CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-09-12.11 Relevant stuk 1, Toelichting en regels Heteren, Liefkenshoek

Gemeenteraadsvergadering 12 september 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en besluiten coördinatieregeling project “Heteren, Liefkenshoek”20.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Heteren, Liefkenshoek

Bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek Gemeente Overbetuwe Status:

Ontwerp

Datum:

Juni 2023

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0381HTRNliefkensh-ONTD

Heteren, Liefkenshoek

Datum Juni 2023

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

Heteren, Liefkenshoek

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 7

Hoofdstuk 2

8

Huidige situatie

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Beschrijving toekomstige ontwikkeling 3.2 Beeldkwaliteit

10 10 12

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Ecologie 5.12 Archeologie 5.13 Cultuurhistorie 5.14 Verkeer en parkeren 5.15 Duurzaamheid

20 20 20 21 23 24 24 26 30 30 31 34 36 37 38 40

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

41 41 41

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

43

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

44 44 44 44 44 45

2

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Aanmeldingsnotitie m.e.r. en besluit vormvrije m.e.r.

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Bijlage 4

Stikstofdepositieberekening

Bijlage 5

Waterparagraaf

Bijlage 6

Archeologisch bureau-onderzoek

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het planvoornemen bestaat om op de locatie Liefkenshoek te Heteren een appartementengebouw te realiseren. Het appartementencomplex zal bestaan uit 3 bouwlagen met in totaal 23 appartementen en bijbehorende bergingen. Tevens worden de bijbehorende infrastructuur (parkeerplaatsen en wegen) en groenvoorzieningen aangelegd. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de wens van de raad tot herontwikkeling van deze locatie. Deze wens is in het geldende bestemmingsplan "Heteren - Centrum" (vastgesteld op 12 december 2012) vertaald in de bestemming 'Gemengd - Uit te werken bestemming'. Hiermee is aan het college een uitwerkingsverplichting gegeven om binnen de gegeven kaders door middel van een uitwerkingsplan nadere juridisch-planologische kaders op te stellen. De voorziene ontwikkeling is in lijn met de uit te werken bestemming en past grotendeels binnen de uitwerkingsregels van deze bestemming. Omdat in twee opzichten niet volledig aan de uitwerkingsregels wordt voldaan (parkeeroplossing en beperkte overschrijding van het bouwvlak), is ervoor gekozen om een herziening van het bestemmingsplan te doorlopen. Dit bestemmingsplan geeft een nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied. In deze toelichting wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Ook wordt beschreven dat het plan in lijn is met de uitgangspunten van de uitwerkingsplicht.

1.2

Plangebied

De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in de kern van Heteren, een dorp in de gemeente Overbetuwe. Heteren ligt aan de zuidkant van de rivier de Nederrijn en aan de westkant van de A50. Het dorp wordt verder begrensd door agrarische percelen. Het plangebied ligt in het midden van de kern, zie figuur 1.1.

Figuur 1.1 Ligging plangebied, met het plangebied rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek Momenteel bestaat de planlocatie uit een grasveld en een parkeervoorziening. Tot 2012 stond op deze locatie de bibliotheek van Heteren. Deze is na de verhuizing naar een andere locatie gesloopt. Aan de zuid- en oostkant wordt het plangebied begrensd door een maatschappelijke bestemming. Hier bevindt zich het verzorgingstehuis Liefkenshoek. Ten noorden en westen wordt het plangebied begrensd door de Irisstraat en Hyacintenstraat. Aan de overzijde van deze wegen liggen woningen. De woonfunctie domineert in de omgeving van het plangebied. De omgeving kan dan ook gekarakteriseerd worden als een rustige woonwijk. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Heteren, sectie C en met perceelnummers 2799 en 1658. In figuur 1.2 is de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Figuur 1.2 globale begrenzing plangebied (bron: Bing Maps)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'Heteren - Centrum'. Het plan is vastgesteld op 12 december 2012. In figuur 1.3 is een uitsnede van dit bestemmingsplan weergegeven.

(ontwerp)

5

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Figuur 1.3: uitsnede geldend bestemmingsplan 'Heteren - Centrum' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingen en bestemmingsregels 'Heteren - Centrum' Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemming 'Gemengd - Uit te werken' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Er ligt een bouwvlak binnen de bestemming en er gelden kaders voor de maatvoering. Gemengd - Uit te werken (Artikel 9) De voor 'Gemengd - Uit te werken' aangewezen gronden zijn binnen het plangebied bestemd voor woningen in de vorm van meergezinswoningen, maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een zorgcentrum, groenvoorzieningen, parkeer- en verkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming is de gewenste ontwikkeling voor woningen mogelijk, maar hieraan kan pas uitvoering worden gegeven als er een uitwerkingsplan in werking getreden is. Daarom is het beoogde (bouw)plan niet direct te realiseren op basis van het huidige bestemmingsplan. 'Waarde - Archeologie' (Artikel 10) De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Op deze gronden mogen uitsluitend (en onder bepaalde voorwaarden) bouwwerken worden opgericht ten dienste van bovenstaande doeleinden.

Van deze bouwregels kan worden afgeweken als middels het uitvoeren van archeologisch onderzoek wordt aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Dit wordt in de onderhavige procedure aangetoond, zie paragraaf 5.12. Toetsing uitwerkingsvoorwaarden Aangezien er momenteel een uit te werken bestemming op de locatie ligt, dient er rekening te worden gehouden met uitwerkingsregels. De kaders waarbinnen moet worden gebleven om een uitwerkingsplan te kunnen opstellen zijn: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het op de verbeelding aangegeven

6

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven. Voor de planlocatie betekent dit dat de goothoogte maximaal 9 meter mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 12 meter; c. het bouwvlak mag voor maximaal 50% worden bebouwd; d. binnen de uit te werken bestemming dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn; e. er zijn meergezinswoningen toegestaan, evenals een zorgcentrum; f. bijbehorende functies, zoals groen, parkeren, water en nutsvoorzieningen zijn toegestaan; g. er moet worden aangesloten bij de bestemmingsregels van de bestemmingen Maatschappelijk en Wonen. Het nu uitgewerkte plan voldoet niet geheel aan de gestelde uitwerkingsvoorwaarden. In paragraaf 4.3.3 wordt dit nader toegelicht. Om deze reden kan de ontwikkeling niet mogelijk worden gemaakt met een uitwerkingsplan, maar is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is opgebouwd in 8 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk dient als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. Ook is de huidige planologische situatie beschreven. In het tweede hoofdstuk is de huidige situatie beschreven, waarna in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de toekomstige situatie. Het vierde en vijfde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot het relevante beleid op verschillende niveaus en de invloed van en op verschillende milieu- en omgevingsaspecten. De laatste hoofdstukken gaan in op de juridische opzet van het plan, de economische haalbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

(ontwerp)

7

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

De ontwikkeling vindt plaats op de locatie Liefkenshoek te Heteren, centraal in de kern. Deze locatie bevindt zich op de hoek van de Irisstraat en Hyacintenstraat. Voorheen was hier een bibliotheek gevestigd (zie figuur 2.1). Deze is na de verhuizing van de bibliotheek naar Brede School “de Vogeltuin” gesloopt (2014). De 16 parkeervoorzieningen van de voormalige bibliotheek zijn gehandhaafd en worden op dit moment overwegend gebruikt door het personeel van het naastgelegen zorgcentrum Liefkenshoek alsmede omwonenden. De planlocatie bestaat momenteel voorts uit een grasveld met enkele bomen van verschillende typen en formaten. Zie figuur 1.2 in het voorgaande hoofdstuk. De grotere bomen zoals op onderstaande foto in figuur 2.1 weergegeven aan de Irisstraat zijn enkele jaren geleden door de gemeente gekapt en vervangen door jongere exemplaren.

Figuur 2.1: straatbeeld voormalige bebouwing bibliotheek in het plangebied (bron: Google Streetview) De locatie is gelegen in een rustige woonwijk in de kern van Heteren. Het plangebied grenst zowel in het noorden als in het westen aan woonwijken. De bebouwing in de directe omgeving is op figuur 2.2 weergegeven. De bestaande (woon)bebouwing in de omgeving kenmerkt zich voornamelijk door geschakelde bebouwing van twee lagen met kap en aan zowel oost- als westelijke zijde van de planlocatie door een aantal appartementen gebouwen van drie woonlagen. Het zorgcentrum dat op het aangrenzende perceel is gelegen bestaat uit meerdere bouwlagen (variërend van 1-4 bouwlagen). De voorgestane bebouwing zal hier qua uitstraling (waaronder dus hoogte, maar ook bouwstijl en vorm) op aansluiten.

8

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Figuur 2.2: huidige situatie plangebied en omgeving schetsmatig weergegeven, met locatie voormalige bibliotheek aangegeven (bron: Weusten Liedenbaum Architecten)

(ontwerp)

9

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Beschrijving toekomstige ontwikkeling

Achtergrond Door de ontstaanswijze van Heteren aan de dijk en de relatief grote uitbreidingen is er geen sprake van een duidelijk herkenbaar (historisch) centrum. Het ontbreken van een dergelijke plek doet afbreuk aan de woonkwaliteit van het dorp als geheel. Daarom heeft de gemeente al vele jaren geleden de plannen "Hart van Heteren" opgestart. Deze voorzien in een clustering van diverse functies en voorzieningen rond een nieuw centraal dorpsplein, met als doel om de leefbaarheid in de kern een impuls te geven. Om voldoende plek voor het nieuwe Hart te creëren zijn een zalencentrum, een sporthal en een basisschool verhuisd naar de plek van het voormalige gemeentehuis van de toenmalige gemeente Heteren. Ook de bibliotheek is op die plek ondergebracht. De locatie van het nieuwe Dorpsplein is op dit moment in aanbouw. De ontwikkeling van Hart van Heteren is aldus gericht op de ontwikkeling van een nieuw dorpshart en de stedelijke herontwikkeling van vrijkomende locaties. Het onderhavige plangebied Liefkenshoek is dus één van deze locaties. Voor de verschillende locaties geldt dat het woonprogramma zich voegt in de dorpse karakteristieken van de omgeving. Naast de grondgebonden typen (rij-, twee-onder-eenkap en vrijstaande woningen) voorziet de ontwikkeling van Hart van Heteren op een aantal plekken ook in het realiseren van appartementen, waaronder in het plangebied.

Programma Onderhavig bestemmingsplan geeft invulling aan de hiervoor beschreven al langer bestaande wens en richt zich op het mogelijk maken van 23 gestapelde wooneenheden met bijbehorende bergingen en infrastructuur. Het gaat hierbij om kleinschalige appartementen met een gebruiksoppervlak (GO) variërend van circa 70 m² tot 100 m². De locatie leent zich in het bijzonder voor bewoning door senioren. Dit vooral vanwege de ligging direct naast zorgcomplex Liefkenshoek. De voorzieningen van het nieuwe dorpscentrum zijn bovendien op betrekkelijk korte afstand gelegen. Stichting Samen Zorgen verzorgt zorgdiensten voor het naastgelegen zorgcomplex en deze stichting kan ook (lichtere) zorgdiensten aanbieden aan toekomstige bewoners van het complex. Ruimtelijk-stedenbouwkundige uitgangspunten Een belangrijk aspect bij de totstandkoming en invulling van de plannen voor Heteren Centrum is de ruimtelijke en stedenbouwkundige invulling van de verschillende locaties. Deze moet passen bij de dorpse omgeving. Het voornemen bestaat om op de locatie Liefkenshoek diverse typen appartementen te realiseren. Deze woningtypen zullen over 3 bouwblokken verdeeld worden die zich in een L-vorm rond de parkeervoorziening concentreert. Het bouwblok zal uit 3 bouwlagen komen te bestaan, waarbij de nok- en goothoogte niet over het gehele bouwblok één hoogte zullen bedragen.

De hoogten verschillen licht per te realiseren volume binnen het bouwblok. Tevens wordt bij twee van de drie blokken de bovenste bouwlaag gerealiseerd als een “setback” (iets terugliggend) en uitgevoerd in een andere kleur en materiaal. Hierdoor ontstaat een luchtige, wat speelse uitstraling die qua maat zowel goed aansluit op de grondgebonden woningen in het gebied als op de aanwezige appartementen gebouwen (zie figuur 3.1). Qua hoogte sluit de bebouwing overigens ook aan op de gestelde kaders van de uit te werken bestemming. De ontwikkeling past door het voorgaande goed bij het karakter (uitstraling en bouwhoogte) van de in de omgeving aanwezige bebouwing. Tevens zal door het behoud van de bestaande bomen aan de Hyacintenstraat en het groene karakter van de tuinen voor het complex een beeld ontstaan van een drietal “gebouwen in het groen”. Door het parkeren deels aan de straat en deels op het achterterrein op te lossen, wordt er zoveel mogelijk groen behouden en wordt het parkeren waar mogelijk aan het zicht onttrokken. De jonge bomen aan de zijde van de Irisstraat zullen waarschijnlijk bij de aanleg van de parkeerplaatsen aan deze zijde moeten worden verplaatst om boomvakken van voldoende omvang te hebben. Er is onderzoek uitgevoerd en advies ingewonnen bij boomdeskundigen om hiertoe de juiste ontwerp principes te hanteren. Tot slot wordt er natuurinclusief gebouwd door

10

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuizen in het gebouwontwerp te verwerken.

Figuur 3.1: toekomstige situatie (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten)

Figuur 3.2: impressie bouwplan en toekomstige inrichting (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten) Bomenbestand Binnen het plangebied bevinden zich enkele bomen. Er is (in combinatie met de uitwerking van de parkeerplaatsen) gekeken of en hoe deze bomen duurzaam behouden kunnen blijven.

(ontwerp)

11

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek De bomen aan de Irisstraat dienen verplant te worden om de aanleg van de parkeerplaatsen mogelijk te maken. Het betreft hier linden (Tilia tomentosa Szeleste) welke circa 20-25 meter (stamomtrek) groot kunnen worden. Om de uiteindelijke grootte te bereiken hebben de bomen conform het gemeentelijk handboek Locatie-eisen een doorwortelbaar volume van 30 m 3 nodig. Momenteel hebben de bomen dit volume niet beschikbaar. Door onder de parkeervakken bomengranulaat toe te passen wordt dit volume wel aan de bomen geboden en kan een in een duurzame instandhouding van de bomen worden voorzien.

3.2

Beeldkwaliteit

Voor enkele ontwikkellocaties in het centrum van Heteren is in het verlengde van het bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan heeft als doel de beoogde sfeer, uitstraling en inrichting tot stand te brengen. Voor de locatie Liefkenshoek zijn ook enkele kaders en richtlijnen meegegeven. Aan deze kaders wordt voldaan, wat ook blijkt uit de beoordeling van het ontwerp door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Het ontwerp heeft inmiddels een positief welstandsadvies. De afbeeldingen in figuren 3.1 en 3.2 illustreren het ontwerp. De kaders worden hierna beschreven. Massa en vorm  De bebouwing oriënteert zich aan de Irisstraat en de Hyacintenstraat.  De bebouwing heeft maximaal 3 bouwlagen.  De bebouwing bestaat uit een samengesteld volume (geen massief blok), de bovenste laag springt terug.  Woning volgt de rooilijn van de reeds bestaande bebouwing aan de Hyacintenstraat.  Het gebouw heeft bij voorkeur een plat dak, in overeenstemming met de bestaande appartementencomplexen aan de overzijde van de Irisstraat.  Het gebouw heeft een openbare tuin rondom. Gevelkarakteristiek/Uitstraling  Het gebouw sluit qua sfeer en materiaalgebruik aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Materiaalgebruik  Materiaal, kleurgebruik, etc. sluit aan op het bestaande verzorgingshuis aan de Hyacintenstraat.

 De gevel van het gebouw bestaat voornamelijk uit metselwerk. Openbare ruimte  Het heeft de voorkeur om parkeerplaatsen zoveel mogelijk aan de binnenzijde van het terrein te realiseren.  Indien het parkeerterrein aan de straatzijde wordt gerealiseerd dient deze omringd te zijn door een haag van tenminste 0.80m hoogte.  Het parkeerterrein wordt met een enkele gecombineerde in-/uitrit ontsloten via de Hyacintenstraat.  Bestaande bomenrij aan de Irisstraat blijft behouden.  Het patroon van bomen in onderbeplanting langs de Hyacintenstraat wordt doorgezet.  Op de erfgrens aan de voorzijde van het gebouw worden groenblijvende hagen van maximaal 0.80m hoog gerealiseerd. Hiervoor wordt één soort gekozen voor het hele complex.  De openbare tuin zal voornamelijk bestaan uit bomen van 2e grootte in gras. Er is ten aanzien van het ontwerp van de openbare ruimte (na overleg met omwonenden) afgeweken van voorwaarde om de toegang tot het parkeerterrein te ontsluiten vanuit de Hyacintenstraat. Dit is gedaan om in deze straat het aantal verkeers- en parkeerbewegingen niet verder te vergroten. De inrit naar het parkeren van het nieuwe complex is om die reden (met instemming van de CRK) verlegd naar de zijde van de Irisstraat.

12

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Hoofdstuk 4

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader, dat relevant is voor het plan, toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief kan niet gezien worden als een ontwikkeling waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De Nationale Omgevingsvisie heeft dan ook geen invloed op dit plan. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

(ontwerp)

13

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Doorwerking plangebied Het plangebied bevindt zich niet in een gebied dat door het Rijk is aangewezen als van nationaal belang. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien" (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied In onderhavig geval wordt voorzien in de realisatie van maximaal 23 gestapelde wooneenheden. Hiermee is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het plangebied geldt een bestaande uitwerkingsverplichting, waarbij wonen binnen de uit te werken bestemming reeds toegestaan is. Het maximum aantal woningen is in de uitwerkingsbevoegdheid niet vastgelegd. Het aantal van (maximaal) 23 is echter al wel opgenomen in de bestaande plancapaciteit van de gemeente, omdat deze ontwikkeling al geruime tijd is voorzien. De woningen maken onderdeel uit van de regionale programmatische woningbouwafspraken en passen in kwantitatief opzicht binnen de gemeentelijke woningbouwopgave.

De kwantitatieve behoefte is hiermee aangetoond. De ontwikkeling heeft betrekking op gestapelde woningen met een gebruiksoppervlak van ca. 70-100 m² per woning. De appartementen zijn voorzien als goedkope tot middeldure koop en/of huur. De voornaamste doelgroep voor de woningen zijn ouderen, die momenteel nog in een grondgebonden woning wonen, maar kleiner willen gaan wonen. De woningen en in het bijzonder de locatie zijn zeer aantrekkelijk voor deze doelgroep, aangezien de planlocatie zich bevindt op korte afstand van de voorzieningen in het centrum van Heteren én naast een zorgcentrum. De stichting Samen Zorgen, die zorg levert aan dit tehuis, kan eventueel ook zorgdiensten leveren aan de toekomstige bewoners van de appartementen. De gemeente stelt in haar woonagenda (zie hierover ook paragraaf 4.3.2) dat er steeds meer mensen zijn die (noodzakelijk) thuis moeten blijven wonen, ook als ze ouder worden of een zorgbehoefte hebben. De gemeente wil mensen die meer ondersteuning nodig hebben (vanwege ouderdom of lichamelijke problematiek) een passende plek om te wonen geven. Om deze groep op te vangen is het van belang dat de woning geschikt is, maar ook dat de woonomgeving toegankelijk is en er een (sociaal of professioneel) vangnet ter plaatse is. De onderhavige ontwikkeling sluit hier goed bij aan en voorziet in een kwalitatieve behoefte.

De met deze ontwikkeling vrijkomende grondgebonden woningen (rijwoningen, twee-

14

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek aaneengebouwde woningen) zijn doorgaans geschikt voor starters, waardoor ook de doorstroming op de lokale woningmarkt wordt bevorderd. De ontwikkeling kan dus ook positief uitpakken voor een andere belangrijke doelgroep uit het woonbeleid (starters). Conclusie Met onderhavige ontwikkeling worden 23 wooneenheden gerealiseerd, met name bestemd en geschikt voor senioren. Er is zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte aan deze woningen. De locatie ligt in bestaand stedelijk gebied op een bestaand bouwperceel. Het initiatief voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen:  met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;  stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;  focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;  door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen regels die voor dit bestemmingsplan direct van belang zijn. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van januari 2023. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen de volgende aanduidingen:  Glastuinbouwbedrijf buiten glastuinbouwontwikkelingsgebied;  Intrekgebied; De artikelen uit de Omgevingsverordening Gelderland met betrekking tot glastuinbouw en water zijn niet relevant voor onderhavig planvoornemen. Daarnaast ligt het plangebied binnen de Romeinse Limes. De regels met betrekking tot de Romeinse Limes hebben wel een eventuele doorwerking op het planvoornemen. In de Omgevingsverordening wordt aangegeven dat de Romeinse Limes een aantal kernkwaliteiten kent.

Het gaat hier om forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden en de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. In artikel 2.60 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels voor bestemmingsplannen met betrekking tot bovenstaande kernkwaliteiten toegelicht. In de regels wordt aangegeven dat een bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk mag maken die de kernkwaliteiten aantast, dat de

(ontwerp)

15

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan dient te bevatten en dat een bestemmingsplan regels dient te bevatten over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan. Onderhavig plan doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Dit zal tevens toegelicht worden in paragraaf 5.13 'Cultuurhistorie'. Verder is het thema 'wonen' van toepassing op dit plan. De Omgevingsverordening stelt namelijk dat nieuwe woningbouwontwikkelingen alleen mogelijk zijn, wanneer deze voldoen aan de regionale programmatische afspraken. In paragraaf 4.1.3 is toegelicht dat dit het geval is. Ook in dit opzicht is het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040

Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: 1.

Vitaal buitengebied in beweging Agrarisch gebruik is een belangrijke en karakteristieke functie in het buitengebied. Omgaan met trends zoals digitalisering, verstedelijking en klimaatverandering zijn uitdagingen die het buitengebied in beweging brengen. Om alle belangen een plek te kunnen geven, moeten de gemeente meer durven te differentiëren. 2. Innovatieruimte voor ondernemerschap Aangezien ondernemers te maken hebben met economische en technologische ontwikkelingen moet er goed omgegaan worden met deze veranderingen. Dit gebeurt onder andere door de bereikbaarheid van werklocaties op orde te houden of mogelijkheden aan bedrijven te bieden om zich te vestigen in of te verplaatsen binnen de gemeente. 3. Samen werken aan energietransitie De gemeente wil samen met partijen werken aan de energietransitie in Overbetuwe. 4. Gevarieerde dorpse woonomgeving Van belang is dat bijgedragen wordt aan efficiënt ruimtegebruik, kwaliteit groen in de kernen wordt behouden en toegevoegd (klimaatbestendig, natuurlijke diversiteit) en dat er meerwaarde wordt gecreëerd door aan te vullen op de bestaande woningvoorraad. 5. Netwerk verbonden met samenleving Fysieke en sociale netwerken zijn in Overbetuwe van groot belang. Op beide vlakken wil de gemeente vraag en aanbod goed met elkaar verbinden. 6. Voorzieningen geclusterd Vitaliteit van en toegang tot voorzieningen vraagt aandacht.

Digitalisering en schaalvergroting maken dat de gemeente werkt aan een voorzieningenaanbod dat (blijvend) moet passen bij de behoefte en karakteristiek van de dorpen.

16

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek Doorwerking plangebied Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan de opgaven 4 en 6. Er wordt met het plan nadrukkelijk rekening gehouden met de (te behouden) groenstructuren binnen het plangebied. Groen is geïntegreerd in bijvoorbeeld de infrastructuur (middels waterdoorlatende halfverharding), maar ook in het ontwerp van gebouw (door de gevels met planten te bekleden). In het plan is een balans tussen de hoeveelheid parkeerplaatsen en de hoeveelheid groen gevonden. Daarbij wordt de dorpse woonomgeving ook versterkt door het woonaanbod voor senioren te vergroten op een daarvoor passende en geschikte plek. Een bestaand braakliggend terrein krijgt hiermee een passende nieuwe invulling, die bijdraagt aan het levendig houden van de kern. Tot slot wordt er invulling gegeven aan de opgave om voorzieningen te clusteren. De seniorenwoningen worden gerealiseerd naast een bestaand verzorgingstehuis. De stichting die de zorg voor dit tehuis verzorgt kan eventueel ook (lichtere) zorgdiensten bieden aan de toekomstige inwoners van de te realiseren wooneenheden. Hierdoor ontstaat er synergie tussen deze functies, wat mogelijk ook ruimte biedt om (sociale) netwerken te versterken (opgave 5). Anderzijds past de ontwikkeling van appartementen binnen een bestaande woonomgeving functioneel ook bij de rest van de omgeving.

Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de gemeentelijke Omgevingsvisie en levert een bijdrage aan het bereiken van enkele van de focusopgaven, die daarin zijn geformuleerd. 4.3.2

Woonagenda Overbetuwe 2025

De Woonagenda Overbetuwe 2025 is in principe opgesteld met het idee om de woonopgaven tot en met het jaar 2025 over te brengen, waarbij ook een doorkijk naar de periode ná 2025 wordt gegeven. In de Woonagenda 2025 komen de volgende uitgangspunten naar voren: 1. We sturen op de voorraadstrategie door de markt uit te dagen in plaats van alleen voor te schrijven. We sturen op het type woningen dat we willen toevoegen als bijdrage aan de (lokale én regionale) woningbouwopgave door aan de voorkant kaders op te stellen. Initiatiefnemers zijn vervolgens aan de beurt om nieuwbouw te realiseren. We nodigen deze partijen uit om met nieuwbouwplannen te komen die binnen onze kaders passen. 2. We leggen een nadrukkelijke focus op de bestaande woningvoorraad. Het grootste deel van de woningen waar onze inwoners over tien jaar wonen, staan er al. We sluiten met deze woonagenda aan op dit gegeven, door meer mogelijkheden op te zoeken om de bestaande woningvoorraad aan te passen aan de wensen van morgen. 3. Nadruk op betaalbaar, met extra aandacht voor (bijzondere) doelgroepen. De woningmarkt in Overbetuwe staat onder druk. Tegelijkertijd zijn er steeds meer doelgroepen met een specifieke woonwens. Dit samen leidt ertoe dat we meer aandacht willen besteden aan doelgroepen die op de woningmarkt vaak minder gemakkelijk aan bod komen. 4. We hebben aandacht voor combinaties van wonen en zorg.

Daarin leggen we de relatie met de leefbaarheid in de dorpen/wijken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat inwoners ook met een zorgvraag aangenaam in hun dorp of wijk kunnen wonen? Doorwerking plangebied Het initiatief voorziet in 23 appartementen, die met name zijn gericht op de doelgroep ouderen. De gemeente stelt in haar woonagenda dat er steeds meer mensen zijn die (noodzakelijk) thuis moeten blijven wonen, ook als ze ouder worden of een zorgbehoefte hebben. De gemeente wil mensen die meer ondersteuning nodig hebben (vanwege ouderdom of lichamelijke problematiek) passende huisvesting kunnen bieden en wil dat ook inwoners met een zorgvraag in hun dorp of wijk kunnen blijven wonen. Om de behoefte voor deze doelgroep op te vangen is het van belang dat de woning geschikt is, maar ook dat de woonomgeving toegankelijk is en er een (sociaal of professioneel) vangnet ter plaatse is. De woningen in het plangebied, in het bijzonder ook de locatie daarvan, zijn zeer aantrekkelijk voor deze doelgroep, aangezien de planlocatie zich bevindt naast een zorgcentrum en in de nabijheid van de voorzieningen in Heteren. De stichting die zorg levert aan Liefkenshoek kan eventueel ook zorgdiensten leveren aan de toekomstige bewoners van de appartementen. Daarom is juist deze locatie bij uitstek geschikt om deze opgave te realiseren.

Een beoogd neveneffect van het initiatief is om, door ouderen ruimte te bieden om van een grondgebonden woning naar de nieuwe appartementen te verhuizen, nieuw aanbod voor starters te

(ontwerp)

17

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek creëren (doorstroming op de woningmarkt). Ook voor deze doelgroep is er sprake van een grote woningbehoefte. Conclusie Het initiatief sluit zeer goed aan bij de uitgangspunten en pijlers van de Woonagenda. 4.3.3

Uitwerkingsplicht bestemmingsplan 'Heteren - Centrum'

Het huidige bestemmingsplan 'Heteren - Centrum' geeft aan het plangebied de bestemming 'Gemengd - Uit te werken'. De uit te werken bestemming houdt een verplichting voor burgemeester en wethouders in om de bebouwings- en gebruiksregels van deze gronden nader uit te werken. Een uitwerkingsplan mag uitsluitend worden opgesteld als er wordt voldaan aan de gestelde kaders (uitwerkingsregels). Aan de uitwerkingsregels wordt niet geheel voldaan, maar het plan past naar aard, omvang en invulling wel binnen de hoofduitgangspunten, die zijn beoogd bij het opnemen van deze uitwerkingsverplichting. Hieronder worden de uitwerkingsregels geciteerd en wordt aangegeven in hoeverre het initiatief hierbinnen past. 1. De gronden mogen worden bestemd voor: a. wonen in woningen in de vorm van meergezinswoningen met bijbehorende bijgebouwen, aanbouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven en ontsluitingspaden al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroep of bedrijf aan huis; b. maatschappelijk in de vorm van een zorgcentrum, in combinatie met de onder a genoemde voorzieningen; c. groenvoorzieningen, waaronder tevens worden begrepen speelvoorzieningen; d. parkeer - en verkeervoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. Hieraan wordt voldaan. Er is geen sprake van een zorgcentrum.

De overige doeleinden zijn binnen de bestemming 'Wonen', zoals opgenomen in dit bestemmingsplan, toegestaan. 2. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven. Deze hoogten bedragen respectievelijk 9 en 12 meter. De maximale bouwhoogte van 12 meter is overgenomen in dit plan. De goothoogte van het bouwontwerp overschrijdt de genoemde 9 meter. Op de verbeelding van het plan wordt een maximum van 10 meter opgenomen. De vormgeving en hoofdopzet van het plan sluiten aan op hetgeen bij het opnemen van de uitwerkingsplicht is beoogd. 3. Gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is een bouwvlak op maat opgenomen, afgestemd op het beoogde bouwplan. Het bouwvlak valt grotendeels binnen de begrenzing van het opgenomen bouwvlak van de uit te werken bestemming. Aan de noordoostkant wordt het bouwvlak echter met ca. 2,5 meter overschreden. 4. Het bouwvlak mag voor maximaal 50% worden bebouwd. Het bouwvlak in onderhavig bestemmingsplan mag volledig worden bebouwd, maar beslaat minder dan 50% van de oppervlakte van het bouwvlak van de uit te werken bestemming. Hierdoor voldoet het plan aan dit uitgangspunt. 5.

Voor de parkeersituatie geldt dat binnen de bestemming 'Gemengd - Uit te werken bestemming' voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Op het aspect parkeren is in paragraaf 5.14uitvoerig ingegaan. Er wordt voorzien in een acceptabele parkeeroplossing, waarbij de normering van de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 wordt toegepast. Deze parkeergelegenheid wordt echter niet geheel binnen het plangebied gerealiseerd. Dit zou leiden tot een onwenselijk ruimtebeslag voor het parkeren binnen het plangebied, terwijl er in de directe omgeving, binnen acceptabele loopafstand, voldoende parkeergelegenheid is en kan worden gerealiseerd. Aan deze voorwaarden wordt strikt genomen dus niet voldaan, maar het beoogde doel om een acceptabele parkeersituatie te waarborgen wordt, ook in breder verband (in relatie tot de omgeving), bereikt. Hiermee sluit het plan aan bij deze voorwaarde. 6. Er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Wonen'. De planregels sluiten aan op de bestemming 'Wonen' uit het huidige bestemmingsplan.

18

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Geconcludeerd wordt dat het plan vrijwel geheel voldoet aan de gestelde uitwerkingsregels. Slechts op enkele onderdelen wordt hiervan beperkt afgeweken. Dit betreft enerzijds een geringe overschrijding van het bouwvlak aan de noordoostzijde en een geringe overschrijding van de maximale goothoogte en anderzijds een parkeeroplossing, die niet geheel binnen de uit te werken bestemming wordt gerealiseerd. Het plan sluit in zijn geheel goed aan op de kaders, die door de gemeenteraad zijn gesteld bij de uitwerkingsverplichting op deze locatie. De ontwikkeling past daarmee binnen het beleidskader voor deze locatie.

(ontwerp)

19

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

5.1

Milieueffectrapportage

5.1.1

Toetsingskader

Bij besluit van 21 februari 2011 zijn het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer in lijn brengen van het besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten, die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling). Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Op 16 mei 2017 is een herziening van de m.e.r- wetgeving in werking getreden. Als een project (activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r.) nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben moet een initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet dan binnen 6 weken beslissen of een m.e.r.-plicht geldt. 5.1.2

Aanmeldingsnotitie m.e.r.

Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen als Bijlage 1 Aanmeldingsnotitie m.e.r. en besluit vormvrije m.e.r.. Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld. Het besluit hierover wordt genomen voor de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan.

5.2

Geluid

5.2.1

Toetsingskader

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

20

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek 5.2.2

Onderzoek

De planlocatie ligt buiten de geluidzones van wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen conform de Wgh. Alle omliggende wegen zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Op basis van de Wgh is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Naast de Wgh is ook het gemeentelijk geluidbeleid van belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeente Overbetuwe heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om beleid vast te stellen. Dit beleid is opgenomen in de nota Geluidsbeleid (3 juni 2009) en de nota Hogere Grenswaarden (3 juni 2009). De ontwikkeling is gelegen in het gebiedstype 'Buiten centrum" geclassificeerd als "rustig" (ambitiewaarde 43 dB) tot "zeer onrustig" (bovengrens 58 dB). De verkeersintensiteiten op de omliggende wegen zijn bovendien niet zodanig, dat een akoestisch onderzoek uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening op basis van het gemeentelijk geluidbeleid noodzakelijk wordt geacht. De gemeente heeft de geluidbelasting van het verkeer vanwege de Hyacintenstraat (maatgevende weg voor het plan) in beeld gebracht. Deze geluidbelasting bedraagt tussen de 43 en 48 dB. Hiermee wordt vermoedelijk niet voldaan aan de ambitiewaarde (43 dB). Wel wordt ruimschoots voldaan aan de bovengrenswaarde 58 dB. Eveneens wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder.

Gezien de verwachte optredende geluidbelasting is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen gewaarborgd. 5.2.3

Conclusie

Het aspect geluid (Wet geluidhinder) vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m³).

(ontwerp)

21

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek 5.3.2

Onderzoek

Invloed initiatief op luchtkwaliteit Onderbouwd moet worden dat het plan onder de Regeling NIBM valt. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Het plan voorziet in maximaal 23 woningen en blijft ruimschoots onder de norm zoals vastgelegd in de Regeling NIBM. Een luchtkwaliteitsonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Invloed luchtkwaliteit op initiatief Naast de invloed van het toekomstige verkeer op de luchtkwaliteit, moet ook gekeken worden naar de huidige luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Op basis van achtergrondwaarden kan achterhaald worden of sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen. De achter-grondwaarden ter plaatse van de dichtstbijzijnde meetpunten zijn middels de NSLmonitoringstool achterhaald (NSL: Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). In onderstaande tabel zijn de waarden weergegeven. Uit de tabel kan geconcludeerd worden dat de achtergrondwaarden met betrekking tot stikstof en fijnstof (ruim) onder de normen liggen.

Om deze reden kan worden gezegd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat (in het kader van luchtkwaliteit) ter plaatse van de toekomstige woningen.

Tabel 5.1: NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties 5.3.3

Conclusie

De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

22

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek

5.4

Bedrijven en milieuzonering

5.4.1

Toetsingskader

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' . In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 5.4.2

Onderzoek

De directe omgeving van de planlocatie betreft een rustige woonwijk en wordt dan ook gedomineerd door woonbestemmingen. Daarom wort getoetst aan de reguliere richtafstanden. Op het perceel ten zuiden en ten westen van het plangebied liggen maatschappelijke bestemmingen. De richtafstand hiertoe bedraagt in theorie maximaal 30 meter. Het plangebied valt binnen deze richtafstand en het bouwvlak voor het beoogde woongebouw ligt eveneens binnen deze richtafstand. Voor het overige bevinden zich geen milieubelastende functies in de omgeving. De genoemde maatschappelijke bestemmingen herbergen een bejaardentehuis/woon-zorgcentrum en aanleunwoningen. Dit betreft functies welke een geringe ruimtelijke uitstraling en impact hebben. De ruimtelijke effecten zijn vergelijkbaar met die van reguliere woningen. Deze functies kunnen dan ook zonder belemmeringen naast elkaar functioneren. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van een woonbestemming is bovendien al (impliciet) afgewogen door het opnemen van de uit te werken bestemming met mogelijkheden voor woningen en/of zorgwoningen. Met het plan zelf worden geen milieubelastende functies mogelijk gemaakt. Ook in dit opzicht is geen nader onderzoek benodigd.

(ontwerp)

23

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek 5.4.3

Conclusie

Onderbouwd is dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Er treden geen belemmeringen over en weer op tussen de woningen in het plangebied en in de omgeving aanwezige functies. Daarbij wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Vanuit bedrijven en milieuzonering worden geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling verwacht.

5.5

Geurhinder

5.5.1

Toetsingskader

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om stank veroorzaakt door het houden van dieren. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. Woningen zijn geurgevoelige objecten, waardoor er gekeken dient te worden naar omliggende veehouderijen en de eventuele geurhinder die ze kunnen veroorzaken. De geurhinder wordt bepaald op basis van de achtergrondbelasting en de voorgrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van die veehouderij die de meeste geurbelasting op een voor geurhinder gevoelig object veroorzaakt. De achtergrondbelasting wordt veroorzaakt door alle veehouderijen die rondom een geurgevoelig object zijn gelegen. De achtergrondbelasting is een goede maat om de effecten van geurhinder op het woon- en leefmilieu te kunnen beoordelen. 5.5.2

Onderzoek

Het plangebied ligt middenin de bebouwde kom van Heteren. In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen gevestigd, die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op het woon- en leefklimaat. Anderzijds worden er dus ook geen veehouderijen belemmerd door de realisatie van de woningen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect 'geurhinder' geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 5.5.3

Conclusie

Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

5.6

Bodem

5.6.1

Toetsingskader

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

24

(ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Liefkenshoek 5.6.2

Onderzoek

Het initiatief betreft nieuwbouw van een gevoelige functie. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk. Door Lycens is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Liefkenshoek te Heteren. De rapportage is opgenomen in Bijlage 2. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herinrichting van de locatie. Voor het gehele onderzoek wordt naar de bijlagen verwezen. Onderstaand zijn de resultaten, conclusies en vervolgstappen beschreven. Hypothesen Chemische parameters In het kader van de NEN5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de toplaag ten aanzien van bestrijdingsmiddelen als verdacht beschouwd. Een verontreinigingsbeeld valt niet af te leiden. Ten aanzien van overige chemische parameters wordt de locatie beschouwd als onverdacht. Asbest In het kader van de NEN5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (en op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens onderhavig onderzoek) wordt de locatie beschouwd als verdacht.

Een verontreinigingsbeeld valt echter niet af te leiden. De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek. Resultaten grond Chemisch-analytisch zijn in de ondergrond licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel aangetoond. In de bovengrond zijn geen parameters verhoogd gemeten. De licht verhoogde gehalten in de ondergrond zijn mogelijk te relateren aan de waargenomen bodemvreemde bijmengingen met puin en kolengruis. Uit de analyseresultaten van de asbestmonsters blijkt dat in de bovengrond geen asbest is aangetoond. De milieuhygiënische kwaliteit van de grond vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Resultaten grondwater Chemisch analytisch is in het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Aangezien met betrekking tot de licht verhoogde concentratie aan barium geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. Conclusies en aanbevelingen De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. De gestelde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters, is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel in de ondergrond en de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bovendien vormen de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van bestrijdingsmiddelen als 'verdacht' kan worden aangemerkt is niet juist gebleken. Analytisch zijn in de toplaag geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetoond. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van de parameter asbest in bodem als 'onverdacht' kan worden aangemerkt is niet juist gebleken. Analytisch is in de bovengrond geen asbest aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=371151fe-3995-4768-a204-804b5e438b73