23-10-31.03 Beantwoording technische vragen BOB sociaal domein oa bestuursrapportage
Tekst van het document
Technische vragen sociaal domein Datum indienen: 2 oktober 2023 Datum politieke avond: 31 oktober 2023 (bestuursrapportage, nazorgonderzoek rekenkamer) en 7 november 2023 (begroting 2024) Agendapunt: bestuursrapportage, nazorgonderzoek en begroting 2024 Onderwerp:
Technische vragen sociaal domein Toelichting: Met name in de bestuursrapportage (maar ook in het nazorgonderzoek rekenkamer en de begroting) wordt aandacht besteedt aan het sociaal domein. Procesinformatie en duiding van kwantitatieve informatie is niet altijd even scherp (met bijv. groot verschil tussen Wmo en Jeugd enerzijds en Participatiewet anderzijds), daarom de volgende vragen. Vraag/vragen: 1. In het nazorgonderzoek is op pag. 7 door de rekenkamer aangegeven dat de opvolging van de door de rekenkamer en door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uit het rapport (Be)grip op het sociaal domein nog niet te bepalen is, mede met het oog op de aangekondigde tussenevaluatie van het beleidsplan sociaal domein. In de begroting staat op pag. 25 “In 2024 zullen de eerste contouren worden opgesteld voor een nieuw meerjarig beleidsplan voor het sociaal domein, als opvolger van het huidige beleidsplan 'Een sterke sociale basis in Overbetuwe’. Hierin nemen wij ook een meerjarig (inhoudelijk en financieel) perspectief mee.” Vragen: Welk proces is nu precies voorzien, is nog voorzien in een evaluatie van het huidige beleidsplan of wordt die stap overgeslagen en komt er (alleen) een nieuw beleidsplan? Indien dat laatste het geval is, hoe wordt de raad in staat gesteld om de doorwerking van het rekenkamerrapport te beoordelen? 2. In de 2e bestuursrappportage 2023 wordt op pag.
12 e.v. inzicht gegeven in een aantal financiële mutaties in het sociaal domein. Om die mutaties en de mate van budgettaire beheersing te kunnen beoordelen (hebben we grip) is hierbij ook enige duiding noodzakelijk (ook omdat onvoorziene landelijke verschuivingen naar de wlz waarschijnlijk op enig moment tot correcties door het Rijk zullen leiden). Daarom de volgende vragen: - Hoe is de ontwikkeling van de zorguitgaven in Overbetuwe als we naar de verschillende domeinen in samenhang kijken (op basis van de gemeentezorgspiegel van Vektis)? In welke orde van grootte heeft Overbetuwe voordeel van de (meer dan voorziene) verschuiving van zorgkosten van GGZ-kosten naar de langdurige zorg door instroom uit gemeentelijk domein sinds 2021(zie bijv. Nieuwe kwartaalcijfers: kosten basisverzekering stijgen met 2,9%,
langdurige zorg met 4,8% | Zorgcijfersdatabank.nl )? 3. In de raadsledennieuwsbrief van de VNG over de Rijksbegroting wordt o.a. vermeld “VWS wil met ingang van 1 januari 2026 de volgende bedragen uit het gemeentefonds opnemen: € 165 miljoen (de geïndexeerde € 145 miljoen uit de cofinanciering van 2019) + € 60 miljoen (van de € 110 miljoen uit het IZA akkoord die structureel wordt toegevoegd) = € 225 miljoen per 2026. Gezien de twijfels over het beoogde effect in 2026 en erna, is afgesproken om de effecten hiervan te monitoren.” Vraag: Is hiermee in onze meerjarenbegroting rekening gehouden?
4. Diezelfde raadsledennieuwsbrief stelt dat gemeenten (landelijk) in 2024 bij beschermd wonen in 2024 €45 miljoen mislopen voor Beschermd wonen en het bieden van ambulante ondersteuning thuis. Vraag: Is in onze financiële stukken met (het aandeel van Overbetuwe in) deze post rekening gehouden? 5. In de 2e bestuursrapportage wordt (op pag. 13 en 14) bij woonvoorzieningen, hulpmiddelen (rolstoelen en vervoer) structurele kostenstijgingen ingeboekt. Hierbij is vermeld “De stijging heeft een structureel karakter en is ook niet te dempen.” Graag ontvangen wij de achterliggende analyses die deze conclusie onderbouwen. Hierbij vernemen wij graag expliciet hoe onze uitgaven zich de afgelopen drie jaar verhouden tot de uitgaven zoals die uit het zgn. Wmo-voorspelmodel verwacht werden. 6. In de 2e bestuursrapportage wordt (op pag. 14) melding gemaakt van een bijstelling met 239.000 euro op de post huishoudelijke hulp. Hierbij wordt aangegeven “bijstelling nav doorrekening uitgaven Wmo obv realisatie eerste half jaar”. Is deze mutatie nader in kaart gebracht en geanalyseerd (en zo ja, kan die analyse gedeeld worden)? In hoeverre is er een verband te leggen met de eerder doorgevoerde beleidsmatige wijzigingen rond de indicatiestelling? Hoe verhoudt zich deze mutatie tot de voorspellingen van het Wmovoorspelmodel? 7. In de 2e bestuursrapportage wordt (op pag.
14) een bijstelling van de post jeugdhulp dagbesteding van 652.000 euro aangegeven, op basis van realisatie eerste half jaar. Kan die mutatie nader worden geduid?
Indiener/fractie: Burgerbelangen Overbetuwe, Aad Noordermeer Antwoord(en) ambtelijke organisatie:
1. Een (tussentijdse) evaluatie van het huidige beleidsplan heeft u op 30 mei jongstleden ontvangen (zie 23-06-27 A16 TIC; Tussenevaluatie beleidsplan sociaal domein). De aanbevelingen van de rekenkamercommissie zijn hier ook nadrukkelijk bij betrokken. De tussenevaluatie is ook betrokken bij de behandeling van de beleidsmonitor sociaal domein op 14 juni jongstleden (zie Agenda OverBetuwe - Zaal 1 woensdag 14 juni 2023 19:30 - 22:30 agendapunt 4). De uitkomst van deze tussenevaluatie vormt de eerste aanzet voor het opstellen van een volgend beleidsplan, waarvan de eerste contouren in 2024 opgesteld zullen worden. Vanzelfsprekend zal de raad tijdig betrokken worden bij de opstelling daarvan.
2. De gemeentelijke-, maar ook andere (zorg)uitgaven nemen al geruime tijd jaarlijks en over de gehele linie (sectoroverstijgend) toe. Dit komt onder andere door het abonnementstarief, de vergrijzing en omdat inwoners steeds langer thuis blijven wonen. Een (marginale) toename van de kosten van de basisverzekering en wlz zorgen daarom niet voor een aantoonbaar voordeel aan gemeentezijde. De specifieke verschuiving van GGZ-kosten naar de wlz betreft inwoners met langdurige psychische problemen die een Beschermd Wonen-indicatie hebben en overgaan naar de Wlz. Dit betreft een zeer beperkte groep. Het zorgvoordeel is dan waarschijnlijk ook minimaal. 3. De uitname van € 225 miljoen vanaf 2026 is verwerkt in de meicirculaire 2023 en daarmee ook in onze meerjarenbegroting. Het aandeel van Overbetuwe is € 385.000.
4. De integratie-uitkering voor beschermd wonen wordt tot het moment van daadwerkelijke invoering van de doordecentralisatie nog uitgekeerd aan de centrumgemeente Arnhem. U bent op 29 augustus jongstleden geïnformeerd over de financiële afspraken die binnen de regio Centraal Gelderland gemaakt zijn m.b.t. Beschermd Wonen, inclusief de doorwerking hiervan in onze begroting (zie 23-10-10 A2 TIC; Financiële afspraken beschermd wonen Regio Centraal Gelderland). De middelen die wij voor 2024 zijn daarmee bekend en daarop heeft de informatie uit de bijzondere ledenbrief geen effect. De middelen voor 2025 worden pas opgenomen in de begroting op het moment dat de besluitvorming over het woonplaatsbeginsel en het bijbehorende objectieve verdeelmodel definitief is.
5. Al meerdere jaren zien we de kosten van deze voorzieningen gestaag toenemen. Mede door de vergrijzing. Met name de uitgaven van de (dure) woonvoorzieningen zien we toenemen, doordat mensen langer thuis blijven wonen. In 2022 is de begroting incidenteel verhoogd. Nu wij voor het tweede jaar op rij deze ontwikkeling zien is het reëel om de begroting structureel te verhogen. Het Wmo-voorspelmodel geeft een prognose op basis van aantallen . Een daling van de aantallen zegt echter weinig over de prognose van de kosten. Een beperkt aantal dure woningaanpassingen kan al snel leiden tot een forse overschrijding van het budget. Een verwachte daling in aantallen leidt dan ook niet automatisch tot een daling van de kosten. 6. Bij het opstellen van de tweede bestuursrapportage is de realisatie van het eerste halfjaar geëxtrapoleerd met een factor 2,015. De factor is berekend door de realisatie 2022 na maand 6 (op dezelfde peildatum) af te zetten tegen de werkelijke realisatie 2022. De trend die we in 2023 zien is nagenoeg gelijk aan 2022. Om deze reden is ons inziens aannemelijk om met deze factor te rekenen. Het voorspelmodel voorziet ten opzicht van 2022 een stijging van 8 %. De begroting 2022 is op basis van deze stijging opgesteld. We zien nu dat we iets harder stijgen. Voor 2024 voorziet het voorspelmodel ook een stijging van 7 % ten opzichte van 2023.
Het kan zijn dan we nu al wat harder stijgen en we in 2023 wat minder stijgen dan de genoemde 7%. Om deze reden is er voor 2023 +een incidentele mutatie opgenomen en geen structurele. De stijging van de aantallen lijkt te zijn ontstaan door de vergrijzing en door het abonnementstarief en niet zo zeer door de beleidsmatige wijzigingen. De evaluatie die gepland staat gaat hier mogelijk meer inzicht in geven. 7. Per 2023 heeft het Rijk nieuwe taakvelden toegevoegd voor het sociaal domein. Bij het opstellen van de begroting moesten nog veel producten worden gekoppeld aan een taakveld. In de praktijk zien we dat de realisatie net wat anders is verdeeld over de taakvelden Jeugd. Per saldo wordt het budget 2023 voor Jeugd ongeveer € 2 ton naar beneden bijgesteld.
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •
•
•
Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.
Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling.
In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.