CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-04-22 memo raadsrapporteurs RAC inzake besluitvorming agenda GMR

Voorronde Zaal 3 14 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC Overbetuwse opgaven binnen de Groene Metropoolregio (GMR)1.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO van RAADSRAPPORTEURS

Aan

:

Raads- en burgerraadsleden en College van B&W

Datum indiening

:

22 april 2024

Onderwerp

:

Rol en positie bij besluitvormingstraject van de raad bij vaststelling van de regionale agenda en de intekening op de vijf regionale opgaven.

Naam Regeling

:

Groene Metropool Regio (GMR)

Raadsrapporteur(s)

:

Henk Mulder en Mariël de Vries

Doel

:

X informeren O opmerken (aankruisen wat van toepassing is) X informatie ophalen bij de Raad

Aanleiding In het overleg van de RegionaleAgendaCommissie (RAC) van 18 maart 2024 bleek dat er onduidelijkheid was over het besluitvormingstraject van de regionale agenda 2025-2028. De vraag werd gesteld of de Raden expliciet een besluit nemen over de regionale agenda en deelname aan de vijf opgaven, of dat dit gemandateerd is aan het college. Deze vraag is voorgelegd aan de directie van de GMR. Mevrouw Tiemens, directeur van de Groene Metropool Regio heeft namens de GMR een antwoord gegeven over de rol van de raden volgens het regelement bij vaststelling van de regionale agenda. De secretaris van de RegioAgendaCommissie heeft hierop een reactie gegeven. Beantwoording en de reactie zijn ons toegezonden via een mail op 18 april en opgenomen in de bijlage bij dit memo. Het antwoord is aanleiding voor ons als raadsrapporteurs om aan onze raad en college te vragen hoe wij de verdere besluitvorming in Overbetuwe willen organiseren.

Korte samenvatting De regionale agenda 2025-2028 wordt binnenkort in onze raad behandeld1. De raad kan dan zienswijzen indienen. Deze zienswijzen worden opgenomen in een zienswijzennota die door het Algemeen Bestuur van de GMR op 22 augustus wordt vastgesteld. Dan kunnen wij als raad kennisnemen van de beslissing op onze zienswijze en of deze zienswijze gaat leiden tot een wijziging van de inhoud van de agenda. Voor nu is in de planning echter niet voorzien in verdere besluitvorming over de agenda of deelname aan de opgaven door de raden na dit moment: het AB van de GMR stelt de regionale agenda en de vijf regionale opgaven op 11 september vast. Daartussen zitten slechts 2 weken. Over of de Raad of het College een besluit neemt is aan ons als gemeente om te bepalen, daarover zegt het reglement van de GMR niets. Vanwege de korte tijdsspanne is reguliere besluitvorming in elk geval niet mogelijk. Onze raad heeft in het verleden, en wel op 7 december 2021 en 15 november 2022 wel als raad het besluit genomen om in te tekenen op de opgaven. Graag willen we als Raadsrapporteurs met onze raad en ons college van gedachten wisselen over hoe wij de besluitvorming vorm willen geven. We leggen met deze memo de opties aan u voor met het verzoek daar in de voorronde van 14 mei een uitspraak over te doen.

De agendacommissie kan dan op 15 mei met deze uitspraak de verdere agendering bepalen voor na de zomer.

Vragen van de raadsrapporteurs De tijdlijn zoals nu bekend bij GMR: • Uiterlijk 15 augustus is de concept zienswijzenota op regionale agenda 2025-2028 bekend • 22 augustus stelt het AB van de GMR deze zienswijzenota vast • 11 september besluit het AB over de (op grond van de zienswijzenota evt gewijzigde) agenda 2025-2028 vast. 1 Planning: onder voorbehoud van agendering door agendacommissie: voorbereidende vergadering op 11 juni,

gevolgd door raadsbehandeling op 27 juni.

Onze eigen vergaderplanning: • Voorronde op 20 augustus • Raad op 3 september • Begrotingsraad op 5 november Als raadsrapporteurs zien wij de volgende mogelijkheden voor besluitvorming (nummering is willekeurig), combinaties zijn mogelijk.

Besluitvorming over de agenda en deelname aan de opgaven rechtstreeks op de agenda van onze raad op 3 september plaatsen (voor het besluit van het AB op 11 september). Voordeel: raad heeft invloed. Nadeel: we kunnen eea niet meer in een voorronde bespreken. Wat we nog wel kunnen doen: op de voorronde van 20 augustus de concept zienswijzenota agenderen en bespreken: de stukken voor het AB moeten er een week voor de 22e zijn, dus die stukken zijn er als het goed is de 15e augustus in concept. Formeel zijn die stukken dan niet op tijd voor de voorronde, maar we hebben wel een extra moment om er over te spreken. 2. In de voorronde van 17 september of later bespreken en de agenda met het vaststellen van onze begroting op 5 november mede vastleggen. Voordeel: we hebben de tijd om er over na te denken. Nadeel: AB heeft al besloten, dus onze mening is mosterd na de maaltijd: we hebben ook minder/geen invloed. 3. De besluitvorming voor deelname mandateren aan B&W. Voordeel: B&W kan snel handelen. Daarbij zouden wij wel ervoor pleiten dat de zienswijzenota wel zsm aan de raad ter kennisname wordt gezonden. Wat zou kunnen is een RTGC op de 20e augustus waarbij B&W ons meeneemt in de concept zienswijzenota en wij nog eea mee kunnen geven aan het college. Nadeel: Raad heeft minder invloed. 4.

We verzoeken aan het AB van de GMR om de besluitvorming over de agenda uit te stellen, zodat alle raden in de regio de tijd hebben om te reageren op de zienswijzennota. Voordeel: onze raad heeft voldoende tijd en er is ook tijd om nog met andere raden af te stemmen. Nadeel: mogelijk komt de planning in gevaar, ook in verband met het vaststellen van de begrotingen van alle gemeenten. Ook is het maar de vraag of over uitstel van de vergadering van het AB consensus kan worden bereikt, hier hebben we als Overbetuwe beperkt invloed op. 1.

Graag horen we zowel van het college als van de raad welke optie(s) hun voorkeur hebben. De agendacommissie bepaalt uiteindelijk.

Bijlage 1: vraagstelling vanuit de RAC en het antwoord daarop van de directie van de GMR: Tijdens de regioagendacommissie van 18 maart jl. heeft mw. Tiemens namens de GMR toegezegd de raden te informeren over de rol van de raden en hun bevoegdheid bij de vaststelling van de regionale opgaven. De toezegging luidde als volgt : Mevrouw Tiemens heeft toegezegd schriftelijk terug te komen op de vraag of het juist is dat de opgavenovereenkomsten door de raden in de begrotingen ook nog worden geaccordeerd en/of middels de vaststelling van die lokale stadsbegrotingen nog kan worden geïnterfereerd op de regionale opgaven. Voor verschillende raadsdelegaties was het onduidelijk wanneer en op welke wijze de raad de keuze kan maken aan welke opgaves binnen de GMR deel te nemen. De RAC acht het daarom wenselijk dat de individuele colleges hier aandacht voor hebben. Het antwoord luidt als volgt: Het proces begint met de zienswijzeprocedure. De zienswijze is voor de gemeente de gelegenheid om aan te geven of zij wil gaan deelnemen aan de opgaven. Het AB stelt, nadat zij kennis heeft kunnen nemen van de zienswijzen, de regionale agenda en begroting vast. Na vaststelling wordt de regionale agenda aangeboden aan de deelnemende gemeenten met de concept-opgaveovereenkomst. Het is aan de colleges om de overeenkomst te ondertekenen.

Op welke wijze de gemeente vervolgens de besluitvorming inricht over deelname aan de opgaven is aan hen zelf. Zo is een keuze de gemeenteraad expliciet, in de begrotingsraad, te laten besluiten het college toestemming te geven de overeenkomst te tekenen. Een andere kiest ervoor, nu de inwonerbijdrage(n) van de opgaven in de gemeentelijke MJPB is opgenomen, de vastgestelde begroting als de impliciete toestemming voor het college te beschouwen om tot ondertekening over te kunnen gaan. De gemeenschappelijke regeling kent ter zake geen bepalingen. Wel kan worden opgemerkt dat de communicatie hierover, zoals dat bij de start van de samenwerking is opgeschreven, wellicht wat verwarrend kan zijn (bijv. huidige Informatieprotocol). Analyse en advies secretaris Regioagendacommissie Het uitbrengen van zienswijzen door de raden is de eerste fase. Hierin wordt geen probleem voorzien. Echter deze zienswijzen dienen nadien gewogen te worden. Dat geschiedt door het AB, op voorstel van het DB van de GMR. Als raden het niet zijn met de weging of bijvoorbeeld vinden dat zij om welke reden dan ook bepaalde opgaven niet kunnen omarmen, dan dient zich de vraag aan hoe en op welke wijze zij een interventie kunnen plegen. De zienswijzennotitie wordt in het DB GMR van 22 augustus 2024 vastgesteld en zal daarna aan de gemeenten worden aangeboden.

Het AB GMR zal de regionale agenda en begroting op 11 september vaststellen. De vraag dient zich dan aan of de raden met dit beperkte tijdsframe de kans hebben om te reflecteren op of debatteren over de zienswijzennotitie. Het antwoord daarop is nee. Het is vanwege het zomerreces al de vraag of colleges in staat zijn direct na 22 augustus nog een voorstel voor te leggen aan hun raden, en zo dit al zo is of de raden nog voor 15 september een besluitronde hebben om hun colleges zaken mee te geven voor de besluitvorming in het AB of zelf iets kunnen besluiten. Dat is procesmatig waarschijnlijk niet mogelijk. Als dat procesmatig niet mogelijk is dan kunnen raden feitelijk alleen in november bij de behandeling van de begroting kunnen intekenen op de opgaven op basis van de in het AB GMR vastgestelde agenda. Dan specifiek voor wat betreft de slotzin van de directie: “De gemeenschappelijke regeling kent ter zake geen bepalingen. Wel kan worden opgemerkt dat de communicatie hierover, zoals dat bij de start van de samenwerking is opgeschreven, wellicht wat verwarrend kan zijn (bijv. huidige Informatieprotocol).”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=eab3a108-4e73-48fd-8cbf-3a7475e7d963