23-12-12 A5 TIC; Actualisatie Omgevingsvisie; Participatiestrategie en Omgevingsagenda, Omgevingsagenda (actualisatie Omgevingsvisie)
Tekst van het document
Omgevingsagenda
Actualisatie ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’
1. Inleiding In 2019 is de ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ vastgesteld. Centraal hierin staat het op niveau houden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Samen zorgen we er zo voor dat het goed wonen en werken is in Overbetuwe. Actuele maatschappelijke ontwikkelingen bieden hierbij kansen en vragen om een nieuwe kijk op zaken. In 2023 en 2024 werken we toe naar een aangescherpte Omgevingsvisie die huidige ambities actualiseert en realisatie daarvan stimuleert. En overigens ook volledig voldoet aan de Omgevingswet, als opvolger van de huidige visie die al opgesteld is in de geest van de Omgevingswet. In de aanpak voor actualisatie is deze Omgevingsagenda de eerste stap naar deze geactualiseerde visie. Hiermee sluiten we de 1e fase van agendering af. De agenda zegt iets over welke inhoud relevant is voor een update van de visie. Op basis van de geagendeerde ontwikkelingen en thema’s gaan we straks in de 2e fase het vervolggesprek aan en kiezen we (nadere) richting. Deze Omgevingsagenda geeft in hoofdstuk 2 een korte samenvatting van de nu geldende Omgevingsvisie, zowel inhoudelijk alsook het proces van totstandkoming. Hoofdstuk 3 beschrijft enerzijds in een evaluatieve terugblik welke hoofdlijnen zijn ervaren bij toepassing van de huidige Omgevingsvisie in de afgelopen jaren. Anderzijds beschrijft het transities die op de gemeente afkomen.
Op basis van deze ervaringen en nieuwe transities komen we in hoofdstuk 4 tot de thema’s die we willen agenderen voor actualisatie in de nieuwe Omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 schetst tenslotte het vervolgproces.
2. Samenvatting huidige Omgevingsvisie In 2019 is de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 in co-creatie tot stand gekomen; iedereen met een belang in Overbetuwe kon inbreng en advies leveren. Alle individuele reacties zijn teruggebracht tot de kern en vertaald naar ambities voor het collectief en de toekomst. We vroegen iedereen op dorpspleinen, bij supermarkten, tijdens markten, inloopavonden, interviews en gastlessen wat zij belangrijk vonden. Voor nu, maar ook voor 2040. Om recht te doen aan de verscheidenheid van Overbetuwe, voerden we in 8 verschillende dorpen het vervolggesprek over de beoogde kwaliteiten. In een debatwedstrijd met 3 middelbare scholen bleek wat jongeren in de leefomgeving aan het hart ging. In diverse verdiepingssessies gingen we met regio, agrariërs, bedrijven en stakeholders over specifieke thema’s in gesprek. Gedurende het gehele proces werd interactie gestimuleerd op het digitaal platform overbetuwe2040.nl, gecombineerd met uitingen in flyers, mailings, dorpskranten, persoonlijke berichten, social media, persberichten en website en huis-aan-huis-krant. Voor (burger)raadsleden presenteerden we per fase de tussenresultaten en brachten de dialoog op gang. Het ontwerp van de Omgevingsvisie lag tenslotte ter inzage in het voorjaar van 2019 waarop mensen een formele inspraakreactie konden geven.
De ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ is gebouwd op de volgende drie pijlers. 2.1. Identiteit Het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap (als onderdeel van de Europese delta) is dé basis voor de identiteit in Overbetuwe. Water is karakteristiek; in de uiterwaarden waar de dynamiek van de rivieren bepalend is, maar ook in de lager gelegen komgronden. Door de tijd heen ontstonden waardevolle landschapselementen; ‘parels’ zoals de diverse landgoederen én het woerdenlandschap tussen Herveld en Andelst. Op de hoger gelegen oeverwallen is het landschap kleinschalig en zijn de kernen ontstaan. Van oudsher zijn hier en op de dijken de belangrijkste verbindingen aanwezig. Tenslotte is er een meer fijnmazig netwerk van fiets- en wandelroutes. In de loop der tijd zijn extra verbindingen in het gebied gekomen die geen raakvlak hebben met de Betuwse karakteristiek. Denk aan snelwegen en spoorlijnen, met de A15 en Betuweroute als onderdeel van een Europese (logistieke) corridor. Mede afhankelijk van ligging in het landschap en het netwerk, hebben alle kernen hun eigen ontwikkeling doorgemaakt. De elf kernen van Overbetuwe kennen nu dan ook allemaal hun eigen dynamiek.
Pagina 1 van de 5
Versie 1.1 (7/11/2023)
2.2. Samenwerken We werken in Overbetuwe via zes principes samen om te werken aan de toekomst van Overbetuwe: a. Verbonden met leefomgeving: Wij dragen samen zorg voor de leefomgeving; onderling aanspreken op gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze omgeving. b. Faciliteren van initiatief: Initiatieven moeten passen binnen de in deze visie geschetste koers. Inclusief thema's die de toekomst en het collectief betreffen. Wanneer met deze belangen minder rekening wordt gehouden, voert de gemeente meer regie. c. Gezamenlijke uitwerking: In programma’s leggen we de taakverdeling en wijze van samenwerking vast. We maken daarvoor gebruik van de (aanwezige of potentiële) kracht en energie van partijen in de samenleving, via de Overbetuwse uitwerking van ‘kerngericht werken’. d. Ruimte voor maatwerk: Maatwerk vraagt transparante afwegingen om een consistente koers te kunnen varen en voorkomt ad-hoc beleid. e. Betrouwbaar en transparant: Betrouwbaar handelen vraagt transparantie en vertrouwen om te komen tot heldere afwegingen en keuzes. Daarom doorlopen we altijd een zorgvuldig en interactief proces. De Overbetuwse interactiewijzer biedt hierin richting. f. Kwaliteit in proces verankerd: We kiezen er nadrukkelijk voor om inwoners en ondernemers uit de omgeving vroegtijdig bij de vorming van plannen te betrekken als ‘contextkenner’.
Door deze kennis vroegtijdig te betrekken verhogen we de kwaliteit van de uiteindelijk te vormen plannen. Hierin wegen we de belangen voor de huidige generaties zorgvuldig mee, maar ook moet inzichtelijk zijn hoe de belangen van toekomstige Overbetuwse generaties in de afweging zijn meegenomen. 2.3. Ontwikkelingen Om de leefomgeving in Overbetuwe vitaal en aantrekkelijk te houden, houden we rekening met belangrijke trends, waarbij we identiteit als fundament gebruiken. Hierbij is in verdere ontwikkeling gekozen voor een focus op zes opgaven. a. Vitaal buitengebied in beweging: Agrarisch gebruik is een belangrijke en karakteristieke functie in het buitengebied. In de loop der jaren hebben zich soms andere functies gevestigd in het landelijk gebied. Omgaan met digitalisering, verstedelijking en klimaatverandering zijn uitdagingen die het buitengebied in beweging brengen. Maar ook wijzigingen in de agrarische sector die enerzijds leiden tot schaalvergroting, meer stoppende boeren en andere vormen van bedrijfsvoering. Om alle belangen een plek te kunnen geven, moeten we meer durven te differentiëren. Op die manier werken we aan een vitaal buitengebied met meer en betere kansen om passende functies een plek te geven. b. Innovatieruimte voor ondernemerschap: In Overbetuwe is ondernemerschap erg belangrijk.
Op bedrijfsterreinen waar de werkfunctie domineert maar ook bijvoorbeeld in dorpscentra en in het buitengebied. Dit belang vraagt om de basis goed op orde te hebben maar ook ruimte te bieden voor innovatie en verandering. Bijvoorbeeld economische en technologische ontwikkelingen noodzaken hiertoe. Ondernemers hebben steeds vaker te maken met verandering die ook steeds sneller gaat. c. Samen werken aan energietransitie: In Overbetuwe werken we hard aan energietransitie. Zo leveren we lokaal een bijdrage aan de afspraken die zijn gemaakt over het omgaan met klimaatverandering. We besparen energie en verlaten de energiemix die gebaseerd is op fossiele brandstoffen. Behalen van de doelstellingen maakt het noodzakelijk dat vele partijen in Overbetuwe nauw samen werken aan de opgaven. De gemeente wil bij energietransitie het goede voorbeeld geven, maar het echte succes wordt gemaakt door partijen in Overbetuwe. d. Gevarieerde dorpse woonomgeving: Een herkenbare en eigentijdse leefomgeving is gebaat bij een dorps en groen karakter die voldoende ruimte biedt voor (nieuwe) woonwensen en klimaatbestendige dorpen. Als we (in de uitvoering en bij het maken van plannen) voldoende rekening houden met een gezonde en veilige leefomgeving én demografische trends, kunnen we blijvend bijdragen aan een woonomgeving die ons allen past en toekomstbestendig is. e.
Netwerk verbonden met samenleving: Fysieke en sociale netwerken zijn in Overbetuwe van groot belang. Op beide vlakken willen we vraag en aanbod goed met elkaar verbinden. We sluiten daarbij aan op én houden rekening met de kwaliteiten van onze gemeenschap. Het belang dat we
Pagina 2 van de 5
Versie 1.1 (7/11/2023)
hechten aan samen leven en participeren, maakt dat we slim om moeten gaan met sociale ontwikkelingen (zoals individualisering) en demografische trends (zoals vergrijzing). f. Voorzieningen geclusterd: Vitaliteit van en toegang tot voorzieningen vragen onze aandacht. Digitalisering en schaalvergroting maken dat we werken aan een voorzieningenaanbod dat (blijvend) moet passen bij de behoefte en karakteristiek van de dorpen.
3. Terugblik op toepassing Omgevingsvisie In de afgelopen 4 jaar ervaarden we dat bij toepassing van principes uit de Omgevingsvisie de volgende hoofdlijnen van belang zijn. 3.1. Leefkwaliteit vaker onder druk De kwaliteit van de leefomgeving staat in Overbetuwe steeds vaker onder druk! De kwaliteit van natuur en water is niet wat die zijn moet. De uitstoot van broeikasgassen en stikstof is te hoog. De hoeveelheid (kwalitatief) groen en landschap neemt af. Steeds vaker krijgen we te maken met de effecten van extreem weer, met wateroverlast door piekbuien of juist langdurige perioden van droogte. Om de identiteit te behouden en te zorgen dat de kwaliteit van onze leefomgeving op orde is, moeten we hieraan meer aandacht en urgentie geven. 3.2. Meer aandacht voor ‘collectief en toekomst’ In de gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties benutten we de in de Omgevingsvisie gestelde principes als leidraad, tegelijkertijd in lijn met de uitgangspunten uit de ‘Visie op interactie met de samenleving’. De Omgevingsvisie lijkt vervolgens onvoldoende perspectief te bieden bij afwegingen rondom het algemeen belang1. Collectief en toekomst (zoals we ‘algemeen belang’ hebben geoperationaliseerd) komt namelijk niet of impliciet terug in afwegingen in (of in voorbereiding naar) gemeentelijke besluiten.
Hiermee is niet altijd duidelijk of deze in voldoende mate bijdrage aan een toekomstbestendig Overbetuwe; zijn oplossingen goed genoeg voor het collectief van inwoners (naast de betreffende specifieke doelgroep) én vermindert of voorkomt een oplossing ook afwentelen naar andere plekken of toekomstige generaties? 3.3. Omgaan met transities Ondertussen zorgt verstedelijking voor dat wij blijven groeien. Dit komt deels door natuurlijke groei van de bevolking, maar vooral doordat meer (Nederlandse en buitenlandse) migranten zich in deze regio willen vestigen. Deze opgaven stellen hogere eisen aan de infrastructuur, bv. mobiliteit en energie. Dit zorgt voor een grotere vraag naar voorzieningen, maar ook naar voedsel, recreatie en water. Dat laatste raakt de transitie van het landelijk gebied, waar toekomstige keuzes ook in onze regio en specifiek onze gemeente onontkoombaar zijn. Het vormgeven van nieuwe opgaven rondom bv. duurzaam en natuur-inclusief agrarisch gebruik, landschapsbeheer, recreatieve concepten en beschikbaarheid van water zal de komende jaren veel betrokkenheid vragen. 3.4. Welke balans is passend De uitdaging is om een balans te vinden tussen deze twee transities en de kwaliteit van onze groene en dorpse leefomgeving. Zeker omdat beide transities ook een andere dynamiek en abstractie hebben.
Hoe geven we de groei vorm bij verstedelijking en transitie landelijk gebied, zodat deze met de gewenste kwaliteit van de leefomgeving in balans is én blijft. Dat is de centrale vraag bij aanscherping van de huidige Omgevingsvisie.
1 Dit raakt ook het 2e uitgangspunt uit hoofdstuk 2 van de interactievisie: “Het algemeen belang staat centraal
voor ons handelen, waarbij de leefomgeving van inwoners en hun dorpsagenda de basis is, en richting geeft bij de keuzes die we maken”.
Pagina 3 van de 5
Versie 1.1 (7/11/2023)
4. Wat is van belang voor actualisatie Hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit van de omgeving in balans blijft met de groei? En wat is dan die groei, kwalitatief en/of kwantitatief? Hiervoor onderzoeken we hoe de bestaande (sociale en fysieke) structuren deze groei kunnen accommoderen en waar de prioriteiten liggen bij gewenste investeringen. De ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ was en is daarvoor de basis. Op basis van 4 jaar ervaring, is nu het moment gekomen om te kijken: a. Wat moet worden behouden in de Omgevingsvisie; b. Wat moet worden aangescherpt; c. Wat is eventueel niet meer van toepassing. Daartoe agenderen we de volgende thema’s om aan te scherpen of door te ontwikkelen bij actualisatie. 4.1. ‘Collectief en toekomst’ in samenwerking De samenwerkingsprincipes uit hoofdstuk 2 zijn actueel en nog steeds van toepassing. Aandacht is benodigd voor toepassing van ‘collectief en toekomst’ in gesprekken, afwegingen en uiteindelijke besluiten. Om toepassing van ‘algemeen belang’ te verbeteren, kunnen principes rondom ‘collectief en toekomst’ verduidelijkt worden; inhoudelijk, methodisch (proces) of gemeentelijke rolneming in samenwerking (het ‘goede voorbeeld’). Gedifferentieerd naar doelgroepen; professioneel, individueel of collectieven. 4.2. Identiteit als basis De identiteit zoals benoemd in hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie staat niet ter discussie.
De omschreven identiteit is echter te algemeen beschreven om strategische keuzes te maken hoe de kwaliteit van de leefomgeving zich verder moet ontwikkelen. De Omgevingsvisie geeft hierin te weinig kaders. Ervaring is dat de identiteit niet voldoende is uitgewerkt; welke kwaliteit is gewenst om goed richting te kunnen geven aan én in balans te kunnen zijn met nieuwe ontwikkelingen. Vandaar dat beter omschreven kan worden wat er verstaan wordt onder de leefkwaliteit. Voor de verschillende gebieden waarderen en operationaliseren van aspecten zoals groen, cultuurhistorie, landschap, bereikbaarheid, milieubelasting, voorzieningen, et cetera . 4.3. Ontwikkelingen actualiseren Hoewel de focus op de opgaven uit hoofdstuk 4 helpt bij het omgaan met de ontwikkelingen rondom groei, maken de twee nieuwe grote transities dat aanscherping op de volgende zes thema’s benodigd is. Deze zijn geordend volgens de indeling van de nu nog geldende Omgevingsvisie. Bij toepassing van geagendeerde thema’s kan dit wijzigen. Vitaal buitengebied in beweging • Scherper omschrijven van de identiteit van het landelijk gebied (zie 4.2). • Uitwerken welke agrarische activiteiten waar in Overbetuwe passend zijn en van meerwaarde. • Verbeteren natuur, biodiversiteit, water en recreatie in relatie tot (versterking en uitbreiding van) landschapszones • Inbedden van de transformatie van de agrarische sector.
Dit mede gebaseerd op de lokale toekomstverkenning agrarische sector, tevens in relatie met programma’s landelijk gebied van Rijk en provincie. Innovatieruimte voor ondernemerschap • Scherper omschrijven van de identiteit van de Overbetuwse bedrijventerreinen en centra (zie 4.2). • Kleur geven aan de Overbetuwse economie; welke specifieke kwaliteiten zijn van meerwaarde. • Hoe omgaan met de behoefte aan modernisering en/of uitbreiding voor lokaal (nieuw) ondernemerschap bij bedrijventerreinen en (voorzieningen in) centra. • Hoe omgaan met de regionale vraag naar circulaire economie, logistiek, bedrijven op het gebied van Health, Hightech en Energy én bedrijven die moeten verplaatsen vanwege transformatie van bedrijventerreinen. Relatie met Regionaal Programma Werklocaties (RPW). • Sturing en richting geven aan intensivering en herstructurering op bedrijventerreinen aan de hand van gewenste en lokaal passende bedrijvigheid.
Pagina 4 van de 5
Versie 1.1 (7/11/2023)
Samen werken aan energietransitie • Een meer toekomstbestendig energiesysteem: integraal (dus meerdere bronnen) waarbij vraag en aanbod beter bij elkaar komen, inclusief opslag. Relatie met het traject ‘herijking beleidskader wind’. • Bevorderen van circulariteit met als doel terugbrengen gebruik primaire grondstoffen. • Bredere toepassing van klimaatadaptatie; slim omgaan met wateroverlast, waterveiligheid, hitte en droogte (in relatie met biodiversiteit). Gevarieerde dorpse woonomgeving • Scherper omschrijven van de identiteit in de dorpen (zie 4.2). • Kleur geven aan de gewenste leefkwaliteit in en rond de dorpen. • Behoud en versterking leefbaarheid in bestaande wijken (passend bij verduurzaming en woonbehoefte) • Bepalen potentie voor klimaatadaptatie en gezonde leefomgeving. • Hoe woonbehoefte van 3.000 à 4.000 woningen tot 2040 te accommoderen. Voor of met wie worden woningen gebouwd; regulier maar ook nieuwe vormen van wonen. Welke randvoorwaarden vraagt dit waar? Relatie met de regionale Verstedelijkingsstrategie. Netwerk verbonden met samenleving • Een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk waarbij bereikbaarheid geborgd is (individueel en/of collectief) en te veel druk op het systeem en de ruimte voorkomen wordt.
• Richting geven aan optimalisatie van de mobiliteitstransitie; welke verdeling en/of spreiding tussen vervoerswijzen is gewenst om te voldoen aan de mobiliteitsbehoefte. • Creëren van meer en/of betere (duurzame) alternatieven, waaronder een optimaal fietsnetwerk en hubs op meerdere niveaus. Voorzieningen geclusterd • Ruimte creëren en/of benutten voor meer robuuste en flexibele maatschappelijke voorzieningen, rekening houdende met toekomstige gebruikers. • Maatschappelijke voorzieningen blijvend in verbinding met sociale structuren en leefbare dorpen. Belangrijk te beseffen dat bovenstaande ordening niets zegt over toepassingsbereik of prioritering. Juist een brede werking wordt beoogd. Bijvoorbeeld thema’s als gezondheid, sport en bewegen, biodiversiteit, mobiliteit, duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn in buitengebied, woonwijken, centra of werklocaties van toepassing en vragen in plaats van een sectorale juist een integrale of gebiedsgerichte benadering. Deze werkwijze wordt in het vervolgproces van uitwerken en richting kiezen beoogd.
5. Vervolgproces We gaan de thema’s uit paragraaf 4.1, 4.2 en 4.3 actualiseren in het komende proces. Op basis van deze Omgevingsagenda voeren we hierover het participatieve gesprek. Hoe we dit gaan doen, staat beschreven in het Participatieplan. Begin 2024 kiezen we richting bij de relevante thema’s, beschrijven dit in een ‘Koersdocument’ en leggen dit voor aan de gemeenteraad. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken we deze koers verder uit naar een bijgewerkte Omgevingsvisie. Het concept van deze Omgevingsvisie is vóór de zomer klaar. In de herfst van 2024 kan de gemeenteraad beslissen of ze akkoord gaan met de geactualiseerde Omgevingsvisie.
Pagina 5 van de 5
Versie 1.1 (7/11/2023)