CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-06-27 A21 TIC; Evaluatie Gemeentelijk Rioleringsplan 2018 - 2022, bijlage Evaluatie GRP Overbetuwe 2018 - 2022.pdf

Voorronde Zaal 1 11 juli 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Ronde tafelgesprek met college Proces om te komen tot een nieuw Water- en Riolerings Programma (WRP)8.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van rioleringszorg naar zorgen over de riolering Evaluatie GRP Overbetuwe 2018 – 2022; stand van zaken per Q1 2023

Verantwoording Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Van Rioleringszorg naar zorgen over de riolering Evaluatie GRP Overbetuwe 2018 – 2022 51015904 Gemeente Overbetuwe NL23-648800269-50828 Definitief

Datum:

17-05-2023

Auteur: E-mailadres:

Lusanne Smink / Boudewijn van Dijken tjeerd.dijkstra@sweco.nl

Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:

Tjeerd Dijkstra

Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:

Tjeerd Dijkstra

Document referentie:

NL23-648800269-50828

Titel:

2/29

Samenvatting De looptijd van het huidige GRP van gemeente Overbetuwe is verstreken. Om het nieuwe beleid aan te laten sluiten bij wat de Omgevingswet van de gemeente vraagt, wordt een Water- en rioleringsprogramma (Wrp) opgesteld. Input voor het nieuwe beleid is de evaluatie van de uitvoering van het GRP in de afgelopen jaren. Het beheer van de aanwezige voorzieningen voor de omgang met de verschillende waterstromen heeft in de afgelopen jaren een achterstand opgelopen, waardoor de kwaliteit van voorzieningen achteruit gaat. Dit komt door: 1. tekort aan personeel: o te weinig mensen aan het werk voor de gemeentelijke watertaken; 2. (te) grote hoeveelheid aan projecten: o veel nieuwe werken, waardoor focus ligt op realisatie in plaats van beheer. 3. bewuste keuzes: o invloed van participatie in doorlooptijd van werken; 4. (oppervlakte)water is onvoldoende in beeld: o onvoldoende zicht op areaal oppervlaktewater. Voor alle waterstromen in de gemeente geldt dat projecten op de postzegel van het plan worden benaderd. Daarom vindt onvoldoende en vaak te laat inbedding in de omgeving plaats. Door bovengenoemde oorzaken zijn de afgelopen jaren forse achterstanden opgetreden op het gebied van inspecteren en reinigen van de riolen.

Het onderhoud dat nodig blijkt uit een recente inhaalslag én het feit dat veel riolen tegelijk ouder worden waardoor ze vervangen moeten worden, heeft in de toekomst gevolgen voor het werk dat verzet moet worden. Om te voorkomen dat uitsluitend van incident naar incident wordt gesprongen, is betere afstemming met ruimtelijke plannen nodig. Hierdoor wordt de situatie in de postzegel en daarbuiten vooraf in beeld gebracht; dit biedt mogelijkheden om duurzame en toekomstbestendige systemen aan te leggen. Om voor het afkoppelen van hemelwater beter met de lokale omstandigheden en aanwezige risico’s rekening te houden, is het wenselijk dat de gemeente beleid op het gebied van hemelwater opstelt. Hierdoor kan bijvoorbeeld waterberging afgedwongen worden. Ook moet worden nagedacht over de plekken van wateroverlast. Waar vinden we dit wel of niet acceptabel en hoe kunnen we het water de gewenste richting op sturen? Klimaatverandering leidt mogelijk tot een toename in grondwaterproblematiek. Door grondwaterstanden te (blijven) meten, kunnen structurele problemen in beeld gebracht worden. De samenwerking en afstemming tussen de verschillende afdelingen van de gemeente moeten beter om een klimaatbestendige en toekomstige inrichting van de boven- en ondergrond mogelijk te maken.

Daarnaast zijn afspraken, mogelijk in een samenwerkingsakkoord, over het afvalwaterproces met de gemeente, het waterschap en ODRA gewenst. Uit een financiële analyse blijkt dat veel kosten niet zijn gemaakt. Dit heeft voornamelijk te maken met het gebrek aan personeel; hierdoor is het simpelweg onhaalbaar alle werkzaamheden uit te voeren. De hoogte en de ontwikkeling van de rioolheffing blijven een punt van aandacht. Los van de huidige achterstanden, gaat er een vervangingspiek komen om oude riolen te vervangen. Riolen die tijdens de grote golven van woningbouw in de geschiedenis zijn gelegd, verouderen massaal (en tegelijk) waardoor vervanging ook geclusterd nodig gaat zijn. Dit betekent dat er nieuwe investeringen aan komen, die door hogere kapitaallasten zullen leiden tot hogere rioolheffingen én druk op de personele bezetting.

Sweco | Van rioleringszorg naar zorgen over de riolering Projectnummer: 51004671 Datum: 17-05-2023

Versie: Definitief

Document referentie: c:\users\nldokr\desktop\nl post archive\nl23-648800269-50828.docm

3/29

Inhoudsopgave

1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Ontwikkelingen Omgevingswet ............................................................................................................... 5 1.1.1 Visie ...................................................................................................................................................... 5 1.1.2 Programma ........................................................................................................................................... 6 1.1.3 Plan ...................................................................................................................................................... 6 1.1.4 GRP wordt Wrp .................................................................................................................................... 6 1.2 Evaluatie en verlenging ........................................................................................................................... 7 2

Algemene bevindingen; van rioleringszorg naar zorgen over de riolering ..............................................9

3 3.1 3.2 3.3

Stedelijk afvalwater................................................................................................................................11 Wat staat in het GRP 2018 – 2022? ...................................................................................................... 11 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................12 Conclusie ...............................................................................................................................................14

4 4.1 4.2 4.3

Hemelwater ...........................................................................................................................................15 Wat staat in het GRP 2018-2022? ........................................................................................................ 15 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................15 Conclusie ...............................................................................................................................................16

5 5.1 5.2 5.3

Grondwater ............................................................................................................................................17 Wat staat in het GRP 2018-2022? ........................................................................................................ 17 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................17 Conclusie ...............................................................................................................................................17

6 6.1 6.2 6.3

Effectief beheer .....................................................................................................................................18 Wat staat in het GRP 2018-2022? ........................................................................................................ 18 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................18 Conclusie ...............................................................................................................................................19

7 7.1 7.2 7.3

Personeel ..............................................................................................................................................20 Wat staat in het GRP 2018-2022? ........................................................................................................ 20 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................21 Conclusie ...............................................................................................................................................21

8 8.1 8.2 8.3

Kosten ...................................................................................................................................................22 Wat staat in het GRP 2018-2022? ........................................................................................................ 22 Wat is gedaan? ......................................................................................................................................24 Conclusie ...............................................................................................................................................27

9

Conclusie en vervolg .............................................................................................................................28

Sweco | Van rioleringszorg naar zorgen over de riolering Projectnummer: 51004671 Datum: 17-05-2023

Versie: Definitief

Document referentie: c:\users\nldokr\desktop\nl post archive\nl23-648800269-50828.docm

4/29

1

Inleiding

Het huidige GRP van gemeente Overbetuwe loopt van 2018 tot en met 2022. Voorgesteld wordt om het GRP met 2 jaar te verlengen, waardoor in 2023 en 2024 een nieuw GRP dan wel Water- en Rioleringsprogramma kan worden open vastgesteld dat invulling geeft aan de wettelijke zorgtaken én de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, integrale ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Dit betekent dat het tijd is om met een vervolg aan de slag te gaan. Het jaar 2022 was geen geschikt jaar om een nieuw GRP op te stellen; verwacht werd dat de Omgevingswet in werking zou treden en ook waren in 2022 de gemeenteraadsverkiezingen. Daarom is gekozen is om het opstellen van nieuw beleid uit te stellen; het water- en riool én het klimaatdossier is te veelomvattend om in een verkiezingsjaar integraal beleid op te stellen dat aansluit op de verplichtingen uit de Omgevingswet en de verwachtingen van een nieuwe gemeenteraad. Anno Q1 2023 is het voorstel door de Eerste Kamer goedgekeurd dat per 1 januari 204 de Omgevingswet in werking treedt. Daarom stellen we in 2023 de eerste opzet van een nieuw Water- en rioleringsprogramma (Wrp) op en gebruiken we de eerste helft van 2024 om onze klimaat- en duurzaamheidsambities verder vorm te geven.

1.1

Ontwikkelingen Omgevingswet

De Omgevingswet treedt begin 2024 in werking. Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, is het voor gemeenten niet meer verplicht een GRP, zoals we deze in huidige vorm kennen, op te stellen. De verschillende onderdelen van het huidige GRP worden, na het in werking treden van de Omgevingswet, in 3 kerninstrumenten verwerkt zijnde de omgevingsvisie (reeds aanwezig binnen gemeente Overbetuwe), verplichte en optionele programma’s en het omgevingsplan (zie Figuur 1).

Figuur 1

1.1.1

Van GRP naar Omgevingswet

Visie

In de omgevingsvisie legt de gemeente de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het gehele grondgebied vast. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De zorgplichten en doelen uit het (nu nog verplichte) GRP worden in deze omgevingsvisie verwerkt.

5/29

De actualisatie van de omgevingsvisie stond voor de tweede helft van 2022 op de planning. De resultaten hiervan moeten worden meegenomen, zodat, in de geest van de nieuwe Omgevingswet, ‘losse’ sectorale visies voorkomen kunnen worden.

1.1.2

Programma

Het programma is een flexibel instrument dat de overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het programma is evenals de omgevingsvisie een beleidsdocument. In programma’s worden maatregelen geformuleerd die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De maatregelen, middelen en kostendekking uit het GRP worden in het programma verwerkt.

1.1.3

Plan

Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente binnen haar grondgebied stelt. Elke gemeente heeft één omgevingsplan. Deze vervangt het voormalige bestemmingsplan. Het omgevingsplan van de gemeente bevat (samen met de waterschapsverordening van het waterschap) regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. De verordeningen uit het voormalig GRP worden in het omgevingsplan uitgewerkt.

Figuur 2

1.1.4

Overzicht Omgevingsvisie, Programma en Omgevingsplan

GRP wordt Wrp

De uitdaging is om toe te werken naar een ontvlechting van het huidige GRP, waarbij de hoofdlijnen van de invulling van de zorgplichten en beleidsdoelen een plek krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisie, de maatregelen worden opgenomen in een (riool- of water-)programma en bindende regels over bijvoorbeeld het lozen in de riolering een plek krijgen in het omgevingsplan. Het integreren in de 3 kerninstrumenten zorgt voor een stevige inbedding in het gemeentelijk beleid en -regelgeving voor de fysieke leefomgeving.

6/29

Het huidige GRP liep af in 2022 en wordt verlengd voor zolang er nog geen nieuw plan is. Het opstellen van een Water- en RioleringsProgramma is in het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet nodig om:   

aan te sluiten bij de systematiek van de Omgevingswet: omgevingsvisie – omgevingsplan – programma, om daarmee de integraliteit te waarborgen; beleid en ambities naar maatregelen te concretiseren; inzicht te krijgen in de maatregelen met bijbehorende financiële middelen om daarmee het rioleringstarief vast te kunnen stellen.

Met het opstellen van een Wrp (water- en rioleringsprogramma,) kan de verbinding worden gelegd met het strategische beleid van de gemeente. Daarbij kan een doorvertaling worden gemaakt naar wat de gemeente wil doen met onderwerpen, zoals klimaat, wateroverlast, biodiversiteit en duurzaamheid. Beleidsmatig kan worden ingestoken op het volledige spectrum van klimaatadaptatie; hitte, wateroverlast en droogte en duurzaamheid in bredere zin, met raakvlakken aan gemeentelijke water- en rioleringstaken. Momenteel zijn de ambities vastgelegd in strategisch beleid (zoals de omgevingsvisie, IKP-OR en de routekaart duurzaamheid), maar deze zijn niet geconcretiseerd naar tactisch en operationeel niveau. Op programma-niveau zullen deze strategische doelen dus nog verder moeten worden uitgewerkt. Hiervoor is een brede beleidsinterpretatie nodig; intern met alle betrokkenen (beleidsadviseurs) en met het college en de raad. Voorwaarde voor het hebben van de tijd die het opstellen vraagt, is dat het huidige GRP wordt verlengd.

1.2

Evaluatie en verlenging

Naast de veranderingen door het in werking treden van de Omgevingswet, zijn in 2022 de gemeenteraadsverkiezingen geweest. Dit betekent dat het opstellen van een visie en de uitwerking van het programma met twee verschillende raden en colleges doorlopen zouden worden. Gezien de complexiteit van het onderwerp, is dit niet wenselijk. Om voldoende tijd te reserveren voor het opstellen van een compleet en integraal water- en rioleringsprogramma, is daarom besloten het huidige GRP door te laten lopen met een periode van 2 jaar. Voorwaarde voor een verlenging is dat de gemeenteraad hiermee instemt. Om nieuw beleid te formuleren, is het verstandig eerst terug te blikken op de afgelopen beleidsperiode; wat is er gedaan, wat niet en wat leren we ervan. De evaluatie is het voorliggende stuk. Voor het opstellen van deze evaluatie, is ten eerste vanuit de gemeente een intern Plan Van Aanpak opgesteld1. Vervolgens hebben verschillende interviews met direct betrokkenen plaatsgevonden en is beschikbare data geraadpleegd. Hiervoor hebben verschillende sessies met direct betrokkenen en medewerkers van Sweco die het proces ondersteund hebben, plaatsgevonden. De evaluatie vormt geen stand-still stuk, maar borduurt voort op de instandhouding en uitvoering van het huidige beleid.

De evaluatie vormt vervolgens de benodigde input voor het opstellen van het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) dat na de verlenging van 2 jaar in werking zal treden.

1

WR programma plan van aanpak.docx

7/29

Ook Waterschap Rivierenland heeft middels een notitie teruggeblikt op de afgelopen periode. De evaluatie is opgebouwd uit 6 hoofdstukken, zoals opgenomen in het GRP: stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater, effectief beheer, personeel en kosten. Gestart wordt met een hoofdstuk over enkele algemene bevindingen. Vervolgens blikken we per hoofdstuk terug op de gestelde doelen en al dan niet uitgevoerde maatregelen uit het GRP 2018-2022. Wat staat over dit onderwerp in het huidige GRP en welke doelen zijn gesteld? Vervolgens wordt per onderwerp onderzocht in hoeverre de maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Per hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie, hoe kijken we terug en hoe gaan we verder? In hoofdstuk 9 wordt afgesloten met een conclusie en enkele aanbevelingen voor het vervolg.

8/29

2

Algemene bevindingen; van rioleringszorg naar zorgen over de riolering

Wanneer in algemene zin naar het GRP wordt gekeken, vallen een aantal punten op. Ten eerste valt op dat verschillende doelen niet worden behaald. Dit heeft voornamelijk te maken met: 1. 2. 3. 4.

tekort aan personeel; (te) grote hoeveelheid aan projecten; bewuste keuzes; (oppervlakte) water is onvoldoende in beeld.

Ten eerste is gebleken dat werkzaamheden, uitgevoerd door de buitendienst, qua kosten op de watertaken terecht zijn gekomen, terwijl de uitgevoerde taken zeer breed ten dienste van de openbare ruimte zijn. Gedurende een deel van de looptijd van het GRP is een onderbezetting bij de beheerafdeling opgetreden. (zie ook hoofdstuk 7). Het aantal fte dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van de verschillende werkzaamheden, zoals in het GRP beschreven, wordt deels niet ingevuld. Bij de start van het GRP werd duidelijk dat Gemeentebreed het aantal fte’s op orde was, maar dat deze personen, zoals de buitendienst, werken aan taken voor andere disciplines (integraal in de openbare ruimte) waardoor de beschikbare fte’s niet altijd werden ingezet voor de specifieke gemeentelijke watertaken (beheer). Ten tweede is de hoeveelheid projecten, ofwel nieuwe werken, (te) groot, waardoor het op dit moment niet mogelijk is alle gestelde doelen met betrekking tot het doelmatig in stand houden van het aanwezige areaal riolen, gemalen en regenwatervoorzieningen te behalen. Dit heeft te maken met het feit dat de rioolbeheerder gevraagd wordt inhoudelijk te adviseren bij projecten, terwijl advisering op papier niet tot de taken van de rioolbeheerder hoort.

In het geval dat de advisering wordt uitbesteed aan een marktpartij, ligt ook de regie bij de rioolbeheerder waardoor alsnog een onevenredig aandeel van de tijd in taken rondom de advisering zit. Ten derde is de doorlooptijd van projecten fors toegenomen. Werken en leveringen van materialen zorgen de laatste jaren voor langere doorlooptijden. Ook speelt participatie een steeds grotere rol in de doorlooptijd van de voorbereiding en uitvoering van werken. Tot slot is een deel van het areaal van het (oppervlakte) water onvoldoende in beeld. Waar bevindt en hoe gedraagt het (oppervlakte-)water zich? Naast het feit dat verschillende doelen niet (tijdig) worden behaald, valt op dat het aan een integrale benadering in de ruimte én in de tijd ontbreekt. Projecten, risico’s en kansen worden lokaal, op de postzegel van het plan, benaderd. De samenhang met, en gevolgen voor de omgeving buiten het plangebied worden niet meegenomen. In sommige gevallen verplaatst een probleem zich hierdoor van het ene naar het andere gebied. Bovendien wordt vooral gekeken naar de huidige opgaven; zolang er vandaag geen problemen zijn, wordt beperkt naar morgen gekeken.

9/29

Algemeen kan gesteld worden dat het huidige GRP in grote mate gericht is op riolering, en niet op water in meer algemene zin, terwijl water en riolering, bewoond gebied en inmiddels ook klimaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Momenteel wordt de huidige kwaliteit van alle voorzieningen voor de uitvoer van de gemeentelijke watertaken niet op peil gehouden, maar gaat deze achteruit. Niet alle werkzaamheden liggen op schema en er is, buiten het oplossen van incidenten, te weinig ruimte voor andere aspecten. In deze evaluatie komt de focus te liggen op het inhalen van achterstanden, doorgaan en de instandhouding van het huidige beleid en het voldoen aan de hedendaagse standaarden. Anno Q1 2023 is één van de weggevallen fte’s die worden besteed aan rioolbeheer, weer ingevuld. Hiermee wordt het tekort iets verkleind. Echter, blijven de conclusies voor de gehele looptijd van het GRP overeind.

10/29

3

Stedelijk afvalwater

3.1

Wat staat in het GRP 2018 – 2022?

In Tabel 1 staan de verschillende acties op het gebied van stedelijk afvalwate,r zoals in het GRP beschreven. In Tabel 2 zijn de verschillende onderzoeken weergegeven; op de kosten en gerealiseerde uitgaven komen we terug in hoofdstuk 8. Tabel 1

Omschrijving acties stedelijk afvalwater ( = afgerond, ~ = mee bezig/op de planning, - = niet uitgevoerd)

Omschrijving

Gedaan

Bij kleinschalige inbreidingen wordt gekeken of er mogelijkheden zijn voor de aanleg van een gescheiden stelsel. Als die ontbreken, wordt aangesloten op de bestaande riolering.

Bij grootschalige uitbreidingen wordt gescheiden riolering aangelegd volgens de laatste stand der techniek.

Het aansluitpercentage van bijna 100% en het niveau van milieutechnisch functioneren worden vastgehouden.

~

Er worden 1.000 nieuwbouwwoningen gerealiseerd in de periode 2015-2020.

Jaarlijks wordt gemiddeld 30 km vrijvervalriolen geïnspecteerd en vooraf gereinigd.

-

Voorafgaand aan de inspectie, wordt het riool gereinigd. Na de inspectie worden de resultaten beoordeeld. Ook worden vrijvervalriolen geïnspecteerd bij de voorbereiding van renovatieprojecten, calamiteiten en oplevering van aangelegde riolering. De hoofdriolering wordt structureel gereinigd, waarbij riolen die sneller vervuild raken, vaker worden gereinigd. Kolken en lijngoten worden eenmaal per jaar gereinigd (50% v.d. kosten op riolering). De gemalen van de vrijvervalstelsels en de bergbezinkvoorzieningen worden eenmaal per jaar geïnspecteerd en tweemaal per jaar gereinigd. Drukrioolpompen worden jaarlijks geïnspecteerd en onderhouden.

-

Mutaties en revisiegegevens worden ingevoerd.

Voor actuele gegevens worden liggingsgegevens van ondergrondse leidingsystemen periodieke bijgewerkt en met het kadaster uitgewisseld.

~

Actualisatie GRP/afvalwaterplan

-

Het BRP wordt geactualiseerd voor de kernen:

~

  

Driel; Heteren; Elst – in Elst wordt ook onderzoek naar rioolvreemd water in het stelsel uitgevoerd;  Slijk-Ewijk;  Andelst-Herveld. Ten aanzien van de vervanging van de vrijvervalriolen wordt risicogestuurd rioolbeheer geïntroduceerd.

Bij het vervangen van rioleringsonderdelen, wordt verschil gemaakt tussen belangrijke riolen (A+) en minder belangrijke riolen (B). Voor beide categorieën is een apart kwaliteitsniveau gedefinieerd op basis waarvan de strategische vervangingsplanning is opgesteld.

-

De werkzaamheden aan boven- en ondergrondse infrastructuur worden op elkaar afgestemd, zodat vervangingswerkzaamheden zoveel mogelijk met elkaar geïntegreerd worden.

11/29

De vervanging van rioolgemalen en pompunits wordt ten opzichte van standaard afschrijvingstermijnen verlengd met een periode van 10 jaar.

Voor pompunits van mechanische riolering wordt de huidige levensduur aangehouden, maar de strategie voor vervanging wordt wel aangepast; er wordt uitgegaan van een gemiddeld jaarbudget voor vervanging.

-

Verbeteringen -

Tabel 2

3.2

Reconstructie van de Bloemenbuurt in Heteren (€ 620.000, vanaf 2018 verdeeld over 3 jaren). Vervanging van een zestal riolen in de Hoofdstraat en aanpassing van overstort tot noodoverlaat aan de Bakkerstraat in Zetten (€ 300.000,00 vanaf 2018, verspreid over 3 jaren). Reconstructie van de Marijkestraat en de Wouterplasstraat in Zetten (€ 175.000,00). Uitwerken maatregelen voor vermindering emissie op het oppervlaktewater in Randwijk (€ 200.000,00, verspreid over de jaren 2019 tot en met 2022). Werkzaamheden Mozartstraat in Elst (€ 350.000,00, verspreid over de jaren 2019 en 2020).

~

 ~

Overzicht onderzoeken en kosten per jaar (in euro's)

Wat is gedaan?

Bij kleinschalige inbreidingen wordt per situatie gekeken of er mogelijkheden zijn voor een gescheiden stelsel. In sommige gevallen waar gescheiden riolering wordt aangelegd, wordt de riolering op een gemengd stelsel aangesloten. In dat geval zijn de voorbereidingen vast gedaan, mocht de riolering in de toekomst worden vervangen door een gescheiden stelsel. Bij grootschalige uitbreidingen wordt standaard gescheiden riolering aangelegd volgens de laatste stand der techniek. Gedurende de planperiode zijn jaarlijks zo’n 175 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Momenteel is er echter geen duidelijke werkwijze en ontbreekt het aan heldere afstemming bij ruimtelijke plannen. De focus ligt op de snelheid van bouwen, en dus het verlenen van een vergunning.

12/29

Vaak komt een project pas, ter advisering, bij de rioolbeheerder terecht op het moment dat de vergunning al is verleend. Hierdoor is niet op voorhand duidelijk wat verwacht kan worden, en wordt van incident naar incident gesprongen. Hierdoor worden postzegels ontwikkeld; op het randje kloppend binnen de plangrenzen, zonder dat aansluiting kan worden gevonden binnen de grotere systemen en zonder gebruik te maken van kansen om deze systemen duurzaam en toekomst-bestendig te maken. Momenteel lopen het reinigen en inspecteren van riolen fors achter. De afgelopen 3 jaar is er niet geïnspecteerd door een tekort in personele bezetting. Hierdoor ontbrak het bovendien aan resultaten die beoordeeld konden worden, en zijn geen plannen gemaakt voor het nemen van maatregelen en preventief onderhoud. In samenwerking met gemeente Lingewaard is inmiddels een bestek voor het inhalen van de achterstand in concept gereed gemaakt. Hierdoor zal de onderbesteding in 2022 worden ingelopen. Dit betekent dat 3x de voorziene jaarlijkse lengte geïnspecteerd en gereinigd zal worden. Bij het reinigen, wordt momenteel niet gelet op de mate waarop riolen vervuild raken. In principe worden riolen cyclisch gereinigd, mits hier voldoende personele capaciteit voor is. Ook het relinen dat meer de overhand gaat nemen om de technische levensduur van riolen te herstellen, is tot nu toe niet gedaan.

Analyse van de gemalen vindt momenteel wel plaats. Dit wordt door een externe partij gedaan. Binnen de gemeente is het beheer van data op orde. De gegevens en het gegevensbeheer worden bijgehouden en zijn actueel. Wanneer revisies binnenkomen, worden deze bijgewerkt. De ervaring leert dat het aansluiten van stedelijk afvalwater bij verbouwingen nog wel eens mis gaat, doordat men bijvoorbeeld voor de dichtstbijzijnde buis kiest. Dit kan betekenen dat stedelijk afvalwater op de hemelwaterafvoer wordt aangesloten. Ook zijn een aantal woningen verkeerd aangesloten, waar tot dusver geen actie op ondernomen is. Het GRP is niet geactualiseerd; hiertoe is deze evaluatie opgesteld, om met de laatste inzichten het GRP met 2 jaar te verlengen. Er zijn geen BRP’s tot afronding gekomen, wel wordt het BRP voor Elst momenteel afgerond. De berekeningen van Driel zijn actueel. De overige kernen volgen, vooral in overleg met het waterschap, in volgorde van impact van de meest recente ontwikkelingen die invloed hebben op het functioneren van de stelsels. Doordat er geen BRP’s tot afronding zijn gekomen en er wel veel bouwontwikkelingen zijn geweest, werkt het waterschap met verouderde gegevens. Voorbeeld van dit achterhaalde inzicht is aan het licht gekomen bij de nieuwbouw van de zuivering in Dodewaard.

Het waterschap heeft de zuivering verbouwd, maar bij afronding van de bouw is gebleken dat de nieuwe capaciteit is gebaseerd op achterhaalde gegevens, waardoor al bij oplevering de zuivering te klein bleek voor de aangesloten hoeveelheden afvalwater. Risicogestuurd rioolbeheer is geïmplementeerd. Riolen worden niet zomaar vervangen op basis van technische levensduur, maar op basis van conditie en het risico van vooral het bovengronds ruimtegebruik. Hiervoor zijn hogere ingrijpmaatstaven vastgesteld voor risicovolle riolen, en lagere ingrijpmaatstaven voor riolen in minder risicovolle gebieden. De criteria die hiervoor gehanteerd worden, staan in het huidige GRP. Het risicogestuurd rioolbeheer heeft geleid tot lagere kosten. Uit inspecties en beoordelingen zal moeten blijken of hierdoor ook anders met vervangingen om kan worden gegaan. Momenteel wordt geen onderscheid gemaakt tussen (A+)- en (B)-riolen.

13/29

De werkzaamheden aan boven en ondergrondse infrastructuur worden op elkaar afgestemd. Vervangingswerkzaamheden worden op deze manier zoveel mogelijk geïntegreerd. De vervanging van rioolgemalen en pompunits is ten opzichte van standaard afschrijvingstermijnen met een periode van 10 jaar verlengd. Voor het vervangen van pompunits voor mechanische riolering is niet uitgegaan van een gemiddeld jaarbudget. Tot slot zijn op verschillende plekken reconstructies uitgevoerd. Bloemenbuurt fase I is momenteel in voorbereiding. De riolen in de Hoofdstraat zijn vervangen en aanpassingen aan de overstort aan de Bakkerstraat zijn gemaakt. Reconstructies van de Marijke- en de Wouterplasstraat zijn uitgevoerd. Maatregelen voor vermindering van emissie op het oppervlaktewater in Randwijk zijn niet uitgewerkt. Dit is een complex probleem. De werkzaamheden in de Mozartstraat staan op de planning.

3.3

Conclusie

Op het gebied van stedelijk water heeft de focus gelegen op vooral het zoveel als mogelijk was het in stand houden van de voorzieningen. Echter zijn de afgelopen jaren forse achterstanden op het gebied van inspecteren en reinigen opgelopen. Dit vraagt een grote inhaalslag die deels in 2022 van start is gegaan om een nog grotere achterstand en onacceptabele risico’s te voorkomen. Naast de huidige achterstanden, wordt een vervangingspiek van oude riolen verwacht; riolen zijn in grote piekperiodes aangelegd en die worden tegelijk ouder. Dit heeft in de toekomst gevolgen voor het werk dat verzet moet worden. Om te voorkomen dat uitsluitend van incident naar incident wordt gesprongen, is betere afstemming met ruimtelijke plannen nodig. Hierdoor wordt de situatie in de postzegel en daarbuiten vooraf in beeld gebracht; dit biedt mogelijkheden om duurzame en toekomstbestendige systemen aan te leggen. Om de mate van foutaansluitingen beter in beeld te krijgen en mogelijk actie te ondernemen, is onderzoek naar foutaansluitingen gewenst.

14/29

4

Hemelwater

4.1

Wat staat in het GRP 2018-2022?

In Tabel 3 staan de verschillende acties op het gebied van hemelwater zoals in het GRP beschreven. Tabel 3

Omschrijving acties hemelwater ( = afgerond, ~ = mee bezig/op de planning, - = niet uitgevoerd)

Omschrijving

Gedaan

Aanleggen extra hemelwaterafvoerleidingen bij het afkoppelen van verhard oppervlak bij reguliere vervanging (€ 200.000 in het jaar 2022).

~

Doorgaan met het afkoppelen van hemelwater waar dit noodzakelijk is en waar zich kansen voordoen.

Via communicatie worden perceeleigenaren gestimuleerd hun tuinen te ontharden.

-

Bij het keuzeproces van potentiële afkoppelprojecten wordt het waterschap betrokken.

Voorafgaand aan afkoppelen, worden risico’s ingeschat en worden rioolinspecties uitgevoerd.

~

Nieuwe rioolstelsels voldoen aan bui09. Bij nieuwe rioleringsplannen wordt gekeken naar de resultaten van oppervlakkige afstromingsberekeningen die uitgevoerd worden met bui10.

~

4.2

Wat is gedaan?

Er is vooral aandacht geweest voor het afkoppelen van hemelwater. Het principe daarbij is af te koppelen waar mogelijk. Een basisvisie vanuit de gemeente ontbreekt echter; er wordt alleen gekeken naar (verouderde) eisen van het waterschap vanuit de Watertoets. De Watertoets is in ruimtelijke plannen dwingend, maar aanvullend daarop heeft de gemeente geen (tactisch) beleid om bijvoorbeeld waterberging of de wijze van waterverwerking af te dwingen. De eisen uit de Watertoets komen uit 2015 en zijn, gezien de klimaatverandering, inmiddels verouderd. Daarnaast wordt met de Watertoets meer hoog over naar een situatie gekeken, waardoor minder zicht is op lokale aspecten. Als er vanuit de gemeente meer beleid is, kan dit anders worden ingevuld. Zo kan op postzegelniveau worden afgekoppeld, maar is dit niet altijd wenselijk wanneer breder naar een gebied wordt gekeken. Momenteel wordt niet ingezet op communicatie richting perceeleigenaren om hen te stimuleren tuinen te ontharden. Net als op het gebied van stedelijk water, blijkt ook op het gebied van hemelwater de focus te liggen op de snelheid van bouwen, en dus het verlenen van een vergunning. Kansen en risico’s worden niet vooraf in beeld gebracht en bij het verlenen van een vergunning wordt niet gekeken naar de stappen die gaan volgen. In sommige gevallen brengt dit achteraf hoge kosten en kwetsbaarheden met zich mee.

Daarnaast worden plannen uitsluitend lokaal benaderd. Op deze schaal bevinden zich vaak geen problemen, en ook naar de gevolgen die een plan op de rest van de omgeving heeft, wordt niet gekeken. Daarnaast wordt niet gekeken naar de plekken waar nu wateroverlast voorkomt en hoe dat mogelijk verergert door ontwikkelingen. Hier kan meer op gestuurd worden; hoe problematisch is wateroverlast op een bepaalde plek en hoe kan het water gestuurd worden naar een plek waar wateroverlast tot minder schade leidt?

15/29

4.3

Conclusie

De gemeente is bezig met het afkoppelen van hemelwater. Om daarbij beter met de lokale omstandigheden en aanwezige risico’s rekening te houden, is het wenselijk dat de gemeente beleid op het gebied van hemelwater opstelt. Hierdoor kan bijvoorbeeld waterberging afgedwongen worden. Tot slot is het wenselijk dat wordt nagedacht over de plekken van wateroverlast. Waar vinden we dit wel of niet acceptabel en hoe kunnen we het water de gewenste richting op sturen?

16/29

5

Grondwater

5.1

Wat staat in het GRP 2018-2022?

In Tabel 4 staan de verschillende acties op het gebied van grondwater, zoals in het GRP beschreven. Tabel 4

Omschrijving acties grondwater ( = afgerond, ~ = mee bezig/op de planning, - = niet uitgevoerd)

Omschrijving

Gedaan

De gemeente heeft inzicht in de grondwaterdynamiek.

~

Bestaande overlast wordt weggenomen.

~

Informatie over grondwater wordt gedeeld en vragen van bewoners en bedrijven over grondwater(overlast) worden via het gemeentelijk grondwaterloket beantwoord.

-

Grondwater wordt door de gemeente in ontvangst genomen, indien het een structureel probleem betreft en dit de meest doelmatige oplossing is.

5.2

Wat is gedaan?

Binnen de gemeente speelt grondwateronderlast momenteel een beperkte rol. Zo zijn meldingen van bijvoorbeeld verzakkingen door te lage grondwaterstanden niet bekend. Wel heeft de gemeente enkele meldingen van grondwateroverlast ontvangen. Deze gaan echter altijd gepaard met momenten van hoge rivierstanden; bouwkundige maatregelen zijn dan in de eerste plaats nodig. De grondwaterstanden worden op verschillende plekken binnen de gemeente gemeten. Door de lage mate van overlast wordt hiermee echter weinig gedaan. Bovendien is een deel van de meetpunten niet geactiveerd, waardoor het grondwatermeetnet niet optimaal benut wordt.

5.3

Conclusie

Op het gebied van grondwater zijn geen problemen bekend. Door grondwaterstanden te (blijven) meten, kunnen structurele problemen in beeld gebracht worden. In het nieuw op te stellen beleid dient hiervoor aandacht te zijn en is het wenselijk kritisch naar het huidige grondwatermeetnet te kijken. Klimaatverandering leidt mogelijk tot een toename in grondwaterproblematiek.

17/29

6

Effectief beheer

6.1

Wat staat in het GRP 2018-2022?

In Tabel 5 staan de verschillende acties op het gebied van effectief beheer, zoals in het GRP beschreven. Tabel 5

Omschrijving acties effectief beheer ( = afgerond, ~ = mee bezig/op de planning, - = niet uitgevoerd)

Omschrijving

Gedaan

De samenwerking binnen Rijn-6 verband wordt voortgezet

-

De gemeente informeert het waterschap over wijzigingen in de riolering die invloed hebben op oppervlaktewater of de RWZI (veelal via de basisrioleringsplannen die periodiek worden geactualiseerd).

Vanuit de gemeente wordt inhoudelijke input aan ODRA gegeven over de werkwijze bij incidenten.

-

De afhandeling van de klachten en meldingen wordt gedaan door gemeentepersoneel

Bij rioolwerkzaamheden die overlast voor de burger kunnen veroorzaken, wordt de betrokkenen vooral geïnformeerd door middel van een huis-aan-huisbrief voor direct aanwonenden en een persbericht in de lokale bladen

Inwoners en bedrijven worden op gezette tijden geïnformeerd over de werking van de riolering en actuele rioleringszaken, zoals afkoppelen en klimaatadaptatie

-

6.2

Wat is gedaan?

De samenwerking binnen Rijn-6 verband bestaat niet meer. Wel heeft de gemeente momenteel een prettige samenwerking met Waterschap Rivierenland. Zo is het meten aan overstorten een project dat nu gezamenlijk met Waterschap Rivierenland wordt opgepakt. De gemeente heeft momenteel geen andere grote samenwerkingen. Binnen de gemeente zelf wordt samenwerking als lastig ervaren. Op de beheerafdeling weten de disciplines elkaar goed te vinden, maar afstemming met realisatie en andere afdelingen verloopt stroef. Water en riolering en – de technische eisen van – h t waterschap komen in ontwikkelingen vaak laat in het planproces aan bod. Het is bij zowel de gemeente als het waterschap en ODRA onbekend wat de vergunningen en de werkelijke lozingen van vooral afvalwater van bedrijven zijn. Hierdoor is het onduidelijk wat momenteel exact op de zuivering komt en wat het gevolg hiervan is op het functioneren van de hele keten. Om dit helder in beeld te krijgen, is onderzoek naar zowel het debiet als de kwaliteit noodzakelijk. Daarnaast kunnen afspraken rondom het afvalwaterproces worden vastgelegd in een samenwerkingsakkoord met de gemeente, het waterschap en ODRA. Het ontbreekt momenteel aan een calamiteiten- of incidentenplan. Iedereen handelt naar eigen inzicht en een protocol over hoe te handelen bij calamiteiten of incidenten is niet aanwezig.

18/29

Het is verplicht klachten en meldingen af te handelen, en dit wordt ook gedaan. Vanuit de gemeente wordt verder niet actief met bewoners gecommuniceerd op het gebied van klimaat of de werking van het riool. Wel houdt, binnen de gemeente, een trainee zich bezig met de loketten en communicatie. Momenteel vindt communicatie met bewoners plaats wanneer projecten in de buurt gepland zijn. Bewoners worden bijvoorbeeld ingelicht op het moment dat een rioolinspectie plaats gaat vinden. Veelal verloopt de communicatie middels huisaan-huis brieven. Het valt op dat de communicatie vooral over herinrichting gaat, en niet zozeer over riolering. Bewoners worden niet (preventief) geïnformeerd over thema’s, zals rioleringszaken of klimaatadaptatie. Zo vindt communicatie na wateroverlast bijvoorbeeld niet structureel plaats en worden geen campagnes gehouden over bijvoorbeeld klimaatadaptatie, het onttegelen van tuinen of hoe om te gaan met vet.

6.3

Conclusie

De samenwerking en afstemming tussen de verschillende afdelingen van de gemeente moet beter om een klimaatbestendige en toekomstige inrichting van boven- en ondergrond mogelijk te maken. Daarnaast zijn afspraken, mogelijk in een samenwerkingsakkoord, over het afvalwaterproces met de gemeente, het waterschap en ODRA gewenst.

19/29

7

Personeel

7.1

Wat staat in het GRP 2018-2022?

Rekening houdend met de mate van uitbesteding, is op basis van de vijf deeltaken uit de Leidraad Riolering (module D2000, inmiddels Kennisbank Stedelijk Water) voor de dagelijkse rioleringszorg 9,7 fte nodig (zie Tabel 6). Tabel 6

Benodigde formatie

De gemeente heeft daarnaast bij het opstellen van het GRP een eigen analyse gemaakt van de benodigde formatie. Aan de hand van de geraamde investeringen, de begroting van 2018 en de werkelijk gewerkte uren per team komt hier een formatie van 9,5 fte uit (zie Tabel 7). Tabel 7

Benodigde formatie

20/29

7.2

Wat is gedaan?

De gemeente heeft al geruime tijd te maken met een tekort aan personeel op de uitvoering van water- en rioleringszorg. In plaats van de hierboven beschreven 9,5 fte die nodig is voor de in het GRP beschreven taken, is bij benadering: 4,2 fte ingezet op de gemeentewerf,1 fte via het ingenieursbureau werkzaam aan civieltechnische projecten en 1 fte ingevuld als beleidsmedewerker die zich in de breedte bezighoudt met algemeen beleid openbare ruimte. Van de resterende 3 fte is slechts 1 fte ingevuld voor beheer en onderhoud. Daarbij moeten 2 punten opgemerkt worden:  

aan deze 1 fte beheer en onderhoud zijn aanvullende taken op bijvoorbeeld het gebied van advisering toegevoegd; het benodigde aantal fte was gebaseerd op het toen aanwezige areaal, en niet op de uitbreidingen van het areaal dat de afgelopen 4 jaar plaats heeft gevonden. \

Kortom, niet alle benodigde fte’s zijn daadwerkelijk ingevuld én niet alle ingevulde fte’s houden zich alleen maar bezig met taken op het gebied van riolering, terwijl taken daarentegen juist zijn toegenomen. Door dit gebrek aan personeel treden achterstanden op en lukt het onvoldoende om een goede kwaliteit van de riolen en voorzieningen in stand te houden. Door het tekort aan personeel worden bijvoorbeeld geen inspecties gedaan met als gevolg dat er ook geen verbetermaatregelen worden uitgevoerd. Getalsmatig lijkt de formatie op orde, in werkelijkheid wordt een deel van de beschikbare tijd gebruikt voor nieuwe werken en uitbreidingsplannen. Het is wenselijk dat er in de toekomst meer zicht komt op de daadwerkelijk aan riolering bestede uren, zodat duidelijk wordt waar de uitvoering van taken knelt / gaat knellen. Gezien de huidige druk op het dagelijks beheerwerk, is het noodzakelijk dat tijdens de verlenging van het GRP de huidige personele capaciteit met minimaal 1 fte op riolering wordt uitgebreid. Door werkzaamheden op het gebied van advisering in ruimtelijke plannen wordt anders de achterstand nog groter.

7.3

Conclusie

Om te voorkomen dat achterstanden zich de komende jaren verder uitbreiden, is het noodzakelijk de huidige personele capaciteit met minimaal 1 fte uit te breiden (tekort te beperken). Deze fte is nodig om in zowel beheer als advisering te ondersteunen. Hiervoor is een duurzaam inzetbaar persoon nodig met verstand van beheren en zicht op het vakgebied. Dit om te voorkomen dat er veel tijd verloren gaat in overdrachten en opleiden. Daarbij moet opgemerkt worden dat ook met uitbreiding van 1 fte de personele capaciteit onvoldoende is. Uitvoering geven aan de volledige taken, zoals in het GRP beschreven, plus nieuw te vormen beleid en taken op het gebied van advisering benadrukken de huidige onderbezetting. Anno Q1 2023 is één fte terug ingevuld en daarmee het structurele tekort in de uitvoering van beheertaken verkleind. Echter, de bezetting en uitvoering van taken vragen aandacht bij de actualisatie van het beleid en uit te voeren taken.

21/29

8

Kosten

8.1

Wat staat in het GRP 2018-2022?

In Tabel 8 staan de verschillende kosten, zoals in het GRP begroot. Tabel 8

Omschrijving kosten

Onderzoeksuitgaven bedragen in EURO

Tabel 4

prijspeil 2013 Uitgaven excl. BTW

BTW

STRUCTUREEL, Jaarlijks Actueel houden rioolbeeheerpakket/Cloud

22.500

4.725

Leidinginspectie (30 km/jaar) inclusief stortkosten slib

90.000

18.900

Beoordeling rioolinspecties

15.000

3.150

Opstellen operationele jaarprogramma's

(20% van 30 km = 6000 m * 2,50)

12.500

2.625

Diverse kleine adviesaanvragen en onderzoeken

20.000

4.200

Afhandeling WION/Klicmeldingen

2.500

525 -

162.500

34.125

Uitgaven

INCIDENTEEL Actualisatie alle BRP's (iedere 10 jaar)

excl. BTW

BTW

2018

BRP Driel

15.000

3.150

2019

BRP Heteren

17.500

3.675

2020

BRP Elst

30.000

6.300

2021

BRP Slijk-Ewijk

12.500

2.625

2022

BRP Andelst-Herveld

17.500

3.675

2024

BRP Valburg

15.000

3.150

2025

BRP Oosterhout

15.000

3.150

2026

BRP Zetten-Hemmen

17.500

3.675

2027

BRP Randwijk-Indoornik

15.000

3.150

20.000

4.200

Actualisatie vGRP/afvalwaterplan (iedere 5 jaar) 2022

Opstellen eventueel gezamenlijk vGRP/afvalwaterplan

-

22/29

Exploitatieuitgaven bedragen in EURO

prijspeil 2018

Kostenplaats

Kostensoort

Uitgaven

27220000

Omschrijving

Toelichting

excl. BTW

BTW

Rioolbeheer algemeen Geraamde uren Uurtarief 4622600

Doorbel. Ontwikkeling

4622610

Doorbel. Projectrealisatie

1.400

100,01

140.014

4622620

Doorbel. Beleidsrealisatie

1.120

97,66

109.379

4622630

Doorbel. Buitenruimte en Vastgoed

3.080

91,14

280.711

4622650

Doorbel. Openbare Werken

6.600

53,56

353.496

4622690

Doorbel. Publiekszaken

1.540

87,69

135.043

27220015 27220015

nvt

Calamiteitenbudget onderhoud riolering 4343000

27220010

kosten tbv calamiteiten

50.000

Rioolbeheer financ. ruimte en doorbelast 4000000

Geraamde investeringen 2018: - vrijverval

in tabel Vrijvervalriolen

pm

- gemalen bouwkundig en mech/el

in tabel Gemalen

pm

- persleiding

in tabel Persleidingen

pm

- mechanische riolering bouwkundig en mech/el

in tabel Mechanische Riolering

pm

- verbetermaatregelen

in tabel Verbetermaatregelen

pm

De hieruit voortvloeiende kap.lasten

verwerkt in rioolrechtberekening

pm

4610000

Afschrijvingen

verwerkt in rioolrechtberekening

pm

4611000

Rente

verwerkt in rioolrechtberekening

pm

4622652

Doorbel. Vervoermiddelen

22.756

4622653

Doorbel. Mechanische hulpmiddelen

13.225

4622650

Aandeel kosten straatreiniging (50% van budget)

116.000

5730001/5740101

Doorbelasting waterbeheer

139.430

27220011

Rioolbeheer TPZ 4343000

27220012

Perceptiekosten/ kosten ivm rioolheffing

7.000

1.470

3.000

630

500

105

37.500

7.875

1.408.054

10.080

Rioolbeheer TBV Actueel houden rioolbeheerpakket

in tabel Onderzoek

pm

Beoordeling rioolinspecties

in tabel Onderzoek

pm

Opstellen operationele jaarprogramma's

in tabel Onderzoek

pm

Diverse studies

in tabel Onderzoek

pm

Jaarlijks WION

in tabel Onderzoek

pm

Ondersteuning databeheer en info uitwisseling

in tabel Onderzoek

pm

Deelname KLIC / Rioned Recognities NS * 27220020

Inspectie rioolstelsel 4343000

Leidinginspectie (30 km / jaar)

in tabel Onderzoek

pm

Reiniging

Subtotaal

23/29

Exploitatieuitgaven

vervolg Tabel 5

bedragen in EURO

prijspeil 2018

Kostenplaats

Kostensoort

27220021

Omschrijving

Uitgaven excl. BTW BTW

Toelichting

Onderhoud rioolstelsel en nieuwe aansluitingen 4343000

27220030

Reparaties en vernieuwen huisaansluitingen

20.000

4.200

24.150 164 17.640

Onderhoud rioolgemalen/ pompgebouwen/ bergbezinkbassins 4311000

Energiekosten: gas/elektriciteit

115.000

4341600 4343000

Zuiveringsheffing Uitbesteed onderhoud

781 84.000

Reparatie/vervanging/revisie pompen 4343210 4343883

Waterverbruik Telefoonkosten Vrijgesteld

4622505

Doorbel. Verzekering

8340000

Bijdrage Waterschap aan IBA's

27220040

pm 648 31.000

136 6.510

-

-

4.100-

Kolken en vuilafvoer 4343375 4333240 4343000

8.2

in tabel Gemalen

Uitbesteed onderhoud (bestek) Vervanging betonkolken Onderhoud kolken Verwijderen rioolslib

1.038 16.016 38.000 13.000

218 3.363 7.980 2.730

Subtotaal Transport blad 1

315.383 1.408.054

67.091 10.080

Eindtotaal

1.723.437

77.171

Wat is gedaan?

De werkelijke lasten zijn lager dan de geraamde exploitatiekosten (zie Tabel 9). Het verschil in loonkosten van € 145.000 vloeit voort uit de geraamde loonkosten van een projectleider die uiteindelijk bij het team Projectrealisatie werkzaam is geweest. In overeenstemming met het BBV (begrotingsvoorschriften) worden de loonkosten voor het realiseren van investeringen, waaronder de loonkosten voor deze projectleider, ook tot die investering gerekend. Dit verklaart dat de loonkosten € 145.000 lager uitvielen. Daarnaast blijkt de begrote formatie niet overeen te komen met de werkelijkheid (zie ook hoofdstuk 7: Personeel). Ook de kapitaallasten zijn in werkelijkheid lager dan begroot. Deze lagere kapitaallasten worden verklaard door het niet of vertraagd realiseren van investeringen en het feit dat de werkelijke rente lager is dan de geraamde rente (in de jaarrekening 2020 is gerekend met een rente van 1,5% in plaats van de 2% die begroot was, en in de jaarrekening 2021 is gerekend met een rente van 1,25% in plaats van de 1,5% die begroot was).

24/29

Tabel 9

Vergelijking geraamde exploitatiekosten met werkelijke lasten

SAMENVATTING exploitatieoverzicht riolering 2018 t/m 2021 (x € 1.000)

Totaal begroot 2018 t/m 2021

Totaal realisatie 2018 t/m 2021

Totaal saldo 2018 t/m 2021

Loonkosten

2.148

2.003

145

Kapitaallasten

4.510

3.644

866

111

116

-6

-5.441

-2.376

-3.065

Kosten eigen dienst Onttrekking uit voorziening Exploitatie-/materiele lasten

2.570

2.128

442

Rioolheffing

-8.090

-8.130

40

Totaal

-4.193

-2.615

-1.578

Door de vaststelling van het GRP was voor de planperiode een investeringsvoornemen van bijna € 6,5 miljoen vastgesteld (zie Tabel 10). Hiervan is momenteel zo’n 70% beschikbaar gesteld. Niet alle projecten zijn al in de fase van uitvoering. De daadwerkelijke bestedingen (feb 2022) bedragen 47% van hetgeen in het GRP zijn voorgenomen. Daarbij past de kanttekening dat de cijfers zijn beïnvloed door de extra opname van kosten voor het project Heteren centrum (ruim € 1,4 miljoen) voor riolering. Dit is niet in het GRP opgenomen, maar is door een raadsbesluit wel daaraan toegevoegd. Zonder het (extra) project Heteren centrum is van de beoogde € 6,5 miljoen aan investeringen tot en met januari 2022 slechts 18,2% daadwerkelijk uitgegeven. Naast het verschil in kosten voor het project Heteren centrum is een verschil in de kosten voor vrijverval te zien. Dit heeft te maken met het gebrek aan personele capaciteit voor onder andere inspectie en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. Tot slot is een verschil te zien in kosten voor mechanische riolering. Dit wordt verklaard, doordat in werkelijkheid minder vervangingen nodig waren dan in het GRP opgenomen, zoals uit de inventarisatie en de beoordeling is gebleken.

De resultante is dat de voorziene groei en afname van de voorziening er compleet anders uit is gaan zien; minder kosten betekent een andere toevoeging aan de voorziening die vervolgens via een verlaging van de rioolheffing bij de burger terug komt. Tabel 10

Samenvatting investeringen GRP 2018-2021

Omschrijving Vrijverval

Begroot in GRP

Beschikbaar gesteld

Beschikbaar in %

Besteed t/m 10-02-2022

Besteed in %

1.149.544

356.000

31,0%

280.350

24,4%

Gemalen bouwkundig

192.272

0

0,0%

0

0,0%

Gemalen mech./elektrisch

396.818

390.000

98,3%

388.600

97,9%

Persleiding

45.000

0

0,0%

0

0,0%

Mech. riolering bouwkundig

830.453

206.045

24,8%

201.349

24,2%

Mech. riolering mech./elektrisch Verbetermaatregelen (inclusief Heteren centrum)

1.256.907

97.000

7,7%

47.698

3,8%

1.425.769

2.690.453

188,7%

1.566.260

109,9%

Totaal

5.296.764

3.739.498

70,6%

2.484.257

46,9%

Beschikbaar 2022

1.173.868

Totaal opgenomen in GRP

6.470.632

25/29

Ook in exploitatie en materiele lasten is een verschil te zien tussen de bedragen, zoals in het GRP begroot, en de werkelijke lasten. Zoals Tabel 11 laat zien, zijn de in het GRP jaarlijkse begrote kosten € 627.913. Dit komt voor de periode 2018 tot en met 2021 op een bedrag uit van € 2.511.652. De werkelijke cijfers voor de periode 2018 tot en met 2021 geven een onderbesteding aan van € 442.000 (=17,2%). De niet gemaakte kosten voor het inspecteren en reinigen van het rioolstelsel is hiervan belangrijke oorzaak. Van het totale budget dat hiervoor begroot was, is namelijk bijna 80% onbenut. Een deel van de doorbelastingen van onder andere voertuigen en overhead zijn kosten die, ongeacht uitvoering van taken, altijd ten laste van het product riolering komen. Een deel van deze kosten dat in het GRP is begroot, is in het ‘onbenutte budget’ niet meegenomen. Tabel 11

Exploitatie- en materiele lasten (GRP en begroot)

Kostenplaats

Bedrag

Toelichting

Calamiteitenbudget onderhoud riolen

50.000

Inspectie rioolstelsel Kolken en vuilafvoer Onderhoud rioolgemalen en pompgebouwen

142.500 Inspectie, beoordeling, reiniging Onderhoud en vervanging (beton)kolken en verwijderen 68.054 rioolslib Onderhoud en reparatie pompen, hosting Aquaweb, IBA's, 257.359 telefoon

Onderhoud rioolstelsel en aansluitingen

20.000

Rioolbeheer (deels)

20.000 Adviesaanvragen

Rioolbeheer , kosten invordering

7.000 Kosten invordering

Rioolbeheer TBV

63.000 Opstellen programma's/GRP/BRP, rioolpakket

Totaal expl. /materiele lasten 2018:

627.913

Gezien de hoogte van de voorziening tijdens vaststelling van het GRP, waren de berekeningen voor de rioolheffing gebaseerd op een jaarlijkse afname van de voorziening van € 1 miljoen. Ter voorkoming van een oplopend saldo van de voorziening riolering is bij de vaststelling van het GRP daarnaast besloten om het voordeel dat in de laatst vastgestelde jaarrekening is opgenomen, te gebruiken voor een eenmalige verlaging van het riooltarief van het volgende begrotingsjaar. Dit betekent dat een voordeel in 2020, wordt geconstateerd in 2021, en verrekend wordt in 2022. Deze systematiek leidt tot een schommeling in het riooltarief. Door de lage investeringen en exploitatielasten als gevolg van ernstig personeelstekort is, zelfs met de beoogde jaarlijkse afname van de voorziening van € 1 miljoen, de rioolheffing gedurende de planperiode niet met € 2,00 gestegen maar met zo’n € 20,00 afgenomen (zie Tabel 12). Tabel 12

Hoogte rioolheffing

Jaar

Tarief GRP

Werkelijk tarief

Opmerking

2018

110,25

110,25

2019

110,80

92,80 Extra verlaging door teruggave exploitatievoordeel 2017

2020

111,26

85,85 Extra verlaging door teruggave exploitatievoordeel 2018

2021

112,47

96,65 Extra verlaging door teruggave exploitatievoordeel 2019

2022

112,88

90,58 Extra verlaging door teruggave exploitatievoordeel 2020

-

26/29

Tot slot is te zien dat de voorziening gedurende de planperiode minder sterk is afgenomen dan in het GRP begroot. Het saldo van de voorziening is per eind december 2021 in werkelijkheid ongeveer € 950.000 hoger dan begroot (zie Tabel 13). Dit heeft te maken met het feit dat de teruggave van het saldo, doordat niet alle investeringen zijn gedaan, pas gerealiseerd wordt in het jaar T+2. Tabel 13

Verloop saldo van de voorziening riolering (x € 1.000)

Jaar

8.3

GRP: Saldo Voorziening 1 jan; begroot

Werkelijk saldo voorziening 1 jan

Verschil

2018

13.426

13.708

282

2019

12.553

13.344

791

2020

11.597

12.366

769

2021

10.573

11.332

759

2022

9.441

10.391

950

Conclusie

Uit een financiële analyse blijkt dat veel kosten niet zijn gemaakt. Dit heeft voornamelijk te maken met het gebrek aan personeel; hierdoor is het simpelweg onhaalbaar alle werkzaamheden uit te voeren. Alle cijfers op het gebied van kosten worden dus direct gekleurd door het gebrek aan personele capaciteit. Zoals reeds genoemd bij hoofdstuk 7 ‘Personeel’, is het ook voor de kosten gewenst om zicht te krijgen in de werkelijke formatie. Als de formatie namelijk ook wordt ingezet voor andere taken dan water- en riolering, worden teveel kosten via de rioolheffing doorbelast. De verlenging van het GRP loopt tot en met 2024. Gedurende deze periode zullen investeringen moeten worden gedaan. Zo is een investering nodig voor de inhaalslag van het reinigen en inspecteren van riolen. Het huidige beschikbaar gestelde budget dat nog niet benut is (zo’n € 1,5 miljoen), kan voor de uitvoering van investeringsplannen tot en met 2024 beschikbaar gesteld worden. Gezien de hoogte van dit budget, is de verwachting dat aanvullende investeringsvoorstellen niet nodig zijn. Tot slot is het noodzakelijk kritisch naar de hoogte van de rioolheffing te blijven kijken. Los van de huidige achterstanden gaat er, zoals reeds genoemd, een vervangingspiek komen om oude riolen te vervangen.

Riolen die tijdens de grote golven van woningbouw in de geschiedenis zijn gelegd, verouderen massaal (en tegelijk) waardoor vervanging ook geclusterd nodig gaat zijn. Dit betekent dat er nieuwe investeringen aan komen, die door hogere kapitaallasten zullen leiden tot hogere rioolheffingen. Als de rioolheffing nu blijft dalen doordat geld aan de burger wordt teruggegeven omdat investeringen achterblijven, is de deceptie van een (nog sterker) noodzakelijke stijging des te groter. Doordat een schommelende rioolheffing niet wenselijk is, wordt aangeraden de rioolheffing niet verder te laten afnemen.

27/29

9

Conclusie en vervolg

De conclusies uit deze evaluatie vormen per hoofdstuk de basis voor de aanbevelingen voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. De belangrijkste lijnen uit de evaluatie zijn: 1. 2. 3. 4.

tekort aan personeel; (te) grote hoeveelheid aan projecten; bewuste keuzes; (oppervlakte) water is onvoldoende in beeld.

Een tekort aan personeel speelt de uitvoering van taken direct parten. Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit en dus de bedrijfszekerheid van alle voorzieningen voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken achteruit gaat. Daarnaast leidt het niet uitvoeren van werkzaamheden in exploitatie én in investeringen tot een structureel teveel aan budget, waardoor de voorziening teveel oploopt. De afspraak met de Raad is dat het ‘teveel’ in de voorziening aan de burger wordt teruggegeven. Dit heeft (zeer) korte termijn voordelen; namelijk de rioolheffing zakt. Wanneer echter grotere werken nodig zijn of het aantal storingen toeneemt, zullen meer uitgaven nodig zijn waardoor uiteindelijk de rioolheffing weer onevenredig moet stijgen om kostendekkend te blijven. Verschillende taken zijn blijven liggen, met risico’s voor de toekomst tot gevolg. Een aanpak waarbij minder naar de postzegel wordt gekeken en meer naar de toekomst, is noodzakelijk. Naar aanleiding van voorgaande worden ten aanzien van het beschrijven van het beleid voor de gemeentelijke watertaken de volgende punten geadviseerd:  

   

Het ontbreekt aan een (water- en klimaat- )visie vanuit de gemeente. Beheer heeft houvast aan richtlijnen en normen nodig om (nieuwe) openbare ruimte beheerbaar en klimaatadaptief in te kunnen richten; GRP verlengen met 2 jaar om tactisch beleid voor water- riolering en klimaat op te lijnen met Omgevingswet en gemeenteraadsverkiezingen. Dit is anno 2023 uitgevoerd, waardoor er ruimte ontstaat voor het op te stellen Wrp. Beschikbaar gesteld budget (bij start GRP) tijdens verlenging inzetten om niet nog verder op achterstand te raken, Belangrijkste bottleneck, namelijk het structureel tekort aan personeel, deels goedmaken om de baseline aan taken uit te kunnen voeren waardoor de achterstanden niet nog groter worden, Beleidsmatig breder in te zetten op duurzaamheid in bredere zin (zoals klimaat en circulariteit) en het totale spectrum van klimaatadaptatie: hitte, wateroverlast en droogte, Nieuw op te stellen beleid meer op het functioneren van stelsels en systemen, en minder op postzegel niveau te richten, zodat op een meer integrale manier naar opgaves gekeken wordt en voorkomen kan worden dat problemen zich van a naar b verplaatsen, Nieuw op te stellen beleid op te hangen aan actueel inzicht: o Dit geldt voor de kostendekkingsberekeningen (inclusief uitgangspunten voor rente, inflatie en reëel investeringsniveau).

28/29

o Dit geldt voor de berekeningen van benodigde fte’s, nodig voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken (het areaal groeit, de beheerachterstand vraagt een inhaalslag en de grotere projecten voor verbetering en vervanging van het stelsel vragen meer aandacht dan voorheen). o Dit betekent planmatig en risicogestuurd beheren; en niet beheren volgens een piep-systeem; pas actie ondernemen als het al te laat is. o Dit betekent het uitbreiden van het grondwatermeetnet en de inzichten daaruit volgen. o Dit geldt voor structuren (groen/blauw, maar ook door middel van riolen) om met lange termijn inzichten hemelwaterstelsels aan te leggen en te beheren. o En dit geldt voor het in stand houden, repareren en op tijd vervangen van vuilwater en gemengde riolen.

29/29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=f22484cf-d52a-4a49-9387-e80182f03f06