24-05-28.10 Relevant stuk 1, toelichting en regels bestemmingsplan “Zetten, Hessenbergstraat 2-20”
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Gemeente Overbetuwe Status:
Ontwerp
Datum:
Mei 2024
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0406ZTTNhssnbrgst-VSG1
Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Datum Mei 2024
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
11
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 15
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren
17 17 17 18 19 20 21 22 24 25 25 27 33 34
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels
35 35 35
Hoofdstuk 7
38
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
39 39 39 39 39 39
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
4
(ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer Woonstichting Valburg wil twee blokken met in totaal 10 aaneengebouwde woningen aan de Hessenbergstraat 2-20 (even) te Zetten slopen. De te slopen woningen worden vervangen door 10 nieuwe (senioren)woningen. Deze komen iets dichter bij de weg te liggen, waardoor ruimere achtertuinen bij de woningen ontstaan. Tegelijkertijd blijft de groene structuur aan de straatzijde behouden en wordt hier waardevol buurtgroen gerealiseerd. De nieuwe woningen worden gedeeltelijk buiten de bouwvlakken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan opgericht. Om het plan mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan 'Zetten, Hessenbergstraat 2-20' geeft een nieuw bouwen gebruikskader voor het gehele perceel.
1.2
Ligging en globale begrenzing plangebied
Het plangebied bestaat uit de percelen Hessenbergstraat 2-20 (even) te Zetten. De locatie ligt binnen de bebouwde kom van Zetten in een woonomgeving nabij het dorpscentrum. Dit ligt ten oosten van het plangebied. Het plangebied wordt via de Veldstraat, Wouterplasstraat en Margrietstraat ontsloten op het omliggende wegennet. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven.
Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Google Maps)
Het plangebied aan de Hessenbergstraat 2-20 te Zetten is kadastraal bekend als gemeente Valburg, sectie B, perceelnummer 2682. De oppervlakte van het plangebied is ruim 2.500 m². De grens van het plangebied volgt de kadastrale begrenzing van dit perceel. Aan de oostkant zijn de woonpercelen
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Veldstraat 4 en Wouterplasstraat 5 gesitueerd. Aan de zuid-, west- en noordkant grenst het plangebied aan de Veldstraat, Hessenbergstraat en Wouterplasstraat. Figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied indicatief aan.
Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Huidig bestemmingsplan
In het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen'. Dit plan is op 24 oktober 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied in rood kader, is weergegeven op figuur 1.3. Het plangebied heeft vrijwel geheel de bestemming 'Wonen'. Aan de zuidelijke rand van het plangebied zijn twee smalle stroken bestemd als 'Buitenruimte'. In het grootste deel van het plangebied is ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' van toepassing. Deze dubbelbestemming stelt beperkingen aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden. Hoofdgebouwen mogen alleen binnen de opgenomen bouwvlakken worden gebouwd. De twee bouwvlakken in het plangebied liggen ligt rondom de bestaande woningen.
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen' met het plangebied in rood kader weergegeven (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl)
De beoogde nieuwe woningen worden gedeeltelijk buiten de bouwvlakken opgericht. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voor het overige is het plan niet in strijd met het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat uit het perceel aan de Hessenbergstraat 2-20 (even) te Zetten en is kadastraal bekend als gemeente Valburg, sectie B, perceelnummer 2682. Het ligt op de hoek van de Veldstraat (zuidkant), de Hessenbergstraat (westkant) en de Wouterplasstraat (noordkant). In de omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig, bestaande uit verschillende woningtypen. Ten oosten/noordoosten van het plangebied is het dorpscentrum van Zetten gelegen, rondom het Julianaplein. Het kleinschalige dorpscentrum kent een aantal voorzieningen, voornamelijk bestaande uit winkels. Aan de overzijde van de Veldstraat is een bouwmarkt gevestigd. Zuidoostelijk van het plangebied is onder meer een binnensportaccommodatie, bowlingbaan en de bibliotheek gevestigd. In figuur 2.1 is de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1: directe omgeving van het plangebied, met rechts het dorpscentrum van Zetten (bron: Google Maps)
In het plangebied zijn momenteel twee blokken met rijwoningen (seniorenwoningen) aanwezig: een noordelijk blok van 4 woningen en een zuidelijk blok van 6 woningen. Deze staan relatief ver van de weg, waardoor deze beschikken over kleine achtertuinen. Aan de voorzijde is een relatief groot terrein aanwezig, dat slechts beperkt benut wordt. Aan de zuidwestkant, op de hoek van de Veldstraat en Hessenbergstraat, staat een groepje bomen. Verder is de beeld- en verblijfskwaliteit van het groen echter matig (zie ook figuur 2.3). Figuur 2.2 laat de stedenbouwkundige karakteristieken van de omgeving zien. Hieruit blijkt dat met name de bebouwing aan de Veldstraat zich kenmerkt door een grote diversiteit in verschijningsvormen, maar een strakke rooilijn. Verder vallen de groene structuren langs meerdere omliggende wegen op.
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Figuur 2.2: huidige situatie en directe omgeving schetsmatig weergegeven (bron: De Regt + Danz BNA)
De woningen in het plangebied bestaan uit één bouwlaag met een bescheiden kap. De woningen zijn eigendom van de Woonstichting Valburg en zijn geschikt voor senioren. Parkeervoorzieningen zijn aan de aangrenzende wegen aanwezig in de vorm van langsparkeerstroken. De woningen dateren uit 1960 en zijn na ruim 60 jaar verouderd. Ze voldoen niet meer aan de hedendaagse eisen en wensen van de doelgroep van de woningen (senioren), onder meer op het gebied van toegankelijkheid. Daarnaast zijn de woningen niet duurzaam. Figuur 2.3 is een straatbeeld van het plangebied opgenomen. Hierop is te zien dat de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van de huidige woningen laag is.
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Figuur 2.3: straatbeeld vanaf de Hessenbergstraat (bron: Google Maps)
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
Woonstichting Valburg wil de bestaande woningen slopen, omdat deze verouderd zijn en zoals gezegd niet meer voldaan aan de huidige wensen en eisen op het gebied van onder meer duurzaamheid en woonconfort. Daarnaast kan de huidige perceelsindeling, waarbij een relatief groot deel van het perceel vrijwel onbenut is en de achtertuinen klein zijn, worden verbeterd. De initiatiefnemer wil de woningen daarom slopen en vervangende nieuwbouw realiseren op iets kortere afstand van de Hessenbergstraat. Door de nieuwe positionering ontstaat meer ruimte voor achtertuinen bij de woningen, maar wordt voldoende groene ruimte aan de voorzijde behouden. Aan de zuidkant wordt de bebouwing in lijn met de kenmerkende rooilijn van de bestaande bebouwing aan de Veldstraat gepositioneerd. De nieuwbouw wordt hiermee stedenbouwkundig logisch ingepast. Figuur 3.1 geeft de stedenbouwkundige uitgangspunten/principes weer. In figuur 3.2 is de beoogde situatie weergegeven.
Figuur 3.1: stedenbouwkundige principes toekomstige situatie (bron: De Regt + Danz BNA)
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Figuur 3.2: toekomstige inrichting plangebied en inpassing in de omgeving (bron: De Regt + Danz BNA)
De tien nieuwe aaneengebouwde woningen zijn, evenals de huidige woningen, geschikt voor senioren. Met het oog op zowel de financiële haalbaarheid als de ruimtelijke kwaliteit, is ervoor gekozen om hetzelfde aantal woningen als in de bestaande situatie (10 in totaal) terug te bouwen. Meer woningen toevoegen gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit en levert problemen op met betrekking tot parkeren. De ontwikkeling draagt hij aan het vernieuwen en verduurzamen van de woningvoorraad van de Woonstichting. Daarnaast wordt de architectonische kwaliteit verhoogd. De woningen zullen, evenals de huidige woningen, bestaan uit één bouwlaag met een kap. De diepte van de woningen (ca. 10,75 meter) wordt iets groter dan die van de huidige woningen, wat het leefcomfort ten goede komt. Aan de voorzijde van het plangebied wordt het bestaande groen versterkt door de aanplant van enkele bomen en andere beplanting. Hierdoor worden de landschappelijke kwaliteit en de verblijfskwaliteit vergroot. Dit sluit goed aan bij het straatbeeld van de aangrenzende straten. Het parkeren blijft, evenals in de huidige situatie, plaatsvinden aan de straat. De woningen zullen aan de achterzijde via twee achteroms toegankelijk zijn.
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit, dat onderdeel is van de NOVI, valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt enkel een ontwikkeling van lokaal belang mogelijk, gezien de aard en de beperkte schaalgrootte van het plan. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding met een dergelijk plan. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige planologische wijziging, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de sloop en vervangende nieuwbouw van in totaal 10 woningen binnen de bebouwde kom. Het aantal woningen blijft gelijk, waardoor de ontwikkeling niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het plan.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog diverse wijzigingen en actualisaties doorgevoerd. Het actuele beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van 19 december 2018. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen of regels, die voor dit plan van belang zijn.
Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In december 2022 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in de sloop en vervangende nieuwbouw van in totaal 10 woningen binnen de bebouwde kom. Er spelen in principe geen provinciale belangen met een dergelijke wijziging, gezien de ligging en de aard en omvang van het plan. Daarnaast is er geen sprake van een nieuwe woonlocatie of van een toevoeging van nieuwe woningen.
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Zetten. Het plan heeft tot doel om de bestaande woningvoorraad van de Woonstichting te vernieuwen en te verduurzamen. De nieuwe seniorenwoningen voldoen beter aan de eisen op het gebied van woonconfort en duurzaamheid dan de bestaande woningen. Ook worden deze stedenbouwkundig logisch ingepast. Het plan draagt dan ook bij aan het bereiken van een kwalitatief goede en gevarieerde dorpse woonomgeving. De planlocatie is door de directe nabijheid van de voorzieningen van het dorpscentrum ook een geschikte woonlocatie voor de beoogde doelgroep. De beoogde ontwikkeling past al met al bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2025 In de Woonagenda 2025 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een uitgangspuntennotitie opgesteld.
Daarnaast vonden woningmarktanalyses en gesprekken met stakeholders bij de voorbereiding van de Woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. Centraal staat dat de gemeente over voldoende woningen met de juiste kwaliteit wil beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. De Woonagenda omvat vier centrale thema's:
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Voorraadstrategie: nieuw en bestaand; Verduurzaming en koppelkansen; Bijzondere doelgroepen en woonvormen; Wonen en zorg. Elk van deze thema's is nader beschouwd in de Woonagenda. De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. De woningbouwproductie blijft achter bij deze groei. Daarnaast wil de gemeente een extra bijdrage leveren aan de versnellings- en groeiopgave vanuit de regionale Woondeal. Dit gaat om een nog nader te bepalen aantal woningen, waarbij gedacht wordt aan circa 3.000 à 4.000 extra woningen in het middengebied (Overbetuwe en Lingewaard). In kwalitatief opzicht is van belang dat betaalbaar wonen onder druk staat. Dit heeft verschillende oorzaken. De gemeente werkt in de Woonagenda toe naar een streefprogramma in de woningbouwprogrammering om de woningmarkt beter in balans te krijgen. Hierin wordt ook rekening gehouden met de veranderende woningvraag door bekende trends, zoals het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens en de groei van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan worden de bestaande 10 aaneengebouwde woningen in het plangebied gesloopt en vervangen door 10 nieuwe woningen in dezelfde categorie en voor dezelfde doelgroep. Het aantal woningen blijft dus gelijk.
Zoals voorgaand al is toegelicht, draagt het plan bij aan modernisering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Het gaat daarbij om een doelgroep (senioren), waarvoor een grote woningbehoefte bestaat. Het plan voldoet ook in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2025.
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Om te beoordelen of voor de bestemmingsplanwijziging een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, moet worden nagegaan of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r., moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen wijziging komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Vanwege de aard van de wijziging (gelijkblijvend aantal woningen) is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plangebied ligt bovendien niet in een gevoelig gebied, maar binnen de bebouwde kom. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het project geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Ten slotte is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van het project. Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
5.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van nieuwe woningen mogelijk op een andere plaats dan de bestaande woningen. Daarmee is er sprake van een nieuw geluidgevoelig object.
Alle wegen in de ruime omtrek van het plangebied betreffen 30 km/uurwegen en hebben geen geluidzone volgens de Wgh. Ook andere geluidbronnen (spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen) zijn in de omgeving niet aanwezig. Op basis van de Wgh is een akoestisch onderzoek daarom niet noodzakelijk. Daarnaast is op voorhand voldoende aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen. De bij de gemeente bekende verkeersintensiteiten op de wegen in de directe omgeving geven geen aanleiding tot het uitvoeren van akoestisch onderzoek. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3).
Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de sloop en vervangende nieuwbouw van in totaal 10 woningen. Het aantal woningen en het aantal te verwachten verkeersbewegingen blijven gelijk. Het project valt daarom zonder meer onder de regeling NIBM. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar verwachting ruimschoots aan de normstelling, zo blijkt uit raadpleging van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen.
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van 10 woningen op een andere plaats dan de 10 bestaande woningen mogelijk. De verplaatsing van de woningen kan vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering relevant zijn. Daarom is onderzocht welke milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied gevestigd zijn. Onderstaande tabel geeft dit aan.
Opgemerkt wordt dat in iets ruimere omtrek van het plangebied meer milieubelastende functies aanwezig zijn, maar tussen deze functies en het plangebied meerdere bestaande woningen aanwezig zijn. In de onderstaande toetsing is de kortste afstand tot de nieuwe woningen als uitgangspunt genomen en is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van de milieubelastende functies. Uitgegaan is van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Adres
Functie/ bestemming
Milieucategorie
Richtafstand
Afstand
Veldstraat 23
Bouwmarkt (Gemengde bestemming)
2
30 m
ca. 18 m
Veldstraat 31
Kantoor (Gemengde bestemming)
2
30 m
ca. 35 m
Uit de tabel blijkt dat de nieuwe woningen buiten de richtafstand tot het perceel Veldstraat 31, ten zuidwesten van het plangebied, liggen en er ten opzichte van deze functie geen belemmeringen aan de orde zijn. Anders is dit ten opzichte van de locatie Veldstraat 23. Hier is momenteel een kleinschalige
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 bouwmarkt gevestigd. De nieuwe woningen liggen binnen de uiterste richtafstand tot deze bestemming en komen een fractie dichterbij het betreffende perceel te liggen dan de huidige woningen. Het aspect geluid is maatgevend. Ten opzichte van de overige aspecten liggen de woningen buiten de richtafstand (10 meter). Hoewel de nieuwe woningen binnen de richtafstand met betrekking tot het onderdeel geluid liggen, zijn er geen belemmeringen te verwachten in dit geval. In de eerste plaats zijn ten oosten en ten noorden van Veldstraat 23 al bestaande woningen aanwezig op kortere afstand. Deze zullen maatgevend blijven voor de gebruiksmogelijkheden op het perceel. Ook is de verschuiving van de woningen ten opzichte van de bestaande situatie minimaal. Ten slotte betreft het een relatief kleine bouwmarkt/bedrijfslocatie, waar de richtafstanden uitgaan van een functie van gemiddelde omvang. De verwachte effecten zijn daarom naar verwachting van een beperkter bereik dan bij een gemiddeld bedrijf volgens de VNG-brochure. Gezien de specifieke omstandigheden van het geval, kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen daarom voldoende worden geborgd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Er zijn geen beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies.
5.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied. Beoordeling Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is er sprake van geurgevoelige objecten in het plangebied.
De situering daarvan wijzigt beperkt. Het plangebied ligt centraal binnen de bebouwde kom van Zetten en wordt aan alle kanten omgeven door bestaande geurgevoelige objecten. Er zijn geen veehouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien deze omstandigheden is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voldoende gewaarborgd en is op voorhand zeker dat er geen belemmeringen optreden voor veehouderijen. Nader geuronderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De Wgv vormt geen belemmering in het kader van dit plan.
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
5.6
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in sloop en vervangende nieuwbouw van woningen ter plaatse van de bestemming 'Wonen'. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is er sprake van een gevoelige bestemming. Alleen de situering binnen deze bestemming wijzigt beperkt. Gezien het huidige gebruik en het feit dat de bestemming niet wijzigt, bestaat er geen aanleiding tot het uitvoeren van een bodemonderzoek. Redelijkerwijs mag worden verwacht dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het toekomstige gebruik. Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan.
Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
5.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling De ontwikkeling betreft het realiseren van 10 woningen ter vervanging van 10 bestaande woningen. Hiermee is er sprake van een zeer beperkte verplaatsing van bestaande kwetsbare objecten.
Het aantal personen in het plangebied wijzigt daarbij niet. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is zorgvuldigheidshalve een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom de planlocatie, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Figuur 5.1: uitsnede provinciale risicokaart Hessenbergstraat 2-20 Zetten, geraadpleegd op 9 december 2023 (zwarte cirkel = ligging plangebied)
De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Rondom de planlocatie zijn geen buisleidingen en inrichtingen aanwezig met een extern veiligheidsrisico. Wel liggen op ongeveer 1.400 meter ten zuiden van het plan de Betuweroute en de snelweg A15. Op basis van de Regeling basisnet is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan binnen het invloedsgebied van de Betuweroute en de snelweg A15. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Omdat de afstand tussen het plan en beide risicobronnen groter dan 200 meter is, heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel de aspecten zelfredzaamheid en beheersbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het plan ligt in het invloedsgebied groepsrisico van twee risicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en de snelweg A15.
Omdat het plan op meer dan 200 meter van deze transportroutes ligt, hoeft enkel ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hiervoor is de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) op 9 december 2023 om advies gevraagd. Hieronder een beschouwing van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende. Conclusie De planlocatie ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, buisleiding en transportroute met een extern veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de diverse risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedsgebied van de Betuweroute en de snelweg A15. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico en op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
5.8
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.
Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke ontplofbare oorlogsresten (OO) van belang. Dergelijke werkzaamheden zijn bij het oprichten van de nieuwe woning(en), het slopen van de bestaande woningen en daarmee verband houdende werkzaamheden aan de orde. De bodem in het plangebied is echter na-oorlogs al geroerd bij de realisatie van de bestaande woningen, begin jaren '60 van de vorige eeuw. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er nog OO in het plangebied aanwezig zijn. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Daarnaast kunnen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbinding beperkingen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gesteld om gezondheidsredenen (voorzorgsbeleid). Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect vormt daarom geen belemmering voor het plan.
5.10
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen er voor 2027 liggen.
Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn: Dagelijks beheer van water en dijken; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie); Werken aan schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar.
In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt. Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling Hemel- en afvalwater Het plangebied bestaat momenteel uit twee blokken met aaneengebouwde woningen en bijbehorende percelen (in totaal 10 woningen). Voor het overige is het plangebied onverhard, behoudens een voetpad. In de toekomstige situatie worden de woningen op een andere plaats, in een vergelijkbare omvang, herbouwd. De bijbehorende erven zijn iets groter dan de huidige achtertuinen. Het verhard oppervlak neemt hierdoor mogelijk beperkt toe. Een eventuele toename aan verhard oppervlak zal echter zeker minder zijn dan de eenmalige vrijstellingsdrempel van 500 m² conform de Keur. Daarom is geen compensatie vereist in het kader van dit plan.
Van belang is dat hemelwater en vuilwater bij de nieuwe woningen gescheiden worden afgevoerd. De productie van vuilwater zal ten opzichte van de huidige bestemming gelijkwaardig blijven. Er zijn geen belemmeringen in de waterafvoer te verwachten. Het plan kan hydrologisch neutraal worden ontwikkeld. Oppervlaktewater In en direct rondom het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig. Het planvoornemen voorziet ook niet in het toevoegen van oppervlaktewater. Waterkering Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van waterkeringen.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding, oppervlaktewater of waterkeringen. Dit aspect levert geen belemmeringen voor de wijziging op.
5.11
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten.
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in de directe omgeving van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op ongeveer 3,5 kilometer ten zuiden van het plangebied en het gebied 'Veluwe' op circa 3 kilometer ten noorden van het plangebied. Overige gebieden liggen op aanzienlijk grotere afstand. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen in het plangebied zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, niet te verwachten.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20
Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de sloop en nieuwbouw op voorhand niet uit te sluiten. Daarom is een stikstodepofitieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en de gebruiksfase. Deze berekeningen, inclusief een toelichtende notitie, zijn opgenomen in Bijlage 1. Uit het onderzoek blijkt dat er geen stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats optreedt in zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Delen van het Natuurnetwerk Nederland liggen niet in de directe omgeving van het plangebied. Voor deze gebieden geldt geen toetsingskader met betrekking tot externe effecten. Gezien de aard van het plan is het bovendien uitgesloten dat de wezenlijke kenmerken en waarden van dergelijke gebieden worden aangetast. Vanuit het aspect gebiedsbescherming zijn er geen bezwaren verbonden aan het plan en is nader onderzoek niet nodig. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Soortenbescherming Het plan voorziet in de de sloop en nieuwbouw van woningen. Vanwege de aard van de benodigde werkzaamheden zijn negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand niet uitgesloten. Daarom is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 2. Dit onderzoek ziet op meerdere locaties, waaronder onderhavig plangebied. Hierna worden de voor het plangebied relevante resultaten besproken.
Quickscan flora en fauna Het plangebied bevat geschikt habitat voor algemene, niet-jaarrond beschermde broedvogels, waarvan alleen de nesten beschermd zijn. Ovetreding van de Wnb kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Bij de woningen in het plangebied is de ruimte onder de dakpannen toegankelijk voor huismussen. Daarnaast zijn er meerdere gebroken dakpannen aanwezig die toegang bieden voor huismussen om onder het dak te kruipen. Hier is bij de uitvoering van het onderzoek ook nestmateriaal aangetroffen. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is het daarom niet te voorkomen dat nesten van huismussen worden beschadigd/vernield. Het is verder niet uitgesloten dat er nestplaatsen van gierzwaluwen aanwezig zijn. Overtreding van de Wet natuurbescherming in dit opzicht is op voorhand niet uitgesloten. De woningen in het plangebied zijn tevens geschikt als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger gezien de geschiktheid van de bebouwing en de ligging van de woningen. Deze soorten kunnen de bebouwing in principe gebruiken als zomerverblijf, kraamverblijf, paarverblijf en winterverblijfplaats. Bij de sloop van de bebouwing kan daarom sprake zijn van verstoring en vernietiging ten aanzien van een vaste rust- of voortplantingsplaats van desbetreffende soorten.
De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Ook is de aantasting van vliegroutes van vleermuizen uitgesloten. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat en/of het ontbreken van sporen of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Nader onderzoek en activiteitenplan Op basis van de resultaten van de quickscan flora en fauna is nader soortgericht onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluw en huismus noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd en de rapportage is opgenomen in Bijlage 3. Ook dit nader onderzoek ziet op meerdere locaties, waaronder het plangebied. Hierna worden de bevindingen en consequenties voor dit plangebied besproken. Tevens is een activiteitenplan opgesteld, dat onderdeel uitmaakt van Bijlage 3. In het plangebied zijn geen nestplaatsen van huismussen aangetroffen. In de directe omgeving zijn wel diverse nestplaatsen aangetroffen (45 in totaal). Op figuur 5.2 zijn de aangetroffen nestplaatsen in de omgeving weergegeven. Omdat er in het plangebied geen nestplaatsen verloren gaan, is een overtreding van de bepalingen uit de Wnb niet aan de orde en is een ontheffing niet benodigd. In de omgeving zijn
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Zetten, Hessenbergstraat 2-20 voldoende nestplaatsen aanwezig. Op de schoorsteen aan de Hessenbergstraat 2 is tijdens de huismusrondes één nest in gebruik door kauwen aangetroffen. Voorafgaand aan de sloop moet worden gecontroleerd of deze nestplaats is gebruik is. Nestplaatsen zijn altijd beschermd.