23-11-21.19 Relevant stuk 1, Was Wordt lijst
Tekst van het document
Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2023. Was / Wordt -lijst. Was: Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2010 Wordt: Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2023 Artikel 1
Was Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. het verwerend orgaan: het gemeentelijk bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; b. de commissie: de bezwaarschriftencommissie; c. de raad: de gemeenteraad; d. het college: het college van burgemeester en wethouders; e. de wet: de Algemene wet bestuursrecht.
2
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op een ingediend bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst vermeld. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
Wordt Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. de wet: De algemene wet bestuursrecht b. het bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. Dat kan zijn: - de gemeenteraad (de raad) - het college van burgemeestester en wethouders (het college) - de burgemeester óf - de leerplichtambtenaar c. bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift d. commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet e. voorzitter: voorzitter van een kamer van de commissie Artikel 2 Ingediend bezwaarschrift 1. Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst. 2. Daarna wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele
Toelichting Een aantal begripsbepalingen zijn aangepast, mede aan de hand van de modelverordening VNG
Dit artikel is naar voren gehaald en tekstueel aangepast omdat een bezwaar niet standaard wordt voorgelegd aan de commissie, maar allereerst wordt beoordeeld of de andere aanpak (informele behandeling) kan worden toegepast. In de oude verordening kwam het artikel na de
3.
spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. In het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat de commissie over het bezwaar zal adviseren.
andere belanghebbenden. Hierbij wordt een uitleg gegeven over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.
artikelen over de commissie, wat gelet op het voorgaande niet logisch meer is. In het contact met de bezwaarmaker wordt deze geïnformeerd over de wijze van behandeling.
3
-
Artikel 3. Vooronderzoek en informele behandeling 1. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen. 2. De informele aanpak start door kort na binnenkomst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met de bezwaarmaker en de voorbereider van het primaire besluit. 3. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit.
Dit artikel is toegevoegd. Al in 2012 is gestart met de zogeheten ‘andere aanpak’ bij bezwaarschriften. Dat is een informele behandeling van bezwaren. Deze werkwijze was evenwel nog niet expliciet omschreven in de verordening. Dat wordt geregeld met dit artikel. Het artikel is gebaseerd op de modelverordening van de VNG die heeft geadviseerd een informele behandeling van bezwaren vast te leggen.
4
Artikel 2. De commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op ingediende bezwaarschriften gericht tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester en de leerplichtambtenaar. 2. De commissie bestaat uit drie kamers: a. Kamer I: Sociale Zaken;
Artikel 4. De commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op ingediende bezwaarschriften gericht tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester en de leerplichtambtenaar. 2. De commissie bestaat uit drie kamers: a. Kamer I: Sociale Zaken;
De Personele Kamer (Kamer III) is sinds de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) per 1 januari 2020 komen te vervallen. Voor ambtenaren geldt vanaf die datum het private arbeids- en ontslagrecht. Dit betekent dat een ambtenaar bij onenigheid met zijn werkgever of bij ontslag naar de kantonrechter gaat. Hij kan niet langer in bezwaar bij de eigen werkgever en in beroep bij de bestuursrechter. De
b.
Kamer II: Ruimtelijke en Overige Zaken; c. Kamer III: Personele Zaken 3. De commissie is niet bevoegd te adviseren over bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake de gemeentelijke belastingen en heffingen; b. een wettelijk voorschrift inzake de Wet Waardering Onroerende Zaken. 4. Het college stelt een vergoeding voor de voorzitters en de leden van de commissie vast.
b.
Kamer II: Ruimtelijke en Overige Zaken; 3. De commissie is niet bevoegd te adviseren over bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake de gemeentelijke belastingen en heffingen; b. een wettelijk voorschrift inzake de Wet Waardering Onroerende Zaken. 4. De voorzitters en de leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. 5. De vergoeding als bedoeld in lid 4 bedraagt: a. Voor de voorzitter van een Kamer van de commissie: € 225,00 per bijgewoonde vergadering b. Voor een lid van een Kamer van de commissie: € 180,00 per bijgewoonde vergadering 6. De bedragen genoemd in lid 5 worden jaarlijks geindexeerd, voor het eerst per 1 januari 2024, aan de hand van het indexcijfer voor de (overheids)consumptie, onderdeel lonen en salarissen. De indexering vindt plaats overeenkomstig de indexcijfers zoals afgegevenin de jaarlijkse septembercirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
bezwaarschriftencommissie heeft daarin dus geen rol meer. Opgenomen is de vergoeding voor de voorzitters en leden van de commissie. Voorheen werden die vergoeding door het college vastgesteld. Om meer uniformiteit in de vergoedingen voor commissies te bewerkstelligen wordt aangesloten bij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In artikel 3.4.1 van die regeling worden de bedragen genoemd voor leden van adviescommissies. De reden dat het in deze verordening wordt opgenomen is dat de bedragen gelet op artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hoger wordt vastgesteld. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van het rechtspositiebesluit ten aanzien van: een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. De voorzitters en leden van de commissie worden benoemd op grond van hun bijzondere beroepsmatige deskundigheid en de nu vastgestelde
vergoeding wordt geacht in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de taak van en de omvang van de te verrichten arbeid door de voorzitters en leden van de commissie De genoemde bedragen zijn overigens de huidige vergoedingen voor de voorzitters en leden van de commissie en zijn in lijn met wat in den lande aan voorzitters en leden van bezwaarschriftencommissie wordt vergoed. 5
Artikel 3. Samenstelling kamers van de commissie 1. Elke kamer van de commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college. 2. Het college benoemt een genoegzaam aantal leden, opdat bij verhindering van een lid van een kamer in diens vervanging kan worden voorzien. 3. De benoeming van de voorzitters en de leden van de kamers van de commissie is gebaseerd op deskundigheid en onafhankelijkheid van de kandidaten. 4. De voorzitters en de leden van de kamers van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een
Artikel 5. Samenstelling kamers van de commissie 1. Elke kamer van de commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college. 2. Het college benoemt een genoegzaam aantal leden, opdat bij verhindering van een lid van een kamer in diens vervanging kan worden voorzien. 3. De benoeming van de voorzitters en de leden van de kamers van de commissie is gebaseerd op deskundigheid en onafhankelijkheid van de kandidaten. 4. De voorzitters en de leden van de kamers van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een
Artikelnummer gewijzigd
5.
bestuursorgaan van de gemeente Overbetuwe. Elke kamer van de commissie regelt de incidentele vervanging van de voorzitter.
5.
bestuursorgaan van de gemeente Overbetuwe. Elke kamer van de commissie regelt de incidentele vervanging van de voorzitter.
6
Artikel 4. Secretaris 1. Elke kamer heeft een secretaris. 2. De secretaris van de kamer van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. 3. Het college kan één of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen.
Artikel 6. Secretaris 1. De commissie heeft twee secretarissen. 2. De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen ambtenaren. 3. De secretarissen kunnen elkaar onderling vervangen. 4. Het college kan één of meer plaatsvervangers van de secretarissen aanwijzen.
Nummering gewijzigd. De verdeling van de Kamers tussen de secretarissen is niet zo strikt als voorheen. De praktijk is dat er een secretaris is die zich voornamelijk met Kamer II bezig houdt en de complexe zaken in Kamer I waarbij de andere secretaris voornamelijk de zaken in Kamer I, enkelvoudig en in voorkomende gevallen de meervoudige kamer. De secretarissen kunnen elkaar bij elkaars afwezigheid vervangen wat leidt tot efficiency en de flexibiliteit en bevordert de continuiteit in de werkzaamheden.
7
Artikel 5 Zittingsduur 1. De voorzitters en de leden van de kamers van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaren. Herbenoeming is mogelijk. 2. De voorzitters en de leden van de kamers van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. 3. In geval van aftreden of ontslag van de voorzitter of leden van de kamers van de commissie blijven zij hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 7. Zittingsduur 1. De voorzitter en leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. 2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders. 3. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Bij het vaststellen van de huidige Verordening behandeling bezwaarschriften in 2010 is gekozen om de tot dan toe beperkte maximale zittingstermijn van 2 x 4 jaar niet meer op te nemen. Bij de laatste (her)benoemingen van de leden van de commissie heeft het huidige college echter aangegeven er toch weer voor te willen kiezen om de zittingsduur van leden van commissies, waaronder de bezwaarschriftencommissie, te beperken tot maximaal twee perioden van 4 jaar.Daarmee wordt gestreefd naar meer evenwichtige samenstelling van ervaren en nieuwe leden.
8
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op een ingediend bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst vermeld. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 3. In het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat de commissie over het bezwaar zal adviseren.
Artikel 8. Formele procedure 1. Als de informele behandeling niet tot resultaat heeft geleid, of het bezwaarschrift zich niet leent voor een informele behandeling, wordt het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 2. De bezwaarmaker wordt geïnformeerd dat de commissie over het bezwaar zal adviseren.
Redactie is aangepast aan het nieuwe artikel 3. In artikel 8 wordt de procedure geschetst als er geen sprake is van een informele behandeling van het bezwaar, of als die behandeling wel heeft plaatsgevonden maar niet tot een resultaat heeft geleid.
9
Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden op grond van de volgende artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de kamer van de commissie: - 2:1, tweede lid: het schriftelijk machtiging verlangen; - 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld; - 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken aan gemachtigde tijdens de behandeling door de kamer van de commissie; - 7:4, tweede, zesde, zevende en achtste lid: het ter inzage leggen van
Artikel 9. Uitoefening bevoegdheden 1. De voorzitter oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit: a. verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid); b. stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6); c. verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17); d. ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een
Wijziging voornamelijk in redactie, waardoor artikel beter leesbaar is. Verder lid 2 toegevoegd, conform de VNG modelverordening. Wat in lid 2 is opgenomen is op dit moment reeds de praktijk.
10
en het, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen, achterwege laten van het ter inzage leggen; - 7:6, vierde lid: het, bij afzonderlijk horen, achterwege laten van het op de hoogte stellen van belanghebbende van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen;
2.
Artikel 9. Vooronderzoek 1. De voorzitter van de kamer van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de leden van de kamer van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
Artikel 10. Vooronderzoek 1. De voorzitter van de kamer van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de leden van de kamer van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); e. al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid). De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris. Los van de nummering zijn in deze artikelen (10, 11 en 12) geen wijzigingen. De verdeling in, en volgorde van artikelen zijn aangehouden vanuit de oude verordening. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 11 van de modelverordening van de VNG
11
Artikel 10 Hoorzitting 1. De voorzitter van de kamer van de commissie bepaalt plaats, datum en tijdstip van de zitting waarin belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de kamer van de commissie te doen horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en 7:8 van de wet. 3. Als de voorzitter op grond van de in het tweede lid vermelde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan.
Artikel 11 Hoorzitting 1. De voorzitter van de kamer van de commissie bepaalt plaats, datum en tijdstip van de zitting waarin belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de kamer van de commissie te doen horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en 7:8 van de wet. 3. Als de voorzitter op grond van de in het tweede lid vermelde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan
Los van de nummering zijn in deze artikelen (10, 11 en 12) geen wijzigingen. De verdeling in, en volgorde van artikelen zijn aangehouden vanuit de oude verordening. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 11 van de modelverordening van de VNG
12
Artikel 11 Uitnodiging hoorzitting 1. De voorzitter van de kamer van de commissie nodigt de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2. Binnen vijf dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbende(n) of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken datum en/of tijdstip van de zitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één week voor de datum en/of het tijdstip van
Artikel 12 Uitnodiging hoorzitting 1. De voorzitter van de kamer van de commissie nodigt de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2. Binnen vijf dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbende(n) of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken datum en/of tijdstip van de zitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één week voor de datum en/of het tijdstip van
Los van de nummering zijn in deze artikelen (10, 11 en 12) geen wijzigingen. De verdeling in, en volgorde van artikelen zijn aangehouden vanuit de oude verordening. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 11 van de modelverordening van de VNG
de zitting aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan meegedeeld. 4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als vermeld in het eerste, tweede en derde lid. Artikel 12 Quorum 1. Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en tenminste één lid van de kamer van de commissie aanwezig zijn. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, als de kamer van de commissie heeft besloten het horen over te dragen aan alleen de voorzitter van de kamer van de commissie.
de zitting aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan meegedeeld. 4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als vermeld in het eerste, tweede en derde lid. Artikel 13 Quorum 1. Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en tenminste één lid van de kamer van de commissie aanwezig zijn. 2. De commissie kan met toepassing van artikel 7:13, derde lid, van de wet het horen opdragen aan alleen de voorzitter.
14
Artikel 13 Niet deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de kamer van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Artikel 14 Niet deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de kamer van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Los van de nummering zijn in dit artikel geen wijzigingen. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 12 van de modelverordening van de VNG
15
Artikel 14 1. De zitting van de kamer Ruimtelijke en Overige Zaken is openbaar. 2. De deuren kunnen worden gesloten als de voorzitter of één van de aanwezige leden van de kamer van
Artikel 15 Openbaarheid zitting 1. De zitting van de kamer Ruimtelijke en Overige Zaken is openbaar. 2. De deuren kunnen worden gesloten als de voorzitter of één van de aanwezige leden van de kamer van
Geen wijzigingenin dit artikel, behalve het verwijderen van de niet meer bestaande Kamer Personele Zaken in lid 4. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 13 van de modelverordening van de VNG
13
In artikel 13 wordt iets nadrukkelijker opgenomen de mogelijkheid om het horen over laten aan alleen de voorzitter (enkelvoudige kamer). Dit kan op grond van de wet en wordt in Kamer I al geruime tijd toegepast. Ook in Kamer II zal worden nagedacht over de toepassing van deze mogelijkheid.
de commissie het nodig oordeelt, of de commissie het nodig oordeelt, of als een belanghebbende daartoe als een belanghebbende daartoe een verzoek doet. een verzoek doet. 3. Als de kamer van de commissie 3. Als de kamer van de commissie vervolgens beslist dat gewichtige vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. gesloten deuren. 4. De zittingen van de kamers Sociale 4. De zittingen van de kamer Sociale Zaken en Personele Zaken zijn niet Zaken zijn niet openbaar. openbaar. 16
Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3. Als de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde stukken, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer van de commissie
Artikel 16 Schriftelijke verslaglegging 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3. Als de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde stukken, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer van de commissie.
Toelichting Los van de nummering zijn in dit artikel geen wijzigingen. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 14 van de modelverordening van de VNG
17
Artikel 16 1. Als na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter van de kamer van de commissie uit eigen beweging of op verlangen van de leden van de kamer dit onderzoek houden. 2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de kamer van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) toegezonden. 3. De leden van de kamer van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) kunnen binnen één week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de kamer van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist over een dergelijk verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Nader onderzoek 1. Als na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter van de kamer van de commissie uit eigen beweging of op verlangen van de leden van de kamer dit onderzoek houden. 2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de kamer van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) toegezonden. 3. De leden van de kamer van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) kunnen binnen één week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de kamer van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist over een dergelijk verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Los van de nummering zijn in dit artikel geen wijzigingen. De inhoud komt overeen met de strekking van artikel 15 van de modelverordening van de VNG
18
Artikel 17 Nieuwe feiten en omstandigheden na de hoorzitting
Artikel 18 Nieuwe feiten en omstandigheden na de hoorzitting
Los van de nummering zijn in dit artikel geen wijzigingen
19
1. Als na het horen feiten en omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaarschrift te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan belanghebbenden en, als dit daarmee nog niet bekend is, het verwerend orgaan meegedeeld en worden zij, alvorens toepassing te geven aan artikel 7:9 van de wet, in de gelegenheid gesteld daarop binnen een bepaalde termijn schriftelijk te reageren. 2. Bij de oproep voor de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:9 van de wet wordt melding gemaakt van de ontvangst van krachtens het vorige lid ingediende reacties.
1. Als na het horen feiten en omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaarschrift te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan belanghebbenden en, als dit daarmee nog niet bekend is, het verwerend orgaan meegedeeld en worden zij, alvorens toepassing te geven aan artikel 7:9 van de wet, in de gelegenheid gesteld daarop binnen een bepaalde termijn schriftelijk te reageren. 2. Bij de oproep voor de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:9 van de wet wordt melding gemaakt van de ontvangst van krachtens het vorige lid ingediende reacties.
Artikel 18 Raadkamer en advies
Artikel 19 Raadkamer en advies 1. De voltallige kamer van de commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. 2. Schriftelijke beraadslaging is mogelijk. De schriftelijke weerslag van de beraadslagingen behoort niet tot het dossier. 3. De kamer van de commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 4. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter
1.
2.
a. De voltallige kamer van de commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. b. Schriftelijke beraadslaging is mogelijk. De schriftelijke weerslag van de beraadslagingen behoort niet tot het dossier. a. De kamer van de commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
b. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. c. Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt, als die minderheid dat verlangt. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de kamer van de commissie ondertekend.
5. Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt, als die minderheid dat verlangt. 6. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 7. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de kamer van de commissie ondertekend.
Artikel 19 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder meezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 van de verordening en eventueel door de kamer van de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan. 2. Als naar het oordeel van de voorzitter van de kamer van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing
Artikel 20 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder meezending van het verslag als bedoeld in artikel 16 van de verordening en eventueel door de kamer van de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan. 2. Als naar het oordeel van de voorzitter van de kamer van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing
3.
4.
20
Toelichting Los van de nummering en kleine tekstuele aanpassingen zijn in dit artikel geen wijzigingen. Komt overeen met artikel 17 van de VNG Model verordening. In laatste artikel ‘verwerend orgaan’ weggelaten, nu dat het bestuursorgaan is dat de verdaging verzendt. In lijn met het VNG model.
te verdagen als bedoeld in artikel 7:10, derde lid van de wet. 3. Van het in tweede lid bedoelde verdagingsbesluit ontvangen de kamer van de commissie, de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan, een afschrift.
te verdagen als bedoeld in artikel 7:10, derde lid van de wet. 3. Van het in tweede lid bedoelde verdagingsbesluit ontvangen de commissie en de belanghebbende(n) een afschrift.
21
Artikel 20 Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks verslag uit van de werkzaamheden aan het college en doet zonodig aanbevelingen.
Artikel 21. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks verslag uit van de werkzaamheden aan het college en doet zo nodig aanbevelingen.
22
Artikel 21 Hardheidsclausule De raad, het college, de burgemeester en de leerplichtambtenaar kunnen één of meerdere artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van het behandelen van bezwaarschriften, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard
Artikel 22. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van het behandelen van bezwaarschriften leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 22 Intrekking oude regeling De Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2003, zoals vastgesteld op 26 november 2002, wordt ingetrokken.
Artikel 23. Intrekking oude regeling De Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2010, zoals vastgesteld bij
23
Slotbepalingen. Afgezien van aanpassingen naar de huidige verordening qua data en naam, is artikel 23 (oud), overgangsrecht, komen te vervallen. Omdat er inhoudelijk geen wijzigingen zijn, zal de overgang van de oude naar de nieuwe verordening geen problemen opleveren. De modelverordening VNG stelt dit artikel ook niet voor. Wanneer er in een onvoorzien geval een zeer onbillijk gevolg ontstaat door toepassing van deze verordening kan de hardheidsclausule worden gebruikt, behalve als de toepassing daarvan in strijd zou zijn met de wet. Na toepassing van de hardheidsclausule moet de verordening worden aangepast, omdat het dan geen onvoorzien geval meer betreft.
Commentaar [PdBJ1]: Deze toelichting hoort bij het vorige artikel, kan hier weg.
besluit van 23 februari 2010, wordt ingetrokken.
24
25
Artikel 23 Overgangsrecht Op de afhandeling van een bezwaarschrift, dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingediend en waarvan de hoorzitting voor de inwerkingtreding van deze verordening heeft plaatsgevonden, is deze verordening, met uitzondering van artikel 18, tweede en derde lid van de verordening, niet van toepassing. Op de afhandeling van een bezwaarschrift, dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingediend en waarvan de hoorzitting niet voor de inwerkingtreding van deze verordening heeft plaatsgevonden, is deze verordening van toepassing. Artikel 24 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2010 Artikel 25 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2010.
-
Artikel 24. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking Artikel 25. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2023.
Vervallen. Omdat er inhoudelijk geen wijzigingen zijn, zal de overgang van de oude naar de nieuwe verordening geen problemen opleveren.