23-05-30.12 Relevant stuk 3, Ambitiebepaling implementatie Omgevingswet - vastgesteld raad d.d. 23-3-21
Tekst van het document
11 januari 2021: versie 1.0
Ambitiebepaling Implementatie Omgevingswet
Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................................... 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 2 De komst van de omgevingswet ......................................................................................................... 2 Het proces van de ambitiebepaling in de gemeenteraad ................................................................... 2 Ambities op proces versus inhoudelijke ambities ............................................................................... 2 Uitgangspunten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet......................................................... 3 De vier verbeterdoelen vanuit de Omgevingswet .............................................................................. 3 Onze vertaling: van 4 verbeterdoelen naar situatie Overbetuwe....................................................... 4 Ambitiebepaling: onderstrepen leidende principes uit Omgevingsvisie ................................................ 5 Ambitie: Vanuit de inwoner/ ondernemer, participatie en algemeen belang........................................ 6 Ambitie: Rol gemeente, bestuurlijk samenspel, instrumenten en regelgeving.
..................................... 8 Ambitie: Dienstverlening en bedrijfsvoering......................................................................................... 10 Bijlage: De leidende principes uit de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040: ............................................ 12
Samenvatting De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 zal veel veranderingen met zich meebrengen voor het fysieke domein. De gemeente Overbetuwe heeft verschillende ambities opgesteld in aanloop naar de inwerkingtreding van de wet. Deze ambities zijn opgesteld door de gemeenteraad en verwoord in dit ambitiedocument. De ambities laten zien hoe de gemeente Overbetuwe invulling wil geven aan de doelen van de Omgevingswet en hoe zij omgaat met de veranderopgave die er ligt.
1
Inleiding De komst van de omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking. Het doel van de wet is “het bereiken en in stand houden van een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit”. Daarnaast wil de wet deze “fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen ter vervulling van maatschappelijke behoeften”. Om deze doelen te kunnen behalen komen er nieuwe kerninstrumenten zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie, programma’s en het Omgevingsplan. Daarnaast wordt er een Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Deze nieuwe instrumenten vragen een andere benaderingswijze en een andere manier van werken.
Het proces van de ambitiebepaling in de gemeenteraad De gemeente Overbetuwe is volop bezig met de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. In maart 2018 heeft het college van B&W het Implementatieplan Omgevingswet vastgesteld. In dit plan is het te doorlopen traject voor de implementatie uitgewerkt. In 2020 is het implementatieplan geactualiseerd. De inwerkingtreding van de Omgevingswet vraagt om een goede voorbereiding. Er zijn veel vragen te beantwoorden en keuzes te maken. De inwerkingtreding vraagt iets van de gemeente zelf (raad, college en ambtelijke organisatie), maar ook van de samenleving. Er gaan dingen veranderen op het gebied van onze werkprocessen, dienstverlening, informatievoorziening en participatie1. Hoe groot deze veranderingen zijn en hoe deze veranderingen er uit gaan zien is afhankelijk van de ambities en keuzes die de gemeenteraad maakt. In deze ambitiebepaling hebben we deze opgeschreven. Deze ambities zijn opgesteld vanuit de raadswerkgroep die is opgericht om zich specifiek bezig te houden met de implementatie van de Omgevingswet.
Ambities op proces versus inhoudelijke ambities Op 1 oktober 2019 is de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. Officieel een structuurvisie en nog geen echte omgevingsvisie onder de Omgevingswet, maar deze visie is al wel opgesteld in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet. In zo’n omgevingsvisie staan de inhoudelijke ambities van de gemeente. Die inhoudelijke ambities worden straks ook weer doorvertaald naar programma’s en het omgevingsplan. In dit ambitiedocument gaat het om ‘sec’ die ambities die aangeven hoe wij als gemeente Overbetuwe lokaal invulling willen geven aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Hoe wil de gemeente Overbetuwe gaan werken in de geest van de Omgevingswet? Met andere woorden, wat voor soort gemeente de gemeente Overbetuwe wil zijn? Bij het opstellen van de nieuwe Omgevingsvisie, programma’s, omgevingsplan, etc. laten we ons op proces leiden door de procesambities van onze gemeente: de ambities in dit document. 1
Voor wat betreft participatie: zie ook de Visie op Interactie, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 8 september 2020.
2
Uitgangspunten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet De vier verbeterdoelen vanuit de Omgevingswet Het Rijk heeft – bij het opstellen van de Omgevingswet - vier verbeterdoelen benoemd: 1. Inzichtelijk omgevingsrecht 2. Leefomgeving centraal (samenhangende benadering) 3. Ruimte voor maatwerk (bestuurlijke afwegingsruimte) 4. Sneller en beter
Verbeterdoel 1: Inzichtelijk omgevingsrecht De Omgevingswet bundelt vele wetten, die gaan over de fysieke leefomgeving. Dit zorgt voor minder en overzichtelijkere regels. Daarmee is het stelsel van regels ook inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in gebruik. Verbeterdoel 2: Leefomgeving centraal (samenhangende benadering) De Omgevingswet stelt de fysieke leefomgeving centraal. Bij fysieke leefomgeving valt te denken aan bijvoorbeeld bouwen, verkeer/vervoer, water, bodem, lucht, landschap, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed, etc. De instrumenten uit de wet zorgen voor een samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. En daarmee kan een samenhangende zorg voor de fysieke leefomgeving geboden worden. Verbeterdoel 3: Ruimte voor maatwerk (bestuurlijke afwegingsruimte) De Omgevingswet gaat uit van het principe: ‘decentraal, tenzij…’. Hiermee krijgen gemeenten een grotere rol in het opstellen van regelgeving en beleid. Gemeenten krijgen hun eigen afwegingsruimte om te doen wat goed is voor een bepaald gebied. Zo kunnen ze inzoomen op de eigen gemeentelijke situatie en daar specifiek regels voor opstellen (of juist geen/ minder regels). Maar ook krijgen 3
gemeenten (en andere decentrale overheden) hierdoor meer ruimte voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld innovatieve en duurzame projecten. Verbeterdoel 4: Sneller en beter De doorlooptijd van een aanvraag voor veruit de meeste vergunningen wordt verkort naar 8 weken. Dit is beduidend korter dan de huidige wettelijke termijnen. Het mag ook allemaal ‘beter’: kernwoorden die hierbij worden gebruikt zijn ‘open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen’. Een goede samenwerking tussen ketenpartners en medeoverheden is hierbij absoluut noodzakelijk. Op dit moment heeft een initiatiefnemer soms meerdere aparte vergunningen aan te vragen; onder de Omgevingswet treden we als overheid met één gezicht naar buiten: er komt ook maar één vergunning waar alles in zit2.
Onze vertaling: van 4 verbeterdoelen naar situatie Overbetuwe Gezamenlijk vormen deze uitgangspunten de geest van de Omgevingswet. Om de implementatie van de Omgevingswet ook een succes te maken in de gemeente Overbetuwe, moeten we deze landelijke uitgangspunten vertalen naar onze gemeente. Met onze eigen uitgangspunten en onze eigen lokale context. Wat is onze ambitie? Hoe handelen wij in de geest van de Omgevingswet?
2
Uitzondering zijn wateractiviteiten: het waterschap blijft haar eigen vergunning afgeven.
4
Ambitiebepaling: onderstrepen leidende principes uit Omgevingsvisie
Bij het invoeren van de Omgevingswet gaan we uit van de identiteit van Overbetuwe zoals is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie), de dorpsprofielen en de Visie op Interactie. Een meer dan goede basis waarop we kunnen voortborduren. Een belangrijk uitgangspunt voor de gemeente Overbetuwe is het aandacht geven aan de lokale en eigen identiteit van de gemeente. Dit is dan ook onderdeel van de reeds opgestelde Omgevingsvisie Overbetuwe 2040. Niet alleen voor het hele grondgebied, maar ook per kern zijn de karakteristieken en waarden (identiteit) beschreven. In de visie staat: “De leefomgeving is van ons allemaal. Iedereen heeft baat en belang bij een goede kwaliteit daarvan. Samen werken we aan het behalen van ambities uit deze Omgevingsvisie. Met ‘wij’ in deze visie wordt dan ook iedereen met een belang in Overbetuwe bedoeld. Het realiseren van deze visie doen we in samenspel. Daarbij hanteren we zes leidende principes”. Dit zijn3: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
(We zijn) verbonden met de leefomgeving (We) faciliteren initiatief (We kiezen voor) gezamenlijke uitwerking (We kiezen voor) ruimte voor maatwerk (We zijn) betrouwbaar en transparant (We hebben) kwaliteit in proces verankerd
We nemen deze leidende principes als leidraad voor dit ambitiedocument over. En, we concretiseren die. Op de volgende bladzijden beschrijven we de ambities, verdeeld over 3 paragrafen. De leidende principes zijn hierin verwerkt. Paragraaf Paragraaf 1 Paragraaf 2
Paragraaf 3
Ambities op…. Hier denken we vanuit de inwoner/ ondernemer, participatie en algemeen belang Redenen vanuit de rol van de gemeente. Welke houding neemt de gemeente aan en hoe gaat het bestuurlijk samenspel. En welke ambities hebben we op regelgeving. Hier staan ambities op het gebied van dienstverlening en bedrijfsvoering
leidende principes 1 en 2 3 en 4
5 en 6
De ambities zijn groen cursief weergegeven. De zwarte teksten zijn de toelichting hierop.
3
Op bladzijde 12/ 13 is de uitleg over de leidende principes opgenomen, zoals deze ook in de Omgevingsvisie wordt uitgelegd.
5
Ambitie: Vanuit de inwoner/ ondernemer, participatie en algemeen belang Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vergt een integrale en samenhangende werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen zijn daarbij de kernwoorden. Daarbij stimuleert de Omgevingswet initiatiefnemers en de gemeente om belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen voordat een vergunning wordt aangevraagd of een besluit wordt genomen. De gemeenteraad blijft haar kaderstellende rol behouden. Hierbij valt te denken aan beleidskaders, vastgelegd in de Omgevingsvisie en de regels in het Omgevingsplan. Het gesprek met de samenleving is voor ons vanzelfsprekend. We denken en handelen vanuit mogelijkheden en vertrouwen (ja, mits i.p.v. nee, tenzij). We bieden ruimte voor particuliere en private initiatieven. Inwoners en bedrijven krijgen ruimte om initiatieven te realiseren. We laten daarbij los waar mogelijk, maar stellen kaders waar nodig. De Omgevingswet zegt over participatie: “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (…) bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit”. Met belanghebbenden bedoelt de wet inwoners, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden.
We luisteren niet alleen naar die partijen die goed de weg weten binnen gemeenteland. We ondersteunen ook die groepen die wat extra hulp kunnen gebruiken om hun plannen en ambities op tafel te krijgen. In de samenwerking met inwoners en bedrijven, nemen we als gemeente niet over: verantwoordelijkheid van een initiatief ligt bij initiatiefnemer (zie ook ‘visie op interactie’). Participeren is voor ons meer dan pro-actief informeren en communiceren over wat we (gaan) doen. We willen de samenleving nauw bij projecten en beleid betrekken en de juiste dialoog voeren. We merken dat er behoefte is aan meer houvast. Daarom maken we heldere spelregels over participatie en leggen deze vast in een participatiebeleid en –verordening (doorvertaling van de ‘visie op interactie’). Participatie staat soms op gespannen voet met het algemeen belang dat wij als gemeente te dienen hebben. Wij als gemeente Overbetuwe moeten in de belangenafweging rekening houden met meer kwetsbare groepen in de samenleving of met zaken ‘die zelf niet kunnen praten’ (zoals natuur, landschap, economie, etc.4). We kunnen niet één belang voorop stellen, enkel omdat een
4
Deep democracy: hoe hou je rekening met de minderheid of krijg je een zo groot mogelijke meerderheid.
6
belangengroep dit wil, als dit het algemeen belang schaadt. En bij twee of meer tegengestelde belangen in de samenleving is het aan ons om de juiste beslissing afweging te maken. Wij moeten als gemeente zorg dragen voor een leefbare, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor onze inwoners. Daarom kunnen we niet meewerken aan initiatieven als dit het algemeen belang schaadt. Wij zijn ons ervan bewust dat wij de uiteindelijke beslissing nemen en knopen (van tegenstrijdige belangen) moeten doorhakken. We zijn daarom sturend daar waar nodig richting een toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving. Dit bepalen we per situatie.
7
Ambitie: Rol gemeente, bestuurlijk samenspel, instrumenten en regelgeving. De bedoeling van de Omgevingswet is meer ruimte te bieden voor initiatieven van inwoners, ondernemers en de overheid zelf. De omgevingswet maakt het mogelijk de verantwoordelijkheden van de gemeente en de gemeenschap anders te verdelen. Hoeveel ruimte willen wij initiatiefnemers geven? Wat willen we als gemeente zelf bepalen? Onder de Omgevingswet krijgen decentrale overheden een sterkere positie. Dit volgens het principe ‘decentraal, tenzij…’. Daarom krijgen wij als gemeente Overbetuwe ook meer afwegingsruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. Wij kunnen in het stellen van regels rekening houden met de situatie: iets mag op een bepaalde plek wel en op een andere plek niet. Maar ook kunnen wij ervoor kiezen om minder regels te stellen en meer ‘los te laten’. We denken niet in regeltjes, maar denken mee en denken in mogelijkheden. We houden de menselijke maat in de gaten. We maken optimaal gebruik van onze instrumenten: alleen noodzakelijke regels, overzichtelijk geordend, met ruimte voor lokaal maatwerk. We werken soms mee aan een initiatief op de ene plek, maar niet aan een soortgelijk initiatief op een andere locatie. Dat is geen willekeur, dat is juist maatwerk. Goed is goed genoeg; het hoeft niet meteen perfect.
Soms loont het om iets uit te proberen, zonder meteen ‘bang’ te zijn voor precedentwerking. We stellen ons op als partner van de samenleving. Met een positieve basishouding: ‘wat kan er wél’. Meer ‘ruimte en vertrouwen geven’ betekent soms dat initiatieven kunnen ontstaan waar wij als gemeente wellicht minder enthousiast over zijn. Deze krijgen dan toch ruimte omdat we (innovatieve) oplossingen en ontwikkeling belangrijker vinden dan het volledig dichtregelen. Wij zijn ons ervan bewust dat wij als gemeente nu een andere rol hebben. We zien onze rol in een partnerschap met initiatiefnemer. Wij zijn stimulerend en faciliterend, en denken minder in hiërarchische verhoudingen. Voor initiatiefnemers betekent ‘meer ruimte en vertrouwen’ ook meer verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld bij draagvlak voor een initiatief creëren en voldoen aan de regels. De gemeenteraad gaat over de doelen, de kaders en de spelregels voor het proces van planvorming, participatie en besluitvorming. En toetst achteraf of het college het goed heeft gedaan. De ruimte voor het college kan op verschillende manieren worden gecreëerd. Bijvoorbeeld door het werken met algemenere beoordelingsregels in plaats van gedetailleerde voorschriften. Het gaat om het doel dat we willen bereiken.
8
De rol van de gemeente is toetsen of een initiatief past in een visie of plan voor een goede fysieke leefomgeving, of de omgeving voldoende is betrokken en of het initiatief geen inbreuk maakt op het algemeen belang. Het college krijgt alle ruimte om initiatieven mogelijk te maken volgens de door de raad bepaalde spelregels. De gemeenteraad maakt alleen gebruik van haar adviesrecht in die situaties die dit rechtvaardigen. Durven loslaten geldt niet alleen voor de raad, maar ook voor college en organisatie. We accepteren dat dit een zoektocht is, met vallen en opstaan. De wet biedt ook kansen om meer ruimte te geven aan initiatieven van inwoners en ondernemers, met meer betrokkenheid en meer creativiteit. Die kansen willen we benutten. Dit vraagt om een cultuurverandering (houding en gedrag) van raad, college, organisatie en samenleving. Wij bieden ruimte voor maatwerk en maken zoveel mogelijk gebruik van de bestuurlijke afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt. We denken zoveel mogelijk in oplossingen. Wij gunnen het iedereen om al doende te leren. Met vallen en opstaan. Voorwaarden daarbij zijn transparantie en ervan leren.
9
Ambitie: Dienstverlening en bedrijfsvoering Met dienstverlening wordt bedoeld het hele proces vanaf de verkenning of aanvraag van een initiatief tot aan de realisatie en de toezicht/handhaving op de uitvoering. De Omgevingswet legt de lat voor dienstverlening hoog: -
Werken vanuit de leefwereld van mensen De overheid in de rol van partner en adviseur Inspelen op nieuwe technologie en trends
Dit vraagt om een verdere verbetering van de dienstverlening. Verder brengt de Omgevingswet een aantal veranderingen met zich mee: -
-
Voor de meeste vergunningen gaat de doorlooptijd van 26 naar 8 weken Besluitvorming moet sneller (en dus ook de werkprocessen) Meer vertrouwen en meer loslaten betekent in principe minder regelgeving (minder verleende vergunningen, meer vergunningvrij). o Hierdoor wordt toezicht en handhaving belangrijker. o Hierdoor wordt ook het vooroverleg belangrijker: van toetsen naar adviseren (Digitale) informatie moet toegankelijk zijn
Initiatiefnemers kunnen onze eigen inwoners en ondernemers zijn, maar dit kunnen ook partijen/ personen buiten onze gemeente zijn. De noodzakelijke regels zijn inzichtelijk, transparant, toegankelijk en gebruiksvriendelijk. Onze dienstverlening is optimaal, vlot, klantgericht en op basis van afspraken tussen raad en college. Informatie is goed vindbaar, toegankelijk en gebruiksvriendelijk. We stellen ons dienstbaar op naar onze inwoners en bedrijven. We staan ze bij wanneer ze te maken krijgen met voor hen nieuwe situaties en hebben begrip voor het kennisverschil. Dienstverlening aan ondernemers is niet anders dan aan inwoners. Geen voorrang, geen achterstelling. Wij zijn betrouwbaar en transparant. En we leggen uit hoe de procedures verlopen. Het algemeen belang en een goede belangenafweging gaan boven snelheid van het vergunningenproces. Ook dat is dienstverlening. De gemeente kan alleen op basis van een totaalplaatje de goede afweging maken. Onze informatievoorziening voldoet op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de eisen (minimum) en ondersteunt onze ambities op het gebied van dienstverlening, participatie en instrumenten. 10
Integraliteit en samenwerking zijn sleutelwoorden in de Omgevingswet. Daarom is de rol van ketenpartners in onze werkprocessen zo belangrijk. We maken goede afspraken in de samenwerking met andere overheden en partners. Zo kunnen we snellere en betere besluitvormingsprocessen ook daadwerkelijk bewerkstelligen. We spreken eenzelfde taal als onze ketenpartners: dit helpt een meer integrale benadering binnen het besluitvormingsproces en maakt de kans op onduidelijkheid/ fouten in het proces kleiner. Nu ligt het accent wat meer op de regels; straks meer op de bedoeling. Meedenken en samenwerken aan een leefomgeving die recht doet aan verschillende belangen vergt nog meer van de dienstverlenende houding. Het vraagt om nog meer creatief te denken in mogelijkheden en een nog groter inlevingsvermogen om verschillende belangen te kunnen afwegen. Om tegelijk te werken vanuit de bestuurlijke kaders én onpartijdig te zijn. De ‘initiatiefnemer centraal’. Inwoners en ondernemers krijgen het gevoel dat zij persoonlijk worden geholpen; gastvrij, vriendelijk en toegesneden op hun persoonlijke situatie. De ‘initiatiefnemer centraal’ betekent niet dat altijd alles mogelijk is. Nee is ook een antwoord.
11
Bijlage: De leidende principes uit de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040: o
Verbonden met de leefomgeving
Overbetuwe kent een sterke verbondenheid tussen mensen én samenwerking tussen organisaties (‘herkend’ en ‘gekend’ worden). Met deze verbondenheid als belangrijke basis dragen wij samen zorg voor de leefomgeving. We maken onze omgeving zelf en moeten elkaar onderling aan blijven spreken op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze omgeving. o
Faciliteren van initiatief
Bij realisatie van de ambities uit deze visie, kiest de gemeente in basis een faciliterende rol. Hierbij gaan we uit van eigen kracht van mensen. Faciliteren van initiatief wordt makkelijker als initiatieven passen binnen de in deze visie geschetste koers. Dit houdt in dat daarbij ook recht wordt gedaan aan thema's die de toekomst en het collectief betreffen. Wanneer met deze belangen minder rekening wordt gehouden, voert de gemeente meer regie. Met het oog op een duurzame ontwikkeling, in de geest van de Omgevingswet. o
Gezamenlijke uitwerking
De essenties in deze Omgevingsvisie zijn het richtsnoer voor gezamenlijke uitwerking naar concrete uitvoeringsprogramma’s. We maken hierbij ook gebruik van het instrument programma’s dat de Omgevingswet ons gaat bieden. In programma’s leggen we de taakverdeling en wijze van samenwerking vast. Afhankelijk van het vraagstuk en (mensen in) het gebied, zoeken we naar oplossingen. We maken daarvoor gebruik van de (aanwezige of potentiële) kracht en energie van partijen in de samenleving. Hierbij zien we een belangrijke rol voor de Overbetuwse uitwerking van ‘kerngericht werken’. o
Ruimte voor maatwerk
Toepassen van de uitgangspunten en principes uit deze visie op basis van daadwerkelijke concrete situaties leidt vaker tot maatwerk. Dit vraagt transparante afwegingen om een consistente koers te kunnen varen en voorkomt ad-hoc beleid. De gemeente wil hierbij niet bij voorbaat oplossingen bieden maar juist meedenken bij het komen tot gezamenlijke kwaliteit en gedeelde oplossingen. Afhankelijk van het vraagstuk, zet de gemeente instrumenten en middelen in die effectief en efficiënt bijdragen aan zowel de wensen in het ‘hier en nu’ als de belangen voor de gemeenschap in de toekomst. In alle gevallen geeft Overbetuwe als lokale overheid het goede voorbeeld door de thema’s uit deze visie nadrukkelijk een plek te geven in het eigen handelen. o
Betrouwbaar en transparant
Bij het gezamenlijk zorg dragen voor onze leefomgeving moeten we betrouwbaar handelen. Dit vraagt transparantie en vertrouwen. Alleen zo kunnen we komen tot heldere afwegingen en keuzes. Daarom doorlopen we altijd een zorgvuldig en interactief proces. Wanneer is zorgvuldig daadwerkelijk zorgvuldig genoeg en wanneer is het interactieve proces voldoende geweest? We kiezen ervoor om hier in basis uit te gaan van maatwerk. Iedere vraag en afweging vraagt namelijk om een eigen (beoordeling van een) interactief proces. De Overbetuwse interactiewijzer biedt hierin 12
richting. Transparantie over het doorlopen proces is van belang om gezamenlijk te kunnen beoordelen of het ook voldoende is geweest. Bij een initiatief moet daarom duidelijk zijn hoe het proces is doorlopen en welke mate van invloed betrokkenen hebben. Op basis van deze ervaringen zullen we ervoor moeten zorgen dat interactie meer vanzelfsprekend wordt. o
Kwaliteit in proces verankerd
We kiezen er nadrukkelijk voor om inwoners en ondernemers uit de omgeving vroegtijdig bij de vorming van plannen te betrekken als ‘contextkenner’. Door deze kennis vroegtijdig te betrekken verhogen we de kwaliteit van de uiteindelijk te vormen plannen. Hierbij is het van belang dat we niet vooraf al de antwoorden geven, maar eerst vragen stellen om tot een gezamenlijk beeld te komen. We krijgen hiermee de kwaliteiten en identiteit van de exacte plek scherp. Hierin wegen we de belangen voor de huidige generaties zorgvuldig mee, maar ook moet inzichtelijk zijn hoe de belangen van toekomstige Overbetuwse generaties in de afwegingen zijn meegenomen. Op deze manier kunnen we op duurzame wijze gezamenlijk zorg dragen voor kwaliteit van de leefomgeving.
13