CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.14 Relevant stuk 2, Bijlagenboek bestemmingsplan “Zetten, Ploegstraat 1-15”

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Zetten, Ploegstraat 1-15”20.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Zetten, Ploegstraat 1-15

Bestemmingsplan Zetten, Ploegstraat 1-15 Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

Maart 2024

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0405ZTTNPlgstr-VSG1

Zetten, Ploegstraat 1-15

Datum Maart 2024

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Zetten, Ploegstraat 1-15

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Stikstofonderzoek

5

Bijlage 2

Quickscan flora en fauna

25

Bijlage 3

Vervolgonderzoek flora en fauna

64

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Zetten, Ploegstraat 1-15

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Zetten, Ploegstraat 1-15

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Stikstofonderzoek

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

5

notitie

projectnaam AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, Zetten Gemeente Overbetuwe datum 7 december 2023 projectnummer P07142

1. Inleiding

lijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kun-

Het voornemen bestaat om aan de Ploegstraat enkele woningen te rea-

nen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet

liseren. In verband met de aan te vragen vergunning is het van belang

natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten be-

om inzicht te hebben of met onderhavige ontwikkeling sprake is van stik-

vat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken.

stofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hierbij is zowel de

Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoorde-

gebruiksfase als de bouwfase van belang.

lijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

2. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden

Doorwerking plangebied

opdrachtgever Stichting Valburg

Wettelijk kader Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuur-

aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura

Opgesteld door

gebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna,

2000-gebieden zijn “Rijntakken en ‘Veluwe’’ op respectievelijk circa 3

GvdS

door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelricht-

km, en 5,2 km afstand. In figuur 1 is de ligging van het plangebied ten

lijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de

opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven.

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats

Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zo-

vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is

als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de

het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te

afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uit-

verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Na-

gesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van wo-

tura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats

ningen betreft kan een significante toename aan stikstofdepositie op

van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect

omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op

kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ver-

voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstof-

der geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plan-

depositieberekening benodigd.

nen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuur-

Industriestraat 94

bescherming).

5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01

Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11

info@bro.nl www.bro.nl

van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel moge-

1/6

Figuur 1: Ligging plangebied ten opzichte van de Natura-2000 gebieden.

AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, ZettenGemeente Overbetuwe

2/6

3. Planvoornemen

bebouwing, het bouwrijp maken van het terrein, het bouwen van de Tabel 1:Toekomstige verkeersgeneratie

Initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Ploegstraat in Zetten 16 beneden-boven woningen te slopen, en daarna 18 vervangende nieuwbouw appartementen te realiseren. De ontwikkeling betreft het slopen van de bestaande bebouwing, het bouw- en woonrijp maken van de grond en de realisatie van 18 appartementen met 18 parkeerplaatsen en groen.

Woningtype Sociale huur appartemen-

nieuwbouw (ruwbouw) en de afbouw/de realisatie van de terreinin-

Aan-

Verkeersgenera-

To-

tal

tie

taal

18

4,0

72

ten Totaal

richting. De invoergegevens en eigenschappen van de werktuigen zijn gebaseerd op kencijfers en ervaringscijfers uit eerdere soortgelijke bereke-

18

72

ningen. Het brandstofverbruik per werktuig is bepaald op basis van de formule uit paragraaf 8.4 van het handboek ‘Instructie gegevensinvoer

4. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase géén rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages opgenomen. In het voorliggende document worden de ingevoerde gegevens kort toegelicht. Gebruiksfase De woningen worden gasloos opgeleverd en zorgen dan ook niet voor

Over het algemeen zal dit verkeer bestaan uit licht verkeer. Worst-case

voor Aerius calculator 2022’ (april 2023, BIJ12). De draaiuren in de tabel

is daarnaast nog rekening gehouden met 5 mvt/maand aan zwaar ver-

zijn inclusief draaiuren stationair. De mobiele werktuigen zijn als vlak-

keer, vanwege bijvoorbeeld een vuilniswagen. Het verkeer is over een

bron ingevoerd over het gehele terrein. Het bouwverkeer is ingevoerd

lijnbron ingevoerd (100% van het verkeer). Hierdoor is meer verkeer in-

over een lijnbron. Bij het stationair draaien is rekening gehouden met de

gevoerd dan feitelijk plaats zal vinden. Over de Wageningsestraat rijden

kencijfers uit de bijlage van het handboek ‘Instructie gegevensinvoer

al circa 3300 mvt/etmaal, de Wageningsestraat is een 50km/h weg en

voor Aerius calculator 2022’ (april 2023, BIJ12) en met 10 min stationair

een provinciale weg. Circa 1000 meter richting het zuiden komt de Wa-

draaien per vrachtwagen (500 vrachtwagens conform tabel). Als reken-

geningsestraat op de A15. Deze wegen kunnen de extra verkeersgene-

jaar is 2024 aangehouden. Hierin zijn alle invoergegevens uit de navol-

ratie prima opvangen en verwerken. De toevoeging van het maximaal

gende tabel ingevoerd.

aantal te realiseren woningen leidt niet tot andere (negatieve) verkeerseffecten. Hierdoor kan gesteld worden dat het toekomstige verkeer hier

De totale emissie van de bouwfase bedraagt 62,8 kg/jaar NOx en 2,6

opgaat in het heersend verkeersbeeld. De lijnbron is echter (worst-case)

kg/jaar NH3. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de bouwfase

doorgetrokken tot de dichtstbijzijnde kruispunt. Voor meer informatie

geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar.

verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.

stikstofemissie. Er zullen geen installaties aanwezig zijn die stikstof uitstoten. De verkeersbewegingen van de woningen zorgen hier echter wel

De totale emissie van de gebruiksfase bedraagt 21,7 kg/jaar NOx en 0,7

5. Resultaten en conclusie

voor.

kg/jaar NH3. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de gebruiks-

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij zowel de bouwfase als

fase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar.

de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.

De verkeersgeneratie van de toekomstige functie is onderstaand berekend volgens de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ en de zone ‘rest bebouwde kom’.

Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-geBouwfase

bieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

Om de nieuwe woningen mogelijk te maken worden verschillende mobiele werktuigen ingezet en zal bouwverkeer plaatsvinden. De invoerge-

Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ont-

gevens zijn in navolgende tabel weergegeven en zijn gebaseerd op ken-

wikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er

cijfers en ervaringscijfers uit eerdere berekeningen. De realisatie zal

van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn,

circa 12 maanden duren en beslaan uit het slopen van de bestaande

geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.

AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, ZettenGemeente Overbetuwe

3/6

Figuur 2: Invoergegevens Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten.

AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, ZettenGemeente Overbetuwe

4/6

Bijlage 1 - Aerius stikstofberekening gebruiksfase

AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, ZettenGemeente Overbetuwe

5/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO Ploegstraat 1-15, 6671 AH Zetten Ploegstraat zetten Gebruiksfase gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RS5b8WB3h63m 07 december 2023, 15:48 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

gebruiksfase Ploegstraat 1-15 Zetten - Beoogd gebruiksfase Ploegstraat 1-15 Zetten - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RS5b8WB3h63m (07 december 2023)

2024 -

21,7 g/j

0,7 kg/j

2/6

Projectberekening

gebruiksfase Ploegstraat 1-15 Zetten (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 

Wonen en Werken | Woningen | Uitstoot woningen Verkeersnetwerk

RS5b8WB3h63m (07 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

21,7 g/j

0,7 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RS5b8WB3h63m (07 december 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase Ploegstraat 1-15 Zetten" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RS5b8WB3h63m (07 december 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

gebruiksfase Ploegstraat 1-15 Zetten, Rekenjaar 2024 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Uitstoot woningen Uittreedhoogte Locatie X:177512,35 Warmteinhoud Y:437882,83 Spreiding Oppervlakte 0,23 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

wegverkeer woningen X:177768,34 Y:437941,92 644,27 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

1,0 m 0,002 MW 1m

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

wegverkeer woningen (1) X:177768,34 Y:437941,92 644,27 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 80,2 g/j Hoogte - - NH₃ 19,4 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

8,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 38,6 g/j Hoogte - - NH₃ 2,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /maand 0,0 /maand 4,0 /maand 0,0 /maand

In file

0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RS5b8WB3h63m (07 december 2023)

6/6

Bijlage 2 - Aerius stikstofberekening bouwfase

AERIUS-berekening Ploegstraat 1-15, ZettenGemeente Overbetuwe

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO Ploegstraat 1-15, 6671 AH Zetten Ploegstraat zetten bouwfase Bouwfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RdHaCSET4WLK 07 december 2023, 15:48 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten - Beoogd Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

2024 -

2,6 kg/j

62,8 kg/j

2/7

Projectberekening

Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,6 kg/j 31,9 g/j

61,1 kg/j 1,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Bouwfase Ploegstraat 1-15 Zetten, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:177514,44 Y:437882,5 0,22 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 2814 l/j SCR: ja

61,1 kg/j 2,6 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

144 u/j 169 l/j

Stof Emissie

NOₓ

Sloopkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1407 l/j SCR: ja

72 u/j

84 l/j

15,8 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 8,2 kg/j

Shovel

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1407 l/j SCR: ja

72 u/j

84 l/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 8,2 kg/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 3517 l/j SCR: ja

180 u/j 211 l/j

Betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1055 l/j SCR: ja

54 u/j

63 l/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 19,9 kg/j NH₃ 0,8 kg/j NOₓ 6,1 kg/j

Vorkheftruck Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

36 u/j

15 l/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 1,3 kg/j

Mobiele kraan

242 l/j

Hoogwerker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 293 l/j SCR: ja

36 u/j

18 l/j

NH₃ 58,1 g/j NOₓ 1,6 kg/j

Trilplaat

18 u/j

2 l/j (2)

NH₃ 70,3 g/j NOₓ 0,1 kg/j

2

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

27 l/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

bouwverkeer eigen terrein X:177489,22 Y:437877,2 147,48 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

NH₃ 6,5 g/j Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 4,9 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 250,0 /jaar 250,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Bouwverkeer op de weg X:177776,4 Y:437933,72 621,77 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 1,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 27,0 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

1.000,0 /jaar 250,0 /jaar 250,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RdHaCSET4WLK (07 december 2023)

7/7

bestemmingsplan Zetten, Ploegstraat 1-15

Bijlage 2 Quickscan flora en fauna

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

25

RAPPORTAGE quickscan Wet natuurbescherming diverse straten Zetten en Herveld

Rapportage quickscan Wet natuurbescherming diverse straten, Zetten en Herveld Opdrachtgever

Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten

Rapportnummer

20487.001

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

31 januari 2023

Opsteller

De heer K. Schilderman, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer R.T. Valstar, MSc

Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 5

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ............................................................................ 7 4.1 4.2 4.3 4.4

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................................ 10 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Vogels ........................................................................................................................................... 10 Vleermuizen ................................................................................................................................. 12 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 14 Reptielen, amfibieën en vissen .................................................................................................... 15 Ongewervelden ............................................................................................................................ 15 Planten ......................................................................................................................................... 15

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ................................................................................................ 16 6.1 6.2 6.3

7

Zorgplicht ....................................................................................................................................... 7 Soortenbescherming ...................................................................................................................... 7 Gebiedenbescherming ................................................................................................................... 8 Houtopstanden .............................................................................................................................. 9

Broedvogels .................................................................................................................................. 16 Vleermuizen ................................................................................................................................. 17 Overige soort(groep)en ................................................................................................................ 17

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ............................................................................................... 18 7.1 7.2 7.3

Natura 2000 ................................................................................................................................. 18 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................... 19 Overige gebiedsbescherming ....................................................................................................... 20

8

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................... 21

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 22

Bijlage 1 Bijlage 2

toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst

20487.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Woonstichting Valburg opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming aan diverse straten te Zetten en Herveld. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de sloop en nieuwbouw van 30 woningen in Herveld en Zetten. De quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

20487.001 versie D1

1 / 24

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (30 woningen) ligt aan diverse straten, te Zetten en Herveld. In figuur 2.1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De woningen die onderdeel zijn van de onderzoekslocatie zijn 10 woningen aan de Hessenbergstraat 2 t/m 20, 16 woningen aan de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten en 4 woningen aan de Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld. De woningen in Herveld en aan de Hessenbergstraat te Zetten zijn allemaal seniorenwoningen, bestaande uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn gedekt met een zadeldak met dakpannen. De woningen aan de Ploegstraat zijn onder- en bovenwoningen. De onderwoningen bestaan uit één woonlaag en de bovenwoningen uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn ook gedekt met een zadeldak met dakpannen. De onderzoekslocatie liggen midden in de bebouwde kom van Zetten of Herveld. Rondom de woningen zijn verschillende woonwijken van deze dorpen aanwezig. In figuur 2.2 t/m 2.4 zijn luchtfoto’s van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.5 t/m figuur 2.10 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

20487.001 versie D1

2 / 24

Figuur 2.2 Onderzoekslocatie aan de Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld.

Figuur 2.3 Onderzoekslocatie aan de Hessenbergstraat 2 t/m 20 te Zetten .

20487.001 versie D1

3 / 24

Figuur 2.4 Onderzoekslocatie aan de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten.

Figuur 2.5 Overzicht van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 2.6 Begroeiing direct naast de bebouwing aan de Hoofdstraat.

Figuur 2.7 Voorzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 2.8 Achterzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 2.9 Aanzicht van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 2.10 Aanzicht en kopgevel van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

20487.001 versie D1

4 / 24

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de woningen te slopen en nieuwe woningen terug te plaatsen, hiervoor wordt de tuinen ook opnieuw ingericht. De exacte werkwijze en toekomstige plannen zijn op het moment van schrijven nog niet bekend.

20487.001 versie D1

5 / 24

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 13 december 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan Wet natuurbescherming is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

20487.001 versie D1

6 / 24

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: • • •

het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

4.1 Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. In bijlage 1 wordt dit artikel nader toegelicht.

4.2 Soortenbescherming Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;

20487.001 versie D1

7 / 24

• • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In bijlage 1 worden deze artikelen nader toegelicht.

4.3 Gebiedenbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen.

Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie.

20487.001 versie D1

8 / 24

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 21 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

4.4 Houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel VI) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.

De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

20487.001 versie D1

9 / 24

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.

5.1 Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, gierzwaluw en slechtvalk. Van deze soorten kan de slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen. Huismus Huismussen nestelen onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen. Op de onderzoekslocatie zijn meerdere geschikte broedgelegenheden aangetroffen voor de huismus. Voorbeelden van aangetroffen mogelijk geschikte plekken van alle drie de locaties zijn weergegeven in figuur 5.1 t/m 5.6. Hoofdstraat te Herveld Bij de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld is onder de eerste rij dakpannen vogelschroot aangetroffen (zie figuur 5.1). Hiermee is de ruimte onder de dakpannen ontoegankelijk voor de huismus. Daarnaast zijn er in deze woningen verder geen geschikte broedgelegenheden aangetroffen. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is voor deze woningen uitgesloten dat er een overtreding van de Wet natuurbescherming omtrent de huismus plaatsvindt. Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten Bij de woningen aan de Hessenbergstraat en de Ploegstraat te Zetten is de ruimte onder de dakpannen toegankelijk voor huismussen.

Onder de eerste rij dakpannen bevindt zich geen vogelschroot. Daarnaast zijn er meerdere gebroken dakpannen aanwezig die toegang bieden voor huismussen om onder het dak te kruipen. Bij een van de woningen aan de Hessenbergstraat was reeds nestmateriaal aanwezig onder een van de gebroken dakpannen (zie figuur 5.3). Tevens werden in de voortuin van een van de woningen aan de Ploegstraat meerdere huismussen aangetroffen (zie figuur 5.6). Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is het in deze woonblokken niet te voorkomen dat nesten van huismussen worden beschadigd/vernield (hoofdstuk 6).

20487.001 versie D1

10 / 24

Figuur 5.1 Vogelschroot onder de dakpannen van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.2 Begroeiing direct naast de gevel van woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.3 Nestmateriaal onder een afgebroken dakpan van woning aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.4 Afgebroken dakpan en ruimte onder de dakpannen van woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.5 Ruimte onder dakpannen bij woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 5.6 Huismus in de voortuin van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

20487.001 versie D1

11 / 24

Gierzwaluw De gierzwaluw is een vogel die zijn broedgelegenheden vindt in bebouwing. Ruimte onder dakpannen en “nissen” in de muren worden gebruikt als nestlocatie. Op de drie onderzoekslocaties zijn woningen die geschikt zijn als nestlocaties voor de gierzwaluw, zie figuur 5.7 t/m 5.9. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is het niet te voorkomen dat nesten van gierzwaluwen worden beschadigd/vernield (hoofdstuk 6).

Figuur 5.7 Ruimte onder dakpannen van woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.8 Ruimte onder dakpannen van woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.9 Eindvorst met opening van een woning aan de Ploegstraat te Zetten.

Overige broedvogels De bebouwing op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals spreeuw en kauw. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6). De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Er bevinden zich geen grote nesten op of rondom de bebouwing van de onderzoekslocaties. Daarnaast gaat het hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende alternatieve broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Het werken buiten het broedseizoen is voldoende om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

5.2 Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, baardvleermuis, bosvleermuis en watervleermuis.

20487.001 versie D1

12 / 24

Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie De bebouwing op de onderzoekslocaties is geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen in de vorm van stootvoegen die toegang verlenen tot de spouwmuren (zie figuur 5.10, 5.12 en 5.15). Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig onder de dakrand waar vleermuizen gebruik van kunnen maken (zie figuur 5.11, 5.13 en 5.14). Alle woningen behorend tot de onderzoekslocatie zijn daardoor geschikt als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger gezien de geschiktheid van de bebouwing en de ligging van de woningen. Deze soorten kunnen de bebouwing in principe gebruiken als zomerverblijf, kraamverblijf, paarverblijf en winterverblijfplaats. Bij de sloop van de bebouwing kan daarom sprake zijn van verstoring en vernietiging ten aanzien van een vaste rust- of voortplantingsplaats van desbetreffende soorten (zie hoofdstuk 6).

Figuur 5.10 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.11 Spleten onder de dakpannen en onder de loodslabben aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.12 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.13 Ruimtes onder de dakpannen en loodslabben van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.14 Spleten onder de dakpannen van de woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 5.15 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

De onderzoekslocatie is niet geschikt voor de gewone grootoorvleermuis. De gewone grootoorvleermuis is afhankelijk van ruime open hangplekken en grote invliegopeningen, welke in de onderzochte woningen niet aanwezig zijn. Incidenteel kan een gewone grootoorvleermuis foerageren in woonwijken, maar de bebouwing op de onderzoekslocatie is niet geschikt als vaste verblijfplaats voor de gewone grootoorvleermuis. De onderzoekslocatie is geheel bebouwd en er zijn geen bomen aanwezig, waardoor uitgesloten kan worden dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van boombewonende vleermuizen is niet aan de orde.

20487.001 versie D1

13 / 24

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Foerageerhabitat Het openbaar groen rondom de onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en mogelijk meervleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Het betreft groene gebieden rondom de dorpen, zoals de Vluchtheuvelkerk te Zetten. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.

5.3 Overige zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten. Streng beschermde soorten Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: steenmarter. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor de steenmarter. Deze soort komt in de omgeving voor. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes maar ook stenenstapels of takkenhopen, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of voortplantingsplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Daarnaast werden er in de onderzochte woningen ook geen geschikte openingen aangetroffen waardoor steenmarters toegang zouden krijgen tot ruimten onder het dak.

Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie niet in gebruik is als vaste rust- of voortplantingsplaats door de steenmarter. Licht beschermde soorten De ingreep heeft betrekking tot de bebouwing en omliggende tuinen. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor soorten grondgebonden zoogdieren. De verblijfplaatsen zijn op deze locatie uit te sluiten.

20487.001 versie D1

14 / 24

5.4 Reptielen, amfibieën en vissen Reptielen Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor reptielen. De ingreep heeft enkel betrekking tot de bebouwing en de directe omgeving. Amfibieën Doordat wateroppervlakten als poelen, sloten en plassen op de onderzoekslocatie ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën en het voorkomen van vissen op de onderzoekslocatie uitgesloten.

5.5 Ongewervelden Libellen Voor libellen geldt dat water nodig is voor de voortplanting. Gezien het ontbreken hiervan kan gesteld worden dat deze soortgroep niet in staat is zich in de huidige situatie te vestigen. Vlinders Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte, meer algemene, waardplanten voor beschermde vlindersoorten als sleedoornpage (sleedoorn), iepenpage (iep) en kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie) zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Overige soorten Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

5.6 Planten Aangezien de locatie geheel bestaat uit bebouwing, verharding en tuin is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde plantensoorten op de onderzoekslocatie niet te verwachten.

20487.001 versie D1

15 / 24

6

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming optreden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.

6.1 Broedvogels Jaarrond beschermde broedvogels Huismus De nesten van huismussen zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder de beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming is het verboden nesten van huismussen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. Het huismusonderzoek moet uitgevoerd worden voor beide onderzoekslocaties in Zetten. Voor de woningen in Herveld is geen aanvullend onderzoek naar de huismus vereist. Gierzwaluw De nesten van de gierzwaluw zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder de beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop.

Volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming is het verboden nesten van gierzwaluwen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van gierzwaluwen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de gierzwaluw op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. Alle woningen moeten onderzocht worden op de aanwezigheid van de gierzwaluw.

20487.001 versie D1

16 / 24

Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

6.2 Vleermuizen De te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden.

Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of er overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen van vleermuizen is bij de voorgenomen werkzaamheden overtreding van de Wet natuurbescherming naar verwachting niet te vermijden en is daarom een ontheffingsaanvraag aan de orde. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats behouden moeten worden en zal schade aan individuen moeten worden voorkomen. Deze maatregelen, omschreven in een activiteitenplan, dienen vervolgens ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de provincie Gelderland, middels een ontheffingsaanvraag.

6.3 Overige soort(groep)en Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

20487.001 versie D1

17 / 24

7

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING

In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

7.1 Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 2.2 kilometer afstand ten zuiden van de onderzoekslocatie (zie figuur 7.1).

Figuur 7.1 Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000.

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de sloop en nieuwbouw op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (AERIUS-calculator).

20487.001 versie D1

18 / 24

7.2 Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 250 meter ten oosten van de onderzoekslocatie. In figuur 7.2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=ba204789-4d1b-47d2-8fa2-1a1c0d806b28