23-05-16.04 Beantwoording technische vragen GBO uitgangspuntennotitie Welstandsbeleid.docx
Tekst van het document
MEMO Aan
: Wethouder Horsthuis-Tangelder
Van
: Rene Willemse
CC
: Jeroen Broekman
Ons kernmerk
:
Datum
: 15 mei 2023
Onderwerp
: Technische vragen fractie GBO uitgangspunten nieuw welstandsbeleid
Technische vragen GBO Toelichting: In de ronde tafelsgesprek (RTGC) op 20 december 2022 zijn toen door (burger)raadsleden een aantal opmerkingen gemaakt. Deze staan ook keurig verwoord in het Raadsvoorstel. Maar niet alles is opgenomen in de Uitgangspuntennotitie. De versie van 9 januari 2023 verschilt weinig van die van 20 september 2022 (die besproken is in de RTGC). Alleen het hoofdstuk over participatie is geactualiseerd. In de RTGC is door meerdere fracties aangegeven dat we naar een welstandsbeleid moeten dat minder vastligt in regeltjes met meer vrijheid en meer maatwerk dat (zoveel mogelijk) tegemoetkomt aan wensen van initiatiefnemer. Probleem is een beetje dat de raad volgens het Raadsvoorstel alleen de Uitgangspuntennotitie vaststelt. En daar wordt nu niet die echte vernieuwing als rode draad uitgehaald. Vraag/vragen: Wellicht kan een en ander door een mondelinge en/of schriftelijke toelichting toch worden benadrukt. Zodat het meegenomen kan worden in de besluitvorming. Antwoord: Wij merken allereerst op dat het in het raadsvoorstel slechts gaat om het vaststellen van de uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten wordt het nieuwe welstandsbeleid opgesteld waarop ook participatie wordt toegepast. Het nieuwe welstandsbeleid dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
Deze RTGC heeft, zoals eerder aangegeven, vanuit de gemeenteraad input opgeleverd welke is opgenomen in de uitgangspuntennotitie zoals deze nu voorligt. Deze input is als volgt samen te vatten: -
Het richten op de architectuur en monumenten. Dit is uiteengezet in paragraaf 2.1 van de uitgangspuntennotitie
1/2
-
Het opnemen van zowel inspirerende kaders als toetsende eisen. Dit is uiteengezet in paragraaf 2.2 van de uitgangspuntennotitie;
-
Het onderscheid maken tussen verschillende gebieden. Dit is uiteengezet in paragraaf 2.3 van de uitgangspuntennotitie; Het meegeven van uitgebreide kaders alleen langs de belangrijkste wegen, dorpsranden en centra. Dit is eveneens toegelicht in paragraaf 2.3 van de uitgangspuntennotitie;
-
Het grotendeels hanteren van de bestaande lijst, waarbij wordt gekeken of nog enkele waardevolle stedenbouwkundige of historische ensembles toe te passen. Dit is uiteengezet in paragraaf 2.4 van de uitgangspuntennotitie;
-
Het eventueel vragen van een los beeldkwaliteitsplan bij grotere bouwplannen. Dit is beschreven in paragraaf 2.5 van de uitgangpuntennotitie;
-
Het aantal deelgebieden reduceren van 18 naar 7 of 8. Een an ander is aangegeven in paragraaf 2.6 van de uitgangspuntennotitie;
-
Het opstellen van de Atlas van Overbetuwe als gebiedsbeschrijving. Ook dit is aangegeven in paragraaf 2.6 van de uitgangspuntennotitie.
2/2