CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-04-16 A8 Informatiememo; ‘Boeren en tuinders aan het woord’, Hoofdrapport Boeren en tuinders aan het woord (definitief)

Voorronde Zaal 1 14 mei 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC Uitgangspuntennotitie herziening functieveranderingsbeleid13.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD Keukentafelgesprekken met boeren & tuinders

© Februari 2024

Inhoudsopgave

BOEREN EN TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Inleiding H1. Het project

• 5

H2. De gesprekken

• 6

a. Doel b. Gesprek of enquete c. Hoe kwamen gesprekken tot stand

a. Aantallen wel en niet b. De lijst, mobiele en vaste nummers c. Redenen om wel een gesprek te voeren d. Redenen om dat niet te doen

H3. Feitelijke gegevens

• 7

a. Aantal adressen, aantal gesprekken, aantal geen gesprek en redenen daarvan b. Aantallen bedrijven, soorten en omvang c. Leeftijden en opvolging d. Knelpunten e. Toekomst

H4. Ons beeld over hoe het met de boer gaat

• 9

a. Algemeen b. Toekomstvisie en onzekerheid c. Het effect van beeldvorming d. Piekbelasters e. Over stoppen f. Boeren en tuinders met ‘andere concepten’ g. Zonnepanelen h. Grond

H5. Agrarisch ondernemerschap • 18 a. Over verdienmodel b. Over investeren c. Over veranderen

H6. Verschillende sectoren

• 21

H7. De boer en de overheid

• 27

H8. Waardering project

• 32

H9. Conclusies

• 33

H10. Aanbevelingen

• 34

a. Veehouderij b. Melkvee c. Fruitteelt d. Laanboomkwekers e. Akkerbouw f. Glastuinbouw

a. Landelijke overheid en provincie b. De gemeente als overheid c. Over de gemeente meer specifiek: i. Algemeen ii. RO iii. Vergunningen kwijtgeraakt iv. Odra v. overig

a. Richting landelijke overheid en provincie b. Richting gemeente c. Richting boeren

Presentatie 6 maart Hoe verder Bijlagen

1. Uitleg regelingen 2. Impressie 6 maart

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 3

HOE BLIJVEN WE IN GESPREK? Keukentafelgesprekken met boeren & tuinders in overbetuwe Bijna driekwart van de boeren en tuinders uit Overbetuwe doet mee met de keukentafel­gesprekken over de toekomst van hun bedrijf en het omringende platteland. Hun partner en opvolger zitten er vaak bij en praten mee. Ze zijn eerlijk over de knelpunten die ze ervaren, hun uitdagingen en dromen. Dit verslag neemt u mee in de resultaten van de gesprekken.

INLEIDING

Inleiding

Dit verslag is de weergave van 147 keukentafelgesprekken met boeren in de gemeente Overbetuwe en 67 telefoongesprekken met mensen die geen keukentafelgesprek wilden. Het geeft een beeld van wat er leeft, welke toekomst ze zien en waar ze mee worstelen. We hebben ons best gedaan om naast de inhoud ook de emotie weer te geven die we in de gesprekken gevoeld hebben. En tegelijk wilden we de vertrouwelijkheid van de gesprekken respecteren en een beeld geven dat overkoepelend is. Het is goed om te weten dat er veel ongenoegen is over landelijk en provinciaal beleid. Dit speelt landelijk en is met kleine variaties in het hele land, dus in alle gemeentes. Veel van deze ‘lading’ heeft dan ook niets met de gemeente Overbetuwe te maken. Er is veel waardering voor de gemeente dat ze dit project hebben opgezet. Mensen vinden het prettig en nuttig om hun verhaal te kunnen doen. Ze hopen daarmee een bijdrage te leveren aan beter begrip voor hun situatie en mogelijk ook aan verbetering van de verhoudingen. Ieder kan het verslag op zijn eigen manier lezen. Van voor naar achter, prima! Stukken er uit pikken die je interesseren of opvallen: ook goed! Kijk in elk geval eens bij de aanbevelingen, want daar ligt de aanzet tot vervolg: hoe nu verder?

Hoofdstuk 1.

HET PROJECT Doel

Uit de opdrachtomschrijving: Kijkend naar de beleidskaders en dan vooral de opdracht die staat in het

Uitvoeringsprogramma 2022-2026 van de gemeente Overbetuwe, is het belangrijk om te weten hoe de agrarische sector er anno 2023 voor staat en wat de uitdagingen/problemen zijn zoals ondernemers in de agrarische sector die ervaren. Ook moeten we ontdekken waar de ambities en ondersteuningsbehoefte zitten voor natuurinclusieve, kringloop en biologische landbouw. Met die kennis kan de gemeente haar taken naar, voor en met de sector en het buitengebied beter vervullen. Vanuit die achtergrond willen wij een onafhankelijke toekomstverkenning voor de agrarische sector starten. De belangrijkste doelen zijn: • Agrarische ondernemers te helpen gemotiveerde keuzes voor de toekomst van hun bedrijf te maken door hun een keukentafelgesprek met een onafhankelijke plattelandscoach aan te bieden. • Informatie te verzamelen over de ontwikkelingen in onze agrarische sector zodat de dienstverlening vanuit de gemeente (en andere organisaties) kan worden verbeterd. • Ophalen waar de kansen voor meer natuurinclusieve, kringloop en biologische landbouw zitten. •  Input voor beleid ophalen zoals o.a. het functieveranderingsbeleid. Met deze doelen in het achterhoofd zijn de agrarisch coaches de gesprekken ingegaan.

Gesprek of enquête

De uitvoering van het project is gedaan door een viertal onafhankelijk agrarisch coaches die de vertrouwelijkheid van de gesprekken en de informatie daaruit konden garanderen. Er is een vragenlijst gebruikt om informatie te kunnen vastleggen en als basis voor dit verslag te dienen. Vooraf wisten we dat niet in elk gesprek alle vragen aan de orde konden komen. Aandacht voor de familie en ingaan op hun verhaal stond centraal. Het zijn dus gesprekken, geen enquête. Deze aanpak in de gesprekken maakt dat mensen zich gehoord voelen en hun verhaal kunnen doen. In dit verslag zijn de ‘verhalen’ gebruikt om ons beeld van wat er leeft weer te geven, samen met de ‘quotes’ uit de gesprekken. Dit is aangevuld met de informatie die in tabellen en grafieken is weergegeven.

Hoe kwamen gesprekken tot stand

Er is een startbijeenkomst geweest in de Bongerd te Heteren op 21 september 2023, waar alle boeren en tuinders voor zijn uitgenodigd. Er waren ongeveer 90 van hen aanwezig. Het doel van de startbijeenkomst is om de coaches voor te stellen aan de boeren en tuinders en om informatie te geven over het project. De sfeer is goed én er worden (kritische) vragen gesteld. Bij deze startbijeenkomst zijn vanuit de gemeente aanwezig de wethouder Dimitri Horsthuis-Tangelder, een medewerker van Economische Zaken en een communicatieadviseur. De vier coaches, Monique te Kiefte, Rob Huinink, Wim Korsten en Lizanne Roeleven, zijn van de partij en Aart van Cooten is de gespreksleider. Hij is gespecialiseerd in de agrarische sector als journalist, communicatieadviseur en dagvoorzitter. Er is in de lokale pers aandacht voor het project geweest en alle boeren hebben een brief ontvangen met het aanbod voor een keukentafelgesprek. Deze boeren zijn gebeld door de coaches om een afspraak te maken, of als zij dat niet wilden te informeren naar de reden daarvan.

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 5

Hoofdstuk 2.

DE GESPREKKEN

Aantallen wel en niet Er zijn met 147 boeren bij hen thuis aan de keukentafel gesprekken gevoerd. Daarnaast hebben 67 ondernemers aangegeven geen gesprek te willen. We konden 14 adressen niet bereiken.

De lijst, mobiele en vaste nummers De lijst waar mee gewerkt is bevatte voornamelijk vaste telefoonnummers. Tegenwoordig gebruikt men vaker de mobiel en is het vaste nummer nauwelijks nog in gebruik en wordt niet beantwoord. In overleg met de gemeente is besloten om mensen die niet bereikt konden worden te benaderen door fysiek langs de deur te gaan. Daardoor zijn nog 41 mensen gesproken wat 21 keukentafelgesprekken heeft opgeleverd.

Redenen om wel een gesprek te voeren Mensen die wel een gesprek wilden waren vaak gemotiveerd omdat ze het een goed initiatief vonden en belangrijk dat ook hun stem gehoord werd. Deels om ook het ongenoegen over landelijk beleid en wat er met de sector gebeurt te kunnen vertellen. Ook het feit dat de gemeente bewust wilde weten hoe men tegen de gemeente aankijkt en welke ervaringen met heeft leidde tot gespreksdeelname. Het initiatief wordt zeer gewaardeerd.

Redenen om geen gesprek te voeren Deze worden benoemd in het volgende hoofdstuk. Er uit springen ‘geen behoefte aan’ en ‘geen vertrouwen in’.

6 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 3.

FEITELIJKE GEGEVENS Aantal adressen, aantal gesprekken, aantal geen gesprek en redenen daarvan De adressenlijst bevatte 242 adressen. Daarvan waren 14 onderdeel van een ander bedrijf. We gaan dus uit van 228 adressen.

Grafiek 1 Aantal adressen

Niet bereikt 14 > 6% Niet 67 > 29%

Ktg 147 > 65% Ktg Niet Niet bereikt

Redenen van mensen geen gesprek

Gestopt agrarisch

13

Gaat goed

3

Onderdeel ander bedrijf

10

Geen bedrijf

2

Overig

12

Geen behoefte

16

Plannen al duidelijk

4

Geen vertrouwen

11

Niet benoemd

5

Aantallen bedrijven, soorten en omvang Grafiek 3 Soort bedrijven (hoofdstak)

Grafiek 2 Aantal ha per bedrijf 47 18

35

15 80 34 0-20 21-50 51-80 >80

Melkvee

Akkerbouw

19

15

11

12

8 Fruitteler

Glastuin bouw

Andere veehouderij tak

Laanboom kweker

Overig

De grafieken geven de hoofdtak weer: 64 bedrijven hebben een tweede tak en nog 15 ook een derde tak. Onder overig valt een grote diversiteit aan agrarische en niet-agrarische bedrijven. Er zijn relatief veel bedrijven met minder dan 20 ha.

Leeftijden en opvolging Grafiek 5 Leeftijd van de generatie

Grafiek 4 Opvolger

28 > 19%

48 > 33%

Oudste generatie Jongste generatie

17 > 11%

54 > 37%

71

33

32 Ja Nee Onzeker Nvt is al actief

22

12

9 20 - 35

36 - 50

1 51 - 65

0 > 65

De meest voorkomende leeftijden zijn boven de 50. De combinatie met de tabel over wel of geen opvolging laat zien dat er veel bedrijven zullen verdwijnen. BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 7

Hoofdstuk 3.

FEITELIJKE GEGEVENS Knelpunten Grafiek 6 Knelpunten 97

78 59 49

43

37 22

23

33

31

23

20

7 Financieel

Functie verandering

Overheid beleid

Berichtgeving media

Afvoer van mest

Droogte/ Huidige Beschikbaarwateroverlast ruilverkaveling heid grond regio

Perspectief huidige locatie

Hoge werkdruk

Bedrijfs beëindiging

Prive

Invloed op persoonlijk/ gezin

Als grootste knelpunt wordt het ‘overheidsbeleid’ genoemd. Verder ervaren ondernemers het ‘imago/negatieve berichtgeving van de media over de sector’ en de ‘beschikbaarheid van grond’ in de regio het vaakste als knelpunt.

Toekomst Grafiek 9 Strategie

Grafiek 7 Toekomst eigen bedrijf 76 16 39

14

78

Stoppen Afbouwen tot pensioen Doorgaan (zelf) Doorgaan (incl overname)

Grafiek 8 Visie eigen bedrijf

Ik weet het niet

Huidige situatie behouden

Huidige situatie en groeien

24 13

12 Huidige situatie en kleiner

Aangepast concept

Nvt, gaat stoppen

Veel ondernemers - 57% - zijn positief over hun bedrijf. Dat lijkt gezien alle zorgen vreemd. Toch is het logisch als je bedenkt dat dit oordeel gaat over de huidige situatie. De onzekerheid over alles wat op hen afkomt maakt dat dit niets zegt over de toekomst.

2> 9 > 1% 6% 9 > 6%

83 > 57%

17

5

44 > 30% Erg negatief Negatief Neutraal Postitief Erg positief

Heel duidelijk is dat de meesten eigenlijk hun huidige situatie willen behouden. Ze zijn op dit moment onvoldoende overtuigd van het - zakelijk - perspectief van andere concepten.

8 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT

Algemeen Wat vaak terugkomt in de gesprekken is de mix van: onzekerheid, frustratie en boosheid. Het gevoel niet gehoord en niet gewaardeerd te worden is groot. ‘Ze’ willen ons weghebben. De overheid bedenkt onuitvoerbare plannen en maatregelen waardoor de angst groot is dat ze het financieel niet meer zullen redden. Omdat de koers onduidelijk is weten velen ook niet welke kant ze op moeten en kunnen. Deze onduidelijkheid maakt dat er geen gefundeerd besluit genomen kan worden over doorgaan en investeren - waarin? En in welke richting? - of stoppen. Opvallend is de gelatenheid die lijkt te ontstaan. Hier lijkt de boosheid verdwenen maar is onder de oppervlakte wel aanwezig. Deze mensen proberen te overleven met de houding: ‘we zien wel’, ‘het maakt toch niet uit wat we doen’ en ‘we zien wel waar het schip strandt’. Een deel van deze mensen bezoekt ook bewust niet de overheidswebsite om te onderzoeken of ze wel of geen piekbelaster zijn. Ook opvallend is dat dit alles geldt zowel voor ‘gangbare’ boeren als voor boeren die meer toekomstgericht bezig zijn, denk aan biologisch/ natuurinclusief, actief natuurbeheer, korte keten. De spanning en onzekerheid heeft vaak ook gevolgen voor het gezin en de psychische en fysieke gezondheid. Bij boeren is onzekerheid en angst voor de toekomst van het bedrijf direct verbonden met onzekerheid over wonen, leven en familie.

Dit grijpt diep in omdat boer zijn onverbrekelijk verbonden is aan hun levensstijl en identiteit. Ook is hun sociale netwerk verbonden aan het boer zijn. Waar ook veel boeren last van hebben is de grote stroom berichtgeving in alle media - krant, radio, tv en social media - waar zij in hun beleving steeds negatief worden afgeschilderd, bijna als criminelen. Ook opvallend is dat ondanks dit alles veel boeren aangeven dat ze het liefste gewoon door willen boeren! De financiële positie van bedrijven verschilt onderling maar ook per sector. Opvallend is dat veel bedrijven hun financiële positie op dit moment als goed omschrijven, maar dat zegt niks over de - nabije - toekomst want ze weten niet wat er gaat gebeuren en welke financiële gevolgen dat heeft. Daarnaast staan ook bij een rendabel bedrijf de gewerkte uren vaak niet in verhouding tot het inkomen. De coaches werden vaak gastvrij ontvangen door de ondernemer. Gesprekspartners zijn veelal de eigenaar, zijn partner en de bedrijfsopvolger. De gesprekken moeten vaak even op gang komen. En dat is heel begrijpelijk. Wie is deze coach? Wat komt zij/hij doen? Met welk doel? Als de coaches vertellen met welk doel ze hier zitten, dat de gesprekken vertrouwelijk zijn en dat zij onafhankelijk zijn, wordt het gesprek vaak open en komt er veel op tafel.

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 9

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Verder zijn vaker genoemde punten: •  Overheid is anoniem geworden, ook de gemeente. •  Gemeente Overbetuwe is deels stads en deels platteland. Het bestuur en de ambtenaren voelen als stads. •  Oude trauma’s voelen nog vers en lijken zich te herhalen : A15 / hoogspanning / Betuwelijn / Park Lingezegen / containeropslag en overslag. •  Visie op toekomst sector ontbreekt, maar daarnaast mist ook een visie op toekomst van het platteland in relatie tot de transitie in de landbouw.

“Opvolger moet buitenshuis werken omdat de familie anwders niet rondkomt. Eerst klem door de fosfaatrechten en nu door stikstof. Het is onduidelijk wat ons te wachten staat. De melkprijs is laag. We zitten klem.” “Ons bedrijf loopt goed. Maar sinds de invoering van de fosfaatrechten is het onzekerheid troef. We hebben daardoor geïnvesteerd in extra grond. We zijn erg stil blijven staan sinds 2015. Stilstand is achteruitgang. We weten ook niet meer of we het wel goed doen?" “Het financieel rendement is oké. Maar als ik alle uren tel, dan natuurlijk niet. Alle vrienden van mij werken bij een bedrijf of organisatie en werken 4 dagen per week en gaan vaak op vakantie. Zij vinden het gek dat ik zo hard werk. Maar ja, het zit in mijn bloed.” “Zet maar in je onderzoek: "wij willen heel graag door met ons bedrijf en we willen graag een toekomstbestendig bedrijf." Er is wél zorg bij de ondernemers over het overbrengen van de urgentie: Is er toekomst voor ons als melkveehouders? Wordt de grond dadelijk anders besteed? Opkoop van grond door boomkwekers maakt grond hier hartstikke duur. We passen nu in het AH programma, maar of dit doorgaat, is de vraag. Er zit op 45 ha onzekerheid. We hebben dan meer grond per koe nodig.” “De ondernemers runnen het bedrijf nog steeds met plezier. Het is de passie van de man.

Ieder jaar komt er een vaste groep Polen (8) meewerken tijdens de oogst, die slechts 6-7 weken duurt. In coronatijd zijn is de familie verkoop aan huis gaan doen, wat buiten verwachting zeer goed liep en zijn dat blijven doen. Ze halen hier veel plezier uit, omdat mensen interesse hebben in het bedrijf en enthousiast zijn over de kwaliteit. De Poolse medewerkers komen al jaren en zijn met hen ouder geworden. Het is een vriendengroep die ieder jaar een soort werkvakantie komt houden.”

10 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Toekomstvisie en onzekerheid Bij ‘algemeen’ hebben we al beschreven dat de onzekerheid over de toekomst grote gevolgen heeft. Die onzekerheid is er al een behoorlijke tijd. De gevolgen zijn zowel bedrijfsmatig als sociaal. Nog eens de hoofdpunten: • Investeringsbesluiten worden uitgesteld. • Strategische keuzes (welke richting slaan we in?) worden uitgesteld. •  Overname is een lastig onderwerp. Ook ‘overnemers’ worstelen met de onzekerheid en daarmee met hun keuze. Soms raden de ouders het hun kinderen af en willen hen voor een onzekere toekomst behoeden. • Bij een deel van de mensen heeft dit fysieke, psychische of sociale gevolgen.

“Het is moeilijk voor opvolgers. Wat staat hen allemaal te wachten? Moeten we investeren in stallen? Kan ze dat ooit opbrengen? We zijn bezig met een verwerkingsruimte voor fruit, vlees en groente, zodat producten langer houdbaar zijn. Dit doen we in samenwerking met een ander bedrijf. Het is nog wachten op de goedkeuring.” “Ik wil helemaal niet dat mijn zoon dit bedrijf overneemt. De sector is veel te onzeker en er zijn te veel regels. Ik ben ooit begonnen met 3000 gulden en een stukje grond. Mijn ouders zijn uitgekocht voor de Betuwelijn. Daar hebben ze geluk mee gehad en is een goede keuze geweest. Ik zou nu ook wel uitgekocht willen worden voor zoiets. Dan kom ik er goed vanaf. Want hoe gaat het verder in de toekomst?” “Zij raden hun kinderen niet aan om het bedrijf voort te zetten.” “De onduidelijke regelgeving nekt ons. Het inkomen wat de opvolger buitenshuis verdient, verdwijnt in het bedrijf.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 11

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Het effect van beeldvorming Men ervaart een constante stroom van berichtgeving waarbij alles wat fout is bij de boer wordt gelegd. Dit wordt als erg oneerlijk en onrechtvaardig beleefd. Dat wordt versterkt doordat andere sectoren - in elk geval op dit moment - niet of veel milder worden behandeld. Denk aan Schiphol, Tata steel, verkeer en vliegen. Voor de individuele boer is het effect dat naast de eigen onzekerheid over de toekomst het bezoeken van verjaardagen, het lezen van de krant en een praatje met de buren lastig en beladen worden.

“Het artikel over gewasbeschermingsmiddelen in de Gelderlander zet veel kwaad bloed. Er is geen wederhoor. De middelen waarover het artikel ging, zijn oude middelen. Het raakt, omdat ik met passie mijn werk doe. We produceren een goed product en ik voel me uitgekotst. We gebruiken kleine hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen. We doen dit ook liever niet. De beeldvorming is scheef.” “De artikelen in de krant over de glyfosaat en Parkinson. Dat staat in de krant als het in de politiek op de agenda staat. Je begint bijna te koken als je het leest. Als je dan de volgende dag met je spuit naar een perceel rijdt, durf je je haast niet te vertonen!” “Ik vraag me vaak af: "Waar doe je het voor?' We hebben enorm veel last van de reclamecampagne van wakker dier over sloopmelk. Dit beïnvloedt het publiek enorm en wij worden er boos over.”

12 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Piekbelasters Deze groep heeft meer dan anderen last van de onzekerheid en het gebrek aan visie en perspectief. Hun bedrijf zit letterlijk op slot. Banken werken niet meer mee aan financiering, ongeacht het doel. Vergunningsaanvragen zijn niet meer aan de orde. Er is niet alleen onzekerheid over de toekomst, het heden is bijna onwerkbaar geworden. Er zijn nu twee regelingen voor stoppen en uitkopen. Beide gaan uit van beëindigen van het bedrijf, met een beroepsverbod voor het leven. Ook zijn de eerste berichten dat het lang niet altijd financieel aantrekkelijk is en men toch met schulden blijft zitten. Beloofde regelingen voor ‘doorgaan op een andere manier’ zijn er nog steeds niet. Zowel doorgaan op een extensievere manier, een ander concept - bijvoorbeeld biologisch - of via innovatieve technieken zijn niet geregeld en dus is qua regelingen stoppen de enige keuze, of afwachten. Maar waarop? Op deze manier kan stoppen niet afgewogen worden tegen alternatieven. Misschien is het geen wonder dat sommigen niet eens willen uitzoeken of ze ook piekbelaster zijn. Het is juist om deze reden onmogelijk om te zeggen hoeveel piekbelasters er feitelijk in de gemeente zijn.

“Dit bedrijf is een zgn piekbelaster. Ze hebben uitgezocht wat ze krijgen als ze meedoen aan de regeling. Hieruit blijkt dat ze er slecht uit komen. Ze hebben de stallen een paar jaar geleden gerenoveerd, maar het zijn wel oude stallen. Dus krijgen ze er weinig voor terug. Daarnaast als ze alles slopen, komen ze asbest tegen. Er is ook veel gestort op de grond en ze zullen ws veel tegenkomen in de grond, dat ze moeten saneren. Dit wordt niet vergoed. Dit zorgt voor boosheid, verdriet en ze voelen zich lamgeslagen.” “Welke consequenties heeft de piekbelasters regeling? Ik heb geen idee en ik heb de site van de overheid ook nog niet ingevuld. Ik vertrouw dat niet helemaal.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 13

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Over stoppen Stoppen met een agrarisch bedrijf is een lastig en emotioneel besluit. Het heeft gevolgen voor het gezin en familie. Soms wonen er nog meer generaties op het erf. Kan men blijven wonen? Op welke wijze kan er een nieuw inkomen verworven worden? Kunnen de (bank)schulden worden afgelost? Afscheid van de dieren? Na drie of vier generaties degene te zijn die de stekker er uittrekt! Toch nemen boeren dat besluit. Zeker als er geen opvolgers zijn. En dan gebeurt er iets vreemds en in hun ogen onlogisch: •  Ze worden niet goed geholpen terwijl ze juist willen doen wat de overheid wil. De behandeling ervaart men als onpersoonlijk. •  De regelingen zijn onduidelijk en niet altijd samenhangend. •  Erg zwart witte regels. Bijvoorbeeld een kleine tak overhouden maakt vaak dat regelingen niet meer van toepassing zijn. O.a. rood voor rood, maar ook LBV en LBV+. (zie bijlage 1) Terwijl een kleine agrarische tak, op een extensieve en natuurlijke manier levensplezier en inkomen kan opleveren. •  LBV en LBV+ zijn gepresenteerd als ‘woest aantrekkelijk’. De eerste berichten zijn dat het lang niet altijd aantrekkelijk is. •  Als men een andere of nieuwe toekomstmogelijkheid ziet op het erf stuit men op starre regels en een starre behandeling. Dat geldt voor extra woningen, nevenfuncties en functieverandering.

• RO beleid wordt als erg star ervaren (zie RO gemeente). • De behandeling is onpersoonlijk en er wordt niet meegedacht. •  Het lijkt of de basishouding van de gemeente is om te zoeken naar redenen waarom jouw idee niet kan.

“Stoppen lastig omdat gemeente erg traag is met rood voor rood, dat loopt nu al 3 jaar zonder duidelijkheid, daarom nu lbv+ aangevraagd. Het had allemaal al geregeld kunnen zijn!” “Hoe beëindig je een bedrijf zonder dat je er financieel veel bij inschiet?” “We zijn 4 jaar geleden gestopt met het varkensbedrijf. Deden mee met de stoppersregeling. We hebben op geen enkele manier aanspraak kunnen maken op regelingen. Daar hebben we nog steeds last van. We hebben een plan voor onze schuur. Kan niet volgens de gemeente, maar niemand bij de gemeente denkt mee hoe het wel zou kunnen.”

14 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Boeren en tuinders met ‘andere concepten’ Deze boeren hebben al maatregelen genomen die lijken te passen in de richting waar maatschappij en overheid heen lijkt te willen. Denk aan bijvoorbeeld biologisch werken, meer natuurinclusief, extensiever, actief agrarisch natuurbeheer of korte keten. Je zou verwachten dat zij minder of geen last hebben van de onzekerheid, onduidelijkheid en maatregelen. Toch is dat niet het geval. Ook zij benoemen dat zij onzeker zijn over de toekomst van hun bedrijf. Komen er toch maatregelen die onvoldoende of geen rekening houden met zaken die zij al doen? Moet het misschien toch net weer anders? Nu al hebben ze last van maatregelen die geen of onvoldoende rekening houden met hun werkwijze. Ook zijn er boeren die hebben geïnvesteerd in grond, werktuigen en opslag voor agrarisch natuurbeheer. Datzelfde agrarische natuurbeheer kan zomaar aanbesteed worden en daarmee kan zowel hun inkomen dalen als hun investeringen daarin waardeloos maken. Aanbesteden doorkruist het opbouwen van een stabiele werkrelatie. Ook kunnen dan de gestelde eisen ineens weer veranderen.

“Je probeert als boer groen te werken, overheid werkt niet mee in de regeling en vervolgens krijgen de boeren de schuld niet milieubewust te werken.” “Ik wil graag het mooie van ons vak laten zien, wil natuurinclusief bouwen, hoop dat dit mij is gegund door de gemeente.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 15

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Zonnepanelen en windmolens Een vaker genoemd punt is dat het lijkt of de aanleg van zonneparken te makkelijk wordt toegestaan. Bezwaren zijn dat goede landbouwgrond dan verloren gaat voor de landbouw, de grondprijzen nog verder worden opgedreven en dat het landschap aangetast wordt. Het - vaker genoemde - ontbreken van een duidelijke visie op de toekomst van het platteland wordt als probleem ervaren. Vooral omdat vergunningen voor wijzigingen in bestemming voor hun eigen plannen uiterst moeizaam verlopen. Een heel ander punt is dat er onvrede is over problemen met het netwerk. Daardoor kunnen zonne­ panelen op het erf op daken niet altijd leveren en wordt die capaciteit onvoldoende gebruikt, soms kunnen eigen zonnepanelen helemaal niet worden aangesloten. Tot slot is het mogelijke verdwijnen van de salderingsregel demotiverend voor eigen initiatief.

“Energieprijsverhoging ten opzichte van het niet kunnen verkrijgen van elektrificeren (pas in 2029). Dit is een groot knelpunt voor de glastuinbouw!” “Elektrificeren duurt 4-5 jaar volgens Tennet…….” “Het lastigst vind ik dat ik niet weet waar ik aan toe ben met de stroomprijs. Ik heb 1000 zonnepanelen op het dak van de koeling liggen, maar ik moet ze soms uitzetten, omdat ik dan geld moet betalen voor de stroom die ik terug lever.” “Het niet kunnen elektrificeren is een bedreiging op de toekomst en een rem op de vergroening.”

16 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 4.

ONS BEELD OVER HOE HET MET DE BOER GAAT Grond De beschikbaarheid van landbouwgrond in het gebied is een serieus probleem dat vaak is genoemd. De prijzen zijn door die schaarste al erg hoog, zowel voor koop als huur. Als het beleid richting extensivering gaat is er meer grond nodig terwijl de opbrengst per ha daalt. Eerder genoemd zijn zonneparken als prijsopdrijvende factor. Daarnaast zijn uitbreiding van woongebieden, aanleg grote parken, aanleg infrastructuur oorzaken. Binnen de sector blijkt dat laanboomkwekers een grote behoefte hebben aan meer grond en door hun sterke economische positie kunnen ze hoge prijzen betalen, zowel koop als huur. Voor andere sectoren zijn deze prijzen te hoog en is de kans om extra grond te verwerven nihil geworden.

“Te hoge grondprijs. We proberen op meerdere borden te schaken om een toekomstbestendig bedrijf te blijven. Er zou beleid voor windmolens moeten zijn. Rendementen bij boomkwekers hoger. Gemeente moet hier iets mee. Welke visie is er op het landschap? Wat voor gebied wil je zijn? Wat wil de gemeente stimuleren of voorrang geven? Wij willen graag fit zijn voor de toekomst.” “Gronddruk is enorm. Pachtprijs stijgt hierdoor enorm.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 17

Hoofdstuk 5.

AGRARISCH ONDERNEMERSCHAP Over verdienmodel Waar het ook naar toe gaat, het is een realistische verwachting dat er een optelsom van maatregelen zal komen die kostprijsverhogend zal zijn. Denk aan: extensiveren, minder mest, minder kunstmest, meer aandacht voor biodiversiteit en dierenwelzijn en beperken gebruik gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien zijn er, om te voldoen aan dat pakket van maatregelen, vaak grote investeringen nodig. De zorg van boeren -ondernemers- is dat er wel kostprijsverhogende maatregelen komen maar geen zicht op bestendig hogere prijzen voor hun producten. Dat leidt tot verliezen die ze zich niet kunnen veroorloven. Compensatie door bijvoorbeeld vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer worden met argwaan bekeken. Vooral omdat deze niet gegarandeerd langjarig zijn en zomaar kunnen veranderen of afgeschaft worden. De huidige problemen met subsidies via het GLB - hectarepremies - die richting vergroenen gaan hebben het wantrouwen en de scepsis vergroot. Men kon in 2023 kiezen voor een hoger ‘niveau’ van vergroening en daar een hogere GLB premie voor ontvangen. Keuzes zijn: brons, zilver of goud. Dat ging ook gepaard met hogere kosten. Nadat de kosten al gemaakt waren werd de vergoeding naar beneden aangepast.

Omgekeerd gezegd: veel boeren zouden best bereid zijn om anders te gaan werken als ze ook een behoorlijke zekerheid zouden hebben dat ze daar van kunnen leven en daar op kunnen vertrouwen.

“Als er een beter verdienmodel zou zijn, dan zouden we kunnen innoveren.” “Als je naar een extensievere bedrijfsvoering wil gaan dan moeten de grondprijzen naar beneden.”

18 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 5.

AGRARISCH ONDERNEMERSCHAP Over investeren Hoewel agrarische bedrijven en sectoren erg verschillen, is er wel een duidelijke noemer dat agrarische bedrijven kapitaalsintensief zijn. Grond, gebouwen, werktuigen en tractoren, stalsystemen vergen grote bedragen. Om die investeringen te kunnen doen gaan ondernemers grote financiële verplichtingen aan en worden daarmee in grote mate afhankelijk van banken. De investeringen die gedaan worden om aan nieuwe eisen te voldoen leiden meestal niet tot een hogere opbrengst. Een investering is alleen te doen als datgene waarin is geïnvesteerd een groot aantal jaren gebruikt kan worden. De meeste investeringen leggen ook een manier van werken vast. Dus als een stal uitgerekend is om in 20 jaar terug te verdienen ontstaat er een groot probleem als na 5 jaar de overheid een nieuwe werkmethode vraagt of eist. De stal is nog niet afgeschreven -terugverdiend- en de bijbehorende lening zal ook nog niet afgelost zijn. Boeren zijn ondernemers. Dus de logica van produceren tegen een kostprijs, verkopen, investeren en aflossen hoort daar bij. Wat boeren onderscheidt van veel andere ondernemers is dat het hele risico en de verantwoordelijkheid voor een investering drukt op, meestal één, gezin.

Waardoor druk en onzekerheid over deze enorme bedragen geen abstractie is van een bedrijf met veel en soms verre aandeelhouders, maar direct op slechts een paar mensen drukt.

“Onzekere berichtgeving over onze locatie is een knelpunt. Als bijvoorbeeld de provincie Overijssel de natuurvergunning afneemt bij een boer die een emissiearme vloer heeft, wat kan er dan bij ons nog gebeuren? Ik heb er daar stevig in geïnvesteerd.” “Ik heb jaren geleden de asbest ven de daken gehaald, 1,5 ton investeren. Nu hoeft het niet meer. Luchtwassers geplaatst - tonnen geïnvesteerd, maar de prijs van het vlees wordt niet hoger.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 19

Hoofdstuk 5.

AGRARISCH ONDERNEMERSCHAP Over veranderen Het is heel menselijk dat er weerstand tegen veranderen is. Dat is niet specifiek iets van boeren, dat hebben we eigenlijk allemaal. Als we het gevoel hebben dat anderen die verandering afdwingen of opleggen, wordt onze weerstand nog groter. Dat er bij boeren weerstand tegen veranderingen is dus niet zo uitzonderlijk. Maar er zijn wel een paar specifieke punten waardoor veranderingen bij boeren - voor henzelf - lastiger zijn, we noemen: •  Wonen, leven, werken, ondernemen speelt zich allemaal op dezelfde plek, hetzelfde erf, af. •  De families gaan vaak meerdere generaties terug op dezelfde plek. • In de laatste regel van het stukje over investeren staat: Wat boeren onderscheidt van veel andere ondernemers is dat het hele risico en de verantwoordelijkheid voor een investering drukt op, meestal één, gezin. Waardoor druk en onzekerheid over deze enorme bedragen geen abstractie is van een bedrijf met veel en soms verre aandeelhouders, maar direct op slechts een paar mensen drukt. •  Besluiten over het bedrijf zijn bijna automatisch ook besluiten over de -toekomst van- de familie. •  Boer zijn maakt deel uit van de identiteit en de levensstijl. Veranderingen hebben dus een veel grotere impact op zo’n beetje alle levensgebieden van de ondernemer en familie. En de eigen invloed op die verandering is klein.

Misschien is er dus niet eens zozeer een grotere weerstand tegen verandering maar zijn de gevolgen groot, eigenlijk veel groter dan mensen van buiten de sector zich kunnen voorstellen. Dat is geen argument dat veranderingen niet kunnen of mogen. Misschien is het wel een goede reden om het veranderingsproces anders vorm te geven. En dan met name door de landelijke overheid in combinatie met de provincies.

20 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Veehouderij De veehouderij staat het meest onder druk in de hele stikstofdiscussie over de toekomst van de landbouw. Ideeën als: halvering van de veestapel, extensivering, geen of nauwelijks boeren meer dichtbij natuurgebieden, maatregelen rondom mestgebruik en de uitkoopregelingen hebben juist voor veehouders grote gevolgen. •  Mest

De afbouw van de derogatie (zie bijlage 1) leidt tot extra kosten voor de sector. Daar staan geen extra inkomsten tegenover. Ook maakt het geen onderdeel uit van een samenhangend beleid waarmee boeren nieuwe keuzes zouden kunnen maken. •  Stikstof

Het nog onduidelijke beleid rondom het terugbrengen van de stikstofuitstoot is misschien wel de kern van de problematiek waar de sector, en dan vooral de veehouders mee te maken hebben. Zonder zicht op een helder en samenhangend beleid lijkt het wel of mensen alleen maar kunnen afwachten. Het feit dat over de meetmethodes veel discussie is maakt de zaak alleen nog maar ingewikkelder. •  PAS-melders

Remkes heeft in oktober 2022 in zijn rapport: ‘Wat wel kan, uit de impasse en een aanzet voor perspectief’ de aanbeveling gedaan om snel zodanige maatregelen te treffen dat voor PAS-melders realistische en eerlijke oplossingen getroffen kunnen worden. Het is nu februari 2024 en er is nog geen oplossing. •  Piekbelasters

In datzelfde rapport van Remkes is een plan gemaakt om te beginnen met stikstofreductie door ‘vlot’ piekbelasters vlak bij natuurgebieden uit te kopen. Overigens niet alleen agrarische piekbelasters, maar ook industriële. Inmiddels is er alleen een uitkoopregeling voor stoppende agrarische piekbelasters. Voor boeren die niet willen stoppen zijn de beloofde regelingen voor innovatie en aanpassen bedrijfsconcept nog niet in beeld. Dan resteert stoppen of maar doorgaan tot het schip strandt. •  Regelingen die niet op elkaar aansluiten

Dit punt is al benoemd bij ‘over stoppen’. Juist de overgang naar een ander concept, of een andere manier van werken past moeilijk in de nu bestaande regelingen. Ook extensiveren in combinatie met een andere niet-agrarische tak op het erf blijkt erg lastig. •  Specifiek varkens, pluimvee en geiten

Deze bedrijven hebben vooral met de uitstoot van stikstof een groot vraagstuk. Daarnaast zijn ook de gestegen kosten van veevoer, energie en afvoer van mest een serieus probleem. De onzekerheid over het piekbelasters beleid speelt een grote rol.

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 21

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Grafiek 10 Aantal koeien per bedrijf

10 17

20 1-75 76-150 >150

Bedrijfsopvolging melkveehouderij

Toekomstbeeld

Ja

11

Stoppen

5

Nee

10

Afbouwen tot pensioen

3

Onzeker

15

Doorgaan zelf

21

Is al actief

11

Doorgaan incl overname

18

Dit betreft de 47 melkveehouders die meegedaan hebben met de gesprekken. In alle gevallen is bij hen melkvee de hoofdtak.

Specifiek over melkvee Melkveehouders zijn binnen de veehouders de groep met de grootste behoefte aan grond. Als grondgebonden meer de norm gaat worden ontstaat niet alleen een extra probleem door schaarste van grond, maar ook een financierings- en rendementsprobleem. Maatregelen rond beperking van het gebruik van akkerranden hebben praktische en financiële gevolgen. Zo moet er meer mest van het bedrijf worden afgevoerd. De afschaffing van de derogatie leidt tot stevige problemen op korte termijn. De onbetrouwbaarheid van reeds genoemde GLB premies vergroot ook de financiële problemen en versterkt het gevoel dat de overheid geen betrouwbare partner is.

“Pasmelder, geeft onzekerheid, bank geeft geen kredieten meer. Natuurbeheer belangrijke tak (al heel lang) wordt nu aanbesteed en kan dus ineens verdwenen zijn.” “De mestafvoer is een groot probleem. Als we de mest niet kwijt kunnen, dan is het een hele klap en wellicht het einde van ons varkensbedrijf. De afvoer levert ons écht stress op. Stel dat we een boete krijgen aan het einde van het jaar, dan kan dat dus het einde van ons varkensbedrijf betekenen.”

22 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Toekomstbeeld

Grafiek 11 Bedrijfsopvolging fruitteelt (hoofdtak) 2

1

Stoppen

4

Afbouwen tot pensioen

2

Doorgaan zelf

7

Doorgaan incl overname

2

3 9 Ja Nee Onzeker Is al actief

Er zijn 18 fruitteeltbedrijven die meegedaan hebben aan de keukentafelgesprekken, waarvan er 15 de fruitteelt als hoofdtak hebben. Van deze 15 bedrijven hebben 9 bedrijven minder dan 15 ha grond in gebruik en 6 meer dan 15 ha.

Fruitteelt De fruitteelt is duidelijk het gezicht en de historie van de Betuwe. Uit onze gesprekken blijkt dat deze sector rap aan het verdwijnen is. Bedrijfseconomisch wordt de sector steeds minder rendabel, dat is niet lang vol te houden. Ondernemers in de fruitteelt voelen zich steeds vaker gedwongen om te kiezen voor stoppen. Overname door opvolgers is niet of nauwelijks aan de orde omdat het perspectief slecht is. Verdere problemen zijn vooral de eisen en onzekerheden ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Stijgende loonkosten gecombineerd met de beperkte en dure woonmogelijkheden voor arbeidsmigranten hebben financiële gevolgen.

“We hebben nét alle pruimenbomen gerooid. Het was moeilijk om aan plukkers te komen of eigenlijk zijn ze te duur. Het weegt niet op tegen de kosten. Grond verhuurd aan bomenkweker.” “De stijgende kostprijzen is het grootste knelpunt. Dit zorgt ervoor dat we geen toekomst zien voor de fruitteelt. Wij zitten onze tijd wel uit.” “Het overheidsbeleid mbt gewasbeschermingsmiddelen zorgt ervoor dat het over een paar jaar niet meer aantrekkelijk is om fruit te telen. Daarnaast is functieverandering een knelpunt: steeds wisselende ambtenaren maken het lastig om relatie op te bouwen. Moeten het verhaal steeds weer vertellen en komen niet verder. Het idee dat ambtenaren weinig binding hebben met de inhoud.” “Het fruitbedrijf is klein, door nieuwe veilingsystemen hebben kleine fruittelers minder opbrengst. Stimuleren bedrijven groter te worden zodat het voor veilingen interessant wordt. Wat wil de overheid? Want aan de andere kant stimuleren ze ook kleine, ambachtelijke bedrijven. de ondernemers plukken alles zelf.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 23

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Toekomstbeeld

Grafiek 12 Bedrijfsovername laanboomkweker (hoofdtak)

2

2 1

7

Ja Nee Onzeker Is al actief

Stoppen

0

Afbouwen tot pensioen

0

Doorgaan zelf

7

Doorgaan incl overname

5

12 bedrijven die meegedaan hebben aan de keuken­tafel­ gesprekken hebben als hoofdtak laanboomkweker. 6 hebben meer dan 7 ha in gebruik, 6 minder.

Laanboomkwekers De grote maatschappelijke behoefte aan bomen -in steden, dorpen maar ook voor nieuwe bossenleidt al jaren tot een grote vraag. Dit heeft de sector een impuls gegeven in groei en professionaliteit. In het algemeen zijn het financieel sterke bedrijven. Ook bij hen spelen de problemen rond gewasbeschermingsmiddelen. De sterke groei en sterke financiële positie zorgt voor een grote grondhonger, ze kopen of huren veel grond en kunnen meer betalen dan andere sectoren. Overigens vragen deze andere sectoren zich af of er hier wel beleid over is, mag alle grond zomaar omgezet worden naar boomkweken? Past dit in een samenhangende visie op het landschap en het buitengebied?

“Communicatie kan beter en zou fijn zijn als de gemeente met beleid opstellen zich er meer op richt om dat samen met betrokkenen doen, hij stelt zich - met zijn belangenvereniging erg actief op. Kost veel tijd en inzet maar is wel nodig.” “(Laan)boomteelt is wel en niet agrarisch. Agrarische regels voor bv N-2000 zijn niet altijd van toepassing voor ons, want wij stoten geen N en CO2 uit. Boomteelt is een aparte sector: geen fruitteelt, geen dierhouderij, wel agrarisch.” “Agrarische grond behouden en niet alles natuur maken of zonnepanelen leggen.”

24 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Toekomstbeeld

Grafiek 13 Bedrijfsopvolging akkerbouw (hoofdtak)

3

3

5

Ja Nee Onzeker Is al actief

Stoppen

0

Afbouwen tot pensioen

1

Doorgaan zelf

6

Doorgaan incl overname

4

16 akkerbouwbedrijven, deden mee aan de keukentafel­ gesprekken. Daarvan hebben er 11 als hoofdtak akkerbouw. Daarvan bewerken 8 bedrijven 75 ha of minder, 3 bedrijven bewerken meer dan 75 ha.

Akkerbouw Opvallend in de akkerbouw is dat de ontwikkelingen rondom mest voor hen financieel goed uitpakken. Ooit moesten ze betalen voor mest, nu krijgen ze betaald als ze mest afnemen. Uiteraard is de hoeveelheid mest die ze mogen inkopen wel aan regels gebonden. De problemen rond gewasbeschermingsmiddelen spelen bij hen ook en kunnen grote gevolgen hebben. Beperkingen rond het gebruik van akkerranden is ook voor hen een vraagstuk.

“Europese wetgeving en overheidsbeleid: we hebben te maken met onwerkbare regels. Aardappels voor 1 oktober oogsten is er zo één. Dit soort onwerkbare regels versnelt het stopproces. We zijn weken bezig geweest met GLB. Bellen met RVO, we krijgen advies en dan blijkt het niet te kloppen. Ze bieden excuus aan voor fout, maar het is wél fout en wij zijn heel veel tijd kwijt. Een andere regel is het niet inzaaien van akkerranden en dan krijgen we vervolgens niet uitbetaald. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 25

Hoofdstuk 6.

VERSCHILLENDE SECTOREN Toekomstbeeld

Grafiek 14 Bedrijfsovername glastuinbouw (hoofdtak) nvt 13%

onzeker 37%

nee 50% Ja Nee Onzeker Nvt

Stoppen

1

Afbouwen tot pensioen

1

Doorgaan zelf

6

Doorgaan incl overname

0

Er hebben 8 glastuinbouwbedrijven (hoofdtak) meegedaan aan de keukentafelgesprekken. De toekomst van deze sector is erg onzeker.

Glastuinbouw De glastuinbouwers hebben veel last van de hoge energieprijzen en van de energiebelasting die geheven gaat worden. Veel zijn 50+/60+ en ze zien geen opvolging van het bedrijf voor zich. De investeringen, die ze moeten doen, kunnen ze niet meer terug verdienen. Opvolgers zijn er niet. Ouders raden het af en kinderen zien dat hun ouders hard moeten werken en willen dit niet voor zichzelf of hebben gewoon andere plannen. Sommigen werken vaak met een vaste groep arbeidsmigranten, die ze al jaren kennen. Ze hebben een band met hen opgebouwd en de samenwerking verloopt goed. Alleen, deze groep wordt ook ouder en hoelang blijven zij dit nog doen? Dit kan betekenen dat ze nieuwe arbeidskrachten moeten gaan vinden en dat is lastig. Nederlanders willen het werk niet meer doen. De arbeidskosten worden steeds hoger. Een aantal glastuinders heeft in coronatijd ervoor gekozen om huisverkoop te gaan doen. Ze vinden dit onverwacht leuk en dit hebben zij voortgezet. Dit zorgt voor een band met de kopers.

“Hortensia kwekerij (hoeft niet anoniem) was blij verrast dat ze genomineerd waren voor de BOB award. Prijs vanuit de gemeentes Overbetuwe en Lingewaard voor 'duurzaam geteelde bloemen als basis voor gezondheid, geluk, vriendelijk voor mens en milieu. Er is een feestelijke avond georganiseerd in de theaterkerk in Bemmel, waar diverse ondernemers aanwezig waren uit horeca, agrarisch. Dit zorgde voor aangename netwerkavond. Mooie prijs voor stimuleren duurzaamheid.” “De energiecrisis heeft me genekt. De energieheffing van komend jaar doet me besluiten om te stoppen, ik kan de druk/stress niet meer aan.” “Er mag geen glastuinbouw bij op onze locatie, zelfs over een werkruimte wordt moeilijk gedaan.”

26 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 7.

DE BOER EN DE OVERHEID Grafiek 15 Rol overheid

Een groot deel van de mensen heeft ja gezegd op de vraag of de verschillende overheden iets beter kunnen doen.

107

98

58

51 38 23

26

26

Gemeente

14

Provincie

Rijk

Opvallend is dat de provincie daarin minder duidelijk in beeld is als de landelijke overheid. Ja Nee Ik weet het niet

Boeren hebben te maken met alle lagen van de overheid. De onduidelijkheid in keuzes en beleid van de landelijke overheid en de uitwerking van dat beleid door provincie geeft veel onzekerheid. De rol van de gemeente is anders, maar niet minder belangrijk.

Landelijke overheid en provincie Het verband tussen hoe het met de boeren gaat en de rol van de overheid spreekt vanzelf. Daar is al veel over gezegd en geschreven, de discussie loopt nog volop. Wij willen ons hier beperken tot een paar opmerkingen: •  De behoefte aan een duidelijk en eerlijk toekomstperspectief is groot. •  De bereidheid om ‘anders’ te gaan werken lijkt groter te zijn als keuzes in samenspraak tot stand komen en beter passen bij de praktijk. En vooral een realistische basis hebben in een langjarig en betrouwbaar verdienmodel. •  Boeren zullen weer het gevoel moeten krijgen dat ze er mogen zijn.

De gemeente als ‘overheid’ De gemeente is ook ‘overheid’. En als het wantrouwen richting overheid groot is, zal ook de gemeente daar een deel van op het bord krijgen, of het nu terecht is of niet. Dit project is door de gemeente opgezet met als één van de doelen om meer contact met boeren te krijgen en te ontdekken wat er speelt en wat de gemeente daar wel of niet aan kan bijdragen. Dit initiatief wordt gewaardeerd en daardoor ligt er een kans om als gemeente het wantrouwen richting overheid te verminderen. Ga serieus het gesprek met elkaar aan, ook over de lastige zaken!

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 27

Hoofdstuk 7.

DE BOER EN DE OVERHEID Over de gemeente meer specifiek i. Algemeen Er is in de gesprekken veel gedeeld over de gemeente. Er springen een paar punten uit: •  We beginnen met een compliment dat vaak is genoemd: men waardeert zeer dat de gemeente via deze gesprekken contact zoekt met de sector. Men spreekt vaak de hoop uit dat dit het begin is van een betere relatie. •  Men ervaart de gemeente als afstandelijk en het contact anoniem. In tal van bewoordingen wordt genoemd dat men de communicatie als slecht en eenzijdig beleefd. •  De iets oudere mensen benoemen dat voor de fusie de gemeente toegankelijker en laagdrempeliger was. •  Wat hier bij aansluit is dat vaker wordt genoemd dat men het beleeft alsof Overbetuwe twee ‘gezichten’ heeft: een stedelijk deel aan de oostkant en het buitengebied richting west. Men ervaart ambtenaren en bestuur als stedelijk gericht, een stedelijke mentaliteit, met weinig of geen affiniteit met het buitengebied en met de agrarische sector. •  Samenhangend mist men niet alleen affiniteit met het buitengebied maar ook een duidelijke visie op de toekomst daarvan. •  Veel punten gaan over het RO beleid, zie verderop. •  Men heeft niet het gevoel bij het maken van beleid betrokken te worden. Opmerkelijk voorbeeld is dat in diverse gesprekken waar dit relevant was men nog nooit van de Omgevingsvisie had gehoord.

•  De folder van ‘KIEK UUT’ is bij veel mensen bekend en wordt gewaardeerd. Deze folder van het Platform Veilig Ondernemen geeft tips en uitleg over mogelijke criminaliteit in het buitengebied.

“De regeldruk is veel hoger geworden. Je moet alles digitaal regelen. Vroeger ging dit nog via personen in Andelst, daarna Elst en nu via de computer. Doe je iets fout, dan moet alles opnieuw. Ik word er gek van. We doen ons best maar we worden in het verdomhoekje gezet.” ii. RO Er leeft veel ongenoegen over RO beleid en uitvoering. Hier zijn veel en specifieke voorbeelden genoemd die vanwege de vertrouwelijkheid helaas niet allemaal hier gedeeld kunnen worden. Toch is er voldoende dat benoemd kan worden en aanknopingspunten kan opleveren voor verbetering. Wat ook helder is, is dat de sector voor een enorme transitie staat en dat families en ondernemers zoeken naar manieren om hun toekomst vorm te geven. Een deel van hun toekomstmogelijkheden, en dan vooral het deel waar de gemeente over gaat, ligt in kansen op het erf. Nieuwe functies, neventak of ander bedrijf, wonen door splitsen van gebouwen of herbestemmen schuren en stallen. Rood voor rood als instrument kan daar bij helpen. Overwegend wordt de houding van de gemeente als afwijzend en weinig flexibel ervaren. En traag en onpersoonlijk. Wat mensen ook erg dwars zit is dat bij aanvragen over aanpassingen aan het erf er meestal niemand komt om eens te kijken en te luisteren. Alles gaat via het kantoor, vaak via mail.

28 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 7.

DE BOER EN DE OVERHEID •  Rood voor rood: al eerder genoemd, maar ook hier gaat het op: rood voor rood kan een instrument zijn

maar vraagt volledig stoppen met alle agrarische activiteit en opgeven van de agrarische bestemming. Voor plannen van ondernemers met een nieuwe ‘mix’ van activiteiten waarbij agrarische activiteit over blijft is de huidige invulling van rood voor rood niet geschikt. •  Men ervaart de gemeente als erg sturend met weinig oog voor de kansen en mogelijkheden die mensen zelf zien. Dus sturen op activiteit die de gemeente toestaat of juist niet. Maar wie is de ondernemer? Meer flexibiliteit, meer luisteren en samen zoeken naar passende oplossingen zou veel ontwikkeling mogelijk maken en veel ongenoegen verminderen. •  Op een andere wijze wordt de gemeente juist als erg onduidelijk ervaren. Een aanvraag duurt lang en het ene moment lijkt iets te kunnen wat later weer niet kan. De regiekamer wordt veel benoemd als zijnde een negatieve ervaring. De eigen inbreng komt niet goed uit de verf en besluiten worden niet goed uitgelegd. •  Het lijkt er op dat veel aanvragen enorm lang lopen en dat mensen veel moeite moeten doen om er voor te zorgen dat er beweging komt in hun aanvraag. •  Aanvraagprocedures en besprekingen zijn zo ingewikkeld geworden dat mensen feitelijk gedwongen worden om -dure- adviseurs in te schakelen. Men heeft het gevoel dat er naar henzelf niet eens geluisterd wordt.

Overigens is het deze adviseurs ook vaak niet duidelijk waarom iets wel of niet door de gemeente wordt toegestaan. •  Om de sector naar de toekomst toe te helpen zal meer maatwerk nodig zijn.

“Een ander knelpunt is de RO vergunning voor een staluitbreiding waardoor de geiten meer ruimte krijgen. Hierover zijn we al 3 jaar in gesprek met de gemeente. Het is bij de regiekamer geweest, goedgekeurd en nog steeds wachten we. De ondernemer heeft Dimitri ook gevraagd op de startbijeenkomst. Hij zou reageren of langskomen, maar tot nu toe niets gehoord.” (NB: na dit gesprek is alsnog een afspraak geweest.) “De gemeente werkt aan geen enkel plan van ons mee, nu maar liever niets meer vragen en geen contact. Geloof er niet meer in.” “In februari 23 geeft iemand van de gemeente akkoord voor een bouwwerk op ons erf. Dan wachten we op vergunning. Wij bellen in augustus en dan zegt de gemeente dat er nog van alles moet gebeuren. 'het moet nog door de raad en in de krant'. Eind november en nu nog niets gehoord. Dan komt ineens de eis: "Je moet aantonen dat je een levensvatbaar bedrijf hebt". Maar we zijn gestopt met het bedrijf omdat het niet levensvatbaar was, en dat weten ze. We snappen het hele verhaal niet. In mei 22 zijn we al begonnen en het zou al rond moeten zijn. Het zorgt voor veel stress en frustratie bij het gezin.” “Ondernemer werkt mee aan plan voor huizenbouw. Kan verplaatsen naar een goede plek. Gemeente ziet nieuwe locatie alsof het een nieuw plan is en maakt verplaatsen onmogelijk.”

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 29

Hoofdstuk 7.

DE BOER EN DE OVERHEID “Begonnen met woning in de schuur. Vanuit gem Heteren mondelinge toestemming om woning te bouwen. In 2008 aanvraag ingediend. Vanuit gem Overbetuwe was de woonbestemming eraf. We hebben een adviseur in moeten schakelen om dit weer recht te trekken. Woning mocht toch gebouwd worden. Heeft pijn gedaan.” “Een knelpunt is de RO vergunning voor een staluitbreiding waardoor onze dieren meer ruimte krijgen. Hierover zijn we al 3 jaar in gesprek met de gemeente. Het is bij de regiekamer geweest, goedgekeurd en nog steeds wachten we af.” “Bestemmingsplanwijziging heeft grote invloed. De onzekerheid die dit met zich meebracht en de lengte die het duurt zorgt voor inkomstenderving en stress. De lange bestemmingsplanwijziging heeft er emotioneel ingehakt.” “Hoe kan ik de kas afbreken zonder het bedrijf te verliezen?” iii. Vergunningen kwijtgeraakt Vaker genoemd door mensen is dat vergunningen kwijtgeraakt -zoekgeraakt dus- zijn bij de gemeente en soms bestemmingen zijn gewijzigd zonder dat men daar weet van heeft. In plaats van excuus moet men zelf veel werk en inzet plegen om zaken te corrigeren.

“In 2005 is er bij de stal een stuk aangebouwd. Hiervoor is een vergunning aangevraagd. Deze vergunning is door de gemeente kwijtgeraakt. Toen er een milieuvergunning aangevraagd moest worden bij de provincie in 2014 bleek dat niet te kunnen vanwege het ontbreken van gegevens van de gemeente. Die is wel opnieuw aangevraagd. In 2018 heeft de MOB de vergunning aangevochten en deze is van tafel geveegd. Er waren onvoldoende rechten aanwezig. Deze zijn wel bijgekocht. Tot op heden hebben ze nog geen rechtmatige vergunning en vallen ze terug op een vergunning van 1986 waarbij ze maar 70 koeien en 40 stuks jongvee mogen houden. Het is een heikele situatie en maakt dat het vertrouwen in de overheid niet groot is.” iv. ODRA Er zijn diverse klachten en opmerkingen over de werkwijze van de ODRA. Genoemd wordt dat de gemeente de ODRA hoort te controleren. Uit gesprekken lijkt andersom eerder het geval te zijn. Gemeente loopt aan het lijntje bij de ODRA. Men heeft het beeld dat de ODRA opereert als een machtige organisatie. Er wordt snel gegrepen naar juridische middelen. Een menselijk gesprek lijkt niet gevoerd te kunnen worden.

30 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 7.

DE BOER EN DE OVERHEID “De ODRA heeft 3 jr geleden een milieudelict geconstateerd. Dit ging over paardenmest achter de stal. In de ogen van de ODRA mocht dit niet. Volgens de ondernemer zat het binnen toegestane wettelijke hoeveelheid. Daarnaast lagen er rijplaten bij de ingang van een perceel. Het betrof hier een tijdelijke maatregel om vanwege nat weer op het perceel te komen. Ook dit mocht niet. Een kavelpad wat al 40 jaar lag en wat met gebroken puin egaal was gemaakt: pad was illegaal. Het lijkt hier te gaan om willekeur. Een gesprek dat tussen ODRA en gemeente heeft plaatsgevonden liep op niets uit. Hoogste baas ODRA ontkende dat zij fout zitten. Gemeente blijft achter ODRA staan. Totale dwangsom is nu opgelopen tot €30.000,-.” "Het wordt er niet leuker op. Mijn vader was een boer, ik voel me meer een manager, want er is steeds meer papierwerk en controle'. De Odra komt vaak controleren en controle is goed, want er moeten regels zijn, maar ik heb nu soms het gevoel dat de houding is: "De boer doet maar wat". De appel- en perenpluk is net achter de rug. Het is ieder jaar 4 maanden knallen van juni tot en met oktober. Vele uren maken om het hoofd boven water te houden. Ik heb nu wat personeel en dat maakt het werk wat lichter. Ik wil echter niet te veel klagen, want ik ben een optimistisch mens.”

Overige punten Behalve de ‘grote’ punten zijn er ook veel kleinere. Dat gaat vaak over bermbeheer, reparaties en onderhoud aan wegen, strooibeleid. Punt van irritatie is ook daarbij dat de gemeente zelden komt kijken en overleggen en dat er niet teruggebeld wordt.

BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD • 31

Hoofdstuk 8.

WAARDERING PROJECT De overgrote meerderheid van de boeren die een keukentafelgesprek hebben gevoerd waardeerden het gesprek als positief. Het initiatief van de gemeente om dit te doen werd dan ook erg gewaardeerd. Vaker genoemd is wel dat men hoopt dat dit een gevolg heeft, dat er ‘wat’ mee gedaan wordt. Dat is niet voor niets een belangrijke aanbeveling!

Wat vond u van het gesprek? Positief Neutraal Negatief

142 5 0

“Vraagbaak vormen met ondernemers uit de regio van alle sectoren. Op die manier feeling houden met het buitengebied.” “Fijn gesprek en positief dat de gemeente dit doet. Wel leeft de vraag: Wat gebeurt er met de adviezen die hieruit komen? Er moet wel iets gebeuren. We hebben weinig vertrouwen in de overheid, dus we zijn een beetje bang dat dit een zoethoudertje is.” “Het is prettig dat je naar ons luistert en vragen stelt die wij onszelf niet zo snel stellen. Ik kijk weer op een andere manier naar het bedrijf en besef dat we keuzes moeten maken.” “Het is goed dat we hier eens uitgebreid over praten met een buitenstaander, want we komen er zelf niet uit.” “Prettig om alles zo eens door te praten.” “Fijn dat de gemeente hier aandacht aan besteed. Het is prettig om dit gesprek te voeren. Door de vragen gaan we anders in gesprek.” “Bestemmingsplanwijziging heeft grote invloed. De onzekerheid die dit met zich meebracht en de lengte die het duurt zorgt voor inkomstenderving en stress. De lange bestemmingsplanwijziging heeft er emotioneel ingehakt.” “Hoe kan ik de kas afbreken zonder het bedrijf te verliezen?”

32 • BOEREN & TUINDERS OVERBETUWE AAN HET WOORD

Hoofdstuk 9.

CONCLUSIES

1. Bij de meeste gesprekken blijkt dat boeren zowel bedrijfsmatig als privé last hebben van onzekerheid en frustratie. Onzekerheid over de toekomst. 2. Er is een groot wantrouwen richting de overheid. Vooral naar de landelijke en provinciale politiek. Helaas straalt het wantrouwen ook uit naar de gemeente als onderdeel van de overheid, hoewel de gemeente aan de grote problemen weinig kan doen. 3. Een punt van zorg is dat naast onzekerheid en frustratie steeds meer boeren ‘gelaten’ zijn. Ze geloven niet meer in de toekomst en in een overheid als partij om de problemen mee op te lossen. 4. Veel boeren en hun families hebben last van de negatieve berichtgeving en beeldvorming over de sector. 5. Deze onzekerheid heeft ernstige gevolgen voor het ondernemerschap in de sector. Investeringsbesluiten worden uitgesteld. Een nieuwe, eigen strategie is moeilijk te maken. 6. Landelijk zijn er nu, ondanks eerdere toezeggingen, alleen regelingen voor stoppen. Keuzes over innoveren of met een ander concept gaan werken kan men niet maken. Zowel regelingen als toekomstige ‘spelregels’ zijn onbekend. 7. Ook ondernemers die op dit moment al biologisch, natuurinclusief of met kringlooplandbouw werken ervaren onzekerheid over de uitvoering van de wet- en regelgeving en zijn ook onzeker over de toekomst.

8. Omdat er van andere concepten zoals natuurinclusief, kringlooplandbouw, biologisch werken geen zicht is op een passend verdienmodel zien de ondernemers op dit moment weinig kansen. Ook agrarisch natuurbeheer als onderdeel van het bedrijfsmodel wordt met argwaan bekeken, vooral omdat de opbrengsten en regels naar hun idee zó veranderd kunnen worden. 9. Keuzes voor een ander bedrijfsmodel waar aanpassingen op het erf voor nodig zijn stuiten op het vergunningenbeleid bij de gemeente dat als star wordt ervaren. Ook sluiten regelingen landelijk en gemeentelijk niet op elkaar aan. Gedeeltelijk stoppen met de agrarische activiteit in combinatie met niet-agrarische onderdelen is vrijwel onmogelijk. 10. Veel bedrijven zijn op dit moment financieel gezond. Omdat de bedrijfsvoering ter discussie staat zegt dit weinig over de toekomst. Dus hoe een op dit moment gezond bedrijf er over vijf jaar voor staat is niet te zeggen. 11. Veel ondernemers zijn 50+. Opvolgers zijn er in veel gevallen niet, Dat betekent dat er de komende 10 a 15 jaar veel bedrijven zullen stoppen. 12. De gemeente wordt vaak ervaren als afstandelijk, stedelijk en met weinig of geen gevoel voor de boeren en het platteland. RO beleid, vergunningen voor bouwen, wonen en functieverandering worden als star ervaren 13. Vaak genoemd is de behoefte om vragen en problemen meer samen, in gesprek, op te lossen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=6a073b81-eabf-40ad-9267-7e66cefff9fa