CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-09-12.14 Relevant stuk 2, Nota bovenwijks 2018

Gemeenteraadsvergadering 12 september 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Kostenverhaal plankosten en financiële bijdragen bij bouwplannen12.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota bovenwijks 2018

december 2017

17bes00826

Nota bovenwijks 2018

Inhoudsopgave DEEL 1 - BELEIDSDEEL

4

1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Leeswijzer en herziening

4 4 4 5

2. Wettelijk kader 2.1 Definitie kosten bovenwijkse voorzieningen 2.2 Kostensoortenlijst bovenwijkse voorzieningen

6 6 7

2.3 Bovenplanse verevening 2.4 Bijdrage aan ruimtelijke ontwikkeling 2.5 Omgevingswet

7 7 7

3. Notities B B V en Bovenwijks 3.1 Actief grondbeleid 3.2 Faciliterend grondbeleid

8 8 9

4 Huidige methodiek en proces 4.1 Hoogte bijdragen Bovenwijks en Ruimtelijke Ontwikkeling 4.2 Bestemmingsreserve Bovenwijks 4.3 Jaarlijkse actualisatie

10 10 11 11

5. Verantwoording Bestemmingsreserve Bovenwijks 5.1 Verloop Bestemmingsreserve Bovenwijks 5.2 Uitgevoerde projecten Verkeer en Landschap

12 12 13

5.3 Verantwoording

15

DEEL 2 - UITVOERINGSDEEL 6. Investeringsprogramma

16 16

6.1 Geplande projecten Verkeer en Landschap 6.2 Ruimtelijke Ontwikkelingen

16 19

7. Ontwikkelprogramma

20

8. Tarief Bovenwijks 8.1 Toerekening projecten aan ontwikkelingen 8.2 Uitgangspunten

22 22 22

8.3 Tarief Bovenwijks

22

9. Werkwijze en Risicoparagraaf 9.1 Werkwijze

26 26

9.2 Risicoparagraaf

27

2

r

Nota bovenwijks 2018

3

BIJLAGEN Bijlage 1 Kostensoortenlijst Besluit Ruimtelijke Ordening

28 28

Bijlage 2 Tekst Notitie Grondexploitaties 2016 van de commissie BBV Bijlage 3 Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en bovenwijkse investeringen Bijlage 4 Relatietabel

30 32 35

Nota bovenwijks 2018

Deel I 1.

Beleidsdeel

Aanleiding en doel

1.1 Aanleiding Op 20 december 2005 heeft de raad voor de laatste keer een Nota "Bovenwijkse voorzieningen" vastgesteld. Daarin is het beleid rond kostendekking en kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen formeel geregeld. Op basis van de nota werden al vóór de inwerkingtreding van de huidige Wet Ruimtelijke Ordening bijdragen in rekening gebracht bij particuliere ontwikkelaars en ook vanuit de eigen grondexploitaties bijdragen gestort in de Bestemmingsreserve Bovenwijks. Op 17 maart 2009 heeft het college van B&W de huidige methodiek voor het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen vastgesteld. Dat was een nadere uitwerking van de verruiming van de mogelijkheden tot verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen in de Wet Ruimtelijke Ordening 2008 (hierna te noemen: Wro). In december 2011 is dit beleid enigszins aangescherpt. Momenteel bestaat de behoefte om het beleid omtrent de bekostiging en het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen tegen het licht te houden en te actualiseren. Aanleiding daarvoor zijn de volgende punten: '

Verantwoording: het geven van inzicht in gedane investeringen die tot op heden ten laste van de opgebouwde Bestemmingsreserve Bovenwijks zijn gebracht;

'

Actualisatie investeringsbehoefte: beschouwen waar de nog beschikbare middelen en de te ontvangen middelen op verantwoorde wijze voor mogen/kunnen worden ingezet; Methodiek: de wens is geuit om te onderzoeken of de gehanteerde methodiek voldoende handvatten biedt voor het kostenverhaal en of er betere mogelijkheden zijn die meer recht doen aan

'

'

'

'

de gevraagde/ te vragen bijdragen. Onderbouwing: voor zowel via het publiekrechtelijke (via een exploitatieplan) als het privaat¬ rechtelijke (via een overeenkomst) spoor is het noodzakelijk dat de hoogte van de bijdragen wordt onderbouwd met actuele cijfers. Daarbij is het van belang om een inzicht te hebben in de gemeentelijke investeringen en te ontwikkelen locaties en de koppeling daartussen. Proces: er moet meer inzicht komen in het aanhaken van de organisatie als het gaat om het in rekening brengen van de bijdrage bovenwijks en in het actueel houden en bewaken. Dit kan (mede) aan de hand van deze evaluatie. Omgevingswet: aanvankelijk was het idee om nu al te anticiperen op de nieuwe Omgevingswet, maar volgens de huidige planning wordt deze wet niet eerder dan 2021 ingevoerd. Er vindt (opnieuw) vertraging van de implementatie plaats en gekeken wordt naar uitgangspunten ten aanzien van de verschillende onderdelen. Er bestaat momenteel nog onvoldoende zekerheid over de uitganspunten omtrent het kostenverhaal in brede zin om daarop in deze Nota voor te kunnen sorteren.

1.2

Doel

De gemeenteraad beschikt met het vaststellen van deze Nota Bovenwijks over een document dat: 1. Een actuele beleidsmatige en financiële onderbouwing geeft van de in rekening te brengen bijdragen bovenwijks op basis van een transparant systeem; 2. Een heldere structurering geeft rond het inzetten van reeds gegenereerde en nog te genereren middelen die worden toegevoegd aan de Bestemmingsreserve Bovenwijks.

4

r

Nota bovenwijks 2018

1.3 Leeswijzer en herziening De nota bestaat uit een beleidsdeel en een uitvoeringsdeel en daarnaast nog een conclusie met risicoparagraaf en aanbevelingen. In het (theoretische) beleidsdeel is het wettelijk kader beschreven, zoals dat is opgenomen in de Wro. Daarbij wordt alvast een doorkijk gegeven naar de regelgeving inzake het kostenver¬ haal in de nieuwe Omgevingswet. In dit kader zijn ook de bepalingen van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (hierna te noemen: BBV) belangrijk. Verder wordt er inzicht gegeven in het huidige beleid (methodiek) en het verloop (voeding en de onttrek¬ kingen) van de Bestemmingsreserve Bovenwijks in de achterliggende periode. Een belangrijk onderdeel van deze inventarisatie is om te kijken hoe de bekostiging van bovenwijkse voorzie¬ ningen tot nu toe is verlopen en wat de huidige stand is van de Bestemmingsreserve. Het uitvoeringsdeel bevat de totstandkoming en onderbouwing van het tarief voor een in reke¬ ning te brengen bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen aan de hand van ramingen van kosten en opbrengsten die voortvloeien uit het investeringsprogramma en van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ramingen dienen jaarlijks te worden geactualiseerd. Ook is het de bedoe¬ ling om het financieel verloop van de Bestemmingsreserve Bovenwijks jaarlijks in beeld te bren¬ gen.

De actualisatie kan gelijktijdig plaatsvinden met de herzieningen van de grondexploitaties en aansluiten op de P&C-cyclus (begroting en jaarrekening). Toelichting Uitvoeringsdeel «

«

Er is in beeld gebracht welke gemeentelijke investeringen in bovenwijkse voorzieningen naar verwachting zullen gaan plaatsvinden. Van reeds gedane investeringen wordt onder¬ zocht of deze nog toerekenbaar zijn aan toekomstige ontwikkelingen. Er is geïnventariseerd wat het woningbouwprogramma is voor de komende 10 jaar. Zowel

«

de gemeentelijke- en de particuliere locatie-ontwikkelingen als de bestaande bebouwing zijn kostendrager voor de bovenwijkse investeringen. Er is voor deze periode geen nieuw pro¬ gramma voorzien voor andere functies dan woningbouw. Om de kosten van bovenwijkse voorzieningen in rekening te kunnen brengen in een exploi¬

«

tatieplan, is het noodzakelijk dat er een causaal verband bestaat tussen de investering en de ruimtelijke ontwikkeling. Dit zijn de zogenaamde PTP-criteria (profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit). Deze worden in een matrix inzichtelijk gemaakt. Er is onderzocht welk systeem voor het berekenen van de hoogte van de bijdragen bovenwijks het meest voor de hand ligt. Er wordt gekeken welke gebieden aan welke investerin¬ gen behoren mee te betalen. Op basis van de inventarisatie van het investeringsprogramma en ontwikkelprogramma, de PTP-criteria en de ruimtelijke afbakening kan een tarief per woning-equivalent worden berekend.

In het laatste hoofdstuk van deze nota wordt nog iets gezegd over de risico's en implementatie. Bij dat laatste gaat het om het maken van verbindingen met de comptabele wereld en de orga¬ nisatorische inbedding van het proces rondom voeding en onttrekkingen van de Bestemmings¬ reserve Bovenwijks.

5

Nota bovenwijks 2018

2.

Wettelijk kader

Op basis van het gedachtegoed van afdeling 6.4 van de Wro is het kostenverhaal van kosten uit de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna te noemen: Bro) verplicht. Dat kan plaatsvinden via een exploitatieplan (publiekrechtelijk spoor) of via een grondexploitatie-over¬ eenkomst (privaatrechtelijk spoor). Ook de kosten van voorzieningen buiten het exploitatiegebied, waarvan meerdere ontwikkelingen profijt hebben, gedefinieerd als bovenwijkse voorzieningen, moeten worden verhaald. Artikel 6.12 Wro regelt de verplichting van het kostenverhaal en artikel 6.13 Wro vormt de basis voor de kosten die behoren tot de grondexploitatie. Het kostenverhaal bij particuliere ontwikkelingen kan alleen plaatsvinden bij zogeheten "bouwplan¬ nen" (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1. Bro). De verhaalbare grondexploitatiekosten bestaan zowel uit de kosten voor ruimtelijke plannen, plankosten, planschade en infrastructuur die direct zijn te koppelen aan het exploitatiegebied, als uit kosten van voorzieningen die een bovenwijks karakter hebben en meerdere exploitatiegebieden dienen. De wetgever heeft een voorkeur neergelegd voor het verzekeren van de verhaalbare kosten via het privaatrechtelijke spoor, door middel van een zogenaamde "overeenkomst inzake de grondexploitatie". Het moment van sluiten geeft hieraan de gangbare naam "anterieure" of "posterieure" overeenkomst.

Deze zijn beide in de wet verankerd in artikel 6.24 Wro. Alleen als de kosten niet tijdig (vóór de vaststelling van het besluit dat de realise¬ ring van de bouwplannen planologisch mogelijk maakt) zijn verzekerd in een anterieure overeen¬ komst, zal de gemeenteraad een exploitatieplan (moeten) vaststellen. 2.1 Definitie kosten bovenwijkse voorzieningen Er is in de wet geen expliciete definitie van de term 'bovenwijkse voorziening' opgenomen, maar deze blijkt uit de wetsgeschiedenis en de Memorie van Toelichting. Definitie: Verhaalbare kosten van 'bovenwijkse voorzieningen' zijn kosten voor werken, maatregelen en voorzieningen die in elk geval van nut zijn voor meerdere exploitatiegebieden. Het is vereist dat de kosten wel aan de betreffende locaties kunnen worden toegerekend. Er moet dus een koppeling kunnen worden gemaakt tussen de aan te leggen voorzieningen en de te ont¬ wikkelen locaties. Om dit te kunnen toetsen roept de wet in het geval van een exploitatieplan de criteria Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit in het leven (artikel 6.13, lid 6 Wro). Voor een anterieure overeenkomst zijn deze eisen minder hard, maar geldt nog altijd wel het criterium van samenhang tussen de investering en de ontwikkeling. Deze criteria gelden voor álle kosten, maar de meeste kosten die in een exploitatiegebied worden gemaakt zullen hier zonder meer aan vol¬ doen.

De toedeling van kosten van bovenwijkse voorzieningen is minder overduidelijk en vereist extra aandacht. Hieronder worden de genoemde drie toetsingscriteria kort toegelicht: « Profijt: de locatie moet nut ondervinden van de te treffen werken, maatregelen of voorzieningen. «

«

Deze toets geldt voor de locatie als geheel, niet per bouwperceel binnen een locatie. Toerekenbaarheid: er moet een causaal verband zijn tussen de gebiedsontwikkeling en de wer¬ ken, maatregelen en voorzieningen. Deze zouden niet aan de orde zijn zonder dat plan, ofwel de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van dat plan. Proportionaliteit: indien meerdere gebieden baat hebben bij een werk, maatregel of voorziening moeten de kosten naar evenredigheid (neergelegd in expliciet gemaakte verdeelmaatstaven) worden verdeeld. Dit criterium heeft invloed op de omvang van de toerekening van kosten van bovenwijkse voorzieningen, op basis waarvan een bijdrage kan worden berekend die moet 6

r

Nota bovenwijks 2018

worden betaald door degene die de opbrengsten van een bepaalde ontwikkeling (bijvoorbeeld woningbouw) ontvangt. 2.2 Kostensoortenlijst bovenwijkse voorzieningen De verhaalbare kosten zijn neergelegd in de limitatieve kostensoortenlijst van de artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro. Via het exploitatieplan worden uitsluitend de kosten die in deze lijst zijn opgeno¬ men verhaald. Via een anterieure overeenkomst kunnen ook andere kosten worden verhaald, aan¬ gezien deze op vrijwillige basis wordt afgesloten. In artikel 6.2.4 onder e Bro is opgesomd welke kostenramingen "met betrekking tot gronden buiten het exploitatiegebied", onderdeel vormen van de exploitatieopzet in een exploitatieplan. Zie bijlage 1 voor de volledige kostensoortenlijst. Tot de kosten met betrekking tot gronden buiten het exploitatiegebied worden mede begrepen: "de kosten van de noodzakelijke compensatie van in het exploitatiegebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen". Opmerking: niet alle kosten die buiten het exploitatiegebied worden gemaakt, zijn aan te merken als kosten van bovenwijkse voorzieningen. Wanneer de kosten direct zijn gelieerd aan één ontwik¬ keling is daar geen sprake van.

2.3 Bovenplanse verevening Op basis van artikel 6.13, lid 7 Wro kan de gemeente een grondexploitatieoverschot verhalen op een particuliere exploitant en dit aanwenden ter dekking van tekorten van een ander plan. Deze vorm van kostenverhaal is alleen mogelijk via de vaststelling van een exploitatieplan en de te tref¬ fen maatregelen en bestedingen moeten zijn vastgelegd in een structuurvisie. Hiervoor zijn de hiervoor genoemde criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit ook van toepassing. In de gemeentelijke structuurvisie - deToekomstvisie+ -, zijn geen voorzieningen benoemd die onder de noemer Bovenplanse Verevening vallen. Bovendien is er momenteel ook geen aanleiding om aan dot principe plannen aan te koppelen. 2.4 Bijdrage aan ruimtelijke ontwikkeling Een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op artikel 6.24, lid 1 Wro. Dit is een vrijwillig overeen te komen financiële bijdrage voor de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling, die moet zijn vastgelegd in een structuurvisie. Er hoeft - volgens de wet - niet per sé een relatie te bestaan tussen de betreffende ontwikkeling en de ruimtelijke ontwikkeling elders, maar de bijdrage moet wel goed worden onderbouwd. In de Toekomstvisie+ is een aantal Ruimtelijke Ontwikkelingen ge¬ noemd waarvoor de afgelopen jaren een bijdrage gevraagd is.

Wat betreft deze kostencategorie geldt dat deze bijdragen alleen kunnen worden overeengekomen in een (anterieure) overeenkomst. 2.5

Omgevingswet

In de afdeling Grondexploitatie van de Wro zijn de begrippen Bovenwijkse voorzieningen, Bovenplanse kosten (bovenplanse verevening) en kosten Ruimtelijke Ontwikkelingen gedefinieerd. In de vastgestelde versie van de Omgevingswet en de consultatieversie van het ontwerp Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet en het ontwerp Omgevingsbesluit zijn deze drie begrippen verdwe¬ nen en vervangen door het verzamelbegrip: "gebiedsoverstijgende kosten". De uitleg die hieraan wordt gegeven is momenteel nog onderhevig aan discussie. Anticiperen op nieuwe wetgeving is daarom in deze Nota nog niet aan de orde. Wel is duidelijk dat het kostenverhaal voor investeringen die kunnen worden aangemerkt als "bovenwijks" ook in de Omgevingswet zonder meer mogelijk blijft. De Aanvullingswet grondeigendom is nog in bewerking. De minister heeft een regeling voor de gebiedsoverstijgende kosten in het vooruitzicht gesteld, omdat gemeenten worstelen met de bekos¬ tigingsstructuur en behoefte hebben aan eenvoud.

7

Nota bovenwijks 2018

3.

Notities BBV en Bovenwijks

De commissie BBV geeft in diverse notities aan op welke wijze betreffende onderwerpen in de begroting en de jaarrekening verwerkt en verantwoord kunnen of moeten worden. De regelgeving staat soms méérdere verwerkingsopties toe en in andere gevallen verplicht de regelgeving tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen én stellige uitspraken voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. In 2016 zijn twee notities verschenen met verbijzonderingen en aanscherpingen van bestaande regels rond de grondexploitatie. Deze notities zijn: « Notitie Grondexploitaties 2016 (uit maart 2016) Deze notitie is van toepassing op actief grondbeleid, dus in het geval de gemeente zelf grond in eigendom heeft en een grondex¬ «

ploitatie voert. Notitie Faciliterend Grondbeleid (uit maart 2016). Deze beschrijft de regelgeving wanneer de gemeente te maken heeft met particuliere zelfrealisatoren.

3.1 Actief grondbeleid Twee stellige uitspraken uit de Notitie Grondexploitaties 2016 van de commissie BBV zijn rele¬ vant voor Bovenwijkse voorzieningen. De volledige tekst van deze bepalingen is opgenomen in bijlage 2. 1.

Bovenwijkse voorzieningen ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen Indien de gemeente voorzieningen in de openbare ruimte met een bovenwijks karakter aan¬ legt, ten dienste van toekomstige ontwikkellocaties, die nog niet in exploitatie zijn genomen, is het mogelijk dat de kosten van deze voorzieningen alsnog onderdeel vormen van het kostenverhaal. Daartoe is het noodzakelijk dat de kosten worden geactiveerd op de balans en daar moet ook op worden afgeschreven.

Uitleg: Het deel van de kosten van bovenwijkse voorzieningen dat aan een in de toekomst te openen grondexploitatie wordt toegerekend, moet tot het moment dat de betreffende grond feitelijk in exploitatie wordt genomen, worden geactiveerd. Dit geldt voor alle investeringen die vanaf 1-1-2016 (ingangsdatum notitie Grondexploitatie 2016) worden gedaan in dergelijke voor¬ zieningen, dus zowel de voorzieningen waar in eerdere jaren al mee is gestart als de voorzie¬ ningen waarmee nog moet worden gestart. 2.

Sparen voor bovenwijkse voorzieningen in een Bestemmingsreserve Sparen voor toekomstige bovenwijkse voorzieningen die pas worden aangelegd na afsluiten van een grondexploitatie is mogelijk door toevoeging van een positief resultaat aan een Bestemmingsreserve Bovenwijks. De instelling van een dergelijke Reserve evenals de toe¬ voegingen en onttrekkingen dienen door de raad te worden vastgesteld.

Uitleg: Bijdragen aan Reserves kunnen alleen nog via resultaatbestemming plaatsvinden, dus uit een evt. positief resultaat van de grondexploitatie. Wanneer geen sprake is van een positief resultaat, of de toevoeging aan de Reserve vindt niet plaats in hetzelfde jaar van winstneming op de positieve grondexploitatie, kan toch een bijdrage aan de Reserve worden gedaan t.l.v. de algemene middelen.

8

r

Nota bovenwijks 2018

3.2

Faciliterend grondbeleid

Hetgeen in de Notitie Faciliterend Grondbeleid is beschreven, is van toepassing op alle vormen van kostenverhaal bij particuliere ontwikkelingen en dat kunnen ook bovenwijkse kosten zijn. De te ver¬ halen kosten worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst of in een exploitatieplan. De mini¬ male kosten die verhaald moeten worden zijn hiervoor vastgelegd in artikel 6.2.4 Bro. Indien sprake is van een gemengd project, moet er een splitsing worden gemaakt in faciliterend grondbeleid en actieve grondexploitatie. In het exploitatieplan dat voor het faciliterende deel wordt opgesteld, moeten uiteraard alle verhaalbare kosten worden meegenomen. De notitie van de commissie BBV regelt daarbij hoe specifiek om te gaan met verhaalbare reeds gemaakte of nog te maken kosten. In dit hoofdstuk is de essentie van beide notities compact weergegeven, maar omdat de materie ook in detail uitgewerkt moet worden in gemeentelijke verantwoordingsdocumenten is er in de separate bijlage 3 getracht helderheid te scheppen in de regels van het BBV.

9

Nota bovenwijks 2018

4

Huidige methodiek en proces

4.1 Hoogte bijdragen Bovenwijks en Ruimtelijke Ontwikkeling Zoals in Hoofdstuk 1 genoemd is het huidige beleid met betrekking tot de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen verankerd in het betreffende collegebesluit van maart 2009. Voor woningbouw geldt er sindsdien een tarief per eenheid (woningequivalent) en voor kantoren, winkels en bedrijven een tarief per m2 (bvo = bruto vloeroppervlakte). Voor ontwikkelingen ten westen van de A50 is het tarief lager dan voor ontwikkelingen ten oosten van de A50. Ook is er een bijdrage voor als zodanig benoemde "Ruimtelijke Ontwikkelingen" vastgesteld (zie paragraaf 2.4). In december 2011 heeft evaluatie en herijking van dit beleid plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot een nadere uitwerking van de regels voor planwijziging van bedrijven met een agrarisch karakter en overige bedrijven. Verder is uitgewerkt hoe om te gaan met het vragen van bijdragen bij bestem¬ mingsplanwijzigingen die zien op woningsplitsing, herbouw van een woning en functieverandering van agrarisch naar woonbestemming. Ook is destijds als uitgangspunt genomen het adagium: "de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten", waardoor een "betaalbare" woning minder hoeft bij te dragen dan een vrije sector woning. De exacte regeling staat in onderstaande tabel. Tabel 1. Bijdrage bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen 2011 per m (bvo)

per m bouwblok

2

Kern

Bijdrage

Bijdrage RO

betaal-

vrije

RO

parkeren Elst

baar

sector

bedrijven

2

kantoor

bedrijven agr.

winkels

karakter

Ten oosten van de A50 Driel

C

355 C

C

1.500 C

2.500 C

10 C

20 C

4

Elst

C

355 C

240 C

1.500 C

2.500 C

10 C

20 C

4

Oosterhout

C

355 C

C

1.500 C

2.500 C

10 C

20 C

4

Slijk-Ewijk

C

355 C

C

1.500 C

2.500 C

10 C

20 C

4

Valburg

C

355 C

C

1.500 C

2.500 C

10 C

20 C

4

Andelst

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Hemmen

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Herveld

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Heteren

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Randwijk

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Valburg

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Zetten

C

355 C

C

750 C

1.250 C

5 C

10 C

2

Ten westen van de A50

Toelichting De bijdrage bovenwijkse voorziening is verplicht indien: 1.

Er één van de volgende ruimtelijke besluiten op grond van de Wro nodig is: « herziening van een bestemmingsplan; « wijziging van een bestemmingsplan; «

nemen van een project(afwijkings)besluit.

10

r

Nota bovenwijks 2018

2.

Er sprake is van een aangewezen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. Bro, tenzij: « er sprake is van legalisatie of uitbreiding van een bedrijf met een agrarisch karakter; « herbouw; « toepassing beleidsregel functieverandering; In deze gevallen is er géén bijdrage verschuldigd.

3. In geval van woningsplitsing. Onder een betaalbare woning wordt verstaan: » een koopwoning tot C 172.000 VON; «

een huurwoning met een subsidiabele huur.

Onder bedrijven met een agrarisch karakter wordt verstaan « agrarische bedrijven; « « «

agrarische verwante bedrijven (hoveniers, slachters, veehouderopslag, etc); agrarische hulpbedrijven (loonwerkers) maneges.

4.2 Bestemmingsreserve Bovenwijks Zoals ook te lezen in Hoofdstuk 3 mag een gemeente voor de aanleg van bovenwijkse voorzie¬ ningen "sparen" door een Bestemmingsreserve Bovenwijks in het leven te roepen die kan worden gevoed via te ontvangen bijdragen van particulieren en vanuit de gemeentelijke grondexploitaties. De Bestemmingsreserve Bovenwijks is bedoeld voor de bekostiging van het bovenwijkse deel van meerdere investeringsprojecten. Gedurende langere tijd is deze Bestemmingsreserve gevoed via bijdragen en er wordt geld aan onttrokken wanneer werken tot uitvoering komen. De voeding vindt zowel plaats vanuit gemeentelijke grondexploitaties (via resultaatbestemming) als uit particuliere grondexploitaties (via een anterieure overeenkomst of een exploitatieplan). De afgelopen jaren heeft voor een aantal grote projecten dekking plaatsgevonden vanuit de Bestemmingsreserve Bovenwijks, meer hierover is te lezen in Hoofdstuk 5. Aan de Bestemmingsreserve worden zowel de bijdragen Bovenwijks als de bijdragen Ruimtelijke Ontwikkeling toegevoegd. Vanuit de gemeentelijke grondexploitaties wordt geen afdracht gedaan ten behoeve van kosten van Ruimtelijke Ontwikkelingen. 4.3 Jaarlijkse actualisatie De laatste jaren is de Bestemmingsreserve Bovenwijks voor wat betreft het verloop wel bijgehou¬ den, maar dat is niet separaat ter kennisname gebracht van het bestuur.

De onderbouwing van bovengenoemd tarief voor de bijdrage bovenwijks is sinds 2009 niet meer geactualiseerd. Er bestaat behoefte om jaarlijks inzichtelijk te hebben wat de voeding is geweest van de Bestem¬ mingsreserve Bovenwijks en welke onttrekkingen er zijn gedaan. Ook dient de prognose van de investerings-voornemens en van het woningbouwprogramma jaarlijks te worden herijkt. Op basis van een verdeelsleutel om kosten toe te rekenen aan diverse locaties en te verdelen over bestaand gebied en nieuwe ontwikkelingen kan dan getoetst worden of het tarief nog actueel en redelijk is.

11

Nota bovenwijks 2018

5.

Verantwoording Bestemmingsreserve Bovenwijks

In dit hoofdstuk wordt in beeld gebracht welke voorzieningen in de achterliggende periode zijn betaald uit de Bestemmingsreserve Bovenwijks. Ook is geïnventariseerd vanuit welke kernen de voeding in de vorm van bijdragen heeft plaatsgevonden. Ook is toegelicht welke projecten met een bovenwijks karakter inmiddels zijn uitgevoerd. 5.1 Verloop Bestemmingsreserve Bovenwijks De Bestemmingsreserve Bovenwijks is de afgelopen jaren gevuld met bijdragen uit diverse ontwik¬ kelingen, zowel gemeentelijk als particulier. Ook zijn er onttrekkingen gedaan, dat wil zeggen dat er vanuit de Bestemmingsreserve Bovenwijks geld is gegaan naar investeringen in infrastructuur met een functie voor meerdere gebiedsontwikkelingen. Als "startdatum" van deze inventarisatie is 1 januari 2005 aangehouden. Daarmee is aangesloten op de door de raad vastgestelde Nota "Bovenwijkse Voorzieningen" uit 2005. Tabel 2. Verloop Bestemmingsreserve Bovenwijks 2005-2016 Verloop Bestemmingsreserve Bovenwijks Bedragen x 1.000

BRBW

Stand 1-1-2005

e

1.604

Stortingen t/m 21-12-2016

e

8.456

e

74

c

10.060

c

74

Dorpshart Herveld-Andelst

e

-219

Tangent Elst

e

-20

BR Spoorzone

e

-5.787

NW Aamsestraat

e

-504

Bijdrage N 837 / Verlengde Rijnstraat

e

-1.536

Waterhuishouding De Breekenhof

e

-192

c

-8.258

c

c

1.802

c

74

Bijdrage RO

Onttrekkingen

Stand 31-12-2016

De belangrijkste investeringen die vanuit de Bestemmingsreserve Bovenwijks (mede) zijn gefinancierd betreft de Spoorzone in Elst (ondertunneling spoorweg), de Verlengde Rijnstraat/ Grote Mo¬ lenstraat (aansluiting Elst en Driel op N837) en de Nieuwe Aamsestraat (verbetering aansluiting Elst op A325). Er zijn in de jaren 2005-2008 vooral bijdragen Bovenwijks aan de Bestemmingsreserve toegevoegd vanuit Elst en in mindere mate vanuit Driel, Herveld en Andelst. In de jaren vanaf 2008 tot en met 2016 zijn de meeste toevoegingen gedaan vanuit Elst, Driel, Andelst, Herveld, Oosterhout en Val¬ burg. Het totaal ontvangen bedrag aan bijdragen Ruimtelijke Ontwikkelingen is verhoudingsgewijs aan¬ zienlijk lager dan het ontvangen bedrag aan bijdrage Bovenwijks (zie tabel 2). Er is vanuit de Be¬ stemmingsreserve Bovenwijks tot op heden niet meebetaald aan projecten die onder de noemer "Ruimtelijke Ontwikkelingen" vallen. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste is de bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling pas in 2009 ingevoerd op basis van de verruimde wetgeving tot kostenverhaal in 2008. Ten tweede wordt er vanuit gemeentelijke grondexploitaties geen afdracht gedaan ten be¬ hoeve van kosten van Ruimtelijke Ontwikkelingen. 12

r

Nota bovenwijks 2018

In tabel 3 is een overzicht van stortingen en onttrekkingen aan de Bestemmingsreserve Bovenwijks per kern weergegeven. Tabel 3 Verloop Bestemmingsreserve Bovenwijks totaal en per gebied periode 2005-2016 Bedragen x 1.000

Totaal

NOORD

OOST

WEST

Bijdrage

Bijdrage

Rente

Div.

Randwijk,

Valburg,

Hemmen,

RO

Boven-

bijschrij-

kleine

Heteren,

Elst, Oos-

Zetten,

wijks

ving

plannen

Driel,

terhout,

Andelst/

Homoet

Slijk-

Herveld

Ewijk Stand 1-1-2005

É

1.604 C

-

Stortingen

É

8.530 C 7 4

É

8.456 C

373 C

125 C

2.880 C

4.484

C

594

Onttrekkingen

É

8.258 C

É

8.258 C

- C

- C

1.728 C

6.311

C

219

Stand 31-12-2016

É

1.876 C 7 4

É

198 C

373 C

125 C

1.152 C

-1.828

C

375

-

In dit overzicht zijn alle bijdragen meegenomen die reeds betaald zijn. Voor 2017 wordt nog een storting van circa C25.000 verwacht (op basis van gesloten overeenkomsten) waarvan het grootste deel uit Randwijk en Elst. De exacte stand is pas bekend bij het opmaken van de jaarrekening 2017 en is in deze overzichten nog niet meegenomen. 5.2 Uitgevoerde projecten Verkeer en Landschap Bij bovenwijkse voorzieningen gaat het om verkeersstructuur (wegen met alles wat daarbij hoort zoals riolering, verlichting, fietspaden, straatmeubilair, pleinen, rotondes, kunstwerken etc), landschapsstructuur (groenvoorzieningen, speelvelden, parken, natuurvoorzieningen) en waterelementen (waterhuishouding). In de onderstaande tabellen en toelichtende teksten is een overzicht van de uitgevoerde projecten opgenomen. Daarbij is een splitsing gemaakt in projecten van verkeer (infrastructuur) en landschap (waaronder begrepen groenvoorzieningen, waterhuishouding en na¬ tuurontwikkeling). In de overzichten zijn per project de totale kosten opgenomen (op basis van gerealiseerde kosten), de ontvangen subsidies en bijdragen van andere overheden en/of derden, waarna de netto-inves¬ tering resteert. Dat is het bedrag dat ten laste van de gemeentelijke middelen is gekomen. Een substantieel deel van de projecten is gefinancierd vanuit subsidies.

Tabel 4 Projecten verkeersstructuur - uitgevoerd Omschrijving Project Verkeer Kosten- Uitgevoerd raming Bedragen x 1.000 e

13

Subsidies/ bijdragen

Netto in¬ vestering

Ten laste van AD

GREX

Reserve Bovenwijks

Vrijval AD

Elst Centraal (BR Spoorzone)

22.781

20.439

2.341

0

68

5.499

Nieuwe Aamsestraat (Poort de Tangent)

3.072

2.568

504

0

0

504

Verlengde Rijnstraat/ Grote Molenstraat

7.813

2.498

5.315

3.779

0

1.536

Waterhuishouding De Breekenhof

192

Reconstructie Nieuwe Aamsestraat/ Bemmelseweg/ Industrieweg Oost/ Olympiasingel

17.390

192 10.835

6.555

192 5.690

865

0

3.227

Nota bovenwijks 2018

Centrum Elst

4.500

0

4.500

0

0

0

RijnWaalpad

3.109

3.033

76

76

0

0

312

0

312

312

0

0

Afslag 38 (A15) Fase1

3.867

1.873

1.995

1.995

0

0

Totaal uitgevoerde projecten

63.036

41.246

21.790

11.851

934

7.732

Infra Land van Tap (parkeren centrum Elst)

3.227

Een aantal van de verkeersprojecten is in het verleden aangemerkt als een bovenwijkse voorzie¬ ning en derhalve zijn de kosten daarvan geheel of gedeeltelijk gedekt vanuit de Bestemmingsreser¬ ve Bovenwijks. Andere genoemde projecten in dit overzicht zijn - ondanks een bovenwijks karakter - zonder bijdrage uit de Bestemmingsreserve gerealiseerd en dus geheel ten laste gebracht van de Algemene middelen. Op een totale investering van netto 21,8 mln. is er vanuit de Bestemmingsreserve Bovenwijks 7,7 mln. aan meebetaald. Dat is 3500) van de totale netto-investering. Een redelijk percentage dat voldoet aan de criteria "Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit". Dit doet namelijk recht aan de mate waarin proportioneel vanuit de Bestemmingsreserve wordt meebetaald. De meeste bovenwijkse voorzieningen hebben immers ook een functie voor de bestaande gebieden. Teneinde de kosten van reeds gerealiseerde voorzieningen met een bovenwijks karakter na uitvoe¬ ring te kunnen toerekenen aan toekomstige locaties, is het volgens het BBV een vereiste dat die kosten zijn geactiveerd op de balans als zijnde nog te verhalen bovenwijkse kosten. Bovenstaande projecten zijn reeds afgesloten. Dat betekent dat de kosten niet achteraf alsnog uit de Bestem¬ mingsreserve Bovenwijks kunnen worden betaald.

Tabel 5 Projecten Landschap - uitgevoerd Omschrijving Project Landschap -Uitge¬ Kosten¬ voerd raming Bedragen x 1.000 e

Subsidies/ bijdragen

Netto in¬ vestering

Ten laste van AD

GREX

Reserve Bovenwijks

Landschapsvisie Slijk-Ewijk Landgoed Loenen

1.313

1.213

100

100

0

0

Parel Hemmen behouden en versterken

1.037

983

54

54

0

0

Veerverbinding Heteren - Renkum

250

188

63

63

0

0

Aanleg natuurvriendelijke oevers

399

200

200

200

0

0

Fietsverbinding Westeraam - Rijn-Waalpad

137

69

69

69

0

0

Fiets- wandelverbinding Strandpark SlijkEwijk tunneltje Herveld Zuid

231

128

104

104

0

0

Aanleg natuurvriendelijke oever Linge

100

37

63

63

0

0

Wandelverbinding Westeraam -Park Lingezegen

67

34

34

34

0

0

Park Lingezegen (aandeel gemeente Overbetuwe)

3.500

0

3.500

3.500

0

0

Totaal uitgevoerd

7.035

2.850

4.185

4.185

0

0

Wat opvalt is dat er voor landschapsprojecten aanzienlijke subsidies en bijdragen van derden zijn ontvangen, waardoor het niet noodzakelijk was om een beroep te doen op de Bestemmingsreserve Bovenwijks. Wat betreft het alsnog laten meelopen van deze kosten geldt hetzelfde principe uit de BBV zoals aangegeven bij de verkeersprojecten. Ook de uitgevoerde landschapsprojecten zijn reeds afgesloten. 14

r

Nota bovenwijks 2018

5.3

Verantwoording

Het huidige tarief is berekend op basis van het ontwikkelprogramma en de investeringsprojecten die destijds werden voorzien. In de onderstaande tabel is te zien met welke investeringen is gerekend. Tabel 6 Verantwoording ten opzichte van Nota Bovenwijks 2005 Investeringsraming Notae Bovenwijks 2005 Bedragen x 1.000 C Tangentstructuur Elst

Overige kernen

Reconstructie Olympiasingel, Bemmelseweg, Industrieweg Oost, ongelijkvloerse kruisingen Rijksweg Zuid

18.000

Duurzaam Veilig Buitengebied en fietsvoorzieningen

500

Reconstructie Aamsestraat, Aanleg ventweg Zuidzijde Aamsestraat

1.700 Slijk-Ewijk/Oosterhout: reconstructie Oosterhoutsestraat en dijk

3.500

Grote Molenstraat - ongelijkvloerse kruising

4.600

Valburg : 2e gedeelte Rondweg

1.500

Rijksweg Noord - Ongelijkvloerse kruising

8.900

Randwijk: Verkeersveiligheid Bredeweg

1.000

Totaal

33.200

Totaal

6.500

Uitgevoerd Gepland Vervallen

Uit de tabellen 4 t/m 6 valt te herleiden dat nog niet alle projecten zijn uitgevoerd en dat de inmid¬ dels uitgevoerde Reconstructie van de Olympiasingel e.o. niet is betaald vanuit de Bestemmings¬ reserve Bovenwijks. Daartegenover staat dat de bovenwijkse voorziening Elst Centraal niet was voorzien in 2005, maar wel is aangelegd en betaald vanuit de Bestemmingsreserve.

15

Nota bovenwijks 2018

Deel 2 6.

Uitvoeringsdeel

Investeringsprogramma

In dit hoofdstuk worden de geplande bovenwijkse voorzieningen met bijbehorende investerings¬ kosten beschreven en toegelicht. Niet alle verkeers- en landschapsprojecten komen in aanmerking voor bekostiging als bovenwijkse voorziening. Daarvoor moet het project voldoen aan de volgende kenmerken: « « « «

Het project is niet direct te relateren aan één locatie-ontwikkeling en dus van belang voor meerdere gebieden; Door de gemeente te ontvangen subsidies of bijdragen van derden worden in mindering ge¬ bracht, alleen de netto investeringskosten worden verhaald; De investering vindt plaats binnen een periode van 10 jaar; Alleen de initiële investeringskosten van een openbare voorziening zijn onderdeel van het kostenverhaal. De jaarlijkse exploitatie-Zbeheer- of onderhoudskosten niet.

6.1 Geplande projecten Verkeer en Landschap In onderstaande tabellen zijn de investeringsprojecten voor Verkeer en Landschap opgenomen die zijn geïnventariseerd en aan bovenstaande "selectiecriteria" voldoen. Per project wordt een toelich¬ ting gegeven. Tabel 7 Projecten verkeersstructuur - gepland Omschrijving Project Verkeer - Gepland KostenBedragen x 1.000 e raming

Subsidies/ bijdragen

Netto investering

Spoorkruising Elst Noord

20.000

13.500

6.500

Afslag 38 van de A 15

23.500

20.995

2.505

500

250

250

1.500

750

750

500

250

250

Nieuwe Aamsestraat (Rotonde Pascalweg) en Olympiasingel (Rotonde Rijksweg Zuid)

1.000

250

750

Viaduct A325 / Bemmelseweg

2.766

1.825

941

Totaal geplande projecten

49.766

37.820

11.947

Stationsomgeving Zetten-Andelst Fietsverbinding Betuwelijn Optimalisatie fietsnetwerk Overbetuwe

Spoorkruisingen Elst Noord Het project bestaat uit het opheffen van twee gelijkvloerse spoorkruisingen en het realiseren van twee ongelijkvloerse spoorkruisingen op de Rijksweg Noord en 1e Weteringsewal. In samenhang daarmee worden de toevoerende wegen geoptimaliseerd. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de bereikbaarheid van Elst wordt verbeterd. Zowel bestaande wijken maar ook toekomstige woning¬ bouw in Elst profiteren van deze wijziging in de infrastructuur.

16

r

Nota bovenwijks 2018

Afslag 38 van de A 15 Door de vele ontwikkelingen in het gebied rondom afslag 38 neemt de verkeersdruk toe op deze afslag. Het is noodzakelijk om de afslag 38 te optimaliseren en verbreden. Deze reconstructie heeft betrekking op het wegvak Rijksweg Zuid/Griftdijk tussen de Reethsestraat en Stationsstraat. De eerste fase is inmiddels uitgevoerd (zuidelijke toe en afrit). Afslag 38 heeft een functie voor Park 15 ("wijks"), Oosterhout en Elst. Daarnaast maakt veel regionaal verkeer gebruik van deze afslag. Samen met gemeente Nijmegen, provincie en RWS wordt dit project verder uitgewerkt. Stationsomgeving Zetten-Andelst Een van de aspecten die uit de Gebiedsvisie Stationsomgeving Zetten-Andelst naar voren kwam was de behoefte aan verbetering van de bereikbaarheid van het station. Er is een plan opgesteld samen met provincie, Prorail, NS en vervoerders. Het gebied wordt beter toegankelijk gemaakt. Zowel bestaande wijken maar ook toekomstige woningbouw in Zetten, Herveld en Andelst profite¬ ren hiervan. Fietsverbinding Betuwelijn Al langer bestaat de wens om een goede oost-westverbinding te realiseren voor fietsverkeer. Met de ontwikkeling van gebied Knoop 38 bestaat de kans om een verbinding langs de Betuwelijn te realiseren. Zowel bestaande wijken maar ook toekomstige woningbouw in Zetten, Andelst, Herveld, Valburg en Elst profiteren van deze aanvulling van het fietsnetwerk.

Optimalisatie fietsnetwerk Overbetuwe Er een plan opgesteld waarin voorstellen zijn opgenomen die het fietsnetwerk tussen de kernen verder optimaliseren. Het beoogde effect is dat het gebruik toeneemt, en de bereikbaarheid van Overbetuwe verbetert en het fietsen veiliger wordt. Zowel bestaande wijken maar ook toekomstige woningbouw profiteren van deze optimalisatie van het

fietsnetwerk.

Nieuwe Aamsestraat (rotonde Pascalweg) en Olympiasingel (Rotonde Rijksweg Zuid) De Nieuwe Aamsestraat, Rijksweg Zuid en Olympiasingel zijn belangrijke ontsluitingswegen voor Elst. Door verdere groei van verkeer is de verwachting dat de huidige vormgeving van de rotondes Nieuwe Aamsestraat-Pascalweg en Olympiasingel-Rijksweg Zuid onvoldoende is om het verkeer veilig af te kunnen blijven wikkelen. De kruispunten zullen moeten worden aangepast. Bestaande wijken in Elst maar ook toekomstige woningbouw in Elst profiteren van deze aanpassingen. Viaduct A325 / Bemmelseweg De Bemmelseweg maakt onderdeel uit van een belangrijke fietsverbinding tussen Bemmel en Elst. Het verkeer op de Bemmelseweg is de afgelopen jaren toegenomen. Er zijn de afgelopen jaren vrijliggende fietspaden aangelegd langs de Bemmelseweg en Kattenleger. Ter hoogte van het viaduct ontbreken deze voorzieningen. Samen met gemeente Lingewaard, provincie en parkorganisatie Lingzegen wordt dit project verder uitgewerkt. Bestaande wijken in Elst maar ook toekomstige woningbouw in Elst profiteren van deze aanpassing.

17

Nota bovenwijks 2018

Tabel 8 Projecten landschapsstructuur - gepland Omschrijving Project Landschap - Gepland KostenBedragen x 1.000 e raming Landschapsvisie De Danenberg

Subsidies/ bijdragen

Netto investering

2.500

1.500

1.000

Landschapsvisie Knoop 38

500

250

250

Park Lingezegen Vervolgfase

500

250

250

Meekoppelkansen dijkversterkingMeruglegging Waaldijk

750

500

250

500

250

250

4.750

2.500

1.750

Ruimtelijke Ontwikkelingen Landschapsontwikkelingsplan Totaal

Landschapsvisie De Danenberg Landschapspark De Danenberg is een robuuste afscherming naast het toekomstige Betuws Be¬ drijvenpark Park 15. Het landschapspark vervult een rol als "groen prikkeldraad" omdat het verdere verstedelijking tegenhoudt. In het park ligt de nadruk op het aanleggen van een groene structuur en landschappelijke verbindingen. Het uitgangspunt is: zonder bedrijvenpark geen landschapspark en zonder landschapspark geen bedrijventerrein. Landschapsvisie knoop 38 Rondom Knoop 38 (afslag 38, A15), globaal het gebied tussen Valburg, Elst, Oosterhout en SlijkEwijk, staan de komende jaren veel ontwikkelingen op de agenda die effecten op de omgeving heb¬ ben. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen is de gebiedsvisie Knoop 38 opgesteld. De visie draagt bij aan een omgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren blijft of waar dit mogelijk zelfs ver¬ beterd kan worden. Hieronder valt ook de locatie Vinkenhof, welke een landschappelijke overgang vormt tussen de kern Elst zuidwest en het buitengebied. Doorontwikkeling Park Lingezegen Park Lingezegen vormt een uitloopgebied voor de inwoners van Arnhem-Zuid, Bemmel, Huissen en Nijmegen-Noord. Met de realisatie van het park is een gebied met een oppervlakte van 1.700 hec¬ tare duurzaam ingericht, zodat het gebruik voor recreatie, natuur en landbouw voor de toekomst is gegarandeerd.

Bij de doorontwikkeling wordt met name gekeken naar het versterken van de basis¬ uitrusting van het park en de "missing links". Meekoppelkansen dijkversterking/ -teruglegging Waaldijk Door klimaatverandering krijgen we te maken met hogere waterstanden. Vrijwel de gehele Waaldijk in Overbetuwe moet hierom worden versterkt. Waterschap Rivierenland heeft als kerntaken het zorgen voor veilige dijken en gaat het project uitvoeren. Een meekoppelkans is een mee te nemen aanvullende doelstellingen van partners (bijvoorbeeld de inrichting van een gastvrije Waaldijk) nietzijnde waterveiligheid. Door bovengenoemde landschapsontwikkelingen wordt extra groen toegevoegd waardoor nieuwbouwlocaties beter functionerende wijken worden. Zowel bestaande wijken maar ook toekomstige woningbouw profiteren van deze optimalisatie en aanvulling van landschapselementen.

18

r

Nota bovenwijks 2018

6.2 Ruimtelijke Ontwikkelingen Om afspraken te kunnen maken met een ontwikkelende partij over een financiële bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen moeten deze vermeld zijn in een structuurvisie (zie ook paragraaf 2.4). Toekomstvisie+ Zoals reeds eerdergenoemd is de in 2010 vastgestelde Toekomstvisie+ een gemeentelijke structuurvisie. In de bijlage "uitwerking Grondbeleid Wro" hiervan is aangegeven wat de functie is van deze structuurvisie voor het kostenverhaal. De Toekomstvisie+ geeft inzicht in enkele belangrijke bovenwijkse voorzieningen. Het is niet verplicht deze in een structuurvisie te benoe¬ men, maar daardoor ontstaat er wel een beeld van de belangrijkste voorzieningen (het overzicht hoeft dus niet compleet te zijn). Van groter belang is de functie van de structuurvisie voor het verhalen van bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. In de Toekomstvisie+ staan de volgende Ruimtelijke Ontwikkelingen opgenomen: « Uitvoering van het landschapsontwikkelingsplan « Park Lingezegen « « «

Landschapsvisie Slijk-Ewijk/ Loenen Kwaliteitsverbetering openbare ruimte Elst centrum De Danenberg

De kosten van genoemde Ruimtelijke Ontwikkelingen worden volgens de Toekomstvisie+ opge¬ nomen in de Nota Bovenwijks, met een nadere onderbouwing en een kostenraming. De meeste van de projecten die in de Toekomstvisie+ als Ruimtelijke Ontwikkelingen zijn aangemerkt, zijn inmiddels al uitgevoerd. (Tabel 5). Zoals in tabel 9 is te zien worden uitsluitend voor de uitvoering van het Landschapsontwik¬ kelingsplan nog maatregelen verwacht. De gemeente heeft een Landschapsontwikkelingsplan vanwege het belang om bijzondere zorg te besteden aan het landschap van het buitengebied. Het voornaamste doel van het landschapsontwikkelingsplan is het stimuleren van initiatieven in het buitengebied door particulieren, instanties en gemeente, die te maken hebben met het be¬ houden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit, in brede zin van het woord. Een deel van de maatregelen die de gemeente in dat kader initieert is toe te rekenen aan bestaand gebied en een deel aan nieuwbouwontwikkelingen. Er is reeds C 74.000 aan bijdragen ontvangen en nog eens C 69.000 aan te ontvangen Bijdragen Ruimtelijke Ontwikkeling is verzekerd via reeds afgesloten overeenkomsten.

Dat is voldoende om 5000) van de geraamde kosten te dekken en aangezien er verder geen ingrepen zijn voorzien die zijn benoemd in de Toekomstvisie+, is het niet opportuun om nog bijdragen Ruimtelijke Ontwikkelingen in rekening te brengen bij toekomstige nieuwbouwontwikkelingen.

19

Nota bovenwijks 2018

7.

Ontwikkelprogramma

Zowel de gemeentelijke- en de particuliere locatie-ontwikkelingen als de bestaande bebouwing zijn kostendrager voor de bovenwijkse investeringen. Zoals eerder vermeld is de horizon van de Nota Bovenwijks een periode van 10 jaar. Er is voor deze periode geen nieuw programma voorzien voor andere functies dan woningbouw (dit wordt aan het einde van dit hoofdstuk nader toegelicht). Woningbouw Afgeleid uit de Woonagenda en het bijbehorende streefprogramma bestaat het woningbouw-programma kwantitatief uit de toevoeging van 1.400 woningen in de periode 2017 t/m 2024. Met dit aantal is ook is een link gelegd met de geprognosticeerde behoefte, de beschikbare plancapaciteit en het collegebesluit inzake de woningbouwprioritering van 7 november 2017. Vanwege de differentiatie in het tarief voor de bijdrage bovenwijks is een inschatting gemaakt van de verdeling van het aantal te realiseren woningen over de verschillende deelgebieden Noord, Oost en West zoals deze zijn onderscheiden in de Woonagenda. Deze indeling heeft vanwege de aan¬ sluiting op de Woonagenda sterk de voorkeur boven de indeling volgens de huidige methodiek (in¬ deling in twee gebieden, respectievelijk ten oosten en ten westen van de A50, zie ook paragraaf 4.1).

Ook de indeling van het bouwprogramma naar onderscheid in prijsklasse is van invloed op hetgeen waar het in deze Nota om draait (het berekenen van een in rekening te brengen tarief per eenheid ten behoeve van de aanleg van bovenwijkse voorzieningen). Dat hangt samen met het principe dat we in stand willen houden dat een woning in de betaalbare sector een lagere bijdrage bovenwijks betaalt dan een woning in de vrije sector. Voor wat betreft aandeel "betaalbare" woningen in het programma spreekt de Woonagenda zich niet heel duidelijk uit, maar geeft per deelgebied band¬ breedtes aan. Voor de Nota is voor de deelgebieden Noord en West het gemiddelde van de band¬ breedte aangehouden en voor deelgebied Oost is de onderkant van de bandbreedte aangehouden. Voor de bepaling van deze aantallen per deelgebied is tevens een link gelegd met het werkelijke programma uit de lijst van de woningbouwprioritering. Het bovenstaande is samengevat in onderstaande tabel. Tabel 9 Woningbouwprogramma 2017 t/m 2024 Deelgebied

Noord (Randwijk,

Wonin¬

Toevoeging nieuwbouw

Opgave

A a n n a m e (Actief)

Waarvan betaal¬

Toevoeging nieuw

gen per

o.b.v. woningbouw

woon¬

programma

baar **

t.o.v. bestaand

1-1-2017

prioritering *

agenda

a

b

c = a + b

2017¬

2021¬

totaal

verdeling

h

verdeling

i

verdeling

l = h

verdeling

perc. woonagenda

2021

2024

4.069

121

0

121

110.

155

1100,

45

29,00

155

3,80

10.529

511

73

584

7200,

1.027

7300,

300

29,20

1.027

9,80

4.127

106

53

159

1700,

218

1600,

63

28,90

218

5,30

18.725

738

126

864

100/

1.400

100/

408

29,1/4

1.400

7,5/

Heteren, Driel) Oost (Valburg, Elst, Oosterhout, Slijk-Ewijk) West (Hemmen, Zet¬ ten, Andelst/Herveld) Totaal Overbetuwe

* Woningbouwprioritering collegebesluit 7-11-2017 ** Verdeling naar prijsklasse o.b.v. figuur 8 Woonagenda

20

r

Nota bovenwijks 2018

Bedrijventerreinen De huidige nog in exploitatie zijnde bedrijventerreinen zullen niet meer bijdragen aan bovenwijkse investeringen. Met de ontwikkelende partijen van Park15 zijn bijdragen afgesproken die direct wor¬ den ingezet voor het deel van de afslag 38 dat direct is toe te rekenen aan de realisatie van Park 38. In de grondexploitatie van het bedrijventerrein de Merm zijn de kosten opgenomen voor het wijkse deel van het viaduct over de Bemmelseweg. Vanuit de grondexploitatie van de Poort van Midden-Gelderland te Heteren worden geen bijdragen afgedragen, omdat de buitenwijkse voorzieningen al direct ten laste van de grondexploitatie zijn gebracht. Vanuit de gemeentelijke grondexploitaties De Merm en Spoorallee wordt geen toevoeging aan de Bestemmingsreserve Bovenwijks gedaan, omdat deze verliesgevend zijn. In 2016 is een be¬ sluit genomen om deze afdracht niet plaats te laten vinden, omdat anders een tekort zou ontstaan. De middelen om dit tekort op te vangen zijn toen vrijgevallen in de Algemene Dienst.

21

Nota bovenwijks 2018

8.

Tarief Bovenwijks

8.1 Toerekening projecten aan ontwikkelingen Tussen de geplande investeringsprojecten uit Hoofdstuk 6 en de woningbouwplannen uit Hoofdstuk 7 wordt een relatie verondersteld, dat wil zeggen dat de ontwikkellocaties profijt hebben van de voorzieningen en dat deze investeringen daaraan toerekenbaar zijn. Voor de genoemde projecten is dat het geval. Veelal zijn de projecten voor een deel toerekenbaar aan de bestaande bebouwing en worden zij deels veroorzaakt en/of zijn noodzakelijk voor het nieuw te realiseren programma. 8.2 Uitgangspunten De kostendragers voor het in rekening te brengen tarief Bovenwijks zijn alle ontwikkellocaties die uitgeefbaar zijn voor woningbouw, zoals aangegeven in Hoofdstuk 7. De bestaande gebieden beta¬ len hun "aandeel" mee, doordat ook middelen uit de Algemene Dienst worden ingezet. Voor de berekening van het tarief Bovenwijks moet - in aanvulling op het woningbouwprogramma voor de periode tot en met 2024 uit Hoofdstuk 7 - een inschatting worden gemaakt van het aantal te realiseren woningen in de jaren 2025 en 2026, vanwege het feit dat er een doorkijk voor 10 jaar gemaakt wordt. Met een planhorizon van de komende 10 jaar wordt het woningaantal van 1.400 verhoogd met 100 woningen voor de jaren 2025 en 2026. Er is gerekend met een aandeel voor woningen in de betaalbare sector van 2900) en een factor van 0.

5 voor het bedrag waarmee een woning in de betaalbare sector wordt "aangeslagen" (zie de uitleg in Hoofdstuk 7). Samengevat luiden de gehanteerde uitgangspunten: Woning in de vrije sector: 1 woningequivalent Woning in de betaalbare sector: Programma 2017 t/m 2026: ' Aandeel betaalbare sector:

0,5 woningequivalent 1.500 woningen 29 0

8.3 Tarief Bovenwijks De berekening van het tarief verloopt via een aantal stappen: 1. Wat is de huidige stand van de Bestemmingsreserve Bovenwijks (paragraaf 5.1)? 2. Wat is er al gecontracteerd aan bijdragen? 3. Wat is er aan investeringen voorzien en welk deel daarvan is toerekenbaar (paragraaf 8.1)? 4. Hoeveel woningequivalenten worden toegevoegd (niet gecontracteerd)? 5. Wat is de differentiatie van het tarief over de deelgebieden Noord, Oost en West? Stap 1 en 2 De huidige Stand van de Bestemmingsreserve bovenwijks is uitgebreid toegelicht in Hoofdstuk 3. Er is een inventarisatie gemaakt van lopende en geplande projecten waarvoor al contracten zijn afgesloten waarin de bijdragen voor Bovenwijkse voorziening overeen zijn gekomen die pas op een later moment betaald zullen worden. In tabel 10 is dit zichtbaar gemaakt. Tabel 10 Overzicht beschikbare middelen Stand van de Reserve 1-1-2017

C 1.875.580

Toevoeging lopende projecten en contracten

C

Beschikbare middelen (spaarpot + gecontracteerd)

C 2.386.045

510.465

22

r

Nota bovenwijks 2018

Stap 3 Voor de komende planperiode van 10 jaar is onderzocht welke investeringen in bovenwijkse in¬ frastructuur noodzakelijk zijn. Er is een "Relatietabel" gemaakt met daarin (op basis van de in Hoofdstuk 6 gegeven toelichting op de projecten) de percentages die aangeven in welke mate de voorzieningen kunnen worden toegerekend aan de ontwikkellocaties. Aangezien de werken veelal ook een functie hebben voor de bestaande gebieden kunnen ze bijna nooit in zijn geheel als een bovenwijkse voorziening worden geduid. Voor de opgenomen projecten wordt verondersteld dat aan de criteria "Profijt" en "Toerekenbaar¬ heid" sowieso wordt voldaan en in de Relatietabel wordt er verder invulling gegeven aan het cri¬ terium "Proportionaliteit". Daarbij is de eerdergenoemde indeling in deelgebieden (Noord, Oost en West) gehanteerd. Deze tabel is opgenomen in Bijlage 4. Het gemiddeld percentage van doorbelasting van de netto-investeringen (na aftrek subsidies en bij¬ dragen van derden) aan de ontwikkellocaties komt uit op circa 2 5 0 . Opmerking: in de onderzochte periode vanaf 2005 tot 2017 was dit circa 3500), zie Hoofdstuk 3. In tabel 11 is te zien welk deel van de totale investering toerekenbaar is aan de ontwikkellocaties. Na aftrek van de beschikbare mid¬ delen, resteert het bedrag dat kan worden doorberekend aan de toekomstige ontwikkellocaties, waarvoor nog geen contracten zijn gesloten.

Tabel 11 Overzicht totaal nog te ontvangen bijdragen bovenwijks periode 2017-2026 Totale investering in bovenwijkse voorzieningen Gemiddeld percentage toerekening

C 13.946.753 250

Dekking investering vanuit Reserve Bovenwijks

C 3.520.082

Beschikbare middelen (spaarpot + gecontracteerd)

C 2.386.045

Benodigde te ontvangen bovenwijkse bijdragen

C 1.134.037

Stap 4 Voor de omslag van het nog te ontvangen bedrag aan bijdragen over het aantal eenheden, worden de woningbouwontwikkelingen waarvoor inmiddels de bijdragen al zijn ontvangen en/of waarom¬ trent al afspraken zijn gemaakt omtrent de te betalen bijdragen, niet meegeteld. Dat is voor meer dan de helft van de 1.500 woningen het geval. Het volume aan toe te voegen woningequivalenten is bovendien niet gelijk aan het aantal toe te voegen woningen vanwege de "omrekenfactor" welke geldt voor de betaalbare woningen in de sociale sector, zie paragraaf 8.2. Onderstaande tabel bevat een weergave hiervan.

23

Nota bovenwijks 2018

Tabel 12 Overzicht toe te voegen aantal woningequivalenten Vrije sector

Betaalbare sector

Totaal

Woningequivalenten

Noord

81

22

103

92

Oost

441

27

468

455

West

11

5

16

14

533

54

587

560

Noord

0

0

0

0

Oost

104

4

108

106

West

66

28

94

80

170

32

202

186

1 Toevoeging geld op de bank

Toevoeging gecontracteerd

Toevoeging nog te contracteren

Noord

40

27

67

54

Oost

234

283

521

380

West

89

34

123

106

367

344

711

539

1.070

430

1.500

1.285

TOTAAL Stap 5

Voor de differentiatie van het in rekening te brengen tarief wordt aangesloten bij de gebiedsindeling van de Woonagenda. Uit de Relatietabel blijkt dat het realistisch is dat de kernen in de gebieden Noord en West een lagere bijdrage Bovenwijks betalen, omdat blijkt dat de meeste investeringspro¬ jecten een ruimtelijke en functionele relatie hebben met het deelgebied Oost. Berekening Tarief Bovenwijks Na de stappen 1 t/m 5 te hebben doorlopen zijn de elementen aanwezig om de hoogte van het Tarief Bovenwijks te kunnen berekenen. Het resultaat daarvan is hieronder weergegeven. HUIDIG TARIEF WONINGEN

NIEUW TARIEF OOST

Vrije sector

2.500

2.450

Betaalbare sector

1.500

1.225 NOORD W E S T

Vrij sector

1.250

1.250

Betaalbare sector

750

625

Het tarief voor Deelgebied Oost wordt lager ten opzichte aan het huidige tarief, maar voor de woningen in de betaalbare sector is dit effect sterker, omdat deze niet meer als 0,6 (huidige systeem) maar als 0,5 woningequivalent gaan meetellen. Hetzelfde patroon geldt voor de deelgebieden Noord en West, alleen door een andere indeling in deelgebieden gaat de kern Driel van Oost naar Noord en dus naar een aanzienlijk lager tarief dan voorheen.

24

r

Nota bovenwijks 2018

Indien er incidenteel ontwikkelingen zijn voor bedrijventerreinen, kantoren en agrarische bouwblokken kan het huidige tarief worden aangehouden, zie hieronder. OOST

NOORD W E S T

In C per m2 of per m2 b.v.o. Bedrijven

10

5

Kantoor/winkels

20

10 In C per m2 bouwblok

Agrarisch bouwblok

4

2

Toelichting bij beide tabellen De bijdrage bovenwijkse voorziening is verplicht indien: 1.

Er één van de volgende ruimtelijke besluiten op grond van de Wro nodig is: « herziening van een bestemmingsplan; « «

2.

wijziging van een bestemmingsplan; nemen van een project(afwijkings)besluit.

Er sprake is van een aangewezen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. Bro, tenzij: « er sprake is van legalisatie of uitbreiding van een bedrijf met een agrarisch karakter; « herbouw; « toepassing beleidsregel functieverandering; In deze gevallen is er géén bijdrage verschuldigd.

3. In geval van woningsplitsing. Onder een betaalbare woning wordt verstaan: » «

een koopwoning tot C 172.000 VON; een huurwoning met een subsidiabele huur.

Onder bedrijven met een agrarisch karakter wordt verstaan « « « «

25

agrarische bedrijven; agrarische verwante bedrijven (hoveniers, slachters, veehouderopslag, etc); agrarische hulpbedrijven (loonwerkers) maneges.

Nota bovenwijks 2018

9.

Werkwijze en Risicoparagraaf

9.1

Werkwijze

De nieuwe tarieven zullen vanaf datum vaststelling van de Nota door de raad gaan gelden en worden toegepast bij het berekenen van exploitatiebijdragen in anterieure overeenkomsten, het doen van afdrachten vanuit eigen grondexploitaties (via resultaatbestemming) en in het kader van exploitatieplannen. Gemaakte afspraken over kostenverhaal in vóór de vaststelling van deze Nota overeengekomen lopende contracten blijven geldig. Jaarlijks zal in het Programma Nieuwe lasten worden aangeven welke projecten gefinancierd zullen worden uit de Bestemmingsreserve Bovenwijks. Door de vaststelling van de begroting hoeft de raad geen afzonderlijke besluiten te nemen. Het blijft wel mogelijk om ook tussentijds kredieten te verstrekken voor projecten waarvoor de dekking gedeeltelijk via een onttrekking uit de Bestemmingsreserve Bovenwijks wordt gerealiseerd. Wanneer kredieten worden verstrekt vanuit de Bestemmingreserve is een raadsbesluit nodig. Om de voorstellen voor begrotingswij¬ ziging c.q. kredietverlening ambtelijk te coördineren en te toetsen voorafgaande aan bestuurlijke besluitvorming, wordt de projectcontroller kan worden aangewezen als beheerder van de Be¬ stemmingsreserve Bovenwijks. Daarnaast is aandacht nodig voor de transitie naar de regelgeving van het BBV rond Bovenwijks.

Daarbij is de gedachte dat de gemeente de administratie rondom bovenwijks in twee samenhangende gedeelten inricht: «

Een extra comptabel deel met een investerings- en dekkingsoverzicht

«

Een intra comptabel deel (geheel conform de BBV-regels)

Uit het extracomptabele deel worden de investeringen, met kredietverlening volgens Gemeen¬ tewet-eisen gehaald. Daarmee worden voeding van en onttrekkingen aan de Bestemmingsre¬ serve Bovenwijks in beeld gebracht en de stand ervan actueel gehouden. Volgens de regels van het BBV gaat het intra comptabele deel als volgt werken: Investering is C 1.000, -«

Het deel dat naar de grondexploitatie kan, is directe dekking (X)

«

Het deel voor een exploitatieplan komt op de balans te staan als vordering (Y) (max. 10 jaar); daarna op de aparte lijst met niet uit de balans blijkende vorderingen

«

Het deel voor een overeenkomst komt op de balans te staan als vordering (Z) (max 5 jaar), daarna op een aparte lijst met niet uit de balans blijkende vorderingen

«

C 1.000, -- minus X en Y en Z is dekking eigen middelen van de gemeente (rente en afschrijving, niet op de grond, kan lineair, kan annuïtair)

Dit zal separaat van deze Nota worden uitgewerkt.

26

r

Nota bovenwijks 2018

9.2

Risicoparagraaf

Het gespaarde bedrag in de Bestemmingsreserve Bovenwijks dient te worden besteed aan voorzieningen met een bovenwijks karakter; de bijdragen zijn immers gedaan ten behoeve van kosten van bovenwijkse voorzieningen die verband houden met de grondexploitatie. Het tarief is beredeneerd en voldoet daarmee aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Er is een duidelijke relatie tussen investeringen en ontwikkellocaties en er is een redelijke verdeelsleutel gehanteerd om kosten toe te rekenen aan diverse locaties en te verdelen over bestaand gebied en nieuwe ontwikkelingen. Hiermee is het beleid onderbouwd en transparant. De raad neemt met deze Nota een besluit over de toe te passen methodiek ingeval van bovenwijkse investeringen. Dit stelt de gemeente in staat om optimaal gebruik te maken van de moge¬ lijkheden die worden geboden met afdeling 6.4 van de Wro. Aan het vaststellen van de Nota zijn geen risico's verbonden want de nota betreft geen besluitvorming over de investeringen zelf. Risico's kunnen ontstaan op het moment dat de raad besluiten neemt over de uitvoering van de investeringen in bovenwijkse voorzieningen en waarvan een deel gedekt moet worden uit de Algemene Middelen. De Nota heeft een planhorizon van 10 jaar. In die periode kunnen wijzigingen optreden in pro¬ gramma en investeringsvoornemens.

Dat kan uitwerking hebben op de te ontvangen bijdragen en de te investeren bedragen. Dit wordt jaarlijks bij de actualisatie bepaald. In elk geval zal jaar¬ lijks actualisatie plaatsvinden van prognose van de te ontvangen bijdragen uit het te realiseren programma en van de uit te voeren investeringen in bovenwijkse voorzieningen en de dekking daarvan vanuit de Bestemmingsreserve Bovenwijks. Deze actualisatie wordt jaarlijks in de para¬ graaf grondbeleid van de begroting opgenomen en door de raad vastgesteld.

27

Nota bovenwijks 2018

BIJLAGEN Bijlage 1

Kostensoortenlijst Besluit Ruimtelijke Ordening

Bovenwijkse kosten vormen onderdeel van de kosten in de exploitatieopzet, als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, ten tweede, van de Wro. In artikel 6.2.4 onder e van het Bro is opgesomd welke kostenramingen hiertoe behoren: Bro Artikel 6.2.4 lid e "De in artikel 6.2.3 en de in artikel 6.2.4 onder a tot en met d en g tot en met n bedoelde kosten met betrekking tot gronden buiten het exploitatiegebied, waaronder mede begrepen de kosten van de noodzakelijke compensatie van in het exploitatiegebied verloren gegane natuurwaarden, groen¬ voorzieningen en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=8830f959-7722-49de-be68-2ca76d0ab31c