CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.15 Relevant stuk 2, bijlagenboek “Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten”

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten”9.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

Bestemmingsplan Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

Februari 2024

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0387BUITwoerdses24-VSG1

Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

Datum Februari 2024

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Quickscan flora en fauna

5

Bijlage 2

Vervolgonderzoek flora en fauna

23

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Quickscan flora en fauna

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

5

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten datum 7 maart 2023 projectnummer P06429 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

5.6

6

Samenvatting

15

8

Geraadpleegde bronnen

16

10

11 11

11 11 11

Vissen

7

10

5.5.1

Toetsing

13 13

10

11 11

Toetsing

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek

8

Amfibieën

5.6.1

5.7

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

6.1.1 6.1.2

Toetsing

11

11 12

Vaatplanten

12

5.8.1

12

Toetsing

Conclusie

13

6.1

13

Vervolgtraject en advies

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de sloop van de huidige bebouwing is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 21 februari 2023 tussen 14.00 – 16.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 8°C, geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan de Woerdsestraat 24 te Zetten. Het gebied is volledig omringd door agrarische percelen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, twee bijgebouwen en omringende siertuinen. Verder is er aan de achterzijde van het woonhuis een verhard terras aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te amoveren. Hierna zal het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen.

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

5

Figuur 3: Voorzijde van het woonhuis

Figuur 4: Oostzijde van het woonhuis

Figuur 5: Achterzijde van het woonhuis met een gedeelte van de tuin

Figuur 6: Schuurtje in het westen van het plangebied

Figuur 7: Vervallen schuur in het zuiden van het plangebied

Figuur 8: Houtopstanden aan de westelijke begrenzing van het plangebied

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

6

aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,

3

Toetsing gebiedsbescherming

voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. De

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

provincie Gelderland beschermt de bestaande natuur in het Gelders na-

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

tuurnetwerk (GNN) en versterkt de samenhang door natuurgebieden in het

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

de Groene ontwikkelingszone (GO). Het netwerk wordt gevormd door

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindings-

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

zones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin-

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met miti-

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

gerende maatregelen.

2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 3,5 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van

Het plangebied is niet gelegen binnen het GNN (zie figuur 10). Het dichtst-

een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als

bijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 1,7 kilometer ten noordwes-

toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand

ten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zul-

tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht,

len de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de we-

geluid en trillingen uitgesloten.

zenlijke kenmerken en waarden van het GNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het GNN wordt dan ook niet noodzakelijk

Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stik-

geacht.

stofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien de aanwezige houtopstanden in de tuin staan en gedeeltelijk behoren tot windschermen rondom boomgaarden is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 9: Ligging GNN (donker groen), GO (licht groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

stelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel,

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

hermelijn en bunzing) binnen de provincie Gelderland niet vrijgesteld.

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

ruimtes zichtbaar tussen de dakpannen en de nokpannen van het dak.

5.2

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

Gezien ligging van het buiten de bebouwde kom, kan de aanwezigheid

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

van een nest van gierzwaluw op voorhand worden uitgesloten. In de op-

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

gaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich geen

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en

rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst,

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.

Vleermuizen

Het te slopen woonhuis bevat geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort in de vorm van open stootvoegen aan de achterzijde van

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

5.1.1

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

Bij sloop van de gebouwen bestaat de kans dat er één of meerdere nesten

Toetsing

der het dak of in de spouw. Ook is er sprake van potentieel (essentieel)

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

van de huismus verloren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond be-

foerageergebied en/of vliegroutes, gezien de aanwezigheid van aspecten

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

schermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich

als grote hoeveelheden opgaand groen in de gehele tuin van het perceel

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

onder de daken van de gebouwen nesten van de huismus bevinden. Op

en lijnvormige landschapselementen, zoals de bomenrij in het westen van

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de

het perceel. De wilgen op het perceel bieden geen geschikte rust of ver-

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een

blijfplaatsen aangezien de holtes in deze bomen te laag bij de grond zijn.

het huis, kieren tussen dakpannen en andere openingen naar ruimtes on-

ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.

5.1

Vogels

5.2.1

Toetsing

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

Bij de werkzaamheden kunnen ook nesten verloren gaan die niet jaarrond

Bij de sloop van de aanwezige bebouwing bestaat de kans dat er één of

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het

meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijf-

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitge-

plaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolg-

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

voerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met be-

onderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing ver-

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

trekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste

blijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolg-

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broed-

onderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

seizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Gel-

overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsproce-

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

dend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van

dure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent

Tevens biedt het opgaand groen binnen en rond het plangebied potentieel

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van

(essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes voor een of meerdere vleer-

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de

muissoorten. Tijdens de sloopwerkzaamheden dient licht gericht of uitstra-

gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitge-

lend op opgaand groen te worden vermeden, om verstoring te voorkomen.

Op het terrein is bebouwing aanwezig in de vorm van een woonhuis, een

sloten.

schuur en een glazen kas. In het woonhuis kunnen broedlocaties van soorten als huismus niet worden uitgesloten, gezien er kieren aanwezig zijn tussen de dakpannen en de gevel van het woonhuis. Verder zijn er

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

10

5.3

Grondgebonden zoogdieren

strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van

plangebied biedt geen geschikt leefgebied voor deze soorten. De aanwe-

Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren.

de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat even-

zigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijker-

Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waar-

eens redelijkerwijs uitgesloten.

wijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu

genomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageerge-

van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepas-

bied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied

5.3.1

voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrij-

Het is niet uitgesloten dat leefgebied van de wezel, bunzing en steenmar-

stelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het

ter aanwezig is binnen het plangebied. Vervolgonderzoek dient uit te wij-

5.5.1

echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te

zen of deze soorten binnen het plangebied voorkomen, en of essentieel

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief

leefgebied of verblijfplaatsen door de werkzaamheden verdwijnen. Indien

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.

het opgaand groen op de oostrand van het plangebied wordt gekapt, dient

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om

onderzoek naar het gebruik van de sloot door de bever plaats te vinden.

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid

Daarnaast is het in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien

zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

5.4

Toetsing

Reptielen

sing.

5.6

Toetsing

Vissen

Het aanwezige oppervlaktewater ,in de vorm van de vijver biedt geen ge-

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het

schikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe omgeving van het

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-

plangebied en omgeving geen waarnemingen bekend van reptiel soorten.

plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van beschermde vis-

gebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, hermelijn, steen-

Het plangebied zelf en de directe omgeving bieden ook geen geschikt ha-

soorten. Wel kunnen in de sloten rond het plangebied algemene soorten

marter, eekhoorn, das en bever voor. Delen van het plangebied bevatten

bitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is

zoals stekelbaars, blankvoorn, zeelt, snoek en baars voorkomen.

geschikt leefgebied voor de (kleine) marterachtigen. Met name de houtsin-

daarmee dan ook uitgesloten. 5.6.1

gel, dichte begroeiing en verruigde graslanden in het gebied bieden leefgebied voor wezel, bunzing, hermelijn en steenmarter. Verschillende wilgen verspreid over het plangebied bevatten holtes, ook zijn er verschillende takkenhopen in het gebied aanwezig. Voor boommarter is geen bosgebied aanwezig in of rondom het plangebied, waardoor aanwezigheid kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De bever komt in de omgeving voor. Het oppervlaktewater ten oosten van het plangebied biedt mogelijk leefgebied voor deze soort. Indien het opgaand groen op de oever wordt gekapt zou dit mogelijk voor verstoring of een vermindering van het foerageergebied kunnen zorgen. Indien dit het geval is dient nader onderzoek uit te wijzen

5.4.1

Toetsing

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

zijn op voorhand uitgesloten. Bij de werkzaamheden zal de afwatersloot

voorhand uitgesloten.

ten oosten van het plangebied in huidige situatie behouden blijven.

5.5

5.7

Amfibieën

Ongewervelde diersoorten

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder. Deze soorten

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker bekend. Het

niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en

plangebied bevat oppervlaktewater in de vorm van een vijver. Deze vijver

vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten.

is echter niet geschikt als leefgebied voor amfibieën gezien de stenen, stij-

Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlinder-

len oevers van de vijver. Hierdoor is er geen mogelijkheid voor individuen

soort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige

om nog de vijver uit te komen. Ook de afwatersloot ten oosten van het

of de bever gebruik maakt van deze sloot.De aanwezigheid van andere

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

11

beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. 5.7.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten

5.8

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als grote bosaardbei en grote leeuwenklauw. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;

Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;

Het plangebied kan dienen als leefgebied van de wezel, hermelijn en/of steenmarter. Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of deze soorten van het plangebied gebruik maken.

Indien het opgaand groen op de oever van de sloot ten oosten van het plangebied wordt gekapt, dient onderzoek naar het gebruik van de sloot door de bever uitgevoerd te worden. Mogelijk vindt door de kap verstoring of afname van leefgebied plaats.

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

6.1.2

Soortgericht onderzoek

6.1.1

AERIUS-berekening

Gebouwbewonende soorten

Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege

De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-

stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-

gen hebben voor vleermuizen en/of huismus, wat een overtreding van de

den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase

verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal

niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige

middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of

habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het

in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betref-

aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning

fende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van

benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen ver-

half mei tot en met eind september. Een onderzoek naar de huismus be-

volgstappen ondernomen te worden.

gint echter al eerder en loopt van april tot half mei.

Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens no-

Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismusnesten

dig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-

zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke

lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,

nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken

graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van

van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten behouden moeten

fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze

blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Bij de aan-

werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).

wezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleermuizensoort

Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-

is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aan-

fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-

bieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld

auto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt is

vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen

informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de

meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aange-

verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase.

boden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervan-

Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofe-

ging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie,

missie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gas-

een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen

verbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen

actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de ver-

gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewe-

blijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet

gingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er

worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen

dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personen-

alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen

auto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vracht-

(mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijf-

wagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).

plaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

13

is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt. Marterachtigen Vervolgonderzoek naar wezel, bunzing en steenmarter wordt uitgevoerd door het plaatsen van verschillende detectiematerialen zoals wildcamera’s, struikrovers en sporenbuizen. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt of deze soorten gebruik maken van het plangebied. De onderzoeksmaterialen dienen 6 weken (in de periode februari t/m augustus) of 12 weken (hierbuiten) aanwezig te zijn. Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een van deze soorten moet worden aangenomen dat al het geschikte leefgebied en alle potentiële verblijfplaatsen binnen het plangebied daadwerkelijk gebruikt worden door deze soort. Het verwijderen hiervan betreft een overtreding van artikel 3.10 lid 1 onderdeel b Wnb, en is daarmee verboden dan wel ontheffingsplichtig.

Voor het verwijderen van aanwezige nest- en verblijfplaatsen dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de provincie Gelderland Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De provincie Gelderland neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

14

7

Samenvatting Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 3,5 km

Mogelijk

AERIUS-berekening

Geen externe verstorende

wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

factoren

bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland

Ca. 1,7 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Vleermuizen

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar huismus

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig

Verblijfplaatsen

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar gebruik van gebouw door vleermuizen

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig

Foerageerhabitat

Ja

Mogelijk

Verlichting gericht of uitschijnend op opgaand groen vermijden

Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer-

Vliegroutes

Ja

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Grondgebonden zoogdieren

en vliegroutefuncties Vervolgonderzoek naar aanwezigheid van wezel, bunzing en steenmarter;

Bij aanwezigheid is mogelijk een ontheffing nodig voor de

Indien opgaand groen op de oever van de sloot wordt gekapt vervolgonder-

werkzaamheden in delen van het plangebied

zoek naar bever. Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Nee

-

-

Vissen Nee Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

15

8

Geraadpleegde bronnen

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.  Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Gelderland  Gelderland.nl/Kaartenencijfers (NNN en natuurbeheerplan Gelderland)

Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

16

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Woerdsestraat 24 Zetten

17

bestemmingsplan Buitengebied, Woerdsestraat 24, Zetten

Bijlage 2 Vervolgonderzoek flora en fauna

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

23

Woerdsestraat 24 Zetten Vervolgonderzoek huismus, vleermuizen en marterachtigen Definitief

Woerdsestraat 24 Zetten

1

colofon

projectnaam Woerdsestraat 24 Zetten datum 15 november 2023 projectnummer P06429 opdrachtgever Gemeente Overbetuwe BRO projectleider JvdA opgesteld door RBo interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Woerdsestraat 24 Zetten

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

Omschrijving plangebied

5

2.1 2.2

5 5

7

3.1 3.2 3.3

7 8 9

Huismus Vleermuizen Marterachtigen

Resultaten

10

4.1

Huismus

10

4.1.1 4.1.2 4.1.3

10 10 10

4.3 4.4

6

Huidige situatie Toekomstige situatie

Werkwijze

4.2

5

Aanleiding Doel

Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck

Vleermuizen

10

4.2.1 4.2.2 4.2.3

10 10 10

Verblijfplaatsen Foeragerende vleermuizen Vliegroutes

Marterachtigen Overige soorten

11

5.1 5.2 5.3 5.4

11 11 11 11

Conclusie

Bronnen

13

8

Verklarende Woordenlijst

14

10 10

Effectenbeoordeling en toetsing Huismus Vleermuizen Marterachtigen Overige soorten

7

12

Woerdsestraat 24 Zetten

3

1

Inleiding

vallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffings-

1.1

Aanleiding

activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de

aanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat

Opdrachtgever is voornemens om de woning aan de Woerdsestraat 24 te

bebouwing heeft voor de soort(en) behouden blijft. Ook dient te worden

Zetten te slopen, waarna het plangebied wordt omgevormd tot agrarische

getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in

grond. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uit-

het geding is.

gevoerd door BRO1, is vastgesteld dat het plangebied geschikt leefgebied bevat voor verschillende beschermde soort(groep)en. Naar aanleiding

Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag

hiervan is vervolg uitgevoerd in het seizoen van 2023, om aanwezigheid

dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging

van verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied vast te stellen dan wel met

te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een

voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van

ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende woning?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier?  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende woning?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Zijn er verblijfplaatsen of leefgebied van een bunzing, wezel of steenmarter aanwezig binnen het plangebied?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nest- en verblijfplaats komt te ver-

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Woerdsestraat 24 Zetten

4

2

Omschrijving plangebied

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kern van Zetten, aan de Woerdsestraat 24. Het gebied is volledig omringd door agrarische percelen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een woonhuis, twee bijgebouwen en omringende siertuinen. Verder is er aan de achterzijde van het woonhuis een verhard terras aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te amoveren. Hierna zal

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

het plangebied worden omgevormd tot agrarische grond. Dit is het gevolg van een uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Woerdsestraat 24 Zetten

5

Figuur 3: Voorzijde van het woonhuis

Figuur 6: Schuurtje in het westen van het plangebied

Woerdsestraat 24 Zetten

Figuur 4: Oostzijde van het woonhuis

Figuur 5: Achterzijde van het woonhuis met een gedeelte van de tuin

Figuur 7: Vervallen schuur in het zuiden van het plangebied

Figuur 8: Houtopstanden aan de westelijke begrenzing van het plangebied

6

3

Werkwijze

3.1

Huismus

Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veld-

2. minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van:  een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of  aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of  balts.

bezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tabel 1 geeft een

Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens

overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de

twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met

veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen.

tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoe-

Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends)

ken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan wor-

vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is

den aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandighe-

gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met

den voor het waarnemen van huismussen gunstig.

nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023). Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming:  een nest of nestbouw of  bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of  transport van voedsel of ontlastingpakketjes of  bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).

Tabel 1: Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Weer

Temperatuur

17-04-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 09.30

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

12°C

12-05-2023

Nestlocaties huismus

08.30 – 09.30

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

17°C

Woerdsestraat 24 Zetten

7

3.2

Vleermuizen

hoogte van de bebouwing zijn (massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand

september produceren mannetjes vleermuizen sociale geluiden vanuit een

Voor vleermuizen zijn in de periode 15 mei tot en met 30 september 2023

uitgesloten. Tabel 2 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken

verblijfplaats of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.

in totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Dit betreft de meest

voor vleermuizen.

gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een

Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pet-

onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode 15 mei

De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor

tersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogram-

tot en met 15 juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijf-

vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleer-

men. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ul-

plaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren.

muisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereni-

trasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.

Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes

ging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk

Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soor-

zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Win-

zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel

ten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is be-

terverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen,

het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermui-

langrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het deter-

kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangeno-

zen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzon-

mineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-

men worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden,

der wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitge-

scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan

zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst).

sloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende

geven.

moeten worden aangemerkt. De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwerm-

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waar-

gedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur

Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende

nemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan

na het uitvliegmoment. In de periode 15 mei tot en met 15 juli hebben

of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en

de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager

twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsge-

passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voorna-

dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van

vonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten be-

melijk gelet op sociale geluiden. In de periode 15 augustus tot en met 30

neerslag (zie tabel 2).

hoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger. Hiervan dient er één avondronde in juni plaats te vinden. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde

Tabel 2: Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties

(vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Zon op/onder

Weer

Temperatuur

24-05-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.30 - 23.40

21.36

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

15°C

04-07-2023

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.50 – 00.00

21.58

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

19°C

26-06-2023

Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)

03.15 – 05.20

05.19

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

13°C

28-08-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

21.30– 23.35

20.33

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

18°C

19-09-2023

Vleermuizen (paarverblijf)

23.00 – 01.00

19.43

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

16°C

het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze bezoeken zijn uitgevoerd met 1 onderzoeker per veldbezoek, om minimaal 75% van de bebouwing te kunnen overzien. Vervolgens hebben in de periode 15 augustus tot en met 30 september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Omdat de vleermuizen bij deze bezoeken gedurende langere tijd baltsend rond hun paarverblijfplaats aanwezig zijn kunnen deze bezoeken door één onderzoeker per veldbezoek worden uitgevoerd. Ten behoeve van het indiceren van een massawinterverblijfplaats, is de eerste avondronde vóór september 2023 uitgevoerd. Door de beperkte

Woerdsestraat 24 Zetten

8

3.3

Marterachtigen

Om aanwezigheid van de bunzing, wezel en steenmarter binnen het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten is gebruik gemaakt van een cameraval en sporenbuizen. In het zuidoosten van het plangebied is de cameraval, in de vorm van een struikrover, geplaatst (figuur 9). Bij de struikrover wordt gebruik gemaakt van een lokstof middels een blikje sardines. Deze methode is bij uitstek geschikt om de bunzing en steenmarter te inventariseren. Voor onderzoek naar bunzing en wezel zijn sporenbuizen geplaatst. Binnen de sporenbuis is een witte plank met stempelkussen met inkt (houtskoolpoeder en paraffineolie) aanwezig, om sporen vast te leggen. Er zijn 5 sporenbuizen geplaatst, in hogere vegetatie in het zuidoosten van het plangebied. Dit onderzoek is conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord-Brabant, 2017). De materialen hebben gedurende 8 weken binnen het plangebied gelegen, van 16 mei tot en met 04 juli. De cameravallen zijn na vier weken gecontroleerd, waarbij de SD-kaart en batterijen vervangen zijn. De sporenbuizen zijn tussendoor gecontroleerd en schoongemaakt.

Woerdsestraat 24 Zetten

Figuur 9: Locatie wildcamera (rood) en sporenbuizen (blauw)

9

4

Resultaten

regelmatig een kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat

4.1

Huismus

muis betreft. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg groen aanwe-

4.1.1

Nestlocaties

zig dat kan dienen als foerageermogelijkheid. De voorgenomen plannen

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen huismussen waargenomen binnen

het plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleer-

zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.

het plangebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden dat er geen nestlocatie voor huismus aanwezig zijn binnen het plangebied.

In het najaar was het plangebied is een vrij rustige locatie met betrekking tot vleermuizen. Er zijn geen grote aantallen vleermuizen waargenomen,

4.1.2

Leefgebied

foeragerend noch in een vliegroute.

Het groen binnen het plangebied werd tijdens de veldbezoeken niet bezocht door huismussen. De voorgenomen ingreep zal dan ook niet leiden

4.2.3

Vliegroutes

tot het verloren gaan van leefgebied van de huismus.

Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vliegpatronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.

4.1.3

Omgevingscheck

De huismus is een soort die zowel voorkomt in de stadcentra als op het

4.3

Marterachtigen

platteland, maar een voorkeur heeft voor bebouwde gebieden. Hierbij

Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de bunzing,

heeft huismus als vaste rust- en verblijfplaats en nestlocatie een voorkeur

wezel en steenmarter binnen het plangebied. Wel zijn er met de camera’s

voor woningen die openingen hebben die toegang verlenen tot geschikte

waarnemingen gedaan van onder andere katten, vogels en meerde mui-

nestlocatie tussen het dak en het dakbeschot met tevens voldoende groen

zen (figuur 10). Met de sporenbuizen zijn uitsluitend muizensporen aange-

in de omgeving van de woningen. Richting het centrum van Zetten zijn

troffen. Deze sporen zijn te herkennen aan het stippenpatroon die ge-

meerdere woningen beschikbaar waar huismussen onder kunnen neste-

vormd wordt door de vingertoppen van de muizen (figuur 11). Er kan rede-

len, doordat de meeste panden hier een pannendak hebben.

lijkerwijs worden aangenomen dat geen kleine marterachtigen binnen het

Figuur 10:

Vogel waargenomen in het zuidoosten van het plangebied

Figuur 11:

Muizensporen op de sporenbuizen

plangebied aanwezig zijn.

4.2

Vleermuizen

4.2.1

Verblijfplaatsen

4.4

Overige soorten

Zowel in het voorjaar als in het najaar zijn er geen verblijfplaatsen aange-

In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond be-

troffen binnen het plangebied. Er is geen binding met de gebouwen binnen

schermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door

het plangebied waargenomen.

buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

4.2.2

Foeragerende vleermuizen

Tijdens vrijwel ieder veldbezoek zijn enkele (1-2) foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom het groen in de tuinen waargenomen. Later in de avond trokken deze weg en vloog er slechts incidenteel een individu over. Gezien de vleermuizen hier niet de hele avond aanwezig waren en

Woerdsestraat 24 Zetten

10

5 5.1

Effectenbeoordeling en toetsing

Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot

Huismus

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen gedaan van de huis-

half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

mus binnen het plangebied. Hierdoor is de aanwezigheid van de huismus redelijkerwijs uitgesloten. Dit betekent dat een overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de huismus niet aan de orde is.

5.2

Vleermuizen

Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Er gaan bij de sloopwerkzaamheden geen rust- en verblijfplaatsen, essentieel leefgebied van een vleermuissoort of vliegroutes verloren. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten.

5.3

Marterachtigen

De gevonden resultaten wijzen niet op een de aanwezigheid van wezel, bunzing, hermelijn of steenmarter binnen het plangebied. De aanwezigheid van de een van de soorten binnen het plangebied is dan ook uitgesloten. Dit betekent dat een overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een marterachtige niet aan de orde is.

5.4

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst.

Woerdsestraat 24 Zetten

11

6

Conclusie

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus dan wel rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort of marterachtigen waargenomen. Ook is er betreft het plangebied geen leefgebied voor de wezel, bunzing of steenmarter. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot huismus, vleermuis- of martersoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort(groep)en. Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -

De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;

-

Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

Tabel 3: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen

2

Soortgroep

Aanwezig

Aantal

Overtreding

Maatregelen

Huismus

Nee

-

Nee

-

Vleermuizen

Nee

-

Nee

-

Marterachtigen

Nee

-

Nee

-

Overige soorten2

Mogelijk

-

Te voorkomen

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.

Woerdsestraat 24 Zetten

12

7

Bronnen

-

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.

-

Kennisdocument Huismus, versie 2.1 BIJ12 februari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=8779602c-d74c-4be2-9a05-e4d4f1a69911