24-03-05.03 Beantwoording technische vragen BOB programmaplan duurzaamheid
Tekst van het document
Technische vragen fractie BOB bij programmaplan duurzaamheid Datum indienen: 29 februari 2024 Datum politieke avond: 5 maart 2024 Agendapunt: 3 voorbereidende vergadering programmaplan duurzaamheid Onderwerp: programmaplan duurzaamheid Toelichting:
De fractie van BOB vindt het belangrijk dat we in het duurzaamheidsbeleid met warm hart, maar ook met een koel hoofd verder ontwikkelen. Daarbij nemen we ook mee de informatie die we eerder ontvingen van de Rekenkamer (rapport Klimaatbeleid in Overbetuwe uit 2022) en van het College via o.a. de memo/tic’s over de bestuursopdracht netcongestie (november 20231) en het Plan Energiebesparing en Isolatie (juli 20232). De vragen zijn wellicht niet altijd strikt technisch, in dat geval is het ook prima als u de vragen in de voorronde zelf beantwoordt (en helpt het wellicht in de voorbereiding door ze nu alvast aan te kondigen). De vragen zijn vooral in gegeven door de wens dat we onze inwoners goed kunnen uitleggen waarom we welke rol als gemeentelijke overheid pakken en op grond waarvan we afwegingen maken waar we wel en geen publiek geld in steken (bijv. doelen, doelgroepen en reikwijdte van regelingen bepalen). Vraag/vragen:
1. Hoe zijn de aanbevelingen “Effectiviteit en de ruimte voor verbetering” (hoofdstuk 8 van het Rekenkamerrapport) meegenomen in dit programmaplan? Hoe is met name in dit programmaplan het punt verwerkt van de in de bestuurlijke reactie op dat rapport omarmde aanbeveling “de relatie die u legt tussen “inzicht in welke acties het meest (kosten)effectief zijn” en “door de raad keuzes maken, prioriteiten stellen en eventueel inzetten van meer middelen” is hierbij belangrijk”? 2. In het verleden stelden we wel eens onhaalbare doelstellingen, in het huidige programmaplan lijkt niet verder gekeken te worden dan de output (x woningen bereikt) en wordt niet (daarnaast) de toegevoegde waarde van ons gemeentelijk beleid in beeld gebracht of een doel daarvoor gesteld? Is dat een juiste constatering? 2. Wordt die benadering wel toegepast voor Kunt u nader toelichten wat de in 2024 op te stellen aanpak vergroenen leges en uitvoering in de periode 2024 – 2026 gaat inhouden en wat dit aan toegevoegde waarde beoogt? Is ergens voorzien in een rapportage waarin niet alleen de directe output van het gemeentelijk beleid in beeld wordt gebracht, maar ook wat er verder in Overbetuwe gebeurt met evt.
het totaal afgezet tegen vergelijkbare gemeenten (zie de manier waarop dit in het genoemde rekenkamerrapport eenmalig is gebeurd)? 1 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/0d6dd9c2-adb9-4a15-bcd4-
9bb50bc13094?documentId=6acf643d-31eb-41d3-bf4e-074a9b769f25 2 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/61c2e1ab-3728-4f01-86aa29c098d89d78?documentId=0a044348-a1b1-4408-af8b-987508a8f5f7
3. In het plan van aanpak isolatie- en energiebesparing wordt gesteld dat we ons niet alleen op de doelgroep van de rijksregelingen voor koopwoningen richten, maar “maar we willen ook mensen die daarbuiten vallen mee kunnen laten doen met onze aanpak (Bv. bij een hogere WOZ-waarde, maar slecht energielabel en laag inkomen).” Op grond waarvan is deze uitbreiding logisch, o.a. rekening houdend met het profijtbeginsel (zie oa https://www.cpb.nl/inkomenseffecten-van-woningisolatie-naar-de-isolatiestandaard# )? Hoe wordt dit verder bepaald en gebeurt dat door B&W of door de raad? 4. Op grond waarvan is in 2023 het plan van aanpak ‘isolatie en energiebesparing’ door B&W vastgesteld, zonder betrokkenheid van de raad en wat betekent dit voor de rol van de raad op dit onderdeel van het programmaplan? Wat ligt er nu dan op dit punt de facto nog ter besluitvorming voor? 5. Op grond van welke onderbouwing (vanuit de publieke belangen) wordt bij de doe-het-zelfaanpak niet alleen ontzorgd, maar ook tot een bepaald bedrag aan materialen vergoed? 6.
Hoe schat u de toegevoegde waarde van collectieve inkoop in? Hoe verhoudt die toegevoegde waarde zich tot de daarvoor gemaakte kosten, kortom in termen van het rekenkamerrapport ‘hoe kosteneffectief is deze maatregel’? Welk percentage van warmtepompen is via de collectieve inkoop gerealiseerd en welk percentage zonder (op grond van de SDE-viewer)? 7. Waar kunnen we het plan van aanpak verduurzaming bedrijven vinden (pag. 11)? Wat moeten we ons concreet voorstellen bij “de inzet is een verdieping en verbreding van de bestaande situatie en is naast wettelijke kaders ook gericht op faciliteren, maatwerk en samenwerking” (pag. 11)? Welke politieke keuzes worden hierbij gemaakt (op grond van welke uitgangspunten)? Hoe is de raad hierbij betrokken? 8. Waar kunnen we de opdracht van het college vinden (pag. 13) voor de warmtetransitie? 9. Op grond waarvan is de keuze voor de gebieden in Driel en Elst gemaakt voor het opstellen van een warmteplan, naast draagvlak? Welke technische analyses m.b.t. kansen in de verschillende wijken van Overbetuwe zijn hierbij beschikbaar en gebruikt (bijv.
op basis van het rekenmodel OEI van de RVO, de 15 energieconcepten uit 2011 van Agentschap NL3 of de concepten op basis van het achtergrondrapport startanalyse aardgasvrije buurten 20204 of op basis van kansen voor oplossingen zoals Ecovat5)? Op grond waarvan is het draagvlak in de gekozen gebieden als hoger ingeschat dan elders? Zie ook het overzicht moties/toezeggingen/amendementen met de motie van 7 november 2023 over aardgasvrije wijken. 10. Wanneer is een meer principiële discussie voorzien met de raad over de risicoverdeling bij collectieve warmteoplossingen tussen bewoners, huiseigenaren en de overheid? Hoe is in de aanpak het risico beperkt dat door te weinig kaderstelling vooraf, uit de participatie straks een plan komt dat door de raad als niet haalbaar moet worden gekwalificeerd (vergelijk gang van zaken rond het ruimtelijke project Land van Tap)?
3https://www.bodemplus.nl/publish/pages/91810/centraal_stellen_van_duurzame_e_ambities_in_het_gebied
sontwikkelingsproces.pdf 4 https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-achtergrondrapport-startanalyse-aardgasvrijebuurten-2020-achtergrondrapport_4917.pdf 5 https://www.ecovat.eu/
11. Hoe ziet u de aangenomen motie van 8 november 2022 over klimaatadaptatie en groenstructuur in relatie tot wat hierover is opgenomen in dit programmaplan? 12. In het programmaplan staat dat begin 2024 het participatieplatform volgens planning in gebruik genomen kan worden: wat is de actuele planning? 13. In de bestuursopdracht netcongestie is een planning opgenomen. Welke voorgang kan worden gemeld en wat is de actuele planning? 14. In het plan energiebesparing en isolatie d.d. 11 juli 2023 is voorzien in halfjaarlijkse evaluatiemomenten. Wat is uit de eerste twee halfjaarlijkse momenten naar voren gekomen, tot welke bijsturing en herverdeling van budgetten is door het College besloten? Klopt het dat op dit punt nog geen informatie is gedeeld met de raad? Indiener/fractie: Aad Noordermeer (fractie BOB)
Antwoord(en) ambtelijke organisatie:
Met het programmaplan duurzaamheid en daaruit volgende vervolgacties geven we invulling aan de aanbevelingen van het Rekenkamerrapport. Hieronder maken we dit inzichtelijk voor de specifiek door u benoemde punten. 1. “Met een jaarlijks budget van 4 euro per inwoner voor klimaatbeleid (zie Rekenkamercommissie, 2019) kunnen geen wonderen worden verricht. Naarmate inzichtelijker wordt welke acties het meest (kosten)effectief zijn wordt het voor de Raad gemakkelijker om keuzes te maken en prioriteiten te stellen en eventueel te besluiten meer middelen in te zetten.” Ten opzichte van de periode 2008-2021 zijn er door het Rijk aanvullende middelen beschikbaar gesteld om invulling te geven aan het klimaatbeleid. Dit bestaat uit Specifieke Uitkeringen zoals voor Energiearmoede en voor de Lokale Aanpak Isolatie. Daarnaast is er budget beschikbaar gesteld door het Rijk voor aanvullende personele capaciteit middels de CDOKE gelden. Middels het bij u het Plan Energiebesparing en Isolatie (juli 20236) is aan u inzichtelijk gemaakt welke realistische doelen hiermee gerealiseerd kunnen worden. Dit is in het Programmaplan in de breedte van het onderwerp Duurzaamheid nader uitgewerkt. Hierbij is uitgegaan van de reeds voorziene of gealloceerde middelen. 2.
“Daartoe zou per actiepunt van de Routekaart (of een vergelijkbaar beleidsplan) kunnen worden vermeld hoe het er voor staat met de uitvoering, welke middelen daarvoor zijn ingezet, welke resultaten dat heeft opgeleverd en wat de eventuele knelpunten waren. Zo’n benadering zou ook in de geest zijn van de motie die de Raad op 4 februari 2020 unaniem heeft aangenomen. 3. Anderzijds moeten doelen en acties wel voldoende specifiek, meetbaar en tijdgebonden worden geformuleerd om te zorgen dat de uitkomsten geëvalueerd kunnen worden.” Het Programma Duurzaamheid is uitgewerkt tot een tactisch/operationeel niveau. Hiermee wordt geborgd dat de doelen en activiteiten concreet en daarmee haalbaar zijn, maar ook dat voor u als Raad de voortgang van de doelen goed te volgen en meetbaar is. In het verlengde van het Programma Duurzaamheid wordt gewerkt aan een dashboard waarin eenvoudig voortgang kan worden gevolgd. 2.
Het doel van dit programma is om op programmatische wijze uitvoering te geven aan de door uw vastgestelde beleidsdocumenten en visies. Uw constatering is juist dat er duidelijke Output resultaten in het Programmaplan Duurzaamheid zijn opgenomen. We werken als gemeente dikwijls binnen kaders die worden opgelegd. Dit gaat over rollen die we hebben in de energietransitie, maar ook over te behalen resultaten, vaak een output resultaat. Gelijktijdig willen we ons eigen beleid meetbaar en goed bijstuurbaar maken, ook voor u als Gemeenteraad. Hierdoor is juist getracht om output resultaten te beschrijven. Dit sluit ook aan bij het doel om concreet aan de slag te blijven gaan.
3. Het hanteren van duidelijke richtlijnen wie waarvoor in aanmerking komt geeft duidelijkheid en maakt uitvoering eenvoudig. De gemiddelde WOZ-waarde van Overbetuwe in combinatie met een slecht geïsoleerde woning geeft een helder kader. Het Rijk biedt ook de 6 6 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/61c2e1ab-3728-4f01-86aa-
29c098d89d78?documentId=0a044348-a1b1-4408-af8b-987508a8f5f7
mogelijkheid om maatwerk te leveren en mag maximaal 20 % van de woningen die gaat isoleren afwijken van de vastgesteld doelgroep. De huidige aanpak biedt dus ruimte voor maatwerk indien de situatie hierom vraagt. Een voorbeeld kan zijn dat een inwoner in een traject van schuldhulpverlening zit of Energietoeslag ontvangt, maar de waarde van de woning beperkt boven het gemiddelde van Overbetuwe uitkomt. 4. Het plan van aanpak ‘Isolatie en energiebesparing’ geeft invulling aan het gemeentelijk doel om 1% energie per jaar te besparen en aardgasvrij te zijn in 2050. Het is een uitwerking van bestaande kaders. De voorwaarden vanuit het Rijk voor de Spuk LAI middelen zijn mede bepalend geweest bij het opstellen van het plan. Het programmaplan Duurzaamheid heeft een bredere scope dan het Plan van Aanpak Isolatie en energiebesparing. Het programmaplan Duurzaamheid gaat over Klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie w.o. mobiliteit, circulariteit en participatie / communicatie. 5. Onder meer het Klimaatakkoord en het Nationaal Isolatie Programma laten de urgentie zien om sneller woningen te isoleren en te verduurzamen. Om verduurzaming te stimuleren heeft het Rijk hiervoor al vele jaren de ISDE regeling waarmee isolatiemaatregelen die uitgevoerd worden door een erkend bouwbedrijf worden gesubsidieerd.
Doe-het-zelvers kunnen geen subsidie krijgen en zijn stelselmatig genegeerd, ondanks vele oproepen om subsidie beschikbaar te stellen voor doe-het-zelvers. Deze aanpak geeft invulling aan de gedachte dat iedereen moet kunnen deelnemen aan de energietransitie. Niet iedereen kan of wil geld uitgeven aan het verduurzamen van de eigen woning. Door verduurzamende maatrelen zelf uit te voeren met subsidie kunnen woningeigenaren direct besparen en verduurzamen. Uit onderzoek van Milieu Centraal blijkt het verlagen van de investeringskosten de belangrijkste reden om zelf te gaan klussen. Er vindt een toetsing plaats of de maatregelen kundig zijn uitgevoerd. Op 7 november heeft de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een brief aan de Tweede kamer gestuurd waarin toegezegd werd dat doe-het-zelvers via de Lokale Aanpak Isolatie gesubsidieerd mogen worden door gemeentes. Van deze mogelijkheid maken we in Overbetuwe gebruik. Door inzet op een meer kwetsbare doelgroep binnen de doelgroep woningeigenaren, borgt de subsidie dat zoveel mogelijk verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd die anders niet zouden plaatsvinden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de gemeente Nijmegen is de subsidie niet beschikbaar voor alle woningeigenaren maar alleen voor een specifieke doelgroep. 6.
Het organiseren van één collectieve inkoop kost aan externe kosten ongeveer € 4.000,-- en is vanwege deze lage kosten al vrij snel kosteneffectief. We zien de collectieve inkoop als een dienst die we aanbieden aan onze inwoners, die ook gewaardeerd wordt. Het is belangrijk te realiseren dat de collectieve inkoop niet alleen hoeft te zorgen voor geconverteerde offertes. De collectieve inkoop zorgt dat veel inwoners nadenken over isolatie of een warmtepomp door de informatie die we verstrekken en webinars die we organiseren. Indien inwoners met de verkregen informatie van de gemeente een offerte elders opvragen is dit prima. Ook zijn er inwoners die besluiten nóg niet een offerte te tekenen, maar door de collectieve inkoop een jaar later alsnog over gaan tot isoleren. Er is om die reden geen sluitende koppeling tussen de collectieve inkoop en gerealiseerde resultaten. Tevens dient opgemerkt te worden dat de energieprijzen een grote invloed hebben op de interesse in isolatie en warmtepompen. Het gebruik van het platform warmtepomp vergelijker loopt nog. De collectieve inkoop van glas en isolatie is recent gesloten. Het aantal getekende offertes is nog niet helemaal bekend. Desondanks delen we alvast onderstaande resultaten. Warmtepomp vergelijker vanaf oktober 2023 tot en met heden: - 2841 online adviezen
-
326 offertes opgevraagd 151 getekende offertes (actualisatie vindt nog plaats)
In 2023 zijn 282 apparaten door de ISDE regeling gesubsidieerd. Hieruit volgt dat de warmtepomp actie een zeer groot deel van de marktvraag in Overbetuwe van warmtepompen voorziet. Voor duurzaam glas zijn 39 opgevraagd offertes en 13 getekende offertes. Voor isolatie zijn 107 opgevraagde offertes en 17 getekende offertes. Actualisatie vindt nog plaats. 7. U bent via TIC 2023-057186 geïnformeerd over het actieplan verduurzaming ondernemers in Overbetuwe ontvangen. De afgelopen jaren is rondom verduurzaming van bedrijven vooral ingezet op de wettelijke kaders. Onder meer handhaving vanuit de Omgevingsdienst Arnhem Nijmegen (ODRA) voor energiemaatregelen die binnen 5 jaar zijn terugverdiend of informeren over de verplichting kantoorlabel C. Het plan is een nadere uitwerking van de contouren programmaplan duurzaamheid zoals zijn vastgesteld door de Raad in juni 2023. Om de ambities uit het programma duurzaamheid te behalen moet het bedrijfsleven ook stappen zetten. Hierbij heeft de gemeente ook een rol. 8. Tijdens een themabijeenkomst met het college najaar 2023 heeft het college de opdracht gegeven om draagvlak in de samenleving als criteria mee te nemen bij de afweging voor de keuze van plekken om te starten met de warmtetransitie. Met de besluitvorming in het college over het programma duurzaamheid en het doorgeleiden naar de Raad heeft het college ingestemd met de aanpak.
Hiervoor is geen separate opdracht beschikbaar. Aanvullend op het kader dat is vastgesteld door de Raad. 9. Al enkele jaren wordt er op diverse plekken in Nederland gewerkt aan de warmtetransitie. Een belangrijke les uit deze pilots is dat de warmtetransitie alleen kan slagen als we aandacht hebben voor draagvlak en initiatieven uit de buurt. Dat we het proces uit de buurt volgen op tempo en inhoud en langjarige samenwerking aangaan. Tevens blijkt de betaalbaarheid van essentieel belang. Niet alleen de businesscase van een gehele oplossing (denk aan een warmtenet), maar ook de betaalbaarheid op individuele schaal van een huishouden. Dit zijn de twee belangrijkste criteria op basis waarvan we in twee gebieden (vier CBSbuurten) een proces starten gericht op de warmtetransitie. Om gezamenlijk te onderzoeken of we daar in samenwerking passende keuzes kunnen maken voor de toekomst. Hierbij is het niet noodzakelijk om tot een collectieve warmteoplossing te komen, zolang we het doel om collectief tot een oplossing te komen (kan ook individueel) wel in het oog houden. Welke oplossingen haalbaar zijn en welke vorm van warmteopslag (zoals Ecovat of varianten) toegepast moet worden voor een haalbare en betaalbare oplossing onderzoeken we de komende tijd.
Draagvlak en initiatieven in de buurten Het afgelopen jaar is de samenwerking met inwoners en buurtinitiatieven gericht op duurzaamheid verder geïntensiveerd. Hierbij hebben de bewonersgroep Samen Driel Duurzaam én (inmiddels) Stichting Brienenshof Duurzaam zich expliciet geprofileerd en aangegeven bereid te zijn vervolgstappen te willen zetten rondom de warmtetransitie. Beiden met een behoefte aan een vergezicht oftewel een gezamenlijk narratief voor de lange termijn. Maar óók gericht op acties voor de korte termijn om nú stappen te zetten en actief werk te maken van draagvlak en sociale verduurzaming. Iedereen moet immers mee kunnen doen. In het verlengde hiervan heeft Woningstichting Heteren, in lijn met de
Prestatieafspraken, aangegeven mee te willen werken aan deze verkenning, specifiek voor de Vogelbuurt in Driel. 10. Een discussie met de raad over rolneming rondom collectieve oplossingen is voorzien zodra duidelijk blijkt dat collectieve warmteoplossingen, zoals een warmtenet, haalbaar blijken in Overbetuwe. Hierbij is provinciale of regionale samenwerking mogelijk essentieel. De gemeenteraad wordt halfjaarlijks geïnformeerd over de voortgang rondom de warmtetransitie en hiermee wordt geborgd dat achteraf blijkt dat een plan niet haalbaar is. 11. De planning is om het Water en Rioleringsprogramma (WRP) in Q2 2024 aan u voor te leggen voor besluitvorming. Klimaatadaptatie wordt hierin meegenomen. Het programmaplan wil en kan niet vooruitlopen op deze besluitvorming. Daarom wordt in het programma op sommige punten verwezen naar het WRP in ontwikkeling. In het Raadsvoorstel behorende bij het programmaplan is onder punt 5 ‘kanttekeningen en risico’s’ ook de relatie met WRP en benodigde financiële middelen beschreven. Het IKP OR geeft een visie op de openbare ruimte, waaronder klimaatmaatregelen en een visie op groen. Voor zes dorpen stellen we de komende vier jaar per dorp een plan op om de ambities van het IKP OR te realiseren.
We zetten hierbij vooral in op de realisatie van klimaatadaptatie, hittestress en biodiversiteit (zie 2023-050601 B&W voorstel Realisatie Ambities IKP OR). We realiseren het project in nauwe samenwerking met de bewoners. Als eerste komen de dorpen Randwijk en Oosterhout aan de beurt. De plannen voor beide kernen zijn met een bewonersgroep in concept opgesteld en worden eind april op een informatieavond aan alle dorpsbewoners gepresenteerd. Naast maatregelen in openbare ruimte stimuleren we de dorpsbewoners ook om in eigen tuin actief te zijn door aanplant van bomen, plaatsen van regentonnen en het verwijderen van verharding. 12. Vanuit het programma participatiecultuur wordt een nieuw participatieplatform aangeschaft. De komende weken wordt een definitieve keuze gemaakt voor de leverancier. Daarna wordt gestart met de inrichting. De actuele planning is dat het platform voor de zomer van 2024 in gebruik wordt genomen. 13. Voor de afweging rondom integraal programmeren zijn we in afwachting van kaders vanuit het Rijk en aanvullende informatie van Liander. Daarnaast vindt een inventarisatie plaats per project. Als er meer informatie beschikbaar is wordt u hierover geïnformeerd. 14. Op basis van het plan van aanpak heeft een nadere uitwerking plaatsgevonden en is de LAI subsidie aangevraagd bij het Rijk. Deze subsidie is inmiddels toegekend.
Voor de aanpak van de subsidiegelden is een aanbestedingsprocedure doorlopen. In april 2024 wordt u nader geïnformeerd over de aanpak via een aangekondigde Raadsinformatie memo.
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •
•
•
Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.
Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling.
In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.