23-11-21.16 Relevant stuk 2, Bijlagenboek bestemmingsplan “Andelst, Rozenstraat 4"
Tekst van het document
2.3.4 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in Bijlage 9. Zaakidentificatie 2229528100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2009. 9 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 280 m ten noordoosten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor archeologische resten van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de bovenste 25 tot 80 cm van de bodem omgewerkt zijn. Hieronder bevinden zich oeverwalafzettingen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Zaakidentificatie 2223330100 betreft een archeologische opgraving die is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2008. 10 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 290 m ten noordoosten van het plangebied. Op basis van het eerder uitgevoerde
9
Hanemaaijer, Nederpelt, en van Lil 2009
10
Alma 2009 17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
bureauonderzoek werden archeologische resten in het gebied verwacht. Tijdens het onderzoek is een percelering aangetroffen uit de periode 900-1350. Deze percelering betreft een akkercomplex of erfindeling. Dit complex is waarschijnlijk gerelateerd aan de kern van de nederzetting van Andelst en het nabijgelegen omgrachte huis. De percelering lag op de oeverwal van de Herveldse stroomgordel. Zaakidentificatie 4713774100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door Salisbury Archeologie b.v. in 2019. 11 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 200 m ten noorden van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek worden archeologische resten uit alle perioden verwacht. Bij het veldonderzoek is geconstateerd dat de top van de laagopeenvolging bestaat uit een tot 0,80 m dikke bouwvoor/verstoorde laag. Over het algemeen is de laag (overwegend matig siltige, matig humeuze klei, maar plaatselijk sterk siltig tot sterk zandig). Dit pakket sluit aan op fluviatiele afzettingen.
Daarbinnen is onderscheid gemaakt tussen komafzettingen (overwegend licht siltige klei met wisselende hoeveelheden ijzer- en mangaanoxidevlekken, en vaak met plantenresten), vegetatiehorizont bestaande uit donkergrijze, licht siltige, licht humeuze klei of niveaus met humusvlekken) geulen/of beddingafzettingen (zeer fijn tot matig grof, goed tot matig gesorteerd zand, vaak met fijn grind en soms met klei- of zandlaagjes) en overstromingsafzettingen (matig of sterk siltige klei). In zeven boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis hiervan zijn twee locaties als vindplaats aangemerkt. De delen van het plangebied die de AMK-terreinen doorsnijden zijn aangemerkt als vindplaats 3. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om in de aangemerkte vindplaatsen vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een archeologische begeleiding. Zaakidentificatie 2053490100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door BAAC BV in 2004. 12 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 450 m ten oosten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge archeologische verwachting vanaf de IJzertijd. Bij het booronderzoek is vastgesteld dat de bovenste 30-40 cm van de bodem verstoord is. Dit verstoorde pakket sluit aan op komafzettingen die op een diepte van 80-100 m overgaat in beddingafzettingen.
Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.
2.4 HISTORIE
Andelst is ontstaan op twee woerden (Andelst en De Hoge Hof). Het plangebied ligt tegen de zuidwestzijde van De Hoge Hof. De oudste bron waarin Andelst genoemd wordt komt uit 855. Dit is een oorkonde waarin ene Folker aan het klooster van Werden schenkt. Woerd De Hoge Hof was ooit een centrum van bestuur en rechtspraak. Reinald II, graaf van Gelre, benoemde Andelst in 1327 tot een gerechtsplaats.13
11
Aalbersberg 2021
12
Schorn 2004
13
Hetwoonhart.nl 18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)14 is het plangebied en haar omgeving al bebouwd (zie onderstaande afbeelding). De bebouwing binnen het plangebied bevond zich op de oostzijde van het plangebied. Het plangebied ligt aan de uiterste westzijde van een bebouwingslint aan de Rozenstraat. Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als huis en erf, bos (boomgaard) en bouwland van ene Hendrik Erkes. Het plangebied lijkt zich op een overgang te bevinden tussen onregelmatige gevormde (oude, vroegmiddeleeuwse) percelen direct ten oosten en grotere regelmatig gevormde percelen ten westen (waarschijnlijk laatmiddeleeuws ontgonnen percelen in de komgebieden. Mogelijk gaat het in het plangebied eveneens om een laatmiddeleeuwse ontginning. Omdat het terrein toen al goed gedraineerd kon worden, was het geschikt voor bouwland en boomgaarden.
Afbeelding 6. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, oranje: onverharde weg. Lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie afbeelding 7) is te zien dat de bebouwing naast en ten noorden van het plangebied zich verder heeft uitgebreid. Rond 1929 wordt een woning tegen de oostzijde van het plangebied gebouwd (Afbeelding 8). In de loop van de decennia wordt de bebouwing ten noorden en oosten van het plangebied verder uitgebreid en percelen heringedeeld (Afbeelding 9). De huidige bebouwing is in 1957 gebouwd.15 Rond 1999 wordt iets verder ten oosten van het plangebied een glastuinbouwcomplex gebouwd (Afbeelding 10).
14
bron: hisgis.nl
15
Bagviewer.nl 19
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1929. Bron: topotijdreis.nl.
20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1987. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1999. Bron: topotijdreis.nl.
21
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
2.4.1 TWEEDE WERELDOORLOG Op basis van de kaart IKME ligt het plangebied meer dan 600 m verwijderd van de grenzen van het operatieterrein van Market Garden.16 Operatie Market Garden was een grootschalig geallieerd offensief met als doel de vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer om de Duitse troepen in het westen van Nederland af te snijden door middel van luchtlandingen bij Arnhem, Nijmegen en Eindhoven, in combinatie met een grondoffensief vanuit België. Circa 5 km ten westen van het plangebied, bij Driel, lag Dropzone K, waar parachutisten van het 1st Polish Independent Parachute Brigade Group zijn geland. Zo ver bekend hebben tijdens operatie Market Garden geen gevechtshandelingen binnen het plangebied plaatsgevonden.17
16 17
www.ikme.nl/ikmekaart.html Van Lunteren 2013. 22
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt in een rivierkomvlakte, tegen een stroomrugglooiing en nabij een stroomgordel. Volgens de zandbanenkaart van de Provincie Gelderland ligt het plangebied in een zone met pleistoceen zand 4,0 – 5,0 m-mv en 5,0 - 6,0 m -mv. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met Kalkhoudende ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei (Rd90A). Op het AHN is te zien dat het plangebied zich in een overwegend laaggelegen gebied bevindt. Ongeveer 370 m ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een verhoging in het landschap die overeenkomt met de terp die op de bodemkaart is weergegeven. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als erf met bos (boomgaard). De eerste bebouwing binnen het plangebied staat weergegeven op de topografische kaart kadastrale minuut van rond 1832. De huidige bebouwing in het plangebied is in 1957 gebouwd.
3.2 AANVULLENDE VRAGEN BUREAUONDERZOEK Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen binnen een afstand tot ca. 200 m vanaf de onderzoekslocatie? Het plangebied ligt in een overstromingsvlakte (rivierkomvlakte), tegen een stroomrugglooiing en nabij een stroomrug, waarbij het pleistocene zand op 4,0 tot 6,0 m -mv bevindt. In de nabijheid is mogelijk een uitloper van een crevasse aanwezig. De ondergrond bestaat waarschijnlijk uit komgronden. Bodemkundig ligt het plangebied in een zone met kalkhoudende ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei. Ooivaaggronden hebben een bovengrond met een homogene donkere bruine of grijsbruine kleur. Vanaf 50 cm -mv kunnen grijze vlekken of roestvlekken voorkomen. Indien veen of slappe klei in de ondergrond aanwezig is, ligt dit op grotere diepte. De homogenisatie is veroorzaakt door een hoge biologische activiteit, die geruime tijd heeft geduurd. Dit is alleen mogelijk, wanneer geen blijvende of tijdelijke wateroverlast hoog in het profiel optreedt, het leven in de grond niet regelmatig wordt verstoord (bijv. door ploegen) en het sediment niet zo jong meer is.
23
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? Het plangebied ligt in een zone met ooivaaggronden. De homogenisatie van deze gronden is veroorzaakt door een hoge biologische activiteit, die geruime tijd heeft geduurd. Dit is alleen mogelijk, wanneer geen blijvende of tijdelijke wateroverlast hoog in het profiel optreedt, het leven in de grond niet regelmatig wordt verstoord (bijv. door ploegen) en het sediment niet zo jong meer is.
Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als huis en erf met bos (boomgaard) en bouwland.
Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Door de hoge biologische activiteit is homogenisatie opgetreden. Dat wil in ieder geval zeggen dat de oorspronkelijke sedimentaire structuren verdwenen zijn in de grofweg bovenste meter van het profiel.
Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Het plangebied lijkt zich op een overgang te bevinden tussen onregelmatige gevormde (oude, vroegmiddeleeuwse) percelen direct ten oosten en grotere regelmatig gevormde percelen ten westen (waarschijnlijk laatmiddeleeuws ontgonnen percelen in de komgebieden. Mogelijk gaat het in het plangebied eveneens om een laatmiddeleeuwse ontginning. Omdat het terrein toen al goed gedraineerd kon worden, was het geschikt voor bouwland en boomgaarden.
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Het plangebied ligt ten zuiden van woerd De Hoge Hof. Deze woerde kent een hoge archeologische verwachting voor de Late IJzertijd, Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Het gebied kent ook een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In het plangebied staat een boerderij uit 1957. Deze boerderij heeft mogelijk een of meerdere voorgangers gehad. Voor een gedetailleerde beschrijving per vondst en complex zie hoofdstuk 2.3.
24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? Het plangebied ligt aan de rand van de historische kern van Andelst. Het plangebied was deels bebouwd op de kadastrale minuut van rond 1832. Mogelijk heeft er in het plangebied een voorganger gestaan van deze boerderij. Resten van een mogelijke voorganger zouden zich kunnen manifesteren in de vorm van funderingen, bouwpuin en uitbraaksleuven en/of grondsporen van houtbouw.
Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? De woerd De Hoge Hof wordt waarschijnlijk al vanaf de IJzertijd – Romeinse Tijd bewoond. Eventueel aanwezige archeologische resten zouden dan ook bestaan uit nederzettingssporen. Deze kenmerken zich onder andere door (paal)kuilen en greppels. Vondstmateriaal bestaat uit gebruiksaardewerk, (vuur)steen, dierlijk bot en metaal. In goede conserveringsomstandigheden zouden organische resten bewaard kunnen zijn gebleven. De sporendichtheid van de nederzetting is vermoedelijk gering.
Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Archeologische resten kunnen zich manifesteren op verschillende niveaus in oeverafzettingen als archeologische laag en/of in en rond het niveau van laklagen.
Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Als bij het verkennend booronderzoek een onverstoorde bodemopbouw wordt aangetroffen en/of indicaties voor vindplaatsen zijn gevonden is een karterend booronderzoek de beste methode voor een eventueel vervolgonderzoek. Volgens de richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de regio Arnhem wordt bij locaties < 0,5 ha geadviseerd om in dat geval meteen een doorstart te maken naar een karterend booronderzoek. Als er dan nog indicaties gevonden worden, wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd.
3.3 VERWACHTINGSMODEL Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Dit hangt samen met geregistreerde archeologische resten binnen het onderzoeksgebied.
25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
3.4 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied circa zes grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten. Volgens de richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de regio Arnhem wordt bij locaties < 0,5 ha waar een onverstoorde bodemopbouw wordt aangetroffen en/of indicaties voor vindplaatsen zijn gevonden, geadviseerd om in het geval meteen een doorstart te maken naar een karterend booronderzoek.
26
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Aanvullend dienen hiervoor de verplichte onderzoeksvragen voor het verkennend veldonderzoek te worden beantwoord: 11. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? 12. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? 13. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 14.
Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? 15. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen 16. Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring?
27
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Deel karterend booronderzoek (indien van toepassing)
1. Uitgaande van de onderzoeksstrategie: zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het onderzoeksgebied aanwezig? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 2. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 3. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen zoekstrategie geweest? Licht beargumenteerd toe. Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn: 4. Wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van deze archeologische vondst- en/of spoorcomplexen? Licht toe met een beargumenteerde interpretatie. a.
Wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP? Wat is de dikte van deze vondstlaag of vondstlagen? Licht toe aan de hand van een beargumenteerde interpretatie van boorprofielen.
b.
In hoeverre is deze vondstlaag/vondstlagen of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor die in de diepere bodem?
c.
In hoeverre is de vondstlaag of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor de ligging en verbreiding van een eventueel sporenniveau?
d.
Hoe kan men de resultaten vertalen in termen van conservering/ kwaliteit, en/of verdere zoek- of waarderingsstrategie?
e.
Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben?
f.
Welke mogelijkheden zijn er, of welk perspectief is er, voor in situ behoud? Wat zijn daarvoor de randvoorwaarden? Hoe dienen deze randvoorwaarden tijdens de waarderende fase te worden onderzocht?
Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in Bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld18 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van karterende boringen. Bij het onderzoek was al vrijwel meteen duidelijk dat er een overwegend onverstoorde bodemopbouw zou worden aangetroffen. Bij een locatie kleiner dan 0,5 ha zoals het plangebied wordt volgens de richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de regio Arnhem geadviseerd om meteen een doorstart te maken naar een karterend booronderzoek. De karterende boringen hebben tot doel vindplaatsen op te sporen.
18
J. Wijnen, 2022 28
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Op basis van het verwachtingsmodel is karterend booronderzoek een effectieve onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek19 is uitgegaan van een boorgrid van 20 boringen per ha en zijn de boringen uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 12 cm. Relevante lagen van de boorkernen zijn op archeologische indicatoren gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 11. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in Bijlage 10.
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
Boring 1 is gestuit in een grindverharding. Deze boring is gezet ter hoogte van een oprit. Deze grindverharding is aanwezig in het gehele oostelijke plangebied, langs het woonhuis tot aan de achter op het perceel gelegen bijgebouwen (garage en overkapping). Deze grindverharding ligt verder tegen de voorzijde van het woonhuis. Tussen deze grindverharding en de Rozenstraat bevindt zich een smalle onverharde strook, die in gebruik is als perk. Algemeen is onder een matig dikke A-horizont een pakket oeverafzettingen aangetroffen vanaf 30 à 80 cm -mv (6,76 à 7,28 m + NAP), met daarin een laklaag op 80 à 100 cm -mv (6,56 à 6,76 m +NAP). Van onder naar boven worden deze oeverafzettingen steeds zwaarder. Afgezien in boring 2 waarin de oeverafzettingen vanaf de maximaal verkende diepte van 200 cm -mv uit sterk siltige klei (zwaardere oeverafzettingen) bestaan. De profielopbouw binnen het plangebied kan voornamelijk omschreven worden als:
19
Tol e.a., 2012. 29
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
•
Vanaf 150 à 160 cm -mv (5,87 à 6,06 m +NAP) bestaan deze uit lichtgrijze, sterk zandige, zwak mangaanhoudende en zwak roesthoudende klei (oeverafzettingen van de Formatie van Echteld).
•
Vervolgens vanaf 140 cm -mv (6,05 à 6,16 m +NAP) uit lichtgrijze, matig zandige, matig mangaanhoudende en zwak roesthoudende klei (oeverafzettingen van de Formatie van Echteld).
•
Vanaf 100 à 120 cm -mv (6,30 à 6,56 m +NAP) uit lichtgrijze, sterk siltige, matig mangaanhoudende en matig roesthoudende klei (oeverafzettingen van de Formatie van Echteld).
•
Vervolgens is de boven beschreven laklaag op 80 à 100 cm -mv (6,56 à 6,76 m +NAP) aangetroffen. Deze laklaag bestaat uit grijze, zwak humeuze, sterk siltige, matig mangaanhoudende en matig roesthoudende klei (laklaag in oeverafzettingen van de Formatie van Echteld).
•
Vanaf 30 à 80 cm -mv is bruine, sterk siltige, zwak mangaanhoudende en zwak roesthoudende klei (oeverafzettingen van de Formatie van Echteld).
•
Vanaf 10 à 20 cm tot 30 à 40 -mv grijsbruine, zwak humeuze, zwak zandige klei (A-horizont).
•
Vanaf het maaiveld tot 10 à 20 cm -mv is donker grijsbruine, zwak zandige klei aangetroffen (bouwvoor, A-horizont).
In boring 2 is onder de A-horizont bestaande uit twee subhorizonten een verstoring aanwezig tot 60 cm -mv. Vanaf 60 cm -mv is direct onder de verstoorde laag de laklaag aangetroffen die elders is afgedekt met oeverafzettingen. In boring 2 is vanaf 120 tot 140 cm -mv een laklaag aangetroffen. In boring 6 is onder een 50 cm dikke opgebrachte laag bestaande uit donker grijsbruin, zwak humeuze, zwak zandige klei met wat recente plantenresten en veel houtresten, tot 80 cm een gevlekte, verstoorde horizont met wat recente houtresten aangetroffen. In boring 3 is vanaf 100 cm -mv, onder de laklaag, een lichtgrijze, matig zandige, matig mangaanhoudende en zwak roesthoudende kleilaag aanwezig, die mogelijk de uitloper van een crevasse representeert.
4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE
In de boringen 2 en 6 zijn in de respectievelijk bovenste 60 en 80 cm -mv zijn in de A-horizont en een verstoorde ondergrond en een opgebrachte laag met daaronder een verstoorde ondergrond bijmengingen aangetroffen, die overwegend recent zijn (kolengruis, vensterglas, planten- en houtresten). In de laklaag van boring 2 vanaf 60 cm -mv (7,28 m +NAP) is wat houtskool, wat baksteen en verbrande leem aangetroffen. Vanaf 80 tot 120 cm -mv in boring 2 is wat houtskool aangetroffen in de oeverafzettingen. In boring 3 is vanaf 140 cm -mv veel houtskool aangetroffen in de oeverafzettingen. In boring 4 is wat houtskool als archeologische indicator in de laklaag op 80 tot 100 cm -mv, in oeverafzettingen in 110 tot 140 cm -mv en 150 cm -mv aangetroffen. In boring 5 zijn op 50 en 70 cm -mv (6,97 en 6,77 m +NAP) enkele, ondetermineerbare snippertjes aardewerk aangetroffen in oeverafzettingen en op 110 tot 140 cm -mv is daarin wat houtskool aangetroffen. Afgezien van plaatselijke verstoringen in boring 2 en 6 is een overwegend intacte bodemopbouw aangetroffen.
30
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
5C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING
5.1ONDERZOEKSVRAGEN
Beantwoording van de verplichte onderzoeksvragen zoals aangegeven in Handboek archeologisch bureauonderzoek 2017: De conclusie wordt gegeven aan de hand van de onderzoeksvragen uit paragraaf 3.2.
5. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? Algemeen is onder een matig dikke A-horizont een pakket oeverafzettingen aangetroffen vanaf 30 à 80 cm -mv (6,76 à 7,28 m + NAP), met daarin een laklaag op 80 à 100 cm -mv (6,56 à 6,76 m +NAP). Van onder naar boven worden deze oeverafzettingen steeds zwaarder. Afgezien in boring 2 waarin de oeverafzettingen vanaf de maximaal verkende diepte van 200 cm -mv uit sterk siltige klei (zwaardere oeverafzettingen) bestaan. De oeverafzettingen zijn waarschijnlijk afkomstig van de Herveld Phase B stroomgordel. Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 2500 v.Chr. tot en met circa 250 v.Chr. (Laat-Neolithicum tot Late IJzertijd).
31
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
6. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? De oeverafzettingen bestaan voornamelijk van onder naar boven uit lichtgrijze sterk zandige klei, lichtgrijze matig zandige klei, lichtgrijze sterk siltige klei, een laklaag bestaande uit grijze, zwak humeuze, sterk siltige klei. Deze is afgedekt met bruine, sterk siltige klei. De matig dikke A-horizont al dan niet bestaande uit twee subhorizonten bestaat uit donkerbruine, zwak humeuze, zwak zandige klei en/of donker grijsbruine, zwak humeuze, zwak zandige klei. De enkele opgebrachte/verstoorde horizonten bestaan uit een 50 cm dikke opgebrachte laag (boring 6) bestaande uit donker grijsbruin, zwak humeuze, zwak zandige klei met wat recente plantenresten en veel houtresten, tot 80 cm een gevlekte, verstoorde horizont met wat recente houtresten. In boring 2 is onder de A-horizont bestaande uit twee subhorizonten een verstoring aanwezig tot 60 cm -mv met daarin subrecente bijmengingen (kolengruis, vensterglas).
7. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? In de boringen 2 en 6 zijn opgebrachte (subrecente) lagen aangetroffen. Het gaat om donker grijsbruine, zwak humeuze, zwak zandige klei al dan niet met plantenresten en houtresten. Vanaf 10 cm -mv is in boring 2 een subhorizont van de A-horizont aanwezig bestaande uit grijsbruine, zwak humeuze, zwak zandige klei met subrecente bijmengingen zoals kolengruis. Vanaf 40 tot 60 cm is een bruine, gevlekte/verstoorde horizont aanwezig bestaande uit sterk siltige klei met modern vensterglas als bijmenging (recent vergraven). Vanaf 50 tot 80 cm -mv is bruine, gevlekte, sterk siltige klei aanwezig in boring 6. Deze afdeklaag en verstoring zijn vrij recent.
8. Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? Zie voorgaande vraag. 9. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? Plaatselijk is tot 60 à 80 cm diepte (boring 2 en 6) in subrecente opgebrachte/verstoorde grond subrecent materiaal aanwezig.
10. Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? Afgezien de opgebrachte grondlagen, plaatselijke verstoringen in de boringen 2 en 6 en een recente bouwvoor zijn er geen bodemverstoringen aangetroffen.
32
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
Deel karterend booronderzoek
11. Uitgaande van de onderzoeksstrategie: zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het onderzoeksgebied aanwezig? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie Ja, er zijn in de oeverafzettingen en een daarin bevindende laklaag archeologische indicatoren aangetroffen op verschillende locaties en niveaus. Het gaat voornamelijk om houtskool, in een enkele boring zijn niet-determineerbare aardewerkflintertjes aangetroffen in oeverafzettingen en baksteen.
12. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. Algemeen komen de waarnemingen overeen met de resultaten van het voorgaand bureauonderzoek. Gezien de aanwezige afzettingen gaat het waarschijnlijk om oeverafzettingen afkomstig van de Herveld Phase B stroomgordel. De daarin aangetroffen archeologische indicatoren dateren om die reden mogelijk vanaf het Laat-Neolithicum tot Nieuwe tijd.
13. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen zoekstrategie geweest? Licht beargumenteerd toe. De gehanteerde zoekstrategie kan als adequaat worden beschouwd. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen in oeverafzettingen waarin in potentie archeologische niveaus aanwezig zouden kunnen zijn. Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn:
a.
Wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van deze archeologische vondst- en/of spoorcomplexen? Licht toe met een beargumenteerde interpretatie. Op basis van de waarnemingen tijdens het veldonderzoek kan de omvang en aard niet worden vastgesteld. Archeologische resten zijn aangetroffen in laklagen die zijn afgedekt door oeverafzettingen. Daardoor kan worden uitgegaan van een onverstoorde bodemopbouw, waarbij eventuele archeologische resten intact zijn gebleven. Vanaf 60 cm -mv is in een laklaag ook baksteen aangetroffen. Op basis van het baksteen kan worden verondersteld dat het om resten uit de LateMiddeleeuwen of Nieuwe tijd gaat.
33
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
b.
Wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP? Wat is de dikte van deze vondstlaag of vondstlagen? Licht toe aan de hand van een beargumenteerde interpretatie van boorprofielen. In de laklaag van boring 2 vanaf 60 cm -mv (7,28 m +NAP) is wat houtskool, wat baksteen en verbrande leem aangetroffen. Vanaf 80 tot 120 cm -mv in boring 2 is wat houtskool aangetroffen in de oeverafzettingen. In boring 3 is vanaf 140 cm -mv veel houtskool aangetroffen in de oeverafzettingen. In boring 4 is wat houtskool als archeologische indicator in de laklaag op 80 tot 100 cm -mv, in oeverafzettingen in 110 tot 140 cm -mv en 150 cm -mv, aangetroffen. In boring 5 zijn op 50 en 70 cm -mv (6,97 en 6,77 m +NAP) enkele, ondetermineerbare snippertjes aardewerk aangetroffen in oeverafzettingen en op 110 tot 140 cm -mv is daarin wat houtskool aangetroffen.
c.
In hoeverre is deze vondstlaag/vondstlagen of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor die in de diepere bodem? Binnen het plangebied zijn er tot de maximaal verkende diepte oeverafzettingen aangetroffen. Op basis van een in het DINO-loket geraadpleegde boring op ongeveer 60 m ten noordoosten kunnen deze zich tot een aanzienlijke diepte (≥ 4,0 m -mv) voortzetten. Mogelijk kunnen zich verschillende potentiële archeologische niveaus bevinden in en rond laklagen in deze oeverafzettingen. Verder is het pleistocene zand volgens de Zandbanenkaart te verwachten binnen 4,0 tot 6,0 m mv in het plangebied en de directe omgeving ervan. Op en vrijwel direct onder het pleistocene landoppervlak kan eveneens een archeologisch niveau aanwezig zijn.
d.
In hoeverre is de vondstlaag of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor de ligging en verbreiding van een eventueel sporenniveau? Eventueel aanwezige vindplaatsen kunnen zich ook tot buiten het plangebied.
e.
Hoe kan men de resultaten vertalen in termen van conservering/ kwaliteit, en/of verdere zoek- of waarderingsstrategie? Algemeen is een intacte bodemopbouw aanwezig al dan niet met subrecente ophogingen. Daardoor zijn eventuele archeologische resten waarschijnlijk goed geconserveerd.
f.
Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Het geconstateerde archeologische niveau op 30 à 80 cm -mv wordt waarschijnlijk verstoord bij de voorliggende plannen.
34
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
g.
Welke mogelijkheden zijn er, of welk perspectief is er, voor in situ behoud? Wat zijn daarvoor de randvoorwaarden? Hoe dienen deze randvoorwaarden tijdens de waarderende fase te worden onderzocht
Als het terrein wordt opgehoogd is mogelijk een behoud in-situ mogelijk als het plangebied wordt bebouwd. De randvoorwaarden dienen door middel van een proefsleuvenonderzoek onderzocht te worden. Vooralsnog dient bij de voorliggende plannen ervanuit gegaan te worden dat waarschijnlijk aanwezige vindplaatsen verstoord gaan worden.
5.2 CONCLUSIE Afgezien van plaatselijke verstoringen in boring 2 en 6 is een overwegend intacte bodemopbouw aangetroffen voornamelijk bestaande uit oeverafzettingen met daarin een laklaag. Vanaf 30 à 80 cm -mv (6,76 à 7,28 m + NAP) is de ondergrond bestaande uit oeverafzettingen aangetroffen, met daarin een laklaag op 80 à 100 cm -mv (6,56 à 6,76 m +NAP). In boring 2 is nog een tweede laklaag aangetroffen op 120 tot 140 cm -mv (6,48 tot 6,68 m +NAP). Daar waar de onder een A-horizont, opgebrachte grond en/of verstoorde bovenlaag, de ondergrond begint, ligt in potentie de bovenzijde van het archeologisch niveau. De aanwezige laklagen representeren voormalige loopvlakken die bij uitstek archeologische niveaus kunnen vertegenwoordigen. In de oeverafzettingen en de bovenste laklaag zijn archeologische indicatoren aangetroffen bestaande uit wat houtskool (boring 2 vanaf 60 cm en 80 tot 120 cm, boring 3 is vanaf 140 cm, boring 4 op 80 tot 100 cm -mv, in oeverafzettingen in 110 tot 140 cm -mv en 150 cm en boring 5 op 110 tot 140 cm -mv). In boring 5 zijn op 50 en 70 cm -mv in de oeverafzettingen enkele ondetermineerbare aardewerksnippertjes aangetroffen. Archeologische indicatoren zijn vanaf het niveau van 7,28 m +NAP aangetroffen (diepte vanaf 22 à 60 cm -mv).
Omdat het bovenste archeologische niveau vrij ondiep ligt, worden eventuele archeologisch relevante lagen of vindplaatsen bedreigd door de geplande ingrepen.
35
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
6S
ELECTIEADVIES
Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorliggende plannen waarbij vanuit moet worden gegaan dat waarschijnlijk aanwezige vindplaatsen worden verstoord, wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).20 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Overbetuwe, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Joris Habraken (regio Arnhem).
20
Borsboom e.a., 2012 36
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
literatuur
Aalbersberg, G., 2021. Transportstelsel Noord (TSNO), tracés Andelst en Zetten (gemeenten Neder-Betuwe en Overbetuwe). Een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Assen. Alma, X.J.F., 2009. Laatmiddeleeuwse woonterp aan de Kerkstraat te Andelst. Een archeologische opgraving. Amersfoort. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. en Geurts, A.H., 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. Habraken, J., 2017: Handboek archeologisch onderzoek Regio Arnhem, 2017. Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten. Hanemaaijer, M., S. Nederpelt en van Lil R., 2009. Andelst, Wageningsestraat (gemeente Overbetuwe). Amersfoort. Lunteren, F. van, 2013. ‘De dubbele inzet van het Britse Hallamshire Regiment in april 1945’, in Arnhems Historisch Tijdschrift, jaargang 33, nr. 1, p. 35-42. Mulder, E.F.J. de., 2003.
De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Schorn, E.A., 2004, Plangebied Tielsestraat 197 te Andelst. ‘s-Hertogenbosch Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Wijnen, J. , 2022. Plan van Aanpak ivo-verkennend Plangebied Rozenstraat 4, Andelst, Overbetuwe. Eindhoven. Willemse, N.W., 2009: Archeologisch beleid van de gemeente Overbetuwe, deel 1: actualisatie van de archeologische kaarten, RAAP rapport 2003. Willemse, N.W., 2009: Archeologisch beleid van de gemeente Overbetuwe deel 2: voorstel tot bijstelling wettelijk verplichte ondergrens archeologisch onderzoek gemeente Overbetuwe, RAAP rapport 2003. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl
37
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Rozenstraat 4 te Andelst, gemeente Overbetuwe, Gelderland
www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 5-7-2022 1 archeologische verwachting romeins. Bron: gemeente Overbetuwe. Geraadpleegd op 5-72022 1 archeologische verwachtingskaart. Bron: gemeente Overbetuwe. Geraadpleegd op 5-72022 1 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 5-7-2022 1 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5-72022 1 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5-7-2022 1 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5-7-2022 1
38
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
39
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
40