CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-07-11.02 Beantwoording technische vragen BOB, evaluatie beleidsregel functieverandering

Voorronde Zaal 1 11 juli 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Ronde tafelgesprek met college Evaluatie beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied 20081.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen behorende bij de evaluatie beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied 2008 Datum indienen: 29 juni 2023 Datum politieke avond:11 juli 2023 Agendapunt: 2 cluster ruimte Onderwerp: Evaluatie beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied 2008 Toelichting: Kunt u met smart geformuleerde antwoorden geven op de onderstaande vragen met betrekking tot:

A. Doelstelling: Deze beleidsregel biedt een toetsingskader voor functieverandering in het buitengebied. Daarnaast wordt beschreven waar nieuwe agrarische bedrijven zich kunnen vestigen. In de beleidsregel wordt aangegeven waar, welke functie mogelijk/mogelijk onder voorwaarden of onmogelijk is. Nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijven (geen functieverandering) is in het gehele buitengebied onmogelijk. Na actualisatie biedt de beleidsregel weer een actueel en compleet kader. De beleidsregel moet rationeel en legitiem zijn. Daarbij moet beleid ‘doelgericht, ‘doeltreffend’ (effectief) en ‘doelmatig’ (efficiënt) zijn. Door een integrale benadering biedt deze beleidsregel een helder toetsingskader. Door Regels en Toelichting te scheiden zijn verzoeken eenvoudig te toetsen en weten initiatiefnemers vooraf waar ze aan toe zijn.

B. Algemene voorwaarden: b. Het uitgangspunt is een reductie van de bebouwing met tenminste 50%. Eventueel kan gezocht worden naar een andere vorm van verevening. Vormen van verevening worden beschreven in de Toelichting van deze beleidsregel;

De volgende uitgangspunten worden gesteld: - Het is mogelijk om bij sloop van minimaal 750 m2 bedrijfsbebouwing ‘’één vrijstaande woning te realiseren in plaats van een woongebouw. - Indien 1500 m2 of meer aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, dan kunnen ter plaatse twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd.

Vragen: 1.Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van de door u geëvalueerde projecten er voldaan is aan de doelstelling? 2. Kunt u aangeven in hoeveel gevallen van de door u geëvalueerde projecten er voldaan is aan een reductie van de bebouwing met tenminste 50%? 3. In hoeveel gevallen is er sprake van fuctieverandering anders dan wonen? 4. is er naast de rood voor roodoptie ook gebruik gemaakt van de rood voor groen of blauwoptie? Zo ja, in hoeveel gevallen? 5. Indien er sprake is geweest van verevening, in hoeveel gevallen heeft dit geleid tot financiele verevening? Zo ja, hoe zijn deze middelen ingezet? 6. Hoeveel procent van de geëvalueerde projecten passen binnen de in de uitgangspunten aangegeven

Indiener/fractie: Antwoord(en) ambtelijke organisatie:

1. Voor de beantwoording van deze vraag gaan wij uit van de doelstelling zoals geformuleerd in de beleidsregel en uitgewerkt in de evaluatie van deze zelfde beleidsregel: Het doel van de regeling is om tegemoet te komen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen, maar door functieverandering van bestaande gebouwen te faciliteren. In de beleidsregel wordt aangegeven waar, welke functie mogelijk is, onder voorwaarden mogelijk is, of onmogelijk is. Het toepassen van de regeling levert ook een ruimtelijke kwaliteitswinst in het buitengebied op. Dit kan bestaan uit sloop van bebouwing, maar ook verkleining van agrarische bouwvlakken en/of landschappelijke inpassing. De regeling en de daarbij gestelde voorwaarden uit het beleid moeten bijdragen aan deze doelstellingen. Dat betekent niet, dat wanneer een plan niet volledig voldoet aan de voorwaarden, doordat er bijvoorbeeld een grotere inhoudsmaat per woning is toegestaan, dit plan in zijn volledigheid niet bijdraagt aan de doelstelling. Om deze reden is het lastiger hier een kwantitatief antwoord op te geven. Over het algemeen is te stellen dat bij de toepassing van de beleidsregel voor

2.

3.

4.

5.

6.

functieverandering, waarbij het uitgangspunt sloop is, of op een andere wijze verevend is, of gebruik gemaakt is van het deel van de beleidsregel gericht op nieuwvestiging, dit een bijdrage heeft geleverd aan de doelstelling en de gedachte achter de beleidsregel. Dit ongeacht of er voldaan is aan alle gestelde criteria en voorwaarden. Voor de beantwoording van deze vraag is sec gekeken of het aan dit uitgangspunt voldoet. Hierbij is buiten beschouwing gelaten dat er ook op andere wijze verevend kan worden wanneer er niet aan deze specifieke regeling voldaan wordt en is ook buiten beschouwing gelaten of deze specifieke plannen al dan wel of niet voldoen aan de overige voorwaarden. Zoals ook beschreven in de evaluatie zijn er 47 plannen waarbij er gebruik is gemaakt van de beleidsregel. In 45 gevallen is dit uitgangspunt van toepassing (wanneer er sprake is van enkel nieuwvestiging niet) In 12 van de bestemmingsplannen wordt er niet voldaan aan de minimale reductie van 50% . In 33 gevallen dus wel. In vijf gevallen wordt er in de bestemmingsplannen benoemd dat functieverandering is toegepast waarbij er niet omgevormd wordt naar een woonfunctie, maar naar een werkfunctie zoals gedefinieerd in de beleidsregel.

Hierbij wordt de vraag geïnterpreteerd als in welke mate de regeling ingezet is om vrijkomende bebouwing qua bestemming om te zetten zodat dit volledig ten behoeve komt van ofwel groen-/natuur- en/of watervoorzieningen. Hoewel er ter verevening in verschillende plannen wel bijdragen zijn geleverd aan natuur, is er geen plan waarbij in het kader van de beleidsregel volledig ingezet is op een functieverandering naar groen en/of blauw. Er wordt in 2 plannen financieel verevend. In één van de plannen wordt dit ingezet ten behoeve van de aanleg van een natuurvriendelijke oever in de gemeente. Vanuit het dossier van het andere plan is aangegeven dat dit ten goede komt aan het landschapspark de Danenberg. De uitgangspunten die zijn opgenomen bij deze vraagstelling zijn erg beknopt in vergelijking met de mogelijkheden die er in de beleidsregel zijn opgenomen. Daarom willen wij graag verwijzen naar de tabel in bijlage 1 bij de evaluatie en de toelichting hierop in bijlage 2. In deze tabel en de toelichting is aangegeven hoe de specifieke plannen zich verhouden tot verschillende uitgangspunten uit de beleidsregel. In de toelichting is specifiek aangegeven waarom en hoe er tot een bepaalde conclusie gekomen. Indien er niet aan bepaalde uitgangspunten voldaan wordt, is dat ook aangegeven.

Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren.

Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •

•

•

Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.

Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.

Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden.

Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling. In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=cb674929-ab6c-4829-8532-65a390782d7c