CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-09-20.11 Raadsvoorstel Verzoek bestemmingsplanwijziging Rijksweg-Zuid 39 te Elst- geanonimiseerd-2.pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 september 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Rijksweg-Zuid 39 Elst, verzoek wijziging bestemmingsplan "De Pas - geanonimiseerde stukken3.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Verzoek bestemmingsplanwijziging Rijksweg-Zuid 39 te Elst Ons kenmerk: 2022-000077 Elst, AAN DE RAAD 1. Voorstel 1. Het verzoek om een herziening van het bestemmingsplan vast te stellen voor een woonbestemming voor het perceel Rijksweg-Zuid 39 te Elst af te wijzen. 2. Inleiding Op 28 januari 2021 heeft de een verzoek ingediend voor een bestemmingsplanherziening van het perceel aan de Rijksweg-Zuid 39 te Elst. Dit verzoek is op 12 februari 2021 nader onderbouwd middels een brief. Op 21 mei 2021 heeft de een gewijzigd verzoek ten aanzien van het verzoek van 28 januari 2021 ingediend. Hierin heeft zij de gemeenteraad verzocht om de geldende bestemming met recreatieve doeleinden voor het genoemde perceel aan de Rijksweg-Zuid 39 te Elst te wijzigen in een woonbestemming, zodat het bestaande pand als burgerwoning kan worden gebruikt. In zijn totaliteit is het verzoek van 21 mei 2021 een vervolg op een verzoek uit 2019 waar de raad op 12 mei 2020 een besluit op heeft genomen. Het verzoek uit 2019 is door de ingetrokken op 23 februari 2021. Op 31 augustus 2021 hebben wij, het college van B&W, een eerste besluit genomen over het verzoek van 21 mei 2021. Over dit besluit is de per brief, met datum 31 augustus 2021, nummer 21uit16245, geïnformeerd. Verzoekers zijn hierbij uitgenodigd te worden gehoord.

Op 27 september 2021 heeft de u en ons college een brief toegestuurd waarin zij op dit besluit reageert en vraagt om een bestuurlijke overweging/reactie van de gemeenteraad. Op 6 oktober 2021 heeft de een aanvulling op deze brief gestuurd waarin zij nog een aanvullende opmerking geeft op het door het college genomen besluit en de door de familie ontvangen brief van 31 augustus 2021. De raad is uiteindelijk bevoegd op het verzoek te beslissen. 3. Doel en beoogd effect Doel is besluitvorming door de Raad over het voorstel tot afwijzing van het verzoek van de tot wijziging van de bestemming “recreatieve doeleinden” naar “wonen” voor het perceel Rijksweg-Zuid 39 te Elst. 4. Argumenten Ter onderbouwing van het verzoek van 21 mei 2021 voor een herziening van het bestemmingsplan zijn door de diverse argumenten ingebracht. Op

verschillende aspecten is in voorgaande procedures al door de gemeente gereageerd. De hierover ingenomen standpunten worden geacht ongewijzigd te blijven. De onderhavige reactie richt zich op de nieuw ingebrachte argumenten zoals verwoord in de onderbouwing onder H die gericht zijn op een herziening van het bestemmingsplan. 1) Rijksweg-Zuid 41 betreft een meldingsplichtig bedrijf. Het agrarische bedrijf valt hiermee onder de regelgeving van het Activiteitenbesluit milieubeheer en niet onder de regelgeving van een vergunning op grond van de Wet Geurhinder en veehouderij. De Wet Geurhinder en veehouderij is alleen van toepassing op vergunningsplichtige bedrijven. Doordat de Wet geurhinder en veehouderij niet van toepassing is, is er ook geen sprake van het belemmeren van uitbreidingsmogelijkheden van Rijksweg – Zuid 41. 2) Voor de beoordeling van afstanden tussen een geurgevoelig object en een bedrijf is het van belang of er sprake is van een rustige woonwijk. 3) In eerdere bestemmingsplannen (bijvoorbeeld Buitengebied Overbetuwe) is gemeente ook ruimhartig omgegaan met bestemmingswijzigingen van bedrijfswonen naar wonen. Verzoeker verwijst hierbij naar de woningen aan de Rijksweg-Zuid 31 t/m 37 te Elst. 4) Het gemeentebestuur is op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht te voorzien in een nieuwe bestemming voor het perceel Rijksweg-Zuid 39.

Volgens vaste jurisprudentie dient een bestemming zinvol te zijn. Daarnaast sluit de stelling dat “recreatieve doeleinden” een passende bestemming is, niet aan bij de gedragingen en besluiten rondom de aankoop van het perceel van en het besluit van 2009 om het perceel Rijksweg-Zuid 39 te bestemmen tot wonen. 5) Op welke wijze is de gemeente voornemens de bestemming “recreatieve doeleinden” alsnog te realiseren zonder minnelijke verwerving? Middels onteigening en zou u dat overwegen? Het bod dat gedaan is oogt als een strategische zet. Het bevatte geen realiteitsgehalte gezien de kosten die verzoeker al heeft gehad in verband met aankoop, renovatie, dubbele huisvestingskosten en overige kosten. 6) Het pand aan de Rijksweg-Zuid 39 is 100 jaar oud. De boerderij van een generatie jonger. Eventuele conflicten in de huidige situatie zijn niet toe te schrijven aan of aan , maar aan regelgeving. 7) Bewoning van het pand in combinatie met agrarische activiteiten is in de huidige situatie nog steeds mogelijk. 1.1 Een woonbestemming zou ook onder het Activiteitenbesluit leiden tot een beperking van de uitbreidingsmogelijkheden voor het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41. Samenvattend: aan de minimale afstanden van een geurgevoelig object tot emissiepunt en dierverblijf conform het Activiteitenbesluit wordt niet voldaan.

De vereiste minimale afstand tot de opslag bedrijfsstoffen (mestplaat) is in het onderhavige geval niet van toepassing. Een bestemmingsplanwijziging van “Recreatieve doeleinden” naar “Wonen” (zijnde een geurgevoelig object) verplicht wel tot onderzoek naar en nemen van maatregelen of voorzieningen. 2022-000077

2/9

Ook indien het agrarische bedrijf uit wil breiden naar een omvang waarbinnen het Activiteitenbesluit van toepassing blijft zijn onderzoek en eventuele maatregelen in verband met geurhinder verplicht. De stelling dat omdat de Rijksweg-Zuid 41 momenteel meldingsplichtig is en daarmee valt onder het Activiteitenbesluit waardoor er geen beperking van de uitbreidingsmogelijkheden voor het bedrijf zouden optreden ten gevolge van een toekenning van een woonbestemming aan de Rijksweg-Zuid 39, gaat vanuit deze argumentatie niet op. Uit het advies van de ODRA blijkt dat het agrarische bedrijf Rijksweg-Zuid 41 een omvang heeft van minder dan 200 stuks rundvee. Dit betekent dat het bedrijf niet vergunningsplichtig is op grond van de Wet geurhinder en veehouderij maar dat zij onder het Activiteitenbesluit milieu (hierna Activiteitenbesluit) valt. Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen zijn alleen meldingsplichting. Mocht het bedrijf door willen groeien naar > 200 stuks vee dan ontstaat alsnog een vergunningsplicht. De eisen van de Wet geurhinder en veehouderij zijn grotendeels overgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor de beoordeling of er op grond van het Activiteitenbesluit geen belemmeringen zijn voor uitbreiding van het agrarische bedrijf van Rijksweg-Zuid 41 zijn de afstanden tot een geurgevoelig object van belang.

De bestemming “Recreatieve doeleinden” bevat geen geurgevoelig object. Door een wijziging naar de bestemming “Wonen” ontstaat een geurgevoelig object waarvoor het volgende geldt: - De afstand tussen emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object. De op grond van artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit geldende afstand van 50 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf (= de dichtstbijzijnde gevel) tot de buitenzijde van het geurgevoelig object wordt overschreden (24,93 meter in plaats van 50 meter). - Minimum afstand tussen buitenzijde van het dierenverblijf en de buitenzijde van het geurgevoelig object. Aan de aanvullende afstandseis uit artikel 3.119 Activiteitenbesluit van 25 meter van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van het geurgevoelig object wordt eveneens niet voldaan. (24,93 meter in plaats van 25 meter). - De aan te houden afstand tussen een geurgevoelig object en de opslag van agrarische bedrijfsstoffen is 50 meter volgens artikel 3.46 Activiteitenbesluit. (feitelijke afstand tot de mestplaat 18 meter). De afstand van 50 meter is echter niet van toepassing indien de opslag van de bedrijfsstoffen reeds voor 1 januari 2013 feitelijk plaatsvond en verplaatsing van de opgeslagen bedrijfsstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

In een eerdere uitspraak door de Raad van State is bevestigd dat de mestplaat van Rijksweg -Zuid 41 vóór 1 januari 2013 aanwezig was. In dat geval dient te worden onderzocht of er maatregelen of voorzieningen nodig zijn en zo ja, welke. Ervan uitgaande dat bewoning thans in geen enkele vorm is toegestaan (geen burgerwoning en geen recreatieve bewoning) kan in dit geval indien maatregelen of voorzieningen noodzakelijk zijn sprake zijn van een beperking van de bedrijfsvoering en de uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderij. In de brief van 31 augustus 2021 wordt er wel ingegaan op de stelling ten aanzien van het bestemmingsplan 2009 en de Wet geurhinder en veehouderij. Het is inderdaad zo dat het bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41 meldingsplichtig is en daarmee geen milieuvergunning nodig heeft op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Echter, er wordt in deze zelfde brief ook gesteld dat ook onder het Activiteitenbesluit milieu, waar het bedrijf met een 2022-000077

3/9

meldingsplicht wel mee te maken heeft, er niet voldaan wordt aan de afstandseisen. Niet op dit moment en niet in 2009. Vanuit het bestemmingsplan en planologisch beschouwd heeft het bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41 wel degelijk ruimte voor uitbreiding van het bedrijf boven 200 stuks, waarmee zij een milieuvergunning nodig hebben. Zowel op basis van het Activiteitenbesluit met een meldingsplicht, als op basis van de Wet geurhinder en veehouderij met een vergunningsplicht is een wijziging naar een reguliere woonbestemming voor het perceel aan de Rijksweg-Zuid 39 niet mogelijk. Bij een verandering in de omgeving buiten de bedrijfslocatie die deze verstrekte rechten schaadt, is dit niet mogelijk. Dit is het geval. Het toekennen van een reguliere woonbestemming aan het perceel Rijksweg-Zuid 39 schaadt de verstrekte rechten voor de Rijksweg-Zuid 41 Voor wat betreft de stelling dat de gehanteerde milieucirkels een bedrijf geen eigen recht op beperking van het gebruik van aanpalende gronden geeft. In een veranderende planologische situatie waarin verzocht wordt om een reguliere woonbestemming op een perceel in plaats van de vigerende bestemming dienen de richtafstanden wel beschouwd en beoordeeld te worden voor een goede ruimtelijke ordening en om een goed woon- en leefklimaat aan te kunnen tonen.

Dit laatste geldt andersom ook voor een bedrijf dat haar activiteiten wil wijzigen of uitbreiden ten opzichte van wat het vigerende bestemmingsplan toestaat. Het is daarmee niet zo dat een bedrijf een eigen recht heeft op beperking van het gebruik van de naburige grond. De afstand zou onvoldoende zijn omdat de bedrijfsactiviteit te dicht bij een functie op een naburig terrein ligt. De afstand tot Rijksweg-Zuid 39 in de huidige situatie is niet onvoldoende. De afstand van het bedrijf tot de functie op het perceel Rijksweg-Zuid 39, de recreatieve doeleinden, is namelijk niet onvoldoende. Voor een reguliere woonbestemming is deze wel onvoldoende. De stelling dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 ten onrechte betekenis is toegekend aan de Wet geurhinder en veehouderijen stemt niet overeen met de uitspraak door de Raad van State van 24 maart 2010, 200903384/1/R3. In deze uitspraak wordt juist gesteld dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 ten onrechte geen rekening is gehouden met de belemmeringen vanuit de Wet geurhinder en veehouderijen indien het bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41 zou willen uitbreiden. Dit heeft geleid tot vernietiging van het Raadsbesluit.

1.2 De situatie ter plaatse is onveranderd ten opzichte van de situatie waar het eerdere verzoek om herziening van het bestemmingsplan betrekking heeft. In het raadsbesluit van 12 mei 2020 waarin het eerdere verzoek is afgewezen, wordt onder andere ingegaan op de eventuele mogelijkheid om een postzegel geurverordening vast te stellen voor het perceel. Een postzegelverordening zou de benodigde minimale afstand vanuit de Wet Geurhinder en Veehouderij van 50 meter kunnen verlagen naar 25 meter. Hierbij is beargumenteerd vanuit verschillende aspecten waarom dit geen uitkomst biedt en niet wenselijk is. Samengevat werd er niet voldaan aan de minimale afstand van 25 meter, maar is de afstand vastgesteld op 24,93 meter; is het de vraag of een geurverordening voor één perceel juridisch houdbaar is; en beperkt een eventuele postzegelgeurverordening voor het perceel de uitbreidingsmogelijkheden voor het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 41. Deze argumentatie blijft binnen het huidige verzoek ook overeind. 2022-000077

4/9

1.3. De stelling van verzoeker dat de gemeente ruimhartig omgaat met bouwen en bestemmingsplanwijzigingen in het Buitengebied komt niet overeen met het beleid en de uitwerking daarvan. Het ruimhartige beleid waar de naar verwijst wordt niet onderbouwd met feiten. Het beleid van de gemeente ten aanzien van bouwen in het Buitengebied is zeer terughoudend. Dat blijkt ook uit het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe”. Alleen in specifieke gevallen behoort bestemmingsplanwijziging naar “Wonen” of bouwen in het buitengebied tot de mogelijkheden. Als voorbeeld “de rood-voor-rood” regeling. In alle gevallen wordt echter ook getoetst aan de aanwezige milieuregels en een goed woon- en leefklimaat. In de brief van 27 september 2021 wordt in dit kader verwezen naar de woningen aan de Rijksweg-Zuid 31 t/m 37. Deze woningen hadden in het bestemmingsplan “Elst, de Pas 1976” de bestemming “Tuinbouw” waarbij één dienstwoning was toegestaan. Dit in tegenstelling tot de Rijksweg-Zuid 39 met de bestemming “Recreatieve doeleinden” waarbij een dienstwoning niet was toegestaan. Ten aanzien van het aspect toelatingsplanologie. Dit is ook het principe dat de gemeente Overbetuwe in acht neemt. Echter, er bestaan zoals uiteengezet diverse redenen om het verzoek van de af te wijzen. 1.4. Het bestemmingsplan “De Pas” van 22.12.1976 heeft op basis van het vigerende recht rechtskracht.

Er is geen verplichting tot actualisatie. De bestemming “Recreatieve doeleinden” is een zinvolle bestemming en hoeft niet gewijzigd. Daarbij is het geen verplichting aan de gemeente om deze bestemming te realiseren. Dit standpunt van verzoeker gaat zowel over de verplichting tot actualisatie van bestemmingsplannen als over het zinvol bestemmen van een locatie. In het verweerschrift 20int04848 is al uitgebreid ingegaan op het gegeven dat alhoewel al 45 jaar oud het bestemmingsplan volgens het geldend recht zijn rechtskracht behoudt. De actualiseringsplicht en legessanctie zijn per 17 april 2020 voor dit plan niet langer van toepassing. Voor wat betreft het toekennen van een zinvolle bestemming heeft de Raad van State in haar uitspraak van 23.07.2014 de uitspraak van de rechtbank hierover ondersteund. Geconcludeerd werd dat het College zich terecht op het standpunt kon stellen dat de bestemming “Recreatieve doeleinden” zijnde recreatieve sportdoeleinden nog mogelijk is. Daarbij geeft de bestemming op een perceel aan welke mogelijkheden een eigenaar op het perceel heeft. Het betekent niet dat de gemeente de bestemming dient te realiseren. Tevens wordt in de brief van 27 september 2021 het beeld van verzoeker gegeven ten aanzien van de koop van gronden zonder het huisperceel Rijksweg-Zuid 39 door de gemeente.

De aanleiding waarop gronden in het bezit van de gemeente zijn gekomen wijzigt niet de beoordeling van het verzoek voor een bestemmingsplanwijziging van recreatieve doeleinden naar wonen. Het leidt er eveneens niet automatisch toe dat het huisperceel een woonbestemming krijgt. De situatie rondom de aankoop van het perceel is niet relevant voor de actuele beoordeling. 1.5 De invulling van een bestemming op een perceel volgens het geldende bestemmingsplan is aan de eigenaar van een perceel. Verzoeker vraagt op welke wijze de gemeente voornemens is de bestemming “recreatieve doeleinden” te verwezenlijken. Een bestemming op een perceel geeft aan welke activiteiten op dat perceel zijn toegestaan met de daarvoor geldende randvoorwaarden. Het is aan de 2022-000077

5/9

eigenaar van het perceel of en op welke wijze hij/zij invulling geeft aan die bestemming en de daarvoor geldende randvoorwaarden. Het omvat geen verplichting van de gemeente om een bestemming te realiseren of daartoe aan te sporen. Dit impliceert tevens dat de gemeente niet tot minnelijke verwerving of onteigening over hoeft te gaan als daartoe geen aanleiding is. Aan verzoeker is een bod tot overname gedaan. Het bod kende een vervaldatum. Dit is ook duidelijk vermeld in de brief waarin het bod is verwoord. Verzoeker heeft ervoor gekozen om niet te reageren op het bod, waardoor het aanbod is vervallen. De waarde van een pand wordt niet bepaald door de hoogte van het destijds betaalde aankoopbedrag of de gedane investeringen. Daarbij komt dat verzoeker uiteraard eigen overwegingen heeft om al dan niet op een bod in te gaan. 1.6 Hoe oud panden zijn en de vraag aan wie conflicten zijn toe te schrijven is niet van invloed op de beoordeling van een verzoek. Hoe oud panden zijn is niet relevant voor de beoordeling van een verzoek evenals de toeschrijving van conflicten. Het verzoek wordt beoordeeld op basis van de geldende regelgeving. Op basis daarvan blijkt een wijziging naar de bestemming “Wonen” niet haalbaar vanuit verschillende aspecten. 1.7) Verzoeker heeft de agrarische functie in 2001 niet voortgezet.

Daarmee is de agrarische functie beëindigd en is het overgangsrecht niet meer van toepassing. Bij brief 21UIT05737 van 12.02.2021 aan is uitgebreid ingegaan op de het gegeven dat voor het gebruik van Rijksweg-Zuid 39 als burgerwoning het overgangsrecht niet van toepassing is. De stelt nu dat bewoning van het pand in combinatie met agrarische activiteiten in de huidige situatie nog steeds mogelijk is. Sinds 2001 wordt de woning als burgerwoning gebruikt door de . De heeft de agrarische functie niet voortgezet. Daarmee is de agrarische functie beëindigd en is ook het overgangsrecht niet meer van toepassing. Het overgangsrecht geldt zolang het met het nieuwe bestemmingsplan strijdige gebruik ongewijzigd wordt voortgezet. Indien dit strijdige gebruik op basis van het overgangsrecht volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gedurende een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, dan mag dat strijdige gebruik niet vervolgens weer worden hervat met een beroep op het overgangsrecht. In zijn uitspraak van 24 april 2003 oordeelde de rechtbank Gelderland dat het bouwplan, dat ziet op de verbouwing tot een niet-agrarische woning, tot gevolg heeft dat de aard van het bouwwerk niet blijft binnen de categorie waartoe het behoorde (artikel 15, eerste lid, sub a. van de planregels).

De omgevingsvergunning was naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten onrechte verleend op grond van het overgangsrecht en dus verleend in strijd met het bestemmingsplan. Deze uitspraak is onherroepelijk. Dit betekent dat het gebruik van het pand Rijksweg-Zuid 39 te Elst als woning niet valt onder de werking van het overgangsrecht.

1.8) De ingediende reactie op het voornemen leidt niet tot een ander standpunt

2022-000077

6/9

Voordat de gemeenteraad kan besluiten omtrent het verzoek moeten verzoekers op grond van artikel 4:7 Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. Een zienswijze wordt dan meegenomen in uw raadsvoorstel. Verzoekers hebben bij brief van 27 september 2021 gereageerd op het voorgenomen besluit van 31 augustus 2021 de gemeenteraad voor te stellen geen medewerking te verlenen aan de wijziging van het bestemmingsplan. Een aanvulling heeft verzoeker verzonden bij brief van 6 oktober 2021. De beantwoording van de zienswijze is meegenomen in bovenstaande motivering om geen medewerking te verlenen aan een bestemmingsplanwijziging. 5. Kanttekeningen en risico’s 1.1 Procesrisico is dat verzoekers naar verwachting in bezwaar en beroep gaan tegen een eventuele afwijzing van hun verzoek door de raad. Naar verwachting zullen verzoekers tegen een eventueel raadsbesluit tot afwijzing van hun verzoek bezwaar indienen bij de raad. Tegen de beslissing op bezwaar door de raad is vervolgens beroep bij de Raad van State mogelijk. In de brief van 27 september 2021 verwijst verzoeker naar een eventuele beroepsprocedure waarbij zij dieper in zullen gaan op het beleid van de gemeente ten aanzien van het wijzigen van bestemmingen naar de bestemming wonen.

1.2 Er wordt niet voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van andere milieubelastende activiteiten. Een goed woon- en leefklimaat ten behoeve van het eventueel afwijken van de richtafstanden is niet aangetoond of gegarandeerd. Om medewerking te kunnen verlenen aan een herziening van een bestemmingsplan voor een woonbestemming voor dit pand moet afgewogen moeten worden of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat. Voor een burgerwoning aan de Rijksweg-Zuid 39 wordt niet voldaan aan de minimale afstanden van een geurgevoelig object tot emissiepunt en dierverblijf conform het Activiteitenbesluit ten opzichte van Rijksweg-Zuid 41. De milieubelastende activiteiten in de buurt van Rijksweg-Zuid 39 beperken zich niet tot Rijksweg-Zuid 41. In de omgeving van het perceel van verzoekers liggen woningen, een sportcomplex, twee veehouderijen, een ontsluitingsweg (Rijksweg-Zuid) en een spoorlijn. Op grond van de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering en de Wet geluidhinder is het volgende van toepassing: Activiteit sportcomplex Grondgebonden agrarische veehouderij Intensieve agrarische veehouderij Rijksweg-Zuid Spoorlijn

Adres De Pas 2 Rijksweg-Zuid 41

Richtafstand 50 meter 100 meter

Feitelijke afstand 20 meter 24,93 meter

Rijksweg-Zuid 41a

200 meter

180 meter

n.v.t. n.v.t.

250 meter 100 meter

53 meter 120 meter

De feitelijke afstand tussen dit pand en de milieubelastende activiteiten voldoet niet aan de richtafstanden van de VNG en deels niet aan de afstanden uit de Wet geluidhinder. Een onderzoek naar (on)mogelijkheden ten opzichte van de overige milieubelastende activiteiten 2022-000077

7/9

is niet opportuun gezien het gegeven dat aan de afstanden ten opzichte van Rijksweg-Zuid 41 al niet wordt voldaan. 6. Financiën Voor het in behandeling nemen van het verzoek om herziening van het bestemmingsplan worden leges in rekening gebracht op basis van de Legesverordening. 7. Duurzaamheid a. Energietransitie; nvt b. Circulaire Economie: nvt c. Klimaatadaptatie: nvt 8. Vervolg Planning Na uw besluit worden de initiatiefnemers per bijgevoegde brief geïnformeerd over uw besluit. Communicatie De initiatiefnemers worden schriftelijk op de hoogte gesteld van uw besluit. Initiatiefnemer, interactievorm en rol gemeente Idem Evaluatie n.v.t. HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, de gemeentesecretaris de burgemeester P.J.E. Breukers

2022-000077

R.P. Hoytink-Roubos

8/9

9. Relevante stukken 1. Brief aan Raad, 21ink01879 d.d. 28.01.2021 2. Onderbouwing brief 21ink10318 d.d. 21.05.2021 aan Raad 3. Advies Hekkelman Advocaten N.V. 4. Conceptbeantwoording aan verzoekers 21uit16245 5. Reactie verzoekers op conceptbeantwoording 31.08.2021 6. Aanvullende reactie verzoekers d.d. 06.10.2021 7. Conceptbeantwoording aan verzoekers inclusief reactie van verzoekers op brief 21uit16245 voorstel brief Raad aan (in concept) 8. Raadsbesluit Portefeuillehouder: Wethouder Dimitri Horsthuis Tangelder De behandelend ambtenaar is Yvonne Borgers. Technische vragen dienen uiterlijk donderdagmorgen om 08:00 uur voor de betreffende politieke avond te worden gesteld via griffie@overbetuwe.nl

2022-000077

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=c0ee475a-17c7-40e4-88d7-2aedddd5a25a