23-02-28.03 Beantwoording technische vragen CDA Beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023-2026.docx
Tekst van het document
Voorbereidende vergadering Beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023-2026 en Verordening beslistermijn schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023 Vragen ten behoeve van de voorronde van 28 februari 2023 Inleiding “Op weg naar een vitale financiële huishouding” heet het beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023-2026. De gekozen richting in het beleidsplan om door de eigen organisatie bij te dragen aan een financiële gezonde huishouding van inwoners is wat het CDA betreft een goede richting. Een gezonde financiële huishouding in het kader van dit beleidsplan is breder dan hulp bieden aan kwetsbare inwoners. Ook de dienstverlening dient financieel gezond te zijn. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de financiële bijdrage die wij als gemeente moeten leveren. Vragen: 1. Op welke inschattingen en ervaringen bij andere projecten is gebaseerd dat 1,4 fte uitbereiding nodig is om preventie en nazorg te kunnen realiseren? Indien mogelijk graag een nadere onderbouwing van die inschatting en ervaringen? Normaal gesproken vindt een formatieberekening plaats op basis van een formatiecalculatiemodel van een externe partner. Deze heeft vaak uitgebreide benchmark gegevens die als basis dienen voor de tijdsduur die een activiteit kost. Nu zijn deze gegevens nog niet beschikbaar bij de activiteiten preventie en vroegsignalering.
De voorgestelde formatie is op basis van drie variabelen tot stand gekomen: • Ervaringen in tijdsbesteding bij de huidige partner die dit voor ons uitvoert. • De tijdsduur die we denken hieraan te besteden op basis van stijgende aantallen. • De intensiteit van de dienstverlening. We besteden meer tijd aan het direct contact met inwoners in plaats van het sturen van brieven en mails. We zien dat een meer “koude” manier van contact niet tot actie leidt bij inwoners. Een meer warmer contact, zoals een huisbezoek of telefonisch contact, leidt vaker tot het accepteren van hulp. 2. De verwachting is dat er sprake zal zijn van (lichte) groei van inwoners met problematische schulden. Die groei zal zich voordoen ondanks inzet op preventie en vroegsignalering. Op welke kerngetallen/waarden is de voorgestelde uitbereiding van 1 fte, naast de andere uitbereiding van 1,4 fte, gebaseerd? We zien, naast een verwachte (lichte) groei van inwoners met problematische schulden, dat de complexiteit van de vraagstukken ook toeneemt. Inwoners melden zich zelden alleen met financiële zorgen/problemen. In toenemende mate zien we ook problemen op andere levensgebieden.
3. In de lijn van de eerste twee vragen wordt gevraagd op een onderbouwing van de voorgestelde 2 fte voor in eigen beheer begeleiden van schuldenregelingen? Op geen enkele wijze is uit het beleidsplan een goede onderbouwing voor deze uitbereiding te halen. Op basis van een formatiecalculatiemodel van Berenschot is een berekening gemaakt. Dit op basis van de aantallen trajecten die we nu bij externe partners aanmelden. 4. Waarop is het vertrouwen gebaseerd dat door inzet op preventie en vroegsignalering enkel een uitbereiding van 2 fte voor het in eigen beheer uitvoeren van de schuldenregeling wenselijk is? Betekent deze aanname niet dat bij tegenvallende cijfers, qua instroom, te weinig capaciteit aanwezig zal zijn? We vertrouwen er inderdaad op dat door onze grote inzet op preventie en vroegsignalering we het aantal inwoners die een beroep doen op meer formele en intensieve schuldhulpverleningstrajecten kunnen stabiliseren. 5. Welke administratieve werkzaamheden dienen ondergebracht te worden bij een administratieve ondersteuning? Met een goede applicatie moet de administratieve last voor onze consulenten tot een minimum te beperken zijn? Uiteraard helpt het dat we een goed werkend systeem aan het implementeren zijn. Daarnaast zijn er nog steeds administratieve en ondersteunende werkzaamheden waarbij consulenten ontlast kunnen worden.
Het versturen van brieven, het beheer van het systeem, het opvolgen van meldingen wanneer er betaalachterstanden worden waargenomen kunnen goed worden uitgevoerd door een administratieve kracht. Op die manier kunnen consulenten zich beter aan hun professionele taak wijden. 6. Uit het overzicht op pagina 5 wordt duidelijk welk bedrag aan Forte en Sante wordt uitgegeven. Uit het beleidsplan wordt de rol van Sante in het kader van schuldhulpverlening niet duidelijk. Graag een toelichting op die rol en de subsidie aan Sante. Uit het budget schuldhulpverlening wordt ieder jaar een subsidie verleend voor de werkzaamheden van de sociaal raadsvrouw in onze gemeente. De sociaal raadsvrouw is in dienst van Santé en is aanwezig bij het financieel spreekuur van Forte Geldzaken, voor complexere vraagstukken op het snijvlak financiële en juridische kwesties. 7. Wordt de paragraaf over besparingen verkeerd gelezen als de conclusie getrokken wordt dat door de besparing van € 50.000 in de jaren 2023 tot en met 2026 de gevraagde extra middelen € 50.000 lager moet zijn? Komt het tekort aan dekking voor de jaren vanaf 2024 niet nog lager uit door de besparing op de kosten van de werkzaamheden van Kredietbank Nederland en PLANGroep? Zo ja, met welke bedragen kunnen we dan rekening houden? De paragraaf wordt niet verkeerd gelezen, maar zorgt kennelijk voor verwarring.
De gevraagde extra middelen 2023-2026 worden niet € 50.000
lager. In de bedragen 2023-2026 is de besparing van € 50.000 al verwerkt. In 2023 is er nog wel geld gebudgetteerd voor het contract voor vroegsignalering voor januari – april 2023. Het tekort aan dekking voor de jaren vanaf 2024 komt ook niet nog lager uit door de besparing op de kosten van de werkzaamheden van Kredietbank Nederland. We voeren weliswaar vanaf 2024 de schuldregelingen in eigen beheer uit, maar er zijn dan nog lopende trajecten bij Kredietbank Nederland waarvoor nog wel degelijk geld gebudgetteerd moet blijven totdat het traject is afgerond. Een traject (Msnp/Wsnp) duurt nu 3 jaar en dat wordt naar verwachting 1,5 jaar. In 2023 kunnen nog nieuwe trajecten bij Kredietbank starten die tot 2025/2026 kunnen doorlopen. We blijven daarom middelen voor Kredietbank Nederland opnemen in het financieel overzicht tot en met 2026.