CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-07-11.02 Beleidsregel functieverandering Toelichting Deel A.pdf

Voorronde Zaal 1 11 juli 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Ronde tafelgesprek met college Evaluatie beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied 200815.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In hoofdstuk 3 van deze beleidsregel wordt daar verder op ingegaan. Voor een groot deel is aangesloten bij de indeling die de kadernota hanteert.

15

Kadernota Visie op Ruimte - gemeente Overbetuwe - 2004

22

3.4.2

Ontwerp Landschapsontwikkelingsplan16 (LOP)(2008)

De gemeente werkt aan een landschapsontwikkelingsplan. In de projectopdracht stelt de gemeente dat zij de kwaliteit van natuur en landschap wil behouden en vergroten. Het begrip landschap moet breed geïnterpreteerd worden. Gestreefd wordt naar het ontwikkelen van een goede samenhang tussen alle functies die een rol spelen in het buitengebied. Recreatie en toerisme is nadrukkelijk opgenomen als een van deze functies. De nadruk moet komen te liggen op het behouden en versterken van het landschap en het vergroten van het toeristisch-recreatief medegebruik.

3.4.3

Ontwerp Beleidsplan Recreatie en Toerisme17 (2008)

Zowel in het collegeprogramma 2006-2010, als in het Raadsprogramma 2006-2010, wordt recreatie en toerisme gezien als een kans om onder andere meer kleinschalige bedrijvigheid van de grond te krijgen. Het beleidsplan Recreatie en Toerisme heeft onder andere tot doel het toeristisch-recreatief beleid naar ruimtelijk ordeningsbeleid te vertalen.

3.5

Overige wetgeving en richtlijnen

Zoals eerder aangegeven, biedt deze beleidsregel een eerste toetsingskader. Bij een positief toetsingsresultaat op basis van deze beleidsregel, dient het verzoek door verschillende ambtelijke disciplines bekeken te worden. Aspecten als milieuhygiëne, archeologie, bodem, water, geluid, natuurwaarden e.d. spelen een belangrijke rol bij het besluit al dan niet medewerking te verlenen aan een planologische procedure.

3.6

Conclusie

Over het algemeen willen de verschillende overheden dat het buitengebied in eerste instantie een agrarisch karakter blijft behouden. Uit het voorgaande blijkt dat – ten opzichte van overige overheden – vooral de provincie zich op sommige onderdelen vrij concreet uitspreekt met betrekking tot functieverandering. Uitbreiding van de bebouwing (‘verstening’) in het buitengebied moet zoveel mogelijk worden tegengegaan. Nieuwvestiging van agrarische bedrijven is alleen onder strikte voorwaarden mogelijk.

16 17

Landschapsontwikkelingsplan - gemeente Overbetuwe - in ontwikkeling Beleidsplan Recreatie en Toerisme - gemeente Overbetuwe - in ontwikkeling

23

4

VORMEN VAN FUNCTIEVERANDERING EN GEBIEDSTYPEN

In dit hoofdstuk worden de verschillende vormen van functieverandering beschreven. Deze worden in de Regels gekoppeld aan de indeling in gebiedstypen, zoals die gemaakt is voor het buitengebied van de gemeente Overbetuwe. Zoals eerder is aangegeven is er een nieuwe gebiedsindeling gemaakt in samenhang met het LOP en het nieuwe ‘bestemmingsplan Buitengebied’. Per gebiedstype is in de Regels concreet aangegeven welke vorm van hergebruik wordt toegestaan, met daarbij eventuele beperkingen en maximale afmetingen en dergelijke. Allereerst wordt ingegaan op wat de algemene doelstelling voor het buitengebied is. Dit zal altijd bij de besluitvorming in acht moeten worden genomen.

4.1

Algemene doelstelling buitengebied

De doelstelling voor het buitengebied is dat het in de eerste plaats voor agrarische activiteiten, landschaps- en natuurontwikkeling, behouden moet worden. Het op peil houden (en verbeteren) van de leefbaarheid en de vitaliteit van het buitengebied hoort daar ook bij. Bepaalde nevenfuncties kunnen een beperkende werking hebben ten opzichte van de agrarische functie die de hoofdfunctie is. Op de tweede plaats dienen gebiedstypen versterkt te worden. Verstening, door woningbouw of andere niet-agrarische bebouwing kan de gebiedstypen aantasten. Nieuwe (her)gebruiksvormen passen niet direct in deze doelstelling en worden bij de toelaatbaarheid ervan beoordeeld op de verenigbaarheid met het agrarisch-, landschaps- en natuurbelang en de leefbaarheid en vitaliteit. Een (verdere) verstening van het buitengebied door toelating van andere functies tast de openheid en de landschaps- en natuurontwikkeling aan en kan agrarische activiteiten ook belemmeren.

4.1.1

Reeds aanwezige burgerwoningen in buitengebied 18

Er zijn al vele burgerwoningen in het buitengebied aanwezig . Naast uitgesproken agrarische gebieden met geen of heel incidentele burgerwoningen, zijn er gebieden waar woonbebouwing duidelijk de overhand heeft. De clusters met woningen bevinden zich meestal rond de in- c.q. uitvalswegen van de dorpen in de vorm van lintbebouwing. Incidenteel bevinden zich hiertussen nog agrarische hoofd- en nevenbedrijven die meer of minder onder druk staan. Hoewel de nieuwbouw van burgerwoningen zich de afgelopen decennia hoofdzakelijk concentreerde in de dorpskernen, kenmerkt het buitengebied zich door relatief veel burgerbebouwing in verspreide clusters, daterend uit een tijd met minder stringent concentratiebeleid. Daarnaast heeft de sanering van de agrarische bedrijven rond de kernen tot de nodige functiewijziging geleid.

18

Volgens een inventarisatie (2008) zijn dit er meer dan 1.000.

24

4.1.2

Reeds aanwezige niet-agrarische bedrijvigheid in buitengebied

Bij hergebruik (zie ook paragraaf 3.2.3.) komen ook vormen van niet-agrarische bedrijvigheid aan de orde. Om het belang van niet-agrarische bedrijvigheid aan te geven, wordt een beeld geschetst van de reeds aanwezige niet-agrarische bedrijven in het landelijk gebied van de gemeente Overbetuwe. In 19 het buitengebied zijn ongeveer 431 niet-agrarische bedrijven actief . Dit zijn zowel grotere bedrijven als kleine bedrijven aan huis. Sommige bedrijven hebben meer ruimtelijke impact dan andere. In totaal bieden deze bedrijven werk aan circa 2110 mensen; dit komt neer op 14% van alle werkzame personen bij niet-agrarische bedrijven in de gemeente. Conclusie is dat de niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied op dit moment al een belangrijke rol speelt en daarmee geen nieuwe ontwikkeling is.

4.2

Vormen van hergebruik in deze beleidsregel

Er bestaan vele vormen van hergebruik van vrijkomende bebouwing. In de Regels wordt concreet aangegeven welke vorm van hergebruik geschikt is voor welke gebiedstype. Dit is afhankelijk van de (ruimtelijke) effecten van een vorm van hergebruik en de mate van geschiktheid in het landelijk gebied. In de qua gebruik meer agrarische omgeving worden ruimere hergebruikvormen toegestaan dan in gebieden met een meer specifiek landschappelijk of natuurlijk karakter. In deze beleidsregel wordt gekozen voor een indeling van hergebruikvormen in acht categorieën, deze categorieën zijn terug te vinden in de indicatieve bedrijvenlijst in de Regels: 1. Landbouw verwante functies; 2. Opslag (o.a. boten, caravans of meubels) 3. Recreatie (o.a. dag- en verblijfsrecreatie); 4. Medisch (verwant)e dienstverlening; 5. Overige dienstverlening; 6. Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; 7. Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; 8. Ambachtelijke landbouwverwerkende bedrijven. Enkele vormen van hergebruik worden helemaal niet toegestaan, vanwege de verkeersaantrekkende werking, de milieuhinder, de planologische situatie of een landschappelijk ongewenste activiteit.

Dit zijn: detailhandel, anders dan verkoop van lokaal geproduceerde agrarische producten en/of industriële bedrijvigheid; bedrijven met een gemiddelde of hoge milieubelasting (3 en 4 volgens VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’), met uitzondering van bedrijven van categorie 3 die sterk aan de agrarische sector verwant zijn; bordelen en seksinrichtingen.

19

PWE 207 (Provinciale WerkgelegenheidsEnquete)

25

4.3

Verschillende gebiedstypen in buitengebied20

Op basis van landschappelijke kenmerken en het beleid is het buitengebied van de gemeente Overbetuwe op te delen in vier gebiedstypen, te weten: de uiterwaarden, bijzonder gebied, agrarische gebied met waarden en agrarisch gebied. Hierna wordt een beschrijving gegeven van elk van de genoemde gebieden.

4.3.1

Uiterwaarden

De uiterwaarden worden begrensd door dijken. Vanaf deze dijken is een imposant uitzicht aanwezig over het binnen- en buitendijkse landschap. Ook de stuwwallen van de Veluwe en Nijmegen zijn bij helder weer duidelijk te zien. In de uiterwaarden is nog steeds de dynamiek van de rivieren aanwezig, 21 daarom zijn hier vrijwel geen bouwmogelijkheden . Wel is hier ruimte voor natuurontwikkeling, ecologie en extensieve recreatie, zoals wandel- en fietsroutes. De uiterwaarden vormen een bijzonder waardevol landschap, waar de menselijke invloed beperkt is gebleven door de jaarlijkse overstromingen. De uiterwaarden worden in de huidige situatie voornamelijk als weiland en soms als 22 akkerland gebruikt . Binnen de geldende bestemmingsplannen hebben de gronden grotendeels een agrarische bestemming met landschappelijke en/of natuurwaarde. 23

24

De beleidslijn “Ruimte voor de rivier” en het “Advies Ruimte voor Rijntakken” zijn in de uiterwaarden van toepassing. Een onbelemmerde afvoer en berging van water moet gewaarborgd worden. Toename van schade bij hoogwater moet voorkomen worden en de veiligheid voor bewoners gewaarborgd. Toekomstige activiteiten in het winterbed van de grote rivieren dienen daarom aan strenge voorwaarden te worden verbonden of worden tegengehouden door het wegnemen van bouwmogelijkheden. De bestaande situatie moet wel gerespecteerd worden (geen saneringsbeleid). Bovendien kunnen kansen worden benut voor het realiseren van natuurbeleid voor het rivierengebied en daaraan gekoppelde functies. In de uiterwaarden worden in principe alle vormen van hergebruik uitgesloten. Alleen functieverandering waarbij de aanwezige natuurwaarden niet aangetast worden en waarbij de doorstroom van de rivier niet wordt beperkt, zijn mogelijk. Uiterwaarden liggen in de EHS. Bij functieverandering moet bekeken worden of de verandering binnen dit beleid mogelijk is.

4.3.2

Bijzondere gebieden

Onder bijzondere gebieden worden gebieden verstaan die een bijzondere natuur-, landschappelijke, cultuurhistorische en/of recreatiewaarde hebben, en gebieden waarvoor landschappelijke, natuurlijke (en ruimtelijke) ontwikkelingen gaande zijn zoals het landschapspark Lingezegen. Gebieden als het landgoed Loenen, het strandpark Slijk-Ewijk en de bijzondere groene enclave bij Hemmen vallen ook onder deze categorie. Overigens is het ontwerpplan voor het landschapspark Lingezegen nog niet vastgesteld, maar hiermee dient wel rekening te worden gehouden om mogelijkheden voor gewenste toekomstige ontwikkelingen te behouden. De hoofddoelstelling in deze gebieden is het behoud en herstel (en waar mogelijk versterking) van de aldaar voorkomende waarden. Recreatie (extensief, dus voornamelijk buitenrecreatie) wordt in deze gebieden belangrijk. Met nieuwe activiteiten door functieverandering wordt terughoudend omgegaan, vanwege de kwetsbaarheid van dergelijke gebieden. Woonfuncties en activiteiten gericht op natuuren landschapsbeheer en –educatie en (kleinschalige verblijfs)recreatie zijn mogelijk. Binnen een concreet project van grootschalige aard zoals het landschapspark wordt bekeken welke activiteiten en functies passen binnen de doelstellingen van het project.

20

Zie ook de kaart in de bijlage waarop de gebiedstypen zijn aangegeven voor de gehele gemeente Overbetuwe Kadernota Visie op Ruimte, gemeente Overbetuwe, 2004 (Sonsbeek Adviseurs) en bestemmingsplan Uiterwaarden Nederrijn, vastgesteld februari 2005 22 Gemeente Overbetuwe - Bestemmingsplan Uiterwaarden Nederrijn, vaststelling raad 22 februari 2005 23 Ruimte voor de rivier is een Planologische Kernbeslissing (PKB) opgesteld door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De PKB is nog in behandeling en zit in de planstudiefase 24 Advies Ruimte voor Rijntakken is een advies opgesteld door Rijkswaterstaat 21

26

4.3.3

Agrarisch gebied met waarden

De hoofddoelstelling in deze gebieden is de uitoefening van het agrarisch bedrijf, alsmede het behoud en herstel van de aanwezige landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden. Nieuwe functies kunnen daarbij worden ingepast, waarbij in elk geval aangegeven moet worden dat deze geen schadelijke invloed hebben op de hoofdfuncties, zowel op korte termijn als bij bedrijfsontwikkeling. In de gemeente Overbetuwe vallen onder deze gebieden o.a. de waardevolle en karakteristieke komgronden die tevens zijn aangeduid als ‘zoekruimte voor regionale waterberging’ in het streekplan. Verzoeken tot functieverandering in deze gebieden moeten met nog meer zorgvuldigheid behandeld worden, vanwege het zeer kwetsbare karakter van de komgronden. Functies als wonen, binnenopslag, zakelijke dienstverlening (architecten-, reclamebureau) en bedrijven gericht op de kleinschalige recreatie worden aangemerkt als inpasbare, niet-agrarische activiteiten. Dit geldt ook voor culturele activiteiten. Voor alle functies geldt dat ze kleinschalig van karakter moeten blijven, een minimale verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed op het landschap of op het waterbergings- en/of grondwaterbeschermingsgebied hebben.

4.3.4

Agrarisch gebied

In de agrarische gebieden overheerst de agrarische functie. Het zijn gebieden waar de landbouw/veehouderij reeds in het verleden voornamelijk heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld op de hoger gelegen oeverwallen) en nu en in de toekomst ook nog mogelijkheden heeft om te groeien. De gebieden liggen meestal op plaatsen met lage natuurwaarden en niet in de nabije omgeving van kernen. Nieuwe functies kunnen worden ingepast, waarbij in elk geval aangetoond moet worden dat de bestaande agrarische bedrijven niet worden gehinderd in hun functioneren (ook niet in de toekomst). Ook visuele uitstraling moet hier worden afgewogen. Mogelijke functieverandering is: agrarische hulpbedrijven (bijvoorbeeld loonbedrijf), wonen, een hoveniersbedrijf of een bedrijf in de recreatieve sector.

27

4.4

Conclusie

In de Regels wordt per gebiedstype bekeken of bepaalde functieverandering toegestaan is. Indien noodzakelijk, is tevens aangegeven wat het maximum aantal vierkante meters bedraagt. De meeste mogelijkheden voor functieverandering liggen in het agrarisch gebied. Bij de overige gebiedstypen is vooral gekeken naar de relatie van de nieuwe activiteit met het landelijk (agrarisch) gebied. Uitgangspunt blijft immers dat het buitengebied primair bedoeld is en blijft voor agrarische functies. Indien de functieverandering geen relatie heeft met het agrarisch gebied, is het in veel gevallen niet mogelijk om de functie/activiteit in het ‘agrarisch gebied’ of ‘agrarisch gebied met waarden’ te gaan uitoefenen. Bij functieverandering in de ‘bijzonder gebied’ is ook gekeken naar de recreatieve waarde die de functieverandering heeft, omdat in de bijzondere gebieden ruimte is voor de ontwikkeling van recreatie. Bij het binnenkomen van een verzoek wordt dus allereerst bekeken in welk gebiedstype het verzoek plaatsvindt, waarna in de Regels gekeken wordt of de functieverandering in dat betreffende gebiedstype toegestaan is.

28

5.

NIEUWVESTIGING VAN AGRARISCHE BEDRIJVEN IN HET BUITENGEBIED

Los van het feit dat deze beleidsregel beleid vormt teneinde een goede invulling van functieverandering, spelen ook de verzoeken tot nieuwbouw van agrarische bedrijven (en dus het toevoegen van agrarische bouwpercelen) een rol bij de invulling van het buitengebied. Verstening moet tegengegaan worden, dat komt in al het geformuleerde beleid naar voren. Het beleid ten aanzien van toestaan van nieuwe bebouwing in het buitengebied moet aangescherpt worden. Uitgangspunt is dat nieuwbouw in principe ongewenst is, Eerst moet bekeken worden of hergebruik van bestaande bebouwing mogelijkheden biedt. In de huidige bestemmingsplannen zijn mogelijkheden opgenomen om een nieuw agrarisch bouwperceel te realiseren. Die mogelijkheid moet in het agrarisch gebied (met waarden) blijven bestaan, ook voor intensieve veehouderijen. Uiteraard moet wel aan de voorwaarden worden voldaan. In het volgende hoofdstuk worden voorwaarden gegeven voor de bouw van een nieuw agrarisch bedrijf met eventueel een bedrijfswoning. Nieuwbouw in de uiterwaarden is uitgesloten en dit moet ook zo blijven. Een onbelemmerde afvoer en berging van water moet gewaarborgd worden. In deze beleidsregel wordt vastgesteld dat nieuwbouw in de uiterwaarden niet plaats mag vinden, mits deze bebouwing noodzakelijk is voor de afvoer- en bergingsfunctie van de uiterwaarden.

Voor het bijzonder gebied geldt dat nieuwbouw nergens mogelijk is, vanwege de waarde die deze gebieden hebben en het toekomstperspectief dat voor deze gebieden geldt, namelijk gericht op de natuur, het landschap, de cultuurhistorische waarden en de recreatie. Nieuwe agrarische bedrijven zouden deze functies in de weg staan. In de andere gebiedstypen is nieuwvestiging van agrarische bedrijven – onder de gegeven voorwaarden – wel mogelijk.

29

6.

BEHANDELING VAN EEN VERZOEK

Een schriftelijk verzoek tot functieverandering of nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf in het buitengebied wordt in behandeling genomen op de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Alle verzoeken 25 om functieverandering worden aan deze notitie getoetst alvorens het college een principebesluit neemt over eventuele medewerking.

6.1

Inhoud verzoek

Een verzoek moet concreet en toetsbaar zijn. In de bijlagen is een aanvraagformulier functieverandering opgenomen. In onderstaande tekst wordt in het kort aangegeven welke gegevens minimaal benodigd zijn. Onderstaande tekst gaat ook in op verzoeken tot nieuwvestiging van agrarische bedrijven in het buitengebied.

6.1.1 Eisen aan een verzoek tot functieverandering De aanvraag dient te bestaan uit een duidelijke tekening, op een kadastrale ondergrond, (schaal minimaal 1:1000) waarop moet aangegeven worden in welke bestaande vrijkomende (agrarische) gebouwen de activiteiten uitgeoefend gaan worden en welke opstallen gesloopt worden. Ook zijn tekeningen van de huidige en eventueel nieuwe gevels met maatvoering benodigd. Daarnaast dient een aanvraag om een bedrijfsmatige activiteit te bestaan uit een bedrijfsplan, waarin is opgenomen een duidelijke omschrijving van de aard en de omvang van de te starten (nietagrarische) (neven)activiteiten en een toekomstperspectief van het bedrijf. Voorts dient aangegeven te zijn hoe het bedrijfsgebouw er van binnen en buiten uit komt te zien, waarbij voldoende aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing (inrichtingsplan).

6.1.2 Eisen aan een verzoek tot nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf in het buitengebied De aanvraag dient te bestaan uit een bedrijfsplan, waarin een duidelijke omschrijving is opgenomen van de aard en de omvang van de te starten (niet-agrarische) (neven)activiteiten en een toekomstperspectief van het bedrijf. Zowel de volwaardigheid van het bedrijf als de noodzaak van een bedrijfswoning moet worden aangetoond. De gemeente moet - op kosten van de initiatiefnemer - een onafhankelijk bureau opdracht geven hiernaar onderzoek te verrichten. Op een duidelijke tekening moet aangegeven worden welke gebouwen en opstallen worden gebouwd en in welke gebouwen welke activiteiten uitgeoefend gaan worden. Voorts dient voldoende aandacht worden besteed aan de landschappelijke inpassing (inrichtingsplan).

6.2

Toetsing aan de beleidsregel

Nadat een verzoek strijdig met het geldende bestemmingsplan blijkt, kan met behulp van deze beleidsregel bekeken worden of medewerking aan het verzoek toch mogelijk is (door middel van een bestemmingsplanherziening of het verlenen van een ontheffing). Hiervoor wordt dan altijd een planologische procedure opgestart. Medewerking verlenen aan zo’n planologische procedure is geen verplichting, maar een bevoegdheid.

6.2.1

Toetsing van een verzoek tot functieverandering

Indien een verzoek de volledige gegevens bevat, wordt aan de hand van de kaart en indicatieve bedrijvenlijst getoetst of het verzoek in het desbetreffende gebiedstype plaats kan vinden. Indien dit niet het geval is, wordt het verzoek direct afgewezen. Indien er mogelijkheden zijn, wordt het verzoek verder getoetst aan de Regels (deel B) behorende bij de betreffende gebiedstype.

25

De uiteindelijke vaststelling van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro is een bevoegdheid van de raad. Een ontheffing ex artikel 3.23 Wro kan door het college worden verleend.

30

Indien op basis van de kaart, indicatieve bedrijventabel en Regels (deel B) wel mogelijkheden zijn in het desbetreffende gebiedstype, dan wordt bij de verschillende gemeentelijke afdelingen/disciplines het gebruikelijke advies ingewonnen met betrekking tot milieu, landschap, verkeer, monumenten etc. Met deze beleidsregel wordt niet gesuggereerd dat bij positieve beoordeling zonder meer medewerking kan worden verleend aan een verzoek.

6.2.2 Toetsing van een verzoek tot nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf in het buitengebied Indien het verzoek de volledige gegevens bevat, dient te worden bekeken in welk gebiedstype het verzoek plaatsvindt. Ligt het plangebied van het verzoek in: de uiterwaarden, of in het bijzonder gebied, dan wordt het verzoek afgewezen. Ligt het plangebied in een ander gebiedstype, dan wordt het verzoek nader getoetst aan de voorwaarden beschreven in de Regels (deel B) van deze beleidsregel.

31

7

TOT SLOT

De bedoeling van deze beleidsregel “Functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied” is om een toetsingskader te scheppen waaraan toekomstige verzoeken getoetst worden. Het concrete toetsingskader is in de kaart en Regels (deel B) weergegeven. Er is bewust voor gekozen om de Toelichting, Regels en kaart te scheiden en de Regels in artikelvorm te beschrijven. Zo kan op een accurate en heldere manier getoetst worden of functieverandering of nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk is. Uitgangspunt is en blijft dat het buitengebied bedoeld is voor de agrarische functies. Uit de Regels komt ook duidelijk naar voren dat agrarische functies of agrarisch verwante functies meer mogelijkheden krijgen dan andere functies die geen relatie hebben met de agrarische sector en het buitengebied. Ook bij nieuwbouw moet aan veel voorwaarden worden voldaan. Op die manier is getracht te voorkomen dat het buitengebied van de gemeente Overbetuwe volstroomt met nietagrarische functies. Er zijn in deze beleidsregel keuzes gemaakt, die het mogelijk maken om verzoeken gemotiveerd af te wijzen, maar ook gemotiveerd te honoreren.

32

BIJLAGE I Modelovereenkomst ten behoeve van de toepassing van het principe van verevening Voor het toepassen van het principe van verevening dient voor aanvang van de noodzakelijke planologische procedures een overeenkomst gesloten te worden tussen initiatiefnemer en gemeente, waarin afspraken worden gemaakt over de beoogde ontwikkeling incl. de te nemen maatregelen voortvloeiend uit het vereveningsprincipe. In deze bijlage is een modelovereenkomst opgenomen die daarbij als handreiking kan dienen. In deze overeenkomst worden drie opties onderscheiden. Het betreft: - een optie waarbij de initiatiefnemer zelf een investering in de omgevingskwaliteit levert; - een optie waarbij de gemeente de vereveningsbijdrage van de initiatiefnemer investeert in de omgevingskwaliteit; - een optie met betrekking tot de ruimte voor ruimte regeling. Uiteraard staat het elke gemeente vrij om een eigen oordeel te vormen over de inhoud van de afspraken en de vorm waarin deze worden gegoten.

Modelovereenkomst Partijen De gemeente Overbetuwe, gevestigd aan de Dorpsstraat 67 te (6661 EH) Elst, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer/mevrouw ………., [functie], handelend ter uitvoering van het besluit van het [college of bevoegd persoon] van [datum], hierna te noemen 'gemeente', en …………., wonende …………….. te ……………….., geboren op …………….., te ………………, hierna te noemen 'initiatiefnemer', hierna gezamenlijk te noemen 'partijen',

In aanmerking nemende dat -

de uitvoering van het principe van verevening is neergelegd bij de gemeenten in de stadsregio Arnhem Nijmegen;

(in geval van fondsvorming:) de gemeente een beleidskader heeft vastgesteld, waaronder beleidsregels met betrekking tot het investeren in de omgevingskwaliteit in de gemeente; -

de gemeente op basis van de notitie Functieverandering in het buitengebied (en het vastgestelde beleidskader) afspraken kan maken met initiatiefnemer over de …….. (omschrijving van de beoogde ontwikkeling) en de hieraan verbonden noodzakelijke investering in de omgevingskwaliteit;

-

deze overeenkomst is bedoeld om de afspraken schriftelijk vast te leggen;

33

Komen overeen als volgt Artikel 1 Begrippen In dit artikel kunnen begrippen uit de overeenkomst worden opgenomen die een nadere toelichting behoeven. Artikel 2 Doel van de overeenkomst Het doel van deze overeenkomst is uitvoering te geven aan de in de notitie functieverandering in het buitengebied van de Stadsregio Arnhem Nijmegen opgenomen voorwaarde van verevening voor ontwikkelingen in het buitengebied, waarvoor meer planologische ontwikkelingsruimte benodigd is dan in de vigerende bestemmingsregeling is vastgelegd. In deze overeenkomst worden afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente vastgelegd over gewenste planologische ontwikkelingsruimte en de hiervoor noodzakelijke investering in de omgevingskwaliteit. Deze afspraken een het feit dat de initiatiefnemer bereid is om de noodzakelijke investering in de omgevingskwaliteit te verrichten is voor de gemeente c.q de provinciale overheid van belang in het kader van de planologische besluitvorming. Artikel 3 Het initiatief Initiatiefnemer beoogt op de locatie …., kadastraal bekend als ….., (zie kaart in de bijlage bij deze overeenkomst) de volgende ontwikkeling te realiseren: zo concreet mogelijke beschrijving van het voorgenomen initiatief (Toelichting: Kaart- en planmateriaal met betrekking tot het totale initiatief (incl.

de noodzakelijke investering in de omgevingskwaliteit) door initiatiefnemer laten overleggen en dit als bijlage onderdeel laten uitmaken van deze overeenkomst. In dit artikel kan daarna worden verwezen en daarmee wordt het zo concreet mogelijk). Optie 1:

De initiatiefnemer draagt zelf zorg voor de investering in de omgevingskwaliteit

Artikel 4 De investering in de omgevingskwaliteit 1.

Voor het in artikel 3 beschreven initiatief moet, door initiatiefnemer een investering in de omgevingskwaliteit gerealiseerd worden ter hoogte van € … (zegge ……. Euro).

2.

Het in artikel 4 lid 1 genoemde bedrag wordt door de initiatiefnemer als volgt ingezet: (Hieronder zijn voorbeeldbepalingen voor investeringen in de omgevingskwaliteit genoemd. Alleen die bepalingen opnemen die ook daadwerkelijk van toepassing zijn!) a) Investeringen in cultuurhistorische bebouwing ter grootte van €……. (zegge: …………Euro), ten behoeve van de volgende ingrepen: ……….. b) Investeringen in cultuurhistorische elementen, niet zijnde bebouwing, ter grootte van €…… (zegge: ……….Euro), ten behoeve van de volgende elementen: …… c) Investeringen in extra erfbeplanting, niet zijnde de regulier noodzakelijke investeringen voor de landschappelijke inpassing, ter grootte van € ….. (zegge: ……. Euro). d) Investeringen in herstel; en/of nieuwe aanleg van lijnvormige landschapselementen ter grootte van € …… (zegge: …………..Euro) voor … element(en) over ……. strekkende meters. e) Investeringen in niet-lijnvormige ter grootte van € …….(zegge: ….. Euro) voor … element(en) over … vierkante meters. f) Investeringen in aanleg van natuurelementen ter grootte van € …. (zegge: ………Euro), voor … element(en) over …. vierkante (of strekkende) meters. g) Investeringen in toegankelijkheidsvoorzieningen voor het landelijk gebied, niet zijnde reguliere openbare wegen of recreatieve ontsluitingen, ter grootte van € …. (zegge: ……Euro), voor de volgende voorziening(en): …….

h) (Overige) investeringen in de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied bestaande uit ………………… ter grootte van € …. (zegge: ……Euro)

34

3.

Voor de in artikel 4 lid 2 bedoelde investeringen heeft de initiatiefnemer een plan opgesteld dat de goedkeuring heeft van de gemeente. De kosten voor het opstellen van dit plan mogen tot een maximum van € 2.500,- (zegge: tweeënhalfduizend Euro) ten laste worden gebracht van het bedrag als genoemd in artikel 4 lid 1.

4.

Als de planologische besluitvorming leidt tot wijziging van het in artikel 3 beschreven initiatief zal als gevolg hiervan de in artikel 4 lid 1 gevraagde investering in de omgevingskwaliteit, overeenkomstig deze wijzigingen, worden aangepast.

Artikel 5 Verplichtingen initiatiefnemer 1.

Initiatiefnemer moet de in artikel 3 en artikel 4 lid 2 beschreven investering in de omgevingskwaliteit realiseren. Om realisatie van de investering in de omgevingskwaliteit na afronding van de noodzakelijke planologische procedures te kunnen waarborgen verstrekt de initiatiefnemer voor aanvang van de genoemde procedures een vooraf door de gemeente goedgekeurde bankgarantie aan de gemeente voor prompte en volledige betaling ter hoogte van het in artikel 4 lid 1 overeengekomen bedrag.

2.

Initiatiefnemer moet de in het eerste lid bedoelde investering in de omgevingskwaliteit zo veel mogelijk gelijktijdig met het in artikel 3 beschreven initiatief realiseren. De totale investering in de omgevingskwaliteit, zoals beschreven in artikel 4 lid 2, moet uiterlijk … jaar (toelichting: maatwerk, bepaalde investeringen kunnen bijvoorbeeld seizoensgebonden zijn) na de start van de realisering van het in artikel 2 bedoelde initiatief zijn gerealiseerd.

3.

Initiatiefnemer moet met de realisatie van het in artikel 3 beschreven initiatief wachten tot de voor het initiatief noodzakelijke planologische procedures zijn doorlopen en noodzakelijke vergunningen zijn verleend.

4.

Initiatiefnemer moet alles in het werk stellen ten einde snelle en ononderbroken planologische procedures te waarborgen en te bevorderen.

5.

Initiatiefnemer stelt de gemeente in kennis van de realisatie van het initiatief inclusief de daarbij behorende investering in de omgevingskwaliteit binnen de hiervoor in het tweede lid gestelde termijn.

6.

Initiatiefnemer moet de gerealiseerde investering in de omgevingskwaliteit, zoals beschreven in artikel 3 en artikel 4 lid 2, zowel kwantitatief als kwalitatief in stand houden. De instandhoudingsverplichting geldt voor onbepaalde tijd en in ieder geval zolang het nieuwe planologische regiem in materiële zin ongewijzigd blijft.

7.

Bij vervreemding van de onroerende zaak waarop het in artikel 3 beschreven initiatief is gerealiseerd dan wel vestiging van zakelijke of persoonlijke gebruiks- of genotsrechten daarop waardoor door anderen het recht op genot of gebruik wordt verkregen, moet deze overeenkomst (waaronder dit artikel) en eventuele aanvullingen of wijzigingen daarop aan elke opvolger in eigendom, zakelijk of persoonlijk gebruiks- of genotsrecht worden opgelegd en door hem ten behoeve van de gemeente worden aangenomen, en in verband daarmee, in een akte van levering of vestiging van zakelijk of persoonlijk gebruiks- of genotsrecht worden opgenomen. Initiatiefnemer dient gemeente onverwijld van een voorgenomen verkoop in kennis te stellen. Als dit kettingbeding niet aan een rechtsopvolger wordt opgelegd, verbeurt de initiatiefnemer een boete tot een bedrag gelijk aan het bedrag aan de in artikel 3 en artikel 4 lid 2 beschreven investering, welk bedrag elk jaar per 1 januari wordt verhoogd met 2,5 %.

8.

Het bepaalde in lid 7 laat onverlet dat initiatiefnemer verantwoordelijk en aansprakelijk blijft ten aanzien van de realisatie van de in artikel 4 lid 2 bedoelde investering in de omgevingskwaliteit.

9.

Eventuele risico's van voorinvesteringen in planvoorbereiding en uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer

35

Artikel 6 Verplichtingen gemeente De gemeente heeft de verplichting om de planologische maatregelen die nodig zijn voor de realisering van het in artikel 3 beschreven initiatief, inclusief de in artikel 4 lid 2 beschreven investeringen in de omgevingskwaliteit zo spoedig mogelijk in procedure te brengen. De gemeente zal zich ervoor inspannen om de in deze overeenkomst neergelegde planologische maatregelen zo snel mogelijk te realiseren. Een en ander met inachtneming van de wettelijke eisen waaraan de gemeente bij de uitoefening van haar taak is gebonden. Optie 2:

De initiatiefnemer levert een bijdrage aan het (gemeentelijk) vereveningsfonds

Artikel 4 De investering in de omgevingskwaliteit 1.

Voor het in artikel 3 beschreven initiatief moet, op basis van in het omgevingsplan Zeeland en de handreiking verevening genoemde indicaties en aspecten voor maatwerk, een investering in de omgevingskwaliteit gerealiseerd worden ter hoogte van € … (zegge ……. Euro).

2.

Om in deze investering in de omgevingskwaliteit te kunnen voorzien levert initiatiefnemer een bijdrage aan het gemeentelijk vereveningsfonds ter grootte van het in artikel 4 lid 1 genoemde bedrag.

3.

Het in artikel 4 lid 1 genoemde bedrag wordt, overeenkomstig het gemeentelijk beleidskader, door de gemeente als volgt ingezet: (Afhankelijk van het in het gemeentelijke beleidskader geformuleerde doelstellingen!) a) Investeringen in cultuurhistorische bebouwing ter grootte van €……. (zegge: …………Euro), ten behoeve van de volgende ingrepen: ……….. b) Investeringen in cultuurhistorische elementen, niet zijnde bebouwing, ter grootte van €…… (zegge: ……….Euro), ten behoeve van de volgende elementen: …… c) Investeringen in extra erfbeplanting, niet zijnde de regulier noodzakelijke investeringen voor de landschappelijke inpassing, ter grootte van € ….. (zegge: ……. Euro). d) Investeringen in herstel; en/of nieuwe aanleg van lijnvormige landschapselementen ter grootte van € …… (zegge: …………..Euro) voor … element(en) over ……. strekkende meters. e) Investeringen in niet-lijnvormige ter grootte van € …….(zegge: ….. Euro) voor … element(en) over … vierkante meters. f) Investeringen in aanleg van natuurelementen ter grootte van € …. (zegge: ………Euro), voor … element(en) over …. vierkante (of strekkende) meters. g) Investeringen in toegankelijkheidsvoorzieningen voor het landelijk gebied, niet zijnde reguliere openbare wegen of recreatieve ontsluitingen, ter grootte van € …. (zegge: ……Euro), voor de volgende voorziening(en): …….

h) (Overige) investeringen in de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied bestaande uit ………………… ter grootte van € …. (zegge: ……Euro).

4.

Als de planologische besluitvorming leidt tot wijziging van het in artikel 3 beschreven initiatief zal als gevolg hiervan de in artikel 4 lid 1 gevraagde investering in de omgevingskwaliteit, overeenkomstig deze wijzigingen, worden aangepast.

Artikel 5 Verplichtingen initiatiefnemer 1.

Initiatiefnemer levert voor het in artikel 3 beschreven initiatief een bijdrage aan het gemeentelijk vereveningsfonds overeenkomstig het in artikel 4 lid 1 overeengekomen bedrag.

2.

De betaalplicht van de initiatiefnemer gaat niet eerder in dan de dag na het onherroepelijk worden van de planologische regeling voor het in artikel 3 beschreven initiatief.

36

3.

De initiatiefnemer heeft voor het in artikel 4 lid 1 overeengekomen bedrag aan de gemeente een vooraf door de gemeente goedgekeurde bankgarantie verstrekt voor prompte en volledige betaling (Toelichting eventueel uitgesplitst in nader overeen te komen termijnen). De bankgarantie maakt onderdeel uit van deze overeenkomst en is als bijlage bijgevoegd.

4.

Na onherroepelijk worden van de planologische regeling zal de initiatiefnemer het in artikel 4 lid 1 overeengekomen bedrag aan de gemeente voldoen (eventueel in nader overeen te komen termijnen).

Bij betaling in termijnen: De ondernemer zal het bedrag van … Euro aan de gemeente voldoen in gelijke .. jaarlijkse termijnen van .. Euro exclusief rente; De betalingsregeling vangt aan op … (nadat initiatief planologisch onherroepelijk is geworden); De rente is vast en bedraagt ..% over de restschuld van de initiatiefnemer aan de gemeente, gerekend vanaf het moment dat de gemeente het bedrag heeft besteed aan een investering in de omgevingskwaliteit; Betaling van de jaarlijkse termijn inclusief rente geschiedt telkens op de eerste van de maand waarin de betalingsregeling is aangevangen; De initiatiefnemer kan zonder extra kosten tussentijds aflossen tot het totale bedrag van de schuld is afgelost. 5.

Initiatiefnemer moet met de realisatie van het in artikel 3 beschreven initiatief wachten tot de voor het initiatief noodzakelijke planologische procedures zijn doorlopen en noodzakelijke vergunningen zijn verleend.

6.

Initiatiefnemer moet alles in het werk stellen ten einde snelle en ononderbroken planologische procedures te waarborgen en te bevorderen.

7.

Eventuele risico's van voorinvesteringen in planvoorbereiding en uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

8.

Initiatiefnemer verbindt zich jegens de gemeente, die dit voor zich aanvaardt, bij eigendomsoverdracht van de hetgeen in artikel 3 wordt beschreven en bij vestiging van enig zakelijk recht hierop, de ingevolge deze overeenkomst op de initiatiefnemer rustende verplichtingen alsmede dit kettingbeding, aan de nieuwe eigenaar of zakelijk gerechtigde op te leggen. Indien dit kettingbeding niet aan een rechtsopvolger wordt opgelegd, verbeurt de initiatiefnemer een boete tot een bedrag gelijk aan het bedrag aan de in artikel 3 en artikel 4 lid 1 beschreven bijdrage, welk bedrag elk jaar per 1 januari wordt verhoogd met 2,5 %.

Artikel 6 Verplichtingen gemeente 1.

De gemeente heeft de verplichting om de planologische maatregelen die nodig zijn voor de realisering van het in artikel 3 beschreven initiatief zo spoedig mogelijk in procedure te brengen. De gemeente zal zich ervoor inspannen om de in deze overeenkomst neergelegde planologische maatregelen zo snel mogelijk te realiseren. Een en ander met inachtneming van de wettelijke eisen waaraan de gemeente bij de uitoefening van haar taak is gebonden.

2.

De gemeente gebruikt de door initiatiefnemer te betalen financiële bijdrage aan het vereveningsfonds uitsluitend voor investeringen in de omgevingskwaliteit overeenkomstig hiertoe in het gemeentelijk beleidskader opgenomen doelstellingen.

3.

De gemeente streeft er daarbij naar om de financiële bijdrage in te zetten overeenkomstig hetgeen in artikel 4 lid 3 van deze overeenkomst is bepaald.

4.

Als de gemeente aanspraak maakt op de door de initiatiefnemer afgegeven bankgarantie als bedoeld in artikel 5 lid 3 van deze overeenkomst en het geïnde bedrag overstijgt het bedrag van de restschuld (inclusief rente), verplicht de gemeente zich het teveel geïnde aan de initiatiefnemer terug te betalen

37

Optie 3:

Ruimte voor ruimte

Artikel 4 De investering in de omgevingskwaliteit Voor het in artikel 3 beschreven initiatief vormen de kosten voor sanering van de beschreven en op kaart weergegeven (agrarische bedrijfs-) bebouwing (plan- en kaartmateriaal opnemen in de bijlage) ter hoogte van € … (zegge: ……Euro) de noodzakelijk geachte investering in de omgevingskwaliteit om de beoogde ontwikkeling van … bouwkavels te kunnen realiseren. Artikel 5 Verplichtingen initiatiefnemer 1.

Direct na ondertekening van deze overeenkomst start de initiatiefnemer met de werkzaamheden die tot uitvoering van de overeenkomst leiden. Dit betekent dat de initiatiefnemer in overleg met de gemeente het initiatief neemt om de vereiste planologische procedures ter realisering van het bouwkavel als bedoeld in de artikel 3 en 4 te starten.

2.

Tevens spant initiatiefnemer zich in om de voor de uitvoering van deze overeenkomst benodigde vergunningen aan te vragen en verzoeken in te dienen tot intrekking van vigerende milieuvergunningen en/of toegekende maar niet geëffectueerde bouwvergunningen (alleen opnemen indien van toepassing).

3.

Verder heeft initiatiefnemer de verplichting om de in artikel 3 beschreven (agrarische bedrijfs-) bebouwing, inclusief de daarbij behorende erfverharding, putten en funderingen, te saneren dan wel zorg te dragen voor de sanering na afgifte door de gemeente van een daartoe strekkende sloopvergunning.

4.

Eventuele risico's van voorinvesteringen in planvoorbereiding en uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer

Artikel 6 Verplichtingen gemeente 1.

De gemeente heeft de verplichting om de planologische maatregelen die nodig zijn voor de realisering van het in artikel 3 beschreven initiatief zo spoedig mogelijk in procedure te brengen. De gemeente zal zich ervoor inspannen om de in deze overeenkomst neergelegde planologische maatregelen zo snel mogelijk te realiseren. Dit betekent dat de gemeente, behoudens de krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening / Wet ruimtelijke ordening op haar rustende verplichtingen, zich inspant om de vereiste planologische medewerking voor de realiseren van een bouwkavel/ .. bouwkavels als bedoeld in artikel 3 en 4 te verlenen, en het initiatief neemt voor om een planologische procedure op te starten.

2.

Tevens spant de gemeente zich in, behoudens de krachtens vigerende wet- en regelgeving van hogere overheden op haar rustende verplichtingen, om – voor zover zij bevoegd gezag is – de voor de uitvoering van deze overeenkomst benodigde vergunningen te verlenen en verzoeken om intrekken van vigerende milieuvergunningen en/of toegekende maar niet geëffectueerde bouwvergunningen te honoreren (indien van toepassing).

Voor optie 1, 2 en 3 Artikel 7 Publiekrechtelijke positie 1.

38

Het in onderhavige overeenkomst bepaalde laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van de gemeente onverlet. Publiekrechtelijk handelen van de gemeente dan wel het nalaten van publiekrechtelijk handelen, zal derhalve nimmer een tekortkoming van de gemeente bij de onderhavige overeenkomst kunnen vormen, maar moet op zijn bestuursrechtelijke aspecten worden getoetst (door de bestuursrechter).

2.

Indien en voorzover de initiatiefnemer – bij nader inzien – van mening is dat hem in deze overeenkomst rechtens onjuiste of te zware verplichtingen zijn opgelegd teneinde de planologische medewerking te verkrijgen, dient de initiatiefnemer dit in een planologische procedure en bij de bestuursrechter aan de orde te stellen teneinde te voorkomen dat de planologische besluitvorming zal berusten op een onjuiste grondslag.

Artikel 8 Inwerkingtreding Deze overeenkomst treedt na ondertekening in werking en geldt voor onbepaalde tijd, dat wil zeggen zolang als naleving van afspraken uit deze overeenkomst in alle redelijkheid en billijkheid kan worden geëist. Artikel 9 Wijziging Wijziging of aanvulling kan alleen door middel van een voorstel. Het voorstel wordt tussen partijen besproken en maakt, indien en vanaf het moment dat alle partijen dit voorstel hebben ondertekend, deel uit van deze overeenkomst. Artikel 10 Toepasselijk recht en geschillenregeling 1.

Op de onderhavige overeenkomst is Nederlands Recht van toepassing

2.

Partijen verbinden zich om in goed onderling overleg al dan niet met behulp van externe adviseurs een oplossing te vinden voor eventuele geschillen die zouden kunnen voortvloeien uit deze overeenkomst. Geschillen die aldus niet kunnen worden opgelost zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Arnhem.

Artikel 11 Bijlagen Aan deze overeenkomst zijn de volgende bijlagen gehecht: - Kaart- en planmateriaal (vermelden van al het bijgevoegde materiaal) - Bankgarantie (indien van toepassing) Deze bijlagen maken onderdeel uit van deze overeenkomst.

Aldus overeengekomen en getekend in tweevoud d.d. Gemeente Overbetuwe,

Initiatiefnemer,

Naam functionaris functie

Naam

39

BIJLAGE II

AANVRAAGFORMULIER FUNCTIEVERANDERING van (agrarische) gebouwen in het buitengebied van Overbetuwe A. GEGEVENS AANVRAGER Naam : ……………...……………………………………………………………………………………………… Adres : ……………...……………………………………………………………………………………………… Postcode en plaats : ……………...……………………………………………………………………………… Telefoon overdag : ……………...……………………………………………………………………………….. B. GEGEVENS AANVRAAG

□

□

□

Wat wordt de nieuwe functie? wonen werken wonen en werken Omschrijving functieverandering (aantal woningen, te slopen oppervlakte, soort en oppervlakte werkfunctie): ........................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................ Tekeningen Om uw aanvraag goed en snel te kunnen beoordelen, moeten de tekeningen aan onderstaande voorwaarden voldoen: • • • • • •

de gebouwen moeten op een kadastrale ondergrond op schaal worden ingetekend (minimaal 1:1000) een tekening met de bestaande bebouwing en daarvan de oppervlakte en de functies een tekening met de nieuwe bebouwing en daarvan de oppervlakte en de functies alle gevels van de oude en nieuwe situatie inclusief maatvoering optioneel kunnen ter ondersteuning van de tekeningen foto’s worden bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan (een plan kan worden opgesteld met hulp van medewerkers van de afdeling Openbare Ruimte. Het plantmateriaal kan gesubsidieerd worden).

Cultuurhistorie Staat het perceel op de monumentenlijst Staat het perceel in de MIP*-lijst Wordt karakteristieke bebouwing gesloopt?

□ ja □ ja □ ja

□ nee □ nee □ nee

Indien karakteristieke bebouwing wordt gesloopt, dan dient u de bouwkundige rapportage bij te voegen.

* MIP = Monumenten Inventarisatie Project , raadpleegbaar op www.Overbetuwe.nl, onder ‘Wonen en Leven’

40

Bestaande en nieuwe bebouwing Hieronder dient u alle oppervlaktes en functies te vermelden van de gebouwen op uw perceel. Ook van de gebouwen waarvan niets wordt verbouwd. Voorbeeld: Nr*

Bestaand

Nieuwe functie

Opp.

1

boerderij….

woning…..

110….m

2

450.....m

2

schuur….

bijgebouw….

50..….m

2

3

varkensschuur…

……………………

4

kapschuur….

……………………

5

……………………

woongebouw….

6

……………………

bijgebouw….

Totaal

Inh.**

Behouden

Te slopen

Nieuw

3

110….m

2

……..m

2

……..m

2

……....m

3

50 …..m

2

……..m

2

……..m

2

600….m

2

……....m

3

……...m

2

600....m

2

……..m

2

200….m

2

……....m

3

……...m

2

200….m

2

……..m

2

250… m

2

1000...m

3

……...m

2

……..m

2

250…m

2

100… m

2

……....m

3

……...m

2

……..m

2

100…m

2

2

1450... m

2

800…m

1310..m

3

160…m

2

350..m

2

* De nummering dient overeen te komen met de op tekening vermelde nummering ** Hoeft alleen voor woningen te worden ingevuld

Nr*

Bestaand

Nieuwe functie

Opp.

1

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……..m

2

……..m

2

2

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……..m

2

……..m

2

3

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……..m

2

4

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……..m

2

5

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……..m

2

……...m

2

6

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……..m

2

……...m

2

7

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

8

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

9

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

10

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

11

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

12

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

13

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

14

……………………

……………………

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

……...m

2

……....m

3

……...m

2

……...m

2

……...m

2

Totaal

Inh.**

Behouden

Te slopen

Nieuw

41

Inritten Bestaande aantal (vergunde) inritten : ........................................................................................ Gewenste aantal inritten : ........................................................................................................... Indien meer inritten gewenst zijn, svp toelichten : ...................................................................... ..................................................................................................................................................... Werken (invullen indien van toepassing) Soort bedrijvigheid : .................................................................................................................... ............................................................................................................................................................ Aantal verkeersbewegingen per dag : ............................................................................... (gebaseerd op verwachte aantal klanten per dag)

Heeft buitenopslag plaats Is sprake van detailhandel Is sprake van recreatie of horeca

□ ja □ nee □ ja □ nee □ ja (svp hieronder toelichten) □ nee

Toelichting: ............................................................................................................................................................. C. ONDERTEKENING Checklist bijlagen

□ □ □ □ □ □

Tekening bestaande situatie Tekening nieuwe situatie Tekening gevels Foto’s bestaande bebouwing (optioneel) Bouwkundige rapportage (optioneel) Landschappelijk inpassingsplan (na overleg met gemeente)

Plaats : ……………………… Datum : ……………………...

Handtekening: ……………………..........

U kunt dit formulier sturen aan: Gemeente Overbetuwe, Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 11, 6660 AA ELST

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=82534c2b-157a-4c95-b9ac-c9af8b9ccbe1