24-01-09 Schriftelijke inbreng MalleMolensMiddenBetuwe
Tekst van het document
Schriftelijke voorbereiding Ronde Tafel Conferentie (RTC) 9 januari 2024. Brief van MalleMolensMiddenBetuwe Secretaris Niek Borsboom MMMB@use.startmail.com Brief aan Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe en Leden van de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe Via de Griffier d.d. 24-12-2023
1. Onduidelijkheden 1.1.
Informatiememo Raad van 24-10-2023.
Wij hebben de memo gelezen en maar voor een deel begrepen. • • •
•
De nota gaat er kennelijk van uit, dat er gewerkt wordt aan een RES 2.0. Inmiddels is ons ter ore gekomen, dat het proces rond RES 2.0 is stilgelegd. Welke invloed het Wespendief beleid (huidig of aangepast) heeft op de te realiseren windparken en de geluidsbelasting voor de omwonenden is geheel onduidelijk. De notie geeft ook aan wat het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving op hoofdlijnen omhelst. En wanneer de nieuwe regels ingaan (medio 2024). Vanuit de hoek van deskundigen (met name deskundigen op het valk van geluid en veiligheid) wordt gesteld, dat de voorgestelde normen volstrekt onvoldoende zijn en dat een aantal aspecten in het geheel niet in overweging is genomen. Ten aanzien van het zoekgebied Midden Betuwe wordt met geen woord gerept over de in het concept planMER aangegeven criteria voor verantwoorde zoekgebieden. Het is in het geheel niet duidelijk of het tot nu toe gehanteerde zoekgebied gebaseerd is op objectieve criteria. Zoals die gepresenteerd zijn in het planMER voor RES 2.0. De wat meer ervaren raadsleden weten ook wel, dat het huidige zogenaamde zoekgebied het gevolg is van druk van initiatiefnemers en niet van een geobjectiveerde keuze. Immers de keuze werd uitsluitend bepaald door financiële motieven en hield geen enkele rekening met de belangen van de omwonenden.
1.2.
Stopzetten procedure RES 2.0
Wat betekent dat voor het zoekgebied. Wij blijven in het duister over de reden van het stopzetten van het RES 2.0 project. Wat betekent dat voor de te halen productiedoelen voor wind en zon. Is RES 1.0 nu leidend bij de besluitvorming. Is het nu mogelijk om andere vormen van energieproductie aan te wenden, bijvoorbeeld , bijvoorbeeld de groter dan verwachte ontwikkeling van zonne-energie n de gemeente, een grotere rol voor windturbines op zee, of beperking mogelijkheid export van zonne- en windenergie, beperking vestiging energie slurpende bedrijven met weinig impact voor regionale economie kernenergie.
1.3.
Ingangsdatum landelijke normen.
De landelijke normen zullen naar verwachting pas halverwege 2024 juni vastgesteld zijn en in juni 2025 wettelijk geldig zijn. Wat betekent dit in de praktijk. Kunnen initiatiefnemers zich vanaf medio 2024 bij de gemeente melden en een bestemmingsplan aanpassing vragen om na goedkeuring vervolgens in juni 2025 te gaan bouwen ??
1.4.
Afstandsnorm 2 maal tiphoogte
De afstandsnorm in het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving tot gevoelige objecten wordt voorgesteld als minimaal 2 maal de tiphoogte. Navraag heeftons geleerd, dat het lokale bestuur de norm kan verhogen. Is de gemeente bereid om een groter minimale afstand te hanteren. Dat om te voldoen aan de criteria voor zorgvuldige omgang met de gezondheid van de omwonenden.
1.5.
Productiedoelstelling
Kunt u duidelijk maken wat de productiedoelstelling voor de gemeente op dit moment is. En in hoeverre die doelen gerealiseerd. zijn Graag te verdelen in productie van windturbines, zonneparken en warmte.
2. Aandachtspunten voor bespreking tijdens de RTC 2.1.
Geschiedenis.
Ik wil u graag meenemen naar de besluitvorming rond het windpark zoals die in het verleden is gelopen. Ik wil dat graag, omdat telkens blijkt, dat de politici en besluitvormers van nu geen kennis meer hebben van de gang van zaken in het verleden. En dat die besluitvorming verre van democratisch is verlopen. Ik hoop, dat dat voor u een leermoment is en argumenten levert om niet meer dezelfde fouten te maken. Keuze zoekgebied niet op basis van objectieve criteria maar op basis van aanbod particulier initiatief
De wens om een windpark aan te leggen wordt duidelijk op 17 mei 2016. Initiatiefnemers is een aantal grondeigenaren, later verenigd in de maatschap Betuwemolen. Zo schreef de gemeente Overbetuwe aan de grondeigenaren in de persoon van Henk in ‘tHout:
“Op 17 mei bespraken wij uw initiatief om aan de zuidkant van de A15 tussen de Kerkstraat in Neder-Betuwe en bedrijventerrein de Schalm in Overbetuwe een 5-tal windturbines te realiseren. 2 van de 5 turbines zijn gepland op het grondgebied van Overbetuwe. U was bij deze behandeling aanwezig” En “ De aangedragen locatie is geen voorkeurslocatie, maar de locatie voldoet wel aan de relevante onderliggende criteria ” Opvallend is dat de criteria waarop getoetst zou zijn, niet benoemd worden. En de wens om het initiatief van de grondeigenaren te honoreren werd pas in 2020 publiek gemaakt. Wat verder opvalt, is dat de regiekamer van gemeente Neder-Betuwe geen windturbines ten zuiden van de A15 wil en de gemeente Overbetuwe geen windturbines ten noorden van de A15 wil. Voor een dubbele rij zijn zo wie zo geen voorstanders: “het is hier geen Rijnmond” Op een onbewaakt moment is toch gekozen voor een dubbele rij. Hoe dat besluit tot stand is gekomen hebben wij niet kunnen achterhalen. We weten allemaal waar e.e.a. toe geleid heeft: -
Onduidelijke besluitvorming Onduidelijke positie van omwonenden Onduidelijke keuzes van de locatie Onduidelijke criteria voor het zoekgebied Onduidelijke communicatie met de omwonenden Etc.
2.2.
Betrokkenheid van de bevolking en omwonenden bij het proces onvoldoende
Het is inmiddels wel duidelijk geworden, dat de ontwikkelingen rond het windpark Midden Betuwe geen schoonheidsprijs verdient. Met name het participatieplan is een farce gebleken. De oorzaak is ons wel duidelijk: de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het participatieplan lag bij de initiatienemers. De belangen van de initiatiefnemers zijn veelal contrair aan de belangen van de direct omwonenden. Ook de controle op de uitvoering van het participatieplan door de portefeuillehouder faalde jammerlijk. Op 17 mei 2023 kwam het kabinet met een visie over de wijze waarop de burger betrokken kon worden bij de energietransitie. In de bijlage is een korte samenvatting weergegeven. Belangrijk daarbij is de participatie van burgers en hoe die gestalte moet krijgen.
2.3.
Landelijke normen en haar tekortkomingen
Inmiddels ligt er een voorstel voor de lang verwachte nieuwe normen voor industriële windturbines. De belangrijkste conclusies zijn: -
Hoorbaar geluid: de norm wordt verlaagd naar 45 dBLden en 39 dBLnight Slagschaduw maximaal 6 uur per jaar en maximaal 20 minuten per dag Externe veiligheid wordt 1x10 tot de 6e Afstandsnorm minimaal 2 maal de tiphoogte voor windturbine gevoelige objecten (woonhuizen/scholen/ziekenhuizen)
De nieuwe normen worden rechtsgeldig voor nieuwe turbines rond medio 2025. Bestaande windparken hoeven pas op 1 juli 2032 te voldoen aan de nieuwe normen. Tot die datum mogen de oude normen (47 en41 dB) nog gehanteerd worden. De normen gelden voor windparken van 3 en meer turbines. Omwonenden van 1 of 2 windmolens krijgen geen betere bescherming tegen geluidhinder.
Er valt veel aan te merken aan de kwaliteit van het onderzoek naar de nieuwe normen en de resultaten van dat onderzoek. Helaas is er door de opstellers van de nieuwe normen geen onderzoek verricht. Opvallend bijvoorbeeld is, dat de nieuwe norm voor hoorbaar geluid met 2 decibel is teruggebracht. Aangegeven wordt, dat een verdere verlaging van de norm beter zou zijn. Ik citeer: “Voor het beperken van geluidhinder is een strenge geluidnorm dus gunstig. Echter, dit geldt niet voor een aantal andere beoordelingscriteria. Hoe strenger de geluidnormen wordt, des te minder plaatsingspotentieel voor windturbines. Het gevolg is meer risico op plaatsing nabij Unesco werelderfgoederen en waardevolle landschappen, minder mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik en een lagere energieopbrengst. De beoordelingen voor deze criteria zijn daarom tegenovergesteld aan die voor de statistische kans op ernstig geluidgehinderden. Ook leveren strenge geluidnormen meer risico voor Natura 2000kwaliteiten, voor vogels en voor vleermuizen. Maar omdat voor natuur een strenge wettelijke bescherming geldt, kan dit nooit zwaarder uitpakken dan een licht negatief effect”
Met andere woorden: als we de norm voor hoorbaar geluid verder verlagen kunnen we de opdracht voor het opwekken van windturbinestroom niet halen. Het productiedoel gaat hier ten koste van het welbevinden en de gezondheid van de burger. Voor niet hoorbaar geluid zijn geen normen opgesteld. Infrasoon geluid (tussen 0 en 20 Hertz) is niet hoorbaar, maar wel voelbaar. Het wordt niet tegengehouden door muren en dringt dus door tot de slaapkamer. Juist deze frequenties zijn er verantwoordelijk voor dat mensen die gevoelig zijn voor deze frequentie gaan verhuizen of ‘s nachts elders gaan slapen. De hinder kan op een afstand van 2,5 kilometer voelbaar zijn. Het hanteren van dBLden en dBLnight is in de norm gebleven. Helaas. Zoals gezegd: het gaat hier alleen over hoorbaar geluid. Nog belangrijker is, dat de normen worden uitgedrukt in jaarlijks gemiddelde geluidsbelasting. In geen enkel document is te vinden hoe zo’n gemiddelde uitpakt voor de geluidsbelasting op enig moment. Zo kan een verplichte stop in verband met de wespendief leiden tot een verhoging van de geluidsbelasting op het moment dat de turbine wel draait. Verder is het daadwerkelijk meten van de geluidsbelasting kennelijk zo problematisch, dat er in de praktijk niet gemeten wordt op de gevel van een woning, maar dat de belasting wordt berekend aan de hand van de gegevens van de producten van de turbine.
Laat ook duidelijk zijn, dat de omgevingsdienst ODRA mij meedeelde, dat de ODRA niet in staat is de werkelijke geluidsbelasting te bepalen. En als dat nodig zou zijn, dat de ODRA een deskundig bureau zou inhuren. De Tweede kamer heeft gevraagd om een afstandsnorm. De opstellers van de landelijke norm hebben daar gehoor aan gegeven. Er wordt een minimale afstand voorgesteld tot (voor het menselijk gehoor) geluid gevoelige objecten van 2 maal de tiphoogte. Binnen die afstand mogen geen geluidgevoelige objecten staan. Uitgezonderd daarvan is de “dienstwoning” of “molenaarswoning”. Verder valt op, dat deskundigen het niet eens zijn over de afstandsnorm. Zo geeft het concept RES 2.0 voor onze regio aan, dat rekening gehouden moet worden met een ontwerp afstand van 700 meter, die als norm voor een gezonde leefomgeving wordt gesteld. Conclusie: Het is dus duidelijk, dat de norm van tweemaal de tiphoogte niets zegt over de effecten op de gezondheid van de omwonenden, maar wel iets zegt over de te halen productiedoelen. Je zou zelfs kunnen concluderen, dat de gezondheid van de omwonenden minder waard is dan de ons omringende natuur. Wij verwachten dan ook van de gemeente, dat zij het voorzorgsbeginsel hanteert en een hogere afstandsnorm gaat voorschrijven. Wettelijk is dat toegestaan. De tot nu toe in Europa gehanteerd afstanden staan in onderstaand schema.
Daaruit blijkt, dat met de gehanteerde norm van 2 maal de tiphoogte Nederland het minste bescherming biedt aan haar inwoners. Je moet je sowieso afvragen of Nederland (het na Malta het dichtstbevolkte land van Europa) wel geschikt is voor het plaatsen van industriële windturbines op land.
2.4 Zoekgebied Windpark Midden Betuwe Hierboven heeft u kunnen lezen hoe het huidige plangebied tot stand is gekomen: er is in 2016 slechts 1 criterium gehanteerd: het eigendom van de initiatiefnemers. Er is geen rekening gehouden met de omwonenden en niet met de bevolkingsdruk in de nabije omgeving. Met andere woorden: de effecten op de kern van Zetten is compleet genegeerd. Niet alleen voor wat betreft de aantallen bewoners, die last krijgen van de turbines, maar ook de effecten op het landschap. Er vind een langzame transitie plaats van landelijke gebied met enkele kernen naar een industrieel landschap met zonneparken, windturbines, industrieterreinen, railinfra en distributieparken.
2.5.
Gevolgen van plaatsing voor de woningwaarde
In Wely en Dodewaardzijn er in totaal 1553 adressen van woningen binnen een straal van 2500 meter met een gemiddelde waarde van 287.927 euro (data december 2022).
Het TNO rapport geeft de volgende relatie tussen afstand en waardedaling tabel relatie afstand-prijseffect afstand meters 225 m 500 m 1000 m 1500 m 2000 m 2500 m
prijseffect procenten 18,00 15,00 9,00 6,50 4,80 1,50
Deze tabel geldt voor turbines met een tiphoogte boven 150 meter. Voor het windpark Midden Betuwe wordt gedacht aan turbines met een tiphoogte van 185 tot 216 meter. Stel dat de helft van de woningen binnen een straal van 1000 meter van de turbines staan en de gemiddelde waarde gelijk is aan de rest van de woningen. Dan bedraagt de waardevermindering van die woningen totaal voor Zetten/Hemmen en Andelst/Herveld: 416.232.000,00 euro. In dit rekenvoorbeeld verliest de inwoner van Overbetuwe en Neder-Betuwe ongeveer 25.000 euro aan waarde van zijn woning. Waardedaling van woningen wordt ook bevestigd door de Vereniging Eigen Huis op basis van gegevens van het kadaster. Woningen die op 1000-2000 meter van een windturbines staan zijn 750 euro per m2 duurder dan woningen binnen een afstand van 500 meter staan. Als alle wind op land plannen worden doorgevoerd betekent dit een totaal waardeverlies van woningen 15,6 miljard euro in 2030. Het is duidelijk, dat de veroorzaker van het waardeverlies van de woningen aansprakelijk is voor compensatie van het waardeverlies. Tot nu toe lijkt de lokale en provinciale politiek zich hier niet bewust van. Onder de huidige wetgeving is er sprake van planschade. In de nieuwe omgevingswet is er sprake van nadeelcompensatie. Planschade en nadeelcompensatie wordt nooit voor 100 procent toegekend.
Bij planschade geldt een eigen risico van 2 % en bij nadeelcompensatie is het eigen risico 5 %. In een straal van 2000 meter rond het windpark valt de nadeelcompensatie bijna geheel weg. De waardedaling van uw woning wordt veroorzaakt door de gemeente. Zij stelt immers het bestemmingsplan vast. Op het moment, dat de gemeente het bestemmingsplan heeft vastgesteld kunt u de gemeente aansprakelijk stellen. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om de kosten hiervoor door te sluizen naar de exploitanten van het windpark. De gedupeerde burger heeft hier niets mee te maken. Het leidt natuurlijk wel tot hogere kosten van de turbine exploitanten. En dus van de prijs van hun product (stroom). De wetgeving rond planschade of nadeelcompensatie is nogal ingewikkeld. Meestal leidt dat tot ellenlange procedures. De kosten voor het voeren van die procedures zijn in verhouding tot geleden schade vaak veel te hoog en kost enorm veel tijd.
Het is ook de vraag of de nadeelcompensatie van 5% hier kan worden toegepast. Immers: er is bij de toewijzing van de locatie geen rekening gehouden met de bevolkingsdruk. Er is niet gekeken naar alternatieve locaties om meerdere mensen te ontlasten van de gevolgen van het plaatsen van windturbines. Met andere woorden: De bewoners in het huidige zoekgebied zijn slachtoffer geworden van onzorgvuldig handelen van de gemeente. Om al deze ellende te voorkomen zou de politiek moeten komen met een protocol voor nadeelcompensatie of planschade dat geldt voor alle inwoners binnen de cirkel van 2500 meter. Doel van het protocol: realiseer een eenvoudige en uniforme verliescompensatie voor woningen binnen een straal van 2500 meter rond een windturbine en voorkom daarmee allerlei individuele claims en ongelijkheid in de toedeling van de verliescompensatie. Bijlage 2 geeft een nadere uitwerking.
2.6.
Gevolgen voor financiën van de gemeente.
Een industriële windturbine kost ongeveer 3.000.000 Euro. Met deze WOZ waarde en een OZB tarief van 0,1650 % is dat per jaar per windturbine ongeveer 5000 euro. Een windpark met 8 turbines levert dan 40.000 euro per jaar. Dit leidt tot twee vragen: 1. Wat gaat de gemeente met dit geld doen 2. Hoe voorkomt de gemeente dat de extra inkomsten de besluitvorming beïnvloeden. Door de waarde daling van de woningen zullen de inkomsten van de gemeente ook verminderen. Voor hoeveel is niet nader uitgewerkt.
2.7. Tot slot Het was voor u al een hele kluif deze notitie door te nemen. Toch hebben wij ons beperkt tot enkele geselecteerde onderwerpen. Bijlage 3 geeft een lijstje onderwerpen die we bewust even niet behandeld hebben, maar bij de vergunningverlening van een windpark wel van belang zijn.
Bijlage bij brief ter voorbereiding van de RTC op 9 januari 2024
De tien punten van de kabinetsvisie burgerbetrokkenheid bij energietransitie
1. Maak vooraf heldere afspraken over politieke of bestuurlijke inbedding en opvolging. De representatieve democratie is het uitgangspunt. Het is daarom van belang dat participanten vooraf weten hoe de uitkomsten meewegen in besluitvorming en dat zij na de besluitvorming horen welke keuzes hun bestuur met welke afwegingen heeft gemaakt. Daarbij hoort ook een heldere en logische rolverdeling tussen alle betrokken overheidslagen. 2. Zorg voor een duidelijk doel en transparant proces. Om een participatietraject te laten slagen, is het belangrijk dat er een duidelijk en transparant proces is. Mensen moeten op de hoogte zijn van het doel, de spelregels en de ruimte om te participeren. 3. Ieder vraagstuk is uniek en vraagt om (lokaal) maatwerk. Participatie is maatwerk en vraagt altijd om een eigen mix van participatie-instrumenten, zoals buurtgesprekken, burgerfora of digitale participatie, die aansluit op de verschillende behoeften van mensen ten opzichte van beleid, processen en projecten. 4. Bied ruimte voor maatschappelijk initiatief. Inwoners willen ook buiten de georganiseerde participatietrajecten invloed en zeggenschap uitoefenen in hun directe leefomgeving via maatschappelijke initiatieven. Van het bestuur en de ambtelijke organisatie is daarom een open houding en uitnodigende houding naar maatschappelijke initiatieven nodig. 5.
Betrek inwoners vroegtijdig en communiceer actief. Zorg ervoor dat een proces niet in beton gegoten is om echt ruimte te bieden voor maatwerk. Communiceer ook actief met inwoners die niet deelnemen aan het participatieproces. 6. Representativiteit en inclusiviteit. Zorg ervoor dat de samenstelling van de groep deelnemers een goede afspiegeling van de bevolking in de omgeving is. Hoe lastig ook, het streven moet zijn dat alle burgers – ook moeilijk te bereiken groepen – betrokken zijn en gelijkwaardig deel kunnen nemen. 7. Beschikbare tijd, geld, kennis en menskracht afstemmen op de zwaarte van het participatieproces. De beschikbare capaciteit bij de organisatie die de participatie organiseert moet overeenkomen met wat nodig is voor het uitvoeren en opvolgen van een participatietraject. Samenwerken met andere betrokken overheden of maatschappelijke initiatieven kan de capaciteit verhogen. 8. Stimuleer lokaal eigendom bij projecten voor hernieuwbare energie op land.
Door lokaal eigenaarschap kunnen inwoners mee profiteren van, en zeggenschap hebben over de baten van lokale energieprojecten. Voor mede-eigenaarschap bestaat geen blauwdruk, maar er is een diversiteit aan behoeften en mogelijkheden. Aandachtspunt is dat lokaal eigendom voor iedereen in de omgeving toegankelijk moet zijn. 9. Participatie moet plaatsvinden in samenhang met andere projecten. Inwoners ervaren projecten niet los van elkaar, maar zien meerdere veranderingen tegelijkertijd in hun leefomgeving. Waar mogelijk vindt participatie in logische samenhang met andere energieprojecten en trajecten plaats. 10. Evalueer om te leren van opgedane ervaringen. Door tijdens, maar ook na een participatietraject te evalueren is het mogelijk om toekomstige participatieprocessen systematisch te verbeteren. Er moet dan ook ruimte zijn voor een gezamenlijk leerproces van de overheid, burgers en betrokken partijen.
Uit kabinetsvisie 17 mei 2023 kenmerk DGKE-DSE/26980474
Bijlage 2 bij brief ter voorbereiding van de RTC op 9 januari 2024 Overzicht waardeverlies woningen
WOZ waarde gemiddeld aantal woningen binnen 2500 meter (geschat)
Waarde vermindering Overbetuwe
Waardevermindering Nederbetuwe
€ 282.000,00 41000
€
287.927,00 1553
Voorbeeld voor woningen binnen een straal van 1000 meter per woning aantal woningen geschat) woningwaarde totaal waardeverlies 9% Eigen risico omgevingswet (was planschade) 5% Vergoeding door vergunningverlener aan eigenaar
16400 € 4.624.800.000,00 € 416.232.000,00 € 231.240.000,00 € 184.992.000,00
€ 282.000,00 € 25.380,00 € 14.100,00 € 11.280,00
per woning 621 € 178.860.252,40 € 16.097.422,72 € 8.943.012,62 € 7.154.410,10
€ 287.927,00 € 25.913,43 € 14.396,35 € 11.517,08
Bijlage 3. bij brief ter voorbereiding van de RTC op 9 januari 2024
Onbesproken maar wel relevant.
Markering en verlichting Knipperende lampen achter de wieken knipperen dubbel Vast brandende lampen achter de wieken knipperen ook Lichtschittering, voorkomen door niet reflecterende materialen of coating Het oppervlak of de coating slijt als eerste Laagfrequent geluid Vermindering van de antireflectie wordt niet periodiek gemeten Slijtage wieken en Bisfenol A; gaat niet om microgrammen maar om kilo’s Vrijkomen van SF6 bescherm en isolatiegas Verstoring van het lokale klimaat: opwarming en verdroging Vliegende slachtoffers: vogels, vleermuizen en insecten; indirecte gevolgen Van buiten gebied ongewild naar industrieterrein lekkage van synthetische olie Windturbine afval en ontbrekende recycling Afweging van behoud van leefomgeving en milieu ten opzicht van de industriële activiteit van windturbines Afvallende ijsafzetting van wieken Enzovoorts