CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-28.10 Relevant stuk 2, bijlagenboek bestemmingsplan “Zetten, Hessenbergstraat 2-20”

Gemeenteraadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Zetten, Hessenbergstraat 2-20”17.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Zetten, Hessenbergstraat 2-20

Bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Gemeente Overbetuwe Status:

Ontwerp

Datum:

Mei 2024

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0406ZTTNhssnbrgst-VSG1

Zetten, Hessenbergstraat 2-20

Datum Mei 2024

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Onderzoek stikstofdepositie

5

Bijlage 2

Quickscan flora en fauna

35

Bijlage 3

Aanvullend onderzoek flora en fauna en activiteitenplan

74

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20

4

(ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Onderzoek stikstofdepositie

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

5

RAPPORTAGE onderzoek stikstofdepositie Hessenbergstraat 2-20 Zetten

Rapport onderzoek stikstofdepositie Hessenbergstraat 2-20, Zetten Opdrachtgever

Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten

1

Rapportnummer

23276.002

Versienummer

D1

Status

Definitief

Datum

16 november 2023

Opsteller1

De heer M.C.H. Verhoeven, BSc

Kwaliteitscontrole

De heer R.M.P. Bouten, MSc

AVG

In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 1 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 2

2

TOETSINGSKADER ...................................................................................................................................... 3

3

UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................................... 4 3.1 3.2

4

Aanlegfase ...................................................................................................................................... 4 Gebruiksfase................................................................................................................................... 7

BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ................................................................................................. 9 Bijlage 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase Bijlage 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase

23276.002

SAMENVATTING Aan de Hessenbergstraat 2-20 te Zetten is men voornemens de bestaande woningen te amoveren en hiervoor in de plaats 10 nieuwbouwwoningen te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen, het vervoer van personeel en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2023.0.1). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.

Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

23276.002 versie D1

1/9

1

INLEIDING

Aan de Hessenbergstraat 2-20 te Zetten is men voornemens de bestaande woningen te amoveren en hiervoor in de plaats 10 nieuwbouwwoningen te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van het plan en de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 1.1 Situering plangebied

Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 3,5 kilometer afstand het meest nabij het plan. Op circa 4 km afstand ligt tevens het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en op circa 11 km afstand het Natura 2000-gebied ‘Binnenveld’.

23276.002 versie D1

2/9

2

TOETSINGSKADER

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geen significante toename Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

23276.002 versie D1

3/9

3

UITGANGSPUNTEN

Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases dienen inzichtelijk te worden gemaakt.

3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de sloop van de bestaande bebouwing en bouw van 10 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen, het vervoer van personeel en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling en zal circa één jaar duren. Voor de berekening van de aanlegfase is het peiljaar 2024 gehanteerd. Mobiele werktuigen De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn aangeleverd door de opdrachtgever. De emissiefactoren van de werktuigen zijn gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kengetallen. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Het dieselverbruik in combinatie met het verbruik van AdBlue is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM 2. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Tabel 3.1

Inzet mobiele werktuigen.

werktuig

stageklasse

bouwjaar

vermogen [kW]

draaiuren [u/j]

brandstofverbruik [l/j]

AdBlue [l/j]

graafmachine 100 kW

v.a. IV

v.a. 2014

100

90

900

45

verreiker 70 kW

v.a. IV

v.a. 2014

70

40

200

10

Sloopfase

Bouwfase incl. terreininrichting graafmachine 100 kW

v.a. IV

v.a. 2014

100

80

800

40

graafmachine 60 kW

v.a. V

v.a. 2019

60

100

500

25

trekker + kieper

v.a. IV

v.a. 2014

70

24

144

7

trilplaat 10 kW

v.a. IIIA

v.a. 2006

10

100

100

-

heistelling 300 kW

v.a. IV

v.a. 2014

300

32

800

40

bouwkraan

v.a. IV

v.a. 2014

350

150

1500

75

2 TNO, AUB: een robuuste schatting van NO

23276.002 versie D1

x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021.

4/9

betonpomp

v.a. IIIB

v.a. 2011

100

16

160

-

betonmixer

v.a. IIIB

v.a. 2011

100

16

160

-

Verkeersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat er voor de gehele aanlegfase 1600, 100 en 240 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. De ontsluiting van het verkeer vindt plaats in oostelijke richting naar de Hoofdstraat. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie3, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De Hoofdstraat fungeert als de hoofdontsluitingsroute van Zetten waardoor het grootste deel van het verkeer door het dorp zich over de Hoofdstraat zal bewegen. Derhalve zal het verkeer ten gevolge van de aanlegfase ter hoogte van de Hoofdstraat volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Stationair draaiende motoren Tijdens de aanlegfase zal het middelzwaar en zwaar verkeer binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gesimuleerd op basis van kentallen van BIJ12 en peiljaar 2024. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar vrachtverkeer 62,8648 gram NOx per uur en 0,7606 gram NH3 per uur en voor zwaar vrachtverkeer 71,0118 gram NOx per uur en 0,9054 gram NH3 per uur bedragen4. Tijdens de bouw zullen vrachtwagens totaal circa 10 minuten stationair draaien op het terrein per vrachtwagen. Hiermee wordt een worstcasescenario in acht genomen, gezien de motoren doorgaans worden uitgeschakeld. Uitgaande van het totaal aantal middelzware (50) en zware (120) vrachtwagens en de stationaire draaitijd per vrachtwagen (10 minuten),wordt een totale emissie van 1,94 kg NOx en 0,02 kg NH3 voor een aanlegfase met de duur van één jaar berekend. In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen van aanlegfase weergegeven. Bron 1 betreft de emissies ten gevolge van de mobiele werktuigen, bron 2 (paarse lijn) de emissies van het (bouw)verkeer en bron 3 de emissies ten gevolge van de stationair draaiende motoren.

3

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, versie 1, januari 2023.

4 Emissiefactoren voor peiljaar 2024.

23276.002 versie D1

5/9

Figuur 3.1 Emissiebronnen aanlegfase.

23276.002 versie D1

6/9

3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt de bouw van 10 woningen mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de aanlegfase (2025). Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Overbetuwe is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van 10 tussen/hoek koopwoningen opgenomen. Tabel 3.2

Verkeersgeneratie plan.

functie

plan

koop, huis, tussen/hoek 10 woningen

verkeersgeneratie per eenheid

verkeersgeneratieplan

eenheid

min

max

min

max

gem

1 woning

7,0

7,8

70,0

78,0

74,0

Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het totale plan 78 verkeersbewegingen per weekdag, hiervan is 2% opgenomen als middelzwaar vrachtverkeer. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1. In figuur 3.2 is de emissiebron tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. Bron 1 (paarse lijn) betreft het verkeer van en naar het plan.

23276.002 versie D1

7/9

Figuur 3.2 Emissiebronnen gebruiksfase.

23276.002 versie D1

8/9

4

BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING

De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2023.0.1). In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.

23276.002 versie D1

9/9

Bijlage 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Econsultancy Hessenbergstraat 2-20, 6671 ZV Zetten Woningbouw Hessenbergstraat 2-20 Aanlegfase woningbouwplan Hessenberstraat 2-20 te Zetten

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RqAB48BtafA6 10 november 2023, 14:56 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

aanlegfase - Beoogd aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

2024 -

1,2 kg/j

62,0 kg/j

2/7

Projectberekening

aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | mobiele werktuigen 3 Anders... | Anders... | stationair draaien vrachtverkeer  Verkeersnetwerk

RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,2 kg/j 20,0 g/j 9,6 g/j

59,6 kg/j 1,9 kg/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

aanlegfase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

mobiele werktuigen X:177265,92 Y:437850,16 0,25 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

SLOOP - graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 100kW diesel, SCR: ja

Brandstof­verbruik

900 l/j

59,6 kg/j 1,2 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

45 l/j

NOₓ 9,5 kg/j

90 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

200 l/j

40 u/j

10 l/j

NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 2,2 kg/j

BOUW - graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 100kW diesel, SCR: ja

800 l/j

80 u/j

40 l/j

NH₃ 48,0 g/j NOₓ 8,4 kg/j

BOUW - graafmachine Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, 500 l/j 60kW SCR: ja

100 u/j 25 l/j

NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 5,5 kg/j

BOUW - shovel

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

144 l/j

24 u/j

NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 1,7 kg/j

BOUW - trilplaat

Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

100 l/j

100 u/j

BOUW - heistelling

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

800 l/j

32 u/j

BOUW - hijskraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1500 l/j

BOUW - betonpomp

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, 160 l/j diesel, SCR: nee

16 u/j

NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 15,8 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 2,5 kg/j

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, 160 l/j diesel, SCR: nee

16 u/j

NH₃ 1,2 g/j NOₓ 2,5 kg/j

SLOOP - verreiker

BOUW - betonmixer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

bouwverkeer X:177313,91 Y:437823,36 222,07 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

7 l/j

NH₃ 34,6 g/j NOₓ 3,5 kg/j 40 l/j

150 u/j 75 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 8,2 kg/j

NH₃ 1,2 g/j Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 9,6 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

1.600,0 /jaar 100,0 /jaar 240,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Anders... | Anders...

Naam stationair draaien Uittreedhoogte vrachtverkeer Warmteinhoud Locatie X:177265,92 Spreiding Y:437850,17 Oppervlakte 0,25 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,0 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

1,9 kg/j 20,0 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RqAB48BtafA6 (10 november 2023)

7/7

Bijlage 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Econsultancy Hessenbergstraat 2-20, 6671 ZV Zetten Woningbouw Hessenbergstraat 2-20 gebruiksfase woningbouwplan Hessenberstraat 2-20 te Zetten

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RxF4DhQv3v66 10 november 2023, 14:39 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RxF4DhQv3v66 (10 november 2023)

2025 -

77,5 g/j

2,1 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

RxF4DhQv3v66 (10 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

77,5 g/j

2,1 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RxF4DhQv3v66 (10 november 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RxF4DhQv3v66 (10 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

verkeersbewegingen X:177313,91 Y:437823,36 222,07 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 2,1 kg/j Type scherm - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - NH₃ 77,5 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

76,4 /etmaal 1,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RxF4DhQv3v66 (10 november 2023)

6/6

bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20

Bijlage 2 Quickscan flora en fauna

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

35

RAPPORTAGE quickscan Wet natuurbescherming diverse straten Zetten en Herveld

Rapportage quickscan Wet natuurbescherming diverse straten, Zetten en Herveld Opdrachtgever

Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten

Rapportnummer

20487.001

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

31 januari 2023

Opsteller

De heer K. Schilderman, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer R.T. Valstar, MSc

Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 5

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ............................................................................ 7 4.1 4.2 4.3 4.4

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................................ 10 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Vogels ........................................................................................................................................... 10 Vleermuizen ................................................................................................................................. 12 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 14 Reptielen, amfibieën en vissen .................................................................................................... 15 Ongewervelden ............................................................................................................................ 15 Planten ......................................................................................................................................... 15

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ................................................................................................ 16 6.1 6.2 6.3

7

Zorgplicht ....................................................................................................................................... 7 Soortenbescherming ...................................................................................................................... 7 Gebiedenbescherming ................................................................................................................... 8 Houtopstanden .............................................................................................................................. 9

Broedvogels .................................................................................................................................. 16 Vleermuizen ................................................................................................................................. 17 Overige soort(groep)en ................................................................................................................ 17

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ............................................................................................... 18 7.1 7.2 7.3

Natura 2000 ................................................................................................................................. 18 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................... 19 Overige gebiedsbescherming ....................................................................................................... 20

8

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................... 21

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 22

Bijlage 1 Bijlage 2

toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst

20487.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Woonstichting Valburg opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming aan diverse straten te Zetten en Herveld. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de sloop en nieuwbouw van 30 woningen in Herveld en Zetten. De quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

20487.001 versie D1

1 / 24

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (30 woningen) ligt aan diverse straten, te Zetten en Herveld. In figuur 2.1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De woningen die onderdeel zijn van de onderzoekslocatie zijn 10 woningen aan de Hessenbergstraat 2 t/m 20, 16 woningen aan de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten en 4 woningen aan de Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld. De woningen in Herveld en aan de Hessenbergstraat te Zetten zijn allemaal seniorenwoningen, bestaande uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn gedekt met een zadeldak met dakpannen. De woningen aan de Ploegstraat zijn onder- en bovenwoningen. De onderwoningen bestaan uit één woonlaag en de bovenwoningen uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn ook gedekt met een zadeldak met dakpannen. De onderzoekslocatie liggen midden in de bebouwde kom van Zetten of Herveld. Rondom de woningen zijn verschillende woonwijken van deze dorpen aanwezig. In figuur 2.2 t/m 2.4 zijn luchtfoto’s van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.5 t/m figuur 2.10 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

20487.001 versie D1

2 / 24

Figuur 2.2 Onderzoekslocatie aan de Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld.

Figuur 2.3 Onderzoekslocatie aan de Hessenbergstraat 2 t/m 20 te Zetten .

20487.001 versie D1

3 / 24

Figuur 2.4 Onderzoekslocatie aan de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten.

Figuur 2.5 Overzicht van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 2.6 Begroeiing direct naast de bebouwing aan de Hoofdstraat.

Figuur 2.7 Voorzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 2.8 Achterzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 2.9 Aanzicht van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 2.10 Aanzicht en kopgevel van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

20487.001 versie D1

4 / 24

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de woningen te slopen en nieuwe woningen terug te plaatsen, hiervoor wordt de tuinen ook opnieuw ingericht. De exacte werkwijze en toekomstige plannen zijn op het moment van schrijven nog niet bekend.

20487.001 versie D1

5 / 24

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 13 december 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan Wet natuurbescherming is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

20487.001 versie D1

6 / 24

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: • • •

het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

4.1 Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. In bijlage 1 wordt dit artikel nader toegelicht.

4.2 Soortenbescherming Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;

20487.001 versie D1

7 / 24

• • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In bijlage 1 worden deze artikelen nader toegelicht.

4.3 Gebiedenbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen.

Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie.

20487.001 versie D1

8 / 24

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 21 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

4.4 Houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel VI) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.

De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

20487.001 versie D1

9 / 24

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.

5.1 Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, gierzwaluw en slechtvalk. Van deze soorten kan de slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen. Huismus Huismussen nestelen onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen. Op de onderzoekslocatie zijn meerdere geschikte broedgelegenheden aangetroffen voor de huismus. Voorbeelden van aangetroffen mogelijk geschikte plekken van alle drie de locaties zijn weergegeven in figuur 5.1 t/m 5.6. Hoofdstraat te Herveld Bij de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld is onder de eerste rij dakpannen vogelschroot aangetroffen (zie figuur 5.1). Hiermee is de ruimte onder de dakpannen ontoegankelijk voor de huismus. Daarnaast zijn er in deze woningen verder geen geschikte broedgelegenheden aangetroffen. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is voor deze woningen uitgesloten dat er een overtreding van de Wet natuurbescherming omtrent de huismus plaatsvindt. Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten Bij de woningen aan de Hessenbergstraat en de Ploegstraat te Zetten is de ruimte onder de dakpannen toegankelijk voor huismussen.

Onder de eerste rij dakpannen bevindt zich geen vogelschroot. Daarnaast zijn er meerdere gebroken dakpannen aanwezig die toegang bieden voor huismussen om onder het dak te kruipen. Bij een van de woningen aan de Hessenbergstraat was reeds nestmateriaal aanwezig onder een van de gebroken dakpannen (zie figuur 5.3). Tevens werden in de voortuin van een van de woningen aan de Ploegstraat meerdere huismussen aangetroffen (zie figuur 5.6). Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is het in deze woonblokken niet te voorkomen dat nesten van huismussen worden beschadigd/vernield (hoofdstuk 6).

20487.001 versie D1

10 / 24

Figuur 5.1 Vogelschroot onder de dakpannen van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.2 Begroeiing direct naast de gevel van woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.3 Nestmateriaal onder een afgebroken dakpan van woning aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.4 Afgebroken dakpan en ruimte onder de dakpannen van woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.5 Ruimte onder dakpannen bij woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 5.6 Huismus in de voortuin van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.

20487.001 versie D1

11 / 24

Gierzwaluw De gierzwaluw is een vogel die zijn broedgelegenheden vindt in bebouwing. Ruimte onder dakpannen en “nissen” in de muren worden gebruikt als nestlocatie. Op de drie onderzoekslocaties zijn woningen die geschikt zijn als nestlocaties voor de gierzwaluw, zie figuur 5.7 t/m 5.9. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is het niet te voorkomen dat nesten van gierzwaluwen worden beschadigd/vernield (hoofdstuk 6).

Figuur 5.7 Ruimte onder dakpannen van woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.8 Ruimte onder dakpannen van woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.9 Eindvorst met opening van een woning aan de Ploegstraat te Zetten.

Overige broedvogels De bebouwing op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals spreeuw en kauw. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6). De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Er bevinden zich geen grote nesten op of rondom de bebouwing van de onderzoekslocaties. Daarnaast gaat het hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende alternatieve broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Het werken buiten het broedseizoen is voldoende om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen (zie hoofdstuk 6).

5.2 Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, baardvleermuis, bosvleermuis en watervleermuis.

20487.001 versie D1

12 / 24

Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie De bebouwing op de onderzoekslocaties is geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen in de vorm van stootvoegen die toegang verlenen tot de spouwmuren (zie figuur 5.10, 5.12 en 5.15). Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig onder de dakrand waar vleermuizen gebruik van kunnen maken (zie figuur 5.11, 5.13 en 5.14). Alle woningen behorend tot de onderzoekslocatie zijn daardoor geschikt als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger gezien de geschiktheid van de bebouwing en de ligging van de woningen. Deze soorten kunnen de bebouwing in principe gebruiken als zomerverblijf, kraamverblijf, paarverblijf en winterverblijfplaats. Bij de sloop van de bebouwing kan daarom sprake zijn van verstoring en vernietiging ten aanzien van een vaste rust- of voortplantingsplaats van desbetreffende soorten (zie hoofdstuk 6).

Figuur 5.10 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.11 Spleten onder de dakpannen en onder de loodslabben aan de Hoofdstraat te Herveld.

Figuur 5.12 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.13 Ruimtes onder de dakpannen en loodslabben van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.

Figuur 5.14 Spleten onder de dakpannen van de woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

Figuur 5.15 Open stootvoegen in de schoorstenen van de woningen aan de Ploegstraat te Zetten.

De onderzoekslocatie is niet geschikt voor de gewone grootoorvleermuis. De gewone grootoorvleermuis is afhankelijk van ruime open hangplekken en grote invliegopeningen, welke in de onderzochte woningen niet aanwezig zijn. Incidenteel kan een gewone grootoorvleermuis foerageren in woonwijken, maar de bebouwing op de onderzoekslocatie is niet geschikt als vaste verblijfplaats voor de gewone grootoorvleermuis. De onderzoekslocatie is geheel bebouwd en er zijn geen bomen aanwezig, waardoor uitgesloten kan worden dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van boombewonende vleermuizen is niet aan de orde.

20487.001 versie D1

13 / 24

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Foerageerhabitat Het openbaar groen rondom de onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en mogelijk meervleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Het betreft groene gebieden rondom de dorpen, zoals de Vluchtheuvelkerk te Zetten. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.

5.3 Overige zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten. Streng beschermde soorten Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: steenmarter. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor de steenmarter. Deze soort komt in de omgeving voor. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes maar ook stenenstapels of takkenhopen, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of voortplantingsplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Daarnaast werden er in de onderzochte woningen ook geen geschikte openingen aangetroffen waardoor steenmarters toegang zouden krijgen tot ruimten onder het dak.

Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie niet in gebruik is als vaste rust- of voortplantingsplaats door de steenmarter. Licht beschermde soorten De ingreep heeft betrekking tot de bebouwing en omliggende tuinen. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor soorten grondgebonden zoogdieren. De verblijfplaatsen zijn op deze locatie uit te sluiten.

20487.001 versie D1

14 / 24

5.4 Reptielen, amfibieën en vissen Reptielen Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor reptielen. De ingreep heeft enkel betrekking tot de bebouwing en de directe omgeving. Amfibieën Doordat wateroppervlakten als poelen, sloten en plassen op de onderzoekslocatie ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën en het voorkomen van vissen op de onderzoekslocatie uitgesloten.

5.5 Ongewervelden Libellen Voor libellen geldt dat water nodig is voor de voortplanting. Gezien het ontbreken hiervan kan gesteld worden dat deze soortgroep niet in staat is zich in de huidige situatie te vestigen. Vlinders Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte, meer algemene, waardplanten voor beschermde vlindersoorten als sleedoornpage (sleedoorn), iepenpage (iep) en kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie) zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Overige soorten Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

5.6 Planten Aangezien de locatie geheel bestaat uit bebouwing, verharding en tuin is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde plantensoorten op de onderzoekslocatie niet te verwachten.

20487.001 versie D1

15 / 24

6

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming optreden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.

6.1 Broedvogels Jaarrond beschermde broedvogels Huismus De nesten van huismussen zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder de beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming is het verboden nesten van huismussen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. Het huismusonderzoek moet uitgevoerd worden voor beide onderzoekslocaties in Zetten. Voor de woningen in Herveld is geen aanvullend onderzoek naar de huismus vereist. Gierzwaluw De nesten van de gierzwaluw zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder de beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop.

Volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming is het verboden nesten van gierzwaluwen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van gierzwaluwen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de gierzwaluw op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. Alle woningen moeten onderzocht worden op de aanwezigheid van de gierzwaluw.

20487.001 versie D1

16 / 24

Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

6.2 Vleermuizen De te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=ffcfe43c-09df-48d6-b8bb-db15861ac8ca