22-09-20.11 Relevant stuk 7, conceptbrief voor de Raad van 12 juli 2022- geanonimiseerd-2.pdf
Tekst van het document
Uw brief van Uw kenmerk 21 mei 2021 Onderwerp: Verzoek wijziging bestemming RijkswegZuid 39 te Elst
Ons kenmerk 2022-000077 Behandeld door
Datum 12 juli 2022 Telefoonnummer 0481 362227
Verzonden d.d. Bijlage(n)
Bij brief van 21 mei 2021 heeft u de gemeenteraad verzocht om de geldende recreatieve bestemming voor het perceel Rijksweg 39 te wijzigen in een woonbestemming, zodat u het bestaande pand als burgerwoning kunt gebruiken. Het betreft een aanpassing van het eerdere verzoek van 28 januari 2021 en daarbij behorende onderbouwing van 12 februari 2021. In zijn totaliteit is het nieuwe verzoek een vervolg op een verzoek uit 2019 waar de raad op 12 mei 2020 een besluit op heeft genomen. U geeft aan laatstgenoemde van 2019 in te trekken op 23 februari 2021. Het ingediende verzoek is voorzien van een uitgebreide onderbouwing. Diverse onderdelen hebben echter geen relatie met het verzoek om herziening van het bestemmingsplan. Per brief 21uit05737 van 23.03.2021 is al op deze onderdelen gereageerd. Het aangepaste verzoek van 21 mei 2021 geeft geen aanleiding tot een aanvullende reactie op deze onderdelen. Ter onderbouwing van uw verzoek van 21 mei 2021 voor een herziening van het bestemmingsplan heeft u diverse argumenten ingebracht. Op verschillende aspecten is in voorgaande procedures al door de gemeente gereageerd. De hierover ingenomen standpunten worden geacht ongewijzigd te blijven.
De onderhavige reactie richt zich op de ingebrachte argumenten zoals door u verwoord in de onderbouwing onder H die gericht zijn op een herziening van het bestemmingsplan en de daarna ingekomen aanvullingen en zienswijze. Op 31 augustus 2021 heeft het College van B&W, een besluit genomen over uw verzoek van 21 mei 2021. Over dit besluit bent u per brief, met datum 31 augustus 2021, brief 21uit16245, geïnformeerd. U bent daarbij uitgenodigd uw zienswijze op het concept in te brengen. Op 27 september 2021 heeft u de gemeenteraad en ons college een brief toegestuurd waarin u op dit besluit reageert en vraagt om een bestuurlijke overweging/reactie van de gemeenteraad. Op 6 oktober 2021 heeft u een aanvulling op deze brief gestuurd waarin u nog een aanvullende opmerking geeft op het door het college genomen besluit en de door u ontvangen brief van 31 augustus 2021. De reactie op uw verzoek tot bestemmingsplanwijziging van 21 mei 2021 en uw zienswijze van 27 september en 6 oktober 2021 is in onderliggend besluit opgenomen.
Dorpsstraat 67, Elst/Postbus 11, 6660 AA Elst T 14 0481 E info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl NL03BNGH0285092030 KvK nummer 51178567 Btw nr NL809032375B01
1/7
Argumenten verzoek 1) Rijksweg-Zuid 41 betreft een meldingsplichtig bedrijf. De Wet Geurhinder en Veehouderij is alleen van toepassing op vergunningsplichtige bedrijven. Het agrarische bedrijf valt hiermee onder de regelgeving van het Activiteitenbesluit milieubeheer en niet onder de regelgeving van een vergunning op grond van de Wet Geurhinder en Veehouderij. Doordat de Wet geurhinder en veehouderij niet van toepassing is, is er ook geen sprake van het belemmeren van uitbreidingsmogelijkheden. U stelt dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor Rijksweg Zuid 39 in 2009 ten onrechte betekenis is toegekend aan de Wet geurhinder en veehouderijen. Daarnaast is niet ingegaan op de stelling dat ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan in 2009 de beoogde woonbestemming geen belemmeringen zou opleveren voor uitbreiding van het naastgelegen bedrijf. 2) Voor de beoordeling van afstanden tussen een geurgevoelig object en een bedrijf is het van belang of er sprake is van een rustige woonwijk. 3) In eerdere bestemmingsplannen (bijvoorbeeld Buitengebied Overbetuwe) is gemeente ook ruimhartig omgegaan met bestemmingswijzigingen van bedrijfswonen naar wonen. U verwijst hierbij naar de woningen aan de Rijksweg 31 t/m 37. 4) Het gemeentebestuur is op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht te voorzien in een nieuwe bestemming voor het perceel Rijksweg-Zuid 39.
Volgens vaste jurisprudentie dient een bestemming zinvol te zijn. Daarnaast sluit de stelling dat “recreatieve doeleinden” een passende bestemming is, niet aan bij de gedragingen en besluiten rondom de aankoop van het perceel van Beekhuizen en het besluit van 2009 om het perceel Rijksweg Zuid 39 te bestemmen tot wonen. 5) Op welke wijze is de gemeente voornemens de bestemming “recreatieve doeleinden” alsnog te realiseren zonder minnelijke verwerving? Middels onteigening en zou u dat overwegen? Het bod dat gedaan is oogt als een strategische zet. Het bevatte geen realiteitsgehalte gezien de kosten die verzoeker al heeft gehad in verband met aankoop, renovatie, dubbele huisvestingskosten en overige kosten. 6) Het pand aan de Rijksweg-Zuid 39 is 100 jaar oud. De boerderij van een generatie jonger. Eventuele conflicten in de huidige situatie zijn niet toe te schrijven aan of aan maar aan regelgeving. 7) Bewoning van het pand in combinatie met agrarische activiteiten is in de huidige situatie nog steeds mogelijk. Naar aanleiding van uw verzoek tot herziening van het bestemmingsplan hebben wij op grond van uw argumenten het volgende overwogen: 1.1 Een woonbestemming zou ook onder het Activiteitenbesluit leiden tot een beperking van de uitbreidingsmogelijkheden voor het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41.
Uit opgave van de ODRA blijkt dat het agrarische bedrijf Rijksweg-Zuid 41 een omvang heeft van minder dan 200 stuks rundvee. Dit betekent dat het bedrijf niet vergunningsplichtig is op grond van de Wet geurhinder en veehouderij maar dat zij onder het Activiteitenbesluit milieu (hierna Activiteitenbesluit) valt. Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen zijn alleen meldingsplichting. Mocht het bedrijf door willen groeien naar > 200 stuks vee dan ontstaat alsnog een vergunningsplicht. De eisen van de Wet geurhinder en veehouderij zijn grotendeels overgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor de beoordeling of er op grond van het Activiteitenbesluit geen belemmeringen zijn voor uitbreiding van het agrarische bedrijf van Rijksweg-Zuid 41 zijn de afstanden tot een geurgevoelig object van belang. De bestemming “Recreatieve doeleinden” bevat geen geurgevoelig object. Door een wijziging naar de bestemming “Wonen” ontstaat een geurgevoelig object waarvoor het volgende geldt: - De afstand tussen emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object.
2/7
De op grond van artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit geldende afstand van 50 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf (= de dichtstbijzijnde gevel) tot de buitenzijde van het geurgevoelig object wordt overschreden (24,93 meter in plaats van 50 meter). - Minimum afstand tussen buitenzijde van het dierenverblijf en de buitenzijde van het geurgevoelig object. Aan de aanvullende afstandseis uit artikel 3.119 Activiteitenbesluit van 25 meter van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van het geurgevoelig object wordt eveneens niet voldaan. (24,93 meter in plaats van 25 meter). - De aan te houden afstand tussen een geurgevoelig object en de opslag van agrarische bedrijfsstoffen is 50 meter volgens artikel 3.46 Activiteitenbesluit. (feitelijke afstand tot de mestplaat 18 meter). De afstand van 50 meter is echter niet van toepassing indien de opslag van de bedrijfsstoffen reeds voor 1 januari 2013 feitelijk plaatsvond en verplaatsing van de opgeslagen bedrijfsstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In een eerdere uitspraak door de Raad van State is bevestigd dat de mestplaat van Rijksweg-Zuid 41 vóór 1 januari 2013 aanwezig was. In dat geval dient te worden onderzocht of er maatregelen of voorzieningen nodig zijn en zo ja, welke.
Ervan uitgaande dat bewoning thans in geen enkele vorm is toegestaan (geen burgerwoning en geen recreatieve bewoning) kan in dit geval indien maatregelen of voorzieningen noodzakelijk zijn sprake zijn van een beperking van de bedrijfsvoering en de uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderij. In de brief van 31 augustus 2021 wordt er wel ingegaan op de stelling ten aanzien van het bestemmingsplan 2009 en de Wet geurhinder en veehouderij. Het is inderdaad zo dat het bedrijf aan de Rijksweg Zuid 41 meldingsplichtig is en daarmee geen milieuvergunning nodig heeft op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Echter, er wordt in deze zelfde brief ook gesteld dat ook onder het Activiteitenbesluit milieu, waar het bedrijf met een meldingsplicht wel mee te maken heeft, er niet voldaan wordt aan de afstandseisen. Niet op dit moment en niet in 2009. Vanuit het bestemmingsplan en planologisch beschouwd heeft het bedrijf aan de Rijksweg Zuid 41 wel degelijk ruimte voor uitbreiding van het bedrijf boven 200 stuks, waarmee zij een milieuvergunning nodig hebben. Zowel op basis van het Activiteitenbesluit met een meldingsplicht, als op basis van de Wet geurhinder en veehouderij met een vergunningsplicht is een wijziging naar een reguliere woonbestemming voor het perceel aan de Rijksweg-Zuid 39 niet mogelijk.
Indien de omgeving buiten de bedrijfslocatie verandert zodat het deze verstrekte rechten schaadt, is dit mogelijk. Dit is het geval. Het toekennen van een reguliere woonbestemming aan uw perceel schaadt de verstrekte rechten voor de Rijksweg Zuid 41. U geeft in uw brief van 27 september 2021 H2aan dat de gehanteerde milieucirkels een bedrijf geen eigen recht op beperking van het gebruik van aanpalende gronden geeft. In een veranderende planologische situatie waarin u verzocht heeft om een reguliere woonbestemming op uw perceel in plaats van de vigerende bestemming dienen deze richtafstanden echter wel beschouwd en beoordeeld te worden voor een goede ruimtelijke ordening en om een goed woonen leefklimaat aan te kunnen tonen. Het is daarmee ook niet zo dat het bedrijf een eigen recht heeft op beperking van het gebruik van uw grond. In punt H3 geeft u aan dat als de afstand onvoldoende zou zijn, dit ligt aan het feit dat de bedrijfsactiviteit te dicht bij een functie op een naburig terrein ligt. Echter, in de huidige situatie is de afstand van het bedrijf tot de functie op uw perceel, de recreatieve doeleinden, niet onvoldoende. Voor een reguliere woonbestemming zou deze wel onvoldoende zijn.
Uw stelling dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 ten onrechte betekenis is toegekend aan de Wet geurhinder en veehouderijen stemt niet overeen met de uitspraak door de Raad van State van 24 maart 2010, 200903384/1/R3. In deze uitspraak wordt juist gesteld dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 ten onrechte geen rekening is gehouden met de belemmeringen vanuit de Wet geurhinder en veehouderijen indien het bedrijf aan de Rijksweg Zuid
3/7
41 zou willen uitbreiden. Dit heeft geleid tot vernietiging van het Raadsbesluit. Samenvattend: Aan de minimale afstanden van een geurgevoelig object tot emissiepunt en dierverblijf conform het Activiteitenbesluit wordt niet voldaan. De vereiste minimale afstand tot de opslag bedrijfsstoffen (mestplaat) is in het onderhavige geval niet van toepassing. Een bestemmingsplanwijziging van “Recreatieve doeleinden” naar “Wonen” (zijnde een geurgevoelig object) verplicht wel tot onderzoek naar en nemen van maatregelen of voorzieningen. Ook indien het agrarische bedrijf uit wil breiden naar een omvang waarbinnen het Activiteitenbesluit van toepassing blijft zijn onderzoek en eventuele maatregelen in verband met geurhinder verplicht. Een geurgevoelig object zou ook in dat geval beperkend kunnen zijn. De stelling dat omdat de Rijksweg 41 momenteel meldingsplichtig is en daarmee valt onder het Activiteitenbesluit waardoor er geen beperking van de uitbreidingsmogelijkheden voor het bedrijf zouden optreden ten gevolge van een toekenning van een woonbestemming aan de Rijksweg 39, gaat vanuit deze argumentatie niet op. 1.2. De situatie ter plaatse is onveranderd ten opzichte van de situatie waar het eerdere verzoek om herziening van het bestemmingsplan betrekking heeft.
In het raadsbesluit van 12 mei 2020 waarin het eerdere verzoek is afgewezen, wordt onder andere in gegaan op de eventuele mogelijkheid om een postzegel geurverordening vast te stellen voor het perceel. Een postzegelverordening zou de benodigde minimale afstand vanuit de Wet Geurhinder en Veehouderij van 50 meter kunnen verlagen naar 25 meter. Hierbij is beargumenteerd vanuit verschillende aspecten waarom dit geen uitkomst biedt en niet wenselijk is. Samengevat werd er niet voldaan aan de minimale afstand van 25 meter, maar is de afstand vastgesteld op 24,93 meter; is het de vraag of een geurverordening voor één perceel juridisch houdbaar is; en beperkt een eventuele postzegelgeurverordening voor het perceel de uitbreidingsmogelijkheden voor het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg-zuid 41. Deze argumentatie blijft binnen het huidige verzoek ook overeind. 2. Voor de bepaling van de richtafstanden is van belang of een woning binnen of buiten de bebouwde kom is gelegen. De beoordeling van Rijksweg Zuid 39 heeft plaatsgevonden op basis van ligging buiten de bebouwde kom. Uw stelling wijzigt de beoordeling niet. De stelt dat voor de beoordeling van afstanden tussen een geurgevoelig object en een bedrijf het van belang is of er sprake is van 1 of meerdere woningen. Voor geur afkomstig van veehouderijen is van belang of een geurgevoelig object (bijv.
een woning) binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Dit staat o.a. in artikel 3.117, 3.119 en artikel 3.46 van het Activiteitenbesluit. De Raad van State verduidelijkt in uitspraken dat voor de toepassing van het Activiteitenbesluit voor de invulling van “bebouwde kom” gekeken moet worden naar de aard van de omgeving. Daarbij is in het bijzonder van belang of sprake is van een concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft. Het onderscheid één of enkele woningen is derhalve niet doorslaggevend. In het onderhavige geval vermeld het advies van Hekkelman het volgende: Aan de aanvullende afstandseis uit artikel 3.119 Activiteitenbesluit van 25 meter van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van het geurgevoelig object wordt eveneens niet voldaan (24,93 meter in plaats van 25 meter). Dit is een afstand die geldt voor een woning die buiten de bebouwde kom ligt. Zou er uitgegaan worden van een woning binnen de bebouwde kom dan zou de afstand 50 meter bedragen. De stelling van de wijzigt de beoordeling niet. 3. Uw stelling dat de gemeente ruimhartig omgaat met bouwen en bestemmingsplanwijzigingen in het Buitengebied komt niet overeen met het beleid en de uitwerking daarvan. Het ruimhartige beleid waarnaar u verwijst wordt niet onderbouwd met feiten.
Het beleid van de gemeente ten aanzien van bouwen in het Buitengebied is zeer terughoudend. Dat blijkt ook uit het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe”. Alleen in specifieke gevallen behoort
4/7
bestemmingsplanwijziging naar “Wonen” of bouwen in het buitengebied tot de mogelijkheden. Als voorbeeld “de rood-voor-rood” regeling. In alle gevallen wordt echter ook getoetst aan de aanwezige milieuregels en een goed woon- en leefklimaat. In uw brief van 27 september 2021 verwijst u in dit kader naar de woningen aan de Rijksweg 31 t/m 37. Deze woningen hadden in het bestemmingsplan “Elst, de Pas 1976” de bestemming “Tuinbouw” waarbij één dienstwoning was toegestaan. Dit in tegenstelling tot de Rijksweg Zuid 39 met de bestemming “Recreatieve doeleinden” waarbij een dienstwoning niet was toegestaan. U haalt het aspect van toelatingsplanologie aan. Dit is ook het principe dat de gemeente Overbetuwe in acht neemt. Echter, zoals uiteengezet in deze brief, bestaan er diverse redenen om uw verzoek af te wijzen. 4. Het bestemmingsplan “De Pas” van 22.12.1976 heeft op basis van het vigerende recht rechtskracht. Er is geen verplichting tot actualisatie. De bestemming “Recreatieve doeleinden” is een zinvolle bestemming en hoeft niet gewijzigd. Dit standpunt gaat zowel over de verplichting tot actualisatie van bestemmingsplannen als over het zinvol bestemmen van een locatie. In het verweerschrift 20int04848 is al uitgebreid ingegaan op het gegeven dat het bestemmingsplan volgens het geldend recht zijn rechtskracht behoudt.
U haalt aan dat het bestemmingsplan tot stand is gekomen onder de inmiddels vervallen “Wet op de ruimtelijke ordening”. Die stelling klopt. Dit is echter niet van invloed op de rechtskracht van het bestemmingsplan. Tevens geeft u in uw brief van 27 september 2021 uw beeld ten aanzien van de koop van gronden zonder het huisperceel Rijksweg Zuid 39 door de gemeente. De aanleiding waarop gronden in het bezit van de gemeente zijn gekomen wijzigt niet de beoordeling van uw verzoek voor een bestemmingsplanwijziging van recreatieve doeleinden naar wonen. Het leidt er eveneens niet automatisch toe dat het huisperceel een woonbestemming krijgt. Voor wat betreft het toekennen van een zinvolle bestemming: de Raad van State heeft in haar uitspraak van 23 juli 2014 zaaknr. 2715 geconcludeerd dat de rechtbank zich terecht op het standpunt kon stellen dat de bestemming “Recreatieve doeleinden” zijnde recreatieve sportdoeleinden nog mogelijk is. Daarbij geeft de bestemming op een perceel aan welke mogelijkheden een eigenaar op het perceel heeft. Het betekent niet dat de gemeente de bestemming dient te realiseren. De situatie rondom de aankoop van het perceel is niet relevant voor de actuele beoordeling. 5. De invulling van een bestemming op een perceel volgens het geldende bestemmingsplan is aan de eigenaar van een perceel.
U vraagt op welke wijze de gemeente voornemens is de bestemming “recreatieve doeleinden” te verwezenlijken. Een bestemming op een perceel geeft aan welke activiteiten op dat perceel zijn toegestaan met de daarvoor geldende randvoorwaarden. Het is aan de eigenaar van het perceel of en op welke wijze hij/zij invulling geeft aan die bestemming en de daarvoor geldende randvoorwaarden. Het omvat geen verplichting van de gemeente om een bestemming te realiseren of daartoe aan te sporen. Dit impliceert tevens dat de gemeente niet tot minnelijke verwerving of onteigening over hoeft te gaan als daartoe geen aanleiding is. Aan u is een bod tot overname gedaan. U stelt in uw brief van 27 september 2021 ten onrechte dat de gemeente het bod heeft ingetrokken. Het bod kende een vervaldatum. Dit is ook duidelijk vermeld in de brief waarin het bod is verwoord. U heeft ervoor gekozen om niet te reageren op het bod, waardoor het aanbod is vervallen. De waarde van een pand wordt niet bepaald door de hoogte van het destijds betaalde aankoopbedrag of de gedane investeringen. Daarbij komt dat u uiteraard eigen overwegingen heeft om al dan niet op een bod in te gaan. 6) Hoe oud panden zijn en de vraag aan wie conflicten zijn toe te schrijven is niet van invloed op de beoordeling van een verzoek.
5/7
Hoe oud panden zijn is niet relevant voor de beoordeling van een verzoek evenals de toeschrijving van conflicten. Het verzoek wordt beoordeeld op basis van de geldende regelgeving. U geeft aan dat eventuele conflicten in de bestaande situatie zijn/worden veroorzaakt door latere wettelijke regelingen en niet toe te schrijven zijn aan of Uw verzoek is beoordeeld op basis van de actuele regels op het moment van uw verzoeken. Op basis daarvan blijkt een wijziging naar de bestemming “Wonen” niet haalbaar vanuit verschillende aspecten. 7) U heeft de agrarische functie in 2001 niet voortgezet. Daarmee is de agrarische functie beëindigd en is het overgangsrecht niet meer van toepassing. Bij brief 21UIT05737 van 12.02.2021 aan de s uitgebreid ingegaan op de het gegeven dat voor het gebruik van Rijksweg-Zuid 39 als burgerwoning het overgangsrecht niet van toepassing is. De stelt nu dat bewoning van het pand in combinatie met agrarische activiteiten in de huidige situatie nog steeds mogelijk is. Sinds 2001 wordt de woning als burgerwoning gebruikt door de . De f heeft de agrarische functie niet voortgezet. Daarmee is de agrarische functie beëindigd en is ook het overgangsrecht niet meer van toepassing. Het overgangsrecht geldt zolang het met het nieuwe bestemmingsplan strijdige gebruik ongewijzigd wordt voortgezet.
Indien dit strijdige gebruik op basis van het overgangsrecht volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gedurende een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, dan mag dat strijdige gebruik niet vervolgens weer worden hervat met een beroep op het overgangsrecht. In zijn uitspraak van 24 april 2003 oordeelde de rechtbank Gelderland dat het bouwplan, dat ziet op de verbouwing tot een niet-agrarische woning, tot gevolg heeft dat de aard van het bouwwerk niet blijft binnen de categorie waartoe het behoorde (artikel 15, eerste lid, sub a. van de planregels). De omgevingsvergunning was naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten onrechte verleend op grond van het overgangsrecht en dus verleend in strijd met het bestemmingsplan. Deze uitspraak is onherroepelijk. Dit betekent dat het gebruik van het pand Rijksweg-Zuid 39 te Elst als woning niet valt onder de werking van het overgangsrecht. Voornemen tot afwijzing Samenvattend: Op het perceel aan de Rijksweg-Zuid 39 te Elst is een bestemming met recreatieve doeleinden opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Een bestemming met recreatieve doeleinden is geen gevoelige bestemming ten opzichte van het bedrijf aan de Rijksweg Zuid 41. Dit is de bestaande en historische situatie en in deze situatie bestaan er geen belemmeringen voor het bedrijf aan de Rijksweg Zuid 41.
Een reguliere woonbestemming is wel een gevoelige bestemming/functie en daarin het genoemde bedrijf belemmeren. Er dient voldaan te worden aan de richtafstanden voor deze reguliere woonbestemming waar in het vorige advies uitvoerig op ingegaan is. Daarmee is er geen goed woon- en leefklimaat aan te tonen voor een reguliere woonbestemming aan de Rijksweg-Zuid 39 en treden er belemmeringen op voor het bedrijf aan de Rijksweg Zuid 41. Met inachtneming van het bovenstaande wijzen wij uw verzoek af. Niet mee eens? Bent u het met het besluit niet eens? Dan kunt u bezwaar maken. In dat geval adviseren wij u om eerst telefonisch contact met ons op te nemen. We nemen dan samen met u het besluit door. U kunt hiervoor bellen naar 14 0481. Wilt u na dit gesprek nog bezwaar maken? Stuur dan een bezwaarschrift naar de raad van de gemeente Overbetuwe. Zorgt u ervoor dat u het bezwaarschrift indient binnen zes weken na de dag waarop het besluit is verzonden. Daarmee voorkomt u dat wij uw bezwaarschrift niet meer
6/7
kunnen behandelen. Het bezwaarschrift kunt u sturen naar het volgende adres: Antwoordnummer 175, 6660 VB in Elst. Zet in uw bezwaarschrift: • uw naam, adres en (mobiele) telefoonnummer; • de datum en een omschrijving van dit besluit; • waarom u het niet eens bent met dit besluit. Vergeet u ook niet uw bezwaarschrift te ondertekenen! U kunt ook via http://www.overbetuwe.nl bezwaar maken. Via 'Direct regelen' klikt u op ‘Alle aanvragen’, vervolgens staat onder ‘algemeen’ de optie ‘bezwaar indienen’. U hebt dan wel uw DigiD nodig. Voorlopige voorziening Soms kunt u niet wachten op het besluit over uw bezwaarschrift. U kunt dan bij de Voorzieningenrechter bij de rechtbank Gelderland om een voorlopige voorziening vragen. Dat kan alleen als u een bezwaarschrift heeft ingediend. Het adres van de rechtbank Gelderland is: Postbus 9030, 6800 EM in Arnhem. Houdt u er rekening mee dat u hiervoor moet betalen! Over hoeveel u moet betalen, kan de rechtbank u nader informeren. Digitaal voorlopige voorziening vragen U kunt ook digitaal om een voorlopige voorziening vragen via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Hiervoor moet u een elektronische handtekening (DigiD) hebben. Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Hoogachtend, de raad, de griffier,
de voorzitter,
drs. D.E. van der Kamp
Patricia Hoytink-Roubos
7/7