24-02-20.09 Woonzorganalyse gemeente Overbetuwe - eindrapport def 16 mei
Tekst van het document
1734.115/G | Woonzorganalyse
Volgens het aanbod dat wij in beeld hebben zou er dus een tekort aan aanbod zijn. In de werksessie werd door zorgaanbieders niet herkend dat er een tekort zou zijn. Dat is te verklaren vanuit het feit dat mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking deze zorg ook kunnen krijgen in een reguliere, aangepaste woning.
Vraag naar ‘geschikte’ woningen onderen ouderen en LGdoelgroep Mensen met een mobiliteitsbeperking (waaronder ouderen) hebben behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Om de vraag naar geschikte
26
woningen te bepalen, maken we gebruik van onze ervaringen uit het werkveld, woonwensenonderzoeken onder ouderen en cijfers van onderzoeksbureau ABF Research. Er zijn circa 1.580 huishoudens met een ADL-beperking5 in de gemeente Overbetuwe. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen in vitaliteitstrede 2 tot en met 4, om daarmee rekening te houden met de effecten van de vergrijzing op de vraag naar geschikte woningen. We zien dat het aantal huishoudens met een ADL-beperking en daarmee ook de vraag naar geschikte woningen groeit met +1.065 woningen in de periode tot 2045. Figuur 4.2: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2022 - 2045; huishoudens, afgerond op 5-tal) 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000
2.435 1.580
1.640
2.645
1.850
Uitsplitsing rollator- en rolstoelgeschikte woningen Een deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking maakt gebruik van een rolstoel; een veel groter deel heeft een lichtere beperking en kan ook uit de voeten met een rollator of stok. Dit verschil heeft ook consequenties voor het type woning dat zij nodig hebben. In deze paragraaf besteden we aandacht aan de uitsplitsing van de totale vraag naar toegankelijke woningen in ‘rolstoelgeschikte’ woningen, ‘rolstoeltoegankelijke’ woningen en ‘rollatorgeschikte’ woningen. In de praktijk blijkt namelijk dat een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel de rolstoel alleen buitenshuis gebruikt; zij kunnen daarom toe met een ‘rolstoeltoegankelijke’ woning. Bij het bepalen van de vraag naar geschikte woningen maken wij onderscheid tussen mensen met een mobiliteitsbeperking die een kruk, stok of rollator gebruiken: wij gaan ervan uit dat zij behoefte hebben aan een woning die geschikt is voor een rollator. Mensen die gebruik maken van een rolstoel hebben aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om zich vrij te kunnen bewegen door het huis. Een deel heeft behoefte aan een rolstoeltoegankelijke woning, een deel aan een rolstoelgeschikte woning.
500
0 2022
2025
2030
2040
2045
Bron: Woonzorgweter Companen.
5
Er is geen betrouwbaar landelijk onderzoek dat aangeeft welk deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking gebruik maakt van een rolstoel. Uit onderzoek dat Companen recent heeft uitgevoerd onder 55-plussers in de provincie Flevoland is wel een beeld af te leiden. In een enquête is gevraagd of iemand in het huishouden gebruik maakt van een hulpmiddel waaronder een rollator of rolstoel. Daarop hebben we doorgevraagd of de rolstoel binnenshuis, buitenshuis of binnen- én buitenshuis wordt gebruikt. Uit het onderzoek komt het volgende beeld naar voren:
Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden. Bron: CBS-Microdata Gezondheidsenquête 55-plus en aanname 55-min.
1734.115/G | Woonzorganalyse
27
Tabel 4.1: Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking naar benodigd woningtype Geschiktheidstype Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking Rolstoelgeschikt 5% Rolstoeltoegankelijk 11% Rollatorgeschikt 84% Totaal 100% Bron: Resultaten enquête onder 55-plussers in de provincie Flevoland, 2022.
Door de gegevens over het gebruik van hulpmiddelen te combineren met de eerder in beeld gebrachte prognose van het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking, kunnen wij een inschatting maken van de behoefte aan rolstoelgeschikte-, rolstoeltoegankelijke- en rollatorgeschikte woningen. In onderstaande tabel wordt de uitgesplitste vraagprognose weergegeven. Tabel 4.2: Vraagprognose uitgesplitst naar geschiktheidstype, afgeronde getallen Geschiktheidstype 2022 2025 2030 2040 2045 Rolstoelgeschikte woningen 75 80 95 125 135 Rolstoeltoegankelijke woningen 175 185 210 275 300 Rollatorgeschikte woningen 1.330 1.375 1.545 2.035 2.210 Totaal 1.580 1.640 1.850 2.435 2.645 Bron: Woonzorgweter.
Bovenstaande tabel laat zien dat in de huidige situatie circa 75 huishoudens in Overbetuwe behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, circa 175 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 1.330 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. In 2045 is de behoefte aan rolstoelgeschikte woningen met 60 woningen toegenomen, rolstoeltoegankelijke woningen met 125 woningen toegenomen en rollatorgeschikte woningen met 880 woningen.
1734.115/G | Woonzorganalyse
4.4 Geschikt woningaanbod In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden. Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2.
28
Figuur 4.1: Gemeente Overbetuwe. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2022)
dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de circa 1.300 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van circa 650 woningen. Figuur 4.2: Geschiktheid woningvoorraad volgens ‘doorzonscan’, naar leeftijd bewoner
7%; 1.275
(2022)
44%; 7.845 Tot 55 jaar 4%
56%
40%
55-64 jaar
5%
50%
44%
65-74 jaar
8%
43%
48%
75-84 jaar
15%
Geschikte woning Potentieel geschikt Niet geschikt 49%; 8.612
85+ jaar
36%
25% 0%
49%
20% 20%
Geschikt
40%
Potenieel geschikt
55% 60%
80%
100%
Niet geschikt
Bron: WOZ-registratie gemeente Overbetuwe, bewerkt door Companen (2022). Bron: WOZ-registratie gemeente Overbetuwe, bewerkt door Companen (2022).
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 17.700 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is een klein gedeelte (7%, ongeveer 1.300 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Bijna de helft van de woningvoorraad (49%, circa 8.600 woningen) is geschikt te maken. Ongeveer vier op de tien de woningen (44%, ruim 7.800) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
De uitsplitsing van de woningvoorraad in Overbetuwe naar leeftijdsgroepen laat het volgende zien: naarmate de leeftijd oploopt wonen mensen vaker in een geschikte woning. Van de 85-plussers woont ongeveer een kwart in een geschikte woning. Daarentegen woont ruim de helft van de 85-plussers in een niet-geschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen.
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat van de geschikte woningvoorraad bijna de helft wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Overbetuwe is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie: • Corporatiewoningen zijn het vaakst niet-geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking (69% van de voorraad; ruim 2.300 woningen). Het
1734.115/G | Woonzorganalyse
29
aandeel geschikte woningen is echter óók het hoogste in de corporatiesector: 12% (ongeveer 400 woningen) is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Bijna één op de vijf corporatiewoningen (19% en circa 620 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. • Ook in de particuliere huurvoorraad is een groot gedeelte niet geschikt. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. Het aandeel nietgeschikte woningen is met 48% (bijna 750 woningen) lager dan in de corporatiesector. In de particuliere huursector is ook een groter gedeelte potentieel geschikt; 40% (ruim 600 woningen). Eén op de tien woningen (12% en circa 190 woningen) van de particuliere huurwoningen is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein (5%, ongeveer 650 woningen), terwijl maar liefst 58% (circa 7.300 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn.
Uitsplitsing naar wijken Ook op wijkniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. In de meeste wijken is meer dan de helft van de woningvoorraad niet geschikt. In de wijk Elst-Noord is het aandeel niet-geschikte woningen het grootst. In de wijk Westeraam is bijna de gehele woningvoorraad potentieel geschikt. In de wijken Buitengebied Elst en Slijk-Ewijk staan relatief de meeste geschikte woningen. De interactieve kaart en de figuren hieronder laten het aandeel 65-plussers dat woont in een geschikte, potentieel geschikte of niet-geschikte woning zien. https://www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseoverbetuwe In veel kernen in Overbetuwe woont een groot gedeelte van de ouderen in een niet-geschikte woning. In Driel, Randwijk en Elst-Noord woont meer dan 60% van de ouderen in een niet-geschikte woning. In Westeraam wonen alle ouderen in een geschikte of potentieel geschikte woning.
Figuur 4.3: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2022) Sociale huur
12%
Vrije sector huur
12%
19%
40%
Koop 5% 0% Geschikt
69%
48%
58% 20%
40%
Potentieel geschikt
37% 60%
80%
100%
Niet geschikt
Bron: WOZ-registratie gemeente Overbetuwe, bewerkt door Companen (2022).
1734.115/G | Woonzorganalyse
30
Figuur 4.4: Aandeel 65-plussers in geschikte woning
1734.115/G | Woonzorganalyse
31
Figuur 4.5: Aandeel 65-plussers in potentieel geschikte woning
1734.115/G | Woonzorganalyse
32
Figuur 4.6: Aandeel 65-plussers in niet-geschikte woning
1734.115/G | Woonzorganalyse
33
4.5 Huisvestingsopgave geschikt wonen De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking (ouderen en mensen met een lichamelijke beperking) bedraagt circa 1.580 woningen. In 2045 zal deze behoefte oplopen tot circa 2.645 woningen. De vraag op dit moment is iets hoger dan het huidige geschikte woningaanbod: circa 1.300 geschikte woningen. In feite is er dus een klein tekort, maar in werkelijkheid is er een groter tekort doordat bijna de helft van de geschikte woningen wordt bewoond door jongere huishoudens zonder een beperking.
1734.115/G | Woonzorganalyse
34
5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.
5.1 Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkelder samenleving.
1734.115/G | Woonzorganalyse
5.2 Woonwensen en woonvormen Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning. Voor de groep die woont bij een zorgaanbieder geldt dat de meesten de voorkeur geven aan een wooneenheid met eigen sanitair; of een eigen kookgelegenheid gewenst is, hangt af van de mate van zelfstandigheid. Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen eerder onveilig. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn drukke buurten over het algemeen minder geschikte woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze omgeving zorgt voor te veel prikkels. Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur.
Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp (bij het huishouden, financiën of structuur in het dagelijks leven) op afroep aanwezig is. Mede omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep.
35
5.3 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in Overbetuwe voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2022 gestegen van 160 naar 235. Op het moment telt de gemeente Overbetuwe dus 235 mensen met een Wlz-indicatie VG. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo. Uit de Wmo-registratie blijkt dat in Overbetuwe ruim 300 mensen onder de 65 jaar begeleiding ontvangen vanwege een psychische of verstandelijke beperking. Omdat niet apart wordt bijgehouden welk deel van deze 300 mensen een verstandelijke beperking heeft, is de precieze omvang van de VG-Wmo groep niet bekend. Het grootste deel van deze groep woont zelfstandig in een reguliere woning. Het komt echter ook voor dat mensen met een Wmo-indicatie bij een zorgaanbieder wonen - bijvoorbeeld in gevallen waarin van een Wlz-indicatie wordt afgeschaald naar een Wmo-indicatie, maar de persoon blijft wonen bij de zorgaanbieder.
2045. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar, aansluitend bij de landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is. Figuur 5.1 toont de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie, waarbij de woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont, in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. De groep mensen met een Wmo-indicatie is in onderstaande grafiek niet meegenomen. Zij wonen in principe zelfstandig, maar een deel van hen kan ook baat hebben bij gespikkeld of geclusterd wonen.
Wanneer we ons richten op de groep met een Wlz-indicatie, dan zien we sinds 2017 een (landelijke) trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor deze groep met circa 2% tot 2,5% per jaar stijgt. Dit is onder meer te verklaren vanuit het ouder worden van de doelgroep. Aan de hand van de Wlz-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Overbetuwe hebben wij een inschatting opgesteld van de omvang van de groep mensen met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met
1734.115/G | Woonzorganalyse
36
Figuur 5.1: Gemeente Overbetuwe. Basisprognose VG (2022 - 2045)
300 250
20
20
20
20
20
220
230
230
230
240
200 150 100
wenselijkheid besproken van een scenario waarbij het aandeel mensen met een VG-indicatie geleidelijk aan tendeert richting het landelijk gemiddelde. De gedachte achter dit scenario is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders zullen blijven wonen. De aanwezigen bij de werksessie gaven aan te herkennen dat mensen met een VG-indicatie vaker dicht bij de plaats van herkomst willen wonen. Het is dus aannemelijk dat (op termijn) het aandeel mensen met een VG-indicatie in Overbetuwe wat oploopt en richting het landelijk gemiddelde verschuift.
50
0 2022
2025
Geclusterd wonen
2030
2040
2045
Gespikkeld wonen
Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Overbetuwe, bewerking Companen.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten ziet de trendprognose er als volgt uit: Figuur 5.2: Gemeente Overbetuwe. Trendprognose VG (2022 - 2045)
400 350
Trends en ontwikkelingen In een werksessie met aanbieders is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg van mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente Overbetuwe. Bij deze sessie waren zorgaanbieders, corporaties, welzijnsorganisaties en de gemeente aanwezig. De verschillende partijen konden zich vinden in de opgestelde basisprognose. • Met de aanwezigen is besproken of er richting de toekomst een verschuiving plaatsvindt van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen. Er werd benoemd dat personen met een VG3-indicatie of VG6-indicatie in de toekomst misschien iets vaker gespikkeld kunnen wonen. Zie bijlage 5 voor het overzicht van dit aannamestelsel. • In de gemeente Overbetuwe wonen relatief weinig mensen met een VGindicatie (4,9 indicaties per 1.000 inwoners) vergeleken met het landelijk gemiddelde (6,7 indicaties per 1.000 inwoners). We hebben daarom de
1734.115/G | Woonzorganalyse
30 30
300 250
20
20
20
200 150 100
220
240
260
2022
2025
2030
300
330
50
0 Geclusterd wonen
2040
2045
Gespikkeld wonen
37
Basisprognose: demografische doorrekening. Trendprognose: verschuiving van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen (VG3 en VG6). Een aandeel mensen met een VG-indicatie tendeert geleidelijk aan richting het landelijk gemiddelde, wat een toename betekent in Overbetuwe in het aandeel mensen met een VG-indicatie.
5.4 Aanbodanalyse VG Aan zorgaanbieders in de gemeente Overbetuwe die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod per zorgaanbieder weergegeven. In bijlage 1 staat een uitgebreider overzicht. Tabel 5.1: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking (2022) Zorgaanbieders Geclusterd wonen De Kroon Zorg – Albero Zorggroep 11 Stichting Driestroom* 74 Philadelphia 12 Thomashuis Elst 9 Woonvorm De Passie 3 Stichting Het Zorgwiel 13 Kubuszorg 1 Totaal 123 * Inclusief Familiehuis ’t Lingeveld. Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Overbetuwe.
Zorgaanbieders hebben geen aanbod opgegeven van ‘gespikkeld wonen’ in Overbetuwe.
1734.115/G | Woonzorganalyse
Aan zorgaanbieders is gevraagd of zij plannen hebben voor nieuwbouw of herbestemming. Alleen Stichting Driestroom heeft aangegeven voor locatie de Zuiling dat er sprake is van mogelijke herontwikkeling van deze locatie.
5.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in Overbetuwe ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep: • Uit de vraag-aanbodbalans blijkt een tekort van circa 95 plekken in geclusterd wonen. Richting de toekomst zal dit tekort oplopen tot 125 plekken in 2045 in het basisscenario. Wanneer meer wordt ingezet op spreiding van de VG-doelgroep, zal het aandeel mensen met een VGindicatie in Overbetuwe toenemen richting het landelijk gemiddelde waardoor er een groter tekort aan plekken zal ontstaan. • Voor zover wij weten, is er geen aanbod aan gespikkeld wonen in Overbetuwe. Op basis van de vraaganalyse lijkt hier een tekort aan te zijn van circa 20 plekken nu en 10 plekken in de toekomst. • Uit gesprekken met aanbieders maken wij op dat zij geen tekort ervaren aan plekken voor mensen met een Wlz-indicatie. Het is dus waarschijnlijk dat er mensen met een Wlz-indicatie zijn die nog bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-clïënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend bij de aanbieders.
Mensen met een Wlz-indicatie die nu nog thuis bij hun ouders wonen, kunnen in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen.
38
•
Stichting Driestroom en Woonvorm de Passie geven wel aan dat er in de gemeente een tekort is aan studio’s en zelfstandige woningen voor hun doelgroepen, waaronder mensen met een VG-indicatie.
Tabel 5.2: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, basisscenario, afgerond op 10-tal VraagVraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod aanbod 2022 2025 2030 2040 2045 Geclusterd wonen Wlz -95 -105 -105 -105 -125 Gespikkeld wonen Wlz -20 -20 -20 -10 -10 Totaal -115 -125 -125 -115 -135 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorg-gegevens en CBS-Microdata.
Tabel 5.3: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, trendscenario, afgerond op 10-tal VraagVraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod aanbod 2022 2025 2030 2040 2045 Geclusterd wonen Wlz -95 -115 -135 -175 -205 Gespikkeld wonen Wlz -20 -20 -20 -30 -30 Totaal -115 -135 -155 -205 -235 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorg-gegevens en CBS-Microdata.
1734.115/G | Woonzorganalyse
39
6 Mensen met (ernstige) psychische problematiek In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Een deel van hen woont zelfstandig, een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. De meeste mensen wonen hier tijdelijk, waarna ze uitstromen richting een vorm van zelfstandig wonen.
6.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons in dit hoofdstuk voornamelijk op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz. Beschermd wonen Wmo wordt op dit moment nog regionaal georganiseerd, via een centrumgemeente. Overbetuwe valt binnen de BW-regio Arnhem. Vanaf 2024 ontvangen alle gemeenten de middelen voor BW, in plaats van dat dit via de centrumgemeente loopt. Het rijk wil hiermee stimuleren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid meer in hun eigen omgeving worden geholpen. De verandering in financiering kan gevolgen hebben voor de spreiding van het BW-aanbod in de regio. Op dit moment heeft Overbetuwe relatief weinig BW-aanbod, vergeleken met het landelijk en regionaal gemiddelde.
1734.115/G | Woonzorganalyse
Wmo Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning (16-24 uur per dag). De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie.
Wlz GGZ-Wonen Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Landelijk is ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen ‘verschoven’ richting de Wlz.
6.2 Woonwensen en woonvormen Woonwensen Woning • De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt.
40
Zorg en ondersteuning • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen. Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.
6.3 Vraaganalyse In de gemeente Overbetuwe hadden op 1 januari 2022 84 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen: 29 mensen hadden een Wmo-indicatie BW, 55 een Wlz (GGZ-W) indicatie.
Figuur 6.1 Ontwikkeling BW-indicaties 90 80 70 60 50 40 30 45 20 39 35 28 10 0
Beschermd Wonen (Wmo)
20
48
52
55
44 29
Beschermd Wonen (GGZ-W)
Bron: Gemeente Overbetuwe en CIZ databank.
Een aanzienlijk deel van de mensen met een Wmo-indicatie is van jonge leeftijd. Van de mensen met een Wlz (GGZ-W) indicatie is de leeftijd meer gespreid.
Sinds 2021 is er sprake van een verschuiving binnen het Beschermd Wonen vanuit de Wmo richting de Wlz (GGZ-W). De afname qua aantallen voor Beschermd Wonen (Wmo) vanaf 2021 wordt hierdoor veroorzaakt. De stijging in GGZ-W indicaties gaat echter harder dan de daling vanuit de Wmo. Een mogelijke verklaring die werd genoemd tijdens de werksessie met aanbieders is dat er steeds meer jongeren na jeugdzorg met verblijf instromen in Beschermd Wonen, doordat er weinig indicaties worden afgegeven voor verlengde jeugdzorg.
1734.115/G | Woonzorganalyse
41
Figuur 6.2: Leeftijdsopbouw BW (Wmo en Wlz) 100% 80%
15%
32%
45%
60% 40%
68%
Tabel 6.1: Basisprognose vraag naar BW, 2022 -2045 (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2040
2045
BW – Wmo: intramuraal
10
10
10
10
10
BW – Wmo: extramuraal
20
20
20
20
20
BW – Wlz
55
55
55
55
55
Totaal
85
85
85
85
85
Bron: Indicaties BW Overbetuwe, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
20%
40%
Trends en ontwikkelingen
0% BW Wmo 18-34 jaar
BW Wlz (GGZ-W) 35-64 jaar
65+
Bron: Indicaties BW Overbetuwe en Woonzorgweter Companen.
Van de mensen met een BW Wmo-indicatie woont 1/3 intramuraal en 2/3 extramuraal. Intramuraal Beschermd Wonen betreft het aantal inwoners met een toewijzing voor intramuraal beschermd wonen-basis of -intensief. Extramuraal Beschermd Wonen betreft het aantal inwoners met een toewijzing voor zelfstandig wonen met intensieve begeleiding (Beschermd Thuis) en geclusterd wonen of wonen in een eigen appartement bij een zorgaanbieder op basis van scheiden wonen en zorg. De term ‘extramuraal’ betekent dat wonen en zorg financieel gescheiden zijn. In veel gevallen woont men ook bij deze vorm nog steeds bij een zorgaanbieder. Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar BW binnen de gemeente Overbetuwe zijn wij uitgegaan van het totale aantal actieve BW-indicaties (Wmo en Wlz) per leeftijdsgroep op dit moment. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling van de doelgroep BW weergegeven als alleen wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente Overbetuwe. De vraag blijft in dat geval naar de toekomst toe min of meer stabiel.
1734.115/G | Woonzorganalyse
In de werksessie met aanbieders is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De volgende verschuivingen die worden ingegeven voor veranderingen in beleid zijn besproken: • In Overbetuwe (en de regio Arnhem) wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, zoals vastgesteld in de kadernota ‘Samen aan zet’. Kern van de verandering is dat zowel maatschappelijke opvang als beschermd wonen veel meer lokaal ‘in de wijk’ wordt georganiseerd. We gaan ervan uit dat deze ontwikkeling nog verder doorzet. In de trendprognose gaan we ervan uit dat in de periode tot 2032 nog eens 1/3 deel van de vraag zal verschuiven van intramuraal naar extramuraal BW. • Tegelijkertijd gaan we er in dit scenario van uit dat de plekken voor Beschermd Wonen richting 2032 evenredig zullen worden verspreid over de regio. Op dit moment woont 6% van het totaal aantal mensen met een BW-beschikking in de regio Arnhem in Overbetuwe, terwijl het aandeel inwoners van Overbetuwe ten opzichte van de totale regio 11% is. Als wordt ingezet op een evenredige spreiding, dan kan dit op termijn een verdubbeling betekenen van de vraag naar BW-plekken in Overbetuwe. • Voor het aandeel beschermd wonen dat wordt bekostigd vanuit de Wlz geldt het volgende:
42
– We gaan ervan uit dat de verschuiving binnen het Beschermd Wonen vanuit de Wmo richting GGZ-W grotendeels is voltooid. – Aansluitend op de verwachting van zorgaanbieders dat de vraag naar beschermd wonen de komende jaren nog zal blijven stijgen, rekenen we in dit scenario met een jaarlijkse groei van 2% voor de Wlz-groep. Mede doordat de samenleving complexer wordt en door de beperkte mogelijkheid tot verlengde jeugdzorg zal de stijging naar verwachting nog even doorgaan. Op basis van deze uitgangspunten ziet de trendprognose er als volgt uit: Tabel 6.2: Trendprognose vraag naar BW, 2022 - 2045 (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2040
2045
BW – Wmo: intramuraal
10
15
20
20
20
BW – Wmo: extramuraal
20
30
40
40
40
BW – Wlz
55
70
100
100
105
Totaal
85
115
160
160
165
Bron: Indicaties BW Overbetuwe, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
Basisprognose: demografische doorrekening. Trendprognose: verdere transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en regionale spreiding van het BW-aanbod.
6.4 Aanbodanalyse BW Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er 71 plekken in geclusterde woonvormen in beeld gebracht voor mensen in Beschermd Wonen in Overbetuwe. Er is geen
1734.115/G | Woonzorganalyse
aanbod van plekken in de nabijheid van een zorgvoorziening doorgegeven (‘gespikkeld wonen’). Tabel 6.3: Aantal BW-plekken per zorgaanbieder in gemeente Overbetuwe Zorgaanbieder Geclusterd wonen De Kroon Zorg – Albero Zorggroep 3 Stichting Driestroom 2 Woonvorm De Passie 17 Zero&Sano 10 Kubuszorg 32 RIBW* 7 Totaal 71 * RIBW heeft ook 3 plekken voor forensisch beschermd wonen, die zijn hier niet meegeteld. Bron: Aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders.
6.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Het aantal mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen in Overbetuwe ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep: • Uit de vraag-aanbodbalans blijkt een tekort van circa 15 plekken in geclusterd wonen. In werkelijkheid is het tekort vermoedelijk kleiner; een deel van de mensen met een indicatie voor Extramuraal Beschermd Wonen ontvangt de begeleiding immers in een reguliere woning en woont dus niet bij een zorgaanbieder. Uit de beschikbare data is niet af te leiden in hoeveel gevallen dit zo is. Aanbieders geven wel aan dat er mensen bij hen op de wachtlijst staan. • In het basisscenario zal het tekort richting de toekomst ongeveer op het huidige niveau blijven. Wanneer wordt ingezet op evenredige regionale
43
spreiding van de BW-doelgroep (trendscenario), zal het tekort in 2045 zijn opgelopen tot zo’n 95 plekken. Tabel 6.4: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvormen voor BW (afgerond op 5tallen) 2022 2025 2030 2040 2045 Basisprognose -15 -15 -15 -15 -15 Trendprognose -15 -45 -90 -90 -95 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.
Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Om een inschatting te kunnen maken van het totale aantal mensen dat vanuit Beschermd Wonen uitstroomt en een beroep doet op woonruimte in Overbetuwe, hanteren we de volgende uitgangspunten/aannames: • Startpunt is de totale groep die op enig moment een BW-indicatie heeft vanuit de Wmo. BW voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. Het komt slechts een enkele keer voor dat iemand uitstroomt vanuit BW-Wlz richting zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. • Tijdens de werksessie kwam naar voren dat de verblijfsduur binnen BW verschilt per doelgroep. Sommige mensen hebben vooral tijdelijk een woonzorgplek nodig, terwijl dat voor andere doelgroepen meer permanent
6
is. Ook binnen BW-Wmo verschilt de gemiddelde verblijfsduur per aanbieder, omdat de doelgroepen waar de aanbieders zich op richten niet hetzelfde zijn. Voor BW-Wmo doen wij daarom twee aannames voor de gemiddelde verblijfsduur, afhankelijk van de doelgroep. We gaan uit van een gemiddelde verblijfsduur van 1 jaar voor de ‘safehouse’ doelgroep 6 en 2,5 jaar voor de overige doelgroepen in BW-Wmo. Bij een gelijkblijvende omvang van de BW-Wmo-groep, leidt bovenstaande tot de verwachting van een gemiddelde uitstroom in Overbetuwe vanuit Beschermd Wonen-Wmo van circa 18 mensen per jaar. In overleg met de aanbieders hebben we dit aantal verdeeld over verschillende vormen van vervolghuisvesting. Ongeveer de helft van de uitstromers komt naar verwachting terecht in een reguliere woning, meestal met ambulante begeleiding; dit kan ook in de vorm van Beschermd Thuis. Tabel 6.5: Verwachte uitstroom naar richting (aantallen per jaar) Uitstroom naar Reguliere woning Geclusterd wonen met begeleiding GGZ-W Onbekend Totaal
Aantal 9 5 2 2 18
Bij een gemiddelde uitstroom van 18 mensen per jaar in de gemeente Overbetuwe zou dit betekenen dat per jaar 9 mensen behoefte hebben aan een reguliere woning. Als het aantal BW-plekken in Overbetuwe stijgt (trendscenario), dan zal ook de jaarlijkse uitstroom hoger komen te liggen.
Hieronder vallen mensen die in een kliniek zijn behandeld voor verslaving, en voor wie het niet mogelijk of wenselijk is om direct terug te keren naar huis. Bij het safehouse werken ze aan herstel, op weg naar een zelfstandig leven.
1734.115/G | Woonzorganalyse
44
7 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf en woonruimte voor jongvolwassenen (18+) die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting. Een deel van hen heeft behoefte aan een tussenstap voordat zij helemaal op eigen benen kunnen staan. Maar ook voor wie direct zelfstandig kan wonen is deze stap niet eenvoudig - in een krappe woningmarkt valt het voor deze groep immers niet mee om huisvesting te vinden.
7.1 Doelgroep en context Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar; jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan een (ambulante) ondersteuning, anderen niet. Over het algemeen geldt dat jongeren die uitstromen uit een pleeggezin minder vaak een (intensieve) begeleidingsvraag hebben dan jongeren die uitstromen uit een residentiële setting. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen.
1734.115/G | Woonzorganalyse
Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Daar bovenop komt de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar een reguliere woning. Dit is één van de oorzaken waardoor deze jongeren nu in het (dure) Beschermd Wonen terechtkomen. Een goedkopere oplossing zou zijn om met specifieke, eventueel tijdelijke woonoplossingen te voorzien in woonruimte voor deze groep en met ambulante begeleiding te werken richting een stabiele woon-werksituatie (bijvoorbeeld Kamers met Kansen).
7.2 Vraaganalyse Jeugdzorgplekken Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 april 2022, uitgesplitst naar de woonvormen gesloten plaatsing, gezinsgericht, pleegzorg en residentieel. Op die peildatum maakten 67 jongeren uit Overbetuwe gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf.
45
Tabel 7.1: Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 april 2022) 0-4 5 - 9 10 - 14 15 - 16 17+ Woonvorm jaar jaar jaar jaar jaar Totaal Gesloten plaatsing 1 1 2 Gezinsgericht 1 5 5 7 18 Pleegzorg 2 7 5 3 2 19 Residentieel 6 9 8 5 28 Totaal 2 14 19 17 15 67 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Overbetuwe (2022).
Op basis van demografische ontwikkelingen verwachten we dat de totale vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau zal blijven. Tijdens de werksessie werd benoemd dat door het Rijk wordt gestuurd op de afbouw van de plekken residentieel, terwijl het aandeel gezinsgerichte plekken gaat toenemen. In de prognose laten we daarom het aantal plekken ‘residentieel’ geleidelijk afnemen, en het aantal plekken gezinsgericht geleidelijk toenemen. Tabel 7.2: Trendprognose jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, 2022 - 2045 Woonvorm 2022 2025 2030 2040 2045 Gesloten plaatsing 2 2 2 2 2 Gezinsgericht 18 20 22 25 28 Pleegzorg 19 19 18 19 20 Residentieel 28 26 24 21 19 Totaal 67 65 63 63 68 * Uitsplitsing naar woonvorm gebaseerd op aantallen per 1 april 2022. Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Overbetuwe (2022).
Uitstroom vanuit Jeugdzorg
niet aan de orde. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal jongeren dat op jaarbasis uitstroomt vanuit jeugdzorg met verblijf, richten we ons op de jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Begin 2022 gaat dit voor Overbetuwe om 15 jongeren. Op basis hiervan schatten we in dat er jaarlijks 7 tot 8 jongeren uitstromen. Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of gespikkeld wonen (bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er is ook een groep met een intensievere zorgvraag, die doorstroomt richting Beschermd Wonen GGZ (Wmo of Wlz). Tijdens een werksessie met aanbieders is gesproken over de woonbehoeften van uitstromende jongeren. De partners gaven aan dat de meeste jongeren die in een pleeggezin verblijven, na uitstroom zelfstandig kunnen wonen (eventueel met ambulante begeleiding). Vanuit de overige verblijfsvormen is vaak eerst een tussenstap nodig. Gezinshuiszorg (gezinsgericht) is een alternatief voor residentieel verblijf. Het verschil tussen de twee vormen betreft vooral de schaal.
In overleg met de aanbieders hebben we daarom gelijke aannames geformuleerd voor de uitstroomrichting voor beide verblijfsvormen: 45% uitstroom naar zelfstandig wonen (eventueel met ambulante begeleiding), 35% uitstroom naar geclusterd wonen en 20% uitstroom naar Beschermd Wonen. Bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf is een jaarlijkse uitstroom te verwachten van 7 tot 8 personen. Verdeeld naar uitstroomrichting leidt dat tot de volgende aantallen per woonvorm:
Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig
1734.115/G | Woonzorganalyse
46
Tabel 7.1 Jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf Uitstroom naar Zelfstandig wonen Tussenvorm (geclusterd met begeleiding) Beschermd Wonen Totaal
4 2 1-2 7-8
Bij een gelijkblijvende omvang van de groep jongeren in jeugdzorg met verblijf, zullen er jaarlijks zo’n 4 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen. Zij hebben behoefte aan een kleine, goedkope woning of studio. Daarnaast zijn er op jaarbasis ongeveer 2 jongeren die behoefte hebben aan een ‘tussenvorm’.
1734.115/G | Woonzorganalyse
47
8 Uitstromers en overige aandachtsgroepen
met een BW-Wlz-indicatie uitstromen richting zelfstandig wonen. Van de uitstromers heeft ongeveer de helft (9) behoefte aan een reguliere woning, meestal met ambulante begeleiding; daarnaast is er jaarlijks een groep van ongeveer 5 mensen die behoefte heeft aan wonen in een ‘tussenvorm’.
In dit hoofdstuk staat de vraag naar zelfstandige woonruimte voor ‘aandachtsgroepen’ centraal. Deze term komt uit het landelijk Programma Een Thuis voor iedereen7 en duidt op groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt, waaronder uitstromers uit instellingen en statushouders. De meeste mensen in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of Jeugdzorg zullen na verloop van tijd weer zelfstandig gaan wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Om hen aan huisvesting te helpen, bestaat in Overbetuwe de Opstapregeling.
Als het aantal BW-plekken in Overbetuwe stijgt (trendscenario), dan zal ook de jaarlijkse uitstroom hoger komen te liggen.
8.1 Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Uitstroom vanuit Jeugdzorg In hoofdstuk 7 lieten we zien dat bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf, een jaarlijkse uitstroom te verwachten is van 7 tot 8 personen, waarvan circa 4 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen en ongeveer 2 jongeren behoefte hebben aan een ‘tussenvorm’.
Uitstroom vanuit Beschermd Wonen In hoofdstuk 6 lieten we zien dat bij het huidige aantal BW-plekken een jaarlijkse uitstroom vanuit Beschermd Wonen Wmo te verwachten is van 18 mensen per jaar. Daarnaast komt het in een enkel geval voor dat mensen
Uitstroom vanuit Maatschappelijke Opvang Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen dakloos zijn geraakt. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Daarnaast is er een groeiende groep 'economische daklozen': mensen die na een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen. De verantwoordelijkheid voor het bieden van Maatschappelijke Opvang is belegd bij centrumgemeenten. In de regio Arnhem vervult de gemeente Arnhem deze taak voor de eigen gemeente en de omliggende gemeenten, waaronder Overbetuwe. De regionale opvangvoorzieningen voor mensen die door psychische problemen of verslaving hun woning zijn kwijtgeraakt, zijn
7
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/11/programma-een-thuis-vooriedereen
1734.115/G | Woonzorganalyse
48
gevestigd in Arnhem. Inwoners uit Overbetuwe die 'economisch dakloos’ zijn kunnen hier geen gebruik van maken. Er zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar over het aantal mensen in de Maatschappelijke Opvang in Arnhem die uit Overbetuwe komen. Dat maakt het ook lastig om te bepalen hoeveel mensen er bij hun stap richting zelfstandig wonen, woonruimte zullen zoeken in Overbetuwe. In de afgelopen 2 jaar is er vanuit deze groep nog geen beroep gedaan op woningen via de Opstapregeling (zie voor een toelichting op deze regeling paragraaf 8.3), ook al is deze regeling opengesteld voor deze doelgroep. We gaan er daarom van uit dat het aantal mensen dat vanuit de opvang wil uitstromen naar een zelfstandige woning in Overbetuwe zeer gering is: we schatten deze in op 0 tot 2 mensen per jaar.
8.2 Overige aandachtsgroepen In het landelijk Programma Een Thuis voor iedereen worden, naast uitstromers uit instellingszorg, ook andere ‘aandachtsgroepen’ benoemd die het extra moeilijk hebben om aan woonruimte te komen. Twee groepen die tot nu toe in dit onderzoek nog niet aan bod zijn gekomen maar in dit kader wel relevant zijn, zijn de groepen statushouders en spoedzoekers. Dit zijn lang niet altijd mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag en in die zin horen deze groepen eigenlijk niet thuis in een woonzorganalyse. We noemen deze groepen toch in dit hoofdstuk, aangezien zij een beroep doen op dezelfde betaalbare sociale huurwoningen waar ook uitstromers behoefte aan hebben en omdat zij - net als uitstromers - vaak niet op eigen gelegenheid woonruimte kunnen vinden.
Statushouders Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen
1734.115/G | Woonzorganalyse
passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning. Deze woning kan een zelfstandige (huur)woning zijn of een gedeelde woning. De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel statushouders er in Nederland moeten worden gehuisvest. Het totaal aantal te huisvesten statushouders wordt naar rato van het aantal inwoners in de gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. Gemeenten hebben 14 weken de tijd om woonruimte te vinden. Gemiddeld duurt het momenteel langer voor ze een woning aangeboden krijgen, omdat er te weinig woningen zijn. Op grond van de Huisvestingswet 2014 zijn gemeenten verplicht om de vastgestelde taakstelling te realiseren. Provincies zien hier op toe. De taakstelling voor statushouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. Door de instroom van asielzoekers en nareizigers uit Syrië was er in 2015 en 2016 een piek in Nederland in de te huisvesten statushouders. Dit is ook terug te zien in de cijfers voor de gemeente Overbetuwe: in 2015 was de taakstelling voor de gemeente 80 en in 2016 119 te huisvesten statushouders. Tussen 2016 en 2022 fluctueerde de taakstelling van zo’n 33 (2020) tot 67 (2021).
In 2022 heeft de gemeente een taakstelling van 65 personen. In figuur 8.1 is de verwachte taakstelling van statushouders weergegeven in twee verschillende scenario’s. Het trendmatige scenario gaat uit van de gemiddelde taakstelling van de afgelopen vijf jaar; dat komt neer op zo’n 55 te huisvesten statushouders per jaar. Scenario ‘hoog’ gaat uit van een gemiddelde taakstelling die gelijk staat aan die in de hoogste 2 jaren sinds 2013. In dit scenario komen we uit op circa 100 te huisvesten statushouders per jaar.
49
Belangrijk om te vermelden is dat de huisvestingsopgave van statushouders richting de toekomst toe lastig te schatten is, omdat het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt afhankelijk is van veel factoren. Figuur 140 8.1 Taakstelling statushouders: historische ontwikkeling en prognose 119 120 100 100 100 100 100 80 80 67 65 64 66 55 55 55 55 60 44 34 33 40 30 20
0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Trendmatig
Hoog
Historie
Bron: Taakstelling huisvesting vergunninghouders; bewerking Companen
Om te bepalen hoeveel woningen er nodig zijn voor het huisvesten van statushouders, gaan we uit van een gemiddelde bezettingsgraad van 2,5 persoon per woning. De bandbreedte voor de behoefte aan woningen per jaar loopt daarmee van 22 woningen (scenario ‘trendmatig’) tot 40 woningen (scenario ‘hoog’).
Tabel 8.1: Woningbehoefte statushouders per jaar Scenario Woningbehoefte per jaar Trendmatig 22 woningen Hoog 40 woningen
Spoedzoekers Spoedzoekers zijn een diverse groep op de woningmarkt. Mensen kunnen om allerlei redenen snel behoefte hebben aan een (andere) woning. Het betreft bijvoorbeeld jongeren die niet in hun thuissituatie kunnen blijven wonen, mensen die na een relatiebreuk een nieuwe woning nodig hebben, economisch daklozen die hun woning zijn kwijtgeraakt, maar ook dak- en thuislozen die op straat of in de opvang leven. Er is daarmee ook overlap met de groep uitstroom Maatschappelijke Opvang. Om een schatting te maken van de omvang van de groep spoedzoekers, hebben we gebruik gemaakt van het regionale woningmarktonderzoek van de Groene Metropoolregio. Dit onderzoek geeft inzicht in het aantal mensen dat urgent op zoek is naar een woning in de regio. Van alle huishoudens in de regio is 36% verhuisgeneigd. Van deze verhuisgeneigde huishoudens is 14% urgent op zoek naar een woning. Dit wil zeggen dat zij actief op zoek zijn naar een woning én meteen actie ondernemen als een gewenste woning op hun pad komt. Van deze urgente woningzoekers heeft 20% 5 keer of meer actie ondernomen om aan een woning te komen. Als we deze 20% als spoedzoekers beschouwen, betreft het in de regio zo’n 4.200.
Omdat 6% van het totaal aantal huishoudens in de Groene Metropoolregio woont in Overbetuwe, verwachten we dat 6% van de totale groep spoedzoekers in de regio woonruimte zoekt in Overbetuwe; dit komt neer op zo’n 250 mensen. Een belangrijke nuance is dat dit niet per se mensen zijn met een urgent probleem: sommigen willen wel graag verhuizen, maar zijn niet direct in nood
1734.115/G | Woonzorganalyse
50
als dat niet lukt. Daarom doen we de aanname dat van deze 250 mensen een kwart – zo’n 65 mensen – een urgent probleem heeft.
Totale jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woonruimte voor aandachtsgroepen In dit hoofdstuk hebben we de behoefte aan zelfstandige woonruimte van uitstromers uit instellingen, statushouders en spoedzoekers in beeld gebracht. In onderstaande tabel brengen we de aantallen bij elkaar om tot een totaalbeeld van de behoefte aan zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding) te komen. Tabel 8.2: Totale verwachte behoefte aan reguliere woonruimte per jaar Behoefte aan zelfstandige woonruimte Doelgroep (wooneenheden) Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 4 Uitstroom Beschermd Wonen 9 Uitstroom Maatschappelijke opvang 0-2 Statushouders 22 - 40 Subtotaal 35 – 55 Spoedzoekers 65 Totaal 100 - 120
De totale vraag naar woonruimte voor mensen die zelfstandig kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding, zal in de komende jaren tussen de 100 en 120 wooneenheden per jaar liggen.
1734.115/G | Woonzorganalyse
8.3 Woningaanbod voor uitstromers Opstapregeling De gemeente Overbetuwe heeft met corporaties en zorgaanbieders afspraken gemaakt over de uitstroom vanuit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg met verblijf: de Opstapregeling. Deze regeling geldt sinds 2021. Met de Opstapregeling wordt inwoners die na verblijf in een zorginstelling niet zelf op basis van meettijd een woning kunnen vinden, een reguliere huurwoning aangeboden. Het streven is om een passende woning en woonomgeving te bieden, om er zo aan bij te dragen dat iemand gewoon mee kan doen en erbij hoort. Per jaar zijn er maximaal 8 woningen beschikbaar via deze regeling, verdeeld over drie corporaties. In 2021 zijn er 5 woningen toegewezen en in 2022 ook 5 woningen (aan 6 personen). In beide jaren zijn er geen aanvragen ingediend door uitstromers vanuit de Maatschappelijke Opvang, wel vanuit Beschermd Wonen. Het aantal aanvragen voor een woning via de Opstapregeling ligt lager dan de inschatting van het jaarlijks aantal uitstromers uit de vorige paragraaf. Kennelijk vindt een deel van de uitstromers op eigen gelegenheid woonruimte, of vertrekken mensen soms naar een andere gemeente.
Mutaties in de sociale huur Naast de Opstapregeling kunnen uitstromers via de ‘reguliere’ weg een woning vinden. In beide gevallen doen zij een beroep op vrijkomende sociale huurwoningen. Ook statushouders en spoedzoekers doen een beroep op deze woningen. Het is daarom relevant om te kijken hoeveel corporatiewoningen er op jaarbasis beschikbaar komen (muteren) in de gemeente. Tabel 8.3 laat zien hoeveel corporatiewoningen zijn vrijgekomen in het jaar 2021; dit is het meest recente jaar waarover corporaties gegevens hebben aangeleverd.
51
Tabel 8.3: Corporatiebezit, jaarlijks aantal mutaties en mutatiegraad, 2021 Aantal woningen in Mutaties Mutatiegraad Woningcorporatie bezit corporaties 2021 2021 Woningstichting 845 34 4% Heteren Woonstichting Valburg 1.141 80 7% Vivare 2.277 93 4% Totaal 4.263 207 5% Bron: Aangeleverde gegevens corporaties.
In 2021 kwamen er bij de drie corporaties samen 207 corporatiewoningen vrij. Eerder zagen we dat er jaarlijks een behoefte is aan zo’n 100 tot 120 zelfstandige wooneenheden om de uitstromers uit instellingen, statushouders en spoedzoekers te huisvesten. Bij een gelijkblijvend aantal vrijkomende corporatiewoningen per jaar, betekent dit dat ruim de helft van deze woningen nodig zijn om de aandachtsgroepen te kunnen huisvesten. Het is dus een forse opgave; zeker als we bedenken dat de meeste aandachtsgroepen aangewezen zijn op de schaarse huurwoningen in de goedkoopste prijsklassen. De gemeente zet in op het toevoegen van flexwoningen, om zo het aanbod aan betaalbare woonruimte voor mensen uit aandachtsgroepen én regulier woningzoekenden snel uit te breiden. De gemeente is van plan tot 2025 minimaal 150 flexwoningen toe te voegen. In 2022 zijn 20 van deze flexwoningen gerealiseerd.
1734.115/G | Woonzorganalyse
52
9 Aandachtspunten voor de visie De gemeente Overbetuwe wil samen met ketenpartners een visie op wonen, welzijn en zorg opstellen. Dit hoofdstuk bevat aandachtspunten voor die visie, gebaseerd op de gesprekken die we in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd met medewerkers van de gemeente en stakeholders, én op vergelijkbare trajecten elders in het land.
• • • •
Beschikbaarheid van zorg voor wie dat nodig heeft • •
Passende huisvesting is niet genoeg om inwoners met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in Overbetuwe. De komende jaren zullen personeelstekorten in de zorg groeien. Ook de woonomgeving vraagt aandacht: deze moet toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, en bij voorkeur ook uitnodigen tot ontmoeten en bewegen. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente Overbetuwe samen met haar partners wil opstellen. Deze zijn gebaseerd op de gesprekken die we in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd met medewerkers van de gemeente en stakeholders, én op vergelijkbare trajecten elders in het land. Een aantal aandachtspunten betreft een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld ouderen), andere zijn meer algemeen van aard. Hieronder zetten we de belangrijkste punten op een rij.
Passende woonvormen voor verschillende groepen • • •
Aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’. Betaalbare woningen voor aandachtsgroepen. Voorlichting over de mogelijkheden voor woningaanpassingen.
1734.115/G | Woonzorganalyse
Stimuleren van doorstroming naar een geschikte, al dan niet geclusterde woning. Diversiteit aan woonconcepten die aansluiten bij de vraag. Gerichte woningtoewijzing van geschikte en aangepaste woningen. Heldere eisen voor nieuwbouw (toegankelijkheid en voorzieningen).
•
•
•
Clustering van woonzorgvoorzieningen/ ouderenhuisvesting ten behoeve van efficiënte zorgverlening. Inzet van zorgtechnologie om zorgverleners te ontlasten en de zelfredzaamheid van mensen met een zorgvraag te vergroten. Versterken samenwerking tussen zorgaanbieders om expertise te bundelen en personeel efficiënter in te kunnen zetten (bijvoorbeeld door zorg in de nachtelijke uren te bundelen). Zorgen voor aanbod aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen - bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen of om de mantelzorger op adem te laten komen (respijtzorg). Zorgen voor aanbod aan ambulante begeleiding voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking, met aandacht voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.
Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ •
‘Omzien naar elkaar’ begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning en gerichte inzet op gemeenschapsvorming.
53
•
•
• •
Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. De mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per dorp en wijk. De vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, is daarmee een kwestie van maatwerk. Ruimte bieden aan burgerinitiatieven voor zorgzame buurten. Aandacht voor mantelzorgondersteuning zodat mantelzorgers niet overbelast raken (advies, lotgenotencontact, respijtzorg, logeerzorg, woonvormen die mantelzorg mogelijk maken).
Een geschikte woonomgeving • • •
Inrichting van de openbare ruimte, die toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking en uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Spreiding van voorzieningen en aandacht voor ‘mobiliteit’ voor inwoners die verder van voorzieningen wonen. De juiste woning op de juiste plek: zoeken naar passende locaties voor huisvesting voor mensen met een zorgvraag, rekening houdend met de draagkracht van de wijk of buurt..
1734.115/G | Woonzorganalyse
54
Bijlage 1: Aanbodoverzicht Ouderen Aantal plekken en wooneenheden in woonzorgcentra en geclusterd wonen voor ouderen (Zorg)aanbieder ATTENT Zorg en Behandeling Bontekoe De Loohof Herbergier Pleyade Stichting Samen Zorgen Stichting Samen Zorgen Artemis Artemis Woonstichting Valburg Woningstichting Heteren Vivare Schatting op basis van CBS-microdata Totaal
Locatie Tertzio Zorgcentrum Bontekoe De Loohof Herbergier Elst Prinses Irenestraat Liefkenshoek Andalhof Andelst Het Witte Huis Verschillende locaties Verschillende locaties Verschillende locaties
Plaats Elst Elst Zetten Elst Elst Heteren Andelst Andelst Zetten Zetten, Heteren, Herveld, Valburg Driel, Randwijk, Heteren, Zetten Elst-Noord, Elst-Zuid
Woonzorgcentrum somatiek (SOM) 47 13