23-04-18.18 Relevant stuk 5 Bijlagen ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Overbetuwe
Tekst van het document
L
n {hoog ot mtddelmabgj
2 - fossiele meandergordel met relatief lage oeverwal
ZED diepe kom, kom met ondiep pteotoceen
3 - reslgeul van fossiele meandergordel 4 - reslgeul van fossiele meandergordel
var, penod* en v.ndpU*»tvp* *fhanfcM,k van afgedeM land»chap Areheotógsche resten afgedeW dooi een kontìdwd*
waan*hi|n4k goed geo«eivaenl
5 - crevasse actieve meander gordels van Waal en Nederrijn 6 - actieve meandergordet
bodemverclorīngen
7 - Strang
oeverwakomplexen buiten de meandergordel 8 - oewtwotoomple» op tomafzettingen. relatief hoog •ÜiWvjwnoe en vetshyingsdicpte 9 - oeverwakxxnplex op komaťzetlirioen. relatief laag 10 - oeverwaicornplex op komafzetlingen. relatief hoog 11 - oevefvvalcomplex op tomafzettingen, relatief laag
lerreinen ļ
met
een
archeologische stalus
1 twram van afdvjoloyrehe •—»df
(AMK-lerreinen) Stfeven
holocene komgeOieden •de
12 - crevasse in komgebted
SVeven near duurzaam behoud Voorafgaand aan planvorming arövscJogisch ondenoefc verent
13 - rivierkom. pleistocene ondergrond 1-2 m -Mv 14 - rivierkorn, pleistocene ondergrond 2-3 m -Kfv
ļ
1
"ļ
tenwn van zeer hoge arctieotogrsche waarde
15 - rivierkom. pleistocene ondergrond 3-4 m -Mv
i* hoge «rcneotor-psche waarde
Streven naar duurzaam behoud VcoratgaařKJ aan ptarnor^
Beschermd nrksmonument Vooi ^gianrta «an planvorming is een *npigwp*W'*Q
vewiW-
16 - rivierkom, pleistocene ondergrond 4-5 m -Mv 17 - rivierkom. pleistocene ondergrond S-6 -Mv 18 - rivierkom. pleistocene ondergrond 6-7 -Mv 19 -nwerkom. pleistocene ondergrond 7-8-Mv
4615
AMK-monumentnumrner
2 0 - rivierkom. F onderzoeksgebieden Pleistoceen 21 - rmerduin
overig
į 4064/UCA
iRliaukiuiai lm Įii*1tnr»ierni»İT0it'ttr1 AftCHtS-c***euoekv' ittdincjwrrtrner of RAAP-proiacfcooe
overig
ow - oude woongrond meander gordel van Ressen
begrenzing en naam van de meandergordel w
T - pot/terp ra . centrale deel romeirtse nederzetting E tst te - Galkwomeins tempeflenein E tet
R A A P
Bijlage 10.
Divers historisch kaartmateriaal
82000
84000
88000
t
legenda kabeltrace zonneveden
I
«I
111*'
XP A "
J U l r 11-
H
4-
4-
-f-
i-1
v XtIM»
Hi
r
I
v
1 1 . -r
-i-
III).'
N
0
500
1000m
82000
a. Topografische kaart uit 1815.
84000
-V
l Z tl I »
A
Râā A P 88000
82000
84000
3
86000
88000
i
I
legenda kabeltrace I
zonnevelden locaties bebouwing 1832
V \ 0 I
4-
500
Ď . Kadastrale munuut uit 1832.
4-
82000
84000
86000
88000 :
legenda
\
kabeltrace
s
1IT
1
5 »
J
f
vvetlfiihwv FX
J..
zonnevelden
T
fx
i
n
;
i
'UJL KL
Í B e V. :
rr I
H
v
i
i A...
v
1
\
51 :
[
.I
:
V
\ \
f ŕ
4-
-
et'f
•A
v
\ V'
1
lie
j
i
;
v-.
1
:
Àt 5
\
ļ
r
-
nüoiffl!
Ĩ
\
•j
7"
7
1
Br.
;
:
I
it
.— -
•v ! .A-
s 7
7
f i
0
1
1
I
\
c. Topografische kaart uit 1876.
«ui ř*»
-- L
\
!
A
St
} m
: 1 V:
ř
:
1
:
:
hWW
ii
V 2ř
i i r r Lrr
86000
n \ V s
5^
mm 82000
;
't
--
1! 500
I
71!
|y\--\
\\
J
\
-
i
I
0 V'
i Ï
i
( V r i i n l
V
!
0
J
/Lit
t
V ;
1
i
fUU» •f
i
-
BKIO
\
-
! I)!
I
-x
\
\
J.
;
I
^-7
1
i
1
s
vŕ \
rm
1
1
i....
m
i
1
'
:
J
-
«Mei
m
1
Lxap
•(HH UU I lļ r ' tUy U uU
7.
82000
84000 1
kabeltrace
88000
B !
i1
legenda
86000
i Kp B
; "
lit
zonnevelden
V
hi
Ï
1
•.•*
f.ii l i e H ocb J
Mu
KII
L I "ui
7
-
Valburg \
4
r
(Gem buis t eI . lH Rerrvve l H
I 3
Ï
s
!
r
PK
:
K.l
c r
İS
: leċtr ppio
I
Ì
f..i
opberpc
n
l i r i ccnrnnhof nr
J
ï
. :
lie.NİP I
\
ker Krui
?
V
"r
I
\
"
8.4-
1.2
1.6
J
I)
ŕ
v
•urtttit
^1
K,,
L
n
N
I
!
K p IU
11 i
•I
i
n '1
II 1
---r .1.
L
it
H
\
•I
r
V
I)c
I
/«sakker-
\
Í BOUWIUB
i
- A 1
L.
1
8.4
if- M l . r
ŕ
I
•steel eiu'ii B
in " J
I
1
I
I
"
1
uuwing
J
I 1
•TéMH
n ļ , H p mi
L o e
'i e n/s c/h e.
ctbl
r
ii..-,
7
i t e n p o l d e r
ure
a
0
Z
500
000 m
Hp
Si
?
i
li
KM
\ i
ř k J
i
KII 7
82000
d. Topografische kaart uit 1962.
*UiiJii|L'iga
ii.,
III.:.
I..
7
fff
84000
I 88000
182000
M e i l a n ą e n
kabeltracé I
I
184000
\
a RVA--~T
zonnevelden
186000
.Schoonderl
e S ŭ A Ě
l.ijndrn
•AzV-'/'Vi DŕEikcíaltkcrţi J
V
a
l
l
)
U
r
r -
r
i* ^ Ä V ( * * f ( i i h u i » I*- AiidYUt) WL
;
ii /i- Vim Jiri.'iKltslio
Mellaril
hé "l K l i m v l r - l
8.3
\
\
-
1
Mërm
Mai
,-
V / K
I' ľ i n l l a í í i :
Herveīd mere
Huin iir Han
Kcctli
'ļhoi Els hout*
į
ş
j
į
^
"įļ^jļ . ļ j į ŗ u u į
Bieslerveliĵ
Haesbaerl De Zesa kker*^
Brug | Vogelenzang kkerxtrāāt : ľ I* ľ
'. ľ~-^
\ I
.DrļGrĩfl
Rēsse FÜ.r ľ.' " '
" j t f Ŵ HlhuUbouwibg .'/
a *V* I'V ' I Í ' D ' N į g į g J Brink'-hoi-vi- į ŗ į
/;7M ,i
nsrlie
Halveren*
- l ĩ į i i ļ į e n p o l d e r
r T
Danenberp ,
Q Ô s t e ŕ h ò ŭ ť
JľJfJ
000 m
Vo^akker
-
e. Topografische
kaart uit 1977.
li
De G e
legenda kabeltracé |
|
Tobbenhof S c h o o n d e r logt
zonnevelden
SBM U Spoorzicbt
U i l
c H ucht
ü
1' i •Urn
Linget
^ulenhof
Valburg ś . . ; . \ M:." I
Groot W Aamsche
Gdmaró
V/De Pas
Knooppunt Valburg
KOUS De Vork
Gemeente
s te Eist!
Jis d e H ner AKnoop
Reeth
H j į s Reet
^eijgraaf ÿņtţakkersche cishout
Straat
PiiP
O Strandpark Slijk—Ewijk
e s t e r reld
Hooge Brug Hacsbaert
lĩtĩía •r T ? lenzang V
Havikland
W
T T ? ? ?
Ąķkerstraaĩ
tTÓTITITITIT &ļxļïļrļT e Grift
ůŴt't'tîí't'ì ţlîlîīîīflì
!;!;!;!Í!!!
rĩrlil TOĩîŴr' "ÍS/OOI
(
-// Gasthuisbouwing 8.6
Bonkshoeve i
ì
^SWHĨîīflt tltltll
vVelko
enschey^ N T 892
a s Hof De S t e e n o v e n nenbu
ŵs'ste ř. Topografische kaart uit 2003.
Pias
De
Meilanden
kabeltrace |
oonderlogl
zonnevelden
S poorzicht
'ţVl
Į ( Mussenberg
. «« 1 Keulenhof î V
f\V-"-'- \V, v \
N836 ^28'
ľl
!"' Lvriderì / . í r j-sí.
Lijnden »;^!,
- ,V,V.V
De B r o n z e n ^ ^ . % % v ^ v . Wereld V
•Huize
1
* * - - ./-
«*
l \ S i W Ĩ ' ' ,r» - í ' - • - . î
Ir
'
H A a m s ;ne
P/as
Merm
t Klooster Nieuw Leven Ġemaro : 0
rveld-Zuid ,Wŕ»-..r.î/
ÎI)
ui
J ÄU À
- , T , l ' l ' l ' . '
-*.' -
Eimeren
Knooppunt Valburg
0
"
c
Ą '
D e Vork
Manege
Overbet
Huis d e Haer
rgeg DeHucht
Reeth
Huis Reet
fļeethses
e Pijp
í į ũ e Hooge Brug
Elshout Biesterveld Haesfjaert Recreatiegebied ü
Vogelenzang ' ţ į f . î į f X '
9 si
9
raai
^essense^ Brug
'ļ^Kavikľand
W j
îA/c/cersíraar narmahof
i
Ī
Ĩ
Ĩ
De Grift
1 Ī
mVi'i i'i'fMťť '» ÍA't't'i't't'f'ì
?De G r o t e ' D o o r n I "5 ? f f IJ
? ?
?v
ì
m
m , R e s s e n
koenen
Gasţhuisbouwmg
Q
, . , . | t ! ť ř ŵ czo • as,»,»'- i « ť.y^.f N Í ' ' i ' O
r
Brinkshoeve ateřhoeve
siijk7Ēvvijk;í;.;;«,
G
'
i
p
s
t
u
u Vredelust
1 ī ? t Ŷ ţ f . T . ī . f . f. ţ
Xi*
k
Buitenpo
NĴ892 Anna s Hof
7 prong
Janenb
t KJufnke
lOflOm i
9 -
Topografische kaart uit 2012.
'm
Uk,
RA A P
Bijlage 11.
Luchtfoto's (15-03-1945) met mogelijke
structuren uit de tweede wereldoorlog
181000
181500
1935600
181000
184000
182000
-
435000
184500
182500
181500
435500
183000
182000
4345085000
434500
185500
186000
1835005000
182500
183000
186500
184000
434000
434500
183500
187000
184500
43388000
187500
435000
'I ĨÌ
184500
185000
legenda i i 0
250
500 m
1
i
i
L . .j
Zonnevelden
18858B00
Kabel
o
WOI l-verdachte structuur
87500
RAAP
Bijlage 12.
Overzicht geplande werkzaamheden
BÜgelHajema
SchouwstrooM met op enkele plekken -:'i::'::::!ï'r-i
Zonnepanelen 1m hoog
Plas dras zone a Ier Grondwal I Bijenwal Natuurvriendelijke
«va Bomcnii
Landschappelijke inpassing Zonnepark Overbetuwe S: taai: 2500
BLigelHajema H
M
Landschappelijke inpassing Zonnepark O v e r b e t u w e Schaal: 1:2500 N
m Optioneel zonneveld
Optioneel zonneveld
Optioneel zonneveld
Kiuidennjk gras
KniMcnral m s onder elektriciteitsneten I
biįenhotel
Schouwstrook met op
Struweel
enkele plekken kno«bomen
Optioneel zonneveld
: f... -.
H M
M
I
BÜgelHajema
Landschappelijke inpassing Zonnepark Overbetuwe
Ruimtř voor ot lef fô«ig
Schaal: 1:2500
ftÉÉtíii
N.tî....'vru-ndi-'ijkc o r v r f
Kruidenrijk gras onder tteMitertertanattefi t
bijenhotel
Schouwstrook met op enkele plekken knotboimri
StruWM-thwg
i ÌMm mm\m
Bijlage 13.
Motivatie geraadpleegde bronnen
Bodemkaart van Nederland
Gedetailleerde
bodemkaarten
x
x x
Gegevens
milieukundig
x
bodemonderzoek Hoogtebestand
Nederland Lucht- en satellietfoto's Topografische kaart v a n Nederland Oud(st)e
kadasterkaarten
Historische kaarten van Nederland Beeldmateriaal
x x x x x
bouwhistorie
x
Archeologische en cultuur-
x
historische rapportages Archieven (RAAP)
x
Eigenaar en gebruiker
x
AMK
x
ARCHIS
x
CMA
x
CAA
x
Amateurarcheologen Gemeentelijke w a a r d e n - of verwachtingskaart Archeologisch depot
x x x
relevante informatie
Bevat geen (nieuwe)
x
DINO
Actueel
plan-/onderzoeksgebied
Niet beschikbaar voor dit
x
Nederland
Nederland
afgebeeld
x
Geologische kaart v a n
Geomorfologische kaart v a n
Geraadpleegd, niet
Bron
afgebeeld
Geraadpleegd en
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze v a n de geraadpleegde bronnen (* indien v a n toepassing)
Opmerking
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Bijlage 4
Reflectieonderzoek zonnepark Overbetuwe
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)
81
LANDEL
Reflectieonderzoek Zonnepark In
Overbetuwe
^^^^^^H ll
lf Ji
Onderzoek naar mogelijke verblinding van weggebruikers door reflectie veroorzaakt door zonnepanelen
^
^ H
^
^
H
Reflectieonderzoek Zonnepark Overbetuwe Onderzoek naar mogelijke verblinding van weggebruikers door reflectie veroorzaakt door zonnepanelen
Colofon Opdrachtgever: GreenGiraffe
Uitgevoerd door ROM3D Ir. Bram van Rooij
www.rom3d.nl Harfsen, oktober 2018
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
2
Inhoud Aanleiding
3
Beleid, regelgeving en overige kaders reflectie
3
Lichtreflectie
3
Flikkering
5
Verblinding
5
Methode van onderzoek
6
De ForgeSolar tool
7
W e r k i n g van de ForgeSolar
7
W a t b e t e k e n e n de resultaten van ForgeSolar
8
Resultaten Uitgangspunten reflectieonderzoek
10 10
Hoofdconclusie
13
Bijlagen Uitvoer van ForgeSolar
14
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
3
Aanleiding
Beleid, regelgeving en overige kaders reflectie
Sunvest ontwikkelt Zonnepark Overbetuwe in de strook grond tussen de
Voor hinder ten gevolge van reflectie bestaat géén specifiek beleid of
A15 en de Betuweroute, van knooppunt Valburg tot knooppunt Ressen.
regelgeving. Voor hinder voor omwonenden geldt echter dat in het kader
Het park ligt grotendeels langs de snelweg. De reflectie van het zonlicht
van een goede ruimtelijke ordening en het in standhouden van een goed
op de panelen kan mogelijk hinder veroorzaken op weggebruikers. Om de
woonklimaat alle relevante aspecten moeten worden meegenomen.
mate van hinder te bepalen en eventuele mitigerende maatregelen te
Reflectiehinder kan in dit kader worden beschouwd. Er zijn wel richtlijnen
bepalen is een reflectieonderzoek uitgevoerd.
voor het wegverkeer opgesteld. Rijkswaterstaat heeft in samenwerking
De voorliggende rapportage geeft de uitkomsten van het reflectieonderzoek weer. Voor de te hanteren criteria bij de beoordeling van de mate van hinder veroorzaakt door reflectie wordt aangesloten bij de uitgangspunten die Rijkswaterstaat hanteert.
met TNO onderzocht wanneer en in welke mate reflectie hinder of verblinding voor de weggebruiker kan opleveren, met name veroorzaakt door geluidsschermen. Relevante documenten zijn: Richtlijnen geluidbeperkende constructies langs wegen (GCW-2011) over reflectie en flikkering en Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen (2011) over verblinding.
Lichtreflectie Bij de materiaalkeuze en opstelling van zonneparken langs snelwegen moet rekening worden gehouden met mogelijke hinder door lichtreflecties van zonlicht (voertuigverlichting en wegverlichting wordt niet meegenomen). Toepassing van gladde materialen en bepaalde typen coatings kan onder specifieke condities leiden t o t hinderlijke optische reflecties voor verkeersdeelnemers. Er is een risico dat verkeersdeelnemers worden verblind door gereflecteerd zonlicht of dat relevante informatie wordt 'overstraald'. Reflectie kan in bepaalde gevallen leiden tot verblinding. Bij TNO Defensie en Veiligheid is een rekenmodel ontwikkeld dat de verblinding kwantificeert aan de hand van de parameters:
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
4
-
verblindings/verlichtingssterkte,
-
verblindingshoek,
-
achtergrondluminantie en
-
dynamische eigenschappen, zoals duur en knipperfrequentie.
Verblinding wordt omschreven als een witte waas in de ogen waardoor de omgeving niet meer kan worden waargenomen. Bij geluidschermlengtes korter dan circa 50 m met een verblindingstijd van maximaal 1,5 seconden, is het risico op verblinding door lichtreflectie acceptabel, zowel uit het oogpunt van verkeersveiligheid als uit het oogpunt van doorstroming van het verkeer. In het onderzoek van TNO naar zonlichtreflectie wordt gesproken van een verblindingshoek (hoek tussen rechtuitkijken en de lichtbron) van 5, 10 en 20 . Bij 20 is de hinder drie keer minder dan bij 10 . Bij 5 is de hinder het 0
0
grootst. Boven de
0
G
is van hinder geen sprake.
In onderstaande afbeelding is weergegeven hoe de kijkhoek van van een weggebruiker er van bovenaf uitziet.
Figuur
en
1: Visualisatie
lijn),
met kijkhoek
(rode
lijnen).
van de kijkrichting van 10 graden
(gele
van de doorgaande lijnen)
en kijkhoek
weg van 20
(groene graden
In het kort komt het erop neer dat wanneer de reflectie korter duurt dan 1,5 seconden of de bron van de reflectie bevindt zich buiten de kijkhoek van 20 graden er geen sprake kan zijn van verblinding van de weggebruiker. In dit onderzoek is bij het bepalen van de positie van de observatiepunten zoveel mogelijk rekening gehouden met de kijkhoek van 20 graden.
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
5
Flikkering Als gevolg van een frequente flikkering van licht met een constante lichtsterkte door (spleetvormige) openingen is er kans op epileptische verschijnselen bij de weggebruiker. Als een dergelijke ritmische
voldoende om het aspect reflectiehinder beschrijven. Een nader onderzoek naar hinder door flikkering is niet nodig.
Verblinding
slagschaduw een frequentie heeft van 3,5 tot 15 maal per seconde, kan bij
Verblinding treedt op als er zich in het gezichtsveld van de waarnemer
weggebruikers het zogenoemde flikkereffect optreden. Dit is het sterkst
een felle lichtbron bevindt die een veel hogere luminantie heeft dan de
bij 6,5 tot 8,5 pulsen per seconde. Het effect kan vooral ontstaan bij
omgeving. Als de hoek tussen de lichtbron en de blikrichting klein is dan is
constructies uitgevoerd in transparant materiaal, die zodanig zijn
de verblinding groot. De relatie met afleiding is dat een felle lichtbron
geplaatst dat de schaduw van de stijlen de lichtflikkering versterkt. Ook
afhankelijk van de context (met name of het licht of donker is) meestal
halfopen constructies of constructies met zogenoemde doorgetrokken
erg opvallend is en de aandacht kan trekken (los van het feit dat
stijlen moeten op dit punt worden getoetst.
verblinding op zichzelf al onveiligheidsverhogend is).
Eventuele maatregelen tegen flikkering zijn:
Er zijn twee soorten verblinding: maskerende verblinding (disability glare) en oncomfortabele verblinding (discomfort glare). Maskerende
* *
een andere hart-op-hartafstand van de stijlen kiezen om de
verblinding werpt een sluier (sluierluminantie) over het beeld waardoor
frequentie aan te passen;
het waarneembare contrast en daarmee de zichtbaarheid van objecten
de vormgeving aanpassen, bijvoorbeeld door afwisseling
vermindert. Voor maskerende verblinding bestaat een aanbevolen
opstellingen; *
geen optisch reflecterende materialen gebruiken, zoals matglas of coatings.
formule van de CIE (2002). Voor oncomfortabele verblinding bestaat een model als het gaat om zonreflecties op geluidsschermen (Alferdinck et al., 2008). Oncomfortabele verblinding veroorzaakt ongemak zonder daadwerkelijk het zicht te belemmeren. Rijkswaterstaat heeft een
Voor flikkering geldt dat er pas sprake is van hinder indien het voorkomt
voorkeur voor het hanteren van maskerende verblinding als
binnen het relevante blikveld van de weggebruiker. Indien er binnen het
toetsingscriterium. In dit reflectieonderzoek wordt oncomfortabele
blikveld geen verblindende reflectie is, kan er vanuit worden gegaan dat
verblinding daarom niet verder behandeld.
er ook geen hinderlijke flikkering aanwezig is. Een onderzoek naar de aanwezigheid van verblindende reflectie binnen het blikveld is dan ook
De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft een aantal aanbevelingen uitgegeven betreffende lichthinder in de Richtlijnen Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. In de
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
6
context van dit kader zijn met name deel 2 over terreinverlichting en deel 4 over reclameverlichting relevant. Een van de aanbevelingen gaat over reclameverlichting (NSVV, 2004). Ten aanzien van verkeersdeelnemers worden de volgende aanbevelingen gedaan: Voorkom hinderlijke en maskerende verblinding ten gevolge van felle lichtbronnen. Deze
Methode van onderzoek De methode van onderzoek bestaat uit de volgende stappen: 1.
Vaststellen van de variabelen voor reflectie onderzoek:
-
De observatiepunten (locatie en hoogte) op de rijbanen worden
verblinding treedt op als de hoek tussen de blikrichting en de lichtbron
bepaald met afstand tot en zicht op het zonnepark rekening
klein is en het verlichtingsniveau van de omgeving laag.
houdend met de kijkhoek van 20 graden; -
Vaststellen van de specificaties van het zonnepark, het type PV-
2.
Analyse op reflectie en verblinding met ForgeSolar tool met de
panelen, de hellingshoek, de ligging, de hoogte en oriëntatie; kans op voorkomen (grafiek dag/seizoen) van reflectie en kans op verblinding
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
7
De ForgeSolar tool
uitkomsten zal alleen de reflectie op het observatiepunt die binnen de kijkrichting valt worden meegenomen.
ROM3D heeft voor de analyse van reflectie een speciaal voor dit doeleinde ontwikkeld model gebruikt: ForgeSolar (voorheen Solar Glare
ForgeSolar houdt géén rekening met de achtergrondluminantie. Dit
Hazard Analysis Tool (kortweg: SGHAT) van Sandia National Laboratories)
betekent in feite dat ForgeSolar voor dit aspect uitgaat van een worst-
uit de VS. De relevante informatie is te vinden op de website
case situatie. Indien er namelijk achtergrondluminantie aanwezig is, zal de
https://www.forgesolar.com/. Bij een vergelijkbaar onderzoek
reflectiehinder minder zijn. Het contrast wordt dan minder groot. Over de
(reflectieonderzoek zonnepark A1 bij Eemnes) is met Rijkswaterstaat
verdere opbouw van het model met aannames en berekeningswijze
overleg gevoerd over de interpretatie van het model en resultaten. Daarin
verwijzen wij naar de achtergronddocumentatie die op de website kan
was van belang dat partijen hetzelfde beeld hebben over wat reflectie is
worden gevonden. Het model wordt in de VS standaard en met een
en welke mate van reflectie ook daadwerkelijk hinder en of verblinding
verplicht karakter ingezet voor de ontwikkeling van zonneparken of
veroorzaakt. Rijkswaterstaat heeft het gebruik van de SGHAT
andere reflecterende elementen dichtbij vliegvelden.
geaccepteerd als methode om de mogelijkheid van reflectie op weggebruikers te onderzoeken. Ook TNO ziet de SGHAT als een methode om reflectiehinder te onderzoeken (TNO 2016 R10690, Lichthinder
De tool werkt samengevat met de volgende stappen: 1.
zonreflectie voor weggebruikers).
Invoeren van de geografische afbakening van het zonnepark door een polygoon te tekenen in Google maps. In deze referentie zitten direct vele data gekoppeld zoals de opkomst, ondergang en loopbaan van de zon en zonnesterkte in de seizoenen, en ook topografische hoogte in het landschap. Begroeiing, bebouwing en
Werking van de ForgeSolar De reflectie tool ForgeSolar houdt geen rekening met de kijkrichting van
landschapselementen worden niet meegenomen. 2.
Keuze van specifieke karakteristieken van het zonneveld:
de weggebruiker. Ook reflectie afkomstig van een punt buiten de
oriëntatie van het park (zuid of oost-west), vaste opstelling of
kijkrichting van de weggebruiker wordt door de ForgeSolar meegeteld als
meedraaiend met de zon, hoogte en hellingshoek van de panelen,
zijnde reflectie op het observatiepunt. Reflectie op het observatiepunt
helling in het landschap, ruwheid van het zon-PV glas met of
afkomstig van een bron buiten de kijkrichting levert echter geen hinder op
zonder anti reflectie coatings;
voor de weggebruiker. Bij het bepalen van de observatiepunten dient hiermee rekening te worden gehouden. Bij het interpreteren van de
RQ|WI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
3.
Markeren van posities rond het park (op de weg in deze analyse) waarop de potentiële reflectie wordt berekend;
8
4.
Instellen van de hoogte van posities gezien gezichtspunt van de
Wat betekenen de resultaten van ForgeSolar
automobilist (1,1 meter boven het wegdek) of de vrachtwagenchauffeur (2,5 meter boven het wegdek) 5.
2 0 1 3 - 0 5 - 1 2 loo-Log h a z a r d p l o t f o r PV a r r a y 1 , OP A Ĩ C T
Daarna wordt het model doorgerekend met als uitkomst een gevaar/risico figuur waarin verwachte reflectie wordt geplot gedurende het jaar in drie kleuren: a.
Groen: Kleine kans op reflectie met nabeelden op het
LP
io
.2
10'
ū
netvlies; b.
Geel: Reële kans op nabeelden zonder oogschade;
c.
Rood: Sterke reflectie met kans op permanente
1
oogschade.
Subtended Source Angle {mradj Hazard from Source Data Hazard Due to Viewing Unfiltered Sun Potential for After-image Zone Low Potential for After-image Zone Permanent Retinal Damage Zone
Figuur
2: Tweedimensionaal
voorbeeldplot
op basis van twee
variabelen:
de kracht
(retinal
irradiance)
en de grootte
source
angle)
van het effect van de straling
van de gezichtshoek
van reflectie
op het oog van de lichtbron
op het
(subtended
De ForgeSolar tool bepaalt het effect op het oog uit twee aspecten (de assen van bovenstaande grafiek): de kracht van de straling op het oog inW/cm2 (retinal irradiance) en de grootte van de gezichtshoek van de
R Q | W | 3 D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
oog
\n\Nfcm2
9
lichtbron (subtended source angle). Dit betekent dat als de lichtbron
en zal vrijwel zeker optreden in het rode gebied. Indien de
sterker wordt, maar een kleine (punt) lichtbron wordt waargenomen, de
reflectieresultaten in het groene gebied liggen zal geen reflectie met kans
kans op nabeelden in het oog kan ontstaan bij ongeveer 10 Vv7cm2. Dat is
op maskerende verblinding optreden. Als geen enkele reflectie optreedt is
een lichtbron zo sterk als de zon. Naarmate de lichtbron groter wordt in
er uiteraard ook geen kans op (maskerende) verblinding.
het gezichtsveld en een hoek heeft van 144 graden is de kans op nabeelden bij een zwakke lichtbron ^ 0.001 Vv7cm2) aanwezig (omslag naar geel) . Schade aan het oog ontstaat als de lichtbron sterker is dan de zon (10 Vv7cm2) of de hoek in het gezichtsveld groter is dan van de zon (3,6 graden). Uiteraard speelt dan ook mee hoe lang de lichtbron zichtbaar is voor het oog. TNO bepaalt maskerende verblinding (disability glare) verblinding op basis van enkele variabelen: -
verblindings/verlichtingssterkte,
-
verblindingshoek,
-
achtergrondluminantie en
-
dynamische eigenschappen, zoals duur en knipperfrequentie.
De eerste twee vormen ook de basis in de ForgeSolar tool. Achtergrondluminantie en knipperfrequentie worden niet meegenomen. Maskerende verblinding werpt volgens TNO een sluier (sluierluminantie) over het beeld waardoor het waarneembare contrast en daarmee de zichtbaarheid van objecten vermindert. ForgeSolar geeft de kans op nabeelden (after image) en oogschade (retinal damage) aan. Dit zijn graadmeters voor het inschatten van de kans op verblinding. Maskerende verblinding kan gaan optreden in het gele gebied van de ForgeSolar-plot
RQ|W|3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
10
verschillen op. Vandaar dat er nu gekozen wordt voor de
Resultaten
hoogte van de bovenkant.
Uitgangspunten reflectieonderzoek
-
De panelen worden gebouwd met een hoek van 10 graden
- E r wordt anti-reflectiecoating op de panelen aangebracht. In eerste instantie was het de bedoeling om de panelen op 2 meter te
-
zetten. Uit deze analyse bleek dat dit teveel reflectie opleverde. In de
- E lke positie is doorgerekend op twee hoogtes van de bestuurders:
nieuwe analyse is uitgegaan van 1,5 meter.
De panelen hebben een glad oppervlak (smooth glass). * 1,10 m. boven het wegdek voor automobilisten en 2,5 m. voor vrachtwagenbestuurders.
Voor de analyse van het zonnepark Overbetuwe is uitgegaan van de volgende eigenschappen van het park:
*In de praktijk hebben panelen steeds vaker een ruw oppervlak op antireflectiecoating waardoor het paneel meer licht kan vangen en reflectie
-
Het park bestaat uit meerdere delen. Deze kunnen we niet
afneemt. Voor deze studie wordt echter uitgegaan van een glad oppervlak
volledig doorrekenen, dus hebben we voor 3 representatieve
(Smooth Glass) waarmee een worst case scenario wordt gehanteerd.
delen gekozen. In de afbeelding hiernaast weergegeven als blauwe vlakken (PV1, PV2 en PV3). De verschillende delen van het park hebben verschillen in hoogte van de panelen en de
In onderstaande afbeelding, afkomstig uit ForgeSolar is het zonnepark ingetekend en zijn de observatiepunten opgenomen.
oriëntatie: o
PV1: hoogte van de reflectiebron boven maaiveld: 1,5
^ ļ B S f ^ P ţ P V array Z
meter, oriëntatie van de panelen: 85 en 265 graden o
PV2: hoogte van de reflectiebron boven maaiveld: 1,5 meter, oriëntatie van de panelen: 130 en 310 graden
o
''•3?--
-
^
, "
Į
' * -y
^wĒĒuē
V
* Ŵ '
PV3: hoogte van de reflectiebron boven maaiveld: 1,5 meter, oriëntatie van de panelen: 130 en 310 graden
3
2
V a a r b i j 0 graden het noorden is, 90 het oosten, 180 het
PV array 2 ļ
r
.
HIULjuV -.:"tìjřv"5'" f 'o' ••~ "
'
' :
zuiden, etc. In eerder gedane studies werden onderkant en bovenkant van het paneel doorgerekend, maar dit leverde nauwelijks Figuur west.
R Û I W I 3 D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
3: Ingetekende
parken
in ForgeSolar.
1 t/m 3 loopt
hierin
van oost
naar
11
De meest oostelijk geplande percelen liggen in de oksel van knooppunt
verdere punten wordt nog glare veroorzaakt, maar dit is verwaarloosbaar
Ressen. Tussen snelweg en de percelen staan behoorlijk dichte
(weinig en allemaal in het groen).
houtwallen/beplanting. Verblinding is hier niet relevant en deze percelen zijn dan ook niet meegenomen in het onderzoek. In het middengedeelte is een representatief deel meegenomen. Het spreekt voor zich dat de
Voor de vrachtwagenchauffeurs zien we hetzelfde beeld. De glare komt iets langer voor. Er zijn verschuivingen, maar nagenoeg hetzelfde beeld.
conclusies van PV array 1 ook geldig zijn voor eventuele extra percelen in
Zowel de oost gerichte als west gericht panelen veroorzaken op sommige
het middengedeelte van het zonnepark.
plekken glare. In de meeste gevallen, qua 'gele' glare, komt dit niet boven de 10 minuten per dag. Doordat het een langgerekt perceel is, rijd een snelweggebruiker vrij lang langs de panelen op. Dit zal meer dan de 1.5 seconden zijn die TNO hanteert als maximum.
PV-array 1
PV-array 2
í
Figuur
4: PV1, inclusief
*
\
WIS
observatiepunten.
In dit gebied zien we voor automobilisten dat de oost gerichte panelen reflectie veroorzaken op de punten 1 t / m 3. Dit komt voor in de zomermaanden in het begin van de avond.
•àw
De west gerichte panelen veroorzaken ook glare, maar dan vroeg in de ochtend. Dit vooral op de punten 3 t / m 6. In de meeste gevallen komt dit niet boven de 10 minuten per dag uit (alleen bij punt 4 wel). Ook op
R Q | W | 3 D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
Figuur
5:PV2, inclusief
observatiepunten.
, OPsJfi
12
In dit gebied zien we dat de panelen alleen nog 'groene glare' veroorzaken. Dit is niet schadelijk en zal dus voor veel minder hinder zorgen. Wel is het zo dat er lange periodes van de dag deze glare veroorzaakt. Het scheelt dat dit in veel gevallen voor of na de spits voorkomt. Tussen auto's en vrachtwagens zitten verschillen, maar die
Conclusie Er bestaat kans op reflectie met nabeelden (yellow glare) op de observatiepunten. Dit kan voorkomen op de observatiepunten rondom plek 1. Zoals eerder in deze rapportage (pagina 7) vermeld houdt ForgeSolar géén rekening met de kijkrichting en eventueel tussenliggende obstakels. Doordat de weg grofweg in oost-westelijke richting ligt, liggen vrijwel alle punten binnen de hoek van 20 graden.
PV-array 3 Zowel de oost- als west gerichte panelen in het derde gebied veroorzaken alleen groene glare. Dit zou dus geen problemen moeten geven. Dit geldt zowel voor auto's als vrachtwagens.
Maatregelen Landschappelijke inpassing zou een optie kunnen zijn om glare te verminderen. Aangezien in alle gevallen waar glare optreed dit in de zomermaanden is, betekent dit dat ook beplanting dan vol in het blad zit en dus een effectief middel kan zijn tegen glare. Door strategisch beplanting te plaatsen kan ervoor worden gezorgd dat de 1,5 seconden die TNO hanteert als maximum niet gehaald wordt. Het aanpassen van de hoogte van de panelen is ook effectief, de eerste scenario's gingen nog uit van panelen met 2,5 meter hoogte. Door deze te verlagen naar 1,5m zien we de waarden van geel naar groen gaan. Een andere optie is om de hellingshoek aan te passen. Hieronder is een doorgerekend wat het verschil tussen 10 en 15 graden is. Zoals in de tabellen hieronder is te zien, is er veel minder gele glare. Wel is er iets
Figuur
6: PV3, inclusief
observatiepunten.
meer groene glare, maar dit geeft minder problemen dan geel. Qua bussiness-case is dit wel veel minder interessant en dus ook minder realistisch om te doen.
R Q | W | 3 D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
13
ļ
Hoofdconclusie
PV Array Results
Summary of Results Glare with potential for temporary after-image predicted
Het onderzoek naar reflectie met behulp van ForgeSolar heeft als PV name
Tilt nit
Orientation
"Green" Glare
"Yellow" Glare E nergy Produced
deg
deg
min
min
PV array 1
10.0
265.0
205
1,643 1.643
PV array PVarray2
10.0
310.0
9.801
2Ū.650
PV array PVairay3
10.0
310.0
8.230
uitkomst dat het zonnepark Overbetuwe wel (maskerende) verblinding
kWh
voor automobilisten en vrachtwagenchauffeurs tot gevolg kan hebben bij PV-array 1. Gezien de lengte waarlangs reflectie op kan treden (langer dan
0
1.5 seconden) en dat het binnen de kijkhoek van 20 graden valt, zouden Į
hiervoor maatregelen genomen moeten worden die dit tegen gaan. E en
PV Array Results
aantal maatregelen die genomen zouden kunnen worden zijn beschreven S u m ma ry O f ReSU ItS
Glare with potential for temporary after-image predicted
op de voorgaande pagina. PV name
Tilt deg
deg
min
min
PV array 1
15.0
265.0
274
22
PV array 2
15.0
310.0
18,740
5.874 5,874
PV array 3
15.0
310.0
10,867 10.867
0
Figuur
7: Periode
Orientation
van glare,
"Green" Glare
boven
"Yellow" Glare E nergy Produced
een hellingshoek
kWh
van 10 graden,
De volledige uitvoer van ForgeSolar is opgenomen in de bijlage.
onder
15.
Mogelijk is met het gebruik van (monokristallijn) zonnepanelen met optimale AR coating die minder zonlicht reflecteren minder hinder waardoor panelen toch wat hoger geplaatst kunnen worden. Hier wordt nog vervolgonderzoek naar gedaan en de detailengineering zal in afstemming met RWS worden afgestemd
RÛIWI3D E N E R G I E VOOR HET LANDE LIJK GEBIED
14
Bijlagen Uitvoer van ForgeSolar
RÛIWI3D E N E R G I E VOOR HET LANDELIJK GEBIED
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Bijlage 5
Groeiplaatsonderzoek
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)
97
ļ
'
J
I •i
Can
ca
I
P o t e n t i ë l e n i e u w e g r o e i p l a a t s e n D e H o g e B r u g s t r a a t , Elst Opdrachtgever: Contactpersoon:
Bügel H ajema Mw. E. Luning
Onderzoek en advies: Projectleiding:
B. Eckstein W. H orst
Datum: Project:
23-10-2018 B7221/2018
Copijn T U I N - EN L A N D S C H A P S A R C H I T E C T E N » A D V I E S « B O O M S P E C I A L I S T E N « C R O E N A A N L E C EN B E H E E R