CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-11-15.16 Relevant stuk 1, Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 ONTD

Gemeenteraadsvergadering 15 november 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling “Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021”29.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van de goot van dakkapellen en wolfseinden. 2.2

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk

De afstand vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4

De oppervlakte van een bouwwerk

De oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5

Afstand

De onderlinge afstand tussen een bepaald punt van bouwwerken, perceelsgrenzen en/of werken, daar waar die afstand het kortst is. 2.6

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kolommen, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt. 2.7

Hart van de lijn

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op schaal waarin het plan is vastgesteld.

Regels (ontwerp)

13

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan; b. hobbymatig agrarisch grondgebruik; c. het behoud, de bescherming en het herstel van kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - kleinschaligheid'; d. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. beheer en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen

Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 1 meter. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Teeltondersteunende voorzieningen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1 voor het bouwen van al dan niet tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, mits: a. deze voorzieningen noodzakelijk zijn in het kader van een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt en voor zover de bouwhoogte van de teeltondersteunende voorzieningen meer dan 1,5 meter bedraagt, uitsluitend open teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan; c. verhardingen ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen niet worden toegestaan; d. voor zover de teeltondersteunende voorzieningen betrekking hebben op pot-, container- en gootteelt gelden tevens, maar met uitzondering van hetgeen onder sub c is vermeld, de volgende regels: 1. pot-, container- en/of gootteelt is uitsluitend toegestaan direct aansluitend aan het bouwvlak; 2. de oppervlakte van pot-, container- en/of gootteelt buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 15.000 m²; 3. de verharding beperkt zich uitluitend tot de rijpaden met een oppervlakte van maximaal 25% van de gronden die op het betreffende perceel buiten het bouwblok in gebruik zijn t.b.v. de pot-, container- en/of gootteelt; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten.

14

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

3.4.2

Spuitzone

De uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Verkleinen afstand in verband met spuitzone

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.2 voor het toestaan van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt op een afstand van minimaal 5 m tot bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies, mits: a. uit onderzoek blijkt dat een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de gevoelige functies wordt gegarandeerd; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van betreffende (glas)tuinbouw, fruit- en boomteeltbedrijven. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; b. op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm agrarisch met waarden kleinschaligheid': het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van houtgewassen. 3.6.2

Weigering omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - kleinschaligheid' en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 3.6.3

Uitzondering

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van de een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.

Regels (ontwerp)

15

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 4 4.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1) ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; b. bedrijven in de categorieën 1 tot en met 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1) ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; c. bedrijven in de categorieën 1 tot en met 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1) ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2'; d. volumineuze detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus' tot een maximum van 1.500 m² bruto vloeroppervlak per bedrijf; e. groothandelsbedrijven; f. wonen in bestaande (vergunde) bedrijfswoningen; g. niet-zelfstandige kantoren; h. internet- en webwinkels; i. in- en uitritten; j. laad- en losvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. geluidswerende voorzieningen; m. groenvoorzieningen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; o. evenementen type 1; p. parkeren en verkeersvoorzieningen; q. de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de gronden als bedoeld in artikel 4.1 zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming, alsmede gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van openbaar nut. 4.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen geldt, dat de bebouwde oppervlakte niet meer dan 15 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1 meter; b. de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de bouwperceelgrenzen dient minimaal 3 meter te bedragen, met dien verstande dat daar waar op het naburige bouwperceel de afstand tot bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde minder dan 3 meter bedraagt, een afstand van minimaal 6 meter tot dat gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde moet worden aangehouden, waarbij het gestelde in deze bepaling niet geldt voor erfafscheidingen. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Grotere nutsvoorzieningen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.2, teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van grotere nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m²; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter;

16

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 c. de afwijking mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 4.3.2

Erf- en terreinafscheidingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder a, teneinde voor erf- en terreinafscheidingen een bouwhoogte toe te staan van maximaal 3 meter, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. uit veiligheidsoverwegingen en/of beveiligingsoogpunt van het bedrijf is de verhoging noodzakelijk; b. de erf-/ terreinafscheiding die hoger is dan 1 meter dient voor het deel boven de 1 meter uitgevoerd te worden als een doorzichtige dan wel open constructie; c. het uitzicht wordt niet dusdanig belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de omgeving. 4.3.3

Hogere bouwwerken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder a, teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 12 meter; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dat betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Verkeersontsluiting en parkeren

Het gebruik van de gronden binnen de bestemming mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse, waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernorm als opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Indien na onherroepelijk worden van het plan nieuwe parkeernormen worden vastgesteld, gelden de nieuwe parkeernormen in geval van een gebruikswijziging. 4.4.2

Buitenopslag

Op de gronden als bedoeld in artikel 4.1 is buitenopslag toegestaan met dien verstande dat de buitenopslag uitsluitend is toegelaten achter (het verlengde van) de voorgevel van het op het bouwperceel aanwezige hoofdgebouw danwel achter de voorgevellijn indien het bouwperceel niet bebouwd is. 4.4.3

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; detailhandel; dienstverlening, kantoren en horeca anders dan bedoeld in artikel 4.1; wonen; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; (permanente) opslag van goederen en materialen voor de voorgevel van de op het bouwperceel aanwezige hoofdgebouw dan wel voor de voorgevellijn indien het bouwperceel niet bebouwd is.

Regels (ontwerp)

17

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Niet genoemde bedrijven

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1, teneinde bedrijven toe te staan die niet worden genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels (Bijlage 1), die qua aard en omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven in de ter plaatse toegelaten categorie mits: a. het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht betreft; b. omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke terzake deskundige; c. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen in elk geval de volgende milieubelastingscomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geur, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens wordt gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 4.5.2

Opslag

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.4.3 onder g. en worden toegestaan dat opslag voor de voorgevel van het op het bouwperceel aanwezige hoofdgebouw danwel voor de voorgevelrooilijn plaatsvindt, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de buitenopslag uitsluitend is toegelaten op eigen terrein; b. de maximale hoogte van de buitenopslag 3 meter bedraagt; c. het uitzicht wordt niet dusdanig belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de omgeving. 4.6

Wijzigingsbevoegdheid

4.6.1

Bedrijf hogere categorie

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ingevolge artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen voor het toestaan van een bedrijf dat is opgenomen in de naasthogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels (Bijlage 1) dan ter plaatse is toegestaan, dan wel een bedrijf dat voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden met een bedrijf van die naasthogere categorie, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen in elk geval de volgende milieubelastingscomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geur, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens wordt gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking; b. het betreft geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersveiligheid; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden.

18

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 5 5.1

Centrum - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

dienstverlening; kantoor; maatschappelijke voorzieningen; ondersteunende horeca; cultuur en ontspanning in de vorm van galeries, ateliers, musea, theater(school), dans- en muziekschool, expositieruimten, creativiteitscentrum en wellnesscentrum; f. bedrijven uit categorie A of B van de bij deze regels gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging als opgenomen in Bijlage 2; g. evenementen type 1; h. wonen in woningen, waarbij inwoning is toegestaan;: i. ondergeschikte detailhandel; j. nutsvoorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, e.d. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gebouwd vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gebouwd achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 meter mag bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub a en b mag de bouwhoogte van beeldende kunstwerken niet meer bedragen dan 5 meter; d. in afwijking van het bepaalde in sub a en b mag de bouwhoogte van licht- en andere masten niet meer bedragen dan 9 meter. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Gebouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1, teneinde een uitbreiding van een gebouw toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de uitbreiding vindt plaats binnen het bouwperceel. b. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. c. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 5.4

Wijzigingsbevoegdheid

5.4.1

Wijzigingsbevoegdheid 'Centrum - 1' (kernwinkelgebied')

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om gronden binnen deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Centrum - 1' (kernwinkelgebied), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder

Regels (ontwerp)

19

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; c. er mag geen onevenredige vergroting van de parkeerdruk op het openbaar gebied en/of verkeersbelasting ontstaan; d. na de wijziging zijn de regels van de bestemming 'Centrum - 1', zoals opgenomen in artikel 4 van het bestemmingsplan 'Elst, Centrum' met identiciatienummer NL.IMRO.1734.0016ELSTcentrum-VSG1 van de gemeente Overbetuwe van toepassing.

20

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 6 6.1

Detailhandel

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; één en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan. 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het voorste gebouw maximaal 2 m en voor (het verlengde van) de voorgevel van het voorste gebouw maximaal 1 m; b. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 6 m. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder a voor het verhogen van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijn voor de voorgevel van het voorste gebouw waarbij de bouwhoogte maximaal 2 m bedraagt.

Regels (ontwerp)

21

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 7 7.1

Kantoor

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

kantoren; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; evenementen type 1;

één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden e.d. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de gronden als bedoeld in artikel 7.1 zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. 7.2.2

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals voorzieningen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie, waarvoor de volgende bouwregels gelden: a. oppervlakte maximaal 15 m²; b. bouwhoogte maximaal 3 m. 7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1 m; 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Grotere nutsvoorzieningen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2.2 teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van grotere nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m². de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. de omgevingsvergunning mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen. de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Evenementen

Voor evenementen gelden de volgende bepalingen: a. evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan; b. er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak; c. het evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen. 7.4.2

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig

22

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning; b. buitenpandige opslag.

Regels (ontwerp)

23

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 8 8.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

een begraafplaats ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; evenementen type 1;

Eén en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op de gronden als bedoeld in artikel 8.1 zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming, alsmede gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het openbaar nut. 8.2.2

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals voorzieningen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie waarvoor de volgende bepalingen gelden: a. oppervlakte maximaal 15 m²; b. bouwhoogte maximaal 3 m. 8.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen aan de volgende bepaling te voldoen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1 m. 8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Grotere nutsvoorzieningen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2.2 teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van grotere nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m²; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; de omgevingsvergunning mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

8.4

Specifieke gebruiksregels

8.4.1

Evenementen

Voor evenementen gelden de volgende bepalingen: a. evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan; b. er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak; c. het evenement duurt maximaal zeven (aaneengesloten) dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen.

24

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 9 9.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. parkeervoorzieningen ten dienste van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; c. nutsvoorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van uitbouwen op de begane grond, waarbij: a. uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van de hoofdgebouwen van de aangrenzende gronden. b. de horizontale diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter; c. de (horizontale) diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden ten minste 2,5 meter bedraagt; d. voor zover de uitbouw wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 60% van de breedte van die gevel bedraagt; e. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt; f. de oppervlakte maximaal 6 m² bedraagt. 9.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter; b. de maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m². 9.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gelegen zijn vóór (het verlengde van) de voorgevel van het op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op de overige gronden mag niet meer bedragen dan 2 meter. 9.2.4

Overhangende bouwdelen

Overhangende bouwdelen, zoals een overstek, overkapping en balkons bij hoofdgebouwen op aangrenzende bestemmingen zijn toegestaan, mits het bouwdeel ondergeschikt is en een (horizontale) diepte heeft van maximaal 1,5 meter.

Regels (ontwerp)

25

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 10 10.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. parkeervoorzieningen; c. verblijfsgebied; d. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; e. speelvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. beeldende kunstwerken; h. geluidwerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. evenementen type 1; een en ander met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd, met uitzondering van nutsvoorzieningen, die voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwhoogte maximaal 3 meter; b. inhoud maximaal 36 m3; 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m. 10.3

Afwijken van de bouwregels

10.3.1 Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.2.2 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een doelmatig wegbeheer met een maximale bouwhoogte van 15 meter.

26

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 11 11.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wonen in woningen, waarbij inwoning is toegestaan; de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; tuinen en erven; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen;

een en ander met bijbehorende voorzieningen. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen zijn niet toegestaan. 11.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat deze minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw moeten worden gesitueerd; b. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 5 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per bouwperceel bedraagt maximaal:

f.

Totale oppervlakte per erf

Maximale gezamenlijke oppervlakte

Tot 200 m²

90 m²

van 200 tot 500 m²

120 m²

500 m² en meer

150 m²

met dien verstande dat het erf voor niet meer dan 50% bebouwd mag zijn. voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op bouwpercelen met de aanduiding 'speciefieke bouwaanduiding - vd2' gelden de volgende regels: 1. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vd2'; 2. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 50% van de zone 'specifieke bouwaanduiding - vd2', tot een maximum van 120 m²; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3 m; 4. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3 m.

11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter (het verlengde van) de

Regels (ontwerp)

27

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3 meter. 11.3

Afwijken van de bouwregels

11.3.1 Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.2.3 onder c, teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen en erf-/terreinafscheidingen zijnde toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dat betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 11.4

Specifieke gebruiksregels

11.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. zelfstandige bewoning, voor zover het betreft bijgebouwen; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning. 11.4.2 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² wordt gebruikt voor de activiteit; b. degene die de activiteit in de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteit qua aard en omvang past in de woonomgeving; d. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; f.

geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvindt; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 11.4.3 Parkeernorm Het gebruiken van de gronden en/of bebouwing voor het wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en/of horeca, is toegestaan onder de voorwaarde, dat in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein is voorzien, waarbij moet worden voldaan aan de in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 opgenomen parkeernorm. Indien na onherroepelijk worden van het plan nieuwe parkeernormen worden vastgesteld, gelden de nieuwe parkeernormen in geval van een gebruikswijziging. 11.5

Afwijken van de gebruiksregels

11.5.1 Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.4.1 sub b en 11.4.2 voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdieping) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 75 m² mag worden

28

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 gebruikt voor publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.

Regels (ontwerp)

29

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 12 12.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wonen in maximaal één woning; wandel- en fietspaden; groen-, speel- en nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen;

een en ander met de daarbij behorende voorzieningen zoals tuinen, achterpaden en erven. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in artikel 11.1 zijn uitsluitend woningen en bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. 12.2.2 Bouwregels gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen zijn niet toegestaan; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: Bouwtype

30

Max. Max. Max. Max. Max. Aanvullend goothoogte bouwhoogte bebouwde bebouwde bebouwde e eisen opp. erf (tot opp. erf opp. 200 m²) (200-500 m²) (groter dan 500 m²)

bijbehorend 3,3 m e bouwwerke n, niet zijnde carports en erkers

4,5 m

60 m²

90 m²

120 m²

min. 3 meter achter de voorgevelrooilijn; max. 50% van het erf bebouwd

carports

3,3 m

30 m²

30 m²

30 m²

max. 50% van het erf bebouwd

3,3 m

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

erkers

4m

4m

6 m²

6 m²

6 m²

gebouwd tot vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en/of de zijgevel indien gekeerd naar openbaar gebied; de horizontale diepte bedraagt maximaal 1,5 meter; voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw mag de breedte maximaal 85% van de breedte van die gevel bedragen

12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 1 meter, met dien verstande dat pergola's zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn overige erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1,8 meter toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 12.2.4 Overschrijdingen bouwvlak Overschrijding van het bouwvlak is toegestaan voor overhangende bouwdelen, zoals een overstek, overkapping en balkons, mits het bouwdeel ondergeschikt is en een diepte heeft van maximaal 1,5 meter. 12.3

Afwijken van de bouwregels

12.3.1 Afwijken uitbreiding hoofdgebouw buiten bouwvlak Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder a, teneinde een uitbreiding van het hoofdgebouw toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de uitbreiding vindt plaats binnen het bouwperceel; b. de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 6 m respectievelijk 11 m; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; Regels (ontwerp)

31

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 d. de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 12.3.2 Afwijking vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder b en worden toegestaan dat de maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken, niet zijnde carports, wordt vergroot tot 100 m² mits het bebouwingspercentage niet wordt overschreden en de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. 12.3.3 Afwijking hogere bouwwerk en, geen gebouwen zijnde Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2.3, onder a en c teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen genoemd in artikel 12.2.3 onder b niet meer bedraagt dan 2 meter; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 12.4

Specifieke gebruiksregels

12.4.1 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorende bouwwerk zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernorm als opgenomen in artikel 27.2; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.

12.4.2 Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Het gebruik van een deel van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, kan uitsluitend worden toegestaan, indien omgevingsvergunning ex artikel 12.5.1 wordt verleend. 12.4.3 Kamerverhuurbedrijf Een kamerverhuurbedrijf is uitsluitend toegestaan via wijziging als opgenomen in artikel 12.6. 12.4.4 Woon-/werkeenheid Een woon-/werkeenheid is uitsluitend toegestaan na verlening van omgevingsvergunning als opgenomen in artikel 12.5.2. 12.4.5 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. zelfstandige bewoning, voor zover het betreft vrijstaande bijbehorende bouwwerken;

32

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021 b. standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning. 12.5

Afwijken van de gebruiksregels

12.5.1 Afwijking aan publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.1 onder e teneinde binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdieping) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m², mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorende bouwwerk zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernorm als opgenomen in artikel 27.2; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; f.

er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 12.5.2 Afwijking woon-/werkeenheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.1, teneinde een woon-/werkeenheid toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a. maximaal 50% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 75 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorende bouwwerk zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernorm als opgenomen in artikel 27.2; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 12.6

Wijzigingsbevoegdheid

12.6.1 Wijziging kamerverhuur Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming overeenkomstig artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening op onderdelen wijzigen teneinde gronden aan te duiden tot 'kamerverhuur', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en het woon- en leefmilieu; b. de functie is naar haar aard met de karakteristiek van de omgeving in overeenstemming; c. het mag niet betreffen activiteiten welke een zodanige verkeersaantrekking hebben, dat deze leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten.

Regels (ontwerp)

33

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 13 13.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk transport van vloeibare brandstoffen (aardgas) door een hoofdtransportleidingen. 13.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' voorrang krijgt. 13.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. 13.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanbrengen en rooien van diepgewortelde beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het permanent opslaan van goederen; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 13.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 13.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 13.4.3 Verlenen omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.

34

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

13.4.4 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 13.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Regels (ontwerp)

35

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 14 14.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

14.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. het beheer, de instandhouding en het onderhoud van de verbinding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met de daarbij behorende masten en (veiligheids)voorzieningen. 14.1.2 Voorrangsregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde bij de andere bestemmingen uit Hoofdstuk 2 prevaleert de bestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding'. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Algemeen a. Op de in lid 14.1.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningverbinding worden gebouwd; b. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 14.2.2 Gebouwen Nieuwe gebouwen mogen niet worden gebouwd. 14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. hoogspanningsmasten 40 m; b. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 m. 14.3

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits positief advies is verkregen van de leidingbeheerder, waaruit blijkt dat de veiligheid en leveringszekerheid van de verbinding niet blijvend onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag kan desgewenst voorwaarden aan de bedoelde vergunning verbinden ter bescherming van de bedoelde verbinding. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 14.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; b. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden of door het ophogen van gronden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (bestaande) watergangen d. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen; e. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse bebouwing, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van de in lid 14.1.1 beschreven doeleinden; f. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; g. het aanleggen van zonneparken. 36

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

14.4.2 Advies a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder, waaruit blijkt dat de veiligheid en leveringszekerheid van de verbinding niet blijvend onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.4.1 ter bescherming van de in dit artikel bedoelde verbinding. 14.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer van de onderliggende bestemming betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die verband houden met de aanleg, aanpassing of het onderhoud van de in dit artikel bedoelde hoogspanningsverbindingen en de daarbij behorende voorzieningen.

Regels (ontwerp)

37

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

Artikel 15 15.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. 15.2

Bouwregels

Uitsluitend mogen bouwwerken worden opgericht ten dienste van de in artikel 15.1 omschreven doeleinden, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of b. ten behoeve van het realiseren van nieuwe bebouwing niet dieper dan 30 cm in de bodem wordt geroerd. 15.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 15.4

Afwijken van de bouwregels

15.4.1 Omgevingsvergunningplicht Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) toe te staan, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) de archeologische waarden in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

15.4.2 Voorwaarde verlening omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 15.4.3 Deskundig advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.4.1 geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

38

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Verzamelbestemmingsplan reststroken 2021

15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in deze bestemming bedoelde gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

15.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het onder artikel 15.5.1 vervatte verbod geldt niet indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. indien de werken en/of werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het wijzigingsplan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 in dit kader is verleend; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in artikel 15.4. 15.5.3 Voorschriften Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 15.5.4 Deskundig advies Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 wint het bevoegd gezag advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.5.1 geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=0408ef12-f4d7-4e2b-9910-7d005616eecb