24-03-19.12 Relevant stuk 1, Programmaplan Duurzaamheid definitief
Tekst van het document
Programmaplan Duurzaamheid
1
2
VOORWOORD Overbetuwe groen en duurzaam maken vraagt om inzet van ons allemaal. De afgelopen jaren zijn we met elkaar aan de slag gegaan en hebben we al hele mooie resultaten behaald. De basis voor dit alles is in 2021 gelegd met het vaststellen van de Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025, waarin ambities zijn gesteld. In juni 2023 is door de gemeenteraad het vervolg, Contouren programmaplan Duurzaamheid, vastgesteld. Het programmaplan Duurzaamheid is de verdere concrete uitwerking en vertaling naar acties voor de komende jaren. Daarnaast is in dit plan de programmatische aanpak verankerd. Dit zorgt voor borging van de relatie met de onderliggende beleidsvelden. Dit plan kenmerkt zich door de basisgedachte ‘Duurzaamheid: samen, gewoon, doen’. Samen omdat we het niet alleen kunnen en stevig inzetten op samenwerking met en tussen inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners.
Hoe mooi is het als uiteindelijk in ieder dorp een actieve werkgroep bestaat die inwoners en buurtgenoten helpt bij het nemen van stappen. Gewoon omdat iedereen mee moet kunnen doen met de maatregelen die realistisch en uitvoerbaar zijn. Ook inwoners die minder makkelijk mee kunnen doen vanwege fysieke of financiële beperkingen. Doen omdat het programma zich voornamelijk richt op concrete en zichtbare acties.
De successen en leerpunten die we het afgelopen jaar hebben opgedaan zijn in het programmaplan Duurzaamheid verwerkt. Met elkaar zetten we de komende jaren de volgende stappen, om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Duurzaam denken en doen wordt voor iedereen leuk, maar vooral voor iedereen vanzelfsprekend. Namens het college,
Zoals ik al aangaf hebben we niet stilgezeten en zijn we in 2023 alvast gestart met de uitvoering. Denk aan de acties van Steenbreek zoals tegelruilen, het adopteren van openbaar groen en het met korting kopen van regentonnen. Ook is er inmiddels een plan van aanpak voor energiebesparing en isolatie met daaraan gekoppeld twee collectieve inkoopacties en de inzet van energiefixers. En niet te vergeten de aanpak voor bedrijven om te verduurzamen.
3
Rik van den Dam Wethouder duurzaamheid
1. AANLEIDING EN CONTEXT Dit is het eerste programma Duurzaamheid dat wordt aangeboden ter besluitvorming. Dat wil niet zeggen dat we nog niet begonnen zijn. In juni 2023 zijn de Contouren programmaplan Duurzaamheid vastgesteld door de Raad. Ondertussen hebben we niet stilgezeten en is alvast gestart met de uitvoering. In 2023 zijn verschillende acties uitgevoerd, projecten opgezet en is gewerkt aan langetermijnplannen. Denk aan de acties van Steenbreek, de start van een proces voor energie en duurzame wijken in Driel en Brienenshof, een plan van aanpak energiebesparing en isolatie en een aanpak gericht op het verduurzamen van bedrijven. Ook voor de komende jaren staan al verschillende projecten in de stijgers. De successen en leerpunten zijn verwerkt in dit programmaplan Duurzaamheid.
Afbeelding 1: resultaten duurzaamheid 2023
4
“
“
Andre : Duurzaam moet je gewoon DOEN!
Het programma geeft duidelijkheid over de koers voor de komende jaren. Zowel binnen de eigen organisatie maar ook voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke stakeholders. Daarnaast gaat duurzaamheid niet alleen om fysieke onderdelen, maar zijn er ook raakvlakken op sociaal gebied zoals energiearmoede, gezondheid, betaalbaarheid, sociale cohesie in wijken, etc. Het uitvoeringsplan dat in het programma is opgenomen is voor de komende jaren. De ambities en doelstellingen gaan over een langere termijn, richting 2030 en zelfs 2050.
5
Doel voor 2030 Voor duurzame initiatieven van werkgroepen, armen, minima en minder kapitaalkrachtigen is de wens een zelfvoorzienende straat waarvoor we regelingen realiseren zodat iedereen mee kan doen in een betere, gezondere, mooiere leefomgeving. Daarvoor zijn we duidelijk in verwachtingen voor de lange termijn.
“
Hans: Die werelddoelen zijn mooi , maar het gebeurt hier en nu in onze eigen omgeving.
“
In het programmaplan Duurzaamheid beschrijven we de ambities en doelstellingen voor de periode 2024 tot en met2026. Deze zijn onderverdeeld op de inhoudelijke thema’s energietransitie (waaronder energiebesparing, warmtetransitie, energieopwek en mobiliteit), klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Waarde Contouren vooral het ‘wat’ beschrijft, staat in het programma ook de ‘hoe’. Naast de inhoudelijke thema’s zijn ook participatie en communicatie, financiën en monitoring opgenomen. Randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor een succesvolle uitvoering. Samen optrekken met inwoners en maatschappelijke stakeholders zorgen voor positieve energie en nieuwe vormen van samenwerken. Dit draagt niet alleen bij aan de inhoudelijke doelstellingen, maar brengt ook een proces in de samenleving op gang. Mensen zien hoe ze zelf kunnen bijdragen en ervaren dat hun inbreng ertoe doet.
6
2. KLIMAATADAPTATIE EN BIODIVERSITEIT Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn verschillende thema’s. Omdat in de aanpak op beide thema’s veel harmonie zit, werken we deze gezamenlijk uit. • •
Klimaatadaptatie gaat over hitte, droogte en waterveiligheid. Biodiversiteit gaat kwantiteit en kwaliteit van planten en dieren in een gebied.
Een deel van de gemeentelijke ambities en doelstellingen rondom biodiversiteit en klimaatadaptatie pakken we in de organisatie al op in de reguliere activiteiten en beleidsdocumenten. Voor de openbare ruimte bijvoorbeeld via het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP-OR) en Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en voor het buitengebied door uitvoering van het landschapsontwikkelingsplan (LOP). Water en bodem zijn hierbij sturende principes. Vanuit het programma duurzaamheid wordt gekeken hoe we hier in sommige situaties een plus aan kunnen geven. Ambities • Klimaatbestendig en waterrobuust in 2050. • Kennis, bewustzijn en realisatie voorbeeldprojecten klimaatadaptatie en biodiversiteit. In de gemeente en in de samenleving. • Meer gevarieerde leefomgeving voor plant, dier en mensen en behoud of vergroten leefklimaat insecten, vogels en dieren. • Inrichting en beheer beplanting die past bij de locatie en toekomstige ontwikkelingen. • In bestaande woon- en werkomgeving en ontwikkelingslocaties maatregelen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Doelstellingen • Vergroten biodiversiteit en klimaatadaptatie door beheer en inrichting in de bebouwde kom. o Private terreinen voornamelijk aanpak Steenbreek. o Openbare ruimte voornamelijk aanpak LIOR en IKP-OR. Versterken kwantiteit en kwaliteit groen en waterberging. o Faciliteren initiatieven uit de samenleving. o Jaarlijks worden vanuit de beheergelden circa 100 bomen geplant ter vervanging van bomen die zijn uitgevallen door weersomstandigheden, einde levensduur of andere redenen. Vanuit het programma duurzaamheid worden middelen beschikbaar gesteld om jaarlijks 20 extra nieuwe bomen in de openbare ruimte en 50 bomen in particuliere tuinen binnen de bebouwde kom. • In 2024 natuurinclusief bouwen inbedden in de organisatie, beleid en advisering. Zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw en grootschalige renovatie. o In 2025 bij 15% van de nieuwbouw bewust ruimte voor biodiversiteit. • In 2026 vastgesteld Soortenmanagement Plan (SMP) en bijbehorend monitoringsprogramma. Uitvoering van een (pre) SMP start in 2024. • Faciliteren initiatieven uit de samenleving gericht op het versterken van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Daar waar mogelijk hemelwater lokaal vasthouden of vertraagd afvoeren. De uitwerking krijgt vorm in het Water en Rioleringsprogramma (WRP) dat in 2024 wordt opgesteld.
• Educatie, inspiratie en kennisoverdracht aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke
7
•
•
•
partners over klimaatadaptatie en biodiversiteit. Onder andere via Steenbreek en aanpak verduurzaming bedrijven. In het DMJOP gemeentelijk vastgoed staan concrete maatregelen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie gemeentelijk vastgoed. Hiermee geeft de gemeente het goede voorbeeld. Lokale Adaptatie Strategie (LAS) en Regionale Adaptatiestrategie (RAS) verankeren in beleid, regelgeving en projecten. Fysieke maatregelen klimaatadaptatie verbinden met de gezondheidseffecten.
• • • • • • • • •
Adopteren openbaar groen Tegelruilactie Samenwerking met NME en andere aanbieders van lespakketten op scholen Regentonsubsidie en collectieve inkoop regentonnen Pilot subsidieregeling bedrijventerrein Aanpak gericht op waterberging op eigen terrein, onder andere groene daken Diverse communicatieacties Bomen op schoolpleinen Uitvoering en communicatie ecologisch maaibeleid gemeente
“
Willy: Korting op een regenton is mooi . Huurders moeten deze echter aan laten sluiten door een erkend bedrijf. Dubbele kosten dus! Zorgen jullie ervoor dat huurders met een krappe beurs in 2024 ook mee kunnen doen?
“
Steenbreek De gemeente Overbetuwe is sinds 2023 lid van Stichting Steenbreek. Onder deze paraplu organiseren we verschillende activiteiten en voeren we projecten uit. De aanpak in 2023 was een succes en de komende jaren breiden we dit uit. Hiervoor wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld, zodat betrokken partijen weten waar ze rekening mee kunnen houden. Vanaf 2025 maakt dit uitvoeringsplan onderdeel uit van de Lokale Adaptatie Strategie (LAS). De activiteiten van Steenbreek zijn voornamelijk gericht op private gronden binnen de bebouwde kom. Naast een bijdrage aan een klimaatadaptieve en biodiverse gemeente zijn de acties gericht op informeren, bewustwording, faciliteren en stimuleren. In 2024 gaat het om onderstaande acties;
Bomen In de gemeente Overbetuwe staan circa 24.500 bomen in de openbare ruimte. Hiervan staan er circa 9.000 in het buitengebied en bedrijventerreinen en 15.500 binnen de bebouwde kom en in de dorpen. Het toevoegen van bomen draagt bij aan verschillende doelen, waaronder het verbeteren van de leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Met name in de dorpen hebben we te maken met temperatuurstijging door de stenige gebouwen en verharding.
8
Het doel is dat het aantal bomen met name in de dorpen toeneemt om verkoeling te geven. Hieronder worden ver verschillende onderdelen toegelicht om de boomaanplant te bevorderen. Daarbij is het van belang dat iedere boom een kwalitatieve standplaats(boven- en ondergrondse groeiomstandigheden) krijgt. Het doel is dat het aantal bomen in de gemeente toeneemt. Hieronder worden de verschillende onderdelen toegelicht. • In de gemeente worden plannen opgesteld voor meer bomen. Op basis van bewonersparticipatie en met databronnen kijken we waar kansen zijn om bomen aan te planten. In de uitvoering IKP-OR is per dorp budget beschikbaar voor extra bomen. Met de jaarlijkse bijdrage vanuit programma Duurzaamheid kunnen jaarlijks 20 bomen extra gepland worden. • Daar waar dit niet mogelijk is om bomen aan te planten in openbaar gebied in de dorpen wordt gekeken naar mogelijkheden voor het stimuleren van boomaanplant in de particuliere voortuinen. De gemeente heeft hierbij een adviesrol. Met de boomaanplant dragen we bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en een groen straatbeeld. Hierbij gaan we uit van ongeveer 50 extra bomen in voortuinen van particulieren. • Bij de uitvoering van het landschapsontwikkelingplan (LOP) bevorderen we de aanplant van landschappelijke beplanting o.a. landschappelijke bomen en hoogstamfruitbomen op agrarische percelen en erven.
Rondom hittestress en gezondheid zoeken we de samenwerking met het sociaal domein. Zie ook het onderdeel energietransitie. Voor projecten in de openbare ruimte koppelen we deze acties waar mogelijk aan de uitvoering van het IKP-OR. Zo werken we efficiënt en benutten we koppelkansen. Natuurinclusief isoleren De isolatieopgave wordt lastiger door de verplichting om de populaties en leefgebieden van beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, te beschermen. Hierdoor krijgen vastgoedbezitters met aanvullende voorwaarden en kosten te maken bij het toepassen van dakisolatie en of spouwmuurisolatie. De provincie is bevoegd gezag voor de Wet Natuurbescherming (Wnb). De kaders voor het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP) zijn eind 2023 nog niet duidelijk. Zodra hier meer informatie over bekend is, wordt een plan opgesteld. Uitvoering vindt in elk geval plaats in de periode 2024 – 2026, mogelijk langer. Dit komt mede doordat we diersoorten minimaal een jaar moet monitoren. Voor de uitvoering zoeken we, waar dit van meerwaarde is, de samenwerking met de Groene Metropool Regio (GRM). De gemeente werkt op dit onderdeel ook graag samen met de woningcorporaties. Het is eind december 2023 nog onduidelijk of dit ook past binnen de voorwaarden van de provincie.
Met het opstellen en uitvoeren van een SMP wordt niet alleen de isolatieopgave bereikbaarder, maar het heeft ook een positief effect op de biodiversiteit en ecologie. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar slimme combinaties met andere projecten.
Relatie andere beleidsterreinen Het opstellen van nieuw beleid is niet primair de verantwoordelijkheid vanuit de aanpak programma duurzaamheid. Voor tactisch of operationeel uitvoeringsbeleid kan in sommige gevallen een uitzondering gemaakt worden. Voor de realisatie van de ambities en doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit zit een afhankelijkheid met het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) en de ambities vanuit de RAS en de LAS. Voor de realisatie van de ambities is een relatie met het landschapsontwikkelingsplan (LOP), integraal kwaliteitsplan openbare ruimte (IKP-OR) en Leidraad inrichting Openbare ruimte (LIOR). In bovenstaande beleidsstukken wordt ook invulling gegeven aan het principe dat bodem en water sturende principes zijn. Voor de uitvoering zijn er beheerplannen en uitvoeringsprojecten Het programma duurzaamheid stimuleert haar ambities en doelstellingen door inbreng te geven in de verschillende (sectorale) beleidsstukken en door een plus te geven op de uitvoering en het inbrengen van ervaringen en expertise. Vanuit het programma duurzaamheid vindt afstemming plaats met de verschillende beleidsterreinen en actuele ontwikkelingen.
9
3. ENERGIETRANSITIE Het thema energietransitie bestaat uit vier subthema’s 1. Energiebesparing 2. Warmtetransitie (van het aardgas af) 3. Duurzame opwek 4. Duurzame mobiliteit De energietransitie is een opgave die we als gemeente alleen samen met onze inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven kunnen uitvoeren en realiseren. Want alleen samen komen we op de eindbestemming van een energieneutraal Overbetuwe in 2050 die duurzaam, betaalbaar, betrouwbaar, toekomstbestendig en haalbaar is. Naast dat we van inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven inzet vragen, vraagt het ook iets van de rolneming vanuit de gemeente. Hieronder beschrijven we per subthema de aanpak. In de praktijk is er een grote samenhang tussen de verschillende subthema’s. Hierbij gaan we uit van de Trias Energetica. De eerste stap is het verminderen van de warmte of energievraag. Dit kan door isoleren en het aanpassen van gedrag. De warmte die dan nog nodig is, wekken we zoveel mogelijk duurzaam op. Voor de leesbaarheid is ervoor gekozen om de doelstellingen te koppelen aan bovenstaande onderverdeling. Ambitie • Overbetuwe energieneutraal in 2050. Dit betekend dat we zoveel mogelijk energie besparen. De energie die we nog nodig hebben wekken
•
•
we duurzaam op. In plaats van aardgas gebruiken we een hernieuwbare energiebron. De aanpak is gericht op een toekomstbestendig energiesysteem, waarbij vraag en aanbod zoveel mogelijk wordt gecombineerd. Met aandacht voor betaalbaarheid en dat iedereen kan meedoen. Overbetuwe zit in een transitie naar uitstootvrije mobiliteit in 2050.
3.1.
•
zaming woningen, met specifieke aandacht voor energiebesparing. Hieronder valt ook de uitvoering van het plan van aanpak ‘isolatie en energiebesparing’ waarmee de gemeente invulling geeft aan de landelijke doelstellingen uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Alle acties gezamenlijk bereiken 3000 woningen per jaar. In 2024 opstellen aanpak vergroenen leges en uitvoering in de periode 2024 - 2026.
Energiebesparing
Energie die we niet gebruiken hoeven we ook niet op te wekken. Gemeentebreed vindt de komende jaren een informatie- en stimuleringscampagne plaats om aan te zetten tot isolatie en energiebesparing. Denk aan een fysiek en digitaal energieloket, diverse communicatiemiddelen, zoals informatiemarkten, de klimaatkeet, folders en filmpjes en afspraken met woningcorporaties. Deze aanpak wordt versterkt door de uitfaseringsaanpak van woningen met een slecht energielabel, zoals hieronder beschreven. Deze aanpak is een uitgebreider vervolg op de inzet van de afgelopen jaren, om zo nog meer mensen te bereiken. Doelstellingen • Jaarlijks 1% energiebesparing per jaar op het elektriciteitsverbruik door woningen, bedrijven en maatschappelijke stakeholders. • Uitvoering plan van aanpak verduurzaming bedrijven(terreinen) 2024 – 2026 en borging in het economische uitvoeringsprogramma. Jaarlijks vindt een actualisatie plaats. • Informeren, faciliteren en stimuleren verduur-
10
Uitfaseren woningen met een slecht energielabel Op nationaal niveau zijn afspraken gemaakt over het uitfaseren van woningen met een slecht energielabel. In 2023 heeft het college het plan van aanpak ‘isolatie en energiebesparing’ goedgekeurd. Met de toekenning van de subsidie ‘SPUK Lokale Aanpak Isolatie (LAI)’ kan de uitvoering in de periode 2024 - 2026 starten. In de aanpak voor de komende jaren worden onderstaande 4 sporen onderscheiden. Voor de uitvoering vindt samenwerking plaatst met derde partijen. 1. Doe het zelf aanpak Inwoners met een slecht geïsoleerde woning met een WOZ-waarde die lager is dan € 375.000 worden met deze aanpak ondersteund om zelf isolatie maatregelen aan te brengen in de woning. Hieronder valt informatie hoe je de materialen juist moet toepassen en persoonlijk advies welke materialen het meest geschikt zijn in de betreffende woning. Naast deze ontzorging kunnen woningeigenaren tot een bepaald bedrag de materialen vergoed krijgen.
2. Straat-voor-straat verduurzamingsaanpak Deze aanpak is gericht op een systematisch aanpak per straat om duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren aan de woningen. Hierbij wordt een combinatie gemaakt met de aanpak voor energiearmoede1 en de inzet van energiefixers. Het doel van de energiefixers is om 1500 woningen te bereiken met een kans op energiearmoede. 3. Collectieve inkoop en verduurzamingsrapporten Door een collectieve inkoop hoeven mensen niet zelf op zoek naar het beste aanbod, maar is vooraf een partij geselecteerd die de maatregelen kan uitvoeren. De verduurzamingsrapporten zijn een digitale weergave van de woning op basis van bouwtekeningen en veel voorkomende woningtypes, waarbij de inwoner inzicht krijgt in de maatregelen die getroffen kunnen worden richting een duurzame woning. 4. Ondersteuningsaanpak verduurzaming Aanvullende aanpak voor mensen met een groot risico op energiearmoede. Hiervoor wordt in 2024 een subsidieregeling opengesteld. Verduurzaming van bedrijven Verduurzaming gaat niet alleen om woningen. Ook bedrijven hebben hun verantwoordelijkheid. In het plan van aanpak verduurzaming bedrijven staat de aanpak voor de periode 2024 – 2026 beschre-
ven. Er is nog ruimte om bij te sturen op basis van nieuwe ontwikkelingen. De uitvoering vindt plaats in afstemming met verschillende stakeholders, zoals de Omgevingsdienst Regio Arnhem Nijmegen (ODRA) en de GMR. Begin 2024 wordt een vacature opengesteld voor extra capaciteit en specialistische kennis om hier uitvoering aan te kunnen geven en samen met het bedrijfsleven stappen te zetten. De inzet is een verdieping en verbreding van de bestaande situatie en is naast wettelijke kaders ook gericht op faciliteren, maatwerk en samenwerking. Relatie met andere beleidsterreinen Duurzaamheid raakt per definitie verschillende beleidsterreinen. Meestal is de afbakening helder. Voor twee punten vraagt dit een nadere toelichting. Zie hieronder. Energie in relatie tot gezondheid en klimaatadaptatie Het weer wordt steeds extremer en we krijgen te maken met hogere temperaturen in de zomer. Hierdoor neemt de vraag naar koelte in de zomerperiode toe. Door aanpassingen aan de gebouwschil te doen, hoeven minder installaties die energie verbruiken ingezet te worden. Denk aan zonwering, slim ontwerpen en isolatie. In de periode 2024 - 2026 wordt gekeken hoe sectorale aanpakken elkaar kunnen versterken. Dit kan leiden tot aanvullend instrumentarium, zoals subsidie
op zonwering, meer aandacht voor comfort in de woning en extra communicatie en ondersteuning voor het nemen van maatregelen voor kwetsbare groepen. Ook komt hier meer aandacht voor in uitvoeringsplannen en beleidsnotities. Milieuthema’s en programma duurzaamheid Zoals al in de Contouren programma Duurzaamheid is beschreven vallen de milieuthema’s buiten de scope van het programma Duurzaamheid. Deze worden op een andere plek in de organisatie opgepakt. Een uitzondering is van toepassing op twee onderdelen. 1. Schone lucht Dit heeft een directe link met de activiteiten die al onder het programma Duurzaamheid plaatsvinden in de gebouwde omgeving. Daarom kiezen we ervoor om dit niet separaat, maar integraal op te pakken. In 2024 vindt separate besluitvorming plaats over de aanpak, waarbij ook de link wordt gelegd met gezondheid. De uitwerking van het plan vindt plaats in samenwerking met buurgemeenten. 2. Aanpak natuurinclusief isoleren Dit heeft een duidelijke link met ecologie en een biodiversiteitsplan voor de gemeente. Dit onderwerp is verder uitgewerkt onder het kopje ‘energiesparing’ omdat het een voorwaarde is voor het behalen van de isolatieopgave.
1 Omdat de middelen energiearmoede niet tot de scope van het programma duurzaamheid behoren zijn deze niet opgenomen in het financiële overzicht. Het gaat hier om rijksmiddelen die de gemeente heeft ontvangen om energiearmoede tegen te gaan.
11
12
3.2
Warmtetransitie
Vanuit ervaring weten we dat de warmtetransitie alleen kan slagen als we aandacht hebben voor draagvlak en initiatieven in buurten. Met deze ontwikkelingen in het achterhoofd heeft het college in 2023 opdracht gegeven om zo veel als mogelijk het tempo van de buurt, wijk of dorp te volgen. Wij bouwen daarom aan een langdurige relatie. De uitvoering van de warmtetransitie heeft ook impact op de energie-infrastructuur en netcongestie. Bij het kopje ‘netcongestie’ wordt nader ingegaan op de integrale afweging en bestuurlijke keuzes bij netcongestie.
“
Ralph : Er is een gelijkwaardige samenwerking op gang gekomen waarbij we écht met elkaar in dialoog zijn over een duurzame toekomst. Dit gaat mijns inziens een stap verder dan alleen participatie . We kunnen hier spreken van burgersamenwerking.
Doelstellingen • In de periode 2024 - 2026 starten we voor minimaal 4 wijken en of buurten met het opstellen van een warmteplan. Dit is een proces om te komen tot duurzame en energieke wijken en of buurten. o In 2024 start proces in Driel (Vogelbuurt en de Kern) en Elst (Brienenshof en CBS buurt omgeving oude Bemmelseweg). • Gemeentebrede campagne warmtetransitie als voorbereiding op aardgasvrije woonomgeving. Dit heeft ook raakvlakken met energiebesparing. In de periode 2023 - 2026 hebben 3000 woningen de stap gezet naar minimaal aardgasvrij ready (minimaal energielabel B). o Diverse onderzoeken gericht op warmteoplossingen op wijk- dorp- of buurtniveau. Geothermie en de mogelijke afzet van warmte in Overbetuwe maakt hier onderdeel van uit. • In de periode 2023 - 2026 faciliteren we 4 pilots gericht op een toekomstbestendig energiesysteem. o Hieronder valt ook de PowerHub op industrieterrein de Aam. • Uiterlijk 2026 besluitvorming warmteprogramma2. Hierbij nemen we ook nieuwbouw en de impact op de totale energie- infrastructuur mee. Start vindt plaats in 2024.
“
2 Onder de Omgevingswet wordt de warmtetransitievisie vervangen door een warmteprogramma. Hierin staat beschreven in welke wijken de gemeente aan de slag gaat met de warmtetransitie. Dit geeft inwoners en andere betrokkenen duidelijkheid en handelingsperspectief. Uitvoering is afhankelijk van besluitvorming nationale wetgeving Wgiw.
13
Uitvoeringsprogramma wijken In 2024 starten we in Driel (Vogelbuurt en de Kern) en Elst (Brienenshof en CBS buurt Oude Bemmelseweg ) met het proces om te komen tot duurzame en energieke wijken. Dit proces is gericht op woningen. Een onafhankelijk procesbegeleider helpt de inwoners, corporatie en gemeente hierbij. Dit is een verkennend proces, gericht op de haalbaarheid van verschillende technieken en opbouwen van een netwerk. Besluitvorming over een warmteplan (aanwijzen van een wijk en waar na 8 jaar de gaskraan dichtgaat) vindt op een later moment in het proces plaats en is een bevoegdheid van de raad. Om de warmtetransitie op gang te brengen starten we onder andere onderstaande activiteiten op; • Vanaf 2024 voor een periode van 2 jaar start een onafhankelijk procesbegeleider 8 uur pw oplopend naar 20 uur per week voor Driel en Elst (Brienenshof). • In de periode 2024 - 2026 voeren we diverse onderzoeken uit gericht op de warmteoplossingen op buurt-, wijk en gemeenteniveau. o Onderzoek kansrijkheid geothermie, inclusief keuzes voor het vervolgproces. Hiervoor wordt een verkennende studie gedaan naar mogelijk afzet van warmte in Overbetuwe. • In 2024 start pilot met verduurzamingsrapporten veel voorkomende woningtypes in Driel. Bij succes breiden we dit de komende jaren uit naar andere wijken en dorpen.
• Samenwerking met regionale stakeholders, waaronder de GMR en de werkgroep warmte. • Intensiveren samenwerking met corporaties, als startmotor van de warmtetransitie.
3.3
Duurzame opwek
Bij duurzame opwek gaat het om alle opgewekte energie uit duurzame bronnen. Op individueel woningniveau zijn dit bijvoorbeeld een warmtepomp of zonnepanelen. Bij grootschalige opwek gaat het om onder andere, aquathermie, geothermie, zonnevelden of windmolens. Het onderdeel duurzame opwek heeft een relatie met de warmtetransitie. De bronnen zijn immers nodig als alternatief voor aardgas. Doelstellingen • Realiseren gemeentelijke bijdrage van 604 TJ grootschalige opwek in 2030. o Beoordelen en faciliteren initiatieven binnen zoekgebied grootschalige opwek. • In 2024 opstellen gemeentelijke uitvoeringsgericht beleid duurzame opwek. Gericht op proces en kaders. • In 2024 opstellen uitvoeringsgericht beleid opslag. o In de periode 2024 - 2026 faciliteren en beoordelen 15 initiatieven. Regionale afspraken - grootschalige duurzame opwek De gemeente draagt met 604 TJ grootschalige duurzame opwek (zonneparken en windmolens) bij aan het regionale bod voor duurzame opwek aan het Rijk. De opwek moet een plek krijgen in de vastgestelde zoekgebieden, voornamelijk langs de A15. Deze doelstelling is vastgelegd in de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES). Op 1 januari 2024 is de gemeente al aardig op weg om deze doelstelling te behalen. De resterende opgave moet worden ingevuld door onderstaande potentië-
14
le projecten. • Zonnepanelen direct langs de A15, onderdeel van de OER • Windmolens zoekgebied Midden-Betuwe • Windmolenpark Park 15 De gemeentelijke opgave voor (grootschalige) duurzame opwek is groter en complexer dan beschreven in het regionale bod. Voor een toekomstbestendig energiesysteem, waarbij het naast elektriciteit ook gaat over warmte, is een bredere afweging nodig. Het uitfaseren van aardgas zorgt voor een toename van de elektriciteitsvraag en opwek is niet altijd gekoppeld aan het verbruik. Ook andere (kleinschaliger) vormen van duurzame opwek komen dan in beeld. Denk aan erfturbines of een klein veld met zonnepanelen en collectoren bij een dorp om in de eigen energievoorziening te kunnen voorzien. Dit vraagt om maatwerkadvisering bij nieuwe initiatieven en herijking van de visie van de gemeente. De omgevingsagenda herijking Omgevingsvisie geeft hier al een eerste aanzet voor. Om bovenstaande opgave concreet te maken stellen we in 2024 een integraal afwegingskader duurzame bronnen op. Dit gaat naast wettelijke voorwaarden ook nadrukkelijk over proces en maatwerk. In dit kader krijgen ook bestaande moties rondom dit thema een plek. Op basis van dit afwegingskader geven we in een vroegtijdig stadium voorwaarden mee aan initiatiefnemers en wordt de herijkte gemeentelijke ambitie vastgesteld. In de periode - 2026 beoordelen we verschillende initiatieven.
Netcongestie Netcongestie raakt de realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen, maar is breder dan alleen duurzaamheid. De coördinator netcongestie pakt de aanpak rondom netcongestie op, in nauwe afstemming met het programma Duurzaamheid. De aanpak ligt vast in een bestuursopdracht en gericht op het verkrijgen van inzicht om daarna een integrale afweging te kunnen maken, inclusief politieke keuzes over prioritering projecten en belangen. Opslag Onder meer de toegenomen vraag naar elektriciteit, netcongestie, verduurzaming en stijgende energieprijzen zorgen voor meer initiatieven rondom energieopslag. Bijvoorbeeld in de vorm van een thuisbatterij, een accupakket naast een zonnepark of windmolen, maar ook seizoensopslag van warmte in de bodem of een buurtbatterij. Om dit soort initiatieven goed te kunnen faciliteren, sturen en beoordelen stellen we in 2024 een afwegingskader op. We verwachten in de periode 2024 - 2026 minimaal 15 verschillende initiatieven te beoordelen.
het reeds bestaande beleid en inzet bij projecten en renovatie aanvullende activiteiten uitgevoerd. Het ontwikkelen van beleid rondom (duurzame) mobiliteit is niet primair de focus van het programma duurzaamheid. Specifieke activiteiten vanuit het programma duurzaamheid kunnen wel bijdrage aan de realisatie van de beleidsdoelen. De activiteiten staan hieronder nader beschreven. •
•
•
3.4
Mobiliteit
De gemeente zet op verschillende manieren in op duurzame mobiliteit. Het totaalbeeld is weergegeven in de mobiliteitsvisie volgens de principes van sociale, slimme en schone mobiliteit. Onderdelen hiervan zijn het stimuleren en faciliteren van duurzaam vervoer zoals het gebruik van openbaar vervoer of de fiets en ondersteunen van voetgangers. Dit heeft ook invloed op de luchtkwaliteit. Vanuit het programma duurzaamheid wordt naast
•
•
De gemeente heeft de ambitie om stapsgewijs meer laadpalen te realiseren met duidelijke doelstellingen voor 2025 en 2030. Gemeentebreed komen er steeds meer vragen en ontwikkelingen over (duurzame) mobiliteit op de gemeente af, zoals bijvoorbeeld rondom deelmobiliteit. Vanuit het programma wordt voorzien in extra capaciteit om deze initiatieven te faciliteren en stimuleren en daar waar wenselijk extra expertise aan te trekken. Hierbij gaat het voornamelijk om projecten waarbij maatwerk nodig is. Invulling geven aan de verplichting verduurzaming woon-werk verkeer voor werkgevers > 100 fte, waaronder ook de gemeente zelf. In 2024 wordt de pilot kabelgoten afgerond en verankerd voor de toekomst. Onderdeel van de aanpak verduurzaming bedrijven(terreinen) maakt de verplichting voor 25% elektrisch vervoer voor de transportsector. Samen met betrokken regionale partijen wordt gekeken een passende rolneming vanuit de gemeente en het stimuleren en faciliteren van initiatieven. In 2024 certificering voor de CO2 prestatieladder. Verduurzaming van de mobiliteit van de
15
gemeente maakt hier onderdeel uit van.
4.
CIRCULARITEIT
Ambities • In 2025 minimaal 25 % minder primaire grondstoffen gebruik. • In 2030 minimaal 30 % minder primair grondstoffen gebruik. • In 2050 100% reductie gebruik primaire grondstoffen en volledige circulaire economie. Doelstellingen • Integraal meten van duurzaamheid gebouwen. Hiervoor passen we een alternatieve meetsystematiek toe in plaats van GPR gebouwen. • Conceptueel en circulair bouwen (CCB) is een sturingselement bij nieuwbouwprojecten vanaf 2025. Hiervoor starten we in 2024 met pilotprojecten en ontwikkelen we een plan van aanpak. • In 2024 ontwikkelen we een plan van aanpak voor duurzame GWW. Vanaf 2025 passen we dit toe in projecten. • Stimuleren en faciliteren circulaire initiatieven in het bedrijfsleven, in samenwerking met ondernemers en de ODRA. • Vanaf 2025 bij alle inkoop duurzaamheid een afwegingscriteria (onder andere circulariteit). Beperkte inzet en ontwikkeling In de jaren voor 2024 is de inzet op het thema circulariteit beperkt geweest. Ook voor de periode 2024 – 2026 moeten binnen het programma duurzaamheid keuzes worden gemaakt. Klimaatadaptatie en energietransitie hebben meer prioriteit dan circulariteit. Dit is ook terug te zien de doelstellingen en ambtelijke inzet op deze thema’s. Begin 2024 is er vrijwel geen ambtelijke capaciteit beschikbaar voor het thema circulariteit. Hierdoor komen projecten lastig van de grond. In 2024 gaat een
kwartiermaker aan de slag om een plan van aanpak op te stellen. Dit vormt de basis voor de vervolgaanpak. Parallel worden lopende activiteiten voortgezet en wordt gekeken naar slimme combinaties. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de ontwikkelingen vanuit de GMR. Maatschappelijk inkopen en gemeente als goede voorbeeld Het inkoopvolume van de gemeente is 44 miljoen euro en bedraagt 38% van de totale begroting (2002). Door bij de uitvraag en opdrachtverlening eisen en wensen mee te geven rondom duurzaamheid, kan de gemeente het goede voorbeeld geven. Ook is dit een stimulans voor opdrachtnemers om te investeren in duurzame technieken of een duurzaam aanbod. Circulair inkopen is lastig los te zien van andere aspecten van duurzaam inkopen zoals sociaal maatschappelijke onderdelen (SROI). Daarom is voor het onderdeel inkoop de scope in het programma Duurzaamheid breder dan duurzaamheid en gericht op een integrale benadering van het inkoopbeleid van de gemeente. Hiermee geven we invulling aan de wens van het college (voorjaar 2023) om meer te sturen op duurzaam inkopen. Dit heeft raakvlakken met de specifieke doelstellingen die hieronder zijn opgenomen. Deze zijn ook separaat benoemd omdat de aanpak zich niet alleen richt op inkoop van de gemeente zelf, maar ook de voorwaarden die wordt meegeven aan andere partijen die projecten ontwikkelen in de gemeente.
Eerste activiteiten • In 2024 vertalen ambities circulaire GWW naar de gemeentelijke context en start uitvoering plan van aanpak. • In 2024 vertalen ambities conceptueel en circulair
16
•
•
• •
bouwen (CCB) naar de gemeentelijke context en starten met de uitvoering. Circulariteit maakt onderdeel uit van het plan van aanpak verduurzaming bedrijfsleven. Zo verkend de gemeente samen met de ODRA welke kansen er zijn bij bedrijven met grote grondstoffenstoffenstromen voor circulariteit. Hierbij kijken we ook naar ruimte binnen vergunningverlening om een pilot mogelijk te maken. Vertegenwoordiging van de gemeente bij diverse overleggen om slim gebruik te maken van de kennis die elders aanwezig is. Onder andere aansluiten bij de werkplaats circulair opdrachtgeverschap. Stimuleren en advisering initiatieven in de samenleving. Evaluatie inkoopfunctie en in beeld brengen inkoopambities.
Relatie met andere beleidsterreinen Het ontwikkelen van een circulair ambachtscentrum is een apart project. Huishoudelijk afval valt buiten de scope van het programma duurzaamheid. Voor het onderdeel circulariteit sluiten we zoveel mogelijk aan het de GMR. Circulariteit maakt vaak onderdeel uit van een veel breder pallet aan criteria bij (strategische) nieuwe projecten en ontwikkelingen. Denk aan prioritering woningbouw en grond- weg en waterbouw projecten. De sectorale beleidsterreinen zijn primair verantwoordelijk voor het opstellen van beleid en een aanpak. Vanuit het programma wordt een bijdrage geleverd gericht op de realisatie van haar eigen doelstellingen. Ook het invullen van het onderdeel monitoring op dit punt is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
17
18
5.
PARTICIPATIE & COMMUNICATIE
Verduurzaming vindt plaats in een complexe omgeving. Het is veelomvattend en bovenal mensenwerk. Een maatschappelijke opgave die door inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, partners en de gemeente samen betaald en gerealiseerd moet worden. Om de doelstellingen te behalen zijn we van hen afhankelijk. Zij moeten overgaan tot actie. Participatie en communicatie is daarom een belangrijke voorwaarde om de gestelde doelstellingen voor duurzaamheid te behalen. De basis voor de deelcommunicatiestrategieën is belegd in de communicatiestrategie die voor de Contouren programmaplan Duurzaamheid is opgesteld (zie bijlage). Deze strategie is operationeel, laagdrempelig en draait om zichtbaarheid, herkenbaarheid, effectiviteit en het steeds meer betrekken en verbinden van de diverse doelgroepen. Voor het opstellen van de deelcommunicatiestrategieën maken we verder nog gebruik van de uitkomsten uit de enquête duurzaamheid (eind oktober 2023 uitgezet) en de nog aan te schaffen dorpsprofielen, waarmee we meer inzicht krijgen in de grondhouding, het kennisniveau en de behoefte van doelgroepen. Het jaar 2023 stond in het teken van ‘aan de slag gaan’. Er is veel geïnvesteerd in nieuwe middelen, het bieden van praktische handvatten en het opzetten van een netwerk. Hier kunnen we de komende jaren van oogsten, maar ook verder uitbreiden. We trekken hierin samen op met onze externe duur-
zaamheidspartners, zoals wijk- en buurtplatforms en het waterschap. Maar ook onze interne partners van participatiecultuur, dienstverlening en het fysiek en sociaal domein. Wel vraagt de samenwerking met externe partners en het betrekken van en samenwerken met de samenleving om een andere rolneming vanuit de gemeente. Net zoals de inzet van andere kanalen en middelen. Binnen het programma Participatiecultuur wordt een participatieplatform ontwikkeld. Duurzaamheid gaat hier als één van de eersten gebruik van maken om zo participatie verder vorm te kunnen geven. De planning is dat begin 2024 het platform in gebruik genomen kan worden. Globaal is de gedachte dat vanuit het programma participatiecultuur een platform wordt aangeschaft en basisondersteuning wordt geregeld. Vanuit duurzaamheid, waar forse wensen liggen, wordt de inhoudelijke invulling en beheer verder vormgegeven. Monitoring In 2024 wordt monitoring ingericht zoals we dit willen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande P&C cyclus. Dit is zowel kwantitatief als kwalitatief. Voor het kwantitatieve deel wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van openbare data, aangevuld met interne data(analyse). De data wordt in elk geval intern beschikbaar gesteld en wanneer passend op een later moment ook extern. De basis is openbare data waarbij ook de gemeentelijke doelstelling in beeld wordt gebracht.
19
Op deze manier wordt zichtbaar of de gemeente op koers is voor het behalen van haar eigen doelstellingen. Voor het monitoren van de CO2 uitstoot van de gemeente wordt gebruik gemaakt van de CO2-prestatieladder. Doelstelling voor 2024 is certificering niveau 3. In de daaropvolgende periode wordt uitvoering gegeven aan de maatrelen die volgen uit het uitvoeringsprogramma. De certificering van de CO2 prestatieladder kan tevens gebruikt worden als 0-meting voor diverse onderdelen. Door de dataverzameling jaarlijks te herhalen ontstaat een monitoringsysteem en inzicht in de ontwikkelingen. Zoals ook bij de verschillende inhoudelijke doelstellingen is benoemd wil je ook op projectniveau kunnen monitoren en toetsen of aan de doelstellingen wordt voldaan. Een voorbeeld hiervan is een monitoringsinstrument voor duurzaamheid bij woningbouw ontwikkelingen. Of een meetlat klimaatadaptatie. In de monitoring wordt voor alle inhoudelijke thema’s een ‘ondergrens’ beschreven. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke- en provinciale richtlijnen en verplichtingen. Daarnaast kunnen we op gemeentelijk niveau hier voorwaarden aan toevoegen, die zijn beschreven in beleid. Het is een politieke keuze om in bepaalde projecten extra ambities toe te voegen rondom een specifiek thema. Bijvoorbeeld circulariteit bij de realisatie van de Wanmolen.
6.
FINANCIËN
Uitgaven Om de ambities, doelstellingen en activiteiten uit dit programmaplan duurzaamheid te kunnen realiseren zijn ook uitgaven noodzakelijk. Onderstaande tabel toont de benodigde kosten op hoofdlijnen per inhoudelijk thema (energietransitie, klimaatadaptatie & biodiversiteit en circulariteit). De uitgaven voor de rand voorwaardelijke thema’s communicatie, participatie en monitoring zijn opgenomen in de kosten voor de inhoudelijke thema’s. De financiën zijn een uitwerking van de contouren programmaplan duurzaamheid. Omdat onderdelen zijn toegevoegd, zoals het soorten management plan (SMP) en de inzet van de SPUK CDOKE is verdeeld over de inhoudelijke opgaven, wijken de totale bedragen af.
Inkomsten Onderstaande tabel 2 toont de beschikbare financiële middelen voor de komende jaren op hoofdlijnen. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen structurele- en incidentele middelen. De incidentele middelen bestaan deels uit SPUK gelden, waarbij specifieke voorwaarden van toepassing zijn voor de besteding. De SPUK CDOKE is bedoeld voor de uitvoeringskosten van het klimaatbeleid en dient voor minimaal 90% besteed te worden aan apparaatskosten. Het Rijk heeft via een Kamerbrief laten weten dat het bedrag tot 2030 jaarlijks beschikbaar is. De hoogte van het bedrag is nog niet bekend, waarbij we kunnen uitgaan dat dit minimaal hetzelfde bedrag is als wordt toegekend in 2023 (€ 798.336).
Door voortschrijdend inzicht kunnen onderlinge verschuivingen plaatsvinden. Voor een aantal onderdelen zijn de kosten een indicatie en zijn de exacte bedragen afhankelijk van de uitkomsten van het proces of onderzoek de komende tijd. Denk hierbij aan het proces rondom de warmtetransitie. Daarnaast vindt duurzaamheid plaats in een dynamische context, onder meer door snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen veranderingen optreden. Het totale beschikbare budget wordt niet overschreden en de aanpassingen worden meegenomen in de P&C cyclus.
In het programmaplan gaan we uit van het beschikbaar komen van alle middelen. Indien dit niet het geval is, wordt hierover in gesprek gegaan met college dan wel Raad om de doelen en ambities bij te stellen. De beschikbare SPUK subsidies zijn weergegeven in het jaar dat ze zijn uitgekeerd. De besteding mag plaatsvinden over meerdere jaarschijven. Voor de periode 2024 t/m 2026 is naar verwachting € 5.625.268 beschikbaar.
2024 Energietransitie Klimaatadaptatie en biodiversiteit Circulariteit Overig Onvoorzien TOTAAL
€ €
1.111.000
€ € € €
100.000
319.000
250.000 125.000 1.905.000
2025
€ €
1.011.000
€ € € €
150.000
269.000
200.000 125.000 1.755.000
2026
€ €
1.171.000
€ € € €
200.000
269.000
200.000 125.000 1.965.000
Tabel 1: verwachte uitgaven per inhoudelijk thema
20
Structureel beschikbaar
2024
2025
2026
Begroting gemeente Overbetuwe
€
181.000
€
181.000
€
181.000
SPUK CDOKE3
€
805.578
€
812.820
€
798.336
Restant SPUK CDOKE gelden 2023
€
420.000
Subtotaal
€ 1.406.578
€
993.820
€
979.336
€
993.820
€
979.336
Incidenteel beschikbaar SPUK lokale aanpak isolatie (LAI)
€ 1.078.433
Budget Rijk 2019 warmtetransitie
€
202.1014
Bestemmingsreserve duurzaamheid
€
402.000
Middelen meicirculaire 2022
€
305.0005
TOTAAL Incidenteel beschikbaar
€ 1.987.534
Aangevraagd of nog aan te vragen
3 4 5
Wijk van de toekomst
€
80.000
SPUK natuurinclusief isoleren
€
178.000
TOTAAL nog beschikbaar komen
€
258.000
Totaal beschikbaar voor duurzaamheid
€ 3.652.112
Capaciteit voor decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Middelen warmtetransitie 2019 in de algemene reserve, onder voorbehoud van goedkeuring raad Restant beschikbaar in 2023, onder voorbehoud van overheveling naar 2024.
21
Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl