24-05-28.18 Relevant stuk 3, Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Omgevingsvergunning Ruimtelijke Onderbouwing
Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe
Omgevingsvergunning Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe Gemeente Overbetuwe Status:
Concept
Datum:
Juli 2023
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.BP19162-0001
Ruimtelijke Onderbouwing Batterijopslag Zonnepark Overbetuwe
Datum Juli 2023
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres Info@Overbetuwe.Nl
Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende planologische situatie 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstige ontwikkeling 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 7
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
9 9 11 12
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Externe veiligheid 4.2 Geluid 4.3 Milieuzonering 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bodem 4.6 Ecologie 4.7 Water 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Milieueffectrapportage
13 13 13 14 14 14 15 16 17 18
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financiële uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
19 19 19
2
Inhoudsopgave (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
3
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer Sunvest is voornemens een groot zonnepark te realiseren in de gemeente Overbetuwe, waarvoor de Gemeenteraad een omgevingsvergunning heeft vastgesteld op 2 april 2019. Omdat gedurende piekuren er een overschot aan zonnestroom is, is het voor de stabiliteit van het Nederlandse elektriciteitnet beter om de overtollige zonnestroom op te slaan. Zodoende heeft de initiatiefnemer een energieopslagsysteem van batterijen en bijbehorende transformatoren beoogd als onderdeel van het zonnepark. Dit Battery Energy Storage System (BESS) heeft als doel het overschot aan energie dat gedurende piekuren wordt opgewekt op te slaan om later het elektriciteitsnet in te laten gaan, om zo het zonnepark meer optimaal in te zetten. Op basis van het geldend bestemmingsplan en de vastgestelde omgevingsvergunning is het plaatsen van deze batterijen en bijbehorende transformatoren niet mogelijk. Om deze reden is een nieuwe vergunning ter plaatse van het batterijsysteem noodzakelijk, welke is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze rapportage voorziet in de ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van de omgevingsvergunning om het plan mogelijk te kunnen maken.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de Gemeente Overbetuwe, ingeklemd tussen de A15 ende Betuweroute. Het plangebied valt binnen een reeds toegekende omgevingsvergunning voor het zonnepark. Onderstaande afbeelding geeft globaal de ligging van het plangebied weer. De daaropvolgende afbeeldingen geeft een exacter beeld van het plangebied.
Uitsnede met globale ligging plangebied rood gemarkeerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
4
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Uitsnede luchtf oto met ligging plangebied rood gemarkeerd
1.3
Geldende planologische situatie
Het plangebied valt onder het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. Het plangebied heeft op dit moment de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 3'. Zie de afbeelding hieronder voor het geldende bestemmingsplan, met in rood het plangebied aangegeven. Dit initiatief past niet in het geldende bestemmingsplan of in de reeds afgegeven omgevingsvergunning. In de oorspronkelijke plannen voor het zonnepark was nog geen ruimte voorzien voor batterij-opslagsysteem. Om deze reden is een herziening van het juridisch-planologisch kader noodzakelijk.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl met in rood het plangebied aangegev en
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
5
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk zullen verder de volgende zaken worden besproken. In hoofdstuk 2 zal het plan zelf uitvoeriger beschreven worden. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten besproken. Hoofdstuk 5 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.
6
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en toekomstige ontwikkeling
Huidige situatie
Het plangebied is een gebied dat aan de rand ligt van het vergunde zonnepark langs de A15, ingeklemd tussen de A15 en de Betuweroute, grofweg ten zuidwesten van Elst en noordwesten van Oosterhout. In de huidige situatie wordt het perceel gebruikt voor landbouw. Het plangebied zelf is een schaduwrijke plek, omdat het aan de zuidoostelijke kant grenst aan een groen gebied, met direct op de grens een bomenrij. Om deze reden is het geen ideale locatie voor zonnepanelen omdat de opbrengst minder optimaal is. Het plangebied wordt ontsloten door de Zwarteweg, waarmee de bereikbaarheid voor onderhoud vergroot wordt.
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het plangebied een systeem van batterijen en bijbehordende transformatoren aan te leggen. Dit ten behoeve van het optimaliseren van de opbrengst van het zonnepark. Het systeem komt op een plaats waar geen zonnepanelen gepland waren vanwege de schaduwwerking van de bomenrij aan de zuidkan van het zonnepark. Het verlies aan zonnepanelen is daardoor verwaarloosbaar. Onderstaande afbeelding geeft de exacte locatie weer van de batterijen en de transformatoren, het totale bestand van deze afbeelding is bijgevoegd in Bijlage 1. Het totale plangebied is ongeveer 3500m2. Per zes batterijen wordt één transformator geplaatst. In Bijlage 2 is het plangebied in meer detail te zien.
Situatieschets zonnepark met BESS in geel aangegev en (bron: Sunv est)
Batterij-energieopslagsysteem Het totale beoogde opslagsysteem bestaat uit 16 containers waar zich de batterijen in bevinden, en vier
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
7
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe bijbehorende transformatoren. Elke transformator is aangesloten op vier batterijen. De containers waar de batterijen zich in bevinden zijn zogenoemde 20-voets containers. Onderstaande afbeelding geeft verschillende zij-aanzichten weer van de geplande containers met bijbehorende afmetingen in meters.
Aanzichten containers (bron: Sunv est)
Het systeem heeft een vermogen van 1,7 MW per container, en de capaciteit is 3,7 MWh. Dit vertaald zich naar een totaal vermogen van 27 MW en een totale capaciteit van 59 MWh. Het systeem wordt op hetzelfde elektriciteitsnet aangesloten als de rest van het zonnepark. Het systeem wordt ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden door ProfiNRG, die daarnaast optreed als system integrator, O&M partij en installatieverantwoordelijke van het systeem. Ook wordt het systeem in de bestaande O&M processen voor zonneparken ingevoegd zodat tijdig kan worden gereageerd op incidenten. Omdat het systeem wordt gebruikt voor handel op de energiemarkten zal tevens de aggregator (handelspartij) het systeem continu monitoren, wat onder andere betekent dat het systeem op afstand uit te schakelen is indien nodig. Onderhoud ProfiNRG zal het batterijsysteem onderhouden conform de onderhoudshandleiding van de technologieleverancier. Hierin zijn minimaal inbegrepen de batterijen, elektrische installatie, ventilatiesysteem, brandblusinstallatie. Tevens zal bijzondere aandacht worden gegeven aan componenten die opvallen bij een visuele inspectie. Het onderhoud zal gebeuren conform PGS 37-1, voor uitgebreidere toelichting zie Bijlage 3.
8
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors.
Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. Bij prioriteit 3 word beschreven dat er wordt ingezet op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio's staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt.
In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed.
Duurzame energie De rol van de Rijksoverheid in het ruimtelijke beleid voor nationale elektriciteitsvoorziening is gelegen in het zorgen voor voldoende ruimte voor een adequate infrastructuur. Energiezekerheid is een belangrijk economisch goed. De verdere integratie van de Europese energiemarkt maakt dat er een steeds groter
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
9
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 Kilovolt) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 Megawatt) aan en zorgt voor de inpassing hiervan. Voor de opwekking van duurzame energie (met uitzondering van windenergie) is dit vanaf 50 Megawatt (Elektriciteitswet 1998, art. 9b). Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave.
Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Het voorliggende project is onderdeel van een zonnepark. Daardoor levert het project een bijdrage aan de doelstelling voor 2040 uit het rijksbeleid.
Conclusie Het initiatief draagt bij aan de doelen uit de NOVI. Voor het overige is het initiatief niet strijdig met de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zonneparken worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig. 3.1.3
Energieakkoord
In het Energieakkoord is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaat beleid. Het Energieakkoord biedt een perspectief met afspraken voor het korte en middellange termijn. Hiervoor zijn de volgende hoofddoelen geformuleerd. Een besparing van het finale energieverbruik met een gemiddeld 1,5 procent per jaar. 100 petajoule aan energiebesparing in het finale energieverbruik van Nederland per 2020. Een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020. Een verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023. Ten minste 15.000 voltijdsbanen, voor een belangrijk deel in de eerstkomende jaren creëren Deze doelen zijn uitgewerkt in verschillende pijlers. Voor de ontwikkeling van het zonnepark zijn vooral pijler 2 'Opschalen hernieuwbare energieopwekking' en pijler 3 'Stimuleren van decentrale duurzame energie (DDE)' van belang. In het Energieakkoord wordt uitgegaan van een opwekking van 186 PJ energie uit hernieuwbare energiebronnen. Om te komen tot deze energieopwekking zijn verschillende vormen van energieopwekking nodig: wind, biomassa en zon. Momenteel bedraagt het aandeel zonne-energie minder dan 1% van de totale energievraag. Het toekomstige zonnepark levert een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen
10
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe tot een aandeel van 16% van duurzaam opgewekte energie in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023. De aanleg van de batterijopslag als onderdeel van het zonnepark optimaliseert het gebruik van het zonnepark nog verder. Zonne-energie wordt tijdens de uren van de dag wanneer de zon schijnt opgewekt. Dit kan zorgen voor een piekbelasting voor het stroomnet met als gevolg dat niet alle stroom afgevoerd en gebruikt kan worden. De aanleg en het gebruik van het batterijsysteem zorgt voor de opslag van de extra stroom die tijdens de piekuren niet verwerkt kan worden, die vervolgens op de daluren wel vervoerd kunnen worden via het stroomnet. Het batterijststeem heeft een totale capaciteit van 59 MWh en kan daardoor bijdragen aan de geoptimaliseerde opbrengst van het zonneveld en zodoende aan duurzame energieopwekking en de landelijke doelstellingen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie
De ontwerp-visie is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 juni 2018, en heeft ter visie gelegen van 14 juni tot en met 9 augustus 2018. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat thematische visieschetsen. Deze schetsen zijn niet bedoeld als geografische plankaart of ontwikkelkaart; ze bieden geen volledig en limitatief beeld. De schetsen zijn wel een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen die de provincie op dit moment ziet vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie. De schetsen sluiten op voorhand ook niets uit. De visieschetsen dienen wat de provincie betreft als onderlegger om met partners het gesprek te voeren over de thema’s, vraagstukken en oplossingsrichtingen, zowel op de schaal van Gelderland als op regionale en lokale schaal. De eerste ambitie uit de Omgevingsvisie betreft de energietransitie. Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; dat is wat de provincie nastreeft. De provinciale ambitie bestaat uit het volgende: In 2050 is Gelderland klimaatneutraal.
Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland. Conclusie Het huidige plan voor het batterij energieopslagsysteem draagt bij aan de realisatie van het beoogde zonnepark, waarmee een groot aantal huishoudens kunnen worden voorzien van energie. Tevens draagt het plan bij aan een optimaal gebruik van zowel het zonnepark als het bestaande elektriciteitsnet en draagt het daarmee bij aan de doelstellingen van de omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening
Op 24 september 2014 heeft Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is daarna meerdere keren aangepast en geactualiseerd, meest recentelijk op 15 december 2021. De Omgevingsverordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Het actualisatieplan bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel, waaronder ook zonneparken vallen, sinds 1 februari 2022 geldt. In het actualisatieplan is de regel opgenomen, die relevant is voor het plangebied, dat de consequenties voor het elektriciteitsnet meegenomen moeten worden in de afweging voor zorgvuldig ruimtegebruik. Het beoogde systeem heeft met name als doel om hier aan bij te dragen door de stroom op te slaan op die piekmomenten dat het elektriciteitsnet beperkt is. De overige regels opgenomen over zonneparken hebben geen invloed op het voorgenomen initiatief. Het initiatief past binnen de Omgevingsvergunning.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
11
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040
De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040, die op 1 oktober 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld, geeft een integrale en toekomstbestendige koers aan voor de leefomgeving in Overbetuwe. Als strategisch document bevat het de ambities voor de leefomgeving. In de Omgevingsvisie worden ontwikkelingen in de leefomgeving genoemd. Een van deze ontwikkeling is het werken aan de energietransitie. Hierbij wordt de zone rondom de A15 en de Betuweroute gezien als locatie voor het ontstaan van een energielandschap waar in verschillende projecten ruimt 500 TJ aan duurzame stroom gaat worden opgewekt. Zonneparken worden hier als een mogelijkheid genoemd. Binnen deze ontwikkeling wordt ook gespecificeerd dat het de wens is om zoveel mogelijk energie te produceren waar waar er vraag is en passend bij de vraag, gericht op het verlagen van de logistieke druk in het energienetwerk. Conclusie Voorliggend planvoornemen sluit aan bij de doelstelling en locaties voor realisatie van zonne-energie en het optimaliseren van het gebruik van het bestaande energie-netwerk. 3.3.2
Routekaart Duurzaam Overbetuwe
De Routekaart Duurzaam Overbetuwe presenteert de weg die de gemeente wil gaan om te komen tot een duurzame samenleving. Een weg waarbij inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en gemeenten nauw samenwerken. De gemeentelijke organisatie wil daarbij het goede voorbeeld geven, maar het echte succes word gemaakt in Overbetuwe. De routekaart legt de nadruk op energiebesparing en duurzame energie en biedt daarnaast ruimte voor verduurzaming in de breedte. Zo wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. De ambitie is om per jaar 1,5 procent energie te besparen. Eind 2020 moet 14 procent van de energie hernieuwbaar zijn opgewekt, de gemeente wil in 2050 energieneutraal zijn. Voorliggend planvoornemen heeft betrekking op een 'grootschalig duurzame energie initiatief'. In het algemeen geldt dat de gemeente Overbetuwe openstaat voor grootschalige duurzame energie initiatieven. Geen enkele optie wordt op voorhand uitgesloten.
Wel gelden randvoorwaarden zoals: De mogelijkheid om te participeren als burger; Het project moet voordelen bieden voor inwoners die in de buurt wonen; Zorgvuldige communicatie gericht op in kaart brengen zorgen en creëren draagvlak; Zo duurzaam mogelijk uitvoeren van het project, doe waar mogelijk meer dan wet vereist; Initiatief moet ruimtelijk inpasbaar en vergunbaar zijn; Overlast tijdens de bouw en exploitatie moet geminimaliseerd worden. Het plangebied valt binnen een beoogde locatie voor een zonnepark en omdat er geen bebouwde percelen in de directe omgeving voorkomen en het plangebied ingeklemd ligt tussen de spoorlijn en de snelweg, kan de bouw en exploitatie zonder hinder voor de omgeving plaatsvinden. Conclusie Het plan sluit aan bij de doelstellingen en randvoorwaarden uit de Routekaart Duurzaam Overbetuwe.
12
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt als er iets misgaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij externe veiligheid worden twee soorten risico's benoemd: Het Plaatsgebonden Risico (PR): is de kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt weergeven met een contour rondom een activiteit; Het Groepsrisico (GR): geeft de kans per jaar aan dat een groep personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico bestaat uit een invloedsgebied waarbinnen het risico verantwoord moet worden. Planbeoordeling Het ruimtelijkplan voorziet in de realisatie van Battery Energy Storage System (BESS). Het BESS bestaat uit een aantal containers waarin Lithium-ijzer batterijen worden geplaatst. Het BESS fungeert daarmee in feite als een grote accu waarmee huishoudens en bedrijven van stroom worden voorzien. Gezien het ruimtelijke plan geen (beperkt) kwetsbare objecten realiseert is toetsing van het plan aan de omliggende risicobronnen niet nodig. Er verblijven immers geen personen bij deze functie.
Het BESS valt ook niet aan te merken als risicovolle activiteit conform BEVI artikel 2 lid 1 sub f. Dit omdat er geen opslag van Lithium-ijzer batterij plaats vindt. De aanwezige Lithium-ijzer batterijen zijn immers in gebruik als accu. Wel moet de BESS installatie voldoen aan de veiligheidsvereisten uit PGS37-1.
Conclusie Gezien het plan geen beperkt kwetsbare objecten realiseert en het BESS geen risicovolle activiteit betreft, kan een verdere toetsing aan externe veiligheid achterwege blijven. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het ruimtelijkplan.
4.2
Geluid
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen zones. in geval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zones dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Een energie-opslagsysteem zoals dat hier gepland is is geen geluidsgevoelig object. Akoestisch onderzoek is in dit kader dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
13
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
4.3
Milieuzonering
In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten 'milieubelastende activiteiten' aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van 'milieugevoelige activiteiten'. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Het batteij-energieopslagsysteem is een milieubelastende functie. Het bepalende aspect voor de richtafstanden hierbij is geluid. Op basis van vermogen worden deze in de VNG-brochure ingedeeld. In dit geval wordt het benodigde vermogen niet hoger ingeschat dan 48 MVA. Hiermee is de richtafstand gesteld op 50 m. Bij alle transformatoren wordt voldaan aan de richtafstand ten opzichte van geluidsgevoelige objecten. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd.
Dit plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een energieopslagsysteem. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project is daarom aan te merken als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Bodem
Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het project. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. De aanleg van het BESS zorgt voor een kleine roering van de bodem. De ontwikkeling van een BESS is niet aan te merken als een gevoelige functie, omdat er geen verblijf van personen plaatsvindt en omdat
14
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe een energieopslagsysteem ook geen bodembelastende functie is. Een onderzoek naar bodemkwaliteit is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet samengevoegd. Met de inwerkingtreding van deze wet is het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. Er is in 2018 een ecologische inventarisatie uitgevoerd voor een zonnepark tussen de Betuweroute en de A15 (Bijlage 4). Het huidige plangebied voor het energie-opslagsysteem valt binnen het plangebied van het zonnepark, zodoende kan het betreffende natuuronderzoek als basis dienen voor het batterij-energieopslagsysteem. In het onderstaande wordt ingegaan op de onderdelen uit dat natuuronderzoek die van belang zijn voor het plangebied zonnepark A15 en zodoende ook voor het plangebied voor de batterijopslag.
Gebiedsbescherming Als gevolg van het voornemen treden geen significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden op. De activiteit is op het punt van gebiedsbescherming niet in strijd met de Wet natuurbescherming. Het batterijsysteem kent geen gebruiksfase (er wordt niet voorzien in de emissie van verwarming of verkeersbewegingen). Mede in het licht van de Wet stikstofreductie en natuurbescherming is een stikstofberekening niet nodig. De gronden binnen het plangebied zijn niet aangewezen als Gelders Natuurnetwerk (GNN). Gezien de aard van de ontwikkeling en de ligging ten opzichte van het GNN leidt het plan niet tot significante aantasting van het GNN en GO in en rondom het plangebied. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State dienen ook de effecten van de aanleg van plannen onderzocht te worden. Gezien het genoemde onderzoek deze fase nog niet heeft meegenomen is dit apart berekend. Het rapport is in de externe bijlage te lezen. Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat de aanlegfase geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 gebieden. Hiermee vormt dit aspect geen belemmering voor het planvoornemen.
Soortenbescherming Uit het ecologisch onderzoek uit 2018 blijkt dat in en om het plangebied beschermde soorten kunnen voorkomen. Het ging toen met name om de mogelijkheid dat poelkikker, grote modderkruiper, wezel en bunzing zouden kunnen voorkomen. In augustus 2019 is nader onderzoek uitgevoerd naar poelkikker en grote modderkruiper. Dit onderzoek is als Bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Op basis van dit nadere onderzoek is geconcludeerd dat er in het plangebied geen voortplantingsbiotoop of leefgebied van grote modderkruiper of poelkikker aanwezig is. Er is geen sprake van een verbodsovertreding ten aanzien van grote modderkruiper of poelkikker. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van wezel en bunzing (kleine marterachtigen) in het plangebied van zonnepark A15 en dus ook het BESS wordt het volgende opgemerkt: Voor de kleine marterachtigen blijven de natuurterreinen in de omgeving van het plangebied behouden, die permanent leefgebied/permanente verblijfplaatsen bieden. De locatie voor het
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
15
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe zonnepark zelf is niet of nauwelijks geschikt voor verblijfplaatsen. Van negatieve effecten op de permanente leefgebieden is dus geen sprake. Op basis van dit rapport is bewezen dat een ontheffing zodoende niet nodig voor de aanleg van het batterij systeem Een ontheffing is dan ook niet nodig. Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisaties is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. In het plangebied zelf zijn geen beschermde niet vrijgestelde soorten aangetroffen of te verwachten, behoudens een incidenteel bezoek door steenmarter. Het plangebied zal geschikt blijven als foerageergebied van deze soort en bovendien is in de omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief hoogwaardig leefgebied aanwezig.
Conclusie De conclusie is dat realisatie van het zonnepark geen negatief effect heeft op GNN of GO of op Natura 2000-gebieden. Tevens leidt het plan niet tot negatieve effecten ten aanzien van beschermde soorten indien de voorgestelde werkwijze in acht worden genomen. Er kan dan op voorhand in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Water
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Ten behoeve van het planvoornemen voor het zonnepark heeft in september 2018 overleg plaatsgevonden tussen de initaitiefnemer en Waterschap Rivierenland. Tijdens dit overleg zijn enkele algemene afspraken gemaakt over de breedte van onderhoudsstroken bij A-watergangen (4 meter aan weerszijden) en B-watergangen (1 meter) binnen het plangebied. Alsmede enkele afspraken voor specifieke locaties, waar middels een andere procedure een vergunning voor moet worden aangevraagd. Waterschap Rivierenland geeft aan dat er geen extra waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Het waterschap heeft geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling, mits er tijdig een watervergunning wordt aangevraagd. Voor het specifieke plangebied van het batterij-energieopslagsysteem is opnieuw een digitale watertoets uitgevoerd.
Hieruit blijkt dat de gangbae watertoets procedure gevolgd moet worden, wat betekend dat nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het resultaat van de watertoets is te vinden in Bijlage 6.
Conclusie Uit de watertoets blijkt dat de gangbare watertoetsprocedure gevolgd moet worden. In dat kader is het plangebied voorgelegd aan het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven dat voorliggend plan niet watervergunningsplichtig is. Hiermee vormt het aspect water geen belemmering voor voorliggend planvoornemen.
16
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.8.1
Archeologie
Voor de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het zonnepark is in oktober 2018 archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek. De adviezen resulterend uit dat onderzoek concludeerden dat het aspect geen onoverkomelijke belemmering vormt voor het planvoornemen voor het originele rapport. Ondertussen is ook het veldonderzoek afgerond, waaruit bleek dat er geen belemmeringen zijn voor het huidige planvoornemen. Hoewel het huidige planvoornemen verschilt van het orginiele plan van het zonnepark heeft het niet meer effect voor de bodem dan de originele plannen. Zodoende wordt geconcludeerd dat voor dit plangebied geen aanvullend onderzoek nodig is. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen onoverkomelijke belemmeringen voor het planvoornemen. 4.8.2
Cultuurhistorie
In het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Overbetuwe worden herkenbare historische structuren en elementen genoemd, waaronder ook cultuurhistorisch waardevol landschap. In onderstaande afbeelding wordt een uitsnede van de visiekaart weergegeven, met het plangebied aangeduid.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
17
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe Uitsnede 'Visiekaart herkenbare historische structuren en elementen' uit het landschapsontwikkelingsplan Ov erbetuwe. Plangebied is globaal aangeduid in rood kader
Uit deze visiekaart blijkt dat geen cultuurhistorisch waardevol landschap in het plangebied aanwezig is. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.9
Milieueffectrapportage
Bij een besluit (zoals een omgevingsvergunning) waarbij activiteiten worden mogelijk gemaakt die zijn benoemd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden beoordeeld of er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hiertoe is een zogenaamde aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen in Bijlage 7. De conclusie van de aanmeldnotitie is dat het gezien de aard van het project en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat het project belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in de ruimtelijke onderbouwing voldoende in beeld gebracht. Aan de hand van deze uitkomst is er geen aanleiding de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen.
18
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing batterijopslag zonnepark Overbetuwe
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van de artikelen 6.18 Bor en 3.1.1. Bro wordt een projectoverleg gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Daarnaast wordt de vergunning zes weken ter inzage gelegd, zoals dit is voorgeschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
19
Dorpstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl