22-11-15.10 Relevant stuk 2, RAAP-rapport 3336
Tekst van het document
RAPPORT 3336
Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
RAAP-RAPPORT 3336
Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
dr. N.W. Willemse & ir. L.J. Keunen
RAAP, 2019
Colofon Opdrachtgever: gemeente Overbetuwe Titel: Archeologie in de gemeente Overbetuwe: actualisatie van de archeologische waardenen verwachtingskaart Versie: 25 februari 2019 Auteurs: dr. N.W. Willemse & ir. L.J. Keunen Projectcode: RAAE1 Bestandsnaam: RA3336_RAAE1.indd Projectleider: dr. N.W. Willemse Projectmedewerker: drs. R. Kok Bewaarplaats documentatie: RAAP Oost-Nederland Autorisatie: drs. H.F.A. Haarhuis Bevoegd gezag: gemeente Overbetuwe ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b 1382 LV Weesp Postbus 5069 1380 GB Weesp
telefoon: 0294-491 500 website: www.raap.nl e-mail: raap@raap.nl
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2019
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Samenvatting In opdracht van de gemeente Overbetuwe heeft RAAP in 2018 een actualisatie doorgevoerd van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en de archeologische beleidskaart van de gemeente Overbetuwe (RAAP-rapport 2003, kaartbijlagen 1 en 2). De actualisatie betreft het bijwerken van de bestaande archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart uit 2009, alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische, historische en landschappelijke gegevens en inzichten. Het datamodel voor de verwachtingslaag van de kaart is aangepast aan een regionaal karteringsmodel dat in samenspraak met de regioarcheoloog voor de regio Arnhem is opgesteld. Daarmee is bereikt dat de kaartgrenzen tussen regiogemeenten op elkaar aansluiten. Verder heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2009. Gebouwde objecten op historisch topografische kaarten en manuscriptkaarten zijn geïnventariseerd, begrensd en gewaardeerd in de context van archeologie. Bouwhistorische overblijfselen worden in Nederland in toenemende mate onderkend als potentieel waardevol cultuurhistorisch erfgoed.
Alle locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten boven- of ondergronds aanwezig zijn of in potentie bewaard zijn gebleven, zijn vertaald naar een archeologische beleidskaart. Op deze kaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen beleidsmatig vertaald zodat ze in het ruimtelijk beleid van de gemeente Overbetuwe kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening.
5
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
6
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................................... 5 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 9 1.1 Kader en doelstelling ......................................................................................................................... 9 1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen ....................................................................................... 10 1.3 Dankwoord ...................................................................................................................................... 11
2 Methoden en bronnen ................................................................................................................. 13 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context ................................................................... 13 2.2 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) . . .......................................................................................... 13 2.3 Bronnen en methoden . . .................................................................................................................... 14
3 Aanvullingen op kaartbijlage 1 ............................................................................................... 27 3.1 Zonering verwachte waarden ........................................................................................................... 27 3.2 Thematische laag historische nederzettingslocaties .. ........................................................................ 27 3.3 Aangeleverde gis-tabellen . . .............................................................................................................. 30
4 Archeologische beleidskaart ................................................................................................... 33 4.1 Status, doel en inhoud ..................................................................................................................... 33 4.2 Bestuurlijke samenvatting en conclusies .......................................................................................... 33 4.3 Legenda-eenheden op de beleidskaart . . ........................................................................................... 34 4.4 Beleidsuitgangspunten gemeente Overbetuwe ................................................................................. 36
Literatuur ............................................................................................................................................... 43 Verklarende woordenlijst ................................................................................................................ 45 Gebruikte afkortingen ...................................................................................................................... 46 Overzicht van figuren, tabellen en (kaart)bijlagen ................................................................ 47
7
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
8
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling Archeologie, cultuurlandschap en gebouwde monumenten spelen een steeds grotere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgraven of inpassen van archeologische vindplaatsen, het historisch cultuurlandschap als creatieve input voor ontwerp, bescherming en herbestemming van bouwkundig erfgoed: het zijn allemaal manieren waarop bewust aandacht wordt besteed aan de boven- en ondergrondse historische kwaliteiten van een gebied. Het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie kan een gebied een eigen identiteit geven. Daardoor wordt niet alleen de intrinsieke waarde voor de lokale bevolking verhoogd, maar ontstaan ook economische kansen. Een voorbeeld daarvan is een historische dorpskern, maar het geldt ook voor landelijke gebieden waar bijvoorbeeld fietsrecreanten op afkomen. Een zorgvuldige omgang met cultuurhistorie en benutting van historische kwaliteiten kan dus economisch lonend zijn, zo is uit onderzoek gebleken. 1 De gemeente Overbetuwe heeft al in 2009 een archeologische verwachtingskaart laten vervaardigen als gevolg van de toenemende rol voor gemeentelijke overheden bij de omgang met het archeologisch erfgoed. 2 In de bijbehorende rapportage is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysisch-geografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf.
Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeente Overbetuwe heeft RAAP in de periode 2017/2018 een actualisatie doorgevoerd van de gemeentelijke archeologiekaarten. Het gaat hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappelijke (geomorfologische) gegevens en inzichten, en het aanpassen van de beleidskaart. Daarbovenop heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2009. Politiek-bestuurlijk en maatschappelijk is cultuurhistorie steeds meer in de belangstelling komen te staan en de landelijke en provinciale overheid hebben hier reeds beleidsmatige stappen in gezet, onder meer door de verplichting sinds 1 januari 2012 om in het ruimtelijk beleid rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze beleidswijziging is ook doorgevoerd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3) door wijzigingen in de omgang met zowel de
1
Bijvoorbeeld: Bade & Smid, 2008. Zie bijvoorbeeld ook http://www.platform31.nl/publicaties/kwaliteit-en-leefbaarheid-in-krimpende-regio-s.
2
Willemse 2009.
9
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
ondergrondse als bovengrondse bouwhistorische resten. 3 Zo is er onderzoek gedaan naar historische nederzettingslocaties vanwege de belangrijke leemte in de bestaande archeologische registraties ten aanzien van de locatie van nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de (vroege) Nieuwe tijd.
1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen De actualisatie van de kaarten heeft betrekking op het aardkundige, archeologische, historischbouwkundige en historisch-stedenbouwkundige erfgoed op het grondgebied van de gemeente Overbetuwe (figuur 1). Gestreefd is naar een naadloze inhoudelijke en ruimtelijke aansluiting van de archeologische waarden- en verwachtingskaarten binnen de Regiogemeenten. De resultaten van de inventarisatie van historische nederzettingslocaties zijn geïntegreerd in de nieuwe gemeentelijke archeologiekaarten (kaartbijlagen 1 en 2).
Figuur 1. Ligging van de gemeente Overbetuwe (rood omlijnd).
In hoofdstuk 2 worden de bronnen genoemd en de methoden behandeld. In hoofdstuk 3 volgt de inhoudelijke verantwoording. De geactualiseerde kaarten zijn bijgevoegd als kaartbijlage 1 (archeologische waarden- en verwachtingskaart schaal 1:10.000, in 2 bladen) en kaartbijlage
3
KNA-protocol 4002, p. 3. In Nederland betrof het vakgebied bouwhistorie doorgaans de bovengrondse delen (en betreedbare kelders) van bouwwerken, terwijl de ondergrondse delen door archeologen (en via archeologische methoden) werden onderzocht. Er is uiteraard een raakvlak/ overlap tussen archeologische resten en bouwhistorische resten en in KNA 3.3, LS04 wordt gevraagd om een inhoudelijke toets. Daarbij is het noodzakelijk om een goed beeld te hebben van locaties waar deze ondergrondse of inpandige bouwhistorische resten mogelijk nog aanwezig zijn.
10
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
2 (archeologische beleidskaart, schaal 1:15.000). De archeologische beleidskaart betreft de weergave van zowel de archeologische verwachtingszones als de locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten bovengronds aanwezig zijn of in de bodem bewaard zijn gebleven. Op deze kaart zijn de in hoofdstuk 3 onderbouwde archeologische vindplaatsen en verwachtingen op dusdanige wijze beleidsmatig ‘vertaald’ dat ze bij de herziening en actualisatie van de bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid van de gemeente Overbetuwe kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening (archeologische onderzoeksverplichting). Het samenstellen van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. De praktische uitvoering van het onderzoek voldoet aan de normen opgesteld in het Handboek ROB-specificaties van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. 4
1.3 Dankwoord Tijdens het project is op een prettige manier samengewerkt met Hans Huisman van de gemeente Overbetuwe, met Joris Habraken, werkzaam als Regio-archeoloog voor de gemeenten Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar, en stagiaires Fennie Berghuis en Vick Hermsen van de opleiding archeologie van Saxion Hogeschool te Deventer.
4
ROB, 1998. Sinds 2007 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
11
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd Nieuwe tijd
- 1945
C
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B
- 1250
Laat A D: Ottoonse tijd Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd A: Volksverhuizingstijd
Laat
Romeinse tijd
- 500 - 800 - 1100
Midden
- 1800
Prehistorie
Vroeg
Mesolithicum (Midden Steentijd)
Paleolithicum
(Oude Steentijd)
- 450
- 250
Midden Laat
(Nieuwe Steentijd)
- 525
- 15 voor Chr.
Vroeg
Neolithicum
- 725
- 70 na Chr.
Laat
Bronstijd
- 900
- 270
Midden Vroeg
IJzertijd
- 1050
- 2000
Laat
- 2850
Midden
- 4200
Vroeg
- 4900/5300
Laat
- 6450
Midden
- 8640
Vroeg
- 9700
Laat
- 12.500
Jong B
- 16.000
Jong A
- 35.000
Midden
- 250.000
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
Tabel 1. Archeologische tijdschaal. Archeologische tijdschaal.
12
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
2 Methoden en bronnen 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context De archeologische waarden- en verwachtingskaart voor de gemeente Overbetuwe is niet alleen gebaseerd op een analyse van bekende archeologische en historische vindplaatsen en terreinen, maar in nog hogere mate op de fysiek-landschappelijke en bodemkundige context van het gemeentelijk grondgebied (vereenvoudigd weergegeven in figuur 2). In de archeologische studie die van het gemeentelijk grondgebied is gemaakt, kunnen op grond van de ondiepe geologie, de terreinkenmerken en de bodemgesteldheid namelijk verschillende landschappen worden onderscheiden die ieder eigen ontwikkelingen en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. Juist door analyse van deze bewoningsmogelijkheden en ontwikkelingen door de tijd heen kan een verwachtingsmodel worden opgesteld.
0
5.000 metres
Figuur 2. De fysisch-geografische hoofdlandschappen binnen de gemeente Overbetuwe (Tabel 1, Attribuut ‘Landschap’).
2.2 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) Een belangrijk eindproduct zijn de aan een geografisch informatiesysteem (GIS) gekoppelde kaartbeelden. Het betreft digitale, database-tabellen waarin per punt-, lijn- of vlakelement verschillende soorten van informatie zijn opgeslagen. De GIS-tabellen zijn aangeleverd als losse bijlage (aangeleverd op cd-rom) en bevatten de exacte gegevens over de geografische ligging
13
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
en aard van (mogelijk) waardevolle archeologische terreinen en objecten. Alle bestanden zijn voorzien van een heldere, logische en begrijpelijke naam, die verwijst naar de inhoud en de productiedatum. De standaardprojectie is het Rijksdriehoekstelsel (non-earth meters). In de hiernavolgende paragraven ‘bronnen en methoden’ wordt per inventarisatiethema de tabelstructuur en tabelinhoud van de GIS-tabellen beschreven. In vet vermelde attribuutnamen zijn de betreffende velden waarop de kaartlagen zijn gethematiseerd voor de productie van de analoge kaarten. Cursief en onderstreept (ID10) zijn de attributen op basis waarvan de kaartlabels zijn aangemaakt.
2.3 Bronnen en methoden 2.3.1 Landschappelijke-bodemkundige gegevens De actualisatie van de bestaande kaart en het onderliggende verwachtingsmodel betreft het bijwerken van het bestaande verwachtingsmodel aan de hand van twee nieuwe gegevensbronnen: 1. De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied; 5 2. De archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. 6 Voor de nieuwe kaart zijn de begrenzingen en kaartclassificaties van de verwachtingskaart uit 2009 integraal overgenomen. Om de legenda-eenheden van de verschillende Regiogemeenten inhoudelijk te koppelen en archeologisch-landschappelijk te kunnen interpreteren is op verzoek van de regioarcheoloog echter een nieuw (regionaal) karteringsmodel doorgevoerd. Dit karteringsmodel betreft een hiërarchisch systeem van landschapsbeschrijving volgens het model ‘fysische-geografisch landschap-terreinsoort’ (bijlage 2) en sluit aan op de karteringseenheden zoals die door de Universiteit Utrecht voor het rivierengebied worden gehanteerd. Deze zijn ook gebruikt voor de archeologische verwachtingskaart voor de uiterwaarden (UIKAV). 7 Het primaire doel van de erfgoedkaarten is het begrenzen van archeologische verwachtingszones. De kaarteenheden (tabel 1: Terreinvorm 10) hebben dan ook voornamelijk een archeolandschappelijke betekenis.
Met behulp van dit vlakkenbestand zijn meerdere thematische kaarten (aardkundige eenheden, verwachtingen, hoofdlandschappen) te genereren op verschillende kaartschalen. Verwachting en conservering RAAP hanteert voor zijn archeologische verwachtingskaarten eigen verwachtingseenheden die archeologische verwachtingen (ofwel: de verwachte dichtheid aan archeologische resten) combineert met de verwachte kwetsbaarheid/conservering van de archeologische resten op basis van het voorkomen van afdekkende (conserverende) lagen (zoals een kleidek, of overslaggronden). Zie daartoe tabel 2. Omdat de kwetsbaarheid mede afhankelijk is van de
5
Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.Geurts, 2012. Rhine-Meuse Delta Studies. Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Departement Fysische Geografie, Universiteit Utrecht.
6
Cohen, K.M., S. Arnoldussen, G. Erkens, Y.T. van Popta & L.J. Taal, 2014. Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. Deltares-rapport 1207078. Deltares i.s.m. Rijksuniversiteit Groningen & Universiteit Utrecht.
7
Cohen e.a. 2014.
14
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
ID
identificatienummer van het polygoon
130
COD10
kaartcode schaal 1:10.000
Fs1
TERREINVORM10
legendaomschrijving kaartschaal 1:10.000
fossiele meandergordel met relatief hoge oeverwal
PROFIELTYPE
numerieke typering verwachtingseenheid
1
TOEVOEGING
code bij verwachtingswaarde uit bronbestand
HOOGm
VW_OMSCHRIJF
omschrijving verwachtingswaarde
hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Hoog deel van het oeverwalcomplex. Datering en aard van de archeologische resten afhankelijk van begindatering rivierstroomgordel en de latere overslibbing
TERREINVORM25
legendaomschrijving kaartschaal 1:25.000
hoge oeverwal
STROOMGORDEL
naam fossiele Rijntak volgens Cohen et al. 2012
meandergordel van Ressen (jongere fase)
LANDSCHAP
Fysisch-geografische landschapstypering
Rivierstroomgordel (figuur 2)
BELEIDSZONE
vertaling verwachtingswaarde naar beleidszone
PROJ
verwijzing naar gemeentecode of bronbestand
OVER DUIV WEST UIKAV
Tabel 1. Tabelstructuur van het basisbestand RA3336_vw.
verwachte diepteligging van de archeologische resten worden de verwachtingseenheden als profieltypen aangeduid. Ze doen dus een uitspraak over de verwachte dichtheid aan archeologische resten, de globale top van het archeologisch niveau en de verwachte kwetsbaarheid mate van conservering.
2.3.2 Archeologische vindplaatsen Algemeen Archeologische vindplaatsen zijn (punt)locaties waar (in het verleden) vondsten/waarnemingen zijn gedaan die van archeologisch belang zijn en die het mogelijk maken bepaalde uitspraken te doen over de archeologische betekenis van een locatie. Veelal betreft het een locatie waar antropogene grondsporen en al dan niet in los verband voorkomende materiële resten, zoals aardewerk, vuursteenartefacten of organische artefacten voorkomen. De aard, ouderdom, verspreiding, gaafheid en conservering hiervan kunnen worden benut om de aan- of afwezigheid van vergelijkbare maar nog onbekende resten elders in het landschap (tot op zekere hoogte) te voorspellen. Veel archeologische waarnemingen uit het verleden staan geregistreerd in een landelijke database: ARCHIS3, de nationale archeologische databank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Buiten deze registraties zijn echter nog veel meer waarnemingen bekend en al dan niet opgenomen in collecties van heemkundeverenigingen. Ook historische bronnen zijn een waardevolle bron van informatie. Op dit moment is het, gezien het huidige maatschappelijke gezichtspunt ten aanzien van de omgang met materieel erfgoed, vanzelfsprekend om ook deze bronnen te gebruiken bij het opstellen van een verwachting ten aanzien van cultuurhistorisch erfgoed (zie verder § 2.3.3).
ARCHIS-waarnemingen Belangrijkste uitgangspunt voor de archeologische inventarisatie zijn de in ARCHIS3 aangemelde onderzoeken en waarnemingen (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/). Elk in Nederland uit te voeren
15
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
type
verwachte dichtheid archeologische resten en mate van conservering
11
zeer hoog
historische bewoningslocatie met een accumulatie van archeologische resten
16
zeer hoog
oude woongronden met een accumulatie van nederzettingsresten
17
zeer hoog
grachten rondom versterking
1
hoog + conserverend dek > 50 cm
archeologische resten waarschijnlijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
2
hoog + conserverend dek 30-50 cm
archeologische resten mogelijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
3
hoog, zonder conserverend dek
archeologische resten aan of dicht onder het maaiveld en daardoor kwetsbaar
4
middelmatig + conserverend dek > 50 cm
archeologische resten waarschijnlijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
5
middelmatig + conserverend dek 30-50 cm
archeologische resten mogelijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
6
middelmatig, zonder conserverend dek
archeologische resten aan of dicht onder het maaiveld en daardoor kwetsbaar
7
laag + conserverend dek > 50 cm
archeologische resten waarschijnlijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
8
laag + conserverend dek 30-50 cm
archeologische resten mogelijk afgedekt en daardoor relatief goed geconserveerd
9
laag, zonder conserverend dek
archeologische resten aan of dicht onder het maaiveld en daardoor kwetsbaar
10
hoog
rivierrestgeul met een hoge dichtheid aan watergerelateerde resten
12
geen archeologische verwachting
geroerde grond
13
onbekend
nader te bepalen archeologische potentie
14
onbekend
huidige riviergeul. Nader te bepalen potentie voor watergerelateerde resten
15
onbekend
waterpartijen. Nader te bepalen archeologische potentie
Tabel 2. Profieltypen voor de a rcheologische verwachtingswaarden en de dikte van eventueel conserverende lagen.
archeologisch onderzoek wordt in dit systeem onder een unieke numerieke code, het ARCHISzaakidentificatienummer (of CIS-code) aangemeld. Tot deze registratie horen ook geografische (toponiem, locatie, omvang) en andere administratieve gegevens (uitvoerder, opdrachtgever, aanleiding). Eventueel aangetroffen archeologische resten (individuele vondsten, complextypen, etc.) worden in ARCHIS3 eveneens geregistreerd onder hetzelfde zaakidentificatienummer. Binnen de gemeente Overbetuwe staan ruim 800 locaties met archeologische resten geregistreerd (tabel 3). De in 2009 gepubliceerde lijst is aangevuld met de ARCHIS-gegevens die na 2009 in het systeem zijn opgenomen (catalogusnummers 576 t/m 824). Zie bijlage 1 voor de catalogus met vindplaatsen en tabel 4 voor de opgenomen gegevens. Overige archeologische waarnemingen Andere niet in ARCHIS geregistreerde vindplaatsgegevens zijn afkomstig van amateur-archeologen, waaronder de in het gebied actieve leden van oudheidkundige verenigingen. De door detectoramateurs aangemelde vondsten zijn opgenomen onder catalogusnummers 833 t/m 837. Verder is voor de inventarisatie een brede zoekzone van 200 m buiten het gemeentegebied genomen. Deze locaties met geregistreerde archeologische resten buiten de gemeentegrens zijn eveneens in de catalogus (bijlage 1) opgenomen. De reden is dat het oppervlak met archeologische resten vaak niet
16
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
is vastgesteld en dat rekening moet worden gehouden met een ruime zone (bij nederzettingsresten > 100 m) rondom de opgegeven (centrum)coördinaat. In tabel 3 staan de thans bekende archeologische naar aantal en algemene typering (complexgroep) opgesomd. In deze lijst ontbreken de historische locaties uit tabel 12 (zie hierna) omdat er uiteraard enige overlap tussen historische locaties en waargenomen archeologische resten bestaat. Complexgroep
Locaties
Waarnemingen
nederzettingsresten
410
1719
begraving
25
83
versterking
18
46
economie
14
32
religie
14
21
opgehoogde woon- of vluchtplaats
13
23
versterkt gebouw
9
11
infrastructuur
7
19
losse vondst(en)
7
12
steentijdvindplaats
6
10
depot
2
7
onbekend
306
670
totaal
831
2653
Tabel 3. Samenvatting van de archeologische vindplaatsgegevens. Voor de historische gegevens zie tabel 12.
Vindplaatscatalogus Voor elke geïnventariseerde archeologische vindplaats is een catalogusnummer uitgedeeld. Het betreft dimensieloze puntlocaties waar archeologische vondsten zijn geregistreerd. Eén vindplaats kan meerdere perioden en/of vindplaatstypen omvatten en meerdere ARCHISwaarnemingsnummers. Deze staan in bijlage 1 onder hetzelfde catalogusnummer, maar in een andere regel (‘volgnr’) opgenomen. In het nieuwe ARCHIS3 systeem staan de meeste vindplaatsen onder een zaakidentificatienummer vermeld. Met dit zaakidentificatienummer kunt u op de website https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login uitgebreide extra informatie over de vindplaats opzoeken. Niet alle vindplaatsen in de gemeente zijn echter geregistreerd in het ARCHIS-systeem. Deze hebben dan ook geen ARCHIS-waarnemingsnummer of zaakidentificatienummer gekregen. De vindplaatsen zijn op kaartbijlage 1 opgenomen en van elkaar onderscheiden op begin- en einddatering (archeologische periode) en type complexgroep (zie tabel 4). In tegenstelling tot de archeologische waarnemingslocaties, zijn de uit historische bronnen overgenomen nederzettingslocaties (§ 2.3.3) niet opgenomen in de vindplaatscatalogus (bijlage 1). De reden is dat de aanvullende informatie veelal te beperkt is (tabel 5) in relatie tot de enorme hoeveelheid locaties (ruim 1.000) voor opname in deze catalogus.
Voor meer informatie over dit type vindplaats dient dan ook, naast de kaart, het GIS-bestand te worden geraadpleegd).
17
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Code
Betekenis
Voorbeeld
CatNr
RAAP-Catalogusnummer
801
VolgNr
volgnummer
3
Gem
gemeentecode
DUIV
CompType
complextype/vondst
grijsbakkend gedraaid:kan
CompGro
complexgroep
nederzettingsresten
BeginPer
begin periode
onbekend
EindPer
eind periode
onbekend
ZaakIdent
ARCHIS3 zaakidentificatienummer
4007801100
ARCHwNR
ARCHIS2 waarnemingsnummer(s)
nvt
ArchVnr
ARCHIS2 vondstnummer
410260
CHWNR
nummer Gelderse cultuurhistorische waardenkaart
2435
OverCod
overige codes (amateurverenigingen etc)
39FZ-169
Gemeente
naam gemeente
Duiven
Plaats
plaatsnaam
Leuven
Toponiem
toponiem
Pastorie Groote Kerk
Waarde
Waardetoekenning archeologische monumentenkaart
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
Bron
gegevensbron en peildatum ddmmjj
ARCHIS3_201117
AMKNR
AMK-monumentnummer
nb
CMANR
nummer centraal monumenten archief
nvt
RDX
centrum X-coördinaat (RD)
176671,89
RDY
centrum Y-coördinaat (RD)
440626,37
PRECISIE
nauwkeurigheid plaatsbepaling
onbekend
Omschr
omschrijving
detectorvondst. Geen verdere omschrijving
Verwerving
vondstwijze
niet-archeologisch: metaaldetector
Melder
aanmelder vondst
NWillemse
Datmeld
datum vondstmelding aan ARCHIS
20160714
Tabel 4. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_bijlage1_vpcatalogus.
2.3.3 Historische nederzettingslocaties De kartering van archeologisch relevante locaties op basis van historische bronnen heeft aan de hand van een groot aantal uiteenlopende bronnen plaatsgevonden. Als basis werd de kartering aangepast aan de systematiek van inventarisatie zoals die we die voor alle betrokken gemeenten in de regio Arnhem laten gelden. Voor de gemeente Overbetuwe zijn de kadastrale minuutplans van de kadastrale gemeenten Driel, Elst, Hemmen, Herveld, Heteren, Loenen en Wolferen, Randwijk, Slijk-Ewijk, Valburg en Zetten nauwkeurig gegeorefereerd. Vervolgens zijn voor de historische nederzettingslocaties op basis van het kadastraal minuutplan (1832) ingetekend. Aan de op deze wijze gekarteerde historische nederzettingslocaties zijn bijzondere objecten zoals bruggen en veerstoepen, historische dijk- en kanaaltracés en relevante andere terreinen (dorpskernen, kasteelterreinen, schansen, kolken, vijvers, etc.) toegevoegd.
18
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Aan alle geïdentificeerde objecten is een typering meegegeven, zoals boerderij of woonhuis, schuur en/of schaapskooi, landhuis, kasteel, enzovoorts. Vervolgens zijn voor de gemeente Overbetuwe tientallen manuscriptkaarten uit de collectie van het Gelders Archief bekeken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de verpondingskaarten uit de periode 1808-1811, waarop soms kastelen of huizen stonden die in 1832 verdwenen bleken te zijn. Op basis van dergelijke kaarten is ook de ligging (bij benadering) van schansen uit de Tachtigjarige Oorlog langs de Waal opgenomen. Alleen die informatie uit de manuscriptkaarten die een wezenlijke aanvulling vormde op de gegevens van het kadastraal minuutplan is aan de lijst met objecten toegevoegd. De bestandsnamen uit de database van het Gelders Archief zijn als bronverwijzing in de GISbestanden opgenomen. Het gebruikte kaartmateriaal betreft: • Kadastrale minuutplans, ca 1832 (via www.cultureelerfgoed.nl) • Gelders Archief, archief Verpondingskaarten, inventarisnummers 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 123, d.d. 1808-1811; • Gelders Archief, archief Kaartenverzameling Gemeente Arnhem, inventarisnr. 7722 en 7723, d.d. 1809; • Gelders Archief, archief Gelderse Rekenkamer, inventarisnr. 571, d.d. maart 1748; idem, inventarisnr. 654, d.d. 26-08-1646; idem, inventarisnr. 689, d.d.
09-01-1649; • Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden, inventarisnr. 424, d.d. 21-07-1722; idem, inventarisnr. 425, d.d. 14-07-1722; • Gelders Archief, archief Kaartenverzameling, inventarisnr. 59, d.d. 19-09-1661; idem, inventarisnr. 60, d.d. 10-08-1641; inventarisnr. 74, d.d. ca 1680 (twee bladen); idem, inventarisnr. 284, d.d. 1809; idem, inventarisnr. 385, d.d. 21-01 en 04-02-1809; • Gelders Archief, archief Tiendcommissie in het tweede tienddistrict Arnhem, inventarisnr. Kaarten 71, d.d. maart/april 1750; idem, inventarisnr. 102, d.d. 28-10-1731; idem, inventarisnr. 103, d.d. 1632 & 29-09-1808; idem, inventarisnr. 127, d.d. 24-08-1757 • Gelders Archief, archief ORA Overbetuwe, inventarisnr. 176, d.d. 1669/05-06-1700; • Gelders Archief, archief Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnr. 5141, d.d. 22-10-1631 en 22-10-1632/06-10-1633 (twee kaarten); idem, inventarisnr. 5016, d.d. tweede helft 16e eeuw; inventarisnr. 4929, d.d. december 1552; idem, inventarisnr. 1270, d.d. ca 1608, bladen 0007, 0008 en 0009; idem, inventarisnr. 1271, d.d. 01/06-11-1620; • Gelders Archief, archief Gewestelijke Besturen in de Bataafs-Franse tijd, inventarisnr. 4719, d.d. 1812; • Gelders Archief, archief Gasthuizen en gilden in Arnhem, inventarisnr. 558, d.d. 1635; • Gelders Archief, archief Burgerweeshuis te Arnhem, inventarisnr. 503, d.d.
09-02-1741; • Gelders Archief, archief Rijkswaterstaat, inventarisnr. Kaarten 282, d.d. ca 1812; • Gelders Archief, archief Collectie Van Geelkercken, inventarisnr. 9, d.d. 02-10-1633.
19
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
ID
Type
Naam
Buffer
Bron
Ouderdom
6
vlak
schans
Geldersoort
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
15
vlak
omgracht terrein
De Berenklaauw
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
16
vlak
gracht
De Berenklaauw
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
17
vlak
terrein rond kasteel
Magerhorst
Gelders Archief, archief De Lymers amts carten, blad 29, 36, 37 en 38, d.d. 1733-1734
voor 1734
20
vlak
steenoven
Gelders Archief, archief Tiendcommissie in het tweede tienddistrict Arnhem, inventarisnummers 85 en 86, d.d. 1800/1802
voor 1722
27
vlak
terrein rond landhuis
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
120
vlak
zoekgebied kasteel
Kastelen in Gelderland, p. 410
voor 1521
20
lijn
dijk
25
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
21
lijn
dijk
25
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
5
lijn
dijk
25
kad.minuutplan, 1832
voor 1832
2789
punt
redoute
Gelders Archief, archief Kaartenverzameling, inventarisnr. 74, d.d. ca 1680 (twee bladen)
ca 1606
126
punt
galgenberg
2782
punt
boerderij of woonhuis
Gelders Archief, archief Gelderse Rekenkamer, inventarisnr. 689, d.d. 09-01-1649
voor 1649
Mellard
Waaldijk
50 Het huis van Tunnus
50
Tabel 5. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in de bestanden RA3336_histned_vlak, _lijn of _punt.
Een opgenomen andere categorie betreft de in de gemeente aanwezige begraafplaatsen. Deze gegevens zijn afkomstig uit de kaartlaag ‘Vergraven Gronden’ van de RCE 8 en omvatten de gegevens van het CBS betreffende de 24 begraafplaatsen die onder de legendaeenheid ‘32 – Begraafplaats’ in deze gegevensbron zijn opgenomen. Deze polygonen zijn uit het bronbestand verwijderd en als aparte kaartlaag opgeslagen (tabel 6). Attentiezones voor archeologische resten rondom historische nederzettingslocaties Boerderijgebouwen waren in het verleden door hun wijze van funderen meer aan slijtage onderhevig dan tegenwoordig, omdat ze tot ver in de Volle Middeleeuwen met hun houten palen in het zand stonden. Bovendien was de plek niet statisch; boerderijen werden vaak binnen het eigen bezit over een bepaalde afstand verplaatst. Tot omstreeks 1200 kon die verplaatsing (in meerdere fasen) tot wel 200 m bedragen; later, door verbeterde funderingstechnieken en een meer aan regels gebonden ruimte, hoogstens enkele tientallen meters. Omdat er geen nadere studie naar de ouderdom van de boerderijen heeft plaatsgevonden, wordt een standaard attentiezone van 50 meter (buffer=50) gehanteerd rondom gebouwen en 10 meter (buffer =10)rondom bruggen. Aan puntlocaties die
8
Maas, G.J., F. de Vries, F. Brouwer & N. Heidema 2016
20
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
ObjectId
Identificatienummer
7824
Thema
hoofdtype vergraving
Verwerkingen
Leg_Eenh
kaarteenheid
Vergraven
Leg_Eenh_B
subtype vergraving
32 - Begraafplaats
Bron
gegevensbron
CBS
Bestand
naam bronbestand
LANDGEBRUIK.BBG_2006
Jaar_Ingr
jaar van de ingreep
0 (onbekend)
Jaar_B
jaar van bronbestand
2006
Orig_FID
Identificatienummer bronhouder
8372
Shape_Area
oppervlak vergraving in hectare
3, 456
Tabel 6. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_vergravengronden_begraaf.
binnen terreinen vallen is geen attentiezone gekoppeld (buffer = 0). Indien er uit toekomstig onderzoek meer informatie beschikbaar komt, kunnen attentiezones zo nodig worden aangepast, wat voor vermoedelijk de meeste locaties een verkleining van de attentiezone betekent. Daarbij kan zelfs worden gedacht aan het afsnijden van de attentiezones in landschappelijke zones waar geen voorgangers verwacht worden, zoals nattere delen van het landschap. Nauwkeurigheid De onnauwkeurigheid van de ingetekende locaties als gevolg van beperkingen in het georefereren van de historische kaarten is beperkt en bedraagt ten hoogste circa 10 m. Niet alles wat op de kadastrale minuutplans zichtbaar was aan archeologisch relevante zaken is (omwille van de beschikbare tijd) mee gekarteerd. Het betreft dan vooral objecten die geen directe nederzettingscomponent bevatten, zoals de ligging van bruggen en sluizen.
2.3.4 Terreinen van archeologische waarde Hoofddoel van archeologisch vooronderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg (AMZ) is om voorafgaand aan vergunningverlening de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate vast te stellen. Daartoe wordt gekeken naar de kwaliteit, de zeldzaamheid en de contextwaarde van (eventueel) aanwezige archeologische resten. Dit wordt ‘waardestelling’ genoemd. Van een aantal terreinen is deze waardestelling in het verleden reeds door het Rijk (i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) bepaald. De meeste van deze terreinen werden ondergebracht op de provinciale archeologische monumentenkaart (AMK). De gegevens in de kaartbijlagen 1 en 2 zijn ontleend aan de laatst aangepaste versie van de AMK, voor het laatste gepubliceerd in juli 2014 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. In dit rapport en op de kaarten worden de AMK-terreinen vermeld als ‘terreinen van archeologische waarde’ of TAW.
21
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
AMKnummer
nummer voor AMK-terreinen
12683
Waarde
waardetoekenning op de AMK
Terrein van archeologische waarde
Kaartblad
volgens de topografische kaart 1:25.000
40E
Code
subcode bij kaartbladnummer
A01
X_coord
centrum X-coördinaat (RD)
201.635
Y_coord
centrum Y-coördinaat (RD)
443.252
Provincie
defaultwaarde: Gelderland
Gelderland
Gemeente
gemeentenaam
Westervoort
Plaats
plaatsnaam
Westervoort
Toponiem
indien vermeld
Rouvenen, Landaalse Straat
Tabel 7. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_TAW.
2.3.5 Rijksmonumenten Rijksmonumenten zijn terreinen, gebouwen of andere objecten die om hun nationale cultuurhistorische waarde door de rijksoverheid zijn aangewezen als beschermd monument. Ze zijn onder het rijksmonumentennummer te vinden in het monumentenregister (https:// monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ ). Iets meer dan de helft van de Rijksmonumenten in de gemeente Overbetuwe (n=112) is een woonhuis. Een veel kleiner deel (n=11) betreft archeologische rijksmonumenten. Deze zijn grotendeels overgenomen van de archeologische monumentenkaart (in het verleden de terreinen van zeer hoge archeologische waarde, beschermd) en hebben in het monumentenregister een nieuw nummer gekregen. Het oude AMK-nummer is daarmee komen te vervallen. Een bekend voorbeeld is het tempelterrein te Elst (monumentnummer 531051). Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
Rijksmonumentennummer
identificatienummer uit het monumentenregister
531051
object_num
objectnummer
1015665
JuridischeStatus
default
rijksmonument
Herkomst
bijv. Basisregisratie kadaster
BRK
KwaliteitGeometrie
precisie geometrie
exact
BeginGeldigheid
ingangsdatum monumentenstatus
3/4/2011
Registratiedatum
datum van opname in het register
3/4/2011
Omschrijving
omschrijving van het betreffende monument
Terrein met resten van een Romeins heiligdom, tempels, opeenvolgende kerken met bijbehorende begraafplaat
Tabel 8. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_RM.
2.3.6 Onderzoeksgebieden In de kaartbijlage 1 zijn de ruimtelijke gegevens met betrekking tot het archeologisch onderzoek in het verleden verwerkt. De bron van deze gegevens is veelal ARCHIS, aangevuld
22
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 3. Maquette met een reconstructie van de tweede tempel. Bron: GFDL, https://commons.wikimedia. org/w/index.php?curid=3974208
met gearchiveerde gegevens bij RAAP in de gemeente Overbetuwe. 9 Van een groot aantal van deze terreinen is de definitieve waardering nog niet bekend. Weliswaar heeft hier al onderzoek plaatsgevonden, maar deze terreinen zijn nog niet definitief gewaardeerd. Ook de onderzoeksresultaten zelf zijn niet altijd in ARCHIS vermeld. Het is namelijk niet verplicht om de exacte resultaten te vermelden. Om te bepalen of een terrein afdoende archeologisch is onderzocht, dienen de afzonderlijke onderzoeksrapportages geraadpleegd te worden. Voor nadere informatie over deze terreinen en onderzoeken wordt op de kaart verwezen naar de gemeente. Zie verder tabel 8 voor de verzamelde gegevens.
2.3.7 Bodemverstoringsgegevens Bodemverstoringen zijn op twee verschillende manieren in kaart gebracht. Slechts ten dele kon gebruik gemaakt worden van de gegevens van de beschikbare bodemkaarten (diep uitgegraven, gekeerde grond, geëgaliseerd en opgehoogd), omdat deze doorgaans slechts globaal van aard zijn (tabel 10). Deze zijn een-op-een overgenomen van de bestaande archeologiekaarten. Voor de actualisatie van bodemverstoringsgegevens is aanvullend gebruik gemaakt van bodemverstoringgegevens die geïnventariseerd zijn voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 9
ARCHIS is daarin verre van compleet. Pas na 1 april 2005 dienden alle veldonderzoeken aangemeld te worden (KNA versie 2.2), gevolgd door het aanmelden van archeologische booronderzoeken (1 november 2005) en het aanmelden van bureaustudies in het kader van AMZ-onderzoek (1 januari 2007; KNA versie 3.1).
23
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
ZaakIdNr
ARCHIS3 zaakidentificatienummer
2010924100
ZaakType
default
Registratie rapportplichtige onderzoeksmelding
ObjectNummer
registratienummer
80274
VoorafgaandOZK
registratienummer
ZaakIdNr indien bekend
Onderzoeksnaam
indien bekend/gemeld
Molenzicht Valburg
ARCHIS2_OZKnr
ARCHIS2 onderzoeksnummer
3042
ARCHIS2_Wnr
ARCHIS2 waarnemingsnummer
0
EigenKenmerk
indien bekend/gemeld
V-17.0090
Klantkenmerk
indien bekend/gemeld
Verwerving
onderzoektype
archeologisch: boring
Uitvoerder
uitvoerende partij
RAAP Archeologisch Adviesbureau
Vinder
indien bekend/gemeld/van toepassing
Bevoegd Gezag
gemeente
Provincie
Gelderland
Gemeente
Westervoort
Plaats
Westervoort
Toponiem
Dorspstraat
VeldwerkStart
jjjjmmdd
19991101
VeldwerkEind
jjjjmmdd
19991106
Vondstdatum
jjjjmmdd
19991101
Meldingsdatum
jjjjmmdd
19991104
Omschrijving Status_zaak
Onderzoek afgemeld
Tabel 9. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_ARCHIS3_onderzoekmelding.
(2014, Project: verstoringen in kaart, tabel 11). 10 11 Het laatste bronbestand is gecontroleerd op de aard van de verstoringsgegevens omdat niet alle geregistreerde verstoringen even ingrijpend zijn geweest of omdat sommige in dit bestand opgenomen verstoringtypen van (begraafplaatsen, dijk en kade) juist van cultuurhistorische betekenis zijn. De RCE waarschuwt daarom dat het voor deze kaart geïnventariseerde overzicht van potentieel verstorende activiteiten niet is gemaakt voor een een-op-een gebruik in de archeologie en dat ze slechts een eerste indicatie verschaft voor de aanwezigheid van een verstoorde bodem. Het is dan ook niet mogelijk om alleen op basis van de informatie uit die bestanden met zekerheid iets te zeggen over de werkelijke mate van bodemverstoring. Mede vanwege dit gegeven zijn de niet-ingrijpende verstoringen (zoals geïnventariseerd onder de generieke attribuutwaarden ‘2=bebouwd’ of ‘natuurontwikkeling’
10
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2017. Handleiding voor gebruik van de verstoringsbronnenkaart. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, publicatie maart 2017. Amersfoort.
11
Maas, G.J., F. de Vries, F. Brouwer & N. Heidema 2016. Inventarisatie GIS-bestanden met informatie over bodemverstoring. Wageningen Environmental Research Rapport 2751, Wageningen.
24
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
of ‘open water’ of ‘golfterrein’ of ‘sport en recreatie’) en verstoringen met eerder een cultuurhistorische betekenis, uit het aangemaakte bestand verwijderd (tabel 5). Id
Proj
Type
72
RAAE1
Meer dan 40 cm diep afgegraven bodem
163
RAAE1
gekeerde grond (detailbodemkartering Pons 1953)
177
RAAE1
Meer dan 40 cm diep vergraven (omgewerkte) bodem
Tabel 10. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_bodemverstoringen. Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
ObjectId
Identificatienummer
35401
Thema
hoofdtype vergraving
Delfstofwinning, baggerdepot, transportleiding
Leg_Eenh
kaarteenheid
>40 cm afgegraven
Leg_Eenh_B
subtype vergraving
76 - Water met delfstofwinningsfunctie
Bron
gegevensbron
CBS
Bestand
naam bronbestand
LANDGEBRUIK.BBG_2006
Jaar_Ingr
jaar van de ingreep
2005
Jaar_B
jaar van bronbestand
2006
Orig_FID
Identificatienummer bronhouder
35978
Shape_Area
oppervlak vergraving ha
20,456
Tabel 11. Voorbeeld van de opgenomen gegevens in het bestand RA3336_vergravengronden.
Behalve deze gegevens is alleen door een meer gedetailleerd bureauonderzoek en/of verkennend booronderzoek de mate van verstoring tot op perceelsniveau te specificeren. De inventarisatie van bodemverstoringen heeft zich daarmee beperkt tot de bekende en meest ingrijpende vormen.
25
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
26
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
3 Aanvullingen op kaartbijlage 1 3.1 Zonering verwachte waarden De herziene verwachtingslaag in de kaart verschilt op enkele punten van de kaart uit 2009. Op basis van de nieuwe brongegevens, met name de nieuwe uiterwaardenkaart, zijn enkele polygonen toegevoegd, geherinterpreteerd of aangepast. De meest opvallende wijziging is echter het doorvoeren van de profieltypen in de verwachtingslaag. De aangepaste verwachtingswaarden doen nu een uitspraak over zowel de verwachte dichtheid aan archeologische resten (zeer hoog, hoog, middelmatig of laag) als de verwachte conservering. Hiervoor is het principe van de profieltypen toegepast (zie tabel 2). Voor alle geïnventariseerde gegevens geldt dat de beschrijvende velden in de verschillende databestanden zijn aangepast en ten behoeve van de digitale toepassing voorzien zijn van zowel waarde- als adviesvelden (zie tabel 1). Verder zijn enkele zones met een accumulatie aan (verschillende) vondstlocaties op verzoek van de regioarcheoloog opgewaardeerd naar nieuwe zones met een hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Aan het kaartbeeld zijn daarnaast -op basis van de historische kaartinventarisatie - bouwblokken, en stads- of dorpskernen toegevoegd (bijlage 2, kaartcodes beginnend met A). Deze zijn niet opgenomen in de vindplaatscatalogus.
Wel is voor deze gebieden een nieuwe verwachtingseenheid, die van de zeer hoge archeologische verwachting, aan de verwachtingslaag toegevoegd. Reden is de sterke correlatie tussen deze landschapszones en het voorkomen van archeologische resten. 12 Deze terreinen zijn in de geactualiseerde kaart integraal opgenomen in een samengevoegde en vlakdekkende archeologische verwachtingslaag (figuur 4).
3.2 Thematische laag historische nederzettingslocaties Binnen de gemeenten Overbetuwe zijn in totaal 2156 puntlocaties in kaart gebracht, waarvan er 1122 ‘boerderij of woonhuis’, 554 ‘schuur of schaapskooi’ en 271 hooi- of graanberg waren (tabel 12). Die vormden samen derhalve verreweg het grootste aantal geïdentificeerde locaties. De overige puntobjecten staan samen met hun ouderdom vermeldt in tabel 11. Daarnaast hebben we 100 terreinen (vlakelementen) in kaart gebracht, te weten 12 concentraties van dorpskernen 13, 20 grachten, 15 kerkhoven 14, 9 moerassige zones, 19 omgrachte terreinen, 7 terreinen rondom een kasteel en 3 terreinen rondom een landhuis, 17 (vis)vijvers en 1 zoekgebied van een kasteel waarvan de plek niet exact bekend is. Aan lijnstructuren zijn verder de aanwezige bandijken, 12
Groot, T. de, A. Koekelkoren, M. Lobbes & B.I. Smit, 2011. Deel III Effecten van vrijstellingen voor archeologisch erfgoed. In: R.C.G.M. Lauwerier, T. de Groot, B.J.H. van Os & L. Theunissen (red.), Vragen over Malta. Onderzoek naar de effectiviteit van de onderzoeksketen, sluipende degradatie en de effecten van vrijstellingen. Rapportage archeologische monumentenzorg 196. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort.
13
Soms gaat het om meerdere concentraties die formeel één dorpskern vormen. Het aantal is dus niet direct te koppelen aan het aantal dorpen dat we nu kennen.
14
Er werden geen begraafplaatsen uit de jaren rond 1829 aangetroffen. Het betreft bovendien uitsluitend christelijke begraafplaatsen. Er bevinden of bevonden zich geen joodse begraafplaatsen in de gemeente Overbetuwe.
27
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 4. Overzicht van de verwachtingszones in de gemeente Overbetuwe. De zwarte punten zijn de archeologische vindplaatsen en historische nederzettingslocaties.nederzettingslocaties.
enkele veerdammen, delen van de dijken langs de Grift en de Grift zelf op de kaart gezet alsmede een op luchtfoto’s herkende structuur in de Drielse uiterwaard (figuur 5). Een deel van de punten bevindt zich binnen vlakken (zoals huizen binnen dorpskernen en kastelen binnen kasteelterreinen), terwijl andere punten zich verspreid over het grondgebied van de gemeenten bevinden. Op basis van de manuscriptkaarten konden enkele objecten en terreinen worden opgenomen of aangevuld. Het kaartonderzoek liet soms ook de continuïteit van bepaalde structuren zien, zoals de ligging van kerkhof en pastorietuin van Herveld (figuur 6). Daaraan veranderde tussen 1633 en 1832 de facto weinig tot niets. Het merendeel van de kaarten leverde geen aanvullende informatie op de kadastrale minuutplans op, een klein aantal wel. Deze informatie is in de GIS-bestanden verwerkt, met een bronvermelding daarbij. Ten aanzien van een enkele kaartenbron is nadere analyse nog gewenst voor aanvulling. Afgaande op andere kaarten uit dezelfde bron zal dat meestal op detailniveau en voor kleinere erven zijn.
28
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Figuur 5. Structuur van een archeologisch (greppel?) spoor zichtbaar in een recente luchtfoto van de Drielse uiterwaard (Bron: GoogleEarth).
Figuur 6 Kerk en pastorietuin in Herveld, 1633 (bron: Gelders Archief, archief Collectie Van Geelkercken, inventarisnr. 9, d.d. 02-10-1633)
29
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Type
>1832
>1810
>1809
>1649
boerderij of woonhuis
1122
7
1
1
schuur of schaapskooi
554
2
berg
271
1
brug
85
kerk
17
school
12
pastorie
11
bijgebouw kasteel
9
kasteel
7
bijgebouw landhuis
7
bijgebouw school
7
landhuis
7
windmolen
6
bijgebouw pastorie
5
steenoven
3
koepel
2
sluis
2
bijgebouw kerk
1
ambtshuis
1
gasthuis
1
herberg
1
rosmolen
1
veerstoep
1
>1635
>1633
c. 1606
1
2
1
batterij
1
poort
1
put
1
redoute Totaal
>1631
2133
13
1
1
1
2
2
2
3
2
Tabel 12. Geïnventariseerde historische gebouwen en bijgebouwen (puntlocaties) met globaal aangegeven hun minimale ouderdom.
3.3 Aangeleverde gis-tabellen
30
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Bestandsnaam
Toelichting
RAAE1_vw
Verwachtingslaag
RAAE1_vp_1117
Vindplaatsenbestand
RAAE1_TAW
Contouren van de voormalige AMK-terreinen (bron: RCE)
RAAE1_overslaggronden
Zone met dijkdoorbraakwaaiers
RAAE1_ARCHIS3_onderzoekmelding
Contouren van alle onderzoeksgebieden geregistreerd in ARCHIS3
RAAE1_vergravengronden_begraaf
Contouren begraafplaatsen uit het RCE-project VergravenGronden
RAAE1_vergravengronden
Contouren relevante bodemverstoringsgevens uit het RCE-project VergravenGronden
RAAE1_bodemverstoringen
Contouren eerder geïnventariseerde bodemverstoringsgevens
RAAE1_histned_punt
Puntlocaties historische nederzettingslocaties en andere relevante objecten
RAAE1_histned_vlak
Vlakelementen historische nederzettingslocaties en andere relevante objecten
RAAE1_histned_lijn
Lijnelementen historische nederzettingslocaties en andere relevante objecten
Tabel 13. Gis-tabellen.
31
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
32
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
4 Archeologische beleidskaart 4.1 Status, doel en inhoud De archeologische beleidskaart (kaartbijlage 2) is een beleidsmatige uitwerking van de geactualiseerde archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart (kaartbijlage 1). De archeologische beleidskaart dient als afwegingsinstrument (onderlegger) bij processen in de ruimtelijke ordening. De beleidskaart kan juridisch-planologisch worden verankerd bij het opstellen van (nieuwe) bestemmingsplankaarten en beheersverordeningen conform de Wro.
4.2 Bestuurlijke samenvatting en conclusies 4.2.1 Algemeen Een zorgvuldige omgang met archeologische erfgoed betekent dat archeologische waarden bijdragen aan de inrichting (en daarmee aan de kwaliteit) van de leefomgeving. Dat er iets bijzonders in de grond zit, kan op verschillende manieren in de architectuur, beplanting of ruimtelijke structuur terugkomen. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor ontwerpers. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten kunnen zich laten inspireren door archeologische waarden. De gemeente kan dat aansturen en stimuleren. Een zorgvuldige omgang met het archeologische erfgoed betekent niet dat er niets kan.
4.2.2 Totstandkoming De archeologische beleidskaart is tot stand gekomen in samenwerking met RAAP. De inhoud van de archeologische beleidskaart en deze rapportage is besproken met dhr. drs. J. Habraken, regioarcheoloog voor de Regio Arnhem en dhr. H. Huisman, medewerker monumenten en archeologie van het Team Vergunningen en Handhaving van de gemeente Overbetuwe.
4.2.3 Uitgangspunten beleidskaart De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening bij de bestemming van gronden altijd rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten (archeologische waarden). Deze bestemmingsplanverplichting brengt met zich mee dat de gemeente het kader moet stellen voor de archeologische monumentenzorg. In 2017/2018 is in opdracht van de gemeente Overbetuwe een geactualiseerde archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart vervaardigd. De bij dit rapport opgenomen archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaarten (kaartbijlage 1) is, in opdracht van de gemeente Overbetuwe, voor de toepassing op beleidsmatig, gemeentelijk niveau ‘vertaald’ naar een beleidskaart (kaartbijlage 2). Op de archeologische beleidskaart staat kort aangegeven wat het gewenste beleid is ten aanzien van de onderzoeksverplichting. De onderliggende gegevens, i.c. kaartbijlage 1 en de daarbij horende gegevens(bestanden), zijn van een zodanig gedetailleerd schaalniveau dat de kaart direct van toepassing is voor gebruik op perceelsniveau (100-1.000 m²).
33
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
4.3 Legenda-eenheden op de beleidskaart Op de archeologische beleidskaart is geen onderscheid gemaakt in archeologische perioden en wordt de archeologische verwachting aangeduid met de termen hoog en afgedekt, hoog, middelmatig, laag en ‘laag voor nederzettingsresten, hoog voor water gerelateerde archeologische resten’. Op de archeologische beleidskaart staat kort aangegeven wat het gewenste beleid is, hetgeen in dit hoofdstuk beknopt verder is uitgewerkt. Op de archeologische beleidskaart zijn de volgende eenheden te onderscheiden.
4.3.1 Terreinen met gewaardeerde archeologische resten Het op de verbeelding van het bestemmingsplan plaatsen van bekende en onbekende archeologische waarden is een belangrijke stap om het belang van archeologie in de ruimtelijke ordening aan te geven. Van terreinen met gewaardeerde archeologische resten weet men (globaal) wat er aanwezig is, wat daarvan de waarde is (inhoudelijk en fysiek) en vaak is sprake van een duidelijke, vaak kadastrale, begrenzing. Binnen deze categorie scharen we de Rijksbeschermde monumenten als Waarde-archeologie 1 • Waarde-archeologie 1 (rijksbeschermde monumenten)
4.3.2 Terreinen met (niet-gewaardeerde) archeologische resten Op basis van archeologische kennis en fysieke kenmerken van het landschap zijn in het verleden verschillende terreinen (waaronder de terreinen die als AMK-terrein op de archeologische monumentenkaart voorkwamen) onderscheiden waarbinnen archeologische resten voorkomen. In tegenstelling tot de voornoemde terreinen met gewaardeerde archeologische resten (Waarde-archeologie 1) zijn de archeologische resten in deze gebieden niet gewaardeerd (er heeft geen formeel waardestellend onderzoek plaatsgevonden). Wel is de verwachte dichtheid aan (en de ligging, omvang en conservering van) archeologische resten dusdanig groot (zeer hoge verwachting) dat het risico op informatieverlies een zeer beheerste omgang met deze terreinen noodzakelijk maakt. 15 • Waarde-archeologie 2. Terreinen van archeologische waarde (voormalige AMK-terreinen) • Waarde-archeologie 3. Historische dorpskernen, oude woongronden en overige terreinen van archeologisch belang.
4.3.3 Archeologische verwachtingsgebieden Aan de overige gebiedsdelen van de gemeente Overbetuwe is alleen een generieke verwachte dichtheid aan archeologische resten toegekend, uitgesplitst in de categorieën hoog, midden en laag). Deze worden op de beleidskaart aangeduid als Archeologische verwachtingsgebieden. Vanwege de bijzondere waarden die langs de verschillende Rijntakken worden aangetroffen 16 is ook het rivierbed van de Waal en Neder-Rijn indeeld in een Waardearcheologie. De volgende vier categorieën archeologische verwachtingsgebieden worden onderscheiden: • Waarde-archeologie 4. Hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten; • Waarde-archeologie 5. Middelhoge verwachte dichtheid aan archeologische resten; • Waarde-archeologie 6. Lage verwachte dichtheid aan archeologische resten;
15 16
De Groot e.a. 2011. Willemse 2016.
34
RAAP-RAPPORT 3336 – versie 25 februari 2019 Archeologie in de gemeente Overbetuwe Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart
• Waarde-archeologie 7. Rivierbed van Waal en Neder-Rijn
4.3.4 Vrijgegeven terreinen Terreinen waar in het verleden waardestellend archeologisch (voor)onderzoek heeft plaatsgevonden waarbij is vastgesteld dat, naar oordeel van het bevoegd gezag, er géén behoudenswaardige archeologische resten in de bodem voorkomen, zijn vrijgesteld van de verdere onderzoeksplicht inzake archeologie. Dergelijke terreinen staan op de beleidskaart (kaartbijlage 2) vermeldt als ´vrijgegeven terreinen´. Binnen deze categorie komen ook diepere winningsputten (diepe afgravingen), diepere bodemverstoringen (bijvoorbeeld als gevolg van civieltechnische ingrepen) en diep uitgegraven waterpartijen voor. Dit zijn terreinen waar bodemingrepen dusdanig diep zijn geweest dat vrijwel alle archeologische niveaus zijn verdwenen dan wel sterk aangetast zijn geraakt. Alle ‘vrijgegeven terreinen’ zijn door de gemeente, op advies van de regioarcheoloog dhr. Drs. J. Habraken, aangewezen. Onderzoeksketen archeologisch vooronderzoek Archeologisch vooronderzoek verloopt doorgaans in fasen (figuur 7). • Eerst wordt gekeken naar het beleid van de vergunningverlener(s) om te bepalen of archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is (voor een vergunning) of niet. • Als vooronderzoek noodzakelijk is bestaat de eerste stap meestal uit een bureaustudie (stap 1: bronnenonderzoek).