24-03-19.18 Relevant stuk 4, 5e begrotingswijziging
Tekst van het document
B&W VOORSTEL Kenmerk: 2024-003454 Datum b&w-vergadering: 23 januari 2024 Onderwerp: Programmaplan duurzaamheid Te nemen besluit: 1. De gemeenteraad voor te stellen het Programmaplan Duurzaamheid vast te stellen; Team/ behandelend ambtenaar: TSP / Anne ten Brummelhuis Status advies: Openbaar Portefeuillehouder: Wethouder Rik van den Dam Doorgeleiding naar de raad: ja Betrokkenen bij advies extern: Betrokkenen bij advies intern: Economische Zaken (TBF) Duurzaamheid (TBF) Communicatie adviseur Financiën Groen en Landschap (TBF en Ruimte) Mobiliteit (TBF) TIC: Nee
Bijlagen voor B&W: Verwijzen naar: • Bijlage 1: Programma duurzaamheid • Bijlage 2: Raadsvoorstel programmaplan duurzaamheid • Bijlage 3: Concept-raadsbesluit Programmaplan Duurzaamheid • Bijlage 4: Contouren programmaplan duurzaamheid Bijlagen voor raad: • Bijlage 1: Programma duurzaamheid • Bijlage 2: Raadsvoorstel programmaplan duurzaamheid • Bijlage 3: Concept-raadsbesluit Programmaplan Duurzaamheid • Bijlage 4: Contouren programmaplan duurzaamheid
1/5
Te nemen besluit 1. De gemeenteraad voor te stellen het Programmaplan Duurzaamheid vast te stellen;
Inleiding Juni 2023 zijn de contouren programmaplan duurzaamheid (bijlage 4) vastgesteld door de Raad. In de daarop volgende periode zijn deze nader uitgewerkt in een programma duurzaamheid dat nu voorligt ter besluitvorming. In dit programmaplan staan de ambities en doelstellingen beschreven en de activiteiten voor de periode 2024 t/m 2026. In lijn met de contouren programmaplan duurzaamheid is al gestart met de uitvoering van verschillende onderdelen. Het programmaplan duurzaamheid is voornamelijk een integrale aanpak om de gestelde doelen met elkaar te bereiken. Hierbij is het een invulling en concretisering van eerder vastgestelde ambities en doelstellingen. Duurzaamheid is een integraal thema dat alle portefeuilles raakt.
Beoogd resultaat Het programmaplan geeft richting aan sectorale beleidsnotities, plannen, projecten en activiteiten. Ook biedt het houvast voor een integrale programmatische en structurele werkwijze binnen de organisatie en samenwerking met de samenleving. Dit is de basis voor de realisatie van de doelstellingen en ambities rondom energietransitie, biodiversiteit / klimaatadaptatie en circulariteit. Uitvoering van het programma draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendig Overbetuwe.
Argumenten en onderbouwing 1.1 Realisatie ambities en doelstellingen Het programma duurzaamheid beschrijft de doelstellingen en activiteiten om de vastgestelde ambities te behalen. Door deze aanpak en dit kader kan sturing worden gegeven aan de gemeentelijke inzet en samenwerking met andere stakeholders. Het programmaplan creëert ook duidelijkheid wat anderen van de gemeente mogen verwachten. Om de doelstellingen te behalen zijn niet alleen inhoudelijke doelstellingen noodzakelijk maar ook een procesmatige aanpak en inzet op een intensieve samenwerking met de samenleving. 1.2 Invulling procedures en eerdere toezeggingen Bij de vaststelling van de contouren programmaplan duurzaamheid is de toezegging gedaan om het uitgewerkte programma ook te laten vaststellen door de Raad. Daarnaast is het beschikbaar stellen van de financiële middelen uit het bestemmingsreserve duurzaamheid een bevoegdheid van de Raad.
Kanttekeningen en onderbouwing 1.1 Financiële middelen uit WRP noodzakelijk voor uitvoering vanaf 2025 In 2024 worden het Water- en rioleringsprogramma (WRP) en de lokale adaptatie strategie (LAS) opgesteld en voorgelegd voor bestuurlijke besluitvorming. Deze documenten beschrijven de lange termijn strategie en doelstellingen op het gebied van rioleringsbeheer en waterberging. Met het vaststellen van het WRP in 2024 komen naar verwachting ook meer financiële middelen beschikbaar voor klimaatadaptatie. Dit is pas beschikbaar vanaf 2025 na het vaststellen van de nieuwe rioolheffingen. Om in 2024 toch uitvoering te kunnen geven aan acties rondom klimaatadaptatie vindt een eenmalige grotere bijdrage vanuit programma duurzaamheid plaats. De plannen voor 2025 worden deels bepaald door het WRP en lokale adaptatiestrategie. Mocht deze aanvullende financiering niet beschikbaar komen, is het niet mogelijk om alle ambities en doelstellingen rondom klimaatadaptatie te realiseren en moeten keuzes gemaakt worden.
onskenmerk
2/5
Financiën In de huidige programmabegroting 2024 zijn diverse middelen beschikbaar voor het programmaplan duurzaamheid. De financiële middelen bestaan uit structurele budgetten en eenmalige budgetten die deels vrij besteedbaar zijn maar grotendeels besteed dienen te worden aan het doel waarvoor de middelen beschikbaar gesteld zijn. Het geringe gedeelte dat vrij besteedbaar is, is wel benodigd om de doelstellingen van de verplicht besteedbare middelen te kunnen realiseren. Voor het programmaplan zijn twee structurele budgetten beschikbaar. In de huidige begroting onder programma 1 ‘Duurzame en gezonde samenleving’ is het reguliere budget duurzaamheid van € 181.000 opgenomen. Daarnaast heeft het Rijk vanaf 2023 de specifieke uitkering (Spuk) CDOKE beschikbaar gesteld. De toezichthouder van de provincie heeft middels een brief in 2023 aangegeven dat deze middelen als structureel beschouwd mogen worden. Deze middelen zijn daarom jaarlijks in de huidige begroting opgenomen. Naast de structurele middelen zijn er ook incidentele middelen beschikbaar. Deze eenmalige middelen mogen wel over meerdere jaren besteed worden. De eenmalige middelen bestaan onder andere uit de bestemmingsreserve duurzaamheid, restant toegekende middelen vanuit de meicirculaire 2022 voor klimaatakkoord, toegekende middelen vanuit decembercirculaire 2019 voor warmtetransitie en Spuk lokale aanpak isolatie.
Daarnaast zijn of worden er nog een reeks aan subsidies aangevraagd. De toekenning van nieuwe subsidieaanvragen zullen worden verwerkt via de reguliere P&C-cyclus. Bij de decembercirculaire 2019 is € 202.101 beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het klimaatakkoord, onderdeel warmtetransitie. Deze middelen zijn in 2019 per abuis ten gunste gebracht van de algemene reserve in 2019. Het verwacht vrij besteedbaar deel van de
Algemene Reserve per 1 januari 2024 bedraagt € 3.982.000. Met instemmen van dit voorstel wordt het verwacht vrij besteedbaar deel van de Algemene Reserve € 3.780.000. Voor het verloop van de Algemene Reserve vanaf 1 januari 2024 verwijzen wij u naar de bijlage ‘Verloop Algemene Reserve’ onder het agendapunt Administratieve- en begrotingswijzingen van deze vergadering. De inkomsten en uitgaven van de incidentele subsidie ‘lokale aanpak isolatie’ dienen nog rechtmatig geraamd te worden. Daarnaast dienen inkomsten en uitgaven van de incidentele subsidie ‘lokale aanpak isolatie’ rechtmatig geraamd te worden. Via het raadsvoorstel wordt daarom gevraagd om deze middelen beschikbaar te stellen voor dit programmaplan. Het restant van de financiële middelen van de meicirculaire 2022 zijn beschikbaar onder voorbehoud van overheveling naar 2024. De overheveling wordt meegenomen in het regluiere proces bij de Jaarrekening 2023. De benodigde middelen vanuit de bestemmingsreserve duurzaamheid worden in het desbetreffende jaar waarin de besteding plaatsvindt via de reguliere bestuursrapportages aangevraagd. Tabel 1 geeft een overzicht van de beschikbare financiële middelen voor programma duurzaamheid voor de komende jaren.
onskenmerk
3/5
Tabel 1: Beschikbaar budget duurzaamheid 2024 – 2026 Structureel beschikbaar 2024 Begroting gemeente Overbetuwe € 181.000 SPUK CDOKE1 € 805.578 Restant SPUK CDOKE gelden 2023 € 420.000 Subtotaal € 1.406.578 Incidenteel beschikbaar SPUK lokale aanpak isolatie (LAI)
1.078.433
Budget Rijk 2019 warmtetransitie Bestemmingsreserve duurzaamheid Middelen meicirculaire 2022 TOTAAL Incidenteel beschikbaar
€ 202.1012 € 402.000 € 305.0003 € 1.987.534
Aangevraagd of nog aan te vragen Wijk van de toekomst SPUK natuurinclusief isoleren TOTAAL nog beschikbaar komen
€ 80.000 € 178.000 € 258.000
Totaal beschikbaar voor duurzaamheid
€ 3.652.112
2025 € 181.000 € 812.820
2026 € 181.000 € 798.336
€ 993.820
€ 979.336
€ 993.820
€ 979.336
Zoals aangegeven mogen de incidentele middelen uit bovenstaande tabel 1 in meerdere jaren besteed worden. De beschikbaarheidsstelling vindt voornamelijk plaats in 2024, echter zullen de bestedingen in latere jaren plaatsvinden. Het totaal aan beschikbaar middelen voor 2024 – 2026 bedraagt € 5.625.000. Deze middelen komen overeen met de geplande uitgaven per inhoudelijke thema zoals opgenomen in onderstaande tabel 2. Tabel 2 geeft de bestedingen per inhoudelijk thema weer. In de praktijk is het niet mogelijk om de inhoudelijke thema’s als losse onderdelen te zien maar is hier vaak sprake van afhankelijkheden. Zo zorgt de aanpak voor natuurinclusief isoleren voor het mogelijk maken van de isolatieopgave en versterkt dit de biodiversiteit en het leefgebied voor beschermde soorten. Daarnaast wordt binnen het proces van de warmtetransitie ook aandacht besteed aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit en participatie en versterken sociale cohesie. Onderstaande verwachte uitgaven worden gedekt uit de beschikbare middelen zoals benoemd in tabel 1.
Tabel 2: Verwachte uitgaven per inhoudelijk thema Energietransitie Klimaatadaptatie en biodiversiteit Circulariteit Overig Onvoorzien TOTAAL
2024 € 1.230.000 € 200.000
2025 € 1.130.000 € 150.000
2026 € 1.290.000 € 150.000
€ 100.000 € 250.000 € 125.000 € 1.905.000
€ 150.000 € 200.000 € 125.000 € 1.755.000
€ 200.000 € 200.000 € 125.000 € 1.965.000
1 Capaciteit voor decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) .
2 Middelen warmtetransitie 2019 in de algemene reserve, onder voorbehoud van goedkeuring raad 3 Restant beschikbaar in 2023, onder voorbehoud van overheveling naar 2024.
onskenmerk
4/5
Rol gemeente, interactie en initiatiefnemer De gemeente vervult meerdere rollen. Bij nieuwe beleidsvorming is de gemeente vaak initiatiefnemer. Bij de uitvoering is in veel gevallen sprake van interactie en participatie met inwoners, bedrijven en maatschappelijke stakeholders. De gemeente kan immers niet alles zelf doen en realisatie van de doelstellingen is afhankelijk van de inzet van anderen. De gemeente kan informeren, stimuleren en faciliteren, maar vaak is er geen mogelijkheid voor dwang of handhaving. Communicatie en participatie maakt een integraal onderdeel uit van het programma duurzaamheid en is een randvoorwaarde voor het realiseren van de doelstellingen. De komende jaren kan de rolneming van de gemeente veranderen door voortschrijdend inzicht.
Eventuele bestuurlijke aandachtspunten Duurzaamheid Het programma duurzaamheid voorziet in een gemeentebrede, integrale en heldere aanpak en randvoorwaarden voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Ook is de afhankelijkheid en relatie met andere ontwikkelingen beschreven, zoals het Water- en Rioleringsprogramma. Deze afbakening geeft helderheid.
Vervolg Planning Na besluitvorming in het college wordt het programma duurzaamheid voorgelegd aan de Raad voor besluitvorming. Parallel vindt uitvoering plaats van de activiteiten zoals beschreven en waarover al eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden. Communicatie Na besluitvorming in het college wordt een persgesprek over het programmaplan gepland waarvoor lokale en regionale media wordt uitgenodigd. Daarnaast delen we informatie (nieuwsbericht) via de gemeentelijke kanalen. De raad wordt geïnformeerd via het doorgeleiden van de raadsstukken. Voor de in het programma benoemde thema’s en deelprojecten wordt de basiscommunicatiestrategie per onderdeel verder uitgewerkt, in afstemming met de betrokken stakeholders. Evaluatie Monitoring en rapportage maken een integraal onderdeel uit van het programma duurzaamheid. Verantwoording vindt zoveel mogelijk plaats in lijn met de bestaande P&C cyclus. Parallel vindt monitoring en evaluatie plaats aan de hand van een monitoringsdashboard voor de doelstellingen op hoofdlijnen. Evaluatie en monitoring maakt een integraal onderdeel uit van de uitvoering elk deelproject. De uitkomsten kunnen aanleiding zijn om bij te sturen. Voor de Politieke avond van 11 juni 2024 wordt een RTGC aangevraagd over monitoring programma duurzaamheid. Voorafgaand wordt de inhoud voorgelegd aan het college ter besluitvorming.
onskenmerk
5/5