CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-11-01 Technische vragen en antwoorden CDA Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2022

Gemeenteraadsvergadering 15 november 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2022590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen en antwoorden technische vragen van Richard Beune (CDA) van 24 oktober 2022 over de Concept-Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2022

Vraag 1: Waarom wordt in art. 1 burgerleden van onze gemeente niet apart benoemd waarbij functie wordt onderschreven en als commissieleden worden aangeduid? De verordening verwijst naar burgerleden maar verder dan in een bijzin in art. 1 aanhef onder a komt het niet. Antwoord: Zoals het er nu staat, dekt de omschrijving onder a. voldoende de lading. Om de vindbaarheid van het begrip ‘burgerlid’ te vergroten zou in artikel 1 kunnen worden ingevoegd: a. burgerlid: een door de raad benoemd lid van de fractie, die namens de fractie mag deelnemen aan het raadspreekuur, vragenhalfuur informatiememo’s en een voorronde. De overige onderdelen van het artikel worden vernummerd naar b. (commissielid; dit moet dan wel blijven staan. Het moet nl. duidelijk zijn dat burgerleden tot de commissieleden behoren in verband met hun bezoldiging) tot en met d. Vraag 2: in art. 4 wordt verwezen naar art. 97 gemeentewet, volgens mij is dat artikel vervallen (zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2022-0801#TiteldeelII_HoofdstukVI)? Antwoord: Artikel 97 Gemeentewet is inderdaad vervallen. Dit is nu artikel 96 geworden. Voorgesteld wordt om artikel 4 als volgt te wijzigen (blauw is nieuw): Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en burgerleden voor reizen buiten de gemeente 1.

Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden, conform artikel 95 Gemeentewet, tweede lid, juncto het vierde lid, en artikel 96 Gemeentewet, eerste lid, onder b, juncto het derde lid, aan een raads- of burgerlid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of burgerlid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of burgerlid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of burgerlid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Ook de toelichting behorend bij artikel 4 zal als volgt worden gewijzigd: Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en burgerleden voor reizen buiten de Gemeente Ingevolge artikel 96, in samenhang met artikel 95, van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en burgerleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het

1

gemeentebestuur. Onder reizen "buiten de gemeentegrenzen" kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is niet nader ingevuld en is een lokale aangelegenheid per gemeente. Omdat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, kan aansluiting worden gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=7f012878-bee8-4fae-9dbc-a1d2680fddbf