CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.14 Relevant stuk 2, Bijlagenboek bestemmingsplan “Zetten, Ploegstraat 1-15”

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Zetten, Ploegstraat 1-15”20.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 3.6 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.

20487.002 versie C1

17 / 34

Figuur 3.7 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 3.8 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.

20487.002 versie C1

18 / 34

3.3 Samenvatting In figuur 3.9 t/m 3.11 zijn de resultaten van het onderzoek samengevat weergegeven. In tabel 3.9 staan de aangetroffen nest- en verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie uitgewerkt. Op de schoorsteen aan de Hessenbergstraat 2 is tijdens de huismusrondes één nest in gebruik door kauwen aangetroffen. Maatregelen met betrekking tot overige broedvogels wordt conform de rapportage quickscan (20487.001) behandeld. Tabel 3.9 Samenvatting van de aangetroffen nesten of verblijfplaatsen per deelgebied. Straatnaam

Aangetroffen nesten of verblijfplaatsen

Hessenbergstraat

2 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis

Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

Ploegstraat

2 nestplaatsen huismus 1 zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis

Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

Hoofdstraat

1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen ruige dwergvleermuis

Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

Van Welderenstraat en 21 nestplaatsen huismus Ingen Nulandtstraat

Locatie broedgelegenheid of verblijfplaatsen

Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen

Figuur 3.9 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.

20487.002 versie C1

19 / 34

Figuur 3.10 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 3.11 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.

20487.002 versie C1

20 / 34

4

VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING

4.1 Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering De initiatiefnemer is voornemens de woningen te slopen aan de deelgebieden Hessenbergstraat, Ploegstraat, Hoofdstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Zetten, Herveld en Valburg. Nadat de woningen zijn gesloopt, wordt er nieuwbouw gerealiseerd (zie figuur 4.1 t/m 4.3).

Figuur 4.1 Inrichtingsplan Hessenbergstraat.

Figuur 4.2 Inrichtingsplan Ploegstraat.

20487.002 versie C1

21 / 34

Figuur 4.3 Inrichtingsplan Hoofdstraat.

4.2 Doel en belang van de activiteiten De woningen zijn gebouwd in de jaren 50 en 60 en de leefomstandigheden van de woningen zijn niet meer optimaal voor oudere mensen. De woningen zijn gehorig, energetisch ontoereikend en de aanwezigheid van asbest zorgt voor een onveilige situatie. Door nieuwe woningen te realiseren kan het aanbod voor seniorenwoningen worden verhoogd en zijn de leefomstandigheden weer gunstig voor ouderen.

4.3 Planning en onderbouwing van de activiteiten De sloop van de woningen aan de Hessenbergstraat en Hoofdstraat staat gepland in oktober 2024 en de nieuwbouw zal tegen april 2025 gerealiseerd zijn. De woningen aan de Ploegstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat zal ook beginnen in oktober 2024 en de nieuwe woningen zullen bewoonbaar zijn rond oktober 2025.

4.4 Alternatieven Het realiseren van geheel nieuwe woningen is in de huidige situatie de beste oplossing, met in achtneming van het welzijn van de bewoners. De woningen kunnen namelijk niet gerenoveerd worden vanwege de matige kwaliteit van de bebouwing. Daarbij voldoet de huidige inrichting van de woningen niet meer aan de normen voor ouderen.

20487.002 versie C1

22 / 34

5

EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA

5.1 Effecten op korte termijn op beschermde soorten De volgende soorten zijn in het plangebied aangetroffen (tabel 5.1). Tabel 5.1 Overzicht van aangetroffen soorten in het plangebied en de effecten van de werkzaamheden op de aangetroffen soorten. Straatnaam

Voorgenomen periode werkzaamheden

Verstorende werkzaamheden

Aangetroffen nesten of verblijfplaatsen

Locatie broedgelegenheid of verblijfplaatsen

Ecologisch effect van werkzaamheden

Hessenbergstraat

Oktober 2024 tot sloop 10 woningen 2 paarverblijfplaatsen april 2025 gewone dwergvleermuis

Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis verdwijnen

Ploegstraat

oktober 2024 tot oktober 2025

sloop 16 woningen 2 nestplaatsen huismus 1 zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis

Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

nestplaatsen huismus en zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis verdwijnen

Hoofdstraat

oktober 2024 tot april 2025

sloop 4 woningen

1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen ruige dwergvleermuis

Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel

paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis verdwijnen

Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat

oktober 2024 tot oktober 2025

Sloop 12 woningen

21 nestplaatsen huismus

Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen

nestplaatsen huismus verdwijnen

Huismus Ooit was de huismus de meest algemene broedvogel van Nederland. De soort is de laatste decennia om onbekende redenen in aantal vrij hard achteruit gegaan. Begin jaren tachtig van de 20e eeuw begon de afname, die in de beginjaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. Vermoedelijk is één van de oorzaken de afname van broedgelegenheid, onder andere door renovatie en isolatie van oude woningen, en dit in combinatie met een afgenomen voedselaanbod, minder dekking en een toename aan predatie. Ondanks dat de oppervlakte stedelijk gebied en het aantal huizen groter geworden is in Nederland, is de huismus in aantal afgenomen.

20487.002 versie C1

23 / 34

Door de sloop van de woningen verdwijnen de nestplaatsen van de huismussen. Huismussen zijn het gehele jaar in de omgeving van hun nestlocatie te vinden. Soms worden de nesten gebruikt om te slapen. De nesten worden meerdere jaren gebruikt, maar huismussen bouwen het gehele broedseizoen aan de nesten. Voor de te slopen woningen komt er nieuwbouw terug in de plaats. Hoewel bestaande nesten permanent verloren gaan, komen er meerdere geschikte nestlocaties voor terug. Om te garanderen dat er gedurende de werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn, worden tijdelijke huismuskasten voorafgaand aan de werkzaamheden geplaatst in de directe omgeving per cluster. Per nestplaats worden er 2 tijdelijke nestkasten opgehangen. Aangezien de sloop van de woningen in het najaar plaats zal vinden, hoeft de bebouwing niet ongeschikt gemaakt te worden. Maatregel: werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren. Maatregel: plaatsen van in totaal 4 huismuskasten in directe omgeving van nestplaatsen van de Ploegstraat en 42 huismuskasten in de directe omgeving van nestplaatsen van de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuizen leven in netwerken van meerdere (lokale) populaties. De lokale populatie wordt gevormd door één of meerdere kraamkolonies, enkele niet-voortplantende groepen vrouwtjes en de mannetjes.

Een kolonie gewone dwergvleermuizen bestaat uit de vrouwtjes die meerdere kraamverblijven gebruiken die elk enkele tientallen tot honderden vrouwtjes bevat. De netwerken van kraamgroepen zijn via de massawinterverblijfplaatsen aan elkaar verbonden. Het aantal dieren in een gebied is sterk afhankelijk van het voedselaanbod. Omdat de gewone dwergvleermuis een trage voortplanter is verloopt uitbreiding of herstel van een populatie niet snel. Door de sloop van de woningen zal er één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis definitief verdwijnen. Daarnaast zullen er vier paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis definitief verdwijnen op de onderzoekslocatie. Van de ruige dwergvleermuis zal er één paarverblijfplaats definitief verdwijnen. Vleermuizen maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen waartussen ze regelmatig verhuizen. Een tijdelijk verlies van een zomer- of paarverblijfplaats van vleermuizen is over het algemeen in ecologisch opzicht daarom geen groot probleem. Ten aanzien van de zorgplicht is het van belang dat er met de sloop van de bebouwing geen vleermuizen worden verwond of gedood. Daarom wordt de bebouwing vooraf ongeschikt gemaakt. Het ongeschikt maken van de bebouwing zal worden uitgevoerd in het actieve seizoen van vleermuizen, dat wil zeggen in de periode april tot en met oktober.

Maatregel: aanbieden van in totaal 24 alternatieve verblijfplaatsen voor 6 zomer/- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Maatregel: De sloopwerkzaamheden buiten het kraamseizoen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis uitvoeren om aantasting van deze functie te voorkomen. Maatregel: Het ongeschikt maken van de bebouwing uitvoeren in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis en voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden.

20487.002 versie C1

24 / 34

5.2 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding Huismus Door de sloop van de woningen en daarmee het verlies van geschikte nestlocaties onder dakpannen, zorgt voor de grootste afname van broedgelegenheid voor de huismus. Vaak sluit de nieuwe dakbedekking strak aan waardoor het niet toegankelijk is voor huismussen. Veelal wordt vogelschroot toegepast, zodat er geen toegang is vanaf de dakrand. Bovendien is op het isolatiemateriaal geen geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn in totaal twee nesten van huismussen aanwezig. Deze nesten maken onderdeel uit van een grotere kolonie in de directe nabijheid van de planlocatie. De huidige staat van instandhouding is ‘matig ongunstig’. Door het verdwijnen van twee nesten zal de staat van instandhouding negatief worden beïnvloed. Daarom is het belangrijk dat er effectieve maatregelen worden getroffen om de populatie van huismussen in de toekomst duurzaam in stand te houden en mogelijk zelfs te verbeteren. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en de huidige nesten te compenseren met minimaal twee nieuwe nestplekken, per huidig aanwezig nestplek, zal de functionaliteit en daarmee de staat van instandhouding van de bebouwing worden behouden en wordt het plangebied zo mogelijk zelfs geschikter voor de huismus.

Maatregel: inmetselen van in totaal 20 inmetselkasten in de nieuw te realiseren bebouwing. Maatregel: Daken van de nieuw te realiseren woningen geschikt maken door het vogelschroot naar de derde rij dakpannen te plaatsen. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Het “natuurlijke” aanbod van verblijfplaatsen voor vleermuizen ligt onder druk. De aanwezigheid van 6 zomer/paarverblijfplaatsen van de meest algemene vleermuissoorten van Nederland, de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, betreft een niet gevoelig gebruik van de soort. De werkzaamheden hebben daarom geen invloed op de staat van instandhouding van deze vleermuissoorten. Echter, omdat bij moderne bouwtechnieken er minder verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen zijn, is het van belang dat er nieuwe permanente verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis worden gecreëerd. Na afloop van de werkzaamheden dient de bebouwing daarom wederom geschikt te zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Daarom worden de te realiseren woningen geschikt gemaakt voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Hiervoor zullen er inbouwkasten in de gevel worden gemetseld. Maatregel: inmetselen van in totaal 24 inmetselkasten in de nieuw te realiseren bebouwing.

20487.002 versie C1

25 / 34

5.3 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Bij de sloop van de bebouwing zijn er maatregelen nodig om de functionaliteit voor de soort te behouden. Hiermee wordt voorkomen dat de staat van instandhouding van de lokale populatie wordt aangetast. Omdat de nesten in principe het hele jaar gebruikt worden is er een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 benodigd voor het tijdelijke verlies van functionaliteit. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Bij het verjagen van de huismussen, als gevolg van de werkzaamheden aan de bebouwing is sprake van voorwaardelijke opzet en is het artikel van kracht. Echter zal het verjagen, door het nemen van maatregelen, de staat van instandhouding niet negatief beïnvloeden. Overtreding van Artikel 3.1 lid 4, conform lid 5 is daarom niet aan de orde. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5.

De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Bij de sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen van verblijfplaatsen optreedt, waardoor artikel 3.5 lid 4 wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming niet voorkomen, zodat een ontheffing noodzakelijk is.

Wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn De woningen op de onderzoekslocatie zijn slecht geïsoleerd en verkeren in matige bouwkundige staat met tocht en vocht als gevolg. Met de voorgenomen sloop wordt een leefomgeving gerealiseerd die betere leefomstandigheden en woongenot creëren voor bewoners. De ontheffing voor de beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn worden daarom aangevraagd in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid.

20487.002 versie C1

26 / 34

6

TE TREFFEN MAATREGELEN

6.1 Inleiding De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als tijdelijke opvang van het verlies van de potentiële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; b. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; c. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren.

6.2 Tijdelijke mitigatie Huismus Voor de huismus worden voor elke nestplaats in het plangebied 2 tijdelijke kasten binnen 200 meter van het plangebied geplaatst. Omdat er 23 nesten van huismussen in het plangebied aanwezig zijn, worden daarom 23 tijdelijke tweedelige nestkasten opgehangen. De kasten zijn van het type HMT2 van Unitura of vergelijkbaar (figuur 6.1). De kasten worden aan woningen in de directe omgeving geplaatst, minimaal 3 maanden voorafgaand aan de renovatie. In figuur 6.3 t/m 6.5 is het gebied aangegeven waar tijdelijke kasten geplaatst moeten worden. Foto’s van de geplaatste kasten zullen in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Voor het aanbieden van tijdelijke alternatieven, zullen minimaal zes maanden voor de werkzaamheden, vier tijdelijke vleermuiskasten voor elke aangetroffen verblijfplaats worden opgehangen, binnen 200 meter van de huidige verblijfplaatsen. Omdat er in het plangebied in totaal zes verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn, worden daarom in totaal 24 tijdelijke vleermuiskasten geplaatst. In figuur 6.3 is het gebied aangegeven waar tijdelijke kasten geplaatst moeten worden en in figuur 6.4 komen 8 tijdelijke kasten te hangen.

Foto’s van de geplaatste kasten zullen in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland. De vleermuiskasten zijn van het type VMT1, van Unitura (figuur 6.2) of vergelijkbaar.

20487.002 versie C1

Figuur 6.1 Tijdelijke huismuskast (HMT2) van Unitura.

Figuur 6.2 Vleermuiskast VMT1 van Unitura

27 / 34

Figuur 6.3 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.

Figuur 6.4 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Hoofdstraat te Herveld.

20487.002 versie C1

28 / 34

Figuur 6.5 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.

6.3 Zorgvuldig handelen en ongeschikt maken Het broedseizoen van huismussen loopt globaal van 15 maart tot 1 september. Door de werkzaamheden tussen 1 september en half maart uit te voeren, worden de werkzaamheden volledig buiten het broedseizoen van huismussen uitgevoerd. Huismussen kunnen in het najaar en de winter de woningen nog wel gebruiken om te slapen of rusten. De nestlocaties moeten daarom met zorg en handmatig verwijderd worden, zodat de huismussen uit zichzelf weg kunnen vliegen. Het verwijderen van de nestlocaties zal onder ecologische begeleiding plaatsvinden. Het ongeschikt maken voor vleermuizen wordt gerealiseerd door voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden de kopgevels ongeschikt te maken middels het aanbrengen van exclusion flaps en het oplichten en indien nodig dichtzetten van loodslabben. Het ongeschikt maken dient uitgevoerd te worden in de actieve periode van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 1 november, en bij een avondtemperatuur van minimaal 10°C. Vanwege het broedseizoen voor de huismus zal het ongeschikt maken van de bebouwing uitgevoerd worden tussen 1 september en 1 november. De exacte werkwijze wordt ter plaatse beoordeeld en begeleidt door de ecologisch begeleider.

20487.002 versie C1

29 / 34

6.4 Controlerondes Omdat het vleermuisonderzoek slechts een momentopname betreft en vleermuizen opportunistisch kunnen zijn ten aanzien van de keuze van hun verblijfplaats, wordt na afloop van het ongeschikt maken van de woningen een controleronde uitgevoerd. Hierbij wordt met behulp van batdetectors tijdens het uitvliegmoment gecontroleerd of er bij de bekende verblijfplaatsen en de directe omgeving ervan, uitvliegende vleermuizen aanwezig zijn. Indien noodzakelijk worden door de ecologisch begeleider, op basis van deze controleronde, aanvullende maatregelen voorgesteld. De controleronde vindt plaatst nadat de bebouwing ongeschikt is gemaakt. De bebouwing dient ongeschikt gemaakt te worden buiten de kwetsbare kraamperiode, dit houdt in half juli tot en met eind oktober. Op deze wijze is er voldaan aan de gewenning tijd van 6 maanden voor de zomer- en of paarverblijfplaatsen en het volledige kraamseizoen waarbij de tijdelijke kraamverblijfkasten en het huidige aanwezige kraamverblijf beschikbaar zijn. Op deze wijze vallen de werkzaamheden tevens binnen het actieve seizoen van de vleermuizen. De controleronde dient ook plaatst te vinden in de actieve periode van de vleermuizen.

6.5 Duurzame maatregelen in nieuwe situatie Huismus In totaal zullen bij alle te realiseren woningen zowel aan de voor- als achterzijde het vogelschroot worden verplaatst naar de derde panlat (6.6). Hierdoor worden de huidig aanwezige potenties volledig teruggebracht en zelfs versterkt aangezien er nu bij een deel van de woningen vogelschroot onder de eerste rij dakpannen aanwezig is. De nieuwe woningen bieden, na afloop van de werkzaamheden, hiermee nestgelegenheid voor minimaal 40 huismussen aan de Hessenbergstraat, 24 huismussen aan de Ploegstraat, 16 huismussen aan de Hoofdstraat en 32 huismussen aan de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat (uitgaande van minimaal 4 nesten per woning). Daarnaast worden er in totaal 20 inmetselkasten ingebouwd in de nieuw te realiseren woningen (zie figuur 6.7). In totaal worden er 132 nestgelegenheden voor huismussen gecreëerd. Vleermuizen De te renoveren woningen op de planlocatie worden permanent geschikt gemaakt als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis door het inbouwen van 8 vleermuiskasten per cluster, met in totaal 24 vleermuiskasten. De kasten die hiervoor toegepast worden zijn van het type VMPM1 van Unitura, of vergelijkbaar (figuur 6.). De exacte locaties van de inbouwkasten moeten nog worden afgestemd met de initiatiefnemer.

Het inbouwen van de kasten zal onder ecologische begeleiding van een ter zake kundige plaatsvinden. In figuur 6. t/m 6.10 is aangegeven waar de inbouwkasten in de muur gemetseld kunnen worden. De foto’s van de inbouwkasten zullen in het logboek worden vermeld en later aan de provincie Gelderland worden verstrekt onder vermelding van het zaaknummer.

20487.002 versie C1

30 / 34

Figuur 6.6 Voorbeeld plaatsen vogelschroot bij derde rij dakpannen.

Figuur 6.7 Inmetselsteen type HMP2 van Unitura.

Figuur 6.8 Inbouwkast van het type VMPM1, van Unitura.

Figuur 6.9 Locaties van de permanente voorzieningen in de toekomstige situatie aan de Hessenbergstraat.

20487.002 versie C1

31 / 34

Figuur 6.10 Locaties van de permanente voorzieningen in de toekomstige situatie aan de Ploegstraat.

Figuur 6.11 Locaties van de permanente voorzieningen in de toekomstige situatie aan de Hoofdstraat.

20487.002 versie C1

32 / 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=ba204789-4d1b-47d2-8fa2-1a1c0d806b28