23-04-18.18 Relevant stuk 4 Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding Zonnepark Overbetuwe
Tekst van het document
Omgevingsvergunning Ruimtelijke Onderbouwing
Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding) Gemeente Overbetuwe Status:
Concept
Datum:
Mei 2022
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0011-0001
gemeente
Overbetuwe
Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Datum Mei 2022
Correspondentieadres Postbus 11 6662 A A ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres I nfo@Overbetuwe. N l
Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Inhoudsopgave
Ruimtelijke o n d e r b o u w i n g
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Leeswijzer
4 4 4 5
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Geldende planologische situatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie
6 6 6 7
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
10 10 13 14
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Reflectie 4.4 Geluid 4.5 Ecologie 4.6 Milieuzonering 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Water 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Externe veiligheid 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
17 17 18 19 19 20 21 22 22 23 25 27
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financiële uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
28 28 28
2
Inhoudsopgave (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
3
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer Sunvest bv heeft plannen voor de realisatie van een zonnepark. Het betreft een aantal percelen in de gemeente Overbetuwe, waarvan de grondeigenaar wil samenwerken met Sunvest. Ten tijde van de aanvraag van de grote omgevingsvergunning van het zonnepark langs de A15 konden de eigenaren van de percelen in kwestie niet meewerken met het initiatief. Daarom zijn zij destijds niet meegenomen in de vergunningsaanvraag. Nadien is echter overeenstemming bereikt met nog twee grondeigenaren die om verschillende redenen in 2018 niet mee konden doen. Via deze wijze willen zij alsnog hun percelen inzetten ten behoeve van het zonnepark. Daarnaast is een deel bij het knooppunt Valburg (A15 - A50) oningevuld gebleven aangezien hier een zoekgebied voor nieuwe buisleidingen doorheen loopt. Omdat het onwaarschijnlijk is dat er ter plaatse een buisleiding wordt gerealiseerd wordt dit perceel ook ingevuld met zonnepanelen. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is de realisatie van een zonnepark niet mogelijk. Om het initiatief mogelijk te maken is een omgevingsvergunning noodzakelijk. De voorliggende rapportage voorziet in de ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van de omgevingsvergunning om het plan mogelijk te kunnen maken.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van Overbetuwe, ingeklemd tussen de A15 en de Betuweroute. De percelen van dit plangebied liggen ten oosten naast knooppunt Valburg, en direct ten westen van knooppunt Ressen. De percelen liggen direct naast andere percelen die tot een groter geprojecteerd zonneveld behoren, wat ook een initiatief van Sunvest is. Dit zonneveld is op 2 april 2019 vergund.
De locatie direct naast knooppunt Valburg betreft de voormalige zoeklocatie van de buisleidingen welke uiteindelijk niet gerealiseerd worden. De percelen bij knooppunt Ressen zijn percelen van eigenaren die in een later stadium besloten hebben om toch mee te gaan in deze ontwikkeling.
Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer. De percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 128.956 m . 2
4
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
lip li, :
Ligging v a n het plangebied perceel bij knooppunt Valburg
Ligging v a n het plangebied extra percelen bij knooppunt Ressen
1.3
Leeswijzer
In voorliggende toelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en omgevingsaspecten die van toepassing zijn. Hoofdstuk 5 bevat de onderbouwing van de maatschappelijke haalbaarheid van het plan.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
5
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Geldende planologische situatie
De percelen vallen onder het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. In het plangebied komen de bestemmingen 'Agrarisch', 'Groen', 'Verkeer' en 'Water' voor. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Vanwege leidingen die het gebied doorkruisen is de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' opgenomen.
Voorliggend initiatief voor een zonnepark past niet in het vigerende bestemmingsplan. Middels voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht waarom een afwijking met een omgevingsvergunning mogelijk is.
2.2
Huidige situatie
De beoogde locaties liggen ingeklemd tussen de A15 en de Betuwelijn. De planlocaties hebben geen optimale uitgangspositie voor agrarisch gebruik door de ingeklemde ligging tussen Betuweroute en A15, in combinatie met de rioolleiding en hoogspanningsleiding die door het gebied lopen. Het plangebied is daarentegen erg geschikt voor een grootschalig zonnepark.
Plangebied bij knooppunt Valburg
6
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
--
IIP
Èto
Ì
Oostelijk perceel plangebied bij knooppunt Ressen
1 Mill lil '
-
.
vV
- I
,.-
—-
İÈ^å||^w. ' • I "'"ŵl'-'įï'.-.'ÿ.-' r-í-jfÿiàį^'í^V'ř:. '.
:"
1
- -
HUW
,
lāWpKĨfa/?' -
1
į
' •įlllWJlįlillĮ
ĩjĮļ gįJ ^JĮ ..gW,,Şİ j
j
*"
Westelijk perceel plangebied bij knooppunt Ressen
2.3
Toe k omstige situatie
Initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren in het plangebied. De totale oppervlakte van alle percelen bij elkaar is 12,9 ha (128.956 m ). Deze percelen maken deel uit van een groter zonnepark project. 2
2.3.1
Plan landschappelijk e inpassing
Om het zonnepark op een goede manier in het landschap en de dynamische omgeving van de A15, Betuweroute en hoogspanningsleidingen in te passen is een plan voor de landschappelijke inpassing opgesteld, afgestemd op de inpassing van het reeds vergunde zonnepark. Het landschapsplan is in zijn volledigheid na te lezen in Bijlage 1.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
7
omgevngsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
(2)
(Ŝ)
Betuwelijn
A15
6
A15
(í)
Toekomstige situatie plangebied
Uit het landschappelijke inpassingsplan zijn de volgende randvoorwaarden naar voren gekomen waarbij rekening moet worden gehouden bij de inrichting: 1.
2.
3.
4.
5. 6. 7.
8
Bomenrij gepland aan de noordzijde van het plangebied (parallelle beweging langs Betuwespoorlijn). Het aanbrengen van deze rij bomen dient meerdere doelen. Allereerst zorgt dit (met name in de zomer) voor een groener aanzicht van de Betuwespoorlijn en een sterkere landschappelijke inpassing. Ten tweede zal de bomenrij het geluid van de A15 enigszins filteren en het fijnstof afvangen (in de zomer). Doordat de rij aan de noordzijde van de weg worden geplaatst, zal deze geen tot weinig schaduwwerking hebben op de zonnepanelen. Natuurvriendelijke oever (parallelle beweging langs A15 en versterken nat/droog) langs de sloot tussen het plangebied en de A15. Door het karakter van de natuurvriendelijke oever met moeras- en rietbeplanting zullen de onderste delen van de constructie van het zonneveld aan het zicht onttrokken worden. Het zonneveld blijft deels zichtbaar vanaf de A15 en kruisende wegen, wat de leesbaarheid van het landschap ten goede komt. Ook vormt de oever door de omvang en langgerektheid een belangrijke versterking van de natuurwaarden. Struweelelementen. In een aantal overhoeken worden struweelelementen aangelegd met inheemse beplantingssoorten (geen meidoorn i.v.m. bacterievuur). Deze elementen zorgen voor een vergroening van het beeld en vergroting van de biodiversiteit. Oorspronkelijke verkavelings- en slotenpatroon.
Het oorspronkelijke slotenpatroon wordt herkenbaar gemaakt door het aanbrengen van knotbomen. Deze knotbomen dienen minimaal 1 meter uit de insteek te staan. Langs de sloten worden schouwstroken aangelegd,waardoor zichtlijnen over het slotenpatroon open blijven. Kruidenrijk grasland. Binnen het gehele plangebied komt kruidenrijk gras (met extensief beheer) van inheemse soorten. Kruideneilanden rondom hoogspanningsmasten. De basis is grasland met een mengsel van verschillende grassoorten en een aantal algemene wilde bloemen dat eenmalig wordt ingezaaid. Haag. Uit onderzoek naar de lichtreflectie van het zonneveld is gebleken dat de reflectie van de zonnepanelen teveel hinder opleveren. Er zijn twee opties om dit op te lossen: 1. Maatregelen nemen aan de panelen zelf, bijv. zwarte i.p.v. blauwe panelen of door deze
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
bijvoorbeeld te voorzien van een ondergeschikt anti-reflectie coating, of: 2. Op de insteek van de natuurvriendelijke oever struiken of hagen aanbrengen die de reflectie onderbreken. Het idee is om dit een zo natuurlijke mogelijk karakter te geven in de vorm van struweelstoken van inheems plantmateriaal in afwisselende lengtes. De gewenste breedte van deze haag is minimaal 4 meter. Deze struweelhagen vergroten enerzijds de biodiversiteit van het gebied; anderzijds wordt het zonneveld minder zichtbaar vanaf de A15 en minder 'leesbaar'. De kruideneilanden blijven geheel open en ter hoogte van de gasunie buisleiding blijft het ook open.
Naast de landschappelijke inpassing vindt een natuurlijke verrijking van het plangebied plaats in de vorm van de volgende elementen / maatregelen: » «
Netwerk van kruidenrijke graszones onder hoogspanningsleidingen en mogelijk bijenkasten onder de hoogspanningsmasten; Akkerrand met akkerkruiden aan de parkzijde langs het (noordelijke) hekwerk
Voor beheer van het gebied wordt uitgegaan van begrazing door schapen. Voor het beheer van natuur is een Natuurbeheerplan opgesteld. Deze gaat dieper in op de stof en is na te lezen in Bijlage 2.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
9
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvsie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie.
Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet.
Bij prioriteit 3 word beschreven dat er wordt ingezet op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vaagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd.
Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio's staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed.
10
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Duurzame energie De rol van de Rijksoverheid in het ruimtelijke beleid voor nationale elektriciteitsvoorziening is gelegen in het zorgen voor voldoende ruimte voor een adequate infrastructuur. Energiezekerheid is een belangrijk economisch goed. De verdere integratie van de Europese energiemarkt maakt dat er een steeds groter beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 Kilovolt) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 Megawatt) aan en zorgt voor de inpassing hiervan. Voor de opwekking van duurzame energie (met uitzondering van windenergie) is dit vanaf 50 Megawatt (Elektriciteitswet 1998, art. 9b). Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is.
Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Het voorliggende project moet ruimte gaan bieden aan de realisatie van een zonnepark. Daardoor levert het project een bijdrage aan de doelstelling voor 2040 uit het rijksbeleid.
Conclusie Het initiatief draagt bij aan de doelen uit de NOVI. Voor het overige is het initiatief niet strijdig met de NOVI. 3.1.2
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2030
De Structuurvisie Buisleidingen is een nadere uitwerking van het nationale belang zoals is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die de Rijksoverheid heeft uitgebracht in het kader van de actualisatie decentralisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Daarin is bepaald dat het netwerk aan buisleidingen essentieel voor de energievoorziening en voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen is. Buisleidingtransport blijft de komende decennia een wezenlijke rol vervullen in de Europese gas- en grondstoffenmarkt. De vraag naar buisleidingtransport en daarmee de vraag naar nieuwe leidingen en leidingverbindingen zal nog toenemen. Het Rijk kiest in verband met het vergroten van de concurrentiekracht voor het versterken van de ruimtelijk-economische structuur. Borgen van ruimte voor buisleidingen voor transport van (gevaarlijke) stoffen is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde. De nationale belangen die het Rijk in die Structuurvisie vastlegt, worden gerealiseerd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Barro & Rarro Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voor besluiten van gemeenten zijn in het besluit regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
11
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn voorkeurtracés voor buisleidingen opgenomen. Gemeenten dienen daardoor bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met toekomstige leidingen om te voorkomen dat er nieuwe belemmeringen ontstaan. Op alle locaties waar voldoende ruimte beschikbaar is, geldt een strookbreedte van 70 meter. Deze breedte maakt het in principe mogelijk om overal zes tot acht nieuwe leidingen aan te leggen op een onderlinge afstand van vijf tot zeven meter, hart op hart, rekening houdend met de reeds aanwezige leidingen.
In het Barro is aangegeven dat aan weerszijden van de voorkeurstracés een zoekgebied geldt van 250 meter. Daarbinnen kan de gemeente de exacte ligging van het buisleidingen tracé bepalen. Mits het tracé aansluit op het voorkeurstracé bij de naastliggende gemeenten en het tracé dezelfde breedte heeft als de breedte van het grootste deel van het tracé.
Het plangebied wordt aan de westzijde doorkruist door een voorkeurstracé met een strookbreedte van 70 meter en percelen aan zowel west- en oostzijde van het zonnepark hebben een overlap met het zoekgebied van 250 m rondom het voorkeurstracé. Aangeduid in onderstaande afbeelding.
Afbeelding: plangebied (rood kader) met het zoekgebied (geel gearceerd) v a n 250 m aan weerszijden van het voorkeurstracé (70 m).
Dit initiatief voorziet in de realisatie van zonnepanelen ter plaatse van het trace van de buisleiding. Op het moment bestaan er echter geen concrete plannen voor de daadwerkelijke invulling van de buisleiding. Uit overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Gasunie en RWS is gebleken dat de reservering voorlopig in stand wordt gehouden. Het zonnepark is echter bereid het risico te nemen om hier zonnepanelen te plaatsen op voorwaarde dat de zonnepanelen verwijderd worden indien dat nodig is voor de aanleg van een eventuele buisleiding. Daarmee is het plan in overeenstemming met Barro en de Structuurvisie buisleidingen. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zonneparken worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.
12
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
3.1.4
Energieakkoord
In het Energieakkoord is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaat beleid. Het Energieakkoord biedt een perspectief met afspraken voor het korte en middellange termijn. Hiervoor zijn de volgende hoofddoelen geformuleerd. » « « » »
Een besparing van het finale energieverbruik met een gemiddeld 1,5 procent per jaar. 100 petajoule aan energiebesparing in het finale energieverbruik van Nederland per 2020. Een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020. Een verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023. Ten minste 15.000 voltijdsbanen, voor een belangrijk deel in de eerstkomende jaren creëren
Deze doelen zijn uitgewerkt in verschillende pijlers. Voor de ontwikkeling van het zonnepark zijn vooral pijler 2 'Opschalen hernieuwbare energieopwekking' en pijler 3 'Stimuleren van decentrale duurzame energie (DDE)' van belang. In het Energieakkoord wordt uitgegaan van een opwekking van 186 PJ energie uit hernieuwbare energiebronnen. Om te komen tot deze energieopwekking zijn verschillende vormen van energieopwekking nodig: wind, biomassa en zon. Momenteel bedraagt het aandeel zonne-energie minder dan 100) van de totale energievraag. Het toekomstige zonnepark levert daarom een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 1600) van duurzaam opgewekte energie in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De ontwerp-visie is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 juni 2018, en heeft ter visie gelegen van 14 juni tot en met 9 augustus 2018. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. De Omgevngsvvisie Gaaf Gelderland bevat thematische vsieschetsen. Deze schetsen zijn niet bedoeld als geografische plankaart of ontwikkelkaart; ze bieden geen volledig en limitatief beeld. De schetsen zijn wel een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen die de provincie op dit moment ziet vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie. De schetsen sluiten op voorhand ook niets uit. De visieschetsen dienen wat de provincie betreft als onderlegger om met partners het gesprek te voeren over de thema's, vraagstukken en oplossingsrichtingen, zowel op de schaal van Gelderland als op regionale en lokale schaal. Gelderland kiest er in de Omgevingsvisie voor om bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven vanuit twee hoofddoelen. Het eerste doel is het vergroten van de concurrentiekracht van Gelderland door een duurzame versterking van de ruimtelijk-economische structuur. De eerste ambitie uit de Omgevingsvisie betreft de energietransitie.
Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; dat is wat de provincie nastreeft. De provinciale ambitie bestaat uit het volgende: »
»
In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. Als tussendoel realiseren we in 2030 5 5 0 broeikasgasreductie in Gelderland.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
13
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
ļ ^
S
r
\
jį
f ^ ^ V
A /LHURG
'īkt'l ļ
Geconsolideerde Omgevingsvisie Gelderland Ganuari201B)
i
111 Grote zonneparken mogelijk
i
Grote zonneparken niet mogelijk
ï
Grote zonneparken onder vooiwaarden i moge jk
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ LSUB-EWJIK Uitsnede kaart omgevingsvisie Gelderland t.p.v. het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het plangebied is geheel gelegen in de zone 'Grote zonneparken mogelijk', te zien op bovenstaande afbeelding. Dit zijn gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonnepark toe te staan. De rol van de provincie bij de ontwikkeling van de zonneparken is inspirerend en verbindend.
Conclusie Onderhavig plan voorziet huishoudens van duurzame energie. Het plan sluit daarmee aan bij de ambitieuze energiedoelstellingen van de omgevingsvisie. De locatie van het park is geschikt volgens de omgevingsvisie. Daarmee past het initiatief in de omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Op 24 september 2014 heeft Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is daarna meerdere keren aangepast en geactualiseerd, meest recentelijk op 21 december 2021. De Omgevingsverordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.
In de Omgevingsverordening zijn voor de betreffende locatie geen regels opgenomen, die van invloed zijn op het voorgenomen initiatief. Het initiatief past binnen de Omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelij k
beleid
3.3.1
Toe k omstvisie+ Overbetuwe
De ToekomstVsie+ is opgesteld om Overbetuwe verder te ontwikkelen als een onderscheidende, krachtige gemeente die voortbouwt op de aanwezige omegvingskwaliteiten en kwaliteiten in de samenleving rekening houdend met de interne en externe ontwikkelingen in de toekomst. Er zijn ver kernopgaven opgesteld, deze zijn te zien als hoofdprogramma's. De kernopgaven voor 2020 zijn; Overbetuwe verbindt: 'kwaliteit in de samenleving', 'het sociale netwerk', 'ruimte, identiteit en beleving' en 'beleidsvelden'. In 'ruimte, identiteit en beleving' wordt het verband gemaakt met duurzaamheid. In de opgave met betrekking tot duurzaamheid (nummer 17) wordt gesteld dat duurzame energie vorm kan krijgen door windturbines langs de A15, het toepassen van zonne-energie, het realiseren van biomassaopwekking en het benutten van aardwarmte of restwarmte.
Conclusie Voorliggend planvoornemen sluit aan bij de doelstelling en (potentiële) locaties voor realisatie van zonne-energie.
14
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
3.3.2
Routekaart duurzaam Overbetuwe
De Routekaart Duurzaam Overbetuwe presenteert de weg die de gemeente wil gaan om te komen tot een duurzame samenleving. Een weg waarbij inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en gemeenten nauw samenwerken. De gemeentelijke organisatie wil daarbij het goede voorbeeld geven, maar het echte succes word gemaakt in Overbetuwe. De routekaart legt de nadruk op energiebesparing en duurzame energie en biedt daarnaast ruimte voor verduurzaming in de breedte. Zo wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. De ambitie is om per jaar 1,5 procent energie te besparen. Eind 2020 moet 14 procent van de energie hernieuwbaar zijn opgewekt, de gemeente wil in 2050 energieneutraal zijn. Op het korte termijn, eind 2020, verwacht de gemeente dat er meerdere initiatieven zullen plaatsvinden en dat er ook meerdere zonneparken zijn gerealiseerd in 2020.
Voorliggend planvoornemen heeft betrekking op een 'grootschalig duurzame energie initiatief'. In het algemeen geldt dat de gemeente Overbetuwe openstaat voor grootschalige duurzame energie initiatieven. Geen enkele optie wordt op voorhand uitgesloten. Wel gelden randvoorwaarden zoals: » » « « » »
De mogelijkheid om te participeren als burger; Het project moet voordelen bieden voor inwoners die in de buurt wonen; Zorgvuldige communicatie gericht op in kaart brengen zorgen en creëren draagvlak; Zo duurzaam mogelijk uitvoeren van het project, doe waar mogelijk meer dan wet vereist; Initiatief moet ruimtelijk inpasbaar en vergunbaar zijn; Overlast tijdens de bouw en exploitatie moet geminimaliseerd worden.
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing zorgt voor de vergunbaarheid van de situatie. landschappelijke inpassing en ecologische meerwaarde worden verder onderbouwd in paragraaf 2.3.
De
Gedurende het proces van voorbereiding zijn door middel van meerdere inloopavonden mogelijkheden geboden aan omwonenden en belangstellenden om mee te praten over het initiatief. Zo worden keuzes en overwegingen gecommuniceerd. Tevens bestaat de mogelijkheid om financieel te participeren bij de exploitatie van het project, en om lokaal geproduceerde groene stroom af te nemen. Het gehele proces is daarmee ingericht om ook draagvlak te creëren.
Conclusie Voorliggend planvoornemen sluit aan bij de doelstellingen en randvoorwaarden uit de Routekaart Duurzaam Overbetuwe. 3.3.3
Landschapsontwikkelingsplan
In september 2010 heeft de gemeente Overbetuwe een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Hierin staat hoe de gemeente de komende jaren aandacht besteedt aan natuur en landschap. Daarbij wordt aangegeven welke inzet nodig is om plannen samen met initiatiefnemers te realiseren. Het dient ervoor om alle ontwikkelingen in het buitengebied te (be)geleiden die te maken hebben met landschap. Omdat het planvoornemen niet binnen het geldende bestemmingsplan past, moet het initiatief getoetst worden aan het toetsingskader in het LOP.
Overbetuwe is onderverdeeld in 16 deelgebieden; waarvoor de specifieke problematiek, visie en aanbevelingen en acties zijn opgesteld. Het plangebied van het zonnepark valt binnen deelgebied 2b en 10 (zie onderstaande afbeelding).
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
15
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
x 3
2b
J
* Z S 1
Xy^yrV Moord
fcL
/
^
g
'
\
Valburg^ *'
\
'
X
M ^ ^ t a f )
- ^
^^Y\ ^——^
10
.
a
IT"
^^^^1 ^
f-t
...
ï " ' "
—
Afbeelding: uitsnede LOP van deelgebiedenkaart t.h.v. het plangebied.
Het LOP biedt zes thema's waaraan initiatieven getoetst kunnen worden. Zonneparken zijn echter niet binnen een van van deze thema's te passen. De kenmerken uit hoofdstuk 2 van het LOP gebruikt en, waar mogelijk, gebiedsspecifieke opgaven van toegepast. Waaronder natuurontwikkeling middels oeverzones, de aanleg van poelen en het uitbreiden van landschappelijke inpassing A15 en Betuweroute. Gezien de bijzondere locatie, gelegen tussen de Betuweroute en A15, is in overleg met de gemeente een maatwerkplan opgesteld voor de landschappelijke inpassing. In paragraaf 2.3.1 wordt het maatwerk van de landschappelijke inpassing verder toegelicht.
16
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Hoofdstuk 4 4.1
Milieuaspecten
Archeologie en cultuurhistorie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
In oktober 2018 is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Zonnepark Overbetuwe, A15 tracé Ewijk-Ressen in de gemeente Overbetuwe. Het rapport is in volledigheid na te lezen in Bijlage 3.
Onderzoek Het plangebied ligt binnen de stroomgordel van Ressen en/of Baal. In en in de directe omgevng van het plangebied zijn diverse archeologische vindplaatsen en AMK-terreinen aanwezig. Een groot deel van het plangebied heeft een (middel -)hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf de (midden) bronstijd t/m nieuwe tijd. Alleen in het westen en centraal-oostelijk deel van het plangebied zouden nog resten uit de steentijd kunnen voorkomen. De archeologische resten komen naar verwachting voor vanaf maaiveld/direct onder de bouw voor en/of op meerdere diepere niveaus. Toekomstige werkzaamheden kunnen daarom voor een verstoring van het archeologisch bodemarchief zorgen. De geplande ingrepen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark zijn deels beperkt.
Voor specifieke ingrepen is (mogelijk) vervolgonderzoek geadviseerd. Dit betreft: » » » » »
de aanleg van natuurvriendelijke oever langs de zuizijde van het plangebied; de plantgaten t.b.v. de knotbomen en bomenrijen en het struweel; de aanleg van de poelen en plas-dras-zone; de locatie van trafostations; de locatie van middenspanningsleidingen.
Alle aanbevelingen en adviezen zijn nader uitgewerkt en toegelicht in Bijlage 3.
Conclusie De vervolgonderzoeken zullen in het kader van de realisatie nog moeten worden uitgevoerd en kunnen als voorwaarde worden opgenomen bij vergunningverlening. Het aspect archeologie vormt geen onoverkomelijke belemmering voor het planvoornemen.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
17
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
4.1.2
Cultuurh i stor ie
In de Toekomstvisie+ is de lagenbenadering toegepast. In de analyse worden de cultuurhistorisch waardevolle gebieden, landgoederen, openheid en doorzichten benoemd. In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig (zie de onderstaande afbeelding).
^•v^^^^
^ ^ ^ ^ ^ ^ - - ^ ^ ^
^—^l
ifll
Cult-mmmormhwwótro*»ļttétim
W urttvollcopcfrttld
^ ^ WwiitevoMedwuiiliKti cultuurhistorie Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Toekomstvisie+, het plangebied globaal aangeduid met rood kader.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.2
Bodem
Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het project. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Voor de ontwikkeling van het zonnepark wordt een middenspanningsleiding toegevoegd aan het plangebied en zullen enkele transformatorstations gerealiseerd worden. Dit zorgt voor een kleine roering van de bodem. De ontwikkeling van een zonnepark is niet aan te merken als een gevoelige functie, omdat er geen verblijf van personen plaatsvindt en omdat een zonnepark ook geen bodembelastende functie is. Voor het afgraven van kleibulten zal enige grond vrijkomen. Deze grond zal binnen het plangebied of in nabije omgeving hergebruikt worden. De grond bij overige werkzaamheden zal niet uit het plangebied worden afgevoerd. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit is niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Desalniettemin wordt er in het kader va ndit project een grondonderzoek uitgevoerd wordt.
18
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
4.3
Reflectie
Er is onderzoek uitgevoerd naar de reflec tie van de zonnepanelen en de hinder daarvan voor het verkeer op de A15. In volledigheid na te lezen in Bijlage 4.
Het onderzoek naar reflec tie heeft als uitkomst dat het zonnepark Overbetuwe wel (maskerende) verblinding voor automobilisten en vrac htwagenc hauffeurs tot gevolg kan hebben bij PV-array 1 (zie onderstaande afbeelding). Gezien de lengte waarlangs reflec tie op kan treden (langer dan 1.5 sec onden) en dat het binnen de kijkhoek van 20 graden valt, zouden hiervoor maatregelen genomen moeten worden die dit tegen gaan.
į V l ^ ' PV a r r a y 0
^ÉB'
Afbeelding: uitsnede meetpunten reflec tieonderzoek met genummerde c lusters zonnepanelen (PV array).
Maatregelen uit het onderzoeksrapport worden toegepast in het ontwerp om reflec tie te verminderen. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3.1.
Conclusie Het aspec t reflec tie vormt geen belemmering voor het planvoornemen, mits de maatregelen uit het onderzoeksrapport worden toegepast.
4.4
Geluid
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zic h langs alle wegen zones. In geval van het realiseren van geluidgevoelige bebouwing binnen deze zones dient een akoestisc h onderzoek plaats te vinden. Een zonnepark is geen geluidgevoelig objec t. Akoestisc h onderzoek is in dit kader dan ook niet noodzakelijk.
Door de ligging van het zonnepark tussen de A15 en de Betuwelijn bestaat ec hter wel een mogelijkheid tot weerkaatsing van het weg- en railverkeerslawaai. Dit resulteert mogelijk in een toename van de geluidbelasting voor omwonenden. In dit kader is onderzoek uitgevoerd, in volledigheid na te lezen in
Ruimtelijke onderbouwing (c onc ept)
19
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Bijlage 6. Het onderzoek is uitgevoerd als een worst case benadering: om de mate van invloed te bepalen is een berekening gemaakt, waarbij het zonnepark als volledig reflecterende bodem is gemodelleerd. Deze situatie is vergeleken met een bodem die praktisch geheel absorbeert De werkelijkheid is veel genuanceerder. Bij realisatie van het zonnepark is er slechts gedeeltelijk sprake van een reflecterende bodem. De conclusie uit het onderzoek is als volgt: Het reflecterend effect van de zonnepanelen in de worst case situatie is voor enkele woningen hooguit 0,4 à 0,7 dB voor wegverkeerslawaai en hooguit 0,6 à 1,1 dB voor railverkeerslawaai. Dit is een geringe toename die bijna verwaarloosbaar is. Voor het menselijke gehoor ligt dit op de grens van mogelijke waarneming. De toename is, zelfs bij worstcase beschouwing, niet significant. Naar verwachting is het effect lager dan berekend. En het plaatsen van een rij bomen levert (in de zomer) een geluidsreducerend effect op.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet samengevoegd. Met de inwerkingtreding van deze wet is het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. De voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark maakt onderdeel uit van een groter plan voor de ontwikkeling van zonneparken langs de A15. In het kader van dit plan voor zonneparken langs de A15 is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Op 16 augustus 2018 is hiervoor een ecologische inventarisatie uitgevoerd, waarbij ook het projectgebied en de omgeving zijn onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn na te lezen in Bijlage 7. Uit het verkennend onderzoek kwam naar voren dat nader onderzoek naar aanwezigheid van twee soorten nodig was. In juni 2019 is nader onderzoek gedaan naar grote modderkruiper in het deelgebied ten westen van de A50 en in mei en juni 2019 naar poelkikker in alle deelgebieden (zie ook Bijlage 8).
In onderstaande tekst over de gebiedsbescherming en soortenbescherming wordt op basis van de uitgevoerde onderzoeken een samenvatting gegeven van de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden. Daarbij is de tekst waar nodig toegespitst op het projectgebied.
Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet in of nabij in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Als gevolg van het voornemen treden geen significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden op. De activiteit is op het punt van gebiedsbescherming niet in strijd met de Wnb. De percelen waar een zonnepark wordt opgericht binnen het projectgebied vormen geen onderdeel van en grenzen niet aan gebieden die in de Omgevingsverordening Gelderland zijn aangewezen als Gelders natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Negatieve effecten op in het kader van het provinciaal natuurbeleid beschermde gebieden kunnen op voorhand uitgesloten worden.
Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan.
20
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Uit het verkennend ecologisch onderzoek (zie Bijlage 7) komt naar voren dat in en om het projectgebied niet-vrijgestelde beschermde soorten kunnen voorkomen, te weten poelkikker, grote modderkruiper, wezel en bunzing. Uit het nader onderzoek (zie Bijlage 8) komt naar voren dat poelkikker en grote modderkruiper ontbreken in het projectgebied. In het plan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat wezel en bunzing voorkomen. De werkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat geen negatieve effecten ten aanzien van deze soorten optreden. Een negatief effect op foerageergebied van wezel en bunzing wordt voorkomen door voorafgaand aan de werkzaamheden de begroeiing kort te maaien. De uitgevoerde ecologische inventarisatie levert voldoende informatie over beschermde soorten op en een ontheffing is niet nodig. Wel moeten het broedseizoen van vogels in acht worden genomen, en de zorgplicht op basis van de Wnb voor soorten zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland.
Conclusie De conclusie is dat realisatie van het zonnepark geen negatief effect heeft op GNN of GO of op Natura2000-gebieden. Tevens leidt het plan niet tot negatieve effecten ten aanzien van beschermde soorten indien de voorgestelde werkwijze in acht worden genomen. Er kan dan op voorhand in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Milieuzonering
In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten 'milieubelastende activiteiten' aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van 'milieugevoelige activiteiten'. De grootste van deze ver richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.
Een zonnepark is geen milieugevoelige functie. Door de realisatie van voorliggend plan worden geen beperkingen gecreëerd op omliggende milieubelastende functies. Zonneparken zijn niet opgenomen in de VNG-brochure, daarmee is geen richtafstand voor zonneparken voor handen. Zonnepanelen zelf hebben ook geen milieubelastende effecten. Echter zijn de elektrische omvormers en transformatorgebouwen die gebruikt worden om de energie te winnen wel milieubelastende functies. Hierbij is geluid het bepalende aspect voor de richtafstanden. De grootste hinder wordt veroorzaakt door zgn. transformatoren, de grootste richtafstand is op basis van geluid. Op basis van vermogen worden deze in de VNG-brochure ingedeeld. In dit geval wordt het benodigde vermogen niet hoger ingeschat dan 200 MVA. Daarmee is de richtafstand gesteld op 100 m. Bij alle tranformatoren wordt er voldaan aan de richtafstand van 100 m ten opzichte van geluidsgevoelige objecten.
Omvormers kunnen op zonnige dagen een licht zoemend geluid maken. Bij het plaatsen van de omvomers wordt rekening gehouden met omliggende woningen (minimaal 30 m afstand).
Mede door de ligging van het zonnepark tussen de A15 en de Betuwelijn zijn er geen geen
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
21
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
milieugevoelige functies binnen de gestelde richtafstanden.
Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de W m in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 300) verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m NO of P M ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. 3
2
10
Het voorliggende plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een zonnepark. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.8
Water
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Ten behoeve van het planvoornemen heeft in september 2018 overleg plaatsgevonden tussen de initaitiefnemer en Waterschap Rivierenland. Tijdens dit overleg zijn enkele algemene afspraken gemaakt over de breedte van onderhoudsstroken bij A-watergangen (4 meter aan weerszijden) en B-watergangen (1 meter) binnen het plangebied. Alsmede enkele afspraken voor specifieke locaties, waar middels een andere procedure een vergunning voor moet worden aangevraagd. Waterschap Rivierenland geeft aan dat er geen extra waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Het waterschap heeft geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling, mits er tijdig een watervergunning wordt aangevraagd.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
22
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
4.9
Kabels en leidingen
Het plangebied beslaat een groot gebied waar verschillende kabels en leidingen kruisen. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is daarom onderscheid gemaakt tussen de bovengrondse- en ondergrondse netwerken. In deze inventarisatie zijn enkel bestaande kabels en leidingen meegenomen, op basis van KLIC-meldingen.
Bovengronds Het plangebied wordt bovengronds doorkruist door hoogspanningslijnen en -masten. In onderstaande afbeeldingen zijn deze voor de oost- en westzijde van het plangebied in beeld gebracht.
Afbeeldingen: de west- (boven) en oostzijde (onder) v a n het zonnepark Overbetuwe. Doorlopend in het gebied, in oost-westelijke richting, zijn de hoogspanningskabels en masten te zien (zwart).
In het ontwerp is, afhankelijk van het type kabels en leidingen, rekening gehouden met de indeling van de velden. Er worden geen zonnepanelen of andere bouwwerken (zoals transformatorstations)
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
23
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
gerealiseerd binnen de gestelde buffer vanaf de leidingen en masten in het plangebied. De vereisten van Tennet voor plaatsing van zonnepanelen in de zakelijk hoogspanningslijnen zijn: » » «
rechtstrook van de
380 kV lijnen: 2 x 4 meter vrije strook onder de kabelbundels. 150 kV lijnen: geen zonnepanelen onder de lijnen. Hoogspanningsmasten: 25 meter rondom de voet vrijhouden.
Zo wordt gewaarborgd dat de realisatie van het zonnepark geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande bovengrondse infrastructuur. Tennet heeft op basis van het plan reeds een voorlopige toestemming verleend.
Ondergronds In het plangebied is op verschillende locaties ondergrondse infrastructuur aanwezig. Op onderstaande afbeeldingen zijn de locaties van de ondergrondse infrastructuur globaal aangegeven voor de west- en oostzijde van het plangebied. Middels KL IC-meldingen is in kaart gebracht waar deze kabels en leidingen liggen. In het ontwerp is, afhankelijk van het type kabels en leidingen, rekening gehouden met de indeling van de velden.
ft
1
f
ĩ
-
Afbeelding: uitsnede westzijde v a n zonnepark Overbetuwe, met in de gele kaders de locatie v a n bestaande ondergrondse infrastructuur.
24
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning V alburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
^řísľ' - - -
'
-AT- - - . r į á í S a ä f c -
.-r."-"-^-'-— w í l
'
i -,
•* *^^*kälBP
Afbeelding: uitsnede oostzijde v a n zonnepark Overbetuwe, met in de gele kaders de locatie v a n bestaande ondergrondse infrastructuur.
De gestelde buffer geldt aan weerszijden van de kabels en leidingen en zijn als volgt opgesteld: » » » «
Gasleidingen: 5 meter buffer. Middenspanningsleidingen: 3 meter buffer. W aterleiding: 3 meter buffer. Data: 5 meter buffer.
Ten behoeve van het zonnepark wordt een middenspanningsleiding toegevoegd, op bovenstaande afbeeldingen te zien als rode lijn parallel aan het spoor. De definitieve ligging van de kabel is nog onder voorbehoud van detail engineering. Voor de kruisingen van de middenspanningsleiding met de bestaande ondergrondse infrastructuur zal bij de eigenaren om toestemming worden gevaagd.
Er worden geen zonnepanelen of andere bouwwerken (zoals transformatorstations) gerealiseerd binnen de gestelde buffer vanaf de hartlijn van de, uit de KLIC-melding naar voren gekomen, kabels en leidingen in het plangebied. Zo wordt gewaarborgd dat de realisatie van het zonnepark geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande ondergrondse infrastructuur.
Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid houdt zich bezig met de risico's als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In dat kader zijn vier onderwerpen van belang: » » » »
bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bev); bedrijven die op grond van overige milieuwetgeving afstandsnormen voor veiligheid bezitten, zoals het Vuurwerkbesluit of het Activiteiten-besluit (bv. propaantanks); het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water; het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Het Interprovinciaal Overleg heeft een digitale risicoatlas gepubliceerd. Kaartmateriaal is te zien op de onderstaande afbeelding. Bij de bouw van kwetsbare objecten dient hiermee rekening te worden gehouden.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
25
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
z
r .
1
^y.
'
z
k
Uitsnede risicokaart.nl (d.d. 15-10-2018).
Het plan voorziet alleen in de realisatie van zonnepanelen en een aantal transformatorhuisjes. Het betreft dus geen object/gebouw waar langdurig personen verblijven. Hierdoor is de ontwikkeling zowel geen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar object. Doordat er geen (beperkt) kwetsbaar object mogelijk wordt gemaakt hoeft de ruimtelijke procedure niet getoetst te worden aan externe veiligheid (zie 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' artikel 5 en 'Besluit externe veiligheid transportroutes', paragraaf 2.1).
Voor de volledigheid: ook het zonnepanelenpark is geen risicobron, het plan hoeft dan ook niet verder getoetst te worden aan externe veiligheid.
Onderzoek explosieven Het plangebied is verdacht op de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna te noemen CE) afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane vondsten van CE kunnen daarnaast resulteren in kosten bij de uitvoeringswerkzaamheden waardoor het plan mogelijk financieel niet uitvoerbaar is. Om de risico's op het spontaan aantreffen te beheersen dient er nader onderzoek te worden verricht naar CE. Dit onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: 1.
Historisch vooronderzoek;
2.
Detectie;
3.
Eventueel benaderen van verdachte objecten
4.
Vrijgave van plangebied
Het onderzoek, inclusief de eventuele benadering van verdachte objecten, zal worden uitgevoerd voorafgaand aan bodemroerende werkzaamheden of archeologisch veldonderzoek. De bodemroerende werkzaamheden t.b.v. dit project zullen pas van start gaan op het moment dat het gebied is vrijgegeven van explosieven (fase 4). Wanneer nodig wordt onderdeel 3 (benaderen van verdachte objecten) in combinatie met archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat archeologische waarden worden beschadigd door uitvoering van het onderzoek naar explosieven.
Geconcludeerd kan derhalve worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.
26
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bij een besluit (zoals een omgevingsvergunning) waarbij activiteiten worden mogelijk gemaakt die zijn benoemd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden beoordeeld of er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hiertoe is een zogenaamde aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 9 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. De conclusie van de aanmeldnotitie is dat het gezien de aard van het project en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat het project belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in de ruimtelijke onderbouwing voldoende in beeld gebracht. Aan de hand van deze uitkomst is er geen aanleiding de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen.
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
27
omgevingsvergunning Valburg, Zonnepark Overbetuwe (Uitbreiding)
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen.
Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer.
Voor de initiatiefnemer is het plan financieel haalbaar omdat voor de exploitatie van het zonnepark door de Nederlandse overheid SDE-beschikkingen worden afgegeven. Dit is een exploitatie subsidie die de onrendabele top van zonneparken wegneemt.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van de artikelen 6.18 Bor en 3.1.1. Bro wordt over een projectoverleg gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Betrokkenheid buurtbewoners De initiatiefnemer heeft omwonenden en betrokkenen geïnformeerd over het initiatief. Op 23 december 2019 heeft er overleg plaatsgevonden met Buurtvereniging Leefbaar Reeth waar het planvoorstel is toegelicht. De buurtvereniging heeft begrip voor de situatie dat de inrichting van het park moet aansluiten op het naastgelegen zonnepark. Daarnaast is ook gesproken over financiële participatie in de vorm van een omgevingsfonds. De omvang van het park en de hoogte van de SDE+ zijn bepalend voor de hoogte van het bedrag dat kan worden aangeboden aan de omgeving. Hierover is Pure Energie in overleg met de buurtvereniging.
Terinzagelegging Het besluit wordt voor eenieder voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd, zoals dit is voorgeschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht.
28
Ruimtelijke onderbouwing (concept)
O
Dorpstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 i nfo@overbetuwe. n l www.overbetuwe.nl
sememe
Overbetuwe 0