23-09-26.02 Bijlage 4 Evaluatiedocument per verbonden partij
Tekst van het document
Bijlage 4 Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) Patricia Hoytink-Roubos en Chantal Teunissen
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? Op 1 oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio's in werking getreden, waarbij colleges in de regio Gelderland-Midden verplicht worden een gemeenschappelijke regeling aan te gaan met de aanduiding "veiligheidsregio" (o.a. brandweer, meldkamer, GHOR en multidisciplinaire samenwerking). Uit de oprichtingsstukken blijkt dat in Gelderland-Midden ervoor is gekozen om ook de regionale taken op het gebied van volksgezondheid onder te brengen in deze regeling (gezondheidsregio). Daardoor hoefde de bestaande Regeling Hulpverlening Gelderland Midden slechts gewijzigd te worden en ontstond een bestuursconstructie met maximale integraliteit, waarbij de integrale hulpverleningsorganisatie behouden kan blijven. Tevens werd een ingewikkelde financiële administratie voorkomen die zou kunnen ontstaan bij twee regelingen. De brandweer van de gemeente Overbetuwe blijft dan nog zelfstandig. Zie ook het B&W-advies 10bw000799. Uit de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden volgt dat de VGGM de belangen behartigt van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: • Brandweerzorg; • Ambulancezorg; • Publieke gezondheid; • GHOR; • Rampenbestrijding en crisisbeheersing; • Gemeenschappelijke meldkamer.
De behartiging van de genoemde belangen vindt plaats met behoud van de eigen plaatselijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de besturen en de brandweerkorpsen van de deelnemende gemeenten. Uit de oprichtingsstukken blijkt geen helder geformuleerd doel voor samenwerking dan te voldoen aan een wettelijk verplichte samenwerking t.a.v. de veiligheidstaken en het belang van het behoud van een integrale hulverleningsorganisatie (Veiligheids- en Gezondheidsregio) om de wettelijke taken van de Wet veiligheidsregio’s en Wet publieke gezondheid uit te voeren. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Naast de wettelijke verplichting tot oprichting van een Veiligheidsregio zijn er in de oprichtingsstukken geen specifieke doelen geformuleerd voor de VGGM.
Van belang is dat de VGGM op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s verplicht is om t.a.v. de veiligheidstaken een beleidsplan op te stellen met daarin de doelen t.a.v. brandveiligheid en de werkwijze en de kwaliteit van de brandweerzorg die het nastreeft. De raad wordt bij de voorbereiding ervan betrokken. Sommige doelen zijn heel specifiek benoemd en voldoende meetbaar, denk bijvoorbeeld aan opkomsttijden. Andere doelen zijn minder goed meetbaar. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Het doel tot deelname is niet gewijzigd. De taken zijn sinds de oprichting wel uitgebreid: • Brandweer – 2015. Het redden van mens en dier, het voorkomen en bestrijden van brand en het verlenen van hulp bij ongevallen. Tot haar taken behoren ook voorlichting, controle op preventieve maatregelen en rampenbestrijding. • Bureau jeugdzorg – 2015. Indicatiestelling, uitvoering van de taken van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling; uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. • Veilig Thuis – 2016. Veilig Thuis is er voor advies en ondersteuning en het melden van huiselijk geweld en kindermishandeling. • WMO-toezicht – 2017. Het bewaken en het verbeteren van de kwaliteit van de geleverde zorg en ondersteuning. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja. 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? • • • • • • •
Beleidsplan Sociaal Domein Overbetuwe 2020-2025; ‘Een sterke sociale basis in Overbetuwe’. Uitvoeringsnotitie, Publieke Gezondheid Volwassen en Ouderen Overbetuwe (2018). Nota Integrale Veiligheid 2021 – 2022. Preventie Akkoord Overbetuwe; Gezond Overbetuwe doen we samen! (2021). Preventie- en Handhavingsplan Alcohol 2021–2024. Actualisering 2024 Integraal Veiligheidsplan 2024-2027. Actualisering 2024 Beleidsplan Publieke Gezondheid 2024-2027.
Uitvoeringsprogramma 2022-2026 1.4 Publieke gezondheid Doelstelling Preventie is nodig om te zorgen dat mensen langer gezond blijven. We geven aandacht aan de langetermijneffecten van de coronapandemie. Samen met verbonden partijen als VGGM en lokale organisaties uit zorg, welzijn, sport en cultuur slaan we de handen ineen om te werken aan een gezonde leefomgeving voor onze inwoners. Waarin onze kinderen gezond kunnen opgroeien en onze volwassenen gezond en zo lang als mogelijk zelfstandig ouder worden. Het Overbetuwe Preventieakkoord is daarbij een doorvertaling van het Nationale Preventieakkoord en bundelt alle plannen voor een gezonde leefstijl. Hierbij horen
onderwerpen als bewegen, voeding en gewicht, roken, alcohol- en drugsgebruik, stress, eenzaamheid, langer thuis wonen, schulden en laaggeletterdheid. De coronapandemie heeft veel impact gehad op het dagelijks leven, de gezondheid en het welbevinden van inwoners. Ook in Overbetuwe zien we hiervan de gevolgen, onder meer door een toegenomen vraag om ondersteuning en zorg voor inwoners. Met onze samenwerkingspartners zetten we daarom (tijdelijk) extra ondersteuning in via het Corona Steunpakket en de Rijksmiddelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. 2.4 Veiligheid Doelstelling We willen de objectieve en subjectieve veiligheid voor inwoners, bezoekers en organisaties verhogen om de kwaliteit van de leef-, woon- en werkomgeving te verbeteren. We blijven inzetten op onze doelstellingen in de nota Integrale Veiligheid: aanpak ondermijnende criminaliteit, terugdringen en bestrijden van High Impact Crimes, het versterken van verkeersveiligheid en het vergroten van de weerbaarheid tegen digitale dreiging. Ontwikkelingen in de samenleving en op veiligheidsgebied vragen steeds meer aandacht. De aanpak van ondermijning, mensenhandel, bestuursrechtelijke maatregelen om georganiseerde criminaliteit aan te pakken, etc. volgens het huidige beleidsplan vraagt meer personele inzet dan we nu hebben. Deze capaciteit breiden wij daarom uit.
Een veilige en gezonde leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om in een gemeente te willen wonen, verblijven, recreëren, ondernemen en/of werken. Daarbij zetten we in op preventie, maar ook op repressie als dat noodzakelijk is.
Programmabegroting De programma-indeling ziet er als volgt uit: 1. Duurzame en gezonde samenleving (sport en gezondheid). 2. Leefbare en bereikbare samenleving (veiligheid). 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Jaarlijks geeft de VVGM op hoofdlijnen inzicht in het behalen van het doel via de jaarstukken. Tevens ontvangt de gemeente gezondheidsmonitoren jeugd, volwassen en senioren, alsook factsheets over de vaccinatiegraad en de ambulancezorg. De wens bestaat om meer grip te krijgen op de behaalde doelen door te gaan werken met een dienstverleningsovereenkomst vanaf 2024. Vierjaarlijks vindt een terugblik plaats op het beleidsplan, dat input levert voor het nieuw beleidsplan. 7. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Zoals aangegeven bevat het beleidsplan voor de veiligheidsregio een aantal meetbare doelen, zoals de opkomsttijd. Voor het overige zijn er geen KPI’s bepaald. Er is wel behoefte aan sturing middels een dienstverleningsovereenkomst. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Op dit moment wordt onderzocht hoe de organisatie- en governancestructuur van de VGGM kan worden verbeterd, omdat deze als complex wordt ervaren. Daarbij is het nadrukkelijk de bedoeling om de Veiligheidsregio en Gezondheidsregio bij elkaar te houden.
Samenwerking bij crises en bij bedrijfsvoering zijn goede redenen om de
VGGM als geheel in takt te laten. Onderdeel van het onderzoek is de huidige zeggenschapsstructuur, welke in strijd met (de (geest van) artikel 14, derde lid van de Wgr. Naar de geest van dit artikel mogen leden van het DB zowel in personele omvang als in stemgewicht geen meerderheid uit mag maken van het AB om een reële interne verantwoordingsrelatie mogelijk te maken. Daaraan wordt bij bepaalde besluitvorming door het stemgewicht niet voldaan. Ook ontbreekt een wettelijk verplichte toezichthouder ambulancezorg. De noodzakelijke aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling worden meegenomen met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de gewijzigde Wgr.
Conclusie Deelname aan de VGGM is ten aanzien van de veiligheidstaken een wettelijk verplichte samenwerking. Bij de oprichting is geen ander doel geformuleerd dan het behoud van de integrale hulpverleningsorganisatie. De samenwerking draagt naar de aard van de taken bij aan onze bestuurlijke doelen: duurzame en gezonde samenleving alsook leefbaarheid en bereikbare samenleving. In hoeverre de taakuitvoering efficiënt en effectief bijdraagt aan deze doelen is door het ontbreken van vastgestelde indicatoren en prestatieniveaus momenteel niet duidelijk, met uitzondering van een aantal taken van de veiligheidsregio. Het ontbreken van een dienstverleningsovereenkomst bij het gros van de taken wordt als een gemis ervaren om meer grip te krijgen op de (resultaten van de) dienstverlening. Aandachtspunt bij de VGGM is de organisatie- en governancestructuur die als complex wordt ervaren. De zeggenschapsstructuur is niet in lijn met de wet en er ontbreekt een wettelijke verplichte toezichthouder ambulancezorg.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij:
ODRA
Portefeuillehouder (bestuurder):
Rik van den Dam
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? Naast het voldoen aan de wettelijke plicht tot het vormen van een regionale omgevingsdienst (toen nog regionale uitvoeringsdienst) werd bij de vorming van de RUD een hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zogeheten VTH-taken) nagestreefd. Voor gemeente Overbetuwe gaat het om de milieutaken. Binnen deze bundeling van taken is er altijd ruimte geweest voor regionale invulling. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Bij besluit van 26 juni 2012 (12bw000327) heeft het college van B&W van de gemeente Overbetuwe zich uitgesproken dat door regionale samenwerking op MRA niveau voldoende (gedeelde) deskundigheid, voldoende kwantiteit, effectieve inzet van specialismen en (op termijn) meer kwaliteit zou ontstaan. En dat alles budgettair neutraal waarbij de frictiekosten beperkt zouden worden en binnen een redelijke termijn terug zouden worden verdiend. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee, dit doel is niet tussentijds gewijzigd. Alleen de budgetneutraliteit is wèl later losgelaten. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja, de doelen uit 2012 zijn, met uitzondering van die budgetneutraliteit, nog steeds actueel. 5.
Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Uitvoeringsprogramma 1 Duurzame gezonde samenleving 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Nee, er is destijds geen nulsituatie bepaald of KPI’s om dit doel te meten. Of het bestuurlijk doel wordt behaald is eveneens niet goed meetbaar. Er is wel informatie over de uitvoering van de taken door de rapportageverlichting in de dienstverleningsovereenkomst: Artikel 9 Rapportage en verantwoording uitvoering Werkprogramma 9.1 Opdrachtnemer rapporteert elk kwartaal uiterlijk op de 15e van de eerste maand volgende op dat kwartaal aan opdrachtgever over de voortgang van werkzaamheden in de vorm van een managementrapportage; 9.2 Opdrachtnemer rapporteert binnen een maand na afloop van elk kalenderjaar aan opdrachtgever omtrent de uitvoering van het Werkprogramma;
9.3 Voor de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, stelt de opdrachtgever in overleg met opdrachtnemer een format vast.
Ook wordt in het jaarverslag op gemeenteniveau verslag gedaan van de financiele uitgaven t.o.v. de begroting, alsook het aantal producten/diensten t.o.v. de begroting. Ook over klachten worden we geïnformeerd. 7. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Nee. De informatie die vanuit de dienstverleningsovereenkomst wordt gerapporteerd (klachten) kan een indicatie geven over bijvoorbeeld de kwaliteit van dienstverlening, maar daarvoor kunnen ook andere indicatoren voor worden gehanteerd. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? In de begroting 2024 zijn 13 ontwikkelingen genoemd. Voor onze gemeente zijn voornamelijk van belang krapte op de arbeidsmarkt, de invloed van verwachte economische ontwikkelingen op het bedrijvenbestand dat wijzigt en groter wordt, klimaatregelen, stikstofbeleid, advies commissie van Aartsen dat mogelijk leidt tot een andere financieringsprincipe- en structuur, rijker verantwoorden en gevolgen van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging
Conclusie De deelname aan de ODRA is wettelijk verplicht. Het verlenen van vergunningen en het toezicht daarop draagt naar de aard van de taken bij aan het bestuurlijk doel van een duurzame gezonde samenleving. In hoeverre de taakuitvoering efficiënt en effectief bijdraagt aan dit bestuurlijke doel dan wel voldoet aan de oorspronkelijke inzet van hogere kwaliteit is door het ontbreken van vastgestelde indicatoren en prestatieniveaus momenteel niet duidelijk.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
MGR SDCG Rik van den Dam
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? In september 2013 hebben de G12 gemeenten in de regio Arnhem (Centraal Gelderland) een regionale visie op de drie decentralisaties vastgesteld over wat ze in het sociale domein willen bereiken en waarom. Dit om op 1 januari 2015 klaar te staan voor de nieuwe taken rond de decentralisaties. De gemeenten hebben zich daarbij uitgesproken voor een duurzaam samenwerkingsverband: - op basis van gelijkwaardigheid, vrijwillig maar niet vrijblijvend. - met respect voor lokale verschillen én ruimte voor lokaal beleid aan de ene kant en slagvaardigheid en efficiëntie aan de andere kant. Middels een modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR) willen zij per 1-4-2017 de gewenste slagkracht realiseren waarbij er voldoende ruimte en flexibiliteit is om op grond van lokaal beleid keuzes te maken in samenwerkingstaken waar een gemeente wel en niet aan wil deelnemen. Vanuit die gemeenschappelijke visie hebben alle 12 colleges van de regio Centraal Gelderland in november 2015 het besluit genomen om ook na 2016 taken binnen het sociaal domein regionaal uit te voeren. De 12 gemeenten zijn ervan overtuigd dat zij daardoor meer kwaliteit van zorg kunnen bieden aan inwoners tegen lagere kosten en de transformatie van het sociaal domein kunnen versnellen.
Daarnaast voorkomt een MGR een overlap aan juridische constructies en wordt de bestuurlijke drukte beperkt. Dit heeft ertoe geleid dat er na 1-4-2017 meerdere modules aan de MGR zijn toegevoegd, waarbij een aantal andere samenwerkingsverbanden zijn opgeheven.
1-4-2017 Inkoop: een regionale inkooporganisatie realiseren waarin alle 12 gemeenten slagkracht en kostenefficiëntie realiseren door de inkoop, het contractmanagement en het contractbeheer gezamenlijk uit te voeren met hetzelfde doel voor ogen: faciliteren dat inwoners in staat zijn om de regie over hun eigen leven te voeren, daar waar nodig met steun van familie, vrienden, buurtgenoten en met steun van goede algemene voorzieningen. En redden inwoners het niet zonder aanvullende hulp dan is er een goede toegang tot hulp dicht bij huis, hulp die zo kort en licht is waar het kan en intensief en specialistisch waar het moet. Behalve dat dit goed is voor inwoners en gemeenten, is het ook positief voor aanbieders die zich door de regionale samenwerking op inkoop met minder administratieve lastendruk geconfronteerd zien.
1-1-2018 module Onderwijszaken (Leerplicht, Regionale Meld- en Coordinatiefunctie en Volwasseneducatie) voorheen onder Gemeenschappelijke regeling Onderwijszaken (GRO) Door de GRO bestuurlijk en organisatorisch onder te brengen bij de MGR verstevigt de samenhang in de regionale samenwerking en kan het werkgeverschap voor het RBL geregeld worden. Het vermindert de bestuurlijke drukte. Door het continueren van de eenheid RBL (Leerplicht en RMC) na een pilotfase blijft er één herkenbare professionele organisatie bestaan die op eenduidige wijze samenwerkt met leerlingen, ouders, scholen en andere ketenpartners en minder kwetsbaar is.
1-1-2018 module WSP (voorheen samenwerkingsverband) en 1-1-2019 module Wgsw (voorheen GR Werkvoorziening Midden Gelderland, ook wel Presikhaaf Bedrijven genoemd) Doel is samenhang in gezamenlijke publieke taken in tegenstelling tot de huidige lappendeken van verschillende juridische entiteiten (WSP als samenwerkingsverband, verloningsbedrijf als aparte GR) zonder dat het ten koste gaat van de lokale flexibiliteit in de uitvoering. De gewenste continuïteit in werkgeverschap kan binnen de MGR eenduidig geborgd en uitgevoerd worden. Colleges en raden kunnen hierdoor een duidelijke opdrachtgevende rol nemen vanuit de lokale uitgangspunten. De regionale inzet van het WSP levert zowel financiële als geografische schaalvoordelen op.
1-1-2022 Inburgering (contractmanagement) Doel is om voor de uitvoering van het contractmanagement gebruik te maken van de kennis, expertise en systemen van het team Inkoop Zorg. 2.
Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij?
Overbetuwe had oorspronkelijk drie motieven om samen te werken. Versterking van kwaliteit en kostenbesparing was een gedeeld motief. Het derde betrof financiële solidariteit tussen gemeenten om elkaar te helpen bij onverwachtse toename van vraag en dus kosten van bijvoorbeeld zeer specialistische en dure (boven)regionale jeugdzorg. Door dit motief te koppelen aan het basispakket is de kans groter dat meerdere gemeenten hier op termijn voorstander van zijn. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee, het oorspronkelijke doel is niet tussentijds gewijzigd. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Beleidsplan Sociaal Domein Overbetuwe 2020-2025 een sterke sociale basis. Beleidsmonitor Sociaal Domein 2021 Interactievisie: Gemeente Overbetuwe: samenlevingsgericht, communicatief en betrouwbaar!, september 2020 Uitvoeringsprogramma Programma 4. Inclusieve en participatiesamenleving Programma 5. Werkende en lerende samenleving 6.
Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Van sommige doelen kan worden gesteld dat het aannemelijk is dat deze zijn verwezenlijkt door de oprichting van de MGRS SDCG, zoals schaalvoordelen bij inkoop, het verminderen van de adminstratieve lastendruk bij ondernemers bij inkoop van zorg, het verminderen van de bestuurlijke drukte door minder gemeenschappelijke regelingen, de mogelijkheid van continuïteit en eenduidigheid van werkgeverschap dan wel het kunnen bieden van het werkgeverschap voor RBL, één eenduidige werkwijze regionaal t.a.v. RBL. Daarnaast bieden de jaarstukken inzicht in resultaten.
Commentaar [OSv1]: Moet dit vermeld worden?
Flexibiliteit en lokaal maatwerk waren ook belangrijk, maar deze staan in de algemene doelen vermeld.
Ook zijn er per samenwerkingsmodule dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) afgesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het verstrekken van kwartaalrapportages. Op grond van deze gegevens kunnen de resultaten worden gemonitoord. In een enkel geval is ook een prestatieniveau bepaald. Inkoop: opdrachtnemer verstrekt een kwartaalrapportage met in ieder geval informatie over de a. algemene voortgang van de Module inkoop met betrekking tot de prestaties inkoop, contractmanagement en contractbeheer; b. productiecijfers Jeugd en Wmo, inclusief waar mogelijk de duiding van deze cijfers; c. in afstemming met de gemeente en waar mogelijk koppeling van de in b genoemde productiecijfers aan de van de gemeente afkomstige (financiële) cijfers en beleidsinformatie; d. beoogde planning van de komende zes maanden; e. financiële uitnutting van de module inkoop. Het behalen van het doel slagkracht en kostenefficiency bij inkoop lijkt aannemelijk. Daarnaast voert de VGGM kwaliteitsonderzoeken uit, waaruit de kwaliteit van de geleverde diensten in het kader van contractbeheer blijkt. Prestatieniveaus zijn echter niet bepaald. WSP: opdrachtnemer verstrekt een kwartaalrapportage met informatie over plaatsingen van de doelgroepen (reguliere kandidaten WWB, WSW en NUG, kandidaten banenafspraak, kandidaten Wajong, WGA of WAZ uitkering en kandidaten met WW uitkering.
Opdrachtgever verstrekt opdrachtnemer in ieder geval de volgende informatie: a. Informatie over de bestandsopbouw, zoals vastgelegd in het handboek WSP. b. Werkfitte kandidaten met complete profielen, c. kandidaten Landelijk Doelgroep Register, d. analyse over arbeids inzetmogelijkheden kandidaten. Voor het bestand zal minimaal twee keer per jaar een geactualiseerd overzicht verstrekt worden. De tevredenheid van werkgevers met betrekking tot de WSP-dienstverlening wordt jaarlijks gemeten door een extern bureau, de ambitie voor 2018 is een 8,0. De terugkoppeling vindt plaats middels een rapportage naar het RPO. De resultaten kunnen hiermee worden gemonitoord. Met het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek en het bepalen van een prestatieniveau voor 2018 van een 8 is een meetbaar doel bepaald. De dienstverleningsovereenkomst en het prestatieniveau zijn sinds 2018 niet geactualiseerd. Dit roept de vraag op of het ambitieniveau nog actueel is. Onderwijszaken: opdrachtnemer verstrekt een kwartaalrapportage met kwantitatieve informatie over verzuimmeldingen en rmc meldingen, halfjaarlijks een financieel overzicht en een jaarverslag RBL en een jaarverslag oud-VSV-actie. De resultaten kunnen hiermee worden gemonitoord. Er is echter geen prestatieniveau voor deze resultaten bepaald. Het genoemde doel voor deelname aan deze module lijkt met deelname reeds te zijn bereikt.
Het werkgeverschap voor RBL is geregeld. Er blijft een herkenbare professionele organisatie bestaan die op eenduidige wijze samenwerkt met partners en minder kwetsbaar is. De bestuurlijke drukte zal ten opzicht van het GRO, voorgaande entiteit, niet verminderen, omdat het overleg nu plaatsvindt in de bestuurscommissie. Eveneens een enkele bestuurslaag. Wgsw: Opdrachtnemer verstrekt kwartaalrapportages aan opdrachtgever met in ieder geval informatie over:
a. De verstrekte salarisbetalingen en de te verwachten salarisbetalingen voorjaar t, afgezet tegen t-1 en ten opzichte van de van toepassing zijnde begroting. b. De omvang van het aantal boventalligen en de loopbaantrajecten die met betrekking tot de boventalligen lopen. c. Overige relevante informatie voortvloeiend uit de taken zoals vermeld onder artikel 2 eerste lid. d. Tweemaal per jaar verstrekt opdrachtnemer de statistieken aan opdrachtgever zoals vastgelegd in artikel 11 van de 'regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken'. De resultaten kunnen hiermee derhalve gemonitoord. Er is geen prestatieniveau bepaald. Inburgering Het gaat om inkoop, waarbij aangesloten wordt bij de aanwezige kennis en inkoopervaring van de module inkoop. De werkzaamheden dragen naar hun aard bij aan een van de twee doelstellingen genoemd in programma 4 en 5. Of deelname ook ook efficient en effectief bijdragen aan deze doelen is vanwege het ontbreken van meetbare doelen/prestatieniveaus niet duidelijk. Uitzondering vormt de WSP. 7.
Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? De gegevens in de kwartaalrapportages dienen in feite als indicatoren waarop gemonitoord wordt en geven een beeld van de wijze waarop de taak wordt uitgevoerd Echter er is vooraf geen prestatie- of kwaliteitsniveau bepaald (met uitzondering van het WSP), waaraan de taakuitvoering moet voldoen. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Het is de bedoeling om per 1-1-2024 SROI onder te brengen bij de module WSP en een nieuwe module Facilitering Regionaal Portefeuillehouders Overleg (RPO) aan de regeling toe te voegen. We zien steeds grotere personele problemen ontstaan bij onze zorgaanbieders. Dat vraagt van gemeenten om samen na te denken over de mogelijke consequenties hiervan, alternatieven te bedenken voor ‘gebruikelijke’ zorg en over incidentele of structurele oplossingen (Bron: uitvoeringsprogramma) Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen gaande op het gebied van Jeugdzorg en Wmo (huishoudelijke hulp).
Conclusie Deelname aan de verschillende samenwerkingsmodules van de MGR SDCG dragen bij aan de oorspronkelijk gestelde doelen. Ook dragen ze naar hun aard bij aan de doelstellingen genoemd in programma 4 en 5 van het uitvoeringsprogramma. Via de rapportageverplichtingen zijn er verschillende indicatoren die informatie geven over de behaalde resultaten. Echter, er is vooraf geen prestatie- of kwaliteitsniveau bepaald (met uitzondering van het WSP), waaraan de taakuitvoering moet voldoen. Daardoor is niet duidelijk of de taakuitvoering effectief en efficiënt bijdraagt aan de bestuurlijke doelen.
Er zijn de volgende aandachtspunten. 1. Uit het instellingsbesluit bestuurscommissie blijkt niet duidelijk welke AB dan wel DB bevoegdheden de bestuurscommissie heeft en hoe deze zich verhouden tot de overige bevoegdheden van het AB en DB. 2. Meenemen van de raden als de kaders van de MGR SDCG in december/ januari zijn vastgesteld om vooraf doelen te kunnen bepalen conform de Nota VP. Er is een indruk van de prestaties, maar we willen het prestatieniveau bepalen. Je wilt voorafgaande aan de vaststelling van de begroting al een signaal afgeven en niet pas op het moment dat om zienswijzen wordt gevraagd. 3. Landelijke ontwikkelingen op het gebied van Jeugdzorg en Wmo, alsook de krappe arbeidsmarkt. 4. Het Rijk stuurt aan op steeds meer schaalvergroting en regionale samenwerking. Regionale samenwerking wordt daarmee steeds belangrijker. 5. Zijn de doelen nog haalbaar nu in 2025/2026 financiële begrotingstekorten zijn voorzien. Gaan we verbonden partijen vragen om te bezuinigen en hoe verhoudt zich dat tot de gewenste prestaties.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij:
Portefeuillehouder (bestuurder):
Gemeenschappelijke Regeling Groene Metropool Regio Arnhem en Nijmegen Patricia Hoytink-Roubos
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? Vanaf 2015 ontstond er een gemeenschappelijk orgaan, genaamd Gemeenschappelijk Orgaan (GO) Arnhem Nijmegen City Region. Het GO richtte zich op een structurele verbetering van het vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven in de Arnhem Nijmegen City Region, in zowel nationaal als internationaal perspectief. Het gemeenschappelijk orgaan werkte intensief samen met de Stichting Economic Board regio Arnhem-Nijmegen. Echter o.a. in verband met het niet hebben van een zelfstandige beslisbevoegdheid is het GO per 1 januari 2021 over gegaan in een Gemeenschappelijke Regeling Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen (GR GMR A/N). Dit vroeg om een transformatie van de Regio ArnhemNijmegen: van een licht netwerk van overlegtafels in de huidige situatie naar een meer uitvoeringsgericht en slagvaardig samenwerkingsverband met een regionale agenda. Voor deze nieuwe regionale samenwerking zijn de volgende kernwaarden gedefinieerd: slagkracht, flexibel, robuust, transparant en ontmoeting. De doelstelling van de GMR is om met de 18 regiogemeenten en de betrokken triple helix partners te komen tot een versterkte samenwerking op schaal van de regio Arnhem-Nijmegen. De Regio Arnhem-Nijmegen heeft de volgende taken: a.
het bevorderen en faciliteren van de samenwerking op majeure maatschappelijke thema’s en opgaven die de gemeenten niet alleen en binnen hun gemeentegrenzen op zich kunnen nemen, en/of waarvoor mogelijkheden liggen om externe middelen te werven; b. het voorbereiden en vastleggen van de regionale agenda bestaande uit opgaven gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn; c. het inspireren en stimuleren van de gemeenten en samenwerkingspartners om deel te nemen en bij te dragen aan de opgaven uit de regionale agenda; d. het regisseren van de uitvoering en monitoren van de opgaven uit de regionale agenda; e. het positioneren en profileren van de regio, en het behartigen van de belangen van de regio op interregionaal, nationaal en internationaal niveau in partnerschap met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke partners; f. het signaleren van en inspelen op ontwikkelingen die van meerwaarde zijn voor de regio; g. het faciliteren van overleg, kennisdeling en ontmoeting in de regio. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? De vorige regionale samenwerking (GO Cityregion Arhem Nijmgen) had te weinig slagkracht om de grote regionale opgaven goed op te pakken.
Toentertijd was er voor raden en colleges weinig zicht en grip op de regionale agenda. Er waren ook amper mogelijkheden voor democratische controle en verantwoording.
De nieuwe gemeenschappelijke regeling voorziet in een grotere transparantie en betere aansluiting en sturingsmogelijkheden voor gemeenteraden. Er zijn vaste momenten in het jaar waarop raden kunnen sturen en kiezen. Via raadsontmoetingen blijven raden op de hoogte van de voortgang van de opgaven. Daarnaast functioneert de raadsagendacommissie als verbindende communicatieve schakel tussen het regiobestuur en de lokale raden. Hierdoor komen de raden beter in positie. Daarnaast moet deze samenwerking het ons als gemeente in staat stellen om vanuit een gezamenlijke en samenhangende aanpak te werken aan grote maatschappelijke opgaven en/of delen daarvan die gebaat zijn bij een gezamenlijke, regionale aanpak. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? •
Hfst 8 ‘algemeen bestuur’ UP: De gemeente Overbetuwe, liggend in het hart van de regio Arnhem-Nijmegen, is een groot voorstander van regionale samenwerking. Wij vinden het belangrijk dat de regionale samenwerking effectief en slagvaardig is opgezet om de gezamenlijke doelen te realiseren. Dat is noodzakelijk om de concurrentiepositie, aantrekkingskracht en bereikbaarheid van onze regio te versterken.
•
In de Programmabegroting wordt een link gemaakt met programma 1: duurzame en gezonde samenleving en met programma 2: leefbare en bereikbare samenleving.
•
Strategische visie middengebied: er zijn vijf opgaven in de Groene Metropoolregio vastgesteld. Iedere gemeente draagt daar afzonderlijk aan bij. Als middengebied (Overbetuwe en Lingewaard) zien we de meerwaarde om op onderdelen in deze opgaven ook samen op te trekken. Om ervoor te zorgen dat we beter in staat zijn afwegingen te maken over onze inzet in de regionale opgaven is er een strategische agenda voor het middengebied opgesteld. Aan de hand van de vijf opgaven wordt omschreven wat onze prioriteiten voor de langere termijn zijn en waar we samen heen willen in de toekomst.
•
Regionale agenda GMR: in de Regionale Agenda 2023-2024 geven we aan wat de doelen zijn die we met regionale samenwerking per opgave in deze periode willen bereiken en wat de bijdrage van de GMR is om dit te realiseren.
6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Deze regionale samenwerking stelt ons als gemeente zeker in staat om vanuit een gezamenlijke en samenhangende aanpak te werken aan grote maatschappelijke opgaven en/of delen daarvan die gebaat zijn bij een gezamenlijke, regionale aanpak. Echter de zoektocht naar het ‘hoe’ verloopt stroef. Het na te streven effect en het beoogde doel (het ‘wat’) is veelal helder; de manier waarop de regionaal samenwerkende gemeenten dat effectief en efficiënt kunnen bereiken is dat niet. Er ontbreekt vaak nog een gezamenlijk beeld op de toepasselijke acties en maatregelen
(en financiering, inzet, fasering). De ervaring is dat veel projecten nog in de verkennende en ontwikkelingsfase zitten, waardoor we als regio zijnde het verschil nog niet kunnen maken. Het gesprek over rolneming (‘wie’) kan hierbij beter; hoe sluit je als regio goed aan op datgene wat gemeenten, provincie en TEB doen en hoe biedt de GMR dan de toegevoegde waarde om hier goed op aan te sluiten. Het is merkbaar dat dit voor onze gemeenteraad en RAC-leden ook nog een zoektocht is. Overbetuwe en Lingewaard werken op ambtelijk niveau samen in de vertegenwoordiging van de midden gemeenten in de diverse werkgroepen. De grote steden Arnhem en Nijmegen zijn dominant vertegenwoordigd, en de zoektocht is naar vertegenwoordiging vanuit de kleinere gemeenten (die vaak niet voldoende fte hebben om op de projecten in te zetten). Omdat het juist de bedoeling is dat het transformatieplan voor de hele regio positieve effecten heeft, is vertegenwoordiging vanuit die kleine gemeenten essentieel. 7. 7. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Er zijn geen meetbare kpi’s opgesteld. Wel is beschrijvend per opgave beschreven waar we als GMR over 5 jaar (2027) willen staan. Na deze 5 jaar moet blijken of deze doelstellingen voldoende meetbaar waren om te evalueren of we onze doelstellingen hebben bereikt 8.
Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? De (landelijke, provinciale en regionale) ontwikkelingen op o.a. het gebied van duurzaamheid, wonen, stikstof, vervoer, landschap, economie hebben invloed op de GMR.
Conclusie Het na te streven effect en het beoogde doel (het ‘wat’) binnen deze samenwerking is veelal helder; echter de zoektocht naar het ‘hoe’ verloopt nog wat stroef. Er ontbreekt vaak nog een gezamenlijk beeld op de toepasselijke acties en maatregelen en het gesprek over rolneming (wie) moet beter. We moeten stappen zetten om uit de verkennende en ontwikkelingsfase te komen, zodat we als regio het verschil kunnen gaan maken.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
GR Park Lingezegen Wijnte Hol en Dimitri Horsthuis – Tangelder
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? De realisatie van Park Lingezegen in een samenwerking met Lingewaard, Arnhem, Nijmegen, provincie Gelderland en waterschap Rivierenland. Dit om te waarborgen dat op het grondgebied tussen Neder-Rijn en Waal duurzame ruimte blijft voor natuur, recreatie, landbouw en waterberging (Bron Bestuursakkoord). 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? De realisatie van een groene buffer tussen Arnhem en Nijmegen met ruimte voor natuur, recreatie en landbouw. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Doel is niet gewijzigd. Wel is in: 2014 gemeente Nijmegen toegetreden, https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR88626 2021 provincie en waterschap uitgetreden https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2021-12747.html 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja, de deelnemers hebben afgesproken om een doorontwikkeling te realiseren in het Park. Daarnaast is de gemeenschappelijke regeling opgericht voor bekostiging van het beheer voor het Park. De vier deelnemers dragen met een beheervergoeding hieraan bij. 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Omgevingsvisie, landschapsontwikkelingsplan en recreatienota. Programma 2 Leefbare en bereikbare samenleving. 6.
Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? In de ambtelijke overleggen en bestuurlijke overleggen komt de voortgang aan de orde en worden doelen gezamenlijk bepaald en nieuwe initiatieven beoordeeld. De raad verkrijgt jaarlijks inzicht via de jaarstukken. 7. Zijn er KPI’s waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Ontwikkelingen worden getoetst op basis van de structuurvisie Park Lingezegen (2011). Voor het beheer is een beheerplan 2021-2024 opgesteld. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? De verdere verstedelijking in het gebied regio Arnhem-Nijmegen. Daarbij gaat de ontwikkeling van rood en groen samen (“Meer landschap meer stad”). Hiervoor is het
rapport Vervlochten regio opgesteld. Dit om een groen raamwerk te realiseren, waarvan Park Lingezegen een onderdeel is.
Conclusie Deelname aan Park Lingezegen draagt nog steeds bij aan de bestuurlijke doelen. Aandachtpunt is dat de structuurvisie geactualiseerd moet worden. De verdere verstedelijking in het gebied vergroot de behoefte aan landschapszones. Park Lingezegen zal daarbij onderdeel uitmaken van het groene raamwerk van de regio Arnhem-Nijmegen.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Recreatieschap Over-Betuwe René Post
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? Er zijn geen oprichtingsstukken beschikbaar. Uit onder meer de website van Uiterwaarde en toelichting op wijziging van de regeling in 1989 blijkt het volgende: In de jaren ’70 worden drie recreatieschappen in het Rivierengebied opgericht: het Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal, het Natuur- en Recreatieschap Lingegebied en het Recreatieschap Over-Betuwe. Zij zijn gemeenschappelijke regelingen en hebben als doel om de belangen te behartigen van onder meer de openluchtrecreatie en het toerisme, het landschapsschoon en het natuurbehoud van de deelnemende gemeenten. In het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen maakt Provincie Gelderland in 1993 plannen voor een andere gebiedsindeling. Gesteund door de Provincie laten de Gelderse recreatieschappen een onderzoek uitvoeren met als resultaat een aanbeveling tot verzelfstandiging van de uitvoeringsorganisatie. Het is aannemelijk dat genoemd belang (m.u.v. toerisme, zie punt 3) het doel was bij deelname aan de verbonden partij. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Vanwege het ontbreken van de oprichtingsstukken is dit niet bekend. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd. Deels.
Het belang van toerisme is in 1989 bij wijziging van de gemeenschappelijke regeling ingevoegd en ziet op het zorgdragen van een basis (infra)structuur voor ontwikkelingen op toeristisch gebied van de particuliere sector. Het begrip moet worden opgevat als toerisme, voor zover het de openluchtrecreatieve aspecten betreft. Sinds de oprichting hebben de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden: In 1999 heeft er een verzelfstandiging van de uitvoeringsorganisatie van drie Recreatieschappen plaatsgevonden (B.V. Recreatiemaatschappij Rivierenland, bekend onder Uiterwaarde). De verzelfstandiging is gericht op een slagvaardiger en bedrijfsmatige uitvoering van de taken van de recreatieschappen. Dit in combinatie met marktactiviteiten zou het wegvallen van provinciale en rijksbijdragen moeten compenseren. De markactiviteiten zijn ondersteunend aan de publieke taken en erop gericht de continuïteit van de publieke taken zo veel mogelijk te waarborgen. De recreatieschappen blijven bestuurlijk en beleidsmatig verantwoordelijk voor de aan hen bij de regeling opgedragen taken, maar worden aandeelhouder van de Recreatiemaatschappij. Taakuitvoering vindt plaats op basis van contractmanagement. Personeel, vastgoed en marktactiviteiten zijn ondergebracht in drie afzonderlijke B.V.’s.
Per 1 januari 2001 is de gemeentelijke bijdrage afgekocht waardoor gemeenten niet meer verantwoordelijk zijn voor exploitatietekorten van de recreatiemaatschappij. In 2013 is de regeling in verband met de afkoop gewijzigd in een lichtere gemeenschappelijke regeling. Voor instandhouding waren voldoende zwaarwegende redenen, namelijk:
-
De zekerheidstelling van publieke controle en aansturing van de verzelfstandigde organisatie (aandeelhouderschap); - De wenselijkheid van het behouden en kunnen toepassen van de publiekrechtelijke mogelijkheden van eh schap in het kader van beheerverordeningen; - De wenselijkheid van het behouden en inhoud blijven geven aan een regionaal bestuurlijk beleidsplatform voor openluchtrecreatie en toerisme in de regio. Ten aanzien van het bestuur is bepaald dat zowel het AB als DB bestaat uit 8 leden. Deze ontwikkelingen hebben geen gevolgen gehad voor het doel van deelname. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Beleidskader: Nota kampeerbeleid (2008) Landschapsontwikkelingsplan (2010) Nota Toeristische bewegwijzering (2013) Uitvoeringsbeleid evenementen (2016) (incl. evaluatie) Nota recreatie en toerisme (2023) Cultuurvisie gemeente Overbetuwe 2022-2025 – ‘Op Waarde Geschat’ (2021) Uitvoeringsprogramma Programma 2. Leefbare en bereikbare samenleving 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Ja, via het jaarverslag. 7. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Nee, er zijn geen KPI’s geformuleerd.
Het benoemen van meetbare doelen en indicatoren zou wel meer inzichtelijk maken wat er van het Recreatieschap dan wel Uiterwaarde wordt verwacht en of het resultaat wordt behaald. Zeker in combinatie met andere partijen die we voor recreatie inzetten in de gemeente Overbetuwe. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Gelet op de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de regeling voor 1 juli 2024 aangepast worden. Dit momentum wordt benut om een andere samenwerkingsvorm te onderzoeken met een minder zware bestuursstructuur. Het huidige bestuur bestaat uit 8 AB-leden en 8 DB-leden. Dit is niet conform artikel 14, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dat artikel bepaalt dat het DB nimmer een meerderheid van het AB mag uitmaken. Een uitzondering geldt voor een regeling waaraan uitsluitend burgemeesters deelnemen met minder dan zes gemeenten, maar daarvan is geen sprake. In het najaar 2023 beslist het AB over een mogelijk aangepaste samenwerkingsvorm en andere zeggenschapsstructuur in lijn met de wet middels een aangepaste regeling
Conclusie Deelname aan het Recreatieschap Over-Betuwe draagt nog steeds bij aan de bestuurlijke doelen. In hoeverre dit effectief dan wel efficiënt gebeurd is vanwege het ontbreken van meetbare doelen niet duidelijk. Aandachtspunt is de zeggenschapsstructuur bij de komende wijziging van de regeling.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
BVO Doelgroepenvervoer regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) Rene Post
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? Het oorspronkelijke doel was om het aanvullend openbaar vervoer en het gemeentelijk maatwerkvervoer slimmer, efficiënter en klantvriendelijker te organiseren en beter af te stemmen op de mogelijkheden van onze inwoners. Uitgangspunt hierbij was dat dit zou leiden tot kostenneutraliteit. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Nee 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Ja. Het doel om het vervoer zo efficiënt en kwalitatief hoogwaardig mogelijk te organiseren is gebleven, maar het uitgangspunt van kostenneutraliteit is in 2018 losgelaten. Demografische ontwikkelingen en kostprijsverhogende factoren (zoals loonkostenontwikkelingen, stijgende brandstofkosten, afschaffen teruggaveregeling bpm, etc.) leidden tot een toename van kosten, waar ‘meer efficiency’ niet tegenop kunnen. In 2019 is besloten om in de samenwerking te blijven en daarbij ook het leerlingenvervoer onder te brengen bij de BVO DRAN. Bij de oprichting van de BVO DRAN was dit nog niet mogelijk, doordat het contract voor het leerlingenvervoer eerder afliep. Dit maakte destijds een aparte aanbesteding voor het leerlingenvervoer nog noodzakelijk.
Het toevoegen van het leerlingenvervoer bij de BVO DRAN biedt extra mogelijkheden tot het bundelen van vervoersstromen, bijvoorbeeld met betrekking tot deelnemers in het leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer. Dit is kostenefficiënter, duurzamer en eenduidiger voor inwoners, doordat zij voor het vervoer met één vervoerder te maken hebben. Met het regionaal aanbesteden van het doelgroepenvervoer in 2020 is tevens een duurzaamheidsdoelstelling toegevoegd om uiterlijk 2030 100% zero emissie doelgroepenvervoer te realiseren. Deze ambitie is door het bestuur van de BVO DRAN in 2022 nader geconcretiseerd tot volledig zero emissie vraagafhankelijk vervoer per 1 januari 2027 en voor het routevervoer per 1 januari 2028. In 2021 heeft de provincie besloten om het aanvullend openbaar vervoer met ingang van 1 april 2022 in eigen beheer te gaan organiseren. Hierdoor zijn de combinatiemogelijkheden van het aanvullend openbaar vervoer met het gemeentelijk doelgroepenvervoer komen te vervallen. De provinciale bijdrage in de beheerkosten van de BVO DRAN is ook gestopt. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja, het bieden van ondersteuning bij vervoer aan inwoners die hiertoe niet zelf in staat zijn is een wettelijk taak van gemeenten.
Zolang er sprake is van gemeentelijk leerlingen- en doelgroepenvervoer blijft het doel overeind om dit op een kwalitatief hoogwaardige, efficiënte en duurzame wijze te organiseren.
Het blijft daarbij van meerwaarde om dit in een regionale samenwerking onder te brengen. Het bovengemeentelijke, regionale karakter van het vervoer maakt dat het vervoer efficiënter kan worden georganiseerd door samen te werken. Dit biedt voordelen vanuit het oogpunt van kosten en duurzaamheid, maar zorgt er ook voor dat we beter het hoofd kunnen bieden aan uitdagingen, zoals bijvoorbeeld het huidige landelijke chauffeurstekort. In plaats van als afzonderlijke gemeenten met elkaar te concurreren, kunnen we als regio de impact hiervan zoveel mogelijk beperken. Daarnaast hebben we als regio een sterkere onderhandelingspositie richting andere overheden en vervoerders. Bovendien zorgt de regionale samenwerking voor een eenduidige, herkenbare dienstverlening aan inwoners. De nota van uitgangspunten is dus nog altijd actueel en relevant. 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Uitvoeringsprogramma 2022-2026: ‘Voor wie niet zelfstandig kan reizen, blijft het doelgroepenvervoer toegankelijk.’ (pag. 25) Beleidsplan Sociaal Domein Overbetuwe 2020-2025 ‘Een sterke sociale basis in Overbetuwe’: ‘Individuele inwoners van Overbetuwe zijn vitaal, veerkrachtig, en in staat te participeren en mee te doen in de samenleving, naar vermogen.’ (pag. 8) 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Ja.
We ontvangen per kwartaal vanuit de BVO DRAN rapportages over: -
de financiële resultaten; de gebruikscijfers van het vervoer door inwoners van Overbetuwe (zowel monitoringsrapportages als de ruwe data in de vorm van rittenbakken); de resultaten van het doorlopende klanttevredenheidsonderzoek, waarin wordt gevraagd de volgende aspecten te beoordelen: o het vervoer, de voertuigen en chauffeurs; o gebruiksgemak aan- en afmelden ritten via telefonisch contact en website; o informatievoorziening op de website; o klachtenafhandeling. De gestelde norm is een 7,6, waarbij een jaarlijkse toename van 0,1% wordt nagestreefd totdat minimaal een score van 8 wordt behaald.
-
de stand van zaken m.b.t. de duurzaamheidsambitie aan de hand van: o aantal verreden kilometers biobrandstof o aantal verreden kilometers zero-emissie
Dit stelt ons in staat te monitoren in hoeverre we de gestelde doelen behalen. Uit de gebruikscijfers blijkt bijvoorbeeld dat er daadwerkelijk ritten worden gecombineerd, zowel doordat inwoners van verschillende gemeenten gezamenlijk rijden, als dat vervoersstromen worden gebundeld (met name Jeugdwetvervoer en leerlingenvervoer). En in het klanttevredenheidsonderzoek werd de dienstverlening in 2022 door inwoners uit Overbetuwe beoordeeld met een 7,6 m.b.t. het routevervoer en een 8,1 m.b.t. het vraagafhankelijk vervoer. In de contracten met vervoerders is bovendien een bonus/malusregeling opgenomen. Hieronder zijn voor het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer prestatie indicatoren opgenomen op het gebied van: - Punctualiteit; - Maximale reisduur; - Aantal gegronde en verwijtbare klachten; - Verwijtbare loosmeldingen; - Klanttevredenheidscijfer.
Het bestuur van de BVO DRAN wordt ieder kwartaal geïnformeerd over de toepassing van de bonus/malus regeling op perceelniveau 7. Zijn er KPI’s waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Ja, er zijn prestatie indicatoren opgenomen op het gebied van punctualiteit, maximale reisduur, aantal gegronde en verwijtbare klachten, verwijtbare loosmeldingen, klanttevredenheid en duurzaamheid (zie het antwoord op vraag f). 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? De huidige krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat er sprake is van een chauffeurstekort. Dit heeft invloed op de kwaliteit van de dienstverlening. Op het realiseren van de duurzaamheidsambitie zijn ook (landelijke) ontwikkelingen van invloed die buiten de invloedsfeer liggen van de BVO DRAN en daardoor onzekerheid met zich meebrengen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de uitrol en capaciteit van laadpaalinfrastructuur of de ontwikkeling van elektrische rolstoelbussen met voldoende actieradius.
Conclusie De deelname aan de BVO DRAN draagt nog steeds bij aan de bestuurlijke doelen.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Euregio Rijn-Waal Patricia Hoytink-Roubos
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? De Tweede Wereldoorlog had in de regio rond Kleve, Emmerich, Arnhem en Nijmegen diepe wonden nagelaten. Uit aanvankelijk particuliere contacten ontstond geleidelijk aan weer een grensoverschrijdende uitwisseling op officieel niveau. De Raad van de Regio Rijn-Waal begint in 1978 met zijn werk. In haar nieuwe statuten stelt de Regio Rijn-Waal de versteviging van economische structuren, de intensivering van de sociale en culturele contacten en de bevordering van het toerisme in de grensregio als hoofddoelen vast (bron: Home (euregio.org)). Gemeente Elst heeft per brief op 10 maart 1993 laten weten lid te willen worden van de Euregio Rijn-Waal (Bron: brief gemeente Elst, verzonden op 15 maart 1993 met kenmerk: SECR). 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Reden was dat Elst een ‘witte vlek’ was in de regio tussen Arnhem, Huissen, Gendt en Nijmegen die wel lid waren. Daarnaast zijn een mogelijk gestructureerd overleg m.b.t. de ten doel gestelde activiteiten, grensoverschrijdend politiek overleg, financiële steun in de vorm van subsidies, en het gezamenlijk organiseren van activiteiten redenen om lid te worden. (Bron: Gemeente Elst, Advies aan Heren burgemeester en wethouders, 28 mei 1986). 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee. 4.
Is dit doel nog steeds actueel? Ja. 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? De samenwerking tussen Duitse en Nederlandse organisaties in het grensgebied wordt bevorderd door de Euregio Rijn-Waal en de subsidiegelden uit INTERREG DeutschlandNederland. De projecten van de Euregio Rijn-Waal staan open voor een breed scala aan thema’s die ook in het coalitieprogramma ‘Samen aan zet’ terug te vinden zijn: participatie, duurzaamheid, ondernemerschap, mobiliteit, arbeidsmarkt, veiligheid, onderwijs, cultuur en toerisme. Problemen en kansen op deze terreinen houden niet op bij de grens, maar gaan daar overheen. Daarom is het zinvol om de samenwerking met Duitse partners in het grensgebied op te zoeken en van elkaars aanpak te leren. In het Coalitieprogramma Samen aan Zet 2022-2026 wordt het vergroten van de regionale samenwerking met andere partijen in de samenleving expliciet benoemd: “We werken steeds meer samen met (regionale) partijen om de leefbaarheid van onze samenleving te vergroten. Denk aan samenwerking over onderwerpen als cultuur, onderwijs, bedrijven, recreatie, toerisme, sport, welzijn, gezondheid, klimaat en (sociale) veiligheid.”
6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Het doel is moeilijk te meten of in waarden uit te drukken. Het is daarom niet direct mogelijk om te bepalen of de doelen gehaald worden. Wel zijn er verschillende organisaties in de gemeente Overbetuwe die een beroep doen op de Euregio Rijn-Waal en INTERREG Deutschland-Nederland subsidiegelden voor projecten met Duitse en Nederlandse partners. 7. Zijn er KPI’s waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? De ontwikkelingen worden niet getoetst. Een KPI zou het aantal grensoverschrijdende projecten kunnen zijn waarin Overbetuwse organisaties participeren. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Niet direct. Conclusie Euregio Rijn-Waal draagt nog steeds bij aan de huidige bestuurlijke doelen? Aandachtpunt is dat de resultaten moeilijk meetbaar zijn.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Bank Nederlandse Gemeenten N.V. Wethouder Rik van den Dam
9. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? De historie van BNG Bank start aan het begin van de 20ste eeuw. Een periode met hoge armoede waarin sociaal-maatschappelijke vraagstukken het gesprek domineerden. In die periode werd de Vereniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG) opgericht die op haar beurt in 1914 de Gemeentelijke Credietbank in het leven riep. De Gemeentelijke Credietbank voorzag gemeenten van financiële slagkracht en droeg zo bij aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dit kenmerkt de positie van de Gemeentelijke Credietbank, inmiddels BNG Bank, nog steeds. Volgens de statuten kunnen slechts aandeelhouder zijn: de Staat der Nederlanden, provincies, gemeenten, waterschappen en andere openbare lichamen naar Nederlands recht en heeft de bank tot doel het uitoefenen van bankier ten dienste van overheden. We kunnen niet meer achterhalen wat het oorspronkelijke doel met deelname aan de BNG was, maar het ligt voor de hand dat in lijn ligt met het hiervoor genoemde doel om de gemeente op een goedkope wijze te voorzien van financiële slagkracht om bij te dragen aan maatschappelijke problemen. Via de BNG heeft de gemeente makkelijk en snel toegang tot geld en de kapitaalmarkt. 10. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Ja, zie hierboven 11.
Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee, de BNG faciliteert de gemeente nog steeds met bij de financiering. Daarnaast is de BNG de bank van en voor de overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijk voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak. 12. Is dit doel nog steeds actueel? Ja 13. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Zie bij 3. Het maatschappelijk belang staat centraal bij de BNG. Daarnaast is de BNG van en voor de publieke sector, waarbij door de publieke sector een goede toegankelijkheid tot de geld- en kapitaalmarkt, tegen concurrerende tarieven, wordt verkregen. 14. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Ja, via de BNG-publicaties. Het belang van de gemeente in de BNG is zeer klein (het aandelenbelang van de gemeente in BNG is 0,04% van het totaal aantal uitstaande aandelen). De gemeente krijgt hiervoor relatief een zeer goed rendement, waarbij een zeer klein kredietrisico wordt gelopen (BNG = AAA rated).
15. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Nee en deze missen we ook niet. 16. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Nee, Ze hebben de beste credit rating AAA en geven een relatief goed rendement. Daarnaast is het idee dat gemeenten een belang houden in BNG.
Conclusie Deelname aan de BNG N.V. draagt nog steeds bij aan de huidige bestuurlijke doelen. Er zijn geen aandachtspunten.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Vitens N.V. Rik van den Dam
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? De start van de deelname en oorspronkelijke doelstelling zijn niet goed terug te vinden. Vroeger was Waterbedrijf Gelderland (WG) de grootste producent en leverancier van (drink)water in het verzorgingsgebied bestaande uit de Achterhoek, het Rivierengebied en de Veluwe. WG was een naamloze vennootschap en de aandelen waren in handen van provincie Gelderland en een groot aantal gemeenten in die provincie waaronder ook de voormalige gemeenten Elst, Heteren en Valburg. Bij het ontstaan van Overbetuwe per 1-12021 zijn de aandelen van de drie voormalige gemeenten samengevoegd. In mei 2002 besloten Nuon Water, WG en Waterleiding Maatschappij Overijssel (WMO) te fuseren en ontstond Vitens. De gemeente Overbetuwe werd daarmee dus “automatisch” aandeelhouder van Vitens. Het was “vroeger” dat gemeenten aandelen bezaten van nutsbedrijven gezien de publieke taak van dergelijke bedrijven, zoals drinkwatervoorziening, gasvoorziening en elektriciteitsvoorziening. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Hoofddoel is het ervoor zorgen dat het uitvoeren van de publieke taak, het verzorgen van de drinkwatervoorziening, gewaarborgd blijft. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? Nee. 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja. 5.
Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Het in stand houden van de basisvoorzieningen voor de inwoners van Overbetuwe tegen een reële prijs. 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Door Vitens N.V. worden jaarlijks P&C-documenten opgesteld waarin inzicht wordt gegeven in de ontwikkelingen bij het bedrijf. Overbetuwe heeft 0,55% van de aandelen in bezit en kan dus alleen wijzigingen bewerkstelligen in samenwerking met heel veel andere aandeelhouders. 7. Zijn er KPI’s geformuleerd waarop ontwikkelingen worden getoetst? Zo nee, missen we die? Nee, er zijn geen KPI’s geformuleerd. Deze worden ook niet gemist. 8. Zijn er ontwikkelingen die van invloed zijn op de verbonden partij? Voor alle drinkwaterbedrijven geldt dat het door klimaatontwikkelingen in de toekomst steeds lastiger zal zijn om voldoende drinkwater te produceren
Conclusie De deelname in Vitens draagt nog steeds bij aan de bestuurlijke doelen. Er zijn geen aandachtspunten.
Evaluatie verbonden partijen Naam verbonden partij: Portefeuillehouder (bestuurder):
Stichting Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem (SSGA) René Post
1. Wat was het oorspronkelijke doel met deelname aan de verbonden partij? In het kader van intergemeentelijk werken in G5 verband werd onderzoek gedaan naar samenwerking op het gebied van ICT. Het onderzoek concentreerde zich op het robuust maken van de ICT-beheerorganisatie door deze centraal te positioneren, waardoor kennis, kunde en achtervang beter afgestemd is op de vraag vanuit de 5 organisaties. Een degelijke (data)verbinding tussen de 5 deelnemende was voorwaardelijk voor deze samenwerking. Deze verbinding zal plaatsvinden via de glasvezelring van stichting SSGA. Om aan te kunnen sluiten op het glasvezelnet van de SSGA moest de gemeente Overbetuwe toetreden tot de stichting SSGA. 2. Was er voor de gemeente een specifiek doel om deel te nemen in de verbonden partij? Het afgeleide doel voor Overbetuwe was het creëren van mogelijkheden om binnen de Samenwerkingen van elkaars faciliteiten gebruik te maken en/ofte delen. Uiteindelijk droeg de aansluiting tot SSGA bij aan het bestuurlijke doel Realiseren van betere beschikbaarheid van de gemeentelijke informatievoorziening en optimaliseren van de dienstverlening. 3. Is dit doel tussentijds gewijzigd? De ICT-samenwerking met deze 5 gemeenten is uiteindelijk niet van de grond gekomen. Overbetuwe is daarentegen wel een ICT- en belastingsamenwerking met Lingewaard gestart.
Ook hiervoor was een dergelijke verbinding voorwaardelijk. Daarnaast hebben we, doordat we over deze basisvoorziening beschikking, makkelijker nieuwe (keten)samenwerkingen kunnen faciliteren (denk aan deelname in de ODRA). 4. Is dit doel nog steeds actueel? Ja, dit doel is nog steeds actueel. Denk aan de diverse samenwerkingen die we als gemeente Overbetuwe hebben op het gebied van ICT, Belastingen, ODRA, MGR enz. 5. Bij welk bestuurlijk doel (huidig beleid) sluit het belang van deelname aan? Deelname in SSGA (en daarmee het hebben van goede glasvezelverbinding tussen (semi) overheidsinstellingen in de regio, draagt bij aan het programma Informatie en Kennissamenleving. 6. Hebben we inzicht in het behalen van dit doel? Het doel is behaald, zie punt 4. Doordat we beschikken over deze infrastructuur is onze digitale informatie goed beschikbaar, kunnen we makkelijk samenwerking met partners in de regio, wat bijdraagt aan het niveau van onze dienstverlening.