CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-03-19.12 Relevant stuk 2, Contouren programmaplan duurzaamheid

Gemeenteraadsvergadering 19 maart 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Programmaplan duurzaamheid4.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Contouren Programmaplan duurzaamheid 1. Inleiding Waarom De Routekaart Duurzaamheid 2025 is in 2021 vastgesteld door de raad. Dit is een tactisch document waarin de doelstellingen rondom Duurzaamheid beschreven staan. Hierin zijn naast energie ook de onderdelen circulariteit en klimaatadaptatie / biodiversiteit toegevoegd. Het programmaplan duurzaamheid begeleid het proces richting uitvoering van de ambities van de routekaart. Het programmaplan bevat dus geen nieuwe ambities, maar is een concretisering en prioritering van bestaande ambities. Naast inhoudelijke ambities wordt ook aangegeven wat ervoor nodig is om deze te realiseren. Voor u ligt de eerste fase, waarin ambities en doelstellingen beschreven staan. De tijdshorizon is deze collegeperiode, dus tot medio 2026.

Hoe Duurzaamheid vindt plaats in een complexe omgeving waarbij voor de realisatie van de doelstellingen samenwerking met veel stakeholders noodzakelijk is. Om invulling te geven aan de realisatie van de doelstellingen is gekozen voor een programmatische werkwijze. Naast een inhoudelijke opgave, ligt er ook een organisatorische uitdaging. Het gaat hierbij om anders werken binnen de gemeentelijke organisatie en met inwoners, bedrijven en andere stakeholders. Hierbij maken we onderscheid in wat de rol is van de gemeente, afhankelijk van of de gemeente initiatiefnemer is of inwoners, bedrijven, maatschappelijke stakeholders of andere partijen (conform de interactiewijzer). Met het opzetten van een programmateam is een basis gelegd voor een meer integrale werkwijze. Hierbij staat de opgave centraal en wordt vervolgens gekeken wie hieraan wat kan bijdragen en hoe invulling wordt gegeven aan participatie. Dit wordt de komende tijd verder uitgebouwd. Hierdoor kan de stap gemaakt worden om de ambities en doelstellingen uit de routekaart ook daadwerkelijk te realiseren.

Wat Het opstellen van het programma gebeurd in 2 fases. De eerste fase is gericht op ambities en doelstellingen. Deze worden met de raad besproken als onderdeel van ‘Samen aan zet’. In fase 2 worden de maatregelen geformuleerd om de doelstellingen en ambities te bereiken. Het programma duurzaamheid is een levend document en sluit aan bij de sterk in beweging zijnde actualiteiten. Actualisatie vindt minimaal 1 keer per jaar plaats. De doelstellingen zijn een combinatie van vergezichten en concrete acties. Op onderdelen zijn we al gestart met de uitvoering. Dit document beschrijft fase 1, dus alleen ambities en doelstellingen. Fase 2 start na bestuurlijke besluitvorming over de uitgangspunten. Het volledige programma is gereed in 2024.

1.1 Inhoud en scope programma Niet alle onderdelen uit de routekaart Duurzaamheid komen terug in het programma Duurzaamheid. Er is een keuze gemaakt wat haalbaar is in deze collegeperiode. Een aantal onderdelen uit de routekaart Duurzaamheid zijn niet belegd in het programma Duurzaamheid, maar op een andere plek in de organisatie.

In lijn met de routekaart kent het programma Duurzaamheid 3 inhoudelijke thema’s 1. energietransitie, 2. klimaatadaptatie / biodiversiteit 3. circulariteit. Naast de inhoudelijke thema’s kent het programma 3 faciliterende thema’s, A. Communicatie, organisatie en financiën B. Gemeente als goede voorbeeld C. Monitoring De faciliterende thema’s worden waar nodig bij de inhoudelijke thema’s specifieker beschreven; eerst volgt een algemene beschrijving in combinatie met organisatie en financiering op hoofdlijnen.

a. Organisatie – duurzaamheid raakt iedereen Binnen het programma Duurzaamheid ligt een grote rol voor communicatie om tot het gewenste eindresultaat te komen. Dit komt mede doordat er een verandering in houding en met name gedrag nodig is. Om tot een gewenst eindresultaat te komen zijn onderstaande randvoorwaarden noodzakelijk:   

Zorgdragen voor goede informatievoorziening (in- en extern) die altijd op-to-date is en een passend communicatie platform De inzet van medewerkers, inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers. Gemeente heeft vaak een faciliterende en verbindende rol.

Dit betekent dat er een duidelijke ingang moet zijn waar informatie voor handen is. Ook een heldere structuur (wie is waarvan) is daarbij van belang. Net zoals een goed overzicht van initiatieven (openbare ruimte) waar inwoners en bedrijven bij aan kunnen sluiten. Duurzaamheid is een overkoepelend thema, raakt alle portefeuilles en doorkruist de organisatie en samenleving op allerlei niveaus. Het thema duurzaamheid kan dan ook niet belegd zijn bij een kleine groep mensen, maar moet gedragen worden door de hele organisatie. Dit is een transitie van het principe ‘made by team Duurzaamheid’ naar ‘made by organisatie’. Dit is in beide gevallen in samenwerking met de samenleving. Samenwerking met buurtinitiatieven en inwoners en bedrijven is een belangrijk randvoorwaarde voor realisatie van de ambities en doelstellingen zoals beschreven in het programma Duurzaamheid. Een groot onderdeel van het programma Duurzaamheid richt zich dan ook op (stimuleren van) activiteiten en initiatieven van inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners, waarbij de rol van de gemeente vooral faciliterend is. Hierbij wordt aangesloten bij bestaande kaders zoals de interactievisie en ontwikkelingen in de gemeentelijke organisatie om participatie meer invulling te geven.

b. Gemeente als goede voorbeeld en rolneming De gemeente Overbetuwe erkent de noodzaak van duurzamer handelen. Dit is o.a. opgenomen in het uitvoeringsprogramma van dit college, Routekaart Duurzaamheid 2025 en diverse beleidsnota’s. Zeker waar het de openbare ruimte raakt heeft de gemeente een voorbeeldrol, maar ook in relatie tot het eigen vastgoed. Waar de gemeente van anderen (bewoners, bedrijven, instellingen) verwacht dat ze maatregelen treffen wordt vaak naar de gemeente gekeken of ze het zelf wel gedaan hebben. Zo spelen in inrichting van de openbare ruimte de aspecten klimaatadaptatie en biodiversiteit een rol. Op andere vlakken komen energie en circulariteit in beeld, o.a. bij het gemeentelijk vastgoed. Bij elk inhoudelijk thema wordt apart beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het onderdeel ‘gemeente als goede voorbeeld’.

c. monitoring Monitoring vindt zoveel mogelijk plaats op basis van openbare databronnen en voornamelijk op het niveau van ambities en doelstellingen. Monitoring en rapportage vindt dus meestal niet plaats op het niveau van afzonderlijke acties en inspanningen omdat dit erg veel tijd vraagt en in de praktijk vaak weinig toevoegt. Daar waar geen kwantitatieve data beschikbaar is of waar dit wenselijke is wordt gewerkt met een kwalitatieve duiding. De kwantitatieve data wordt altijd voorzien van een interpretatie. Om inzicht te krijgen in de CO2 belasting van de gemeente en mogelijkheden om hierop te monitoren, wordt verkend of de CO2 prestatieladder behulpzaam kan zijn. Door bewustzijn gaat duurzaamheid in de organisatie ook meer leven. Rondom energie wordt gebruik gemaakt van de klimaatmonitor. Voor klimaatadaptatie van de klimaateffect atlas en data uit het beheersysteem van de gemeente. Het monitoringsprogramma wordt verder ingevuld als na akkoord op de ambities en doelstellingen. Voor sommige ambities en doelstellingen in het programma duurzaamheid is de monitoring alvast toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten en de doelstelling in perspectief te zetten.

1.2 Financiën Het programmaplan voorziet in een integrale aanpak. Voor het realiseren van de doelstellingen is het van belang dat de capaciteit op orde is. De recente aankondiging vanuit het Rijk voor aanvullende middelen voor uitvoering klimaatakkoord tot 2030 (regeling tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid, CDOKE) biedt perspectief. Voor de ondersteuning van initiatieven van bewoners, maatschappelijke partners of bedrijven zijn in het programmaplan financiële middelen gereserveerd. Waar het gaat om structurele inzet van personeel worden de daarvoor bestemde middelen toegevoegd aan het personeelsbudget van het betreffende team. Een totaal overzicht van de financiën is weergegeven in hoofdstuk 7.

2. Energie 2.1 energie – breed en integraal Energie is een breed thema. We maken hierin onderscheid in 4 onderdelen; 1. Energiebesparing 2. Van het aardgas af, ook wel warmtetransitie genoemd 3. Hernieuwbare energie opwek 4. Duurzame mobiliteit In de praktijk is het niet mogelijk om een strikt onderscheid te maken tussen bovenstaande onderdelen. Zo zorgt de warmtetransitie voor een toename van het elektriciteitsverbruik, die bij voorkeur duurzaam wordt opgewekt. En voordat een gebouw van het aardgas afkan is een bepaalde mate van isolatie noodzakelijk. Voor de leesbaarheid is ervoor gekozen om de doelstellingen te koppelen aan bovenstaande onderverdeling. Betaalbaarheid en uitvoerbaarheid zijn belangrijke aandachtspunten bij de doelstellingen rondom energie. Collectief aan de slag met wijken, centra, bedrijventerreinen en doelgroepen Voor de realisatie van de ambities is het in veel gevallen voldoende wanneer iedereen individueel actie onderneemt. In sommige gevallen is een collectieve aanpak noodzakelijk over vergroot dit de kans op succes. Om een collectief warmtenet aan te leggen in een woonwijk is een wijkgerichte aanpak nodig. Een warmtenet kan alleen gerealiseerd worden als voldoende woningen meedoen. Een ander voorbeeld is de green deal, een gezamenlijke publiek private meerjarige aanpak om doelstellingen op een bedrijventerrein te realiseren.

Of het ontwikkelen van een plan van aanpak voor verduurzaming bedrijven(terreinen) en centra.

2.2 Ambitie 

 

Overbetuwe energieneutraal in 2050. Dit betekent dat we zoveel mogelijk energie besparen. De energie die we nog nodig hebben wekken we duurzaam op. In plaats van aardgas gebruiken we een hernieuwbare energiebron. Toekomstbestendig energiesysteem, met aandacht voor betaalbaarheid en dat iedereen kan meedoen. Transitie naar uitstootvrije mobiliteit.

2.3 Doelstellingen Energiebesparing 1. Energiebesparing gemeentebreed; 1 % energiebesparing per jaar via een doelgroepen- en sector benadering. Hierbij worden de volgende sectoren onderscheiden; - Huurwoningen, oa de prestatieafspraken met corporaties - Koopwoningen - Maatschappelijk vastgoed - Bedrijfspanden en bedrijfsprocessen 2. Opstellen meerjarige strategie en uitvoeringsagenda realisatie landelijke doelstellingen Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Energiearmoede maakt hier onderdeel van uit. Naast het

toepassen van fysieke maatregelen wordt ook ingezet op bewustzijn en gedragsverandering. Doelstelling is om minimaal 3000 woningen per jaar te bereiken. 3. In 2023 Plan van aanpak opstellen gericht op energiebesparing 10% grootste energieverbruikers voor de periode 2023 – 2026 4. Actualisatie energievoorschriften bij bedrijven met een milieuvergunning in 2024 Van het aardgas af – warmtetransitie 1. Voorbereiden aardgasvrije woonomgeving. In 2026 zijn 2400 van de woningen aardgasvrij ready (minimaal energielabel B). Dit komt overeen met 93 Tj hernieuwbare warmte van woningen in 2025, conform de Routekaart Duurzaamheid 2025. 2. Start van het proces om te komen tot 2 wijkuitvoeringsplan (WUP) in 2023 a. Verkenning proces bedrijventerrein de Aam van het aardgas af in 2023, waarbij ook de potentie van een Green Deal wordt meegenomen. b. Gemeentebrede campagne en participatie gericht op warmtetransitie. (Dit heeft

In 2020 wordt 34 TJ (0,65%) minder energie verbruikt dan in 2015. Dit onderstreept dat de doelstelling van 1% energiebesparing op jaarbasis ambitieus is en om inzet van vele partijen vraagt.

Bij nieuwbouw moet voldaan worden aan de wettelijke eisen, zoals de BENG norm. Ook in de woondeal zijn hier afspraken over opgenomen. Aardgas vrij ready betekend dat de woning klaargemaakt zijn om van het aardgas af te gaan. De installaties hoeven dan nog niet aangesloten te zijn.

3. 4.

5. 6.

een overlap mat energiebesparing). In 2024 de start van het proces om te komen tot 2 extra wijkuitvoeringsplannen in 2025 Start koppelen vraag en aanbod energie. a. In 2023 wordt een bestuursopdracht geformuleerd rondom netcongestie, met een korte- en lange termijn perspectief. Onderdeel hiervan is rolneming vanuit de overheid en een plan van aanpak energieopslag en conversie gemeentebreed in 2024. b. In de periode 2023 – 2024 faciliteren van 4 pilotprojecten vanuit inwoners, bedrijven of instellingen gericht op toekomstbestendige energiesysteem of warmtetransitie. In 2023 inzicht in de potentie van collectieve vormen van duurzame energie opwek gemeente-breed. Bij de actualisatie van de transitievisie warmte wordt ook nieuwbouw en de impact op de totale energie-infrastructuur meegenomen

April 2023 is 480 TJ Zonneparken vergund of in procedure. Resterende opgave tot 2030 is circa 124 TJ. De zoekgebieden voor windenergie zoals benoemd in de RES en Omgevingsvisie bieden hiervoor technisch voldoende ruimte.

Hernieuwbare energie opwek 1. 604 TJ grootschalige opwek in 2030 2. Zon op dak is voornamelijk een autonome ontwikkeling waarvoor extra stimulans vanuit de gemeente niet overal nodig is. Gebiedsgericht kan hier actie ondernomen, in afstemming met de netbeheerder en lokale stakeholders. Hierbij is ook aandacht voor het koppelen van vraag en aanbod.

In de routekaart duurzaam Overbetuwe 2025 is de doelstelling 32 MW zon op dak opgenomen voor 2025. Ontwikkelingen gaan snel, eind 2022 was volgens CBS al 57 MW geïnstalleerd. Duurzame mobiliteit 1. Groei van de laadinfrastructuur zodat deze niet belemmerend is op duurzaam vervoer 2. 4 projecten gericht op deelmobiliteit in 2025. 3. Doelgroepenvervoer emissievrij 2028 4. Rolbepaling en strategie gemeente rondom de verplichting 25% elektrisch wagenpark transportsector. De invloed op de energie infrastructuur gemeentebreed en meekoppelkansen worden meegenomen. Hierbij wordt de verbinding gezocht met het aanbod vanuit de Groene Metropoolregio (GMR). 5. Minimaal 3 innovatieve projecten gericht op duurzame mobiliteit in 2025

2.4 Afbakening Duurzame mobiliteit Duurzame mobiliteit is beleidsmatig geborgd in de mobiliteitsvisie en laadvisie. Projecten gericht op duurzame mobiliteit worden opgepakt binnen het programma Duurzaamheid. Denk hierbij aan de pilot laadlantarenpalen in de nieuwe wijk de Pas of projecten rondom deelmobiliteit, zoals deelauto’s van en voor bewoners. Bedrijven Het programma duurzaamheid omschrijft gemeentelijke ambities en doelstellingen. Op sommige punten wordt hierin onderscheid gemaakt voor een specifieke doelgroep. Op hoofdlijnen zijn de doelstellingen voor bedrijven omschreven in het programma duurzaamheid. Dit is nader uitgewerkt

in concrete acties in het uitvoeringsprogramma economische zaken. Beide documenten zijn op elkaar afgestemd. Regionale afstemming Regionale afstemming , bijvoorbeeld in de Circulaire Regio vanuit de Groene Metropool is niet primair belegd bij het programma Duurzaamheid. Het programma duurzaamheid sluit daar waar mogelijk aan bij regionale doelstellingen. Op de onderdelen waar het de realisatie van gemeentelijke doelstellingen raakt, vindt samenwerking plaats. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de Regionale Energiestrategie, voornamelijk rondom het onderdeel warmte.

2.5 Gemeente als goede voorbeeld (doelstellingen en acties) Onderstaand wordt voor de verschillende onderdelen van energietransitie beschreven wat de gemeente zelf doet. Energiebesparing 1. Reductie aardgasverbruik met 30% in 2030. 2. Energiedoelstellingen onderdeel van duurzaam meerjarig onderhoudsplanning (DMJOP) gemeentelijk vastgoed. Gericht op zowel gebouwschil als installaties. Waar mogelijk wordt een batterij van 20kwh geplaatst. Alternatief voor aardgas – warmtetransitie 1. Nieuwbouw gemeentelijk vastgoed aardgasloos 2. Bestaand gemeentelijk vastgoed wordt aardgasloos op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld als het vastgoed gelegen is in een wijk waarvoor een wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld. Grootschalige hernieuwbare opwek 1. Gemeentelijk vastgoed zoveel mogelijk voorzien van zonnepanelen of andere duurzame toepassing van het dak Duurzame mobiliteit 1. Verduurzamen gemeentelijk materieel. Opstellen plan van aanpak in 2023, dit wordt apart voorgelegd aan raad en of college 2. Stimuleren en faciliteren duurzaam vervoer ambtelijke organisatie, inclusief woon-werk verkeer. 3. Mogelijkheden laadpalen bij gemeentelijk vastgoed wordt nader onderzocht 4. Faciliteren initiatieven uit de samenleving en bedrijven met passende laadinfrastructuur 5. Verkennen meerwaarde CO2 prestatieladder en voldoen EED-plicht in 2023.

Uitkomsten worden bestuurlijk voorgelegd, inclusief mogelijke financiële consequenties. Budget voor de verkenning is opgenomen bij monitoring.

3. Klimaatadaptatie 3.1 Ambitie 1. Klimaatbestendig en waterrobuust in 2050. 2. Toonaangevende voorbeeldprojecten in alle kernen van de gemeente rondom klimaatadaptatie vergroening en hittestress. 3. Vergroten van kennis en bewustwording noodzaak klimaatadaptatie. Zowel in de gemeentelijke organisatie als in de samenleving.

3.2 Doelstellingen 1. Hemelwater lokaal vasthouden of vertraagd afvoeren. 1 2. Vergroten klimaatadaptatie bebouwde kom. Dit kan door het toepassen van meer hoogwaardig groen, aanpassingen in beheer of kwantitatief meer groen toevoegen. a. Private terreinen, tuinen particulieren (bedrijfskavels en schoolpleinen. b. Openbare ruimte op basis van Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP-OR) en Leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR) met de daarin opgenomen inspiratiebeelden en mogelijkheden. 3. Integreren en faciliteren voorgenomen vervangingen (vervangingsplan) en klimaatdoelstellingen openbare ruimte. 4. Faciliteren bewonersinitiatieven gericht op klimaatadaptatie, door middel van een passend instrumentarium. 5. Vergroten klimaatadaptatie buitengebied waarbij we aansluiten bij het nationaal programma landelijk gebied. a. Samenwerken en stimuleren waterschap om een robuust en duurzaam watersysteem te realiseren dat op de juiste momenten water bergt en vasthoudt. Hierbij vindt afstemming plaats met verkenning toekomstbestendige agrarische sector. 6. Lokale adaptatiestrategie strategie (LAS) en regionale adaptatiestrategie (RAS) verankeren in beleid, regelgeving en projecten. a. Het LAS maakt integraal onderdeel uit van het Waterplan, dat opgeleverd wordt Q2 2024. Vooruitlopend is dit maatwerk per project / situatie. 7.

Educatie, inspiratie en kennisoverdracht aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners onder meer door acties vanuit Steenbreek 8. Plan van aanpak opstellen voor aanpassen locaties met gerichte kansen infiltratie water in de bebouwde kom. Volgends de klimaateffectatlas gaat het om 14 locaties. Uitvoering wordt separaat voorgelegd aan het College.

3.3 Afbakening 

1

Afkoppelen gemeentelijk civiele projecten wordt gefinancierd en georganiseerd vanuit projecten.

Om piekbuien te kunnen opvangen en overbelasting van het riool te voorkomen, Daarnaast droogte te voorkomen.

Opstellen van beleid behoort niet tot het programma. Dit is de beleidsrol vanuit de gemeente. Hetzelfde geldt voor de uitvoering en beheer, behoort tot reguliere werkzaamheden. In het waterplan wordt op onderdelen wel bijgedragen aan de doelstellingen van het programma Duurzaamheid, specifiek klimaatadaptatie. Hiervoor vindt periodiek afstemming plaats en wordt de aansluiting geborgd.

3.4 gemeente als goede voorbeeld 1. Maatregelen rondom hittestress, water en groen (ook als die zijn geïntegreerd in lopende processen) een platform bieden voor ontwikkeling en inspiratie. Hieronder enkele voorbeelden. 2. In het duurzaam meerjaren onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed (DMJOP) zijn maatregelen beschreven voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in brede zin. Hierdoor voldoet het gemeentelijk vastgoed daar waar mogelijk aan de voorwaarden die we als gemeente externe partijen opleggen. Het gaat hierbij oa om afkoppelen en duurzame inzet dak. 3. Bij vervangingen en herinrichting van de openbare ruimte wordt in integrale plannen waar mogelijk rekening gehouden met klimaatadaptatie. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP-OR) en Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) / Waterplan dat op dit moment wordt opgesteld. . Nadere uitwerking vindt ook plaats, conform LAS, gereed Q1 2024. 4. In elk dorp een voorbeeldproject ter inspiratie voor het verbeteren van de leefomgeving, binnen de doelstelling van het IKP-OR en de Omgevingsvisie. Hierbij wordt mogelijk afgeweken van het reguliere vervangingsplan. Voor de ‘plus’ op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn deels financiële middelen gereserveerd in het programma duurzaamheid.

Waar het de andere ambities van IKP-OR raakt dient hier aanvullende financiering voor gezocht worden.

4. Biodiversiteit 4.1 Ambitie   

Meer gevarieerde leefomgeving voor plant, dier en mens en behoud of vergroten leefklimaat insecten, vogels en dieren. Inrichting en beheer beplanting die past bij de locatie en toekomstige ontwikkeling. Natuur inclusief bouwen

4.2 Doelstellingen 

Vergroten biodiversiteit door inrichting en beheer. o Private terreinen, tuinen particulieren, bedrijfskavels en schoolpleinen. o Openbare ruimte op basis van Kwaliteitsplan Openbare Ruimte en LIOR met de daarin opgenomen inspiratiebeelden en mogelijkheden. o Faciliteren van initiatieven vanuit bewoners en bedrijven die bijdragen aan de realisatie van gemeentelijke doelstellingen en iet passen binnen gemeentelijke planning. Hierbij gaat het vaak om een project. Hierbij moet gezocht worden naar

   

aanvullende financiering. Hierbij aansluiten bij dorpsagenda’s of green deal bedrijventerreinen in ontwikkeling. Landschappelijke waarde en biodiversiteit verbinding en stimuleren door versterken in het buitengebied door integreren en stimuleren van landschapsprojecten Uitvoeringsplan Landschap en Biodiversiteit 2023 – 2026. In 2024 Natuurinclusief bouwen2 inbedden in de organisatie, beleid en advisering. Bewustwording, educatie om meer biodivers te worden. In 2023 formuleren doelstelling en bijbehorend plan van aanpak kwantiteit en kwaliteit groen per kern. Hierbij wordt specifiek gekeken naar bestaande bouw. Natuurinclusief bouwen: In 2025 wordt er bij 15% van de nieuwbouw, bewust ruimte voor biodiversiteit gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Hier wordt rekening gehouden met doelsoorten uit de omgeving. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie voor natuurinclusief bouwen. In 2023 opstellen beleid gericht op bescherming soorten bij wijkgerichte isolatie (bijvoorbeeld gebiedsontheffing Wet natuurbescherming) en verkennen mogelijkheden vergroenen leges ten behoeve van duurzaamheid. Uitvoering vanaf 2024.

4.3 Afbakening Opstellen van beleid en uitvoering behoren niet tot de scope van het programma Duurzaamheid. Het gaat hier specifiek om beleid gericht op ecologie, geluid, bodem en lucht. Vanuit economische zaken – team beleid fysiek, wordt in 2023 een verkenning gedaan naar de toekomstbestendige agrarische sector. Voor het onderdeel duurzaamheid, wordt aangesloten bij de doelstellingen van het programma duurzaamheid. Nadat de uitkomsten van de verkenning beschikbaar zijn, wordt bepaald welke vervolgacties wenselijk zijn. Hierbij wordt aangesloten bij de wensen en behoeften vanuit de sector. Activiteiten gericht op voedsel, zoals voedselbossen, minder grote porties in restaurants, zijn elders belegd in de organisatie. Hierbij gaat het voornamelijk om acties gerelateerd aan voedsel.

4.4 gemeente als goede voorbeeld Per gemeentelijk pand wordt gekeken welke maatregelen passend zijn voor maatregelen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Hiervoor zijn financiële middelen beschikbaar vanuit budget vastgoed.

5. Circulariteit Voor circulariteit volgen we de landelijke doelstellingen en de regionale afspraken. We doen niet veel extra dingen. We volgen de regio, daar waar van meerwaarde sluiten we aan en nemen de doelstellingen lokaal over. Circulariteit is een onderdeel van verschillende beleidsnotities, zoals woondeal, verstedelijkingsagenda en afspraken met de corporaties. We vertalen de landelijke en

2

Hiervoor is soms ook aanvullend beleid nodig. Denk aan gebiedsontheffing natuurbeschermingswet bij wijkgerichte isolatie. Ter bescherming van beschermde diersoorten zoals vleermuizen die in spouwmuur huizen.

regionale ambities naar gemeentelijke projecten en acties. Hierbij gaat het voornamelijk om nieuwbouw.

5.1 Ambitie   

In 2025 minimaal 25% minder primaire grondstoffen. In 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen. In 2050 100% reductie van primaire grondstoffen en een volledig circulaire economie.

5.2 Doelstellingen 1. Nieuwbouw: In 2025 hebben alle nieuwbouwgebouwen minimaal milieuprestatiegebouwen (MPG) 0,5 (zie woondeal). Dit wordt ook meegenomen in de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties. 2. Grond Weg en Waterbouw (GWW): aansluiten bij de regionale doelstelling GMR; 50% circulair opdrachtgeverschap in 2025 en 30% circulair GWW in 2025. In 2023 wordt een plan van aanpak opgesteld hoe we hier invulling aan geven, waaronder monitoring. Hiervoor wordt gestart met 3 pilotprojecten. 3. Conceptueel en circulair bouwen richt zich voornamelijk op nieuwbouw maar ook op de bestaande bouw en openbare ruimte. We volgen hierbij de beleidsontwikkeling en – uitvoering binnen de GMR en sluiten hier bij aan als dit meerwaarde oplevert. Hiervoor wordt in 2023 een plan van aanpak opgesteld. 4.

In 2023 actualiseren vergunningen afvalverwerkers gemeente Overbetuwe

5.3 Afbakening Huishoudelijk afval Huishoudelijke afval, afvalcoaches en hoogwaardige grondstoffenstromen van particulieren wordt opgepakt binnen beheer. Hetzelfde geldt voor gedragsverandering en communicatie rondom dit thema. Dit valt buiten de scope van het programma Duurzaamheid. Dit draagt wel bij aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen rondom circulariteit.

Regionale samenwerking GMR Samen met 17 andere gemeenten werken we samen in de groene metropool (GMR) aan 5 opgaven. Het programma Duurzaamheid raakt vooral aan de circulaire regio. Deze is onderverdeeld in onderstaande speerpunten;  Grondstoffen en ketens.  Circulaire bouw en infra (circulaire GWW).  Water en klimaatadaptatie.  Energietransitie, waaronder de regionale energiestrategie (RES). Vertegenwoordiging vanuit de gemeente in de regio is niet primair de verantwoordelijkheid vanuit het programma en is elders in de organisatie belegd. Daar waar het de onderdelen van het programma raakt vindt afstemming plaats.

Circulair ambachtscentrum Het circulair ambachtscentrum is een apart project. Hiervoor wordt een projectgroep opgericht binnen de organisatie. Het primaire eigenaarschap ligt niet binnen het programma Duurzaamheid.

6. Communicatie en participatie 6.1 Ambitie Het vergroten van kennis over en het inzien van de noodzaak van verduurzaming van de leefomgeving, waardoor het gedrag verandert en wordt omgezet in actie. Hierdoor bijdragen aan een groen en duurzaam Overbetuwe in 2050, waarbij het initiatief bij inwoners en ondernemers ligt en de gemeente een faciliterende, verbindende en informerende rol heeft. Daar waar passend kan een publiek- private samenwerking worden opgezet. De gemeente heeft ook een eigen rol en verantwoordelijkheid. Dit is per inhoudelijk thema in voorafgaande hoofdstukken nader uitgewerkt. Voor alle genoemde deelprojecten is extra inzet voor communicatie nodig (strategische, tactisch en operationele werkzaamheden). Daarnaast zijn communicatiemiddelen zoals een (online) platform, flyers, filmmateriaal en kanalen nodig. Deze communicatie middelen kunnen ingezet worden voor zowel een specifiek inhoudelijk thema of specifieke doelgroep als duurzaamheid in algemene zin.

6.2 Doelstellingen 

  

Strategisch communicatieplan, -deelplannen en -agenda opstellen , gereed in 2023, inclusief de ontwikkeling van communicatiemiddelen. Hieruit volgen uitgewerkte doelstellingen en middelen per inhoudelijk thema. Hierbij sluiten we aan bij dat wat er al is. Gedragsverandering bij inwoners, maatschappelijke stakeholders en bedrijven (inspiratie en in beweging zetten). Zichtbaar maken van de ‘gemeente als goede voorbeeld’ duurzaamheidsbreed. Communicatief faciliteren bewoners- en wijk/buurtinitiatieven. Positioneren van duurzaamheid, intern en extern. o Een platform (knooppunt) over duurzaamheid voor iedereen o Geen vervangend kanaal, maar aanvullend op bestaande middelen zoals Regionaal Energieloket (REL)

7. Financiën totaal overzicht 7.1 inkomsten en budgetten Onderstaande tabel 1 toont de beschikbare financiële middelen voor de komende jaren in hoofdlijnen. Waarbij de in de groene tabel opgenomen bedragen reeds zeker zijn en de bedragen in de blauwe tabel nog dienen te worden/zijn aangevraagd waarop een besluit/beschikking moet worden afgegeven. 3

3

Die beschikking is bepalend voor het definitief kunnen verwerken in de begroting van de gemeente. Zodra de beschikkingen zijn afgegeven zullen ook deze middelen via de P&C documenten verwerkt worden in de begroting van Overbetuwe.

In het programmaplan gaan we uit van het beschikbaar komen van alle middelen. Indien dit niet het geval is, wordt hierover in gesprek gegaan met college dan wel raad omdat de ambities bijgesteld moeten worden. In de laatste regel van tabel 1 zijn de totaal verwachte beschikbare middelen per jaar weergegeven.

Inkomsten en budgetten

Tabel 1: Overzicht inkomsten en budgetten duurzaamheid 1. Bedoeld voor uitvoering klimaatakkoord, is aangevraagd, beschikking volgt uiterlijk eind mei 2023 2. Maximaal aan te vragen bedrag is weergegeven. Uiteindelijke bedrag dat aangevraagd wordt is afhankelijk van het plan van aanpak, gebaseerd op uitgevoerde maatregelen aan de woningen 3. Inclusief resterend budget duurzaamheid 2022, dat in juli in de raad wordt behandeld bij de budgetoverhevelingen 2022 4. Middelen warmtetransitie 2019 (december circulaire) in de algemene reserves. Uit de brief van Minster Jetten van 25 oktober 2022 blijkt het voornemen dat het et bedrag dat gemeenten in 2023 tm 2025 als basisfinanciering wordt toegekend in principe ook het minimale bedrag is dat gemeenten tot 2030 jaarlijks wordt toegekend. Het enige voorbehoud hier is dat de herijking kan leiden tot gewijzigde inzichten wat er nodig is aan middelen. Dit sluit aan bij de landelijke doelstellingen rondom duurzaamheid en klimaatbeleid.

7.2 Uitgaven Onderstaande tabel toont de verwachte uitgaven per inhoudelijk thema. Door voortschrijdend inzicht kunnen onderlinge verschuivingen plaatsvinden. Voor een aantal onderdelen kunnen we nog niet exact aangeven wat de kosten zijn. Het gaat hierbij onder meer om collectieve hernieuwbare warmtebronnen, opslag, of icoonprojecten duurzaamheid. Daarnaast vindt duurzaamheid plaats in

een dynamische context, onder meer door snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Energietransitie Klimaatadaptatie en biodiversiteit Circulariteit Communicatie en participatie Overig Monitoring TOTAAL

2023 € 400.000 € 250.000 € 50.000 € 150.000 € 45.000 € 20.000 € 915.000

Tabel 2: verwachte uitgaven per inhoudelijk thema

2024 € 425.000 € 300.000 € 50.000 € 200.000 € 250.000 € 20.000 € 1.245.000

2025 € 425.000 € 300.000 € 75.000 € 200.000 € 250.000 € 15.000 € 1.265.000

2026 € 450.000 € 300.000 € 75.000 € 200.000 € 250.000 € 15.000 € 1.290.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=f259b5e5-6379-4bb0-bb7e-f74607d21a2c