hier een boog door het plangebied. Aan de noordzijde hiervan ligt een akker, en in de hoek met de Zwarte Weg tevens een poel. Ten zuiden van de Hoge Brugstraat ligt meest westelijk, grenzend aan de A15, het erf van een voormalige boerderij, dat is ingericht als cultuurmonument met behoud van oude bomen die vroeger rond de boerderij stonden en een recent aangeplante gedenkboom (koningslinde). Verder ligt er een poel en wat bloemrijke ruigte. Er is geen bebouwing meer aanwezig. Hieraan grenst een recent aangeplant bos, met hierbinnen ook een strook kruidenrijk gras. Oostelijk hiervan wordt het deelgebied doorsneden door twee hoogspanningsleidingen. Onder deze leidingen liggen brede stroken gras die worden begraasd. In de vork tussen de twee leidingen ligt een stuk gras dat is ingeplant met verspreid staande iepen, en dit vormt zo een bomenweide. Ten noorden hiervan, tussen hoogspanningsleiding en weg, ligt nog een stuk recent aangeplant bos.

Deelgebied 5, agrarisch gebied bij Reeth Dit deelgebied is volledig in agrarisch gebruik, voornamelijk akkerbouw. Er lopen 3 waterhoudende dwarssloten in noord-zuidrichting doorheen, de middelste loopt onder een hoogspanningsmast door. Op het meest oostelijke perceel staat een vervallen schuurtje met gaten in de gevels. Deelgebied 6, agrarisch gebied oostelijk van Rijksweg Zuid bij Elst Dit deelgebied is volledig in agrarisch gebruik, voornamelijk akkerbouw. Er lopen 3 waterhoudende dwarssloten in noord-zuidrichting doorheen, en in het oostelijk deel ook een sloot in oostwestrichting. Bebouwing en houtige beplanting zijn niet aanwezig. Langs het meest oostelijke deel staat langs de A15, buiten het plangebied een boomsingel met hoge essen. Deelgebied 7, agrarisch gebied Wolfshoeksestraat bij knooppunt Ressen Dit deelgebied wordt aan zowel zuid- als westzijde wordt begrensd door een spoorlijn, en aan de noord -en oostzijde zijde door snelwegknooppunt Ressen. Het is voor het grootste deel in gebruik voor akkerbouw (in 2018 mais), in de oostelijke punt bevindt zich een aantal kleine weidepercelen waar paarden worden geweid. De Wolfshoeksestraat en Bouwlustlaan lopen met enkele haakse bochten dwarsdoor dit deelgebied, aan weerszijden ervan liggen smalle sloten. Langs de noodrand tussen weiden en spoorlijn bevindt zich een bomenrij met populieren.

Langs de gehele zuidrand ligt een brede bomensingel langs de snelweg, net buiten het plangebied.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

5

Figuur 1. Ligging plangebied en indeling in deelgebieden. Links op de kaart knooppunt Valburg van A50 en A15, uiterst rechts knooppunt Ressen

Deelgebied 1 en 2

Deelgebied 3 en 4

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

6

Deelgebied 5 en 6

Deelgebied 7 Figuur 2. Impressie van het plangebied

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een zonnepark op 54 tot 66 ha binnen het plangebied. Met enkele grondeigenaren vindt nog overleg plaats of zij willen deelnemen in het project. Het totale conceptinrichtingsplan met locaties van zonnevelden, is weergegeven in figuur 3. De zonnepanelen komen uitsluitend op agrarische percelen, inclusief de met gras begroeide heuvels in deelgebied 2. Bij de bouw van het zonnepark wordt een metalen ondersteuningsconstructie geplaatst waarvan de poten 1 tot 2 m in de grond worden geheid. Ook worden enkele transformatoren en ondergrondse elektriciteitskabels aangelegd. Tussen rijen zonnepanelen blijven grasstroken aanwezig. Bij de aanleg worden de aanwezige sloten in stand gehouden, alleen in deelgebied 1 wordt overwogen een sloot te dempen. Het beheer bestaat uit extensieve controle van het functioneren van de zonnepanelen en maaien of beweiden van de grasstroken.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

7

Figuur 3. Landschappelijk inrichtingsplan

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

8

Op enkele percelen zijn extra ingrepen nodig: -

De grondheuvels in deelgebied 2 worden afgegraven, aan de noordrand wordt een grondwal gehandhaafd.

-

In deelgebied 1 wordt een 80 m lange sloot tussen de graspercelen gedempt en gecompenseerd door aanleg van natuurvriendelijke oevers verspreid in het hele plangebied. Deze sloot wordt alleen gedempt als duidelijk is dat geen nadelige effecten op beschermde soorten optreden, zo nodig door nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van beschermde soorten uit te voeren.

Om het zonnepark landschappelijk in te passen en de natuurwaarde te versterken is tevens voorzien in de volgende elementen: -

Bomenrij langs noordrand.

-

Plasdrasoevers langs watergangen.

-

Plaatselijk struweel en knotwilgen.

-

Kruideneilanden rond hoogspanningsmasten met bijenhotels.

-

Graskruidenstroken onder hoogspanningsleiding.

-

Kruidenranden langs de noordrand van het plangebied.

-

Bijenwal op de grondwal in deelgebied 2.

Alle werkzaamheden zullen worden uitgevoerd in perioden dat geen beschermde dieren in hun rustof voortplantingsperiode worden gestoord. In Hoofdstuk 4.4 en 4.5 wordt dit nader toegelicht.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

9

3

Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming, de Provinciale Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening.

3.1

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Inventarisatie Het plangebied ligt niet in een in het kader van de Wnb beschermd gebied. Wel ligt het plangebied nabij het Natura 2000-gebied Rijntakken, op ongeveer 1,7 km ten zuiden van het plangebied. Daarnaast ligt op circa 7 km ten noorden van het plangebied het Natura 2000-gebied Veluwe (zie figuur 4). In de aanwijzingsbesluiten zijn de begrenzing en de instandhoudingsdoelen opgenomen.

Figuur 4. Ligging plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en omringende GNN

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

10

Effectbeoordeling Voor een overzicht van mogelijke verstoringsfactoren op het Natura 2000-gebied Rijntakken als gevolg van de activiteit is de Effectenindicator van het Ministerie van Economische Zaken geraadpleegd. De effectenindicator is een hulpmiddel bij de toetsing op grond van de Wnb en geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. De resultaten zijn per gebied te raadplegen. Mogelijke effecten van storingsfactoren op basis van de planontwikkeling worden in beeld gebracht. Doordat de geplande ontwikkeling ver buiten het Natura 2000-gebied ligt, heeft het geen invloed op een groot aantal factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, mechanische effecten, toename van licht, geluid en optische verstoring, of populatiedynamiek. Ook zijn geen aanpassingen van waterhuishouding nodig, en worden geen verontreinigende stoffen uitgescheiden. Daardoor zijn effecten op alle water gerelateerde factoren zoals verontreiniging, verdroging en vernatting uit te sluiten. Uitstoot van stikstof (NH3 en NOx) vindt in de beheerfase niet plaats. Tijdens de aanlegfase zullen wat verkeersbewegingen plaatsvinden voor transport van materialen (zonnepanelen en stellages) en medewerkers, en lichte graafwerkzaamheden.

De depositie van stikstof ten gevolge van de aanleg van het zonnepark is berekend met het programmapakket Aerius. Hierbij is uitgegaan van een aanlegperiode van 2 jaar (bijlage 3). De berekening met Aerius genereert een “leeg” rapport, waarin wordt geconstateerd dat er geen natuurgebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,05 mol/ha/jaar. De projectbijdrage op het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied, Rijntakken, bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. De effecten van stikstofdepositie zijn derhalve nihil. Samengevat treden geen negatieve effecten op ten aanzien van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden.

3.2

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de provincie Gelderland wordt het NNN Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid).

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

11

Groene ontwikkelingszone Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. In gebieden die zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone

worden

geen

grootschalige

ontwikkelingen

mogelijk

gemaakt,

maar

kleinschalige

ontwikkelingen die niet leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied zijn wel toegestaan.

Figuur 5. Ligging van het plangebied (tussen oost-west lopende snelweg en spoorlijn) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (GNN, donkergroen) en de Groen Ontwikkelingszone (lichtgroen) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Inventarisatie Het plangebied ligt grotendeels buiten gronden die in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid zijn aangewezen als GNN (zie figuur 5). Alleen in deelgebied 4 liggen enkele kleine gebieden die deel uitmaken van het GNN. Dit betreft van west naar oost een oude boerderijplaats met bomen, poel en kruidenrijk grasland, een jong bos met strook kruidenrijk gras ertussen, een bomenweide van jonge iepen en nog een stuk jong bos. Verder grenst deelgebied 1 aan de westkant aan een klein GNN-gebied. Dit betreft een stuk jong bos met ruigteranden en sloten. Ook ligt GNN-gebied circa 0,2 km ten oosten van deelgebied 8 (omgeving Ressen, gescheiden door de A325). Grotere GNN-gebieden liggen op circa 1 km ten noorden van het plangebied (omgeving Homoet) en 2 km ten zuiden van het plangebied (landgoed Loenen). Er bevindt zich geen aanduiding Groene Ontwikkelingszone binnen het plangebied. Effectbeoordeling De gronden binnen het plangebied die zijn aangewezen als GNN worden in zijn geheel in stand gehouden, hier vindt geen aanleg van zonnepanelen plaats. Effecten van de ontwikkeling van zonnevelden op natuurwaarden in de naastliggende delen van het GNN zijn zeer gering, of na aanleg mogelijk zelfs positief. Voor de aanleg van de zonnevelden is aanvoer van materialen nodig en lichte machines. De verstoring hierdoor is verwaarloosbaar ten opzich-

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

12

te van geluid van de snelweg en spoorlijn rond deze terreinen. Als de zonnevelden zijn ingericht is er sprake van extensief beheer, zonder bemesting en zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tevens worden langs aanwezige dwarssloten natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Dit biedt betere leefomstandigheden voor kruiden, insecten en amfibieën dan het huidige gebruik, en dit kan ook de natuurwaarde in het Gelders Natuurnetwerk versterken. De conclusie is dat realisatie van het zonnepark geen negatief effect heeft op GNN of GO.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

13

4

Soortenbescherming Wet- en regelgeving Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -

-

Strikt beschermde soorten: -

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

-

soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).

Overige beschermde soorten: -

nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).

Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen is beschermd. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen voor deze soorten vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen.

De provincie Gelderland heeft in haar Verordening natuurbescherming’ opgenomen dat voor in totaal 24 soorten een vrijstelling geldt van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Een overzicht van deze soorten is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. Bronnen Geraadpleegde databanken, websites en rapporten zijn in de bronnenlijst opgenomen. Op 14 augustus 2018 is het uitvoerportaal ‘quickscanhulp.nl’ van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd (zie bijlage 2). Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen alleen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

14

Veldbezoek Het plangebied is op 16 augustus 2018 bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna (zie ook paragraaf 6.1). Beschrijving resultaten Op basis van de verzamelde informatie middels bronnen- en veldonderzoek, bekende ecologische principes en expert judgement volgt in het navolgende per soortengroep een beschrijving van de (te verwachten) effecten van de ruimtelijke ingreep op beschermde soorten. Indien het nemen van vervolgstappen (zoals aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is, wordt dit eveneens vermeld.

4.1

Planten

Inventarisatie Het grootste deel van het plangebied waar het plan in nieuwe activiteiten voorziet is agrarisch gebied met voornamelijk intensief gebruikte akkers (in 2018 graan, maïs, suikerbiet) en enkel percelen grasland. In de akkerranden komen een aantal algemene akkerkruiden voor zoals duist, kweek, haagwinde, echte kamille en akkerdistel. In graslanden domineren grassen zoals Engels raaigras, ruw beemdgras, met slechts sporadisch kruiden zoals paardenbloem of ridderzuring. Deze soorten duiden in zowel akkers als graslanden op zeer voedselrijke omstandigheden. In deelgebied 2 zijn in het verleden bij de aanleg van de Betuwelijn heuvels tot circa 6 m hoog aangelegd. De heuvels zijn met gras begroeid en worden vrij intensief begraasd door schapen. De begroeiing is hier kort en wat soortenrijker dan het overige grasland, met af ten toe kruiden zoals kruipende boterbloem, gewoon biggenkruid, en speerdistel. Het meest westelijke perceel van dit deelgebied wordt eveneens door schapen begraasd maar veel extensiever. Hier bestaat de vegetatie uit ruig grasland met veel glanshaver en gestreepte witbol. Ook in dit deelgebied duidt de vegetatie op voedselrijke omstandigheden, maar dit deelgebied is wel soortenrijker dan in de andere deelgebieden.

Verspreid in het gehele plangebied ligt een aantal sloten, meestal korte sloten in noord-zuidrichting, en tevens een sloot langs de gehele zuidrand, als begrenzing met de A15. De sloten variëren in breedte van 1 tot 5 m. De smalle zijn ondiep, maar de meeste zijn wel waterhoudend. De bredere sloten zijn tevens dieper, tot circa 1 m. Er is een schaarse flora van waterplanten zoals waterpest en kikkerbeet aanwezig. De waterranden en taluds zijn wel rijk begroeid. Hier domineren meestal grasachtigen en helofyten zoals liesgras, riet, grote lisdodde en grote en kleine egelskop. In kleinere aantallen komen diverse kruiden voor, zoals harig wilgenroosje, grote kattenstaart en akkerdistel. Af en toe komen typische soorten van het rivierengebied voor, zoals heelblaadjes, grote klit, echt bitterkruid, heen en zeegroene rus. Het zijn alle planten die duiden op zeer voedselrijke omstandigheden. Tijdens het veldbezoek zijn geen op basis van de Wnb beschermde plantensoorten aangetroffen.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

15

De uit de omgeving bekende beschermde planten (Quickscanhulp.nl) zijn een aantal zeldzame akkerkruiden die alleen op extensief gebruikte akkers (lagere bemesting en minder onkruidbestrijding) voorkomen. De lokale omstandigheden zijn niet geschikt als groeiplaats voor deze soorten. Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en te verwachten. Het nemen van vervolgstappen voor in het kader van de Wnb beschermde planten is in voorliggende situatie niet nodig.

4.2

Zoogdieren - vleermuizen

Inventarisatie Er zijn zes op basis van de Wnb beschermde grondgebonden vleermuissoorten bekend in de naaste omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl), en nog enkele soorten in de wijdere omgeving. Het enige gebouw in het plangebied is een vervallen schuur in deelgebied 6. Door de grote gaten is er geen geschikt microklimaat en is deze schuur ongeschikt is als verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen. Binnen grote delen van het plangebied zijn geheel geen bomen aanwezig, behalve in deelgebieden 2 en 4. In deelgebied 2 staan Italiaanse populieren die door de dichte zijtakken niet geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. In deelgebied 4 is veel jonge aanplant aanwezig, en tevens staan daar op het oude erf enkele dikkere bomen. Ook deze bomen hebben geen zichtbare holtes, spleten of loszittende stukken schors die als verblijfplaats van vleermuizen kunnen dienen. Het plangebied kan onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen. Met name bredere sloten (in vrijwel gehele plangebied langs de zuidrand, en sloten in deelgebied 1) en langs bosranden en bomenranden (deelgebieden 2 en 4) zijn hiervoor geschikt. De zuidrand is veel minder geschikt vanwege het drukke autoverkeer met veel licht van autolampen, behalve als er een dichte bomenrand langs ligt, zoals bij delen van deelgebied 3 en 7.

De akkers en graslanden zelf, en ook de noordzuid verlopende dwarssloten zijn weinig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Als vliegroute is de noordrand langs sloot lang de Betuwelijn geschikt, en hierop aansluitend ook de Hoge brugstraat met bomenlaan in deelgebied 4, en de heuvels in deelgebied 2. Effectbeoordeling Bij de inrichting van het plangebied gaat geen verblijfplaats of essentiële vliegroute van vleermuizen verloren. Het plangebied verandert wel als foerageergebied voor vleermuizen, maar gaat niet verloren. Hiervoor zijn vooral de randen met sloten, bermen en bomen van belang, en deze blijven vrijwel alle behouden in de planontwikkeling. Eén watergang in deelgebied 1 wordt vergraven. Deze watergangen zijn met name geschikt voor vleermuizen die in open gebieden kunnen foerageren, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Voor deze soorten blijft binnen het plange-

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

16

bied geschikt leefgebied aanwezig en bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. De inrichting van de agrarische percelen met zonnepanelen en het beheer als zonneveld heeft geen verstorende invloed op de voor vleermuizen waardevolle randen. Na de realisatie van het zonnepark zal de ecologische waarde van de watergangen en de nu nog agrarische percelen juist toenemen vanwege het extensievere gebruik van de percelen tussen de watergangen. Derhalve gaat geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen verloren en kan een negatief effect ten aanzien van vleermuizen worden uitgesloten.

4.3

Zoogdieren – overige

Inventarisatie Er zijn 16 op basis van de Wnb beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bekend in de omgeving van het plangebied (zie Quickscanhulp bijlage 2). Voor 11 van deze soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De vijf niet-vrijgestelde soorten betreffen boommarter, steenmarter, das, damhert en bever. Voor twee soorten die bekend zijn in de omgeving vervalt per 1 januari 2019 waarschijnlijk de vrijstelling van de verbodsartikelen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dit betreft wezel en bunzing. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen, en ook geen verblijfplaatsen of sporen zoals uitwerpselen, dassenwissels of vraatsporen van bever. Binnen het plangebied zijn geen voor boommarter geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Het plangebied is als foerageergebied weinig geschikt voor deze soort omdat er vrijwel geen grotere bomen zijn en er ook weinig bos in de wijdere omgeving is. Bij de vervallen schuur in deelgebied 5 zijn geen sporen van steenmarter aangetroffen, Andere geschikte verblijfplaatsen voor steenmarter ontbreken. Vooral ruiger begroeide delen in deelgebieden 1 en 2 en de natuurelementen in deelgebied 4 zijn geschikt als foerageergebied, in de overige gebieden is hooguit incidenteel een steenmarter of das te verwachten.

Das wordt volgens Staatsbosbeheer pas recent, sinds 2017, in de in omgeving Nijmegen ten noorden van de Waal, in de In Bemmelse Waard en Gendtse polder, waargenomen (Gelderlander, 2017). Verblijfplaatsen van das zijn niet aangetroffen en zijn hier ook niet bekend bij Geldersch Landschap, dat de bosachtige en ruigere terreindelen in deelgebieden 2 en 4 beheert. Voor bever ontbreekt geschikt biotoop met grotere wateren en bomen op de oevers. De waarneming van damhert zal uit gevangenschap ontsnapte dieren betreffen, aangezien geen wilde populatie tussen de grote rivieren bekend is. Bunzing en wezel hebben een voorkeur voor structuurrijk kleinschalig landschap met voldoende dekking in ruigtes of houtelementen. Verblijfplaatsen zijn bestaande gaten en holten, zoals mollen-

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

17

nesten, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen (RUD Noord-Holland, 2018). Tijdens het veldbezoek zijn deze dieren niet waargenomen en zijn ook geen sporen of verblijfplaatsen aangetroffen op de locaties waar de ontwikkelingen zijn voorgenomen. De natuurterreinen binnen het plangebied zijn geschikt als leefgebied voor wezel en bunzing, en ook voor verblijfplaatsen voor langere perioden. Het agrarisch gebied is door het intensieve gebruik en met name in het winterhalfjaar ook door openheid, hooguit matig geschikt als foerageergebied met name in de slootkanten. Uit de omgeving van het plangebied zijn ook een aantal algemene grondgebonden zoogdieren bekend. Voor een aantal van deze algemenere soorten is in het onderzoeksgebied geschikt leefgebied aanwezig. Het gaat om soorten als veldmuis, huisspitmuis, haas, vos en egel. Voor deze te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Gelderland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep grondgebonden zoogdieren ontstaan. In het plangebied zelf zijn geen beschermde nietvrijgestelde soorten aangetroffen of te verwachten, behoudens een incidenteel bezoek door steenmarter.

Het plangebied zal geschikt blijven als foerageergebied van deze soort en bovendien is in de omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief hoogwaardig leefgebied aanwezig. Er zijn geen verblijfplaatsen van das in het gebied bekend. Gezien de geïsoleerde ligging tussen snelweg en spoorlijn is regelmatig gebruik van het plangebied als foerageergebied uit te sluiten. Voor wezel en hermelijn blijven de leefgebieden van goede kwaliteit, de natuurterreinen binnen het plangebied, behouden. Het agrarisch gebied is door het intensieve gebruik en met name in het winterhalfjaar ook door openheid, niet geschikt als permanent leefgebied voor deze soorten. Wel kan wezel of bunzing vanuit de natuurelementen af en toe voedsel komen zoeken, met name in de slootkanten. Door voorafgaand aan werkzaamheden de begroeiing kort te maaien, wordt de locatie van werkzaamheden onaantrekkelijk gemaakt en zijn werkzaamheden zonder negatief effect op wezel en bunzing uit te voeren. Bij de voorgenomen ontwikkeling ontstaat hoogwaardiger foerageergebied door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, struweel, kruidenranden en bloemrijk grasland (zie figuur 3). Dus na de inrichting van het gebied neemt de waarde voor deze soorten juist toe. Op basis hiervan is de conclusie dat negatieve effecten ten aanzien van grondbewonende zoogdiersoorten kan worden uitgesloten.

Verder kunnen als gevolg van het plan enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

18

4.4

Vogels

Inventarisatie VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Uit de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende vogelsoorten bekend waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn (Quickscanhulp, bijlage 2) en ook uit een verder verleden (Bureau Waardenburg, 2008). Een aantal van deze soorten hebben nesten in gebouwen, zoals huismus, steenuil en gierzwaluw. In het vervallen schuurtje in deelgebied 5 zijn geen nesten aangetroffen, en verdere bebouwing ontbreekt in het plangebied. Soorten die nestelen in gebouwen kunnen worden uitgesloten. De bomen zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op nestholten en nesten. Er zijn geen nesten of geschikte nestplaatsen aangetroffen voor soorten met jaarrond beschermde nesten zoals buizerd, ransuil of boomvalk. Tijdens het veldbezoek zijn havik, buizerd en boomvalk waargenomen, jagend, en de havik rustend op de spoorlijn langs het plangebied. Het plangebied maakt waarschijnlijk deel uit van het foerageergebied van een aantal soorten roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten. Naast de waargenomen soorten kan dit bijvoorbeeld ook de steenuil betreffen, waarvan broedterritoria bekend zijn in het gebied rond de Mellardsestraat (Loo Plan, 2015), circa 400 m ten noorden van deelgebied 2. Het meest geschikt zijn de natuurelementen in deelgebied 4, de heuvels en ruigere hoek in deelgebied 2.

De overige gebieden zijn hooguit matig geschikt voor deze soorten. In de omgeving van het plangebied is in ruime mate alternatief en hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Uit de omgeving is ook de roek bekend. Nestplaatsen zijn in of direct grenzend aan het plangebied niet aangetroffen. Mogelijk maakt het gebied wel deel uit van foerageergebied van roeken die op iets grotere afstand broeden. Roeken kunnen foerageren tot 5 km van de broedplaats (Kennis-document Roek, BIJ12 2017c). OVERIGE SOORTEN In de watergangen verspreid in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek meerkoet, kuifeend en wilde eend aangetroffen en deze kunnen hier ook tot broeden komen. De agrarische percelen zijn door het intensieve gebruik weinig geschikt als broedbiotoop, maar enkele algemene vogels zoals kievit of graspieper komen hier mogelijk tot broeden. De opgaande begroeiing in deelgebieden 2 en 4 vormt broedgebied voor algemene broedvogels zoals roodborst, winterkoning, houtduif en tjiftjaf. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vogels ontstaan. Als gevolg van de ontwikkeling gaan geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Het plangebied verandert als foerageergebied voor soorten als steenuil, havik, buizerd of boomvalk, maar zal niet verslechteren maar juist verbeteren.

De huidige akkers en graslanden worden intensief gebruikt en zijn matig geschikt als foerageergebied voor

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

19

bijvoorbeeld buizerd en steenuil. Bij de voorgenomen ontwikkeling ontstaat hoogwaardig foerageergebied door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, struweel, kruidenranden en bloemrijk grasland (zie figuur 3). Daarnaast worden de grasstroken tussen de rijen zonnepanelen en onder de draden van de hoogspanningsleiding extensief beheerd en blijven geschikt als foerageergebied. Voor roek geldt dat het plangebied hooguit een klein deel van het foerageergebied kan uitmaken, gezien de smalle strook die het plangebied vormt en de aanwezigheid van veel potentieel foerageergebied direct ten noorden en zuiden van het plangebied. Essentieel foerageergebied van deze soort gaat niet verloren als gevolg van het plan. Door de ontwikkeling verandert het broed- en foerageergebied voor overige vogelsoorten. Voor veel algemene soorten zal het plangebied ook in de nieuwe situatie geschikt zijn als broedgebied. Voor de overige te verwachten vogelsoorten kan men ervan uitgaan dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als vernietiging en verstoring van broedgevallen van vogels wordt voorkomen. Dit kan plaatsvinden door werkzaamheden zo veel mogelijk buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen bij veel werkzaamheden tijdig voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen en rond het werkgebied.

Het bewerken van de grond vóór de broedtijd is een van de mogelijke maatregelen, maar niet voldoende. Op een beperkt aantal percelen waar in de broedtijd werkzaamheden zijn gepland, kunnen vogels worden verjaagd voordat ze beginnen met broeden, door hierin gespecialiseerde bedrijven. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli duurt. Samenvattend kan een negatief effect op vogels als gevolg van de ontwikkelingen worden uitgesloten als werkzaamheden buiten de broedperiode worden uitgevoerd.

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied (0 - 5 km) is het voorkomen bekend van negen beschermde amfibieënsoorten, twee reptielensoorten en één vissoort (Quickscanhulp, bijlage 2). Van deze soorten zijn grote modderkruiper (vis), ringslang en hazelworm (reptielen), poelkikker, kamsalamander, alpenwatersalamander en rugstreeppad (amfibieën) niet vrijgesteld van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het veldbezoek zijn enkele groene kikkers waargenomen. De grote modderkruiper komt voor in ondiepe watergangen met veel water- en oeverplanten. Met name de kleinere waterhoudende sloten in het plangebied vormen geschikt leefgebied voor deze soort.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

20

Ringslang is bekend uit de omgeving volgens Quickscanhulp, echter in de omgeving is de verspreiding grotendeels beperkt tot de omgeving van de Rijn (Ravon, 2018). Ringslang is gebonden aan waterrijke habitats, maar hij heeft ook ruigtes met open zonnige plekjes nodig en broeihopen voor ei-afzetting. Binnen het plangebied komt deze combinatie van biotopen niet voor. Hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen, in en rond bossen en heiden. Binnen het plangebied is alleen het bos in deelgebied 4 mogelijk geschikt als leefgebied. Het grootste deel van plangebied is door het ontbreken van geschikt voortplantingswater (zoals poelen) en landbiotoop (ruigtes, bosjes, extensief gebruikt grasland) niet geschikt als leefgebied voor alpenwatersalamander en kamsalamander. Alleen het oude erf met poel bij de Zwarteweg en de poel langs de Hoge Brugstraat in deelgebied 4 zijn geschikt als leefgebied voor deze soorten. Voor rugstreeppad is het plangebied niet geschikt als leefgebied door het ontbreken van geschikt voortplantingswater (kleiputten en tijdelijke wateren in braakliggend terrein) en landbiotoop (zandige en ruderale terreinen, of opgeslagen goederen).

Voor poelkikker zijn vooral deelgebieden 1 en 2 geschikt als leefgebied, maar ook elders in het plangebied kan deze soort in kleinere aantallen voorkomen, door de combinatie van sloten die geschikt zijn als voortplantingswater met agrarisch gebied als landbiotoop. Uit de omgeving van het plangebied is tevens het voorkomen van de algemenere amfibieënsoorten bekend, zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten vormen de sloten geschikt voortplantingsbiotoop, en de oevers en in minder mate de agrarische percelen geschikt landbiotoop. In de provincie Gelderland geldt voor deze soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek kan voor het plangebied het vóórkomen van grote modderkruiper en poelkikker niet worden uitgesloten. Negatieve effecten op het leefgebied van grote modderkruiper en het voortplantingsbiotoop van poelkikker kunnen optreden door het vergraven van sloten. Tevens kan een negatief effect optreden op het landbiotoop van poelkikker. Tot slot worden effecten op andere soorten reptielen, amfibieën en vissen kort besproken.

Effect van vergraven van sloten op grote modderkruiper en poelkikker Negatieve effecten op het leefgebied van grote modderkuiper en op voortplantingsbiotoop van poelkikker kunnen optreden als sloten worden vergraven, zoals is voorgenomen in deelgebied 1. Voor deze sloot wordt nader onderzoek uitgevoerd naar aan- of afwezigheid van grote modderkruiper en

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

21

poelkikker. Indien deze beschermde soorten aanwezig blijken te zijn, wordt de sloot niet gedempt, maar gehandhaafd. Zo wordt een negatief effect op deze beschermde soorten door het vergraven van sloten voorkomen. Een negatief effect op grote modderkruiper (en veel ander waterleven) bij het realiseren van verbrede, natuurvriendelijke oevers wordt voorkomen door bij het afgraven eerst een smalle strook grond tussen oever en water in stand te houden en deze pas op het laatst te verwijderen. Kennisdocument Grote modderkruiper (BIJ12, 2017a) geeft aan dat zo geen verstoring optreedt. Effect van werkzaamheden op de zonnevelden op landbiotoop van poelkikker Tijdens werkzaamheden bij de inrichting van de zonnevelden is een negatief effect op het landbiotoop van poelkikker mogelijk. Poelkikker kan voedsel zoeken op land in de omgeving van voortplantingswater en hier ook overwinteren. Het zomerhabitat bevindt zich grotendeels in een zone tot 15 m van het voortplantingswater, overwinteringshabitat tot maximaal 200 m hier vandaan. Het Kennisdocument Poelkikker (BIJ12, 2017b) geeft aan dat voor het landbiotoop de periode van winterrust een kwetsbare periode is. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden wordt uitgegaan van een worst-case situatie dat poelkikker overal in het plangebied voorkomt.

Ruim voor de planning van de werkzaamheden zal nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van poelkikker plaatsvinden in het gehele plangebied. De beste methode om poelkikker te inventariseren is op basis van kooractiviteit bij het voortplantingswater. De meest geschikte maanden hiervoor zijn mei en juni (BIJ12, 2017b). Voor percelen waarvan blijkt dat poelkikker hier niet voorkomt, kunnen voorgenomen maatregelen zoals hieronder beschreven dan achterwege worden gelaten. In een zone van 200 m langs voortplantingswateren worden de volgende maatregelen genomen om nadelige effecten op het landbiotoop van poelkikker door werkzaamheden bij de inrichting te voorkomen: –

De aanleg van zonnepanelen vindt plaats buiten de kwetsbare periode van winterrust. De kwetsbare periode is van half oktober tot half april (BIJ12, 2017b).

–

Waar werkzaamheden in de kwetsbare periode moeilijk zijn te vermijden, worden schermen langs voortplantingswater geplaatst in de periode van kooractiviteit (mei/juni), om te voorkomen dat poelkikkers de werklocatie gaan bevolken in de periode direct daarna. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van glad landbouwplastic van 50 cm hoog en minimaal 10 cm ingegraven in de grond (BIJ12, 2017b). Het scherm wordt enkele meters uit de oever geplaatst zodat deze oeverzone wel beschikbaar blijft voor poelkikker. In het afgeschermde gebied kan vanaf dat moment worden gewerkt mits geen broedvogels worden verstoord (zie Hoofdstuk 4.4).

Met deze maatregelen kunnen negatieve effecten op het landbiotoop van poelkikker eveneens worden uitgesloten.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

22

Effect op andere soorten reptielen, amfibieën en vissen Het mogelijke leefgebied voor hazelworm in deelgebied 4 wordt niet aangetast door de ontwikkeling zodat een negatief effect op hazelworm is uitgesloten. Ook voor andere beschermde niet-vrijgestelde soorten treden geen negatieve effecten op. Na inrichting van het gebied met zonnepanelen ontstaan juist betere leefomstandigheden op de nu nog intensief agrarisch gebruikte percelen voor amfibieënsoorten, door het extensievere grondgebruik in combinatie met de instandhouding van de watergangen. Daarnaast wordt hoge kwaliteit biotoop gerealiseerd door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en kruidenrijk grasland rond hoogspanningsmasten. Als gevolg van het plan kunnen tijdens de inrichting enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

4.6

Ongewervelden

Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied (0 - 5 km) is het voorkomen bekend van vier beschermde vlindersoorten en een libel (Quickscanhulp, bijlage 2). Gezien de inrichting en het intensieve gebruik is het plangebied geen hoogwaardig leefgebied voor ongewervelden. Binnen en direct rond het plangebied zijn geen beschermde dagvlinders, nachtvlinders, libellen en overige ongewervelden te verwachten, uitgezonderd een enkel zwervend exemplaar. Effectbeoordeling Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep ongewervelden ontstaan. Als gevolg van de ontwikkelingen worden geen effecten op deze soortengroep verwacht.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

23

5

Conclusie en consequenties 5.1

Beschermde gebieden

Als gevolg van het plan treden geen significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden op. De activiteit is op het punt van gebiedsbescherming niet in strijd met de Wet natuurbescherming. Gezien de aard van de ontwikkeling en de ligging ten opzichte van het GNN leidt het plan niet tot significante aantasting van het GNN en GO in en rondom het plangebied. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

5.2

Beschermde soorten

Uit het onderzoek komt naar voren dat in en om het plangebied beschermde soorten voorkomen, of kunnen voorkomen. In het plan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat poelkikker, grote modderkruiper, wezel en bunzing voorkomen. De werkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat geen negatieve effecten ten aanzien van deze soorten optreden. Negatief effect op grote modderkruiper (en veel ander waterleven) bij het realiseren van verbrede, natuurvriendelijke oevers wordt voorkomen door bij het afgraven eerst een smalle strook grond tussen oever en water in stand te houden, en deze pas op het laatst te verwijderen. Negatief effect door het dempen van een watergang wordt voorkomen door de ene sloot waarvoor dit het voornemen is, alleen te dempen als is vastgesteld dat hier geen grote modderkruiper en poelkikker voorkomen. Negatief effect op landbiotoop van poelkikker tijdens de periode van winterrust wordt voorkomen door buiten deze periode te werken, en eventueel op beperkte oppervlakte een werklocatie af te schermen zodat overwintering aldaar wordt voorkomen. Negatief effect op foerageergebied van wezel en bunzing wordt voorkomen door voorafgaand aan de werkzaamheden de begroeiing kort te maaien. De uitgevoerde ecologische inventarisatie levert voldoende informatie over beschermde soorten op en een ontheffing is niet nodig.

Wel moeten het broedseizoen van vogels in acht worden genomen, en de zorgplicht op basis van de Wnb voor soorten zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland.

5.3

Uitvoerbaarheid

Het plan leidt niet tot negatieve effecten ten aanzien van beschermde soorten, en ook niet ten aanzien van gebiedsbescherming op basis van de Wnb en provinciale ruimtelijk beleid. Er kan dan ook op voorhand in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

24

Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie van het onderzoek moeten plaatsvinden.

Advies Natuurwaarden Zonnepark Overbetuwe - 13 november 2018

25

6

Bronnen 6.1

Veldbezoek

Het plangebied en omgeving zijn op 16 augustus 2018 door de heer ir. H. Kloen van BügelHajema Adviseurs bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Tijdens het bezoek zijn plantensoorten genoteerd en mogelijke nest- en verblijfplaatsen en diersporen van beschermde diersoorten geïnventariseerd. º

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=f6acaf00-5050-4289-8a17-bac20cc1108b