23-09-12.17 Relevant stuk 5, Toelichting en Regels Elst, Rijksweg-Noord 94
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Elst, Rijksweg-Noord 94
Bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Gemeente Overbetuwe Status:
Ontwerp
Datum:
Juni 2023
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0379ELSTrijkswgn94-ONTD
Elst, Rijksweg-Noord 94
Datum Juni 2023
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 8
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
9
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
11 11 12 13
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren
18 18 18 20 21 23 25 26 28 28 29 31 33 34
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels
35 35 35
Hoofdstuk 7
38
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
39 39 39 39 39 39
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Rijksweg-Noord 94 te Elst, gelegen ten noorden van de kern Elst, is momenteel een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning gevestigd. De initiatiefnemers willen de agrarische bedrijfsfunctie beëindigen en de agrarische bedrijfsbebouwing slopen. In de toekomst zal ook de bedrijfswoning worden gesloopt en wordt op de kavel een nieuwe woning opricht. Daarnaast willen de initiatiefnemers noordelijk van de bedrijfswoning één nieuwe vrijstaande woning op een nieuw te realiseren woonkavel oprichten. Om het initiatief mogelijk te maken, moet de bestemming van de bedrijfswoning worden gewijzigd naar een Woonbestemming. Ook moet voor de twee woningen een Woonbestemming worden opgenomen en moeten een bouwvlakken worden toegekend om het oprichten van de woningen mogelijk te maken. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' maakt het onder voorwaarden mogelijk om de huidige bestemming 'Agrarisch' door middel van een wijzigingsplan te wijzigen in de bestemming 'Wonen' en na sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing twee nieuwe woningen op te richten. Er is echter voor gekozen om voor de beoogde ontwikkeling een herziening van het bestemmingsplan te doorlopen. Dit bestemmingsplan 'Elst, Rijksweg-Noord 94' wijzigt de bestemming van de twee toekomstige woonpercelen naar een Woonbestemming.
Er worden twee bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de woningen mogen worden opgericht. Het huidige agrarische bouwvlak wordt wegbestemd. Het bestemmingsplan geeft een nieuw bouw- en gebruikskader voor de beide delen van het perceel en voor de omliggende agrarische gronden. In deze toelichting wordt aangetoond dat het plan voldoet aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en globale begrenzing plangebied
Het plangebied aan de Rijksweg-Noord 94 te Elst ligt in het buitengebied van Overbetuwe, circa 150 meter ten noorden van deze kern. Ongeveer 100 meter ten noorden van het plangebied stroomt de Linge. De Rijksweg-Noord, waaraan het plangebied aan de westkant grenst, is een noord-zuid lopende verbindingsweg tussen Elst en de zuidelijke uitbreidingswijken van Arnhem. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven.
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)
Het plangebied beslaat een deel van het perceel Rijksweg-Noord 94. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Elst, sectie N, perceelnummers 508 en 617 (ged.). De begrenzing van het plangebied is afgestemd op de omvang van de twee toekomstige woonpercelen (zie nader Hoofdstuk 3 voor een beschrijving van de planuitgangspunten) en het huidige agrarische bouwvlak, dat zal worden wegbestemd. Om een logische begrenzing van het plangebied aan te houden, is ook de resterende strook tussen de twee woonpercelen, tot aan de grens met de Rijksweg-Noord, opgenomen in het plangebied. Rondom het plangebied liggen afwisselend woonpercelen en agrarische gronden. Aan de westkant grenst het plangebied zoals gezegd aan de Rijksweg-Noord. De directe omgeving van het plangebied, inclusief indicatieve begrenzing van het plangebied, is in figuur 1.2 weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding van het bestemmingsplan.
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: Bing Maps)
1.3
Huidig bestemmingsplan
In het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'Elst, Schil Westeraan A325', vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe op11 juni 2013. Het plangebied is volledig bestemd als 'Agrarisch'. Er is één bouwvlak opgenomen rondom de bestaande bebouwing. Hier is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf' opgenomen. De gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, alsmede voor een loonbedrijf. Er is tevens één bedrijfswoning toegestaan binnen het bouwvlak. In het plangebied gelden verder de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde Archeologische verwachting 1, 2 en 3'. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied in rood kader, is weergegeven op figuur 1.3.
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Elst, Schil Westeraam A325' met het plangebied in rood kader weergegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen de bestemming 'Agrarisch' is het gebruik van de gronden en bebouwing als burgerwoning niet toegestaan en is het oprichten van nieuwe woningen niet mogelijk. Voor deze onderdelen is een wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen' nodig. In het geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het oprichten van twee woningen mogelijk te maken onder voorwaarden (artikel 3.5.3, sub b). Dit plan sluit inhoudelijk aan bij deze wijzigingsbevoegdheid, maar deze wordt formeel niet toegepast. Door middel van dit bestemmingsplan wordt de bestemming ter plaatse van de twee woonpercelen gewijzigd naar 'Wonen' en 'Tuin' en wordt het agrarisch bouwvlak verwijderd.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied beslaat een deel van het perceel Rijksweg-Noord 94. Het volledige perceel beslaat ca. 6,5 hectare, maar het plangebied is aanzienlijk kleiner. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Elst, sectie N, perceelnummers 508 en 617 (ged.). Ter plaatse is momenteel een loonbedrijf gevestigd met een bedrijfswoning. Bij het bedrijf is één loods van ca. 1.700 m² groot aanwezig. Bij de bedrijfswoning behoort ook een bijgebouw, dat ten zuiden van de woning staat. Rondom de loods en nabij de inrit tot het bedrijfsperceel is verharding aanwezig. Een deel van de verharding, die op de luchtfoto in figuur 1.2 in het vorige hoofdstuk te zien is, is inmiddels verwijderd. Figuur 2 geeft een actueel beeld van de situatie ter plaatse. De omliggende gronden, waaronder het beoogde perceel voor de nieuw op te richten woning, zijn agrarisch in gebruik en zijn onbebouwd. In de directe omgeving van het plangebied liggen afwisselend woonpercelen en agrarische gronden. Aan de westkant grenst het plangebied aan de Rijksweg-Noord. Aan de overzijde van deze weg zijn eveneens enkele woningen, maar ook een agrarisch en niet-agrarisch bedrijf gevestigd.
Figuur 2: recent straatbeeld van het plangebied, met zichtbaar de bedrijfswoning, het bijgebouw, de bedrijfsloods en de oprit (bron: Google Streetview)
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
De initiatiefnemers willen de huidige bedrijfsfunctie beëindigen en willen deze ook beëindigd houden. De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt en de verharding rondom de huidige loods zal worden verwijderd. Recent is dit voor een gedeelte van de verharding al gebeurd. De bedrijfswoning zal (op termijn) ook worden gesloopt. Na beëindiging van de bedrijfsfunctie, zal het perceel worden gebruikt voor woondoeleinden. Hiervoor is een bestemmingswijziging nodig. Voorwaarde daarbij is dat de agrarische bedrijfsfunctie beëindigd blijft. Na sloop van bebouwing en verharding en beëindiging van de bedrijfsfunctie, wil de initiatiefnemer op het noordwestelijk deel van diens perceel één nieuwe woning oprichten. Daarnaast wordt, na sloop van de huidige bedrijfswoning, op het perceel bij de bedrijfswoning ook één nieuwe woning opgricht. De voorgevel van de noordelijke woning komt in lijn te staan met de bestaande bedrijfswoning (en de vervangende nieuwe woning) en de woning ten noorden van het plangebied. Door de woning op deze plek te situeren wordt de open ruimte tussen de twee bestaande woningen logisch opgevuld, waarbij voldoende open ruimte behouden blijft. Hierdoor tast de ontwikkeling de kenmerken en structuur van het lint aan weerszijden van de Rijksweg-Noord niet aan. De noordelijke woning komt op een ruim perceel van ca. 5.300 m² groot te liggen.
De kavel sluit logisch aan op de aangrenzende kavels en er is voldoende ruimte om het perceel landschappelijk in te passen. Zie over de landschappelijke inpassing nader paragraaf 4.3. De huidige bedrijfswoning wordt, zoals al eerder aangegeven, gesloopt en vervangen door een nieuwe vrijstaande woning. Ook het bestaande bijgebouw, dat in slechte staat verkeert, wordt gesloopt en vervangen door een nieuw bijgebouw op het achtererf bij de woning. Rondom de woning met bijgebouw wordt een kavel van ca. 1.000 m² groot voorzien. Figuur 3 geeft een indruk van de toekomstige inrichting van het plangebied.
Figuur 3: inrichting toekomstige situatie met twee woonpercelen (bron: Buro Hofsteden)
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Omgevingswet (Ow). Tot de invoering van de Ow heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en omvat een ontwikkeling van lokaal belang, gezien de aard en beperkte schaalgrootte van het plan. Het betreft enkel het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar wonen met netto toevoeging van één woning. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige planologische wijziging, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan ziet op het wijzigen van een agrarische bedrijfsbestemming naar wonen. Hierbij blijft één woning behouden en wordt er één extra woning mogelijk gemaakt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat er bij een netto toename van één woning geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het plan.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog verschillende actualisatieplannen vastgesteld. Het actuele beleid is opgenomen in de omgevingsvisie van 19 december 2018. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit plan van belang zijn. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In februari 2022 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd en in juli 2022 heeft de meest recente actualisatie plaatsgevonden. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Het plan betreft een bestemmingswijziging van een Agrarische bedrijfsbestemming naar een Woonbestemming. Hierbij wordt de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, wordt één bedrijfswoning herbestemd tot een burgerwoning en wordt één extra woning mogelijk gemaakt. Gezien
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 de beperkte schaalgrootte en de aard van het initiatief zijn provinciale belangen slechts beperkt aan de orde. Hierna worden de voor dit plan relevante onderdelen uit de verordening behandeld. Aanduidingen Het plangebied ligt geheel of gedeeltelijk binnen de aanduiding 'Tijdelijk verbod hervestiging/nieuwvestiging/uitbreiding (bestaande) glastuinbouw'. Dit thema is niet van toepassing op het plan, omdat er in de huidige en toekomstige situatie geen sprake is van glastuinbouw. Het plangebied ligt ook in de buurt van de Groene Ontwikkelingszone (GO) en het Gelders Natuurntwerk (GNN). Voor deze gebieden is echter geen externe werking van toepassing. Het plan heeft geen negatieve effecten op deze gebieden. Tot slot ligt het plangebied in een intrekgebied. In deze gebieden, die bedoeld zijn voor de bescherming van de kwaliteit van het grond-/drinkwater, is de winning van fossiele energie verboden. Hiervan is in dit plan geen sprake. Thema 'wonen' De Omgevingsverordening bepaalt dat nieuwe woonlocaties uitsluitend zijn toegestaan, wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1).
De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2020. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Het plan voorziet in een netto toename met één woning. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat op regionaal niveau is afgestemd. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven.
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Beoordeling Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe, op korte afstand van de middelgrote kern Elst. Eén van de centrale opgaven uit de Omgevingsvisie is het behouden van een vitaal buitengebied. De gemeente wil dit met differentiatie bereiken. In het buitengebied worden zeven deelgebieden onderscheiden, met specifieke ambities per deelgebied, die op concrete situaties worden toegepast. Het plangebied ligt zoals gezegd op korte afstand van de rand van de bebouwde kom van Elst. De zone tussen de Linge ten noorden van het plangebied en de bebouwde kom ten zuiden daarvan, kan als dorpsrandzone worden beschouwd. In deze zones streeft de gemeente naar het meer zichtbaar en beleefbaar maken van de ruimtelijke en functionele relatie tussen de dorpen en het omliggende landelijke gebied. Het doel is om op die manier de overgang tussen kernen en buitengebied te verbeteren. Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming van een bestaand loonbedrijf naar 'Wonen', met netto toevoeging van één woning. Het wegbestemmen van een loonbedrijf nabij de dorpsrand draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat en, door de sloop van de bedrijfsloodsen in combinatie met landschappelijke inpassing van de toekomstige woonerven, ook aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Hoewel aan de Rijksweg-Noord sprake is van een gemengd bebouwingslint, past de toekomstige functie beter in de ruimtelijk-functionele structuur dan het bestaande loonbedrijf. De beoogde invulling met twee woonpercelen en daartussen een open strook zorgt voor een passende invulling van het bebouwingslint aan de Rijksweg-Noord. Door de open ruimte tussen de percelen en de ruime opzet van het noordelijke nieuwe woonperceel, wortd verdichting voorkomen en blijft het omliggende agrarische gebied zichtbaar en beleefbaar. Hiermee wordt dan ook invulling gegeven aan de ambitie voor de dorpsrandzones. De beoogde wijziging past al met al bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2020 In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen, die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning), vragen om meer variatie in het woonaanbod.
Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden. De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. Accentpunten zijn: Aandacht voor urgente huisvestingsnood: inzetten op geschikte woningen voor bijzondere doelgroepen; Betaalbaarheid en beschikbaarheid: meer betaalbare huurwoningen beschikbaar; Wijs omgaan met de bestaande woningvoorraad: inzetten op verduurzaming; Een levensloopvriendelijke gemeente: langer thuis wonen en er op uit; Een gezonde woningmarkt in balans: prioriteren én versnellen van onze woningbouwplannen. Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 oplossen van bestaande tekorten en voor het opvangen van de autonome groei van het aantal huishoudens. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de huidige Agrarische bedrijfsbestemming in het plangebied gewijzigd in een Woonbestemming. Er wordt netto één woning toegevoegd. De gemeente houdt in haar woningbouwprogrammering rekening met kleinschalige ontwikkelingen, zoals deze bestemmingswijziging. De gemeentelijke woningbouwopgave is nog niet gerealiseerd. De wijziging past dus binnen de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen. In kwalitatief opzicht is van belang dat de beoogde wijziging naar wonen in ruimtelijk en functioneel opzicht past in de omgeving, zoals hiervoor bij de behandeling van de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 al is beschouwd. Het plangebied is een geschikte locatie om te wonen, gelegen op korte afstand van de bebouwde kom van Elst en aan bestaande infrastructuur. De ruimte in het plangebied maakt het bovendien mogelijk om een ruim nieuw woonperceel te ontwikkelen. Hierdoor kan een landelijk karakter worden behouden met de voorzieningen van Elst in de nabijheid. Het plan voldoet ook in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2020.
Beleidsregel 'Functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied' In 2008 is de beleidsregel 'functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied' opgesteld. Deze bestaat uit regels, een toelichting en een gebiedstypenkaart. De beleidsregel bevat het toetsingskader voor concrete verzoeken om functiewijzigingen in het buitengebied. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan wijzigt de bestaande agrarische bedrijfsfunctie in een woonfunctie. De beleidsregel is hierop van toepassing. Het plangebied ligt in het gebied 'Bijzonder gebied'. Dit zijn projecten van grootschalige aard, zoals het nabij het plangebied gelegen Park Lingezegen. Een functieverandering van agrarisch naar wonen is binnen dit gebied mogelijk. Naast het behoud van de bestaande (bedrijfs)woning wordt één woning toegevoegd. Dit is mogelijk bij sloop van 1.500 tot 3.000 m² aan agrarische bedrijfsbebouwing. Daarvan is in dit geval sprake. Het uitgangspunt is dat een reductie van minimaal 50% aan bebouwing wordt bereikt. Aan die eis wordt ruimschoots voldaan. Verder wordt wat betreft de toegestane maatvoering van de woningen en bijgebouwen aangesloten bij het gemeentelijk beleid. Het bestemmingsplan is dus in overeenstemming met de beleidsregel.
Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande agrarische bedrijfsbestemming gewijzigd in een Woonbestemming. In de toekomstige situatie zijn er twee woonpercelen in het plangebied aanwezig, beide met een nieuwe vrijstaande woning. Netto wordt er één woning toegevoegd door de sloop van de huidige bedrijfswoning. Een voorwaarde om medewerking te kunnen verlenen aan de beoogde wijziging is dat een goede landschappelijke inpassing van de beide toekomstige woonpercelen op basis van een inrichtingsplan plaatsvindt. Er is daarom een inrichtingsplan opgesteld (Bijlage 1 bij de regels), waarbij het LOP als belangrijk kader is gebruikt. Op afbeelding 4 is een schetsmatige weergave van de beoogde inrichting en inpassing zichtbaar.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 4: landschappelijke inpassing en inrichting toekomstige situatie (bron: Buro Hofsteden)
Het plangebied ligt aan de noordelijke rand van het deelgebied Elst (deelgebied 16). In de directe omgeving van Elst staat het versterken van het kleinschalige karakter centraal. Dit past bij de kenmerken, die van oudsher op de hogere oeverwallen te vinden zijn. Concreet zijn (onder andere) de volgende relevante doelstellingen en acties voor het deelgebied geformuleerd: Gradiënten behouden en versterken. Dit geldt specifiek aan de Rijksweg, die verhoogd ligt. Versterken contrast tussen openheid en kleinschaligheid. Cultuurhistorie herkenbaarder maken door versterking van landschapselementen in het stedelijk uitloopgebied. Behoud van zicht op de Elstertoren. Benutten ecologische kansen met watersystemen. Verbeteren van recreatieve verbindingen. Het plan voorziet in de sloop van de huidige agrarische bedrijfsbebouwing, die van aanzienlijke omvang is en naar huidige inzichten ook stedenbouwkundig minder goed past binnen het lint aan de Rijksweg-Noord. Het kavelpaspoort en de landschappelijke inpassing van de woonpercelen voorziet in enkele elementen, die bijdragen aan de hiervoor opgesomde doelstellingen: Het zuidelijke woonperceel is kleinschalig en het noordelijke woonperceel is ruimer opgezet. Mede hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang tussen de rand van de kern en het buitengebied.
De realisatie van enkele landschapselementen, bestaande uit hagen en solitaire bomen, draagt bij aan het versterken van de kleinschaligheid. De hiervoor genoemde landschapselementen zorgen voor een landschappelijke versterking. De open ruimte tussen de twee woonpercelen draagt bij aan versterking van het contrast tussen de meer open gebieden en de kleinschalige oeverwallen. Ook wordt de beleefbaarheid van het landschap vanaf de Rijksweg-Noord hiermee behouden.
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Het plan sluit al met al goed aan bij de doelstellingen uit het LOP.
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming in het plangebied van een Agrarisch bedrijfs- naar een Woonbestemming. De bestaande woning blijft daarbij behouden en er kan één extra woning worden gebouwd. Of voor deze bestemmingswijziging een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van de vraag of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen bestemmingswijziging komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Vanwege de aard en omvang van de wijziging is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er wordt slechts één extra woning mogelijk gemaakt en de hoeveelheid bebouwing en verharding binnen het plangebied neemt af. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt. Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
5.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg of spoorweg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld.
In artikel 106 van de Wgh is bepaald dat akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd in de volgende situaties: de aanleg en wijziging van spoorwegen die daartoe zijn aangegeven op een kaart; de sanering van bij algemene maatregel van bestuur aangegeven woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege de ondervonden geluidsbelasting van spoorwegen die zijn aangegeven op de kaart; de projectie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zones van spoorwegen die zijn aangegeven op de kaart, bedoeld in het eerste lid, of op de geluidplafondkaart. Ten aanzien van railverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De maximale ontheffingswaarde voor nieuw te bouwen woningen is 68 dB.
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van twee woningen mogelijk. Daarmee worden nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Rijksweg-Noord, de 1e Weteringsewal, de Ceintuurbaan en van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Een akoestisch onderzoek naar het weg- en railverkeerslawaai is daarom noodzakelijk. Geluidgezoneerde industrieterreinen liggen niet in de directe omgeving van het plangebied. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. Hierna worden de resultaten van het onderzoek besproken. Wegverkeerslawaai De geluidbelasting vanwege de Rijksweg-Noord is maximaal 57 dB voor de zuidelijke woning en maximaal 56 dB voor de noordelijke woning. De voorkeursgrenswaarde wordt op beide locaties overschreden. Ook wordt niet voldaan aan de ambitiewaarde, maar wel aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid (klasse 'zeer onrustig'). Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde, die in dit geval 63 dB is. De geluidbelasting vanwege de 1e Weteringsewal en de Ceintuurbaan overschrijdt de voorkeursgrenswaarde niet. Ten aanzien van de Rijksweg-Noord is voor beide woningen een hogere waarde nodig.
Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn in het onderzoek beschouwd, maar deze zijn redelijkerwijs niet mogelijk, niet wenselijk en/of onvoldoende doeltreffend. Railverkeerslawaai De geluidbelasting vanwege de spoorweg is maximaal 63 dB op de zuidelijke woning en maximaal 62 dB op de noordelijke woning. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde (68 dB). De ambitiewaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid wordt eveneens overschreden, maar er wordt wel voldaan aan de bovengrens van het beleid (klasse 'zeer onrustig'). Ten aanzien van railverkeerslawaai is voor beide woningen een hogere waarde nodig. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn in het onderzoek beschouwd, maar deze zijn redelijkerwijs niet mogelijk, niet wenselijk en/of onvoldoende doeltreffend. Hogere waarden Voor de realisatie van het plan zijn hogere waarden voor zowel het weg- als het railverkeerslawaai benodigd voor beide nieuwe woningen. Daarom is het plan getoetst aan het gemeentelijk hogere waardenbeleid. Voor het verlenen van een hogere waarde dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden conform dit beleid. Met een geluidbelasting van 57 dB kan het wegverkeerslawaai als "zeer onrustig" aangemerkt worden. Hiermee wordt aan de bovengrens conform het geluidbeleid voldaan.
Voor spoorweglawaai voldoet de geluidbelasting van 63 dB ook aan de bovengrens "zeer onrustig". Bij de afweging voor het verlenen van een hogere grenswaarde worden de locatie specifieke kenmerken betrokken. Conform het beleid kan een hogere waarde verleend worden omdat de woningen bestaande woningen en opstallen vervangen. Bij nieuwe geluidgevoelige situaties dienen, indien de geluidklasse "onrustig" tot "lawaaiig" van toepassing is, aanvullende onderzoeken/motiveringen c.q. maatregelen getroffen te worden zodat de gemeente gemotiveerd hogere waarden kan verlenen. Voor het onderhavige plan zijn de volgende criteria van toepassing voor het mogelijk maken van een hogere waarde: Bron- en overdachtsmaatregelen stuiten op procedurele, financiële, verkeerskundige en landschappelijke/stedenbouwkundige bezwaren; De woningen hebben een geluidluwe oostgevel, zowel voor wegverkeerslawaai als spoorweglawaai. De aangrenzende buitenruimte is daarmee ook geluidluw; Voor de verdere ontwikkeling van de woningen wordt rekening gehouden met het zoveel mogelijk situeren van verblijfsruimten, tenminste drie stuks, aan de geluidluwe zijde.
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan naar verwachting worden geborgd. Het verlenen van hogere waarden past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid. Wel is het noodzakelijk nader geluidweringonderzoek uit te voeren om te bepalen hoe een binnenniveau van 33 dB conform het Bouwbesluit wordt geborgd. Voor het bepalen van de geluidwerende voorzieningen moet rekening worden ghouden met de cumulatieve geluidbelasting vanwege spoorweg- en wegverkeerslawaai, die maximaal 63 dB bedraagt. Conform het Bouwbesluit mag ervan uitgegaan worden dat een gevel een geluidwering heeft van tenminste 20 dB(A). Daar waar de geluidbelasting hoger is dan 53 dB is nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel nodig. Dit vormt voor de vaststelling van het bestemmingspan geen belemmering. Conclusie Het aspect geluid (Wet geluidhinder) vormt geen belemmering voor het plan. Voor beide nieuwe woningen is het verlenen van hogere waarden noodzakelijk vanwege zowel het weg- als het railverkeer. De vaststelling van hogere waarden loopt parallel aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan voldoende worden geborgd.
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3).
Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming van een agrarisch bedrijfsperceel naar een Woonbestemming, met toevoeging van één woning. Het toekomstige aantal verkeersbeweging is zodanig gering (zie ook paragraaf 5.13), dat vaststaat dat het project niet in betekenende mate bijdraagt. Ook anderszins worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben. Het project valt daarom zonder meer onder de regeling NIBM. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar verwachting ruimschoots aan de normstelling, zo blijkt uit raadpleging van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt daarom niet voor belemmeringen.
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Dit bestemmingsplan wijzigt een bestaande milieubelastende functie (loonbedrijf) naar een gevoelige bestemming (twee woonpercelen). Gezien de aard van de toekomstige functie heeft het plan geen milieu-effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving.
Wel kan de wijziging naar een gevoelige bestemming leiden tot beperkingen voor omliggende bedrijven en moet worden beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. In dit verband is van belang dat in de huidige situatie reeds een bedrijfswoning is toegestaan en feitelijk aanwezig is. De situering van die woning verandert niet. Deze wijziging levert dus geen (nieuwe) beperkingen voor andere functies op. Voor het nieuwe woonperceel is dit anders. Dit wordt immers voorzien op gronden die nu een agrarische bestemming hebben. Daarom is onderzocht of omliggende bedrijvigheid op voldoende afstand van de nieuwe woning is gesitueerd. Hiertoe is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd, waarvan de rapportage is opgenomen als Bijlage 2. Dit onderzoek heeft betrekking op een groter gebied dan alleen onderhavig plangebied. Hierna worden op basis van deze quickscan de voor dit bestemmingsplan relevante bevindingen beschouwd. Hoewel in de omgeving van het plangebied ook enkele niet-woonfuncties voorkomen, wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk' voor de gewenste toekomstige situatie. Dit betekent dat de reguliere richtafstanden van toepassing zijn. Op basis van de bevindingen uit de quickscan zijn in de omgeving van het plangebied de volgende relevante bedrijfsfuncties gevestigd.
Hierbij wordt getoetst aan de reguliere richtafstanden. In figuur 5.1 is de situering van deze functies ten opzichte van het plangebied indicatief weergegeven. Adres
Toelichting (ontwerp)
Functie
Milieucat.
Richtafstand
Afstand werkelijk
21
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Rijksweg-Noord 103
Garagebedrijf
2
30 m
110 m
Rijksweg-Noord 105
Grondgebonden veehouderij
4.1
200 m
50 m
Figuur 5.1: bedrijvigheid in omgeving plangebied (bron: Econsultancy, bewerking BRO)
Uit de toetsing aan de richtafstanden blijkt dat de nieuwe woning (en overigens ook de bestaande woning) binnen de richtafstand tot de grondgebonden veehouderij aan de overzijde van de Rijksweg-Noord ligt. Het aspect geur is maatgevend voor dit bedrijf; wat betreft de overige aspecten reikt de richtafstand niet over het plangebied. Het aspect 'geur' wordt in de volgende paragraaf 5.5 nader behandeld. Voor het overige zijn er geen belemmeringen over en weer. Spuitzones Naast de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' zijn ook spuitzones voor gewasbeschermingsmiddelen relevant. Uitgangspunt op basis van landelijk beleid en bestendige jurisprudentie is dat minimaal 50 meter afstand tussen gevoelige functies (zoals woningen) en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in acht moet worden genomen. In dit geval zijn de omliggende agrarische gronden grotendeels in eigendom van de initiatiefnemer. Deze zal hiermee rekening dienen te houden. Ten noorden van het plangebied is een agrarisch perceel aanwezig, dat niet in eigendom van de initiatiefnemer is. Op dit perceel moet al rekening worden gehouden met de bestaande woningen aan weerszijden van het perceel. Hierdoor is het gebruik van bestrijdingsmiddelen op een aanzienlijk deel van het perceel al niet mogelijk. Van een dergelijk gebruik is op dit moment ook
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 geen sprake op het betreffende perceel. Na de onderhavige wijziging zal het beperkingengebied op dit perceel zeer beperkt groter worden. Gezien de reeds bestaande beperkingen leidt dit niet tot onevenredige aanvullende beperkingen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de bestemmingswijziging. Er zijn geen beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies. Voor wat betreft het aspect geur in relatie tot de nabij gelegen veehouderij wordt verwezen naar de navolgende paragraaf.
5.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied. Beoordeling Het plan maakt twee geurgevoelige objecten, woningen, mogelijk.
Uit de voorgaande paragraaf bleek al dat in de omgeving van het plangebied één veehouderij gevestigd is: de grondgebonden veehouderij Rijksweg-Noord 105. Deze veehouderij ligt in een lint met andere (woon)bebouwing. De afstand tot de twee woningen in het plangebied is ongeveer 50 meter. De veehouderij moet al rekening houden met de bestaande geurgevoelige objecten, waaronder de bestaande bedrijfswoning. Er wordt voldaan aan de vaste afstand van artikel 4, eerste lid, sub a van de Wgv. Omdat de onderhavige ontwikkeling relevant is voor de bedrijfsvoering van de veehouderij en om het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen te kunnen beoordelen, is door Econsultancy een geurberekening uitgevoerd. Figuur 5.2 geeft de geurhindercontouren weer. De norm voor woningen in het buitengebied is 8 odorunits. Hieraan wordt bij beide woningen ruimschoots voldaan. De geurbelasting op de woningen is ca. 5 odorunits, zie de bruine lijn in figuur 5.2. Deze geurbelasting wordt op basis van de ligging van het plangebied in het buitengebied met een landelijk karakter aanvaardbaar geacht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De betreffende veehouderij wordt niet onevenredig in haar belangen geschaad en kan de huidige bedrijfsvoering zonder aanvullende belemmeringen voortzetten.
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 5.2: berekening geurcontouren, bruine lijn = contour 5 odorunits (bron: Econsultancy) Conclusie De Wgv vormt geen belemmering in het kader van dit plan.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.6
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan ziet op het wijzigen van een agrarisch (bedrijfs)bestemming naar twee woonpercelen. Vanwege de aard van deze wijziging is een bodemonderzoek noodzakelijk. Er zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd voor het plangebied en een groter gebied oostelijk daarvan. De volledige rapportages van deze onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage 3. Hierna worden de voor dit plan relevante bevindingen en conclusies behandeld. Op basis van de resultaten uit het historisch onderzoek incl. locatiebezoek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Ter plaatse van het huidige bouwvlak in het plangebied, aangemerkt als 'erf' in de betreffende onderzoeken, zijn ten hoogste lichte verontreinigingen in zowel de boven- en ondergrond als het grondwater aangetroffen. Ook ter plaatse van de (voormalige) bodembedreigende activiteiten en/of voormalige grond(water)verontreinigingen zijn nog maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Op de omliggende agrarische gronden, waar onder meer de nieuwe woning wordt voorzien, zijn eveneens zowel in de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen enkel overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde meetwaarden) de interventiewaarden en de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen duidelijke waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergangen verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding tot nader onderzoek en wordt de bodemkwaliteit geschikt bevonden voor het toekomstige gebruik.
Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de beëindiging van de agrarische activiteit en het bestemmen van twee woningen. Dit betreft één nieuwe woning en de bestaande bedrijfswoning wordt bestemd als woning.
Deze wijziging is relevant uit het oogpunt van externe veiligheid. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. Met behulp van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving in beeld gebracht.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Figuur 5.2: uitsnede provinciale risicokaart (raapleging 8 december 2022) met het plangebied in zwarte cirkel
De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende informatie op. Het plangebied ligt op ca. 90 meter ten oosten van de spoorlijn Arnhem – Nijmegen en op ca. 3.400 meter van de Betuweroute. Over deze twee transportroutes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze twee risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plan gelegen in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Nijmegen en de Betuweroute. Daarmee hebben wijzigingen in het invloedsgebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van beide risicobronnen. Echter is de afstand tussen het plan en Betuweroute dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Dit zelfde geldt ook voor de spoorlijn Arnhem – Nijmegen maar dan omdat het groepsrisico niet met 10% toeneemt. Dit vanwege de al aanwezige bebouwing en het aantal personen maximaal met 2,4 toeneemt (conform handleiding verantwoording groepsrisico, gemiddelde aanwezigheid per woning). Daarnaast blijkt uit de basisnetrapportage spoor dat ter hoogte van het plangebied het groepsrisico zich beneden de oriëntatiewaarde bevindt.
Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een twee externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Arnhem – Nijmegen en de Betuweroute. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Hiervoor is de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) op 8 december 2022 voor advies gevraagd. Onderstaand een beschouwing van deze aspecten.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende. Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van beide risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Nijmegen en de Betuweroute.