24-02-20.09 Visie wonen, welzijn en zorg Ovebetuwe 2030
Tekst van het document
Huisvesting
Ambitie tot 2030
Toelichting
Sociale huurwoningen*
758 Er zijn nu 473 sociale huurwoningen in woningbouwplannen in voorbereiding. Deze woningen zijn voor zowel reguliere woningzoekenden, als aandachtsgroepen.
Flexwoningen
130 Deel sociale huur, deel middenhuur. Geschikt voor een mix aan doelgroepen.
Totaal
880
*Dit is de totale nieuwopgave voor de sociale huur. Een groot deel van de nieuwbouw is ook levensloopgeschikt.
Overige woonzorginitiatieven Tot slot zijn ook andere woonvormen nodig, met name plekken waar mensen zelfstandig kunnen wonen en ambulante begeleiding kunnen ontvangen. Er is vooral behoefte aan extra woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid. Daarbij vraagt de integratie in de buurt en begeleiding naar een zinvolle dagbesteding extra aandacht. Huisvesting Beschermd wonen (intramuraal, Wlz of Wmo gefinancierd)
Ambitie tot 2030 Geen uitbreiding. In het nog op te stellen Uitvoeringsplan voor Beschermd Wonen wordt het minimale benodigd aantal BW-plekken bepaald.*
Toelichting Transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Het aantal plekken voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang wordt de komende jaren afgeschaald. Op dit moment zijn er ca. 70 plekken voor Beschermd Wonen. Dit worden op langere termijn grotendeels plekken voor Beschermd Thuis.
26
Begeleid, al dan niet geclusterd, wonen (extramuraal, Wmo gefinancierd)
Plekken voor mensen met een lichamelijke beperking (Wlz gefinancierd)
70* Door de afschaling van Beschermd Wonen en opvangvoorzieningen zijn er meer reguliere betaalbare woningen nodig, waar mensen ambulante begeleiding kunnen ontvangen. Het gaat met name om sociale huur. Geen uitbreiding. Geen stijging van de vraag verwacht. Huidige aanbod voldoet.
Plekken voor mensen met een verstandelijke beperking (Wlz gefinancierd)
+30 Met name vraag naar geclusterd of gespikkeld wonen.
Geclusterd wonen voor kwetsbare jongeren
+5 Het gaat hier om tussenvormen, zoals kamertrainingstrajecten. Gemiddelde verblijfsduur is ca. 2 jaar. Er is nu geen aanbod in Overbetuwe.
*Naar verwachting is het Lokale Uitvoeringsplan voor Beschermd Wonen begin 2024 gereed.
Doorstroming Doordat er te weinig passend woningaanbod is voor ouderen én omdat de verhuisgeneigdheid onder ouderen laag is, is er weinig doorstroming op de woningmarkt. Veel ouderen stellen de beslissing om te verhuizen lang uit en soms ontstaan hierdoor schrijnende situaties. Daarom is nog meer bewustwording onder ouderen nodig, zodat zij zelf tijdig nadenken over hoe zij willen wonen als zij minder mobiel of zorgbehoevend worden en daar ook actie op ondernemen. Onder andere door inzet van tien vrijwillige woonadviseurs en een verhuissubsidie van de provincie wordt geprobeerd om de doorstroming van mensen naar een meer passende woning te stimuleren. Aanpassen bestaande woningen Voor veel ouderen is het belangrijk dat zij in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, omdat daar hun sociale netwerk is. Verhuizen naar een meer passende woning kan dan in theorie misschien beter zijn, maar kan in de praktijk juist leiden tot meer eenzaamheid of een formele zorgvraag omdat het sociale netwerk in de nieuwe omgeving ontbreekt. Naast de inzet op doorstroming blijft daarom ook het aanpassen van de bestaande woningvoorraad essentieel. Op dit moment is ca. 7 procent van de totale woningvoorraad in Overbetuwe geschikt en is bijna de helft geschikt te maken. De meeste kansen voor aanpassing liggen in de koopvoorraad, omdat dit vaak ruimere woningen zijn.
Een deel van de bestaande woningvoorraad is niet - of alleen tegen hoge kosten geschikt te maken. Dit geldt vooral voor een deel van de sociale huurvoorraad en relatief kleine koopwoningen uit de jaren ’50, ’60 en ‘70 (Companen, 2023). De interactieve kaart laat het aandeel zien van 65-plussers dat woont in een geschikte, potentieel geschikte of niet-geschikte woning, zie: www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseoverbetuwe.
27
Figuur: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom
Bron: WOZ-registratie gemeente Overbetuwe, bewerkt door Companen (2022).
Actielijnen: waar zetten we op in? Op basis van de Woonagenda 2025 en de regionale afspraken uit de Woondeal 2.0 werken we samen met onze partners aan de opgaven op de woningmarkt, zoals het uitbreiden van het woningaanbod en het stimuleren van doorstroming. Onderstaande actielijnen zijn een nadere uitwerking als het gaat om wonen en zorg. Wanneer het gaat om uitbreiding van het woon(zorg)aanbod, vormen de aantallen uit de tabellen hierboven het uitgangspunt. We streven daarbij naar een goede spreiding van het aanbod over de gemeente en blijven de vraagontwikkeling de komende jaren volgen. Uitbreiding woon(zorg)aanbod • Sturen op voldoende nieuwbouw van levensloopgeschikLevensloopgeschikte of te woningen en geclusterde woonvormen voor ouderen. nultredenwoning: • We streven naar aantrekkelijk aanbod en een goede mix Een woning waarbij alle primaire (koop/ huur, grondgebonden/ appartement) voor ouderen ruimten (woonkamer, keuken, toilet, in alle kernen, dichtbij voorzieningen en vooral in het slaapkamer en badkamer) op één betaalbare segment13. Dit doen we onder andere door bouwlaag liggen. aan de voorkant heldere eisen te stellen bij nieuwbouwplannen qua gewenste woningtypes en dit mee te nemen bij de actualisatie van het streefprogramma voor de gemeente en de prioriteringsmethodiek om plannen te beoordelen.
Ook maken we prestatieafspraken met de woningcorporaties en leggen we afspraken met ontwikkelende partijen vast in anterieure overeenkomsten. Indien nodig zetten we (faciliterend) grondbeleid in als middel om gewenste maatschappelijke doelstellingen te realiseren. • Sturen op het realiseren van voldoende betaalbare (kleinere) woningen voor o.a. de aandachtsgroepen, waarbij het zwaartepunt ligt in de sociale huur. Het gaat hierbij onder andere om kleine studio’s/ wooneenheden voor mensen die bijvoorbeeld uitstromen uit een jeugdzorginstelling of beschermd wonen. De focus ligt vooral op zelfstandig wonen met ambulante zorg en begeleiding en minder op het creëren van extra intramurale verblijfsplekken. Dit is onderwerp van de gesprekken met zorgpartijen en woningcorporaties. • Faciliteren van initiatieven voor (geclusterde) zorggeschikte woningen voor ouderen waar de zorg extramuraal wordt geleverd. Het gaat met name om woonvormen die geschikt zijn voor mensen met dementie. We vinden het belangrijk dat mensen zoveel mogelijk in hun eigen dorp of nabije omgeving terecht kunnen. Dit is onderwerp van het gesprek met woningcorporaties en zorgpartijen.
13
We sluiten hierbij aan bij de definitie van ‘betaalbaar’, zoals die wordt gehanteerd in de Woondeal 2.0.
28
•
•
•
•
Ruimte bieden aan nieuwe woonzorginitiatieven die aansluiten bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van onze inwoners. De aantallen uit de tabel hierboven zijn hiervoor het uitgangspunt. We stellen afwegingscriteria op om nieuwe woonzorginitiatieven zorgvuldig en eenduidig te kunnen beoordelen. Daar waar het gaat om een relatief kleine en specifieke behoefte, is dit maatwerk. Stimuleren en faciliteren van andere/ collectieve woonvormen, om aan te sluiten bij de behoefte en initiatieven van inwoners zelf om samen te wonen. Voorbeelden zijn ‘hofjeswonen’ of gemengde woonvormen waar jongeren en ouderen samen zelfstandig wonen en iets voor elkaar kunnen betekenen. We doen dit onder andere door het actief verbinden van vraag en aanbod (matchmaking) en het uitdagen van marktpartijen om ruimte te bieden aan dit soort initiatieven. Zie ook hoofdstuk 6. Onderzoeken of en zo ja, onder welke voorwaarden we het plaatsen van tijdelijke of pre-mantelzorgwoningen mogelijk kunnen maken, zodat de informele zorg en ondersteuning zo dichtbij mogelijk is. Dit wordt gekoppeld aan de evaluatie van het beleid voor mantelzorgwoningen. Onderzoeken van de mogelijkheden om bestaand (leegstaand) vastgoed in te zetten als zogenaamd ‘pauzehuis’, waar spoedzoekers tijdelijk huisvesting kunnen vinden.
Stimuleren doorstroming • Vergroten van bewustwording bij ouderen om tijdig na te denken over hun woonsituatie: is hun woning aan te passen, is er een sociaal netwerk in de nabijheid of is het beter om te verhuizen naar een woning en omgeving die beter bij hun levensfase past? We willen daarbij ouderen waar nodig ondersteunen en ontzorgen om daadwerkelijk een stap te zetten. Hiervoor werken wij gezamenlijk met de woningcorporaties en maatschappelijke partners aan een integraal pakket aan maatregelen en concrete initiatieven, zoals het project Woonadviseur. • Gerichte woningtoewijzing van levensloopgeschikte en/of aangepaste sociale huurwoningen. Dit gebeurt via de Huisvestingsverordening. Voor koopwoningen en de vrije sectorhuur kunnen we hier niet op sturen. In de praktijk zien we dat het realiseren van kwalitatief goed aanbod voor ouderen leidt tot doorstroming. Aanpassen bestaande woningvoorraad Binnen het project “Woonadviseur” • Levensloopgeschikt maken van bestaande woningen, werken de drie woningcorporaties, zowel in de koop als (sociale) huur. Forte Welzijn en gemeente samen We streven ernaar dat 20% van de bestaande voorraad om ouderen te adviseren bij het in 2030 levensloopgeschikt is (gemaakt)14. Eigenaren aanpassen van de woning of hulp te zijn primair zelf verantwoordelijk voor het aanpassen bieden bij het doorstromen naar een van de woning.
We maken onder andere afspraken met andere geschikte woning. Met de de woningcorporaties en zetten voor ondersteuning van inzet van vrijwillige woonadviseurs particulieren de Woonadviseurs en Toekomstbestendig krijgt de doelgroep bezoek aan huis wonen lening in. en persoonlijk woonadvies op maat. • Ruimte bieden aan woningsplitsing en woningdelen. Woningsplitsing is binnen het huidige beleid – onder voorwaarden - al mogelijk. Met woningdelen worden in de sociale huur de eerste ervaringen opgedaan. • Transformatie van bestaande seniorencomplexen tot geclusterde woonconcepten, met daarbij aandacht voor het creëren van een ontmoetingsruimte en/of door te werken aan de nabijheid en beschikbaarheid van zorg en ondersteuning via de vorming van bijvoorbeeld woonservicegebieden.
14
Als het gaat om het levensloopgeschikt maken van een bestaande woning hanteren we conform de Huisvestingsverordening
de volgende definitie: alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) liggen op één bouwlaag of zijn onderling verbonden door een veilige trap. Tevens moet de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen.
29
Wat vinden we belangrijk in de uitvoering? De locatie van een woonzorginitiatief moet passen bij de behoeften en mogelijkheden van de doelgroep, bijvoorbeeld als het gaat om de nabijheid van huisarts, openbaar vervoer en/of dagbesteding. Niet voor iedere persoon is een centrumlocatie de meest geschikte plek; sommige mensen hebben juist baat bij een rustige prikkelarme omgeving. Dit is maatwerk per doelgroep. Het aanbod van wonen met zorg is primair gericht op de vraag van inwoners van onze eigen gemeente en secundair van omliggende gemeenten. We streven naar een evenwichtige spreiding van woonzorgaanbod over de gemeente en over de regio, zodat inwoners zoveel mogelijk op de plek kunnen (blijven) wonen waar ze binding mee hebben en concentratie van kwetsbare groepen in wijken wordt voorkomen.
5.4
Vitale leefomgeving
Een vitale leefomgeving is groen, overzichtelijk, toegankelijk en veilig. Zo’n omgeving stimuleert de gezondheid en bevordert beweging en ontmoeting tussen buurtbewoners. Uit onderzoek blijkt dat mensen die in een groene omgeving wonen, minder vaak last hebben van hart- en vaatziekten, overgewicht of diabetes. Ook hebben ze vaak een betere mentale gezondheid. Ook blijkt dat kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een chronische ziekte, gevoeliger zijn voor de inrichting van de leefomgeving. We willen daarom een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden. Vanaf 2024 is de Omgevingswet van kracht. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om het beleid en de aanpak voor een gezonde leefomgeving steviger te verankeren. Het geeft daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk. In de nieuwe Omgevingsvisie en het omgevingsplan wordt het thema ‘gezondheid’ expliciet meegenomen. Dit betekent dat gezondheid op lokaal niveau meer aandacht krijgt in de ruimtelijke afwegingen. Veilig, toegankelijk en groen Mensen met een beperking ervaren vaak belemmeringen in hun woonomgeving. Het gaat bijvoorbeeld om ouderen die slecht ter been zijn, maar ook om jongere inwoners met een fysieke, psychosociale of visuele beperking.
De groep mensen met een mobiliteitsbeperking groeit de komende jaren sterk, terwijl de openbare ruimte hier nog niet voldoende op is ingericht. Denk aan bredere stoepen en toegankelijke routes voor mensen met een rollator of rolstoel, maar ook aan speciale overzichtelijke looproutes voor mensen met dementie. In het gemeentelijk beleid en de onderhoudsplanning voor de openbare ruimte is ‘gezondheid’ een van de speerpunten. We willen bijdragen aan een gezonde en inclusieve openbare ruimte. Dat betekent dat alle gebruikers zich goed moeten kunnen verplaatsen en dat routes veilig en toegankelijk zijn. Aandachtspunten daarbij zijn onder andere: voldoende ruimte, obstakelvrij, voldoende contrast en voldoende oriëntatiemogelijkheden. Daarnaast vinden we het belangrijk dat voor iedereen voldoende ‘groene plekken’ vanuit huis bereikbaar zijn. Het gaat hierbij om betekenisvol groen met voldoende kwaliteit en diversiteit. Het moet aansluiten op de behoeften van de gebruikers (zowel jong als oud) en uitnodigen tot beweging en ontmoeting. We zetten in op zo veel mogelijk sport- en (natuurlijke) speelaanleidingen en het aanleggen van beweegrondes. Het creëren van groene plekken om te bewegen, ontspannen en ontmoeten;
15
Voor nieuwe woonwijken geldt een landelijke norm van 75 m² groen per woning. Bij inbreidingslocaties mag de bestaande op-
pervlakte groen in principe niet worden verkleind en geldt een minimale oppervlakte openbaar groen van 63 m² per woning.
30
daar is ruimte voor nodig. En die ruimte is schaars in Nederland. Toch kunnen de woningbouwopgave en transities op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat juist een aanjager zijn om de omgeving (verder) te vergroenen. Zo wordt woningbouw steeds meer gecombineerd met klimaatadaptatie, vergroten van de biodiversiteit en natuurinclusief bouwen. Ook het vervangen van infrastructuur zoals riolering of verzwaring van het energienet kunnen kansen bieden om de omgeving te vergroenen. Deze kansen worden zoveel mogelijk benut. Er zijn landelijke richtlijnen om te werken aan een gezonde en groene leefomgeving, maar het blijft ook lokaal maatwerk. We vinden het belangrijk om inwoners en organisaties in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken. Door een grotere betrokkenheid van inwoners wordt de sociale binding verstevigd en kunnen we tot kwalitatief betere plannen komen. We omarmen actief burgerschap en doen een beroep op de inbreng en creativiteit van inwoners voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Tegelijkertijd kunnen we niet op alle plekken tegelijk aan de slag, gelet op de beschikbaarheid van menskracht en middelen. Het is dan ook een lange termijnaanpak. Bereikbaarheid van voorzieningen Voor ouderen en andere aandachtsgroepen is ook de bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen van belang, zoals huisarts, openbaar vervoer en supermarkt.
De vraag is, als voorzieningen niet dicht bij de woning zijn, kan een inwoner hier dan toch komen? Voor nieuwbouw die is gericht op mensen met een zorgvraag verdienen locaties dicht bij voorzieningen de voorkeur, vanuit het oogpunt van ‘meedoen’ en het versterken van zelfredzaamheid. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van de woonzorganalyse (Companen, 2023) biedt hiervoor een praktisch handvat. Hierop staan de relevante voorzieningen en woonzorglocaties. Er is onder andere te zien dat in Elst-Noord een groot aandeel ouderen woont en in deze wijk ook veel voorzieningen aanwezig zijn. In sommige andere kernen is het aandeel ouderen ook relatief hoog, maar zijn juist minder voorzieningen aanwezig. De interactieve kaart is te raadplegen via: www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseoverbetuwe. Actielijnen: waar zetten we op in? Onderstaande actielijnen komen voort uit het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte, de Integrale Planning Openbare Ruimte en het Programma Duurzaamheid van de gemeente Overbetuwe. Veilig, toegankelijk en groen • Bij de planuitwerking van woningbouwprojecten moet onder andere rekening worden gehouden met de aspecten ‘gezondheid’ en ‘veiligheid’. De kwalitatieve ontwerpeisen zijn vastgelegd in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (2023).
Voor het minimale oppervlakte groen per woning wordt aangesloten bij de landelijke normering15. • We werken aan inclusieve openbare ruimten door ouderen en mensen met een beperking te faciliteren via ontmoetingsplekken, voldoende zitplekken langs belangrijke wandelroutes en met veilige en comfortabele wandelpaden. • Voor zes kernen stellen we de komende vier jaar per kern een plan op voor de realisatie van de ambities in combinatie met vervanging van openbaar groen en meekoppelkansen op het gebied van o.a. wegen, spelen, gezondheid, verlichting en water. • In het kader van het Programma Duurzaamheid realiseren we in een kern een groen icoonproject als voorbeeld voor andere kernen. We stimuleren daarnaast een duurzame woonomgeving met kleinere ingrepen, zoals het gebruik van regentonnen, het inruilen van tegels voor groen en het ophangen van nestkastjes. • We zetten in op het realiseren van ambities ten aanzien van klimaatadaptatie en een gezondere leefomgeving bij investeringen en vervangingen en werken daarbij met duurzame materialen. Per wijk, buurt of straat streven we naar een samenhangende gebiedseigen inrichting.
31
•
We werken aan kwalitatieve dorpsraden en landschapszones, zoals Park Lingezegen, De Danenberg, Knoop 38, Boven Linge, uitbreiding Park Lingezegen en de verbinding met de Veluwe. Zo kunnen inwoners dichtbij huis recreëren.
Bereikbaarheid voorzieningen • We zetten in op een evenwichtige spreiding van maatschappelijke voorzieningen over alle kernen en hebben extra aandacht voor de bereikbaarheid ervan voor kwetsbare inwoners.
Wat vinden we belangrijk in de uitvoering? We willen de leefomgeving duurzaam, toegankelijk en overzichtelijk maken én houden. De behoefte van de (toekomstige) gebruikers staat centraal. De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeting en beweging en goed toegankelijk zijn voor alle mensen. We zoeken de samenwerking met inwoners en partijen om koppelkansen te benutten.
32
6. Samenwerking en uitvoering De gemeente heeft in dit dossier de rol van regisseur, aanjager en verbinder, maar is in de meeste gevallen zelf niet de uitvoerende partij. Voor de uitvoering van de woonzorgvisie hebben we onze partners dan ook hard nodig. De belangrijkste partners hierin zijn: woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen, zorgverzekeraars en zorgkantoor, ontwikkelaars, bouwers en bewoners(organisaties). Samenwerking vraagt om wederzijds vertrouwen, zodat partijen open en transparant met elkaar durven te communiceren over hun mogelijkheden en ambities en elkaar kunnen versterken. Rond bepaalde thema’s en projecten wordt er lokaal én regionaal al veel samengewerkt. Op basis van de woonzorgvisie bouwen we de samenwerking de komende jaren verder uit. Rol gemeente Bij de uitwerking van de woonzorgvisie heeft de gemeente verschillende rollen, onder andere: • Aanjagen en verbinden van initiatieven op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg • Faciliteren en ondersteunen van bewonersinitiatieven • Organiseren kennisdeling en uitwisselen best practices • Sturen op het gewenste woningbouwprogramma • Opdrachtgever voor opbouwwerk en welzijnswerk • Inkoop van zorg (op basis van de Wmo) • Regie op de uitvoering: coördinatie en bewaken voortgang (monitoring) Uitvoering Om uitvoering te geven aan de visie werken we intensief samen met woonzorgpartijen en woningcorporaties.
Na vaststelling van de visie Wonen, welzijn en zorg 2030 werken we deze uit in concrete activiteiten en afspraken. We gebruiken hiervoor zoveel mogelijk de bestaande afsprakenkaders (bijvoorbeeld de prestatieafspraken), overlegstructuren en trajecten die – zowel lokaal als regionaal - reeds in gang zijn gezet (bijvoorbeeld in het kader van IZA). Vanuit onze regierol zoeken we continu de samenwerking met betrokken partijen en inwoners om activiteiten en investeringen in het fysieke en sociale domein nog beter met elkaar te verbinden. Samenwerking gedijt bij vertrouwen - en vertrouwen groeit met successen. Naast activiteiten die op de langere termijn bijdragen aan de ambities van de visie, zetten we daarom ook in op haalbare acties die op korte termijn resultaat opleveren. Met woningcorporaties en huurdersverenigingen leggen we deze vast in de jaarlijkse prestatieafspraken. Afwegingscriteria Op basis van deze woonzorgvisie stelt de gemeente afwegingscriteria op om nieuwe woonzorginitiatieven te beoordelen. We willen nieuwe initiatieven stimuleren en faciliteren, maar ook een goede afweging maken: voor wie, wat en waar? We streven naar de juiste woningen voor de juiste doelgroep op de juiste plek.
Bij de afweging wordt onder andere gekeken of het initiatief voldoende aansluit bij de (lokale) behoefte, of de locatie en omgeving geschikt is voor de betreffende doelgroep en of de zorg die geleverd wordt toekomstbestendig is. De eerste beoordeling van nieuwe woonzorginitiatieven wordt gedaan door het sociaal domein. Bij een positief advies krijgt dit een vervolg in het ruimtelijke spoor. Het initiatief wordt dan behandeld in de ambtelijke regiekamer waar verschillende (ruimtelijke) disciplines het plan beoordelen en integraal afwegen.
33
Participatie Ook willen we onze inwoners betrekken en doen dit onder andere via de dorpsagenda’s en de actualisatie van de Omgevingsvisie. We bieden zoveel mogelijk ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving en faciliteren deze waar nodig. Dit is maatwerk per dorp. We sluiten aan bij de werkwijze die de gemeente heeft ingezet met het programma ‘Participatiecultuur’. Monitoring en evaluatie De gemeente bewaakt de voortgang van de acties die voortvloeien uit de woonzorgvisie in relatie tot de ambities. Halverwege de looptijd van de visie vindt een evaluatie plaats. Daarnaast gaat de gemeente jaarlijks in gesprek met zorg- en welzijnsorganisaties en woningcorporaties over de ontwikkeling van vraag en aanbod. Indien nodig kunnen we op basis van monitoring en evaluatie tijdig bijsturen in het beleid of de uitvoering. Borging De woonzorgvisie verbindt de opgaven in het fysieke en sociale domein en de partijen die hier aan werken. Om als gemeente de voortgang op dit dossier te volgen en op onderdelen regie te kunnen pakken, is een goed samenspel tussen het fysieke en sociale domein, heldere organisatorische inbedding en programmatische aanpak essentieel. Bij de verdere uitwerking onderzoeken we of er nog belangrijke schakels ontbreken in de huidige organisatie en samenwerkingsstructuur met betrokken partijen.
We willen kennis en ervaringen uitwisselen en blijven bouwen aan de samenwerking en het onderlinge vertrouwen tussen partijen in het veld. Daarom organiseren we in het kader van wonen, welzijn en zorg in ieder geval een keer per jaar een bijeenkomst met alle relevante stakeholders. Kennisdeling, afstemming, verbinding en het delen van de ontwikkelingen in vraag en aanbod staan hierbij centraal.
34
Bijlage 1. Lokale kaders Overzicht van lokale kaders • Coalitieprogramma op hoofdlijnen Gemeente Overbetuwe 2022 - 2026 Samen aan zet! • Uitvoeringsprogramma 2022-2026. • Beleidsplan Sociaal Domein Overbetuwe 2020-2025; ‘Een sterke sociale basis in Overbetuwe’. • Visie en ontwikkeling Armoedebeleid Overbetuwe 2019-2022. • Uitvoeringsnotitie, Publieke Gezondheid Volwassen en Ouderen Overbetuwe (2018). • Sport- en beweegnota (2021-2025). • Mantelzorgbeleid 2022-2025. • Preventieakkoord Overbetuwe; Gezond Overbetuwe doen we samen! (2021). • Verstevigen verbinding Sociaal Team en de eerstelijnszorg in de gemeente Overbetuwe (2021). • Woonagenda 2025. • Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe (2021). • Interactievisie (2020). • Uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie. • Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (2023). Woonagenda 2025 In de Woonagenda Overbetuwe 2025 hebben we al voorgesorteerd op een visie wonen, zorg en welzijn. In hoofdstuk 5 van de Woonagenda (bijzondere doelgroepen) en hoofdstuk 6 (wonen en zorg) worden de gemeentelijke ambities in hoofdlijnen weergegeven, waaronder: • Inwoners met een zorgvraag moeten - op de plek waar zij een (sociale) binding mee hebben - zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dit geldt voor ouderen, maar ook voor andere doelgroepen.
We zetten ons in voor kernen waar iedereen kan wonen, zonder en met een zorgvraag. • We zetten actief in op het in stand houden of creëren van mogelijkheden voor ontmoeting. • Er is aandacht voor nieuwe vormen van groepswonen. Uitgangspunt is daarbij dat ‘(bijzondere) doelgroepen’ niet geconcentreerd worden. Diversiteit aan woningtypen/-segmenten en bevolkingsopbouw in de wijken is het uitgangspunt. Beleidsplan Sociaal Domein In het Beleidsplan Sociaal Domein zijn verschillende ambities opgenomen. We streven onder andere naar: • Inwoners hebben zorg voor elkaar. Het welzijn van inwoners is een verantwoordelijkheid van de hele samenleving, het collectief. Evenals het signaleren van mogelijke zorgen. Daar waar inwoners zelf of als collectief hun ondersteuning kunnen organiseren, faciliteren we dit. • Inwoners voelen zich vitaal, iedereen telt en doet mee. Individuele inwoners van Overbetuwe zijn vitaal, veerkrachtig, en in staat te participeren en mee te doen in de samenleving, naar vermogen. • Ondersteuning is passend en nabij, voor jong en oud. Vrijwilligers en beroepskrachten werken samen en zijn aanwezig in de leefomgeving van de inwoner: in de buurt, op school, etc. De geboden ondersteuning is laagdrempelig, passend, zoveel mogelijk indicatievrij en sluit aan op de vraag van onze inwoners. • Voorzieningen en ondersteuning zijn betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed.
Informatie is duidelijk. • Inwoners hebben mogelijkheden zichzelf te ontplooien (m.n. jeugd). Inwoners zijn in staat om hun talenten te ontwikkelen, mee te doen en verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en de omgeving.
35
•
Inwoners zijn tevreden met hun (fysieke) leefomgeving. Inwoners hebben een prettige leefomgeving met voorzieningen die passen bij de behoefte.
Visie op Gezondheid De Visie op Gezondheid stelt als ambitie dat alle inwoners van Overbetuwe dezelfde mogelijkheden krijgen om veerkrachtig en zo gezond mogelijk op te groeien, te leven en vitaal ouder te worden. Daarbij wordt ingezet op: • Gezondheid in fysieke en sociale leefomgeving. • Verkleinen gezondheidsachterstanden; gezonde en kansrijke start. • Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid. • Versterken van de sociale basis. • Gezonde leefstijl. • Vitaal ouder worden. • Regionale Preventie structuur.
36
Bijlage 2. Definitielijst • • •
• • • • • • • • • • •
BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijk¬waardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Levensloopgeschikte woning: een zelfstandige woning die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken is) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in het geval fysieke beperkingen of chronische ziekten van bewoners. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deel¬verstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). Respijtzorg: tijdelijk overdragen van mantelzorg, zodat mantelzorgers op adem kunnen komen Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud. SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige zorg Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning Zvw: Zorgverzekeringswet
Woonvormen Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • Woonzorgcentrum: Wooneenheden in een verpleeghuis of een woonzorg¬centrum, bedoeld voor mensen met een Wlz-indicatie. • Geclusterd wonen voor ouderen: Een levensloopgeschikte woning in een woonvorm met 5 of meer wooneenheden. Het gaat om zelfstandige woningen waar mensen zonder zorgindicatie mogen wonen. Binnen geclusterd wonen onderscheiden we verschillende typen: – Seniorencomplex: traditioneel appartementencomplex voor senioren. – Serviceflat: appartementencomplex met hoog aantal (verplicht af te nemen) diensten m.b.t comfort en ondersteuning. – Aanleunwoning (app): Woningen in de nabijheid van een woonzorgcentrum, alleen toegankelijk voor mensen die zorg aan huis nodig hebben (Zvw- of VPT-indicatie (wlz) is vereist). – Levensloopbestendige woningen (grondgebonden): Traditionele kleine rijwoningen die geschikt zijn voor ouderen. – Luxe levensloopbestendige appartementen: Modern appartementen¬complex op privaat terrein, met uitgebreide buitenruimte rondom het complex. – Hofjeswonen (grondgebonden/appartement): Cluster van kleine woningen/¬appartementen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats of entree. • Reguliere woning: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen.
• Geschikte woning: reguliere woning die geschikt is voor ouderen of andere zorg¬vragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is drempelloos, alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder trap¬lopen bereikbaar. Ook is de woning zonder traplopen bereikbaar (extern toe¬gankelijk).
37
•
• •
•
•
Potentieel geschikte woning: reguliere woning die relatief gemakkelijk geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking door een woningaanpassing, zoals een traplift of een aangepaste badkamer. Niet-geschikte woning: reguliere woning die alleen bij een ingrijpende renovatie geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Een (levensloopgeschikte) rollatorgeschikte woning (volgens de definitie in de Huisvestingsverordening Overbetuwe), voldoet aan de volgende criteria: o Woonruimte die geschikt is voor een bewoners met een fysieke woningbeperking o Goed bereikbare entree o Gelijkvloerse woning of traplift (alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar) o Ruime deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rollator Een rolstoelgeschikte woning (volgens de definitie in de Huisvestings¬verordening Overbetuwe), voldoet naast de criteria voor rollator¬geschikte woningen ook aan de volgende criteria: o Volledig woonprogramma is gelijkvloers o Rolstoelgeschikte deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rolstoel o Kookruimte geschikt voor rolstoel (onderrijdbaar aanrechtblad en werkblad) Zorggeschikte woning: (geclusterde) woning die toegankelijk is en voorzieningen heeft
waardoor verpleegzorg geboden kan worden.
Mensen met een verstandelijke beperking of met een psychiatrische aandoening • Geclusterd wonen: Woonvorm waarbij de bewoner een eigen apparte¬ment of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetings¬ruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleiding 24-uur aanwezig kan zijn of 24uur oproepbaar is. • Groepswonen: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners. • Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabij¬heid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden. Kwetsbare jongeren • Geclusterd wonen met begeleiding: Doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamer¬trainings¬¬¬centra of fasehuizen.
Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481
info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl