22-11-01.10 Inspraak actualisatie archeologiebeleid gemeente Overbetuwe 01-11-2022 def.docx
Tekst van het document
Inspreken bij gemeenteraad Overbetuwe op 1 november 2022 over Actualisatie archeologiebeleid Goedenavond leden van het college en van de gemeenteraad en overige aanwezigen, fijn dat ik hedenavond in de gelegenheid wordt gesteld het woord tot u te mogen richten. Mijn naam is Goos Cardol, ik ben voorzitter van TCO, Tree Centre Opheusden, de vereniging van 160 boomkwekers, waarvan er enkele tientallen gevestigd zijn dan wel percelen betelen in de gemeente Overbetuwe. [ Ook spreek ik hier namens NFO, de branchevereniging van fruittelers. Al met al dus een grote groep van grondgebruikers die direct geraakt worden met dit beleidsvoorstel ] Laat ik beginnen te benadrukken dat wij het belang onderschrijven van het beschermen van relevante bodemschatten door middel van een archeologisch beleid dat is gebaseerd op duidelijke vindplaatsen, terreinen niet verstoord door bijvoorbeeld de fruit-of laanboomteelt en met een hoge archeologische verwachting of AMK terreinen. Met belangstelling hebben we daarom kennisgenomen van de stukken gevoegd bij agendapunt 5 van deze vergadering. Naar aanleiding van die stukken hebben wij een vijftal opmerkingen die ik graag onder uw aandacht wil brengen: 1. In de eerste plaats ontbreekt een verstoringen kaart. Dat is een essentieel onderdeel van beleid, zo bleek onlangs ook in de gemeente Buren.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waarschuwt daarom dat het voor de nu voorliggende kaart geïnventariseerde overzicht van potentieel verstorende activiteiten niet is gemaakt voor een een-op-een gebruik in de archeologie en dat ze slechts een eerste indicatie verschaft voor de aanwezigheid van een verstoorde bodem. Het is dan ook niet mogelijk om alleen op basis van de informatie uit die bestanden met zekerheid iets te zeggen over de werkelijke mate van bodemverstoring. Waar ik op doel en voor pleit is een kaart waarop de verstoringen van onder meer fruit- en laanboomteelt op perceelsniveau in beeld zijn gebracht en waarop er dus ook geen archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden.
1
In de Handleiding voor het opstellen van een archeologische waarden- en verwachtingenkaart – geïnitieerd en gesubsidieerd door het Rijk en de RCE vormt het opnemen van een goede verstoringenkaart een integraal onderdeel. Een onvolledig overzicht van de bodemverstoringen leidt direct tot aanmerkelijk hogere en vooral onnodige kosten voor burgers en agrariërs. Kosten enkel en alleen om uiteindelijk vast te stellen dat het bodemonderzoek geheel onnodig en overbodig is verricht en dat de archeologie er geenszins mee is gediend geweest. Zelf merkt RAAP al op dat een meer gedetailleerd bureauonderzoek nodig is om de verstoring tot op perceelsniveau te specificeren. Voor burgers en ondernemers is nu juist het perceelsniveau relevant. De jaarlijks door de overheid gehouden Meitellingen en de topografische kaarten bieden hiertoe uitstekende objectieve bronnen. En archeologiebeleid zonder een verstoringskaart voldoet ook niet aan de archeologische eisen in de Omgevingswet. Dat komt door de nieuwe definitie in de Omgevingswet die verlangt dat waarden en verwachtingen ‘aantoonbaar’ dienen te zijn. Dat betekent o.a. dat lokale bodemkennis in kaart moet zijn gebracht. Met andere woorden: er dient een verstoringskaart opgesteld te zijn. 2. In de tweede plaats is het vreemd dat u als raad wordt uitgenodigd nieuw archeologisch beleid vast te stellen op basis van verouderd onderzoeksmateriaal.
Immers het bijgevoegd kaartmateriaal dateert uit 2018 en is dus al 4 jaar oud. Ook al stelt het college dat het RAAP-rapport en bijbehorende kaarten nog steeds actueel zijn, omdat de actualisatie op gebiedsniveau en niet op perceelsniveau heeft plaatsgevonden. Maar in de afgelopen 4 jaar hebben er al wel verstoringen plaatsgevonden en is er ook nog meer archeologisch onderzoek verricht. Dat alles ontbreekt nu ! 3. In de derde plaats mis ik een evaluatie van het tot nu toe gevoerde archeologisch beleid. Het vigerende beleid stamt uit 2009 als ik het wel heb. Wat ging er bij de uitvoering van dat beleid niet of juist wel goed en waarom? Tot welke nieuwe inzichten is het college gekomen? Nu wordt in de tekst met name gekeken naar de redenen van buitenaf, zeg maar nieuwe wetgeving, die aanleiding vormen voor deze herziening. Ons lijkt een evaluatie, voordat nieuw beleid wordt vastgesteld, zeker na een periode van meer dan 10 jaar, geen overbodige luxe. 2
4. In de vierde plaats zou een overzicht van de verschillen tussen het vigerende beleid en het voorgestelde zeer behulpzaam zijn om de eventuele gevolgen voor burgers en ondernemers te kunnen overzien. Het raadsvoorstel brengt onder andere nader voren dat de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse heeft plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2009. Een mooie volzin, maar wat houdt deze concreet in voor initiatiefnemers of het nu burgers of ondernemers betreft? 5. Wij zijn verheugd dat de ondergrenzen voor de onderzoeksplicht voor ingrepen in dit raadsvoorstel zijn verruimd, omdat het risico dat door die verruiming van de ondergrenzen archeologische waarden verloren gaan door het college als klein wordt ingeschat. Voor initiatiefnemers scheelt dit onderzoekskosten. Tenslotte krijgen, en dat is mijn vijfde opmerking, gronden met een lage verwachting toch een onderzoeksplicht mee. Dat lijkt ons niet erg proportioneel. Hierbij wijzen wij uw raad erop dat deze gebieden in de buurgemeenten NederBetuwe en in Buren geen onderzoeksverplichting hebben meegekregen. Het lijkt ons goed hier in een regionale lijn te trekken en deze gebieden uit te sluiten van een onderzoeksplicht. Dat voorkomt onnodige regels. Dank voor uw aandacht en wijsheid bij het aanstaande besluit.
Houd u daarbij aub ook rekening met de integraliteit van het gemeentelijk beleid. Goos Cardol (voorzitter TCO) 01-11-2020
3