24-01-09.02 Aanvulling II schriftelijke inbreng MalleMolensMiddenBetuwe
Tekst van het document
Inbreng MMB over regelgeving energieplannen. Ronde Tafelconferentie Overbetuwe Vorig jaar is het milieueffectrapport voor de RES 2.0 uitgebracht. De commissie Mer heeft daarover een kritisch oordeel gegeven. Een belangrijk kritiekpunt was dat de MER geen voorkeursalternatief voorstelt maar drie varianten die ieder onvoldoende zijn om de voorgestelde windmolens te plaatsen. Toch houdt de RES 2.0 onverkort vast aan voorstellen uit het RES 1.0. Nadien hebben wij gehoord dat de RES 2.0 procedure gewoon is stopgezet en dat het nu aan lokale besturen is om de vergunningaanvragen voor windmolens af te wegen. Dit is uiterst zorgwekkend. Want In de RES 2.0 moesten de uitgangspunten van het RES 1.0 geëvalueerd worden en zo nodig herzien. Het gaat daarbij over •
de gekozen zoekgebieden.
• •
de taakstelling voor de energieproductie in het hele RES-gebied het arbitrair gekozen energieproductiebod van de gemeente Overbetuwe en
•
de verhouding tussen wind en zon als energiebron.
Vooral de evaluatie van het zoekgebied tussen Zetten en Dodewaard is voor ons enorm belangrijk. Dit zoekgebied is niet gekozen op basis van een zoeken naar de meest geschikte plek maar omdat enkele initiatiefnemers met deze locatie kwamen en de provincie deze gemakshalve aan de zoekgebieden heeft toegevoegd. Bij de afweging van de milieueffecten van een locatie binnen een gemeente, is de afweging of die locatie wel gunstig is ten opzichte van andere locaties niet meer aan de orde. De te makkelijk gekozen uitgangspunten van het RES 1.0 worden dan de norm voor de besluiten door de gemeente over vergunningaanvragen voor windturbines. Wij verzoeken BenW zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de vervolgprocedure voor een evaluatie van de RES 1.0 en de keuze of er wel of geen windmolens in ons gebied komen. Er zijn ontwerpnormen voor windmolens gepubliceerd die per juni 2025 van kracht moeten worden. In die normen wordt een standaard norm voor een gezond leefmilieu aangegeven waardoor tussen windmolens en de nabije woningen ca 700 meter afstand aangehouden moet worden. De concept norm bevat echter een uitwijkmogelijkheid om in bepaalde gevallen een veel kortere afstand aan te houden. Uit de toelichting bij de conceptnorm blijkt dat de gedachte daarbij is dat voor woonkernen de strengere standaard norm zou moeten gelden.
Voor het buitengebied de minder strenge norm als dit nodig is om meer windmolens te kunnen plaatsen. Hierdoor ontstaat een verschil in de bescherming tussen bewoners van de dorpen en de bewoners in het buitengebied in onze gemeente Het effect van windturbines op de gezondheid van de bewoners verschilt echter niet tussen mensen in de dorpen en in het buitengebied. Bewoners van het buitengebied mogen niet als tweede-rangs burgers behandeld worden. Wij vragen de gemeenteraad vast te stellen dat bij de toekomstige plaatsing van windmolens in het hele grondgebied van de gemeente gekozen wordt voor een norm die gebaseerd is op de kwaliteit van een gezond leefmilieu. 20240107 MMMB /HvdL