23-10-31.04 technische vragen BOB praktijkondersteuner jeugd
Tekst van het document
Technische vragen praktijkondersteuner jeugd Datum indienen: 20 oktober 2023 Datum politieke avond: 31 oktober 2023 Agendapunt: RTGC Jeugd Onderwerp:
Praktijkondersteuner Jeugd in Overbetuwe Toelichting:
In de evaluatie pilot praktijkondersteuner jeugd 2020-2022 wordt de destijds door wethouder Engels gekozen positionering en bekostiging beschreven van de praktijkondersteuner jeugd. In Overbetuwe betrof het – als wij het goed hebben begrepen – een functie (ingevuld met 2 partimers voor 20 uur) die ‘vanuit gespecialiseerde aanbieders worden ingezet in het sociale team’, waarbij ‘er bewust is gekozen voor een positionering van de POJ als verlengstuk van het STO’. ‘De POJ maakt onderdeel uit van het STO en wordt ingezet voor consultatie’. Onder het kopje ‘Praktische organisatie vanaf 1 oktober 2020’ staat beschreven dat gekeken is om vanuit twee huisartsenposten te werken (waarschijnlijk wordt bedoeld huisartsenpraktijken in plaats van vanuit huisartsenposten die er zijn voor spoedzorg buiten kantooruren). Vervolgens worden de problemen met gegevensuitwisseling en het zoeken naar oplossingen bekeken. Uit het advies van de landelijke huisartsenvereniging blijkt ook dat een POH Jeugd in verschillende opzichten echt een ander model is dan de POJ zoals in Overbetuwe. NB de LHV is de brancheorganisatie van de huisartsen, de NHG is de beroepsorganisatie. Zie ook publicaties als deze in het blad van de NHG.
De positionering leidt er ook toe dat – in tegenstelling tot het landelijk gehanteerde model van de POH Jeugd – in Overbetuwe niet wordt meebetaald door verzekeraars aan onze POH’s Jeugd. Hoe de marktleider Zilveren Kruis daarmee in andere gemeenten omgaat staat online, ook VGZ en Menzis maken hierover afspraken met huisartsen en gemeenten. De VNG werkt aan de uitvoering van een aangenomen motie om tot uniforme afspraken met verzekeraars te komen. Dit is extra van belang als uitbreiding van de capaciteit POJ wordt overwogen. Vraag/vragen:
In de evaluatie wordt op pag. 4 gesproken over ‘de bewezen effectiviteit van de functie POJ’. De aangehaalde referenties lijken betrekking te hebben op de POJ bij de huisarts, zie bijv. https://www.jeugdhulpbijdehuisarts.nl/ Vragen: betreft dit de POJ gepositioneerd bij de huisarts of een POJ gepositioneerd zoals in Overbetuwe? Indien het laatste het geval is, welke referenties heeft u daar dan bij? In het eerste geval, op grond waarvan meent u dat die referenties zonder kanttekening kunnen worden gehanteerd als ‘bewijs’ voor de POJ zoals die in Overbetuwe is gepositioneerd?
Over de gegevensuitwisseling wordt in de evaluatie gesteld dat hiervoor oplossingen zijn gevonden op basis van “navraag bij de landelijke huisartsenvereniging (LHV)”. Het gaat dan enerzijds om gegevens die door de POJ met de huisarts(en) worden gedeeld (bijv. door registratie in het HiS) en anderzijds om gegevens vanuit de huisartsenpraktijk die via met de POJ worden gedeeld (bijv. door inzage in het huisartseninformatiesysteem, zie documenten LHV). Vragen: zijn er andere bronnen (schriftelijk) dan mondelinge navraag waarop dit is gebaseerd? Is hierover een advies van de Functionaris Gegevensbescherming van de gemeente beschikbaar? Is er een proces als een POJ inzage wil in voor zijn/haar werk relevante gegevens van een gezin in het HIS en zo ja hoe ziet dat eruit? Hoe zit het met de noodzakelijke toestemming van betrokkenen om gegevens over hen door de POJ vast te laten leggen in het HIS? In andere gemeenten is sprake van gezamenlijke bekostiging van de POH Jeugd door gemeente en zorgverzekeraars. Vragen: Kunt u ons informeren wat op dit punt het beleid van marktleiders Menzis en VGZ is? Hoe is dat bijv. geregeld in Nijmegen en/of Arnhem? Bent u voornemens de raad een keuze voor te leggen tussen beide modellen om de POH Jeugd te organiseren? Vraag: Kunt u de functieomschrijving van de POJ delen met de raad? Kunt u globaal inzicht geven in de tijdsbesteding van de POJ (bijv.
in client-gebonden tijd en niet-cliënt-gebonden tijd)? Indiener/fractie: Aad Noordermeer, Burgerbelangen OverBetuwe Antwoord(en) ambtelijke organisatie:
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •
•
•
Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.
Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling.
In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.