CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-10-31.04 Rappport tussenevaluatie NPO-project “De sociale ontwikkeling van jongeren in Overbetuwe na corona” - geanonimiseerd

Voorronde Zaal 2 31 oktober 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC versterken sociale basis Jeugd2.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een project in 2022 gefinancierd vanuit de NPO gelden door de gemeente Overbetuwe. Dit project is tot stand gekomen door Santé Partners.

Voor u ligt het procesplan van 28-7-2023 In deze versie delen we met u de voortgang acties en opbrengsten van de periode oktober 2022 – juli 2023

Het project in kaart

De opbrengsten op casus niveau Sinds de start van de intensivering van de samenwerking zijn de partijen actief met elkaar in contact getreden. Enerzijds in de vorm van projectgroep en anderzijds zijn de partijen elkaar meer gaan zoeken in de dagelijkse werkzaamheden. Al snel leverde dit zichtbare veranderingen op. Lees hieronder de opbrengsten op zowel casus als organisatieniveau. Casus acute zorgelijke situatie Op een van de scholen was bij een leerling sprake van herhaaldelijk ontoelaatbaar, onveilig gedrag. Deze leerling was al eerder in bekend bij SMW en het jongerenwerk. Door de aanwezigheid van de jongerenwerkers op school waren zij op de hoogte van het voornemen van school een ‘verwijderingsgesprek ’met deze leerling te voeren. Het jongerenwerk is op school gebleven om te kijken hoe de leerling erbij liep en of er vanuit hen hulp nodig was. Vanuit deze observatie is in samenwerking met SMW besloten dat er op korte termijn contact met deze leerling nodig was. School kon niet meer in contact komen. Door de korte lijnen tussen de jongerenwerkers van Forte Welzijn en SMW werd duidelijk dat er sprake was van een acuut zorgelijke situatie. Op grond hiervan kon onder begeleiding van SMW binnen zeer korte termijn een intake bij een zorgaanbieder plaatsvinden en is de juiste hulp ingezet.

Daarnaast hebben de jongerenwerkers en SMW een rol gespeeld om contact met school op te nemen over de vervolgstappen. Wat was er gebeurd als deze leerling niet in beeld was geweest? School was niet meer binnengekomen, ouders hadden geen zicht op de zorgelijke situatie en jongerenwerkers waren zich niet bewust geweest van hetgeen er speelde. Casus contact met Jongerenwerkers via de onlinekanalen. Op het moment dat de posters van de campagne somberheid nog in ontwikkeling waren, werd al wel de Instagram van jongerenwerk gevonden door een leerling met een hulpvraag. Deze leerling stuurt een direct bericht (DM) naar het jongerenwerk en geeft aan graag met iemand te willen praten. Er is wel een vriendengroep maar het lukt niet om met hen over het betreffende thema te kunnen praten. Het jongerenwerk is steeds meer zichtbaar, ook online waardoor zoals eerder beschreven er ook meer jongeren in beeld komen.

Meer openheid Wat opvalt in het project is toegenomen openheid bij jongeren, onduidelijk is waar dit door komt. Gedurende gesprekken met SMW en de jongerenwerkers praten jongeren tot in detail over bijvoorbeeld middelengebruik of seksualiteit. Deze openheid is vergroot t.o.v. 3 maanden geleden. Zowel SMW als de jongerenwerkers hebben hierdoor een heel puur en ongekleurd beeld van hetgeen er speelt bij jongeren. De jongerenwerkers geven aan door het project de thema’s extra scherp te hebben en te benutten in hun gesprekken met de jongeren. Een aanname voor de oorzaak van deze openheid is dan ook omdat de jongerenwerkers meer zichtbaar zijn op school. Jongeren zien dat andere jongeren hen groeten of aanspreken wat aanstekelijk werkt. De jongeren zien ook dat er contact is tussen de jongerenwerkers en SMW waardoor die openheid zich ook hier doorvoert. Het thema Sexting is bespreekbaar geworden Meer dan 500 leerlingen hebben een mentorles sexting gehad van SMW en Jongerenwerk waarin het doel was het thema bespreekbaar te maken. 205 jongeren hebben tot juni een enquête ingevuld n.a.v. de mentorles. 62% van de respondenten heeft aangegeven de mentorles nuttig te hebben gevonden. Daarnaast heeft 77 procent van de respondenten aangegeven de houding van de trainers een 8 of hoger te scoren.

Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat er een prettig en veilig klimaat is geweest om het thema te bespreken. Tot slot geeft 62 procent van de respondenten aan meer te weten te zijn gekomen over het thema sexting. Rollen van netwerkpartners en scholen zijn verfijnd Middels de ontwikkeling van de preventielijn en de docentenbijeenkomst is er een actieve verbinding gelegd tussen zorg en onderwijs. In de docentenscholing zijn docenten van het Lyceum meegenomen in thema’s als “Hoe signaleer ik?” maar ook “Wanneer en waar schaal ik op naar zorg?”. De preventielijn is een hulpmiddel welke dit zichtbaar maakt. Hierdoor heeft er een verfijning van ieders rollen plaats gevonden. Docenten zullen zorg laten bieden door de daarvoor bestemde netwerkpartner en kunnen hierdoor hun rol van docent vollediger uitvoeren. Toename aantal jongeren dat het jongerencentrum bezoekt Een andere opbrengst is dat de jongerenwerkers hun netwerk aan jongerencontacten in korte tijd flink heeft uitgebreid. Het is lastig meetbaar maar zichtbaar in de praktijk werd dat waar zij eerder individuele contacten hadden, zij nu ook bekender zijn bij hun vriendengroepen. De jongerenwerkers zijn ook structureler met thema’s aan de slag gegaan waardoor jongeren beter lijken te weten waarvoor ze bij hen terecht kunnen. Dit is te zien aan de toename in jongeren die de jongerencentra bezoeken.

De grootste groei binnen de jongerencentra in Overbetuwe is in Heteren.

De opbrengsten op organisatieniveau Lijnen tussen Partners In de eerste fase van het project is er gesproken met diverse partijen binnen de gemeente Overbetuwe. Denk naast onze eigen betrokken partners MEE, Sante Partners en Forte Welzijn aan partners als POJ, Leerplicht consulent, de Bibliotheek, IrisZorg, screeners, jeugdconsulenten en de scholen. Het gaat om verschillende medewerkers vanuit de gemeente die zich inzetten voor de jeugd op het gebied van educatie, ontwikkeling of veiligheid. Door de intensivering van dit contact werd direct zichtbaar dat de touwtjes weer even aangetrokken worden. De Projectcoach kreeg daarin ook de rol van verbinder. Waarbij we binnen het project er bijvoorbeeld ook voor hebben gezorgd dat de bibliotheek en IrisZorg weer gekoppeld zijn aan contactpersonen binnen school.

Completer beeld van de jeugd De brede inzet van Forte Welzijn zorgt voor een veel completer beeld van jongeren. Op de scholen ontstaan nu meer individuele contacten, welke niet van de grond kwamen in groepsverband binnen een jongerencentrum bijvoorbeeld. Dit komt enerzijds door de vergrote zichtbaarheid van Forte Welzijn en anderzijds doordat de leerlingen nu meer in (vrienden)groepen in contact zijn met de jongerenwerkers. Het aantal jongeren dat bekend is met het jongerenwerk is in korte tijd vergroot ten opzichte van de periode vóór de inzet van de jongerenwerkers op school. Zo zijn sinds de start van het project in oktober 2022 jongeren beter in beeld. Collectieve en bredere aanpak Gedurende het project is zichtbaar geworden dat er voldoende en divers aanbod (van ondersteuning) is binnen het sociaal domein in Overbetuwe. De bevinding is dat juist door de hoeveelheid en diversiteit in aanbod, partners elkaar niet meer weten te vinden. Het is belangrijk dat hier collectiviteit ontstaat waarin (lokale) netwerkpartners hun krachten bundelen. Het NPO-project heeft ingestoken op zeven thema’s waardoor er meer overzicht en structuur is ontstaan. Het STO en de beleidsmedewerker Jeugd van de gemeente hebben besloten hun aanbod gericht op ouders in deze zelfde thema’s te bieden. Door deze bijdrage is er een bredere maar effectievere aanpak ontstaan.

Concrete voorbeelden van het creëren van meer collectiviteit zijn bijvoorbeeld de mentorles sexting door Forte Welzijn en Santé Partners, de docentenscholing door MEE, Forte Welzijn en Santé Partners en het programma “Wijs naar het voortgezet onderwijs” waarin aanbod van Santé Partners, Forte Welzijn en MEE gebundeld zijn. De overleggen en consultaties tussen de netwerkpartners in het STO zijn toegenomen De opbrengst van elkaar maandelijks fysiek ontmoeten, is dat er meer verbinding en toegankelijkheid is ontstaan. Netwerkpartners weten elkaar sneller te vinden. Er komt bijvoorbeeld een casus bij SMW van Santé Partners binnen, een casus waarbij de vraag is of er sprake is van een LVB. Door de verbeterde samenwerking is het lijntje met de adviseur van MEE snel gelegd. Samen wordt nagedacht over wat nodig is en daarna ook vooral hoe. In juni 2023 zijn er vijf jongeren uit de gemeente Overbetuwe door de SMW’er aangemeld bij MEE en zij zijn inmiddels ook gekoppeld aan een medewerker van MEE. In het jaar 2022-2023 waren dit nog niet zoveel aanmeldingen. De SMW’er is van mening dat door de investering in de samenwerking en het delen van kennis er sneller passende inzet van MEE mogelijk is geworden. Ook is de samenwerking tussen jongerenwerk en politie verbeterd. Zij weten elkaar beter te vinden.

In afstemming met de coördinator van het STO is besloten dat het collectieve overleg haar voortgang krijgt na afronding van het project. Waardoor de verbinding meer duurzaam geborgd is. Borging van contact met scholen Op het OBC hadden jongerenwerk en SMW zichzelf al eerder voorgesteld maar dit was niet in een vaste structuur gegoten. Voor borging van het contact is het belangrijk dat zij structureel zichtbaar zijn en blijven. Daarom is bij zowel het Lyceum als bij het OBC afgesproken dat zij bij startbijeenkomsten van het nieuwe schooljaar zullen aansluiten. Zij informeren de docenten (dan wel niet opnieuw) over hun werkzaamheden, wanneer zij ingezet kunnen worden en hoe je hen kan bereiken. Daarnaast zal SMW jaarlijks delen welke signalerende rol de docenten hebben en zullen de jongerenwerkers jaarlijks de nieuwste trends onder jongeren delen.

Tussenmeting samenwerking 2023 De tussenmeting is middels een enquête verspreid onder contactpersonen van scholen en collega zorgpartners. In totaal zijn er elf respondenten, waarvan 4 respondenten werkzaam zijn op een VOschool in Overbetuwe de overige 7 zijn werkzaam bij MEE, Santé Partners of Forte Welzijn. In de enquête is gevraagd of er voldoende duidelijk is wie welke expertise in huis heeft, hoe de onderlinge

samenwerking ervaren wordt, of er een verbetering is t.o.v. de samenwerking in november 2022 en wat er volgens hen nodig is om de samenwerking (blijvend) te verbeteren. In de bijlage bevindt zich de uitgebreide uitwerking hiervan. De belangrijkste conclusies zijn uitgelicht onder volgend kopje.

Conclusie n.a.v. de tussenmeting en projectevaluatie juni-2023 • • • • • • • • • • •

Er is effectief extra ingezet op de jeugd met op verschillende vlakken positieve cijfers. Jongeren zijn veerkrachtig en pakken zelf hun structuur weer op, jongeren met extra zorgbehoefte lukt dat niet. Elkaar (fysiek) zien zorgt voor duurzamere verbinding. Het project heeft gezorgd voor het kanaliseren van thema’s en beleid (sportakkoord, preventieakkoord, visie op gezondheid) De zichtbaarheid van het lokale samenwerkingsnetwerk is vergroot. De samenwerking tussen netwerkpartners onderling en tussen netwerkpartners en scholen is verbeterd ten opzichte van november 2022. Ten behoeve van een verbeterde samenwerking is het nodig dat de huidige continuïteit vastgehouden wordt. De netwerkpartners en twee scholen geven aan dat een goede borging belangrijk is. Op 1 school is er behoefte aan uitbreiding van SMW voor individuele leerlingen en behoefte aan meer contact. Er is winst te behalen op de scholen als het gaat over expertise/werkzaamheden van netwerkpartners Er is een kloof tussen uitvoerig en beleid. Tussen gemeente en zorgpartners maar ook tussen scholen en zorgpartners. Er zichtbaar geworden dat een blijvende verbinder/kartrekker van meerwaarde zal zijn voor zowel school als netwerkpartners

Aanbevelingen - Collectief aanbod overleg Het bundelen van aanbod. Gedurende dit project is heel zichtbaar geworden dat de gemeente Overbetuwe een enorm groot aanbod heeft in verschillenden vormen en middelen van hulpverlening. De valkuil hierin is dat het aanbod te groot is om zichtbaar te blijven wordt hierdoor vergeten, ook door hulpverlening zelf, soms zelfs door eigen collega’s. Dit is zonde want hoe eerder de júiste hulpverlening ingezet wordt, hoe effectiever er gewerkt kan worden. Daarnaast zijn er veel losse initiatieven. Zo zijn er op dit moment meerdere werkgroepen m.b.t. collectief aanbod waarbij zaken overlappen of elkaar missen. Daarnaast is gebleken dat structureel fysiek contact zorgt voor een duurzaam verbeterde samenwerking. Binnen de huidige mogelijkheden is afgesproken dat de coördinator STO drie maandelijkse een collectief aanbod overleg organiseert. Hierin is tijd om te verbinden, netwerken, aanbod te delen maar ook aanbod te bundelen of het collectief te ontwikkelen waar nodig. Een aanbeveling is dat er frequenter iemand nodig is om partijen proactief te verbinden. Zo zal het overzicht in aanbod verbeteren maar zal er ook effectiever gewerkt worden omdat expertises gebundeld zullen worden. Om dit duurzaam te laten werken is er een onafhankelijk persoon nodig doe het geheel monitort.

Wanneer deze taak niet wordt toebedeeld aan een onafhankelijk persoon zullen de “drukte van de dag” of meer urgentere zaken prioriteit krijgen en zal samenwerking teruggaan naar hoe het was. Meer op afstand, en ieder enkel vanuit zijn eigen organisatie/zienswijze. - Zorg en onderwijs blijvend verbinden Gedurende het project is er een nauwe samenwerking geweest tussen zorg en onderwijs. Met name 1 school heeft ervaren welke ondersteuning zij kunnen ontvangen wanneer zij in kaart hebben welk

aanbod er is en welke weg ze hiervoor dienen te bewandelen. School geeft het signaal dat docenten behoorlijk veel werkdruk ervaren. Zij hebben het gevoel door de jaren heen steeds meer hulpverlener te moeten zijn waar zij geleerd hebben voor het vak van docent. Daarnaast is gezien dat er een kloof was tussen uitvoering en beleid. Meerdere partijen die zeiden “maar we komen niet binnen op school” of andersom als school “we komen niet verder met de organisatie”. Tevens waren er ook gemeentelijk initiatieven die geen voet aan de grond kregen op scholen. De functie van projectcoach heeft verbindingen gelegd tussen zorg en onderwijs. Hierdoor bleek er een behoeften aan een blijvende verbinder. Enerzijds zal de, binnen het project ontwikkelde, preventielijn verbindend werken en anderzijds is de wens dat dit in de vorm van een persoon gecontinueerd zal worden. De school is de plek waar jongeren in hun puberteit veel tijd doorbrengen. Indien je hier kan inzetten op een verbeterde samenwerking tussen zorg en onderwijs zal je preventiever kunnen inzetten op jeugd. - Aanstellen coördinator mediawijsheid Gedurende het project is de “online wereld” een van de thema’s geweest met grote prioriteit. Echter is ook direct gebleken dat ondanks het brede zorgaanbod in Overbetuwe, er geen partij is wie zich richt op het thema mediawijsheid.

Echter is steeds meer de onlinewereld een onderdeel van de opvoeding en ontwikkeling van jongeren geworden. Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat de onlinewereld van invloed is op bijvoorbeeld de psychische gesteldheid van onze jongeren. IrisZorg richt zich op verslaving van gamen en gokken. De bibliotheek lesprogramma’s over digitale vaardigheden aan bijvoorbeeld maar docenten voelen zich overvraagt wanneer zij naast hun huidige werkzaamheden ook educatie zullen moeten gaan bieden op dat gebied. HALT biedt programma’s gekoppeld aan criminaliteit zoals online fraude. Er is echter geen preventieve inzet op dit thema. Het zou wenselijk en nodig zijn wanneer er meer aanbod is op het gebied van Mediawijsheid en bijvoorbeeld jongeren hun ontwikkeling. Welke risico’s zijn er, wat doet (sociale) media met de identiteits- of seksuele ontwikkeling, wat zijn gepaste online omgangvormen. Er is bij zowel scholen als zorgpartners behoeften aan advies, ondersteuning en educatie rondom het thema voor zowel ouder als kind. De aanbeveling is om niet in te zetten op een partij/persoon die opvoedondersteuning geeft op dit soort vragen, maar in te zetten op een coördinator die een overstijgende integrale aanpak hanteert waarmee de maatschappelijke verantwoordelijkheid geactiveerd wordt. Iemand die voorlichtingen/scholingen geeft aan scholen, zorgpartners, gemeente, politie.

Iemand die bereikbaar is voor consultatie en advies, die aansluit bij overleggen van school of politie indien mediawijsheid een rol speelt in de casus. Iemand die mee helpt ontwikkelen binnen organisaties waardoor het een breed gedragen thema wordt. - Uitbreiding SMW voor het VO Binnen het project heeft de projectcoach gesignaleerd dat de inzet van SMW op het VO erg beperkt is. Er is één SMW, inzet 36 uur voor 2950 leerlingen. Ten tijde van de start van het project was dit niet passend, echter zijn de taken gedurende het project ook verder uitgebreid. De rol van SMW heeft zich uit kunnen bouwen van niet alleen de individuele gesprekken met leerlingen maar ook naar coaching/scholing van docenten en het kunnen bieden van collectief aanbod. Daarnaast hebben de docenten aangegeven dat zij steeds meer de rol van hulpverlening hebben moeten aanmeten, waar deze rol niet bij hen behoord. Een uitbreiding van de functie van schoolmaatschappelijk werkster zou kunnen bijdragen aan het verhelpen hiervan. Docenten zouden sneller kunnen doorverwijzen naar een SMW’er met zicht op de problematiek en een passend vervolg hierop. Hierdoor voorkom je dat problemen langer blijven “sudderen” maar eerder en gedegen aangepakt worden.

- Aanstellen van een netwerkverbinder In boven genoemde aanbevelingen worden verschillende onderdelen genoemd die naar aanleiding van het project naar voren zijn gekomen. Zo is er aangegeven dat er behoefte is aan een verbinder tussen zorg en onderwijs, een aanjager, een initiator en een onafhankelijk persoon die monitort en bijstuurt waar nodig. Deze taken zijn samen te vatten in de rol van netwerkverbinder. Gedurende het NPO-project heeft de projectcoach deze rol steeds meer op zich genomen omdat er grote behoeften bleek aan een functionaris die deze taken beheerst. Daarnaast is de rol van netwerkverbinder een van de succesfactoren gebleken in de ontwikkelingen die zijn gedaan. Het project heeft laten zien dat er een netwerkverbinder nodig is naast de uitbreiding van jongerenwerk en uitbreiding van schoolmaatschappelijk werk. Om de huidige ontwikkelingen te behouden en bestendigen is deze rol op structurele basis nodig in plaats van in de vorm van een project. Zie hieronder voor een mogelijke uitwerking van de rol van netwerkverbinder. De titel “netwerkverbinder” is uiteraard aan te passen maar dekt voor nu het best de lading.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=9d9b89a7-a2c0-49f3-b0d3-4256aeab3517