23-11-21.14 Relevant stuk 3, Toelichting en regels bestemmingsplan “Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel"
Tekst van het document
Conclusie De ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, leidt tot een (significante) afname van het bebouwd en verhard oppervlak en wordt hydrologisch neutraal uitgevoerd. Negatieve effecten op oppervlaktewater of op de veiligheid van een waterkering zijn uitgesloten. Gezien het bovenstaande heeft het plan geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding en vormt het aspect water dan ook geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
5.11
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: 1. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; 2. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. de bescherming van overige soorten.
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling Het plan voorziet in sloop van bestaande bebouwing, realisatie van nieuwe bebouwing en landschapselementen en een wijziging van de bestemming naar wonen. Gezien de aard van de benodigde ingerepen, is overtreding van de Wnb op voorhand niet uitgesloten. Om te beoordelen of er (potentiële) negatieve effecten op beschermde soorten en/of gebieden aan de orde (kunnen) zijn met dit plan, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3. Hierna volgt een samenvatting van de onderzoeksbevindingen. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of een Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Voor Natura 2000-gebieden is externe werking wel van toepassing. Een negatief effect van stikstof op Natura 30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van het rapport uitgesloten worden. Ook overige potentiële negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibiën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari.
Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibiën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Om te voorkomen grondgebonden zoogdieren of amfibiën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibiën en vogels, niet aangetast.
Conclusie Het aspect flora en fauna levert geen belemmering voor de realisatie van het plan op. Negatieve effecten op beschermde soorten en natuurgebieden zijn op voorhand redelijkerwijs uit te sluiten. Bij uitvoering van de werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht met enkele specifieke aandachtspunten.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
5.12
Archeologie en cultuurhistorie
De bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Beoordeling Cultuurhistorie In het plangebied en de direct eomgeving zijn geen bijzondere, als zodanig aangewezen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, gebieden of elementen aanwezig. Het open kommenlandschap, waartoe het plangebied behoort, heeft wel bepaalde landschappelijke kenmerken en waarden (met name openheid). In het huidige bestemmingsplan is het plangebied grotendeels aangemerkt als onderdeel van dit waardevolle landschap. Deze waarden zijn in de gemeentelijke beleidskaders beschreven en beschermd (Omgevingsvisie Overbetuwe 2040, Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe). Hiermee is bij de planontwikkeling rekening gehouden. In paragraaf 4.3 is nader beschreven en gemotiveerd dat het plan tot een verbetering van de landschappelijke encultuurhistorische kenmerken leidt. Het plan doet geen afbreuk aan cuktuurhistorische waarden.
Archeologie In het plangebied geldt op basis van het huidige bestemmingsplan een middelhoge tot lage archeologische waarde (dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 3 en 4'). Wanneer er sprake is van ingrepen groter dan 500 m² voor waarde 3 en groter dan 2.500 m² voor waarde 4, dan moet archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. In 2018 is een update van de gemeentelijke archeologische beleidskaart doorgevoerd en zijn de vrijgestelde oppervlakten verhoogd naar respectievelijk 1.000 en 10.000 m². De eerstgenoemde drempelwaarde wordt in dit geval echter nog steeds overschreden. Een archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. In Bijlage 4 is de rapportage van het verkennend bureau- en veldonderzoek opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er binnen het plangebied geen archeologische waarden worden verwacht. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, ook niet ten aanzien van de Romeinse limes. Het plangebied kan daarom worden vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling. De archeologische verwachtingswaarde wordt bijgesteld naar een lage verwachting. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Het plan brengt geen aantasting van cultuurhistorische waarden met zich mee. Daarnaast vormt het aspect archeologie geen belemmering voor het plan.
Op basis van het verkennend onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden worden verwacht en dat nader onderzoek dus niet nodig is.
5.13
Verkeer en parkeren
Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft parkeernormen vastgesteld in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Het plangebied ligt in het buitengebied. In de toekomstige situatie is er sprake van een meergeneratiewoning met maximaal 3 wooneenheden, welke worden beschouwd als aaneeengebouwde woningen en van één vrijstaande woning. De parkeerbehoefte is in de toekomstige situatie als volgt:
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Type woning
Aantal
Norm
P.p. nodig
Vrijstaand
1
2,8
2,8
Aaaneengebouwd
3
2,4
7,2
Totaal
4
10
In totaal zijn er 10 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Het parkeren wordt op eigen terrein voorzien in de vorm van parkeerplaatsen in halfverharding en/of klinkerverharding nabij de nieuwe toegangsweg. Er is voldoende ruimte beschikbaar om de 10 benodigde parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein, waardoor wordt voldaan aan de Nota. Het aspect parkeren vormt zodoende geen belemmering voor het plan. Verkeer Bij het bepalen van de verkeersgeneratie, kan gebruik worden gemaakt van de kencijfers van CROW-publicatie 381 (maart 2019). In deze publicatie zijn kencijfers opgenomen voor de verkeersgeneratie van autoverkeer voor verschillende typen functies. De verkeersgeneratie voor in totaal 4 woningen is, uitgaande van het gebied 'buitengebied', 'weinig stedelijk' en met toepassing van de gemiddelde normen in totaal afgerond 33 verkeersbewegingen per etmaal. Het verkeer wordt via één nieuwe ontsluiting afgewikkeld op de Honingveldsestraat. Het verkeer kan op veilige wijze worden afgewikkeld. In de huidige situatie is ter plaatse een manege/paardenhouderij gevestigd. Voor een dergelijke functie uitgaande van het gebied 'buitengebied', 'weinig stedelijk', is de verwachte verkeersgeneratie 4,0 verkeersbewegingen per etmaal per bezette paardenbox.
Gezien de forse omvang van de huidige manege, is de te verwachten vekeersgeneratie zonder meer hoger dan de toekomstige verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie vanwege het plan is op zichzelf beschouwd dus al zeer beperkt en daarnaast leidt het oplan tot een afname van het verwachte aantal verkeersbewegingen. Er worden dan ook geen belemmeringen verwacht. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling vanuit verkeerskundig oogpunt niet op bezwaren stuit.
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemene opzet
Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkeling (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De planregels bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding de volgende enkelbestemmingen opgenomen: 'Agrarisch', 'Wonen' en 'Water'. Zie voor verdere toelichting van de bestemmingen paragraaf 6.2. Daarnaast zijn op de verbeelding enkele aanduidingen en twee bouwvlakken opgenomen. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor inwoners en voor de overheid. Gekozen is voor een concreet, gedetailleerd plan, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is aansluiting gezocht bij de planregels van het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'.
De wijze van bestemmen sluit bovendien aan op de inrichtingsprincipes en de ruimtelijke randvoorwaarden, die in het inrichtings- en beeldkwaliteitsplan zijn beschreven. Bouwplan Als een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
6.2
Toelichting op de verbeelding en regels
Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Agrarisch Een gedeelte van het plangebied, aan de noord- en aan de zuidkanten, behoudt de huidige bestemming 'Agrarisch'. Er is geen bouwvlak opgenomen. Daarom zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. De gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische activiteiten, hobbymatig agrarisch grondgebruik en bijbehorende functies en voorzieningen, zoals groen en water. Water Aan de oostkant van het plangebied ligt een A-watergang. Deze wordt behouden en blijft bestemd als 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede voor bijbehorende functies en voorzieningen. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Wonen Centraal in het plangebied worden in totaal maximaal 4 woningen gerealiseerd in twee gebouwen. Dit betreft één vrijstaande woning en één meergeneratiewoning. De meergeneratiewoning zal bestaan uit één zelfstandige en twee onzelfstandige woning, maar kan in de toekomst uit maximaal 3 zelfstandige woningen bestaan. De woningen en de omliggende gronden, die als tuin zullen worden ingericht, zijn bestemd als 'Wonen'. Ook de toegangsweg is als zodanig bestemd.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, eventueel in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, tuinen en erven en bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen. Tevens zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming zijn drie bouwvlakken opgenomen: één voor de vrijstaande woning (inclusief inpandige aanbouw), één voor de meergeneratiewoning (inclusief inpandige aanbouw) en één voor het bijgebouw bij dit woongebouw. De bouwvlakken zijn afgestemd op het inrichtingsplan en bieden enige flexibiliteit in de exacte situering van de hoofd- en bijgebouwen. Zowel de hoofd- als de aan- en uitbouwen en bijgebouwen moeten binnen de bouwvlakken worden opgericht, maar ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' (die is opgenomen binnen het bouwvlak voor het bijgebouw bij de hoofdmassa) zijn geen hoofdgebouwen toegestaan. Op de verbeelding is de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven, evenals het maximum aantal woningen per bouwvlak. Omdat de bouwregels op onderdelen verschillen voor de vrijstaande woning en de meergeneratiewoning met (maximaal) drie woningen, zijn de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - 2' opgenomen. Hiermee zijn verschillen in bijvoorbeeld de maximale inhoud en de maximale gezamenlijke oppervlakte van aanen uitbouwen en bijgebouwen geregeld.
Binnen de gehele bestemming zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Het gebruik van de woningen voor woondoeleinden is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de landschappelijke inpassing volgens het in de bijlage opgenomen inrichtingsplan tijdig wordt gerealiseerd. Na realisatie moet deze in stand worden gehouden. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel In dit artikel is een regeling met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Dit is in beginsel uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds ook gebouwen zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels In dit asrtikel zijn regels opgenomen voor de twee in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen. De aanduiding 'waardevol landschap' stelt nadere regels aan het eventueel toepassen van in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarbij moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met de waarden van het landschap (met name openheid). De aanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' heeft voornamelijk een signaleringsfunctie, die de gebruiker erop wijst dat bepaalde rechtstreeks werkende regels uit de Omgevingsverordening van toepassing zijn (zie hierover tevens paragraaf 4.2). Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering of overschrijdingen van de bouwgrenzen.
Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen. Overige regels In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen, waarmee geborgd is dat er in geval van nieuwbouw en bij een functiewijziging voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid wordt gerealiseerd. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, ook brengt het niet met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Hoofdstuk 7
Financiële toelichting
Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal plaatsvindt. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Dit bestemmingsplan voorziet in een nieuw bouwplan, omdat er nieuwe hoofdgebouwen mogelijk worden gemaakt. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten. Hierin zijn afspraken vastgelegd over het verhaal van kosten, evenals over eventuele planschade. Hiermee is verzekerd dat er voor de gemeente geen kosten aan het plan verbonden zijn. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg en inspraak
Inleiding
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
8.2
Inspraak
De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan heeft, vanwege de aard en kleinschalige omvang van het plan, geen inspraak plaatsgevonden.
8.3
Overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerpbestemmingsplan wordt aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd.
8.4
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Eventuele zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien. Het plan wordt vervolgens al dan niet gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad.
8.5
Beroep
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch Water Wonen Waarde - Archeologische verwachting 3 Waarde - Archeologische verwachting 4
12 12 12 13 15 18
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
22 22 22 22 22 23 24 24
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
25 25 25
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel met identificatienummer NL.IMRO.1734.0366BUITHningvld6a-VSG1 van de gemeente Overbetuwe. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn, en dat op kleine schaal in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.4
Aan- en uitbouwen
Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is. 1.5
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
Agrarisch bedrijf
Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 1.8
Archeologisch deskundige
De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.9
Archeologisch monument
Een terrein dat op basis van de Monumentenwet 1988 dan wel de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument. 1.10
Archeologisch onderzoek
Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD).
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
1.11
Archeologische verwachting
Een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.12
Archeologische waarde
Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.13
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14
Begane grond
De bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.15
Bestaand
a. bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van het plan; b. bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning voor het bouwen. 1.16
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
Bijgebouw
Een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.19
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.20
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.21
Bouwlaag
Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 1.22
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23
Bouwperceelsgrens
De grens van een bouwperceel. 1.24
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
1.25
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26
Dagrecreatie
het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden. 1.27
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Horeca-activiteiten en detailhandel in volumineuze goederen zijn hieronder niet begrepen. 1.28
Erf
Het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak. 1.29
Erfafscheiding
Afscheidingen op de grens van percelen. 1.30
Extensieve dagrecreatie
Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. 1.31
Gebouw
Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt. 1.32
Gebruiken
Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.33
Groepsaccommodatie
Een groepsverblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd door groepen als kort verblijf met een seizoensgebonden karakter. 1.34
Grondgebonden agrarisch bedrijf
Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee. 1.35
Hobbymatig agrarisch grondgebruik
Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin. 1.36
Hoofdgebouw
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, exclusief aan- en uitbouwen, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.37
Huishouden
Een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
1.38
Inrichtingsplan
Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke (waaronder landschappelijke) inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven. 1.39
Inwoning
Twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn. 1.40
Kelder
Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij bebouwing gelegen in geaccidenteerd terrein gelegen beneden peil. 1.41
Landschappelijke waarden
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare -al dan niet begroeide- deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur. 1.42
Lawaaisporten
Sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen. 1.43
Mandelige ruimtes
Ruimtes die door meerdere huishoudens worden gebruikt. 1.44
Medegebruik
Gebruik dat niet direct gerelateerd is aan de bestemming, maar dat krachtens de regels tevens is toegestaan op de betrokken gronden. 1.45
Meergeneratiewoning
Een hoofdgebouw dat wordt gebruikt voor bewoning door meerdere generaties. De meergeneratiewoning bestaat uit één grondgebonden (zelfstandige) wooneenheid en maximaal twee (grondgebonden of niet grondgebonden) onzelfstandige wooneenheden. 1.46
Nevenactiviteit
Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet als de effecten op het woon- en leefklimaat. 1.47
Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering
De agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen en/of verharding plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij en champignonkwekerij. 1.48
Normaal onderhoud, gebruik en beheer
Werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden al dan niet met bebouwing te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde.
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
1.49
Nutsvoorzieningen
Voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen. 1.50
Ondergeschikte bouwdelen
Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, windvanen, balkons en liftschachten. 1.51
Ondergronds
Onder peil. 1.52
Onzelfstandige wooneenheid
Een gedeelte van een hoofdgebouw dat wordt gebruikt voor de huisvesting van een huishouden waar gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van de meergeneratiewoning en waarbij de meergeneratiewoning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn. 1.53
Overkapping
Bouwwerk, geen gebouw zijnde met maximaal één gesloten wand. 1.54
Peil
a. Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 20 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor overige gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein. 1.55
Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.56
Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan. 1.57
Recreatieve voorzieningen
Faciliteiten ten behoeve van recreatief gebruik. 1.58
Seksinrichting
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.59
Teeltondersteunende voorzieningen
Voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, daaronder begrepen pot- container- en gootteelt.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
1.60
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieingen
Teeltondersteunende voorzieningen welke buiten het teeltseizoen niet aanwezig zijn, met dien verstande dat de voorzieningen maximaal 7 maanden aanwezig mogen zijn. 1.61
Verdieping
De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 1.62
Voorgevel
De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt. 1.63
Waterhuishoudkundige voorzieningen
Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.64
Wonen
Het bewonen van een woning. 1.65
Woning
Een complex van ruimten inclusief aan- en uitbouwen, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.66
Wooneenheid
Een gedeelte van een hoofdgebouw dat wordt gebruikt voor de huisvesting van een huishouden. 1.67
Zelfstandige wooneenheid
Een gedeelte van een hoofdgebouw dat wordt gebruikt voor de huisvesting van een huishouden en medegebruik van voorzieningen door de bewoners van de onzelfstandige wooneenheden.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 2.2
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen en wolfseinden buiten beschouwing gelaten. 2.3
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Bij het bepalen van de inhoud van de wooneenheid dienen mandelige ruimtes in een meergeneratiewoning evenredig te worden verdeeld over de verschillende wooneenheden (zelfstandig of onzelfstandig). 2.4
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
2.5
ondergeschikte bouwdelen
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt.
Regels (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan; b. hobbymatig agrarisch grondgebruik; c. extensieve dagrecreatie met bijbehorende paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. beheer en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen
Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 1 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten. 3.3.2
Spuitzone
De uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Verkleinen afstand in verband met spuitzone
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het toestaan van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt op een afstand van minimaal 5 m tot bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies, mits: a. uit onderzoek blijkt dat een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de gevoelige functies wordt gegarandeerd; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van betreffende (glas)tuinbouw, fruit- en boomteeltbedrijven.
Artikel 4 4.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden; b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; c. waterstaatkundige kunstwerken en andere waterstaatswerken;
12
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel d. e. f. g. h.
beeldende kunstwerken; vijvers; bruggen; extensieve dagrecreatie; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van ecologische waarden en natuurwaarden;
Een en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen, e.d. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 4 m;
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
wonen in woningen, waarbij inwoning is toegestaan; wonen in een meergeneratiewoning; de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; tuinen en erven; hobbymatig agrarisch grondgebruik en hobbymatige fruitteelt; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
Een en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat geen hoofdgebouwen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. per bouwvlak is maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen c.q. wooneenheden toegestaan; c. goothoogte is maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte; d. bouwhoogte is maximaal de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte; e. inhoud hoofdgebouw maximaal: 1. 800 m³ voor het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; 2. 2.400 m³ voor het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2', waarbij de inhoud per wooneenheid minimaal 400 m³ moet bedragen en maximaal 1.000 m³ mag bedragen. 5.2.2
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel maximaal: 1. 90 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; 2. 180 m² voor zover het betreft aan- en uitbouwen ter plaatse van de aanduidingsvlakken 'specifieke bouwaanduiding - 2' gezamenlijk; 3. 240 m² voor zover het betreft bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke
Regels (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel bouwaanduiding - 2' gezamenlijk; c. goothoogte maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte; d. bouwhoogte maximaal de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte. 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a. zwembaden zijn toegestaan, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. gebouwd minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; 2. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 meter; 3. oppervlakte maximaal 90 m²; 4. bouwhoogte maximaal 0,3 meter; 5. verticale bouwdiepte maximaal 4 meter; b. bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: 1. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 meter; 2. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 meter; 3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 meter. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning dan wel wooneenheid, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² wordt gebruikt voor de activiteit; b. degene die de activiteit in de woning dan wel wooneenheid, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteit qua aard en omvang past in de woonomgeving; d. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; f. geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvindt; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 5.3.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruiken van een woning en/of de bijbehorende gronden voor de in artikel 5.1 onder a. tot en met c. genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. uiterlijk binnen één jaar na de ingebruikname van de eerste woning of wooneenheid en/of de daarbij behorende gronden voor de in de aanhef bedoelde doeleinden, dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig de in Bijlage 1 beschreven randvoorwaarden en conform het daarin opgenomen beplantingsplan te zijn gerealiseerd; b. na realisatie wordt de onder a. bedoelde landschappelijke inpassing duurzaam beheerd en in stand gehouden. 5.4
Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1
Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.3.1 voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning dan wel wooneenheid, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² wordt gebruikt voor de activiteit; b. degene die de activiteit in de woning dan wel wooneenheid, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteit qua aard en omvang past in de woonomgeving; d. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse;
14
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel f.
geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvindt; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 5.4.2
Recreatieve nevenactiviteiten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van: a. bed & breakfast, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; 2. er verder geen voorzieningen als speeltuin, stallingen, detailhandel e.d. worden opgericht; 3. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit maximaal 14 bedraagt; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; b. recreatiewoningen/-appartementen, mits: 1. maximaal 3 recreatiewoningen/-appartementen worden gerealiseerd met een maximale oppervlakte van 75 m² per recreatiewoning/-appartement; 2. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit maximaal 45 bedraagt; 3. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; 5.4.3
Stapeling
Bij een combinatie van afwijkingen uit artikel 5.4.2 geldt de laagste toegestane vloeroppervlakte als totale toegestane maximum. 5.4.4
Andere invulling landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3.2 ten behoeve van een afwijkende invulling van de noodzakelijke landschappelijke inpassing en inrichting, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan: a. de in het plangebied en de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, waterhuishoudkundige en/of ecologische waarden; b. de in Bijlage 1 beschreven uitgangspunten en randvoorwaarden.
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologische verwachting 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemming(en).
Regels (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 500 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.
het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 6.2.2
Archeologisch deskundige
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.2.1 onder a, wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 6.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. 6.2.3
Uitzondering bouwregels
Het bepaalde in artikel 6.2.1 onder a is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 500 m2 wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met uitzondering van nieuwe kelders. 6.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Vergunningplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden,
16
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel
c. d. e. f. g. h.
het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het verlagen of afgraven van de bodem; het verlagen van het waterpeil; het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
6.4.2
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 6.4.3
Uitzonderingen
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedwet nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn; e. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een omgevingsvergunningaanvraag of een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening. 6.4.4
Beoordelingscriteria
Ten aanzien van de in artikel 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 6.4.5
Voorschriften
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.22 lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 onder beperkingen verlenen en kan het bevoegd gezag voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van
Regels (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 6a, Driel eisen. 6.4.6
Advies
Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.5