CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-09-20.11 Relevant stuk 2 Onderbouwing brief 21ink10318 d.d. 21.05.2021 aan Raad - geanonimiseerd volledig.pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 september 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Rijksweg-Zuid 39 Elst, verzoek wijziging bestemmingsplan "De Pas - geanonimiseerde stukken10.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan : de Raad van de g e m e e n t e O v e r b e t u w e het college van b u r g e m e e s t e r en w e t h o u d e r s v a n de g e m e e n t e O v e r b e t u w e . g e m e e n t e h u i s te Eist.

Eist, 21 mei 2 0 2 1 .

G e a c h t e R a a d , g e a c h t college,

Hierbij v r a g e n wij uw a a n d a c h t voor het v o l g e n d e :

1 Bij brief v a n 28 januari 2021 is dezerzijds g e v r a a g d o m voor het perceel Rijksweg Zuid 39 de b e s t e m m i n g 'recreatieve d o e l e i n d e n ' (van Plan de Pas 1976) te v e r v a n g e n . A a n g e k o n d i g d w e r d dat dit verzoek nog in e e n d o c u m e n t z o u w o r d e n o n d e r b o u w d . Dat d o c u m e n t is op 12 februari 2021 a a n u t o e g e z o n d e n . 2 Bij e-mail dezerzijds v a n 28 april 2021 is m e d e g e d e e l d , dat de o n d e r b o u w i n g w o r d t v e r v a n g e n door een iets a a n g e p a s t e stuk. Daarbij heb ik u reeds t o e g e z o n d e n hoofdstuk A 2 van dat nieuwe d o c u m e n t . Het d o c u m e n t is qua essentie identiek aan het 1 d o c u m e n t , doch op onderdelen wat verfijnd e

en verhelderd. 3 G a a r n e v e r t r o u w e n wij op een spoedige besluitvorming.

Hoogachtend,

Gemeente Overbetuwe Ingek.

2 1 Mtt

2021

Inschrijfno. Gescand: z.aak: Bijlage: R Z 3 9 J d.d. 2 1 - 0 5 - 2 0 2 1

3,2.

Afdeling

(C

Ovb jąífíee

21

Toelichting op verzoek bestemmingswijziging Rijksweg Zuid 39, Geactualiseerde onderbouwing 21 mei 2021

fis

SM

l

í

Ē í

!

F

i

\

1

I

la

RZ39,1 d.d. 21-05-2021; blad 1 van 21 bladen.

Al

BESTAANDE SITUATIE

A2

BESCHOUWING INZAKE EERDERE PROCEDURES

A3

EIGENAREN IN HET GEBIED

BI

MILIEUREGELS (algemeen)

B2 WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ ( REGELING) B3 PROCEDURES B4 GROEIMOGELIJKHEDEN VEEHOUDERIJ C l GEDRAG VEEHOUDERIJ D l RUIMTELIJKE ORDENING ALGEMEEN D2 GEBIED "DE PAS', HISTORIE BESTEMMINGSREGELINGEN D3

OVERGANGSRECHTELIJKE REGELS

D4 IMPLICIETE VRIJSTELLING GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN ? D5 VERPLICHTE VRIJSTELLING VAN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN E l BELEID INZAKE VOORMALIGE AGRARISCHE WONINGEN E2 VOORMALIGE AGRARISCHE WONINGEN IN GEBIED " d e PAS" F l RUIMTELIJKE CLAIM T.B.V. UITBREIDING SPORTPARK F2 REALISERING UITBREIDING SPORTPARK G

KANTTEKENINGEN EN OPMERKINGEN

H

VERZOEKEN EN STANDPUNTEN

Bijlage A: Uitspraak Raad van State 24 m a a r t 2010 inzake een b e s t e m m i n g s p l a n v o o r het perceel Bijlage B: Brief d.d. 3 april 2009 van B&W met aanbod aan veehouderij Bijlage C: Brief

28 januari 2021

Bijlage D: Brief

12 februari 2021 februari 2021

RZ39 1 d.d. 21-05-2021; blad 2 van 21 bladen. -

A l BESTAANDE SITUATIE

a

2011 en 2019

ff

r^-jQ

1976 en 1954 Mermse Zeeg

Eigenaren :

Plan

- Bestemmingsplan de Pas 1976 - Uitbreidingsplan in Hoofdzaken 1954 - Bestemmingsplannen voor sportpark

Gemeente

2 0 1 1 en 2019 B e s t e m m i n g s p l a n Buitengebied

2013

Bewoners Rijksweg Zuid 31,33,35, 37 Veehouderij

RZ39,1 d.d. 21-05-2021; blad 3 van 21 bladen.

A2

BESCHOUWING INZAKE EERDERE PROCEDURES

Inleiding 1

In de vele procedures tot heden is door de veehouderij

gesteld dat de

bewoning van het pand Rijksweg Zuid 39 negatieve gevolgen zou hebben voor de veehouderij op het adres Rijksweg Zuid 4 1 ; de uitbreidingsmogelijkheden zouden worden geraakt. 2

Verder is in de procedures ingebracht dat de afstand tussen de stal van de veehouder en het pand Rijksweg Zuid 39 minder is dan de 25.00 meter die de Wet Geurhinder en veehouderij eist.

3 De juistheid van de standpunten onder 1 en 2 zijn door de gemeente in de procedures niet weersproken en derhalve ook niet verder belicht. 4 De standpunten onder 1 en 2 zijn van doorslaggevende betekenis geweest in de vele procedures met betrekking tot het gebruik en de bestemming van het pand 5

De standpunt onder 1 en 2 verdragen zich niet met de wet, hetgeen hierna wordt toegelicht.

Milieu a De veehouderij heeft in 2008 een melding gedaan in het kader van de milieuwetgeving. Die melding dekt een omvang van een veestapel met 38 melkkoeien. Het bedrijf is gerechtigd om de door de melding gedekte veestapel uit te breiden tot 200 melkkoeien. Een veehouderij behoeft daartoe slechts een melding in te dienen, b De afstand tussen de stal van de veehouderij en het pand Rijksweg Zuid 39 is 24,93 meter. Volgens de Wet Geurhinder en veehouderij zou die afstand 25.00 meter moeten belopen. Genoemde wet komt geen betekenis toe, die wet geldt uitsluitend voor veehouderijen waarvoor een milieuvergunning is vereist.

Conclusie :

De veehouderij heeft geen aantoonbaar belang dat het Rijksweg 39 niet bewoond wordt.

Bestemmingsplan (vrijstelling) a De geldende bestemming van het percee

geregeld in het bestemmingsplan "de Pas" van

1976, tot stand gekomen onder de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO 1965) Het perceel heeft daarin de bestemming 'recreatieve doeleinden'. Het bestemmingsplan kent een verbod voor gebruik afwijkend van de bestemming, behoudens voor de voortzetting van het oude gebruik, b Wel bepaalt artikel 12 lid 2 dat B&W verplicht zijn een vrijstelling van de verbodsbepaling te verlenen, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot het beperken van het meest doelmatig gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. De zorg van de veehouderij dat het bedrijf niet kon uitbreiden, is bepalend geweest om geen vrijstelling te verlenen. Conclusie : De vrijstelling van de gebruiksvoorschriften is ten onrechte geweigerd

R Z B ^ l d.d. 21-05-2021; blad 4 van 21 bladen.

Bestemmingsplan 2009 t.b.v. perceel a In 2009 is voor het perceel

een bestemmingsplan vastgesteld ten behoeve van de

voortzetting van de bewoning. Er werd beroep ingesteld door de veehouderij de bewoning zou namelijk het bedrijf raken. In het vastgestelde plan werd wel duidelijk gemaakt dat de woning de bestaande bedrijvigheid niet raakt, doch niet verkend is de woning de groei zou verstoren b Het raadsbesluit werd door de Raad van State op 24 maart 2010 vernietigd. Reden vernietiging: Niet helder was gemaakt dat I of de aangrenzende veehouderij in uitbreiding kon voorzien. Was destijds in het bestemmingsplan uiteengezet dat het bedrijf zonder probleem nog kon uitgroeien tot 200 melkkoeien, dan was het raadsbesluit ongetwijfeld niet vernietigd, c De uitspraak maakte een duidelijke opening om deze omissie te herstellen (zie bijlage A). Conclusie : Met een juiste uitleg van de milieuvoorschriften was dit bestemmingsplan wel onherroepelijk geworden en was nimmer een handhavingsactie aan de orde gekomen.

Handhaving/ontruiming Na de vernietiging van het bestemmingsplan heeft de veehouderij van het gemeentebestuur geëist dat de bewoning van het pand

ou worden gestaakt. Deze eis is gehonoreerd.

Gelet op het feit dat het bedrijf geen aantoonbaar belang blijkt te hebben, is de handhavingsactie (beëindiging woongebruik) ongefundeerd. Conclusie : Er is ten onrechte een handhavingsactie gevoerd.

RZ3^1 d.d. 21-05-2021; blad 5 van 21 bladen.

A 3 EIGENAREN IN HET G E B I E D

L

—i

C7

51

Sport

s '

Mermse Z eeg

cPū Legenda Perceel Kropman - Beekhuizen

i

!

eigendomsgrens gemeente Mermse zeeg Pand

4

R i j k s w e g Z u i d 39

Veehouderij

RZ39,1 d.d. 21-05-2021; blad 6 van 21 bladen.

B I MILIEUREGELS (algemeen) Oud systeem : Brochure Veehouderij en Hinderwet Onder de Hinderwet hadden alle bedrijven een vergunning nodig. Destijds werd een aanvraag beoordeeld aan de hand van de brochure 'Veehouderij en Hinderwet' opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In de brochure werden onderstaande 4 soorten gebieden onderscheiden: Nabij Agrarisch waartussen Agrarisch waartussen Puur woongebied wat meer woningen wat woningen agrarisch Nadat was geoordeeld in welk van de 4 gebieden de veehouderij moest worden geplaatst, werd - eveneens aan de hand van de brochure - de maximale grootte van de veestapel bepaald. Nieuw systeem : vergunning I melding (AMvB) Enkele decennia geleden is de wetgeving ingrijpend veranderd. Geïntroduceerd werd een systeem waarbij minder zware bedrijven konden volstaan met een melding . Het merendeel van de bedrijven behoeft anno 2021 'slechts 'een melding te doen. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zijn de regels vastgelegd die gelden voor de bedrijven die onder de meldingsplicht vallen. Noot: Aanvankelijk gold per sector (glastuinbouw, landbouw, garagebedrijven etc.) een AMvB, Inmiddels is een en ander gebundeld in het zogeheten Activiteitenbesluit. Schematisch weergave huidig systeem Zware bedrijven

Lichte bedrijven

Vergunningsplicht

Meldingsplicht

Voorwaarden

Door B&W te bepalen

Vastgelegd in AMvB

Taak gemeente

Beslissen op aanvraag Handhaving

Beoordelen of melding terecht is Handhaving

Procedure melding Een bedrijf dient aan de hand van de regelgeving een vergunningaanvraag of een melding in. B&W beoordelen vervolgens of het bedrijf de juiste keuze heeft gemaakt. De procedure bij een melding eindigt met de aanvaarding van de melding door B&W.

RZ39,1 d.d. 21-05-2021; blad 7 van 21 bladen.

B2 W E T GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ ( REGELING) In 2006 verscheen de Wet geurhinder en veehouderij, hierna 'Geurweť. A Maximale toegestane geurhinder volgens de Geurwet. Voortaan wordt de geurhinder van veehouderijen uitgedrukt in odeur units per m3 lucht. De maximale toegestane odour is afhankelijk in welk gebied het bedrijf is gevestigd . De veehouderij Rijksweg Zuid 41 ligt buiten concentratiegebied en buiten de bebouwde kom Artikel 3 Bedrijf gelegen buiten : - buiten concentratiegebied - buiten de bebouwde kom

Maximum odour

Artikel 3, lid 1

8

De Geurwet bepaalt in artikel 3 het volgende : lid 1

Vergunning wordt geweigerd ingeval de odour boven het maximum komt.

Lid 3 De vergunning wordt niet wordt geweigerd, indien Lid 4 De vergunning verleend, voor zover B Afs tands eis artikel 5 De wet voert een afstandseis in tussen dierenverblijf en (de gevel van) een geurgevoelig object. Artikel 5, lid 1 sub a In bebouwde kom

Afstand tot geurgevoelig object

sub b Buiten de bebouwde kom

25 meter

50 meter

C Geurwet niet van toepassing De Geurwet geldt uitsluitend voor bedrijven die voor de activiteiten een vergunning nodig hebben De afstandseis van 25 meter geldt dus niet voor het bedrijf Deze conclusie kan worden afgeleid uit de onderstaande punten in de Geurwet.: 1. De bepaling dat geen weigering van de vergunning plaats vindt indien: a

de afstand niet afneemt en

b/c

het aantal dieren niet toeneemt

2 De preambule van de Wet Geurhinder en veehouderij, die als volgt luidt: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking beslissingen inzake vergunningen krachtens de Wet Milieubeheer betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen

behorende

voor veehouderijen,

tot de

voor zover het

dierenverblijven."

D Conclus ie Het is onmiskenbaar dat de Geurwet uits luitend betrekking heeft op bedrijven die een vergunning nodig hebben. De wettelijke artikelen zijn niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het bedrijf

kan evenwel met een melding volstaan.

Derhalve is de Geurwet en haar afstandseis van 25.00 meter niet van toepassing

RZ 39J. d.d. 21-05-2021; blad 8 van 21 bladen.

B3 PROCEDURES A Gemeentelijke beslissingen inzake milieuwetgeving Voor:

Hinderwet

Besluit Vergunning 1987

AMvB Melding 21/04/2008

Acceptatie melding 11/09/2009

36 melkkoeien,

Regel

ľ

45 melkkoeien, pinken/vaarzen + 700 mestkippen 23 stuks jongvee

reactie B&W , brief van B&W d.d. 03/07/2008

Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeer (zogenaamd Activiteitenbesluit) in werking getreden. Het Activiteitenbesluit geldt naast het Landbouwbesluit milieubeheer. De ingediende melding geldt voor beide besluiten. e

2

reactie B&W brief d.d. 11 september 2009

B&W accepteren de melding van 21/04/2008. C. Schematische weergave processen milieu en bestemmingsplan Data planologische procedure t.b.v. woonbestemming op perceel

Data meldingsprocedure Wet Milieubeheer c a . Indiening Publicatie ingekomen melding

17/04/2008 09/07/2008 21/04/2009

Acceptatie melding

Vaststelling bestemmingsplan

11/09/2009 24/03/2010

Vernietigingsbesluit Raad van State

E.M. de Ruijter RZ39JL d.d. 21-05-2021; blad 9 van 21 bladen.

B4 GROEIMOGELIJKHEDEN VEEHOUDERIJ Rechtspositie veehouderij Het bedrijf beschikt over een geaccepteerde melding. Een bedrijf waarvan de melding is aanvaard, kan werken binnen de marge die de wetgeving biedt. Groeimogelijkheden veehouderij De melkveehouderij heeft op basis van de melding de mogelijkheid om uit te groeien naar een veestapel van 200 melkkoeien (c.q. 340 vrouwelijk jongvee) Verwezen wordt naar categorie 8.3 van het Besluit omgevingsrecht. https://wetten.overheid.nI/BWBR0027464/2020-01-01#Biilagel Melkkoeien Maximum voor melding ex 340 stuks vrouwelijk jongvee

200

Gemeld in 2008

36

Reserveruimte

164

ex jongvee ex jongvee

Bedreigingen voor het bedrijf De overheid heeft de wettelijke taak om in zijn algemeenheid de omvang de emissie van o.a. stikstof, ammoniak te reduceren. Dat raakt de hele agrarisch sector! De agrarische bedrijven staan - behalve vanwege de nieuwe regels- ook onder druk gezien de plannen/voornemens om de Nederlandse veestapel te reduceren. Er wordt daarom al veel geschakeld naar biologische bedrijvigheid en (dus) naar meer weideteelt, ook al omdat dit aansluit bij opvattingen in de samenleving, anders gezegd bij de vraagzijde van de markt. Een factor bij die ontwikkeling is, dat weideteelt meer areaal vergt. Vergunningsplicht: Het bestemmen van Rijksweg Zuid 39 voor bewoning veroorzaakt niet dat het bedrijf een vergunning moet aanvragen.

RZ39J d.d. 21-05-2021; blad 10 van 21 bladen.

C l GEDRAG VEEHOUDERIJ 1 Verandering van standpunten a Brief van 16 januari 2002 van het bedrijf

aan de gemeente Overbetuwe

In bovengemelde brief is door het bedrijf gereageerd in verband met een aan

verleende

vergunning voor de verbouw van het achterhuis. In die brief staat het volgende (citaat): " Overigens wil ik nog opmerken dat het er cliënten niet om gaat om de heer en mevrouw

in

hun woonplannen te dwarsbomen. Het is cliënten te doen om hun agrarisch bedrijf en de mogelijkheid

om dit in de toekomst rendabel, adequaat en volwaardig

te blijven

uitoefenen".

De gedragingen van de veehouderij staan haaks op deze brief aan het gemeentebestuur. b In latere procedures is steeds ingebracht dat het bewonen van het pand

de belangen van het

bedrijf zou schaden. In 2010 is aan het college gevraagd tegen bewoning handhavend op te treden. 2 Afwijzing riant voorstel van B&W Om uit de impasse te komen heeft het college van B&W bij brief d.d. 3 april 2009 een voorstel aan de veehouderij gedaan, kern: Op gemeentelijke kosten kunnen de volgende werkzaamheden worden verricht: - slopen van de bestaande stal en mestplaat; - het bouwen van een nieuwe stal op ruime afstand van het pand - het verplaatsen van de mestplaat. Het aanbod werd afgeslagen, sterker zelfs I , ondanks het voordeel 'nieuwe voor o u d " . Kortom, de veehouderij heeft dit ruimhartige voorstel afgewezen op basis van niet rationele motieven. De brief is als bijlage B dit document opgenomen. Aantekening Het valt niet moeilijk te raden dat het voorstel van het college aan de veehouderij, is ingegeven door de ongelukkig situatie waarin

was beland vanwege de betrokkenheid van de gemeente in de

ontstane situatie.

R Z S ^ l d.d. 21-05-2021; blad 11 van 21 bladen.

D l RUIMTELIJKE ORDENING A L G E M E E N Wetten vanaf 1901 1901 Woningwet 1901 Onder de Woningwet 1901 bestonden zogeheten uitbreidingsplannen. Uitbreidingsplannen kenden geen gebruiksvoorschriften. 1965 Wet op de ruimtelijke ordening (WRO, 1965) In 1965 kwam de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO 1965) tot stand. De term 'uitbreidingsplan' is opgevolgd door de term 'bestemmingsplan'. Deze wet bood de gemeenteraad voor het eerst de mogelijkheid gebruiksvoorschriften op te nemen. De WRO verplichtte de gemeentebesturen om in elk geval voor het buitengebied bestemmingsplannen vast te stellen. 2008 Wet ruimtelijke ordening, thans geldend (Wro 2008). In 2008 werd de WRO opgevolgd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008). Veranderingen t.o.v. de WRO 1965: a. De facultatieve mogelijkheid voor gebruiksvoorschriften werd opgeheven. Aan alle bestemmingsplannen moeten sindsdien gebruiksvoorschriften worden verbonden. c. De in bestemmingsplannen op te nemen regels inzake overgangsrecht zijn wettelijk vastgelegd. d. Nieuw was dat een gemeente verplicht werd het gehele grondgebied te dekken met bestemmingsplannen, en wel uiterlijk in 2013. Schematische weergave ontwikkeling gebruiksvoorschriften Wet

Gebruiksvoorschrift

Bevoegd Orgaan

1901 Woningwet

n.v.t.

—

1965 WRO

Facultatief

Raad

2008 Wro

Verplicht

Raad

Wettelijke plicht tot herziening van bestemmingsplannen Sinds de WRO 1965 geldt als uitgangspunt dat een bestemmingsplan 10 jaar 'vooruit kijkt'. De nieuwe Wro (2008) handhaaft dat principe van de 10-jaarlijkse aanpassing. De wet van 2008 verplicht de gemeente uiterlijk in 2013 voor het hele gemeentelijk grondgebied nieuwe bestemmingsplannen vast te stellen met als basis de Wro 2008. Opmerking: Pas recent is om puur praktische redenen

- te weten het feit dat overeen paar jaar

de Wro (2008) wordt vervangen door de Omgevingswet - die verplichting onderbroken. Daar kan men zich in dit geval thans (achteraf dus) moeilijk met terugwerkende kracht op beroepen, niet in minst ook omdat is nagelaten om te voorzien in vervanging van de bestemming uit 1976.

RZ39 1 d.d. 21-05-2021; blad 12 van 21 bladen. -

D2 GEBIED "DE PAS', HISTORIE BESTEMMINGSREGELINGEN Oorspronkelijke situatie In 1954 werd - op grond van de Woningwet 1901 - het Uitbreidingsplan in Hoofdzaken - vastgesteld. Dit plan dekte de toenmalige behoefte voor de verenigingen Spero en Elistha. De mogelijkheid om gebruiksvoorschriften vast te stellen, gold destijds nog niet. Plan "de Pas 1976 " en verwerving In 1976 werd het bestemmingsplan 'de Pas' d.d. 1976 vastgesteld. Dit bestemmingsplan diende om het sportpark in zuidelijke richting uit te breiden t o t aan de Mermse zeeg. Die grond was eerder agrarisch bestemd in het Uitbreidingsplan van 1954. De grond waarop de uitbreiding van het sportpark was voorzien, was destijds in eigendom van de familie

Rond 2000 bood

de gemeente zijn eigendom te koop aan. Op dat

voorstel werd niet ingegaan, waarna het perceel werd verkocht aan Beekhuizen B.V.. Vervolgens verkocht

het perceel in twee delen:

- 35000 m2 aan de gemeente en - 5.000 m2 grote huisperceel aan Bestemming 5000 m2 grote huisperceel Alhoewel het huisperceel niet nodig bleek voor de uitbreiding van het sportpark is de bestemming van huisperceel nog altijd 'recreatieve doeleinden'. Bestemmingsplan 2009 voor perceel De gemeenteraad heeft In 2009 de bestemming recreatieve doeleinden gewijzigd in 'woondoeleinden' De Raad van State oordeelde in de uitspraak van 24 maart 2010 dat de gemeenteraad niet helder had gemaakt o f , en zo ja, welke belemmeringen die bestemming impliceerde voor de groei van het bedrijf van de aangrenzende veehouderij. Het raadsbesluit werd uitsluitend OM DIE REDEN vernietigd. De Raad van State heeft dus bepaald niet vastgesteld dat het toekennen van een woonbestemming a priori onmogelijk is ü! Er is vervolgens geen nieuwe procedure gestart procedure gestart. Niet helder is of daarover: een expliciet besluit is genomen en zo ja, door welk bestuursorgaan?. Wijzigingen bestemmingsplannen voor het sportpark 'de Pas' Voor het sportpark werden in 2011 en 2019 wijzigingsplannen vastgesteld. Beide bestemmingsplannen lieten het perceel

ongemoeid.

Schematische weergave bestemmingsplannen op en rond het perceel Plannen OP het perceel

Vaststelling

Bestemming

Uitbreidingsplan in Hoofdzaken (vervallen)

30/11/54

Agrarisch

Bestemmingsplan 'de Pas'

29/06/1976

Recreatie

Bestemmingsplan voor perceel

20/04/2009

Wonen (plan vernietigd, RvS 24/03/2010

Plannen ROND het perceel Bestemmingsplan 'de Pas' Bestemmingsplan sportcomplex 'de Pas'

28/06/2011

Bestemmingsplan Buitengebied

05/03/2013

Perceel Het perceel

26/02/2019

planologisch eiland igt als het ware als een eilandje omklemd door bestemmingsplannen die wel

berusten op de Wro 2008.

RZ3^1 d.d. 21-05-2021; blad 13 van 21 bladen.

D3

OVERGANGSRECHTELIJKE REGELS

De bepalingen inzake overgangsrecht, gebruikelijk in bestemmingsplan onder de WRO 1965 Bevoegd

Regels bestemmingsplan GEBRUIK

art 12

Raad

A Verbod voor ander gebruik dan conform bestemming. B Overtreding gebruiksvoorschrift strafrechtelijk bedreigen

Lid 1

B&W

Verlenen vrijstelling , (plicht !) tenzij strikte toepassing van het verbod leidt tot het beperken van het meest doelmatig gebruik die niet door dringende redenen gerechtvaardigd worden.

Lid 2

Burger

Gerechtigd tot voortzetting bestaand gebruik voor zover dit gebruik of de aard van dit gebruik reeds bestond bij het van kracht worden van het bestemmingsplan.

Lid 3b

Lid 4

Overgangsrecht bestemmingsplan 'de Pas"1976 De gebruiksvoorschriften in plan 'de Pas 1976' zijn als in bovenstaande tabel. De overgangsbepaling van plan 'de Pas' grijpt terug op het Uitbreidingsplan in Hoofdzaken 1954. De bestemming van het Kropman is in dat uitbreidingsplan bestemd voor: - akkerbouw-, fruitteelt-,

tuinbouw-,

bloementeelt

veeteelt-,

of gemengde bedrijven van die aard.

Herhalen van overgangsrecht Het overgangsrecht ziet op een tijdelijke situatie, m.a.w. het gebruik komt gedurende de looptijd van het bestemmingsplan (in principe 10 j a a r ! ) in overeenstemming met het nieuwe bestemmingsplan. e

Volgens vaste jurisprudentie kan niet een 2 keer overgangsrecht op dezelfde situatie drukken Status Uitbreidingsplan in Hoofdzaken 1954 a. Het Uitbreidingsplan in Hoofdzaken d.d.1954 is van rechtswege vervallen. b Er golden destijds geen gebruiksvoorschriften. c. Gebruik in afwijking van de bestemming was niet verboden I! Wat kan dat betekenen ? Mogelijk moet worden geredeneerd dat er überhaupt geen gebruiksbeperkingen liggen. Of kan - nu het oude Uitbreidingsplan is vervallen - er ook geen bevoegdheid meer zijn om een vrijstellingen weigeren? Mag worden geredeneerd dat thans verboden mag worden, wat voorheen niet was verboden? Heeft de bestuurlijke lastgeving tot beëindigen van het woongebruik een deugdelijk fundament? In elk geval kan het belanghebbende niet euvel worden geduid dat het gemeentebestuur het referentiekader heeft laten verlopen, laat staan dat een burger daarvan de dupe mag worden.

RZ39J d.d. 21-05-2021; blad 14 van 21 bladen.

D4 IMPLICIETE VRIJSTELLING GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN ? Tijdverloop en gemeentelijk gedrag kan leiden tot een impliciete vrijstelling. Tijdsverloop Laat de overheid - bekend zijnde met strijdig gebruik - de overtreding op zijn beloop, dan wordt bestuurlijk optreden moeilijk c.q. onmogelijk. Opmerkingen in dat verband : 1. Kropman heeft zijn bedrijf fiscaal geliquideerd in 1997 en zijn grond in 2000 aan de gemeente aangeboden. In 2000 al had het gemeentebestuur burgergebruik kunnen/moeten vaststellen. 2 In 2002 is door

vergunning gevraagd voor verbouw van het achterhuis. De vergunning

werd verleend op grond van het overgangsrecht. Nu de gemeente zelf dat standpunt huldigde, mocht

al helemaal aannemen dat er met een gerust hart mocht worden gewoond.

Uiteindelijk werd de vergunning vernietigd, doch de rechtsgevolgen (de uitgevoerde verbouwing dus) mochten van de rechter in stand blijven. Helder is dat 3

(leek zijnde) mocht aannemen dat de bewoning überhaupt geen item was.

Nagelaten is om de opening die de uitspraak van 2010 van de Raad van State bood/biedt op te pakken.

4. Pas na 15 jaar gebruik van het pand Rijksweg 39 als burgerwoning, is een actie tot handhaving ingezet, in feite als direct gevolg van de vernietiging van een bestemmingsplan vanwege een ondeugdelijke plantoelichting (zoals hiervoor beschreven) Handelingen/nalaten van de gemeente Verwezen wordt naar de punt F2 Opvatting Geconcludeerd kan worden dat (een recht bestaat op) een impliciet ontstane vrijstelling D5 VERPLICHTE VRIJSTELLING VAN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Volgens artikel 12, lid 2 van het bestemmingsplan De Pas 1976 zijn B&W verplicht vrijstelling te verlenen van de gebruiksvoorschriften indien: - strikte toepassing van de verbodsbepaling, - leidt tot het beperken van het meest doelmatig gebruik. - die niet door dringende redenen gerechtvaardigd worden. In de procedures is steeds verondersteld dat het belang van de veehouderij moest prevaleren en dat daarom geen vrijstelling zou moeten woorden verleend. In hoofdstukken B van deze productie is helder gemaakt dat het gebruik van het pand

als

woning de veehouderij geen strobreed in de weg legt. Opvatting Er dient alsnog een vrijstelling te worden verleend als gemeld in artikel 12 lid 2 van het bestemmingsplan 'de Pas" d.d. 1976' c.q. te worden geconcludeerd dat die vrijstelling impliciet is ontstaan.

RZ39..1 d.d. 21-05-2021; blad 15 van 21 bladen.

E l BELEID INZAKE V O O R M A L I G E AGRARISCHE WONINGEN A Bestemmingsplan Buitengebied 1976, gemeente Eist In het plan wordt in de toelichting geconstateerd dat de agrarische bedrijvigheid in de laatste decennia sterk is gereduceerd. Het gemeentebestuur heeft in dat plan op grote schaal woningen op voormalige agrarische bedrijven tot burgerwoning bestemd, ongeacht de vraag of die functie de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven mogelijk zou raken. B Bestemmingsplan Buitengebied 2013, gemeente Overbetuwe. Na 1976 is het aantal agrarische bedrijven verder sterk afgenomen. Ook in dit plan zijn wederom vele voormalige agrarische woningen bestemd tot burgerwoning.

E2 V O O R M A L I G E AGRARISCHE WONINGEN IN GEBIED "de PAS" In de zone tussen het sportpark en de Rijksweg Zuid staan de woningen Rijksweg 31,33, 35 en 37 Tot 2013 was die zone agrarisch bestemd. In het bestemmingsplan Buitengebied 2013 zijn die percelen bestemd voor burgerwoningen. In onderstaand overzicht wordt de bestemmingshistorie van de woningen in het gebied 'De Pas" weergegeven. Bestemmingsplan

Bestemming Rijksweg Zuid 39

Bestemming Rijksweg Zuid 31, 33, 35, 37

1954 Uitbreidingsplan

Agrarisch

Agrarisch

1976 de Pas, Eist

Recreatieve doeleinden

1979 Plan Buitengebied Eist

Agrarisch

2013 Plan Buitengebied Overbetuwe

Woondoeleinden

Zie tekening op bladzijde 17.

R Z S ^ l d.d. 21-05-2021; blad 16 van 21 bladen.

C7

Y:

Soorl

r

ï

:

E3B

se Zceq

Lí

Rem m 31. 33. 3S. 37 Pèrtden a a n R i j k s w e g Z u i d . a l s w o m n g e n b e s t e m d m p l a n B u i t e n g e b i e d 2013. v o o r d i e n b e s t e m d v o o r

tumbouwdoeiemden

RZ39,1 d.d. 21-05-2021; blad 17 van 21 bladen.

F l RUIMTELIJKE CLAIM T.B.V. UITBREIDING SPORTPARK De wetgever heeft de gemeenteraad een instrument (het voorbereidingsbesluit) aangereikt om tijdelijk (1 jaar) de bouwmogelijkheden die een bestemmingsplan verschaft, te blokkeren. Beslissingen op aanvragen van onwelgevallige bouwplannen die in overeenstemming zijn met de geldende bestemming , kunnen dan gedurende dat jaar worden aangehouden. De gevraagde vergunningen moeten na dat jaar worden verleend, tenzij - B&W tijdig een nieuw bestemmingsplan in ontwerp ter inzage hebben gelegd; - en de Raad binnen de wettelijke termijn tot vaststelling heeft besloten. Een dergelijk voorbereidingsbesluit is hier niet genomen, kennelijk vanuit de redenatie dat dit niet nodig is omdat in de praktijk het realiseren van de in 1976 vastgelegde bestemming toch is voorbehouden aan de overheid. In 2000 is de in 1976 gelegde planologische claim op het perceel Kropman ingeroepen middels de gedeeltelijke aankoop (circa 35.000 m2) van de locatie van voorheen Kropman. Om de gemeente moverende redenen (kosten) werd afgezien van aankoop van het 5.000 m2 grote huisperceel. Vastgesteld moet worden dat er al 45 jaar als het ware nog steeds een soort voorbereidingsbescherming ligt op het perceel

terwijl die bestemming volledig is achterhaald.

De bestaande situatie is des ter meer onaanvaardbaar omdat het gemeentebestuur: 1

De wettelijke plicht van de WRO en Wro niet naleeft.

2. Tot wettelijke taak heeft te voorzien in een passende bestemming . Toegestaan overgangsrechtelijk gebruik (van het 5000 m2 grote perceel) conform de oude bestemming van 1954 illusoir lijkt te zijn geworden. Opvatting Het gemeentebestuur moet met grote spoed voorzien in een passende bestemming.

R Z B ^ l d.d. 21-05-2021; blad 18 van 21 bladen.

F2 REALISERING UITBREIDING SPORTPARK Het gemeentebestuur heeft het primaat in de lokale ruimtelijke ordening. Passief t.b.v.

Actief t.b.v.

Beheer

Ontwikkelingen

Sturing 1 conservering bouw- en gebruiksvoorschriften

Initiatief/beleid/realisering projecten gesteund door Onteigeningswet en Wet voorkeursrecht gemeenten.

De verwerving t.b.v. de uitbreiding Nadat de gemeente in 2000 een aanbod van het perceel I

afwees, werd

.V. eigenaar van

De B.V. wendde zich tot de gemeente, dat leidde tot de volgende constructie :

aankoop van circa 3,5 ha door de gemeente;

II het overeenkomen van een erfdienstbaarheid op het resterend perceel t.b.v. sportpark; III waarna

dat resterend perceel (5.000 m2) in de markt kon zetten.

Duidelijk is dat de gemeente in dit proces een dominante rol heeft gehad. Kritische noten: 1. De inspiratie achter de gedeeltelijke verwerving wordt - volgens het raadsvoorstel - gevoed door kostenoverwegingen. Het is in elk geval wel zo dat bij niet minnelijke verwerving (onteigening dus) het hele perceel had behoren te worden verworven. 2. Het had op de weg van de gemeentebestuur gelegen om te onderzoeken of door de gedeeltelijke complicaties zouden kunnen optreden voor de bewoning van Rijksweg Zuid 39. 3. Retorische vraag: Zou

indien de gemeente zijn eigendom deels had gekocht en zelf

was blijven wonen op het resterende huisperceel, in dezelfde achtbaan zijn beland als

?

Publiekrechtelijke besluitvorming a Ten onrechte is de bestemming 'recreatie' volgens 'de Pas 1976' gehandhaafd, terwijl de realisering van die functie een typische aangelegenheid is voor het gemeentebestuur. b. Genegeerd zijn de voorschriften omtrent het tijdig vernieuwen van bestemmingsplannen. c. Na de uitspraak van de Raad van State d.d. 24 maart 2010 inzake het bestemmingsplan d.d. 21 april 2009 is het gemeentebestuur passief gebleven, terwijl de Raad van State in de overwegingen duidelijk maakt dat in het bestemmingsplan te mager is onderbouwd op het punt van het belang van het bedrijf

doch bepaald niet dat de woonbestemming

a priori onaanvaardbaar is! Er was 'slechts' strijd met het motiveringsbeginsel ! Conclusies 1. Als gevolg van de gedeeltelijke aankoop en het vasthouden aan de bestemming 'recreatieve doeleneinden is het perceel

volledig onbruikbaar geworden.

2. De actuele problematiek heeft een causaal verband met het privaatrechtelijk en publiekrechtelijke handelen van de gemeente. Opvatting De al jaren slepende kwestie inzake het perceel

heeft een causaal verband met

de wijze waarop het Plan 'de Pas' tot uitvoering is gebracht.

RZ39JL d.d. 21-05-2021; blad 19 van 21 bladen.

G

KANTTEKENINGEN EN OPMERKINGEN

25.00 meter afstand 1. De woning Rijksweg Zuid 39 is meer dan 105 jaar oud. De boerderij van jaren gebouwd. De stal staat op 24.93 het pand

s in de dertiger

Daar valt weinig meer aan te veranderen.

2. Ligt de woning

e dicht bij de stal? Antwoord : Nee.

Een mogelijke hindercirkel verschaft geen rechten aan een milieuvergunnings-plichtig bedrijf, dat zou duiden op een planologisch servituut. Die cirkel dient om de uitstraling van het bedrijf te verkennen en te beoordelen hoeveel milieu-ruimte kan worden geboden De milieuwetgeving dient het algemeen belang het omgevingsbelang. Er geldt overigens ook geen verbodsbepaling om in een hindercirkel te wonen 3. Sinds de stichting van de veehouderij is de milieuwetgeving uiteraard veranderd. Daar kan noch de veehouderij noc

ets aan doen. Maar het risico voor aanscherping van

regels voor bedrijven kan niet op stoep van de buurman worden geveegd. 4. Alhoewel de 25.00 meter bepaling uit de Geurwet geen betekenis toekomt voor bedrijven die met een melding hebben kunnen volstaan, toch de volgende opmerkingen : a. Aan de afstandsbepalingen ligt geen wetenschappelijke studie ten grondslag. Het zou al te toevallig zijn dat zo'n studie zou leiden tot genoemde afgeronde afstandsmaten van 25 en 50 meter. Onder die maten ligt vooral ervaring gemixt met veel boerenverstand. b. Een afstandsmaat is niet ten faveure van een veehouderij gesteld, integendeel, de afstandsbepaling dient ter bescherming van de omgeving tegen overlast. c . De maat heeft in elk geval voor de veehouder die een afhankelijk is van een vergunning positieve betekenis, t o t die maat wordt de veehouder zekerheid verschaft, (terwijl de - i.e. niet geldende Geurwet I - bovendien nog afwijkingsmogelijkheden biedt) 5. Het bedrijf kan de veestapel meer dan vervijfvoudigen, meer dan überhaupt binnen het areaal van het bedrijf te effectueren is. Nu helder is dat de veehouderij ruime groeimogelijkheden heeft, kan - gelet op de overwegingen van de Raad van State - worden aangenomen dat er geen obstakel is om het pand te bestemmen voor woondoeleinden.

In elk geval mag zonder voorbehoud worden gesteld dat het voor de woonkwaliteit niet uitmaakt of de afstand tot de stal nu 25.00 meter bedraagt of op 24,93 meter. Die paar centimeter heeft geen enkele betekenis voor de woonkwaliteit. W e g - b e s t e m m e n woning Rijksweg 39 In 2008 heeft gesteld dat de woning

een AMvB melding gedaan voor zijn bedrijfsactiviteiten. In die melding is is 'weg-bestemd'.

Het gemeentebestuur heeft in de procedure soortgelijke termen gebruikt Weg-bestemmen is weliswaar vakjargon. Maar een bestemming kan slechts worden vervangen. De bestemming is onverminderd geregeld in het bestemmingsplan "de Pas " d.d. 1976. RZ39J. d.d. 21-05-2021; blad 20 van 21 bladen.

Verwijtbaarheid familie De familie

alt niets te verwijten. Het perceel is gekocht in 2001 nadat/omdat

de gemeente had afgezien van koop van dat perceel. Het feit dat in 2002 een vergunning werd verleend voor de verbouwing, bevestigt dat het gemeentebestuur er vanuit ging dat er met een gerust hart kon worden gewoond. Helaas is het recht in de vele procedures anders uitgelegd , ondanks verweer van het gemeentebestuur. Kortom, de ontstane situatie kan niet aan de familie

H

worden toegeschreven

VERZOEKEN EN STANDPUNTEN

Verzoeken 1 De gemeenteraad wordt verzocht om conform de Wet ruimtelijke ordening te besluiten tot het vervangen van de 45 jaar oude bestemming van het perceel

waartoe het college een

ontwerpbestemmingsplan ter inzage legt. 2 Het college dient alsnog het gebruik als woning te toetsen en aan de gebruiksvoorschriften, o f w e l : op basis van de artikel 12.lid 2 van het bestemmingsplan'de Pas' vrijstelling te verlenen, ofwel : door een verklaring voor recht dat sprake is een impliciete vrijstelling 3 Nu duidelijk is dat lastgeving aan

om de bewoning te beëindigen berust op een verkeerde

uitleg van de Geurwet en het Activiteitenbesluit, dient die lastgeving te worden ingetrokken. Standpunten a Al ettelijke jaren lopen procedures omtrent het gebruik van het perceel In die procedures gaat het over de uitleg van het geldende recht, waaronder het overgangsrecht. In die procedures is hier en daar de plank misgeslagen Beklemtoond wordt dat de uitkomsten van de eerdere procedures ten enenmale niet de voorbode kunnen/mogen zijn van de te nemen beslissingen. b Het gemeentebestuur is wettelijk verplicht te voorzien in een nieuwe bestemming voor het perceel Volgens vaste jurisprudentie dient een bestemming zinvol te zijn. c De opvatting is dat in een nieuwe bestemmingsregeling voor het perceel

en keuze voor

de functie 'wonen' als zinvolle bestemming in aanmerking komt.

Document is opgesteld door

als

gemachtigde van de familie

blad 21 van 21 bladen.

Bijlage A bij

RZ39^

Raad vanStatc 200903384/1/R3. Datum uitspraak: 2 4 maart 2 0 1 0

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding t u s s e n :

gemeente Overbetuwe, appellanten, en de raad van de gemeente O v e r b e t u w e , verweerder.

200903384/1/R3

1.

2

2 4 maart 2 0 1 0

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2 0 0 9 , no. 0 8 r b 0 0 0 4 9 4 , heeft de raad van de gemeente O v e r b e t u w e (hierna: de raad) het bestemmingsplan " R i j k s w e g Zuid 3 9 , Eist" (hierna: het plan) v a s t g e s t e l d . Tegen dit besluit hebben bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2 0 0 9 , beroep ingesteld. De raad heeft een v e r w e e r s c h r i f t ingediend. De raad en

hebben nadere stukken ingediend.

De A f d e l i n g h e e f t de zaak, t e z a m e n met zaak nr. 2 0 0 9 0 2 5 2 8 / 1 / H 1 , ter zitting behandeld op 8 januari 2 0 1 0 , waar , bijgestaan door , en de raad, v e r t e g e n w o o r d i g d door mr. , advocaat te A r n h e m , , beiden ambtenaar in dienst van de g e m e e n t e , en w e t h o u d e r van de gemeente O v e r b e t u w e , zijn v e r s c h e n e n . V o o r t s zijn als partij gehoord en 2.

Overwegingen

2.1. en exploiteren een melkrundveehouderij op het perceel Rijksweg Zuid 4 1 en stellen dat het plan leidt t o t een beperking van hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden nu het nabijgelegen perceel Rijksweg Zuid 3 9 in het plan een w o o n b e s t e m m i n g heeft gekregen. 2.2. De raad stelt zich op het s t a n d p u n t dat het plan niet leidt t o t een beperking van de bedrijfsvoering nu het bedrijf op grond van het Besluit l a n d b o u w milieubeheer de huidige bedrijfsvoering kan v o o r t z e t t e n . Het plan brengt voor het bedrijf, aldus de raad, geen extra milieubelemmeringen met zich. 2.3. Op de gronden aan de Rijksweg Zuid 39 w a s in het verleden een fruitteeltbedrijf gevestigd met een daarbij behorende b e d r i j f s w o n i n g . De bedrijfsactiviteiten zijn ter plaatse gestaakt. Onder het voorgaande plan w a s aan de gronden een recreatieve b e s t e m m i n g t o e g e k e n d . en (hierna in e n k e l v o u d hebben in 2 0 0 2 de voormalige b e d r i j f s w o n i n g in gebruik g e n o m e n als b u r g e r w o n i n g en hebben het pand zonder de daarvoor benodigde b o u w v e r g u n n i n g v e r b o u w d . Het voorliggende plan voorziet in het als zodanig b e s t e m m e n van de v e r b o u w i n g en het gebruik als b u r g e r w o n i n g van het pand aan de Rijksweg Zuid 3 9 .

De afstand van de dichtstbijzijnde veestal en t o t de w o n i n g aan de Rijksweg Zuid 39 bedraagt volgens de plantoelichting 2 4 , 7 0 meter. Verder is daarin w e e r g e g e v e n dat de kortste a f s t a n d van de grens van het agrarische b o u w p e r c e e l t o t aan het b o u w v l a k v o o r de w o n i n g 2 1 , 8 5 meter bedraagt.

200903384/1/R3

3

2 4 maart 2 0 1 0

2.4. Op 6 december 2 0 0 6 is het Besluit l a n d b o u w milieubeheer (hierna: het Besluit l a n d b o u w ) in w e r k i n g getreden. Ingevolge artikel 2 , eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit l a n d b o u w is dit besluit van toepassing op een m e l k r u n d v e e h o u d e r i j . Ingevolge artikel 4 , t w e e d e lid, aanhef en onder b, van het Besluit l a n d b o u w is het besluit niet van toepassing op een inrichting w a a r l a n d b o u w h u i s d i e r e n w o r d e n gehouden die is gelegen op een afstand van minder dan 5 0 meter van een object categorie III, IV of V .

Ingevolge artikel 4 , derde lid, van het Besluit l a n d b o u w is in a f w i j k i n g van het t w e e d e lid dit besluit van toepassing op een inrichting die is gelegen op een a f s t a n d van minder dan 1 0 0 meter van een object categorie I of II, of op een a f s t a n d van minder dan 5 0 meter van een object categorie III, IV of V en die is opgericht voor het tijdstip van i n w e r k i n g t r e d i n g van dit besluit, indien het aantal l a n d b o u w h u i s d i e r e n dat gehouden w o r d t niet groter is dan het aantal landbouwhuisdieren dat op grond van een v e r g u n n i n g als bedoeld in artikel 8.1 van de W e t milieubeheer of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit a k k e r b o u w b e d r i j v e n milieubeheer gehouden m o c h t w o r d e n en v o o r zover de a f s t a n d t o t het dichtstbijzijnde object categorie I, II, III, IV of V niet is a f g e n o m e n . Ingevolge artikel 1 onder y, van het Besluit l a n d b o u w w o r d t onder een categorie III object v e r s t a a n : verspreid liggende niet-agrarische b e b o u w i n g die aan het betreffende buitengebied een o v e r w e g e n d e w o o n - of recreatiefunctie verleent. 2.5.

De A f d e l i n g stelt vast dat de onderhavige melkveehouderij is opgericht vóór het tijdstip van de i n w e r k i n g t r e d i n g van het Besluit l a n d b o u w en is gelegen op een afstand van minder dan 5 0 meter van de w o n i n g op het perceel Rijksweg Zuid 3 9 . De a f s t a n d van de melkveehouderij t o t de w o n i n g is niet a f g e n o m e n . Niet in geschil is dat het pand aan de Rijksweg Zuid 3 9 is gecategoriseerd als een categorie III object, als o m s c h r e v e n in artikel 1 onder y, van het Besluit l a n d b o u w . De Afdeling ziet geen aanleiding o m t o t een ander oordeel te k o m e n . V o o r t s is niet in geschil dat het totale aantal l a n d b o u w h u i s d i e r e n dat ten tijd e van het nemen van het bestreden besluit in de inrichting w e r d gehouden niet is t o e g e n o m e n ten opzichte van het totale aantal l a n d b o u w h u i s d i e r e n dat m o c h t w o r d e n gehouden op grond van de v e r g u n n i n g als bedoeld in artikel 8.1 van de W e t milieubeheer, w e l k e gold voor de i n w e r k i n g t r e d i n g van het Besluit l a n d b o u w .

Nu v o o r t s niet is gebleken dat één van de andere uitzonderingsbepalingen van de artikelen 3 en 4 van het Besluit l a n d b o u w van toepassing is, m o e t w o r d e n geconcludeerd dat het plan niet t o t gevolg heeft dat de inrichting niet langer onder de w e r k i n g s s f e e r van het Besluit l a n d b o u w valt. 2.6. Gelet op hetgeen in r e c h t s o v e r w e g i n g 2.5 is o v e r w o g e n heeft de raad zich w a t b e t r e f t de gevolgen van het plan voor de bestaande bedrijfsvoering t e r e c h t op het s t a n d p u n t gesteld dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit het plan niet t o t gevolg had dat de inrichting niet langer onder de w e r k i n g s s f e e r van het Besluit l a n d b o u w valt. Uit de s t u k k e n en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de raad echter uitsluitend

200903384/1/R3

4

2 4 maart 2 0 1 0

onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van het plan voor de bestaande bedrijfsvoering van de melkveehouderij. De raad heeft naar het oordeel van de A f d e l i n g t e n onrechte niet v o l d o e n d e onderzocht w a t de consequenties van het plan zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf van en Dit klemt temeer nu in 2 0 0 2 het pand in strijd met de destijds geldende recreatieve b e s t e m m i n g in gebruik heeft g e n o m e n als b u r g e r w o n i n g en daartoe zonder over de benodigde v e r g u n n i n g e n te beschikken v e r b o u w i n g e n heeft u i t g e v o e r d . en hebben zich van meet af aan verzet tegen dit gebruik en de uitgevoerde v e r b o u w i n g e n en hebben daarbij g e w e z e n op de consequenties die dit heeft voor de uitbreidingsmogelijkheden van hun bedrijf. 2.7. De conclusie is dat hetgeen en hebben aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit is g e n o m e n in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten z o r g v u l d i g h e i d . Het beroep is g e g r o n d . Het bestreden besluit dient w e g e n s strijd met artikel 3:2 van de A l g e m e n e w e t bestuursrecht te w o r d e n vernietigd. 2.8. De raad dient bij een n i e u w te nemen besluit het volgende te b e t r e k k e n .

Op 3 juli 2 0 0 9 is artikel 4 , derde lid, van het Besluit l a n d b o u w gewijzigd in die zin dat w i l het Besluit l a n d b o u w van toepassing zijn per diercategorie het aantal l a n d b o u w h u i s d i e r e n niet groter mag zijn dan het aantal l a n d b o u w h u i s d i e r e n van die diercategorie dat op grond van een v e r g u n n i n g als bedoeld in artikel 8.1 van de W e t milieubeheer of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit a k k e r b o u w b e d r i j v e n milieubeheer of het Besluit l a n d b o u w milieubeheer g e h o u d e n m o c h t w o r d e n . Hieruit v o l g t dat, elke t o e n a m e van het aantal dieren ertoe zal leiden dat het Besluit l a n d b o u w niet langer van toepassing is op het bedrijf van en en het bedrijf v e r g u n n i n g p l i c h t i g w o r d t op grond van de W e t milieubeheer. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de W e t geurhinder en veehouderij (hierna: de W g v ) betrekt het bevoegd gezag bij een beslissing inzake de v e r g u n n i n g v o o r het oprichten of veranderen van een veehouderij de geurhinder door de geurbelasting v a n w e g e t o t veehouderijen behorende dierverblijven, uitsluitend op de wijze als aangegeven bij of krachtens de artikelen 3 t o t en m e t 9.

Ingevolge artikel 4 van de W g v bedraagt de aan te houden afstand t e n opzichte van een geurgevoelig object ten minste 5 0 meter indien het geurgevoelige object buiten de b e b o u w d e kom is gelegen. Ingevolge artikel 4 , derde lid, van de W g v w o r d t indien de a f s t a n d , bedoeld in het eerste of t w e e d e lid, kleiner is dan aangegeven in dat lid, een v e r g u n n i n g , in a f w i j k i n g van die leden, niet geweigerd indien de afstand t u s s e n de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de in het eerste of t w e e d e lid bedoelde afstand is gelegen, niet a f n e e m t en het aantal dieren van één of meer diercategorieën w a a r v o o r geen geuremissiefactor is vastgesteld niet t o e n e e m t . Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de W g v , bedraagt de a f s t a n d van de buitenzijde van het dierenverblijf t o t de buitenzijde van een geurgevoelig o b j e c t , o n v e r m i n d e r d artikel 4 , ten minste 2 5 meter indien het geurgevoelige

200903384/1/R3

5

2 4 maart 2 0 1 0

object buiten de b e b o u w d e k o m is gelegen. De a f s t a n d tussen de w o n i n g van en de dichtstbijzijnde veestal van het bedrijf van n bedraagt t h a n s 2 4 , 7 0 meter. Gezien het vorenstaande is het, indien en hun bedrijf w e n s e n uit te breiden, onzeker of een milieuvergunning zal kunnen w o r d e n verleend. 2.9. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te w o r d e n veroordeeld.

200903384/1/R3

3.

6

2 4 maart 2 0 1 0

Beslissing

De A f d e l i n g bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der K o n i n g i n : I. II. III.

IV.

verklaart het beroep g e g r o n d ; vernietigt het besluit van de raad van de gemeente O v e r b e t u w e van 21 april 2 0 0 9 , kenmerk no. 0 8 r b 0 0 0 4 9 4 ; veroordeelt de raad van de gemeente O v e r b e t u w e t o t vergoeding van bij en in verband met de behandeling van het beroep o p g e k o m e n proceskosten t o t een bedrag van C 3 5 9 , 8 5 (driehonderdnegenenvijftig euro en v i j f e n t a c h t i g c e n t ) , w a a r v a n ē 3 2 2 , 0 0 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; gelast dat de raad van de gemeente O v e r b e t u w e aan en het door hen v o o r de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van C 1 5 0 , 0 0 (zegge: h o n d e r d v i j f t i g euro) vergoedt.

A l d u s vastgesteld door mr. J . A . W . Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. M . A . A . M o n d t - S c h o u t e n en mr. J . A . Hagen, leden, in t e g e n w o o r d i g h e i d van mr. P . J . A . M . B r o e k m a n , ambtenaar van Staat.

w . g . Scholten-Hinloopen voorzitter

w . g . Broekman ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 4 maart 2 0 1 0 425-608. V e r z o n d e n : 2 4 maart 2 0 1 0 Voor eensluidend a f s c h r i f t , de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser

8/, I gemeente

8

Overbetuwe o

Rijksweg Zuid 41 6662 KC ELST

Uw brief van

Uw kenmerk

Onderwerp: Rijksweg Zuid 39/41 te Eist

Geachte heer

Ons kenmerk 09uit05769 Behandeld door

Datum 3 april 2009 Telefoonnummer (0461)362297

Verzonden d.d. "ì r.ÇirA ? t « J Bíjlage(n) geen f

, geachte mevrouw

Zoals u weet, heeft mevrouw mr. in de raadsvergadering van dinsdag 31 maart JL het rapport van 16 maart 2009 van de Nationale ombudsman toegelicht. Naast haar constatering dat het college in deze kwestie onrechtmatig en ook onbehoorlijk heeft gehandeld, merkte zij in haar slotbeschouwing op dat het erkennen van het onbevredigende gevoel, dat er bij u leeft, mogelijk kan bijdragen aan het herstel van de vertrouwensrelatie tussen u en ons college. Welnu, met deze brief willen wij tot uitdrukking brengen dat wij uw onbevredigende gevoel over de gehele gang van zaken in deze kwestie erkennen. Wij erkennen ook de spanning en frustatie die dit bij uw beiden - bij alle partijen - heeft opgeleverd. Het spijt ons zeer dat een en ander zo gelopen is. Wij bieden u daarvoor onze excuses aan. De Nationale ombudsman ziet graag de vertrouwensrelatie tussen u en ons hersteld. Wij willen deze relatie graag met u herstellen, waarbij wij ons echter terdege realiseren dat wat er in het verleden is gebeurd, niet meer is terug te draaien. Uiteraard betreuren wij dat, maar zoals het spreekwoord al zegt: "Gedane zaken, nemen nu eenmaal geen keer". Wel kunnen en willen wij vanuit de huidige situatie u een voorstel doen. Niet in de laatste plaats, omdat de commissie Ruimte, zoals u weet, ons hierom afgelopen woensdag 1 april jl.

heeft gevraagd, maar vooral om vanaf nu gezamenlijk en met vertrouwen de toekomst in te kunnen gaan. Een toekomst waarbij de bedrijfsvoering van uw bedrijf, nu en in de toekomst, kan worden gegarandeerd. Het is hierom dat wij u dus wederom een voorstel doen, indachtig ook het rapport van de Nationale ombudsman. Dit voorstel houdt het volgende in: het oprichten van een nieuwe veestal op een afstand van het pand Rijksweg Zuid 39, die past binnen de geur- en milieuwet- en regelgeving, eventueel in samenhang met een andere stal die past binnen de afstand zoals hiervoor vermeld; het in samenhang met de nieuw op te richten veestal verplaatsen van de bestaande (vaste en dunne) mestopslag naar een afstand van 50 meter van het pand Rijksweg Zuid 39, zodat u deze kunt benutten voor de nieuw op te richten veestal;

Dorpsstraat 67, Eist/Posffius 11, 6660 AA E L S T T (0481) 362300 F (0481) 372482 I nf 0(8)overbetuwe.nl WWW.Overbetuwe.nl Bank Nederlandse Gemeenten 28 50 92 030

1/2

ËliiBBlIIlBStl

voor zover nodig zullen de nu aanwezige stallen op uw perceel voor andere, in nader overleg met u vast te stellen, doeleinden worden bestemd en worden gebruikt, waarbij er geen emissiepunt(en) mag (mogen) ontstaan; aan de benodigde vergunningen en een eventuele melding zullen wij medewerking verlenen; de nieuw te ontstane situatie zal planologisch geregeld worden; dit alles op onze kosten. Concreet betekent het voorstel dat de situatie gelegaliseerd gaat worden en een en ander in overeenstemming met wet- en regelgeving zal worden gebracht. Voor u is er dan ook geen aanleiding meer om (door) te procederen. Als u in deze kwestie toch (hoger) beroep instelt of blijft volgen, achten wij ons vanaf dan niet meer gebonden aan ons voorstel (uitvoering te geven). Ook maken wij in deze nog een voorbehoud van goedkeuring door de raad. Dit in verband met de financiële consequenties van ons voorstel. Wij willen u zeer zeker niet onder druk zetten, maar, zoals u weet, gelet op de behandeling van het bestemmingsplan Rijksweg Zuid 39, Eist in de komende raadsvergadering van 21 april 2009 vragen wij u om uiterlijk op vrijdag 17 april 2009 op ons voorstel te reageren. Met uw tijdige reactie maakt u het de raad mogelijk een nadere afweging te maken. Wij zien uw (schriftelijke) reactie graag tegemoet. U begrijpt dat bij uw positieve reactie een en ander nader overleg zal vergen.

Hoogachtend, burgemeester en

Th.M M. Hoex

ouders, de burgemeester,

E. Tuijnman

Afschriften:

09uit05769

2/2

Aan : de Raad van de gemeente Overbetuwe het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe. gemeentehuis te Eist. Onderwerp: bestemmingsplan voor perceel Rijksweg Zuid 39 Eist Eist, 28 januari 2 0 2 1 .

Geachte Raad, geacht college

Voor ons bovengemeld perceel geldt nog altijd het bestemmingsplan 'de Pas' d.d. 1976. De bestemming van het perceel is 'recreatieve doeleinden'. De bestemmingsregeling is bijna 45 jaar oud. Op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening d.d. 1965, had die bestemming al lang moeten zijn geactualiseerd. De huidige Wet ruimtelijke ordening van 2008 verplicht de gemeente uiterlijk in 2013 voor het hele grondgebied te laten bestrijken door bestemmingsplannen die berusten op deze nieuwe wet. Voor zover hebben kunnen nagaan is dat gelukt behoudens voor ons perceel aan de Rijksweg. Bij deze verzoeken wij u beleefd doch dringend om spoedig deze omissie te herstellen, te beginnen met het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingplan door het college. Wij gaan er vanuit dat de bestemming woondoeleinden wordt toegekend, zoals dat ruimhartig is geschiedt voor voormalige agrarische woningen in het buitengebied, zowel in het bestemmingsplan Buitengebied Eist van 1979 als het actuele bestemmingsplan Buitengebied voor de Overbetuwe.

Wij vertrouwen er op dat spoedig wordt besloten en in elk geval binnen de wettelijke termijn.

Hoogachtend,

en

P.S.: Een nadere productie wordt uiterlijk binnen 1 week nagezonden.

Aan : de Raad van de gemeente Overbetuwe het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe. gemeentehuis te Eist.

Onderwerp: Bestemming voor perceel Rijksweg Zuid 39

Eist. 12 februari 2 0 2 1 .

Geachte Raad en College, Omtrent het lopende dossier Rijksweg Zuid 39 hebben wij nog extern advies ingewonnen. U treft de rapportage hierbij aan. In het bijzonder vragen wij uw aandacht voor de hoofdstukken I, J1 en J2, waarin wordt vastgesteld dat de geurwet geen eis kent inzake afstand tussen het dierenverblijf van tenminste 25.00 meter tot ons pand. Wij verzoeken u de bijgaande productie bij de besluitvorming te betrekken. Hoogachtend,

Bijlage: R Z 3 9 . 0 d.d. 12-02-2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=6713a541-fa9d-421e-b6d6-f84c7c36f6cb