CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-05-30.18 Relevant stuk 1 Toelichting en regels bestemmingsplan “Elst, Lingestraat 3a”

Gemeenteraadsvergadering 30 mei 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan “Elst, Lingestraat 3a”22.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Elst, Lingestraat 3a

Bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a Gemeente Overbetuwe Status:

Ontwerp

Datum:

Februari 2023

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0378ELSTlingestr3a-ONTD

Elst, Lingestraat 3a

Datum Februari 2023

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

8

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

13 13 14 15

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren

19 19 19 20 22 23 24 25 28 28 28 30 32 33

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

34 34 34

Hoofdstuk 7

36

Financiële toelichting

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

37 37 37 37 37 37

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie Lingestraat 3a te Elst in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe wil de initiatiefnemer de bestaande schuren slopen en een twee-aaneengebouwde woning realiseren. De nieuwe woningen komen ten noorden van de bestaande vrijstaande woning Lingestraat 3a. Het oprichten van een twee-aaneengebouwde woning op deze locatie is niet toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan 'Elst, Lingestraat 3a' maakt het oprichten van een twee-aaneengebouwde woning na sloop van de bestaande schuren onder voorwaarden mogelijk. Het bestemmingsplan geeft een nieuw bouw- en gebruikskader voor deze locatie. Hierbij zijn ook de aangrenzende perceelsdelen, waar de bestaande woning en een weide aanwezig zijn, meegenomen, omdat deze een ruimtelijke eenheid met de twee nieuwe woonkavels vormen en deel uitmaken van hetzelfde kadastrale perceel.

1.2

Ligging en globale begrenzing plangebied

Het plangebied ziet op het perceel Lingestraat 3a te Elst. Deze locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe, ten oosten van de kern Elst en ten westen van de A325, waarvan de op- en afrit naar Elst iets ten zuiden van het plangebied ligt. Het perceel maakt onderdeel uit van een relatief smal agrarisch gebied tussen de kern en de snelweg. Aan de overzijde van de snelweg ligt Park Lingezegen. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven. De directe omgeving van het plangebied, inclusief indicatieve begrenzing van het plangebied, is in figuur 1.2 weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding van dit bestemmingsplan en volgt de kadastrale grens van het perceel.

Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: Bing Maps)

1.3

Huidig bestemmingsplan

In het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Verzamelbestemmingsplan 2018 najaar (3 locaties)''. Dit is op 2 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe. Het perceel heeft in dit bestemmingsplan de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' in het zuidelijke gedeelte en 'Agrarisch' in het noordelijk gedeelte. Er is één bouwvlak opgenomen ter plaatse van de bestaande woning. Twee schuren zijn voorzien van de aanduiding 'bijgebouwen'. Er is maximaal 895 m² aan bijgebouwen toegestaan. Verder heeft het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische verwachting 3'. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied zwart omkaderd, is weergegeven op figuur 1.3.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Verzamelbestemmingsplan 2018 najaar (3 locaties)' met de grens van het plangebied zwart omkaderd weergegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen het plangebied is momenteel één woning toegestaan; dat betreft de bestaande vrijstaande woning Lingestraat 3a. Voorheen had het plangebied een agrarische bedrijfsbestemming. Het realiseren van een twee-aaneengebouwde woning ter plaatse van één van de bestaande schuren van het voormalige agrarische bedrijf, is niet mogelijk volgens de bouwregels van het huidige bestemmingsplan. Ter plaatse zijn namelijk uitsluitend bijgebouwen toegestaan. Het realiseren van een twee-aaneengebouwde woning na sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing past wel binnen het gemeentelijk beleid voor functieveranderingen in het buitengebied. Om deze wijziging mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied ziet op het perceel Lingestraat 3a te Elst. Het perceel is kadastraal bekend: gemeente Elst, sectie N, nummer 761 en heeft een omvang van ongeveer 11.500 m². De locatie Lingestraat 3a betreft een voormalige gemengde bedrijfslocatie. Tot enkele jaren geleden was hier een akkerbouwbedrijf gevestigd. Op het perceel zijn nog twee schuren van de voormalige bedrijfsbebouwing aanwezig (gezamenlijk ca. 895 m² groot). De voormalige bedrijfswoning, daterend uit 1970, is na de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in gebruik gebleven als (burger)woning. Rondom de woning zijn de gronden ingericht en in gebruik als tuin. Aan de randen van het perceel zijn enkele bomenrijen/houtwallen aanwezig, met name aan de zuidkant. Het noordelijk deel van het perceel is onbebouwd en betreft een weide. Figuren 2.1 en 2.2 geven een beeld van de huidige situatie. Hierin zijn een luchtfoto en een impressie van de huidige bebouwing en inrichting opgenomen.

Figuur 2.1: luchtfoto huidige situatie plangebied en omgeving (bron: Google Maps)

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 2.2: impressie huidige situatie met bebouwing in vogelvluchtperspectief (bron: Commandeur Haumann architecten)

Het plangebied ligt circa 250 meter ten oosten van de bebouwde kom van Elst in een kleinschalig agrarisch landschap. Ten oosten van het plangebied ligt de A325. Tussen de snelweg en het plangebied liggen een sloot en de Lingestraat, die parallel aan de snelweg lopen. Ten noorden van het plangebied ligt een fietspad (Stille Heldenpad). Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden (akkers).

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Hoofdstuk 3

T oekomstige situatie

De initiatiefnemer wil de bestaande bijgebouwen (voormalige agrarische schuren) slopen. Het gebruik hiervan is niet meer nodig. Na sloop van de beide schuren is het voornemen om een twee-aaneengebouwde woning grofweg ter plaatse van de noordelijke schuur, ten noorden van de bestaande woning, te realiseren. Op de plek van de zuidelijke bestaande schuur komen een bijgebouw bij één van de nieuwe woningen en een bijgebouw bij de bestaande woning. Ook de tweede woning van de nieuwe bouwmassa krijgt een bijgebouw, ten noorden van deze massa. Het noordelijk perceelsdeel blijft, evenals in de huidige situatie, onbebouwd en ingericht als weide. Dit behoudt ook een Agrarische bestemming. In figuur 3.1, bovenste afbeelding, is een plattegrond van de toekomstige inrichting te zien. Bij het bepalen van de positionering en maatvoering van de nieuwe twee-aaneengebouwde woning is een massastudie uitgevoerd. De nieuwe bouwmassa zal de uitstraling krijgen van een schuurwoning. De bijgebouwen krijgen een vergelijkbare uitstraling en vormgeving en worden parallel aan de hoofdmassa gerealiseerd. Uitgangspunt voor de toekomstige situatie is om de huidige ruimtelijke kenmerken en opzet van de voormalige agrarische bedrijfslocatie te laten terugkomen. De nieuwe hoofdmassa komt op de plek van de bestaande noordelijke schuur te staan, iets verder van de weg, maar in een vergelijkbare omvang.

De hoofdmassa zal bestaan uit twee aan elkaar gebouwde woningen, bestaande uit anderhalve bouwlaag met bescheiden kappen haaks op de weg. Beide woningen krijgen een inhoud van (maximaal) 800 m³ en een oppervlakte van maximaal 233 m² per stuk. Bij de woningen mogen bijgebouwen worden opgericht binnen de daarvoor in de regels gestelde bouwregels. Ter plaatse van de tweede te slopen schuur is nu voorzien dat er twee bijgebouwen gerealiseerd, waarvan één behoort bij de bestaande te handhaven woning. Daarnaast wordt een (derde) bijgebouw voorzien bij de andere nieuw te bouwen woning. Figuur 3.1, onderste afbeelding, geeft een beeld van de positionering en omvang van de bebouwing in de toekomstige situatie. Verderop, in figuur 3.3, zijn enkele referentiebeelden voor de toekomstige bebouwing opgenomen, die de beoogde uitstraling van de woningen als schuurwoningen illustreren.

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 3.1: toekomstige inrichting (boven) en impressie in vogelvluchtperspectief (onder) van de toekomstige situatie (bron: Commandeur Haumann architecten)

Aan de voorzijde (oostkant) van het perceel komt een geluidwal ter waarborging van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijgelegen snelweg A325. De geluidwal heeft een hoogte van 3 meter en een breedte van 34,9 meter. Naar de straatzijde toe zal de geluidwal met een helling van 45 graden en naar de zijde van de woning een helling van 25 graden worden uitgevoerd. De positionering van de geluidwal in het ruimtelijk ontwerp is opgenomen in de massa-ruimte studie. De dwarsdoorsnede in figuur 3.2 laat dit zien. Vanaf de bovenste verdieping van de nieuwe woningen kijkt men over de geluidwal uit. Door de aanwezigheid van de geluidwal is de ruimtelijke impact van de nieuwe bebouwing beperkt. Het perceel wordt tevens landschappelijk ingepast. In paragraaf 4.3 wordt deze landschappelijke inpassing nader toegelicht.

Figuur 3.2: dwarsprofiel toekomstige situatie met van links naar rechts: Lingestraat, geluidwal, nieuwe woonmassa en achtertuin (bron: Commandeur Haumann architecten)

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 3.3: referentiebeelden nieuwe (schuur)woningen (bron: Commandeur Haumann architecten)

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en omvat een ontwikkeling van lokaal belang, omdat er slechts twee woningen worden toegevoegd ter vervanging van twee bestaande bijgebouwen. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige planologische wijziging, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling en conclusie Het bestemmingsplan maakt twee extra woningen in het plangebied mogelijk. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt de ontwikkeling van maximaal 11 extra woningen niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro, beschouwd. Dit bestemmingsplan maakt daarmee geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. De ladder voor duurzame verstedelijking is dus niet van toepassing op het plan.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog enkele actualisatieplannen vastgesteld. Het actuele beleid is opgenomen in de geconsolideerde versie van maart 2021. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit plan van belang zijn. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In februari 2022 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Het bestemmingsplan maakt twee nieuwe woningen in één bouwmassa mogelijk, na sloop van twee bestaande bijgebouwen. De locatie betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie, die momenteel al een Woonbestemming heeft en ook als zodanig wordt gebruikt. Gezien de aard en omvang van de wijziging spelen er in principe geen provinciale belangen bij deze ontwikkeling. Hierna wordt het plan wel getoetst aan de in en nabij het plangebied van toepassing zijnde aanduidingen in de

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a Omgevingsverordening, alsmede op het relevante thema 'wonen'. Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied'. Dit thema is niet van toepassing op het plan, omdat er in de huidige en toekomstige situatie geen sprake is van glastuinbouw. Circa 125 meter van het plangebied, aan de overzijde van de A325, ligt Park Lingezegen, dat tot het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO) behoort. Het plan is niet van invloed op de kenmerken van deze gebieden. Het plangebied ligt verder binnen een intrekgebied. Binnen deze gebieden is de winning van fossiele energie verboden. Het bestemmingsplan maakt geen functies en activiteiten mogelijk die in strijd zijn met dit verbod. Verder bepaalt de Omgevingsverordening dat nieuwe woonlocaties uitsluitend zijn toegestaan, wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1). De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2020. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat op regionaal niveau is afgestemd.

De toevoeging van twee woningen past dus ook binnen de actuele regionale woningbouwafspraken. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe. De gemeente wil het buitengebied vitaal houden. Om dit te bereiken zijn verschillende doelstellingen voor verschillende

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a gebiedstypen/zones binnen het buitengebied geformuleerd. Het plangebied behoort tot het oostelijk deel van de gemeente, gelegen tussen de steden Arnhem en Nijmegen. Dit betreft een dynamisch en meer verstedelijkt gebied met ook een regionale functie. Ook in dit gebied is het van belang dat er landschappelijke bufferzones tussen de stedelijke gebieden aanwezig blijven. Park Lingezegen is daarvan het belangrijkste voorbeeld, maar ook de smallere agrarische zone waartoe het plangebied behoort, is zo'n bufferzone. Deze maakt onderdeel uit van een hogere oeverwal. Verderop in deze paragraaf, bij de beschouwing van het Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP), wordt ingegaan op de wijze waarop het plan is ingepast binnen de landschappelijke kenmerken van dit gebied. Het plan past binnen de doelstellingen voor dit gebied. De gemeente stimuleert verder een gevarieerde dorpse woonomgeving binnen de gemeente. Het plangebied betreft een bestaande woonlocatie nabij de bebouwde kom van Elst. Er is voldoende ruimte op het perceel voor twee extra woningen met behoud van ruime woonpercelen. Dit is een onderscheidende kwaliteit van deze woonlocatie. Met de aanleg van een geluidwal kan bovendien een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden bereikt. Het plangebied vormt daarmee een geschikte woonlocatie.

Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2020 In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen, die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning), vragen om meer variatie in het woonaanbod. Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden. De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief.

Accentpunten zijn: Aandacht voor urgente huisvestingsnood: inzetten op geschikte woningen voor bijzondere doelgroepen; Betaalbaarheid en beschikbaarheid: meer betaalbare huurwoningen beschikbaar; Wijs omgaan met de bestaande woningvoorraad: inzetten op verduurzaming; Een levensloopvriendelijke gemeente: langer thuis wonen en er op uit; Een gezonde woningmarkt in balans: prioriteren én versnellen van onze woningbouwplannen. Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het oplossen van bestaande tekorten en voor het opvangen van de autonome groei van het aantal huishoudens. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt twee extra woningen in de vorm van een twee-aaneengebouwde woning op een bestaand woonperceel mogelijk. De gemeente Overbetuwe staat op dit moment voor een grote woningbouwopgave. Rekening houdend met een bevolkings- en huishoudensgroei in de gemeente bestaat op gemeenteniveau tot 2025 behoefte aan circa 1.470 woningen en tot 2030 aan circa 2.000 woningen. Rekening houdend met reeds gerealiseerde en geplande woningen (harde en zachte plannen) bedraagt de restopgave circa 600 woningen.

Ook met de beoogde vaststelling van het plan 'Elst, De Pas' (354 woningen) resteert nog een korte termijnopgave van enkele honderden woningen. Binnen de regio Arnhem-Nijmegen is tevens sprake van een aanzienlijke behoefte. Tot 2025 is nog ruimte om ruim

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a 5.800 woningen toe te voegen aan de harde plancapaciteit en tussen 2025 en 2030 is nog een sprake van een aanvullende behoefte aan ruim 10.000 woningen. De wijziging past dus binnen de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen van de gemeente en regio. In kwalitatief opzicht is van belang dat een bestaande woonlocatie wordt benut met dit plan. Er is meer dan voldoende ruimte om twee woonpercelen toe te voegen op het ruime perceel, met behoud van een groene omkadering van het perceel. Na realisatie van een geluidwal is er bovendien sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse. Het plangebied vormt een geschikte woonlocatie, die bovendien goed bereikbaar is door de korte afstand tot de snelweg, station Elst en het centrum van Elst. Het plan voldoet ook in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2020. Beleidsregel 'Functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied' In 2008 is de beleidsregel 'functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied' opgesteld. Deze bestaat uit regels, een toelichting en een gebiedstypenkaart. De beleidsregel bevat het toetsingskader voor concrete verzoeken om functiewijzigingen in het buitengebied. Beoordeling en conclusie Het plangebied is een voormalig agrarisch bedrijf, waarvan de bestemming recent (2019) al is gewijzigd naar een Woonbestemming.

Het oorspronkelijke voornemen zag op het behoud van twee schuren van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, totaal ca. 895 m² groot. Onderhavig bestemmingsplan voorziet daarom formeel niet in een bestemmingswijziging ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, maar wel ten opzichte van de oorspronkelijke bestemming. Het voornemen is nu om de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen alsnog te slopen. Omdat deze situatie vergelijkbaar is met de gevallen, waarvoor de beleidsregel Functieverandering kan worden toegepast, is het initiatief naar analogie met deze beleidsregel beschouwd. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'Bijzonder gebied' (artikel 5 van de beleidsregel). Een functieverandering naar wonen is binnen dit gebied mogelijk. Bij sloop van 500-1.000 m², zoals hier het geval is, is het oprichten van één woning of van een woongebouw met twee woningen mogelijk. In dit geval wordt een woongebouw met twee woningen gerealiseerd. Dit past dus binnen de uitgangspunten van de beleidsregel. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd.

De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om, na sloop van twee voormalige agrairsche bedrijfsgebouwen, een woongebouw met twee woningen op te richten naast een bestaande woning op een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Een voorwaarde om medewerking te kunnen verlenen aan deze wijziging is dat een goede landschappelijke inpassing van de ontwikkeling op basis van een inrichtingsplan plaatsvindt. Er is daarom een inrichtingsplan opgesteld (Bijlage 1 bij de regels), waarbij het LOP als kader is gebruikt. Het landschappelijk inpassingsplan ziet op het gehele plangebied, dus inclusief het bestaande woonperceel en de weide aan de noordkant. Op afbeelding 4 is een schetsmatige weergave van de beoogde inrichting en inpassing zichtbaar.

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 4.1: landschappelijke inpassing plangebied (bron: landschapsarchitect A.H. Klaassen)

Het plangebied maakt deel uit van het oeverwallen- en stroomruggenlandschap en ligt in het deelgebied 16 'Elst'. In het oeverwallen- en stroomruggenlandschap streeft de gemeente naar behoud van ruimtelijke afwisseling en versterking van kleinschaligheid op de oeverwallen. Het deelgebied Elst, dat de direct omgeving van deze kern omvat, ligt op een hogere oeverwal. Versterking van het kleinschalige karakter van de hogere oeverwal is de voornaamste doelstelling voor dit gebied. Concreet zijn (onder andere) de volgende relevante doelstellingen en acties voor het deelgebied geformuleerd in het LOP: Afronding randen Elst; Cultuurhistorie herkenbaarder maken door versterking landschapselementen; Versterking onderscheid openheid versus kleinschaligheid, onder meer door stimulering van de aanplant van fruitbomen; Woerden (verhoogde woongronden) beleefbaar houden; Landschapelementen versterken als buffer tegen verstedelijking. In het inrichtingsplan voor het plangebied is met het oog op deze doelstellingen en de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van de omgeving van het plangebied gekozen voor een robuuste inpassing in het rivierenlandschap door inzet van kenmerkende landschapselementen. De basis wordt gevormd door karakteristieke beplanting voor deze streek.

Het inrichtingsplan kent ruwweg de volgende landschapselementen: houtwallen aan de noordelijke en zuidelijke perceelsranden; de boomgaard met fruitteelt aan de westelijke rand van het perceel. Dit is een doorzetting van de bestaande boomgaard bij de bestaande woonkavel; de Zeeuwse hagen op de zijdelingse perceelsgrenzen van de nieuwe woonpercelen; een boomstructuur en losse heesters die doorzicht naar de omgeving toestaan. Hierbij gaat het voornamelijk om het behouden van bestaande bomen, die waardevol zijn voor de ecologie én het landschappelijk beeld (o.a. plataan, beuk, eik, esdoorn). Door de gekozen robuuste inpassing wordt het kleinschalige karakter van het plangebied in relatie tot haar omgeving versterkt. Binnen het plangebied komen vier herkenbare percelen, die deze kleinschaligheid verder versterken. De bestaande landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden worden versterkt. Het plan sluit goed aan bij de doelstellingen uit het LOP.

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Dit bestemmingsplan maakt twee extra woningen in één woongebouw mogelijk op een bestaand woonperceel. De locatie ligt aan de rand van het buitengebied, nabij de kern Elst. Of in het kader van dit bestemmingsplan een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van de vraag of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen activiteit komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Deze conclusie wordt mede getrokken, omdat er vanwege de aard en omvang van de wijziging geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plangebied ligt bovendien niet in een gevoelig gebied. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het project geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Ten slotte is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van het project.

Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.

5.2

Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. Beoordeling Het bestemmingsplan maakt het oprichten van twee nieuwe woningen mogelijk. Hiermee voorziet het plan in nieuwe geluidsgevoelige objecten.

Hoewel er al sprake is van een Woonbestemming, is deze wijziging akoestisch gezien relevant. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Rijksweg A325, de Sillestraat en de Lingestraat. Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het wegverkeer is daarom noodzakelijk. Railverkeerslawaai en industrielawaai spelen in het plangebied geen rol. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 1. Hierna worden de resultaten van het onderzoek besproken. in het onderzoek is rekening gehouden met het voornemen om een grondwal te realiseren parallel aan de

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a snelweg. Deze zal worden gerealiseerd en in stand worden gehouden als onderdeel van de landschappelijke inpassing en inrichting. Hiertoe is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor de Lingestraat en Sillestraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Rijksweg A325 geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in de zone van (auto)snelwegen wordt niet overschreden. Hierdoor is het mogelijk om een een hogere waarde vast te stellen, indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het onderzoek blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen, anders dan de te realiseren grondwal, die reeds in het onderzoek is opgenomen, niet doeltreffend, niet realistisch of niet wenselijk zijn. De geluidbelasting op de gevels van de woningen valt binnen de geluidklasse 'onrustig' en daarmee binnen de in het gemeentelijk geluidbeleid gestelde bovengrens van 49 t/m 53 dB.

De westgevel en de daaraan gelegen buitenruimte zijn geluidluw. Daarmee wordt voldoen aan het ambitieniveau uit het gemeentelijk geluidbeleid. Aan de geluidluwe westgevel dient een verblijfsruimte te zijn gelegen met een te openen raam. Tevens is in onderhavige situatie sprake van nieuwbouw die dient ter vervanging van bestaande bebouwing (stallen). Bij de bepaling van de geluidwering van de gevels moet rekening worden gehouden met de cumulatie van de verschillende wegen en is nader onderzoek nodig in de omgevingsvergunningfase. Dit staat, gezien de optredende geluidbelastingen, de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan voldoende worden gegarandeerd. Conclusie Er wordt voldaan aan de ambities uit het gemeentelijk geluidbeleid. Een hogere waarde kan worden verleend. Het aspect geluidhinder vormt hierdoor geen belemmering voor het plan.

5.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3). Beoordeling en conclusie

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a Dit bestemmingsplan maakt twee extra woningen op een bestaand woonperceel mogelijk. De wijziging leidt tot een zeer geringe toename van de te verwachten verkeersgeneratie (zie ook paragraaf 5.13). Het project valt ook zonder meer onder de regeling NIBM, omdat de drempelwaarde van minimaal 1.500 woningen niet wordt overschreden. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar verwachting ruimschoots aan de normstelling, zo blijkt uit raadpleging van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt daarom niet voor belemmeringen.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Het plangebied ligt in een kleinschalig agrarisch gebied met een geringe mate van functiemenging, maar ook in de directe nabijheid van de hoofdinfrastructuur (Rijksweg A325). Worst case wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rustig buitengebied'.

Met dit bestemmingsplan is er geen sprake van een bestemmingswijziging, maar er worden wel twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Op de beoogde plek van deze woningen mogen op dit moment geen woningen worden opgericht, waardoor deze wijziging relevant kan zijn voor omliggende bedrijvigheid en een beoordeling van het woon- en leefklimaat nodig is. Het dichtsbijzijnde bedrijf (Nieuwslag 1, grondgebonden agrarisch bedrijf in milieucategorie 3.2 met een grootste richtafstand van 100 meter) is op voldoende afstand gelegen tot de woningen in plangebied gelegen (circa 160 meter). Daarmee kan worden vastgesteld, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat het bedrijf niet wordt belemmerd. Andere bedrijven bevinden zich op aanzienlijk grotere afstand tot het plangebied. De richtafstanden van deze bedrijven reiken niet in de buurt van het plangebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan. Er zijn geen beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

5.5

Geurhinder

Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied. Beoordeling In het plangebied is momenteel één woning aanwezig.

Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van twee extra woningen en daarmee in nieuwe geurgevoelige objecten. In de ruime omtrek van het plangebied zijn geen intensieve veehouderijen gevestigd. De meest nabij gelegen agrarische bedrijven zijn gelegen aan de Nieuwslag 1 en 2. Dit zijn grondgebonden agrarische bedrijven. Voor de agrarische bedrijven blijft de bestaande woning maatgevend, omdat de nieuwe woningen niet op kortere afstand tot deze bedrijven komen te liggen. De afstand tot deze bedrijven is minimaal 160 meter. Gezien deze omstandigheden is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voldoende gewaarborgd en worden de betreffende bedrijven niet beperkt. Nader geuronderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De Wgv vormt geen belemmering in het kader van dit plan.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

5.6

Bodem

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van twee woningen mogelijk. Een bodemonderzoek is daarvoor noodzakelijk. De woningen komen op de plek van een bestaand bijgebouw en worden gerealiseerd na de sloop van deze bebouwing. In het kader van deze bestemmingsplanherziening is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 2. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er geen sprake is van ernstige verontreinigingen. In de boven- en ondergrond zijn enkele licht verhoogde waarden gemeten, maar deze geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek.

Dit geldt eveneens voor het grondwater, waarin licht verhoogde gehalten aan barium en xyleen zijn aangetroffen. Met betrekking tot PFAS zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Omdat er sprake is van ten hoogste lichte verontreinigingen, die geen belemmering voor het beoogde gebruik vormen en geen aanleiding geven tot nader onderzoek, vormt het aspect 'bodem' geen belemmering voor dit plan. Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

5.7

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de sloop van de agrarische opstallen en daarvoor in plaats komen er twee nieuwe woningen bij. De bestaande woning wordt behouden.

Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

Figuur 5.1: uitsnede risicok aart met plangebied in zwarte cirkel (raadpleging 3 maart 2022) De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. Het plangebied ligt op ca. 2.500 meter ten noorden van de snelweg A15, op ca. 70 meter ten westen van de snelweg A325, op ca. 2.250 meter ten noorden van de Betuweroute en op ca. 1.200 meter ten oosten van de spoorlijn Arnhem–Nijmegen. Over deze transportroutes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Voor de snelweg A325 is het rapport 'Verkenning transport van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen (provincie Gelderland), rapportnr. 078606149:B - definitief, d.d. 25 november 2015' geraadpleegd. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van snelweg A15, A325, de Betuweroute en de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Daarmee hebben wijzigingen in het invloedsgebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. Echter is de afstand tussen het plan en de risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden.

Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Dit geldt alleen niet voor de snelweg A325. Doordat de ontwikkeling beperkt blijft tot de realisatie van twee extra woningen neemt het groepsrisico niet met meer dan 10% toe. De wetgever heeft aangegeven dat er ook in een dergelijk geval volstaan kan worden met een beperkte verantwoording groepsrisico. Deze verantwoording vindt hieronder plaats. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een verschillende risicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A15, A325, de Betuweroute en de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a de Veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 15 februari 2022 (kenmerk: 2022-000539). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor om advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol.

Het advies van Veiligheids en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: Het plan ligt alleen binnen de effectafstand van het scenario toxische wolk. De kans daarop is klein. Het plan leidt tot een kleine toename van het aantal aanwezigen die zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd; VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige risico's in hun leefomgeving en het aan te reiken handelingsperspectief. Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan via de Lingestraat te ontvluchten. Daarnaast is het te verwachten handelingsperspectief voor een toxische wolk binnenshuis schuilen. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen van de VGGM niet ruimtelijk relevant. Conclusie Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes met een extern veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van beide risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A15, A32, de Betuweroute en spoorlijn Arnhem-Nijmegen.

Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het restrisico wordt door de gemeente acceptabel bevonden.

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Elst, Lingestraat 3a

5.8

Explosieven

De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.

Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke conventionele explosieven (CE) van belang. In dit geval is er sprake van sloop van bestaande, na-oorloogse bebouwing, waarna twee nieuwe woonpercelen worden gerealiseerd. Nader onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk, omdat de kans op het aantreffen van CE door de datering van de huidige bebouwing en verharding en het gebruik van het perceel zeer klein is. Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat het aantreffen van CE niet volledig uitgesloten is. Dat vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering.

5.9

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Beoordeling en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan.

5.10

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=9b81d3f4-5fd0-4a3f-a856-2c44cdfed3d2