CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-09-20.09 Relevant stuk 4, Bestemmingsplan en planregels Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Gemeenteraadsvergadering 20 september 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan “Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren”26.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Ad b Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Zoals reeds aangegeven is het uitgangspunt is dat de aanwezige personen zich bij een eventuele dreigende situatie zelfstandig (of met hulp van overige aanwezigen) in veiligheid kunnen brengen. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof.

Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aangezien sprake is van nieuwbouw wordt op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht geschonken aan de luchtdichtheid van de gebouwen. Eventueel aanwezige luchtbehandelingsinstallaties dienen met één handeling uitgeschakeld te worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. Bevb - Transport door buisleidingen Het maatgevende ongevalsscenario voor een hoge druk aardgasleiding is een fakkelbrand, die na een beschadiging van een buisleiding ontstaat als gevolg van een ontsteking. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: 1. Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; 2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico; 3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 4.

De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Ad 1 Het plangebied ligt wel deels binnen zowel de 100% letaliteitsafstand als de 1%-letaliteitsafstand voor externe veiligheid van de buisleiding N-568-32-deel-1. De populatiedichtheid binnen het invloedsgebied van de buisleiding is laag (< 10 personen/ha). Als gevolg van de planvorming neemt het aantal personen toe met 17,2 personen in de dagperiode en 15,4 personen in de nachtperiode. De planvorming leidt niet tot een significante toename van de populatiedichtheid binnen het invloedsgebied. Ad 2 Voor zowel de huidige als toekomstige situatie is de hoogte van het groepsrisico berekend middels een CAROLA berekening. Hieruit volgt dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen sprake is van een groepsrisico ter hoogte van het plangebied. Ad 3 Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken.

Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten 'bereikbaarheid calamiteit' en de '(primaire en secundaire) bluswatervoorziening' spelen hierin een rol. Ad 4 Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen komen te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glasscherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebouwen. De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Een belangrijke bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren weerszijden van de aardgastransportleiding. Daarnaast is in het bestemmingsplan reeds opgenomen dat binnen de belemmeringsstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat het zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Personen die aanwezig zijn binnen de 100% letaliteitsgrens komen te overlijden. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid, voor het gebied dat buiten de 100% letaliteitsgrens valt, groter. Het plangebied ligt niet binnen de 100% letaliteitsafstand van de buisleidingen. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Vluchtroutes dienen van de buisleiding af te zijn.

Conclusie Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen voor advies te worden voorgelegd aan de regionale Brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de brandweer of veiligheidsregio dient de gemeente Overbetuwe mee te wegen in haar besluitvorming. De volledige rapportage is als Bijlage 7 opgenomen.

4.8

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig, uitzondering is de gasleiding in het plangebied (zie paragraaf 4.7). Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan. Voor de gasleiding is een dubbelbestemming met een beschermingsregime opgenomen. Er wordt geen bebouwing binnen de belemmeringenstrook opgericht.

4.9

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerplan 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap.

De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.

Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling De voorgenomen ontwikkelingen kunnen effecten hebben op de waterhuishoudkundige situatie, zowel kwantitatief als kwalitatief. In Nederland is daarom de watertoets een verplicht onderdeel van elke ruimtelijke ontwikkeling. Bij de uitvoer van de watertoets wordt de toekomstige waterhuishoudkundige situatie in beeld gebracht. De uitkomsten en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden afgestemd met zowel de gemeente als het waterschap. De watertoets is als Bijlage 8 bij de toelichting opgenomen. Voor opvang van het hemelwater is de Keur van het waterschap, alsmede de beleidsregels Keur van toepassing. De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren watergangen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m³ per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m³ bij bui T=100+10%, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,30 meter in het beheergebied van waterschap Rivierenland. Bij een bui T=100+10% mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Voor berekening van de benodigde waterberging voor ruimtelijke ontwikkelingen is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt als vuistregel dat er 436 m³ waterberging nodig is per hectare verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi's of kratten, geldt als vuistregel dat er 664 m³ waterberging nodig is per hectare verharding. Het waterschap hanteert voor particulieren een eenmalige vrijstelling van 1.500 m². In onderhavig plan is echter geen sprake van een particulier plan maar van een plan van een private ontwikkelaar. Van de vrijstelling mag derhalve geen gebruik worden gemaakt. Toename verhard oppervlak In het onderhavige plan bedraagt het bestaande verharde oppervlak van bebouwing 5.875 m².

Een deel is recent ten behoeve van onderhavig plan gesloopt (om vandalisme te voorkomen). Het verharde oppervlak in de vorm van parkeerplaatsen, wegen, paden en pleinen bedraagt circa 4.150m². In totaal bedraagt het verharde oppervlak 9.830 m². In de nieuwe situatie is er sprake van 11.380 m² verhard oppervlak. Voor een uitgebreide onderbouwing verwijzen wij naar bijlage 8 de Watertoets. De toename van het verharde oppervlak in het plangebied bedraagt 1.550 m² (11.380 m² - 9.830 m²). Conform het beleid dient voor 1.550 m² compenserende waterberging te worden gerealiseerd. Waterberging Op basis van de vuistregel van het waterschap is de waterbergingsopgave 102,92m³. Het bestemmingsplan is in deze fase inzake de civieltechnische uitwerking nog te abstract om een definitieve keuze te maken. Wel dient te worden aangetoond dat de waterbergingsopgave (102,92 m³) in het plangebied daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Ofwel, is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Omdat het aantal woningen in relatie tot het oppervlak van het plangebied vrij gering is, staat het buiten kijf dat voldoende waterberging gerealiseerd kan worden en dat het bestemmingsplan hiermee uitvoerbaar is. Er dient een watervergunning bij het Waterschap te worden aangevraagd. Conclusie Het plan voldoet aan de eisen voor de watertoets, zoals die zijn gesteld door het waterschap Rivierenland.

Om te beschikken over de benodigde waterbergingscapaciteit (compensatie) is het noodzakelijk oppervlaktewater te realiseren. In het stedenbouwkundig plan zijn reeds voorstellen gedaan waarmee aan de meest extreme eisen kan worden voldaan. Er zijn meerdere opties en er zijn meerdere maatregelen mogelijk om aan de bergingseis te voldoen. De definitieve uitwerking wordt opgenomen in het civieltechnisch ontwerp. In dit ontwerp wordt ook het hemelwater rioleringsstelsel mee ontworpen zodat hemelwater op de daarvoor bestemde locaties terechtkomt. Het civieltechnische ontwerp wordt met het waterschap afgestemd.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

4.10

Natuur

De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken.

Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming). De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door de Minister van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf of in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een voortoets. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Als gevolg van het opschorten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura 2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Per 1-1-2020 is de Spoedwet stikstof van kracht.

Het doel van deze tijdelijke wet is om projecten op het gebied van woningbouw, infrastructuur en landbouw door te laten gaan. Projecten worden daartoe van 'dringend openbaar belang' verklaard. Wanneer de Regeling spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur van kracht is, kan er gewerkt worden met de Spoedwet. Beoordeling Er is onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 10 bij de toelichting opgenomen. Onderstaand zijn de voor het onderhavige project relevante gebieden weergegeven. Daarnaast zijn per gebied de aanwijzingsdata weergegeven en de afstand tot het projectgebied. In afbeelding 15 zijn deze gebieden geografisch weergegeven ten opzichte van het projectgebied. Rijntakken: afstand: 170 meter; aanwijzingsdata: 24 maart 2000 als Vogelrichtlijngebied; Veluwe: afstand: 1,6 kilometer; aanwijzingsdata: 24 maart2000 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Afbeelding 15: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: stikstofdepositie onderzoek Lycens).

Conclusie Uit de rekenresultaten van Aerius-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project gedurende de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarom vorm het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 geen belemmering voor de realisatie, de bestemmingsplanprocedure en de vergunningverlening van de omgevingsvergunning, activiteit bouwen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten. Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling en conclusie Er is onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna (Bijlage 9). Er zijn reeds diverse mitigerende maatregelen genomen in het kader van de eerdere sloop van bebouwing. Voor het merendeel van de beschermde soorten en waarden is door de uitgevoerde quickscans en nadere onderzoeken inzichtelijk dat er vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn op het terrein, dan wel dat vaste verblijfplaatsen uitgesloten kunnen worden of niet worden aangetast door de geplande woningbouw. Uitzondering hierop zijn Havik, Sperwer, Ransuil en Steenuil.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

De rapportage is als Bijlage 9 bij de toelichting opgenomen. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat woningbouw op de percelen niet in strijd is met de Wet natuurbescherming indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden en maatregelen: Op basis van een nader onderzoek dient nog vastgesteld te worden of jaarrond beschermde nesten van Havik, Sperwer en Ransuil aanwezig zijn in het bosschage. Als dit het geval is zal een ontheffing in het kader van de Wnb nodig zijn indien bebouwing in de bosschage plaatsvindt. Voor het verlies van leefgebied van Wezel is een ontheffing nodig in het kader van de Wnb. De benodigde ontheffing kan worden verleend, mits mitigerende en compenserende maatregelen worden getroffen en rekening wordt gehouden met de kwetsbare periode (voortplantingsperiode), zoals in de bijgevoegde rapportage (bijlage 9) is onderbouwd. Voor het verlies van een jaarrond beschermd nest van Buizerd door de nieuwbouw in het bosschage is een ontheffing nodig in het kader van de Wnb. De benodigde ontheffing kan worden verleend, mits mitigerende en compenserende maatregelen worden getroffen en rekening wordt gehouden met de kwetsbare periode (broedperiode), zoals in de bijgevoegde rapportage (bijlage 9) is onderbouwd; De aaneengeslotenheid van de boomkronen van de oostelijke bomenrij op het noordelijke terreindeel dient gewaarborgd te worden.

Ook dient verlichting van deze bomenrij voorkomen te worden. Indien hier niet aan voldaan kan worden is een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. In de nieuwbouw dienen tenminste zes permanente alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd te worden voor Gewone dwergvleermuis. De werkzaamheden worden zo uitgevoerd dat verstoring en/of doden van algemeen voorkomende soorten zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen wordt. De werkzaamheden worden óf gestart buiten de periode waarin vogels broeden, óf er worden maatregelen vooraf genomen zodat broedgevallen van vogels niet verstoord worden. Verstoring van nestlocaties van Steenuil wordt voorkomen door afscherming en het houden van voldoende afstand. Indien hier niet aan voldaan kan worden is nader onderzoek en mogelijk een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. Indien nodig vaste verblijfplaatsen van Steenmarter onder begeleiding van een ter zake deskundig ecoloog worden verplaatst. Indien het gastenverblijf niet behouden kan worden is een ontheffing in het kader van de Wnb nodig en zullen tenminste tien extra permanente alternatieve verblijfplaatsen voor Gewone dwergvleermuis in de nieuwbouw nodig zijn. Bovendien is een alternatieve rust- en verblijfplaat voor Kerkuil nodig.

Aanbevelingen Aanbevolen wordt om het onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van Havik, Sperwer en Ransuil zo spoedig mogelijk uit te laten voeren. Aanbevolen wordt om tijdig een ontheffing aan te vragen voor Wezel, Buizerd en indien nodig voor andere soorten. Aanbevolen wordt om alle maatregelen die genomen dienen te worden in een ecologisch werkprotocol op te nemen zodat de uitvoering op de juiste wijze en het juiste moment gewaarborgd kunnen worden. Het aspect flora en fauna levert geen belemmeringen voor het plan op, mits wordt voldaan aan de hiervoor gestelde voorwaarden.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving, gaan naar de Omgevingswet, die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2022 een overgangsregeling opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van "de verstoorder betaalt" uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Beoordeling Ter plaatse geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachting 2" (hoge verwachting). Vanwege deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De in de bestemming en de archeologische beleidskaart genoemde drempelwaarde worden overschreden. Er is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek (Bijlage 11) wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor afzettingen die samenhangen met de Herveldse stroomgordel (actief tussen 3550-270 voor Chr.). De hoge verwachting geldt voor afzettingen die wijzen op hoger gelegen locaties in het landschap, zoals oeverwalafzettingen en zandige beddingafzettingen (inversieruggen). Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.

Op basis van booronderzoek in en direct buiten het plangebied worden beddingafzettingen van de Herveldse stroomrug op een diepte van 1 tot 3 meter -mv verwacht (met name 2 - 2,5 m -mv). Tijdens het uitgevoerde veldonderzoek (Bijlage 12) zijn komafzettingen aangetroffen op beddingafzettingen die zich over het algemeen bevinden tussen 1,9 m en 2,3 m beneden maaiveld (5,695,35 m NAP). In één boring is een laagte aangeboord waar het beddingzand hier op 3,37 m beneden maaiveld is aangetroffen (4,32 m NAP). Archeologische relevante niveaus als oeverwalafzettingen, cultuurlagen of vegetatiehorizonten zijn niet aangetroffen waardoor is besloten geen aanvullende karterende boringen uit te voeren. Archeologische indicatoren als houtskool, keramiek of vuursteen zijn niet in het opgeboorde sediment aangetroffen. In boring 13 en 15 zijn wat puinspikkels in de bouwvoor aangetroffen die waarschijnlijk opgebracht zijn. Het is niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied sprake is van een archeologische vindplaats. Conclusie Aan de hand van de resultaten van het uitgevoerde verkennende booronderzoek kan worden geconcludeerd dat de archeologische verwachting binnen het noordelijke deel van het plangebied eveneens naar laag kan worden bijgesteld.

Er zijn slechts komafzettingen op beddingzand aangetroffen zonder dat hierbij archeologisch relevante lagen als cultuurlagen, vegetatiehorizonten of oeverwalafzettingen zijn aangetroffen. Geadviseerd wordt om ook dit deel van het plangebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het plangebied maakt volgens de provinciale Omgevingsverordening tevens onderdeel uit van de Romeinse limes. Nieuwe ontwikkelingen mogen de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes niet aantasten (artikel 2.60).

Deze kernkwaliteiten bestaan uit: forten, burgerlijke nederzettingen, kampdorpen, grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Het plangebied is grotendeels in gebruik geweest als onderzoekscentrum. Er zijn geen zichtbare restanten van de limes aanwezig. Tijdens het archeologisch onderzoek zijn geen sporen gevonden die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van restanten uit het Romeins tijdperk. Nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk, wel geldt de algemene zorgplicht.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Beoordeling / conclusie Het plangebied ligt aan de Boterhoeksestraat 48 tegen de kern van Heteren. Bij de ontwikkeling zijn geen cultuurhistorische waarden gemoeid. Er liggen geen gemeentelijke of rijksmonumenten in de omgeving van het plangebied. Er worden ook geen (historische) zichtlijnen doorbroken.

4.12

Verkeer en Parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande ontsluiting op de Boterhoeksestraat. Er zijn in principe drie ontsluitingsrichtingen denkbaar voor het gebied en de vraag is op welke wijze het gebied het beste kan worden ontsloten. Beoordeling Goudappel B.V. is gevraagd om drie mogelijke ontsluitingsvarianten voor een ontwikkeling van 26 woningen op de locatie Boterhoeksestraat, aan de westkant van Heteren, te beoordelen: aan de zuidkant op de provinciale weg; aan de oostkant op de Steenovenlaan; aan de noordkant op de Randwijkse Rijndijk. Om de ontsluitingsvarianten te beoordelen is het noodzakelijk om te berekenen hoeveel verkeer de woningen genereren in de toekomst. Om dit te berekenen wordt gebruik gemaakt van CROW-verkeersgeneratiekencijfers. Deze zijn afkomstig uit CROW-publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren'. Op basis van de CROW verkeersgeneratiekencijfers zijn er in de toekomst circa 233 verkeersbewegingen op een werkdag. Tijdens het drukste spitsuur (avondspits) worden er in totaal circa 21 motorvoertuigbewegingen verwacht (vertrek en aankomst bij elkaar opgeteld). Op basis van de CROW verkeersgeneratiekencijfers waren er in de situatie van het onderzoekscentrum circa 446 verkeersbewegingen op een werkdag. Tijdens het drukste spitsuur (avondspits) bedroeg de verkeersgeneratie 40 motorvoertuigen.

Vergeleken met de te verwachten verkeersgeneratie na realisatie van woningbouw blijkt uit deze beschouwing dat de verkeersgeneratie ten opzichte van de situatie met het onderzoeksinstituut afneemt (-48%). Conclusie De resultaten van Goudappel zijn als Bijlage 13 bij de toelichting opgenomen. Goudappel is tot de volgende conclusie gekomen: Goudappel concludeert dat een oostelijke ontsluiting, in combinatie met het versterken van de snelheidsremmende werking van het plateau op de aansluiting van de Steenovenlaan met de provinciale weg, verkeerskundig gezien de voorkeur heeft. Deze variant is echter ruimtelijk niet mogelijk (in verband met niet te verkrijgen gronden). Het hierna meest voor de hand liggende alternatief is het 40 meter verplaatsen van de huidige komgrens in combinatie met het maken van een kruispunt voor de ontsluiting van de ontwikkeling en deze goed snelheidsremmend uit te voeren. Mocht het in de toekomst mogelijk zijn om de gronden te kopen om een oostelijke ontsluiting mogelijk te maken is het advies van Goudappel om dit alsnog te doen en alsnog een aansluiting aan de Steenovenlaan te realiseren. Daarnaast raden ze aan de planvorming hierop af te stemmen. Ook wordt aangeraden om te onderzoeken of een verbinding voor alleen langzaam verkeer mogelijk wel tot de mogelijkheden zou behoren.

Parkeren Voorwaarde voor een woningbouwontwikkeling is dat er voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein aanwezig zijn, waarbij moet worden voldaan aan de in de "Nota Parkeernormen gemeente

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Overbetuwe 2016" opgenomen parkeernormen. In de regels van het bestemmingsplan is deze voorwaarde juridisch geborgd. Beoordeling en conclusie Op basis van de nota parkeernormen van de gemeente geldt voor de 18 vrijstaande woningen een parkeernorm van 2,7 parkeerplaats per woning. Voor de 8 kleinere woningen gelden er geen specifieke parkeernormen. Daarom wordt er voor dit type woningen uitgegaan van de parkeernorm van sociale huurwoningen van 2,0 parkeerplaats per woning. De totale parkeerbehoefte komt daarmee op 64,6 (afgerond 65) parkeerplaatsen. Grotendeels wordt dit op eigen terrein opgevangen, daarnaast worden er parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Op elke kavel met een vrijstaande woning is ruimte gereserveerd voor 2 parkeerplaatsen. Op basis van de parkeernota wordt een dubbele inrit met garage als 1,8 parkeerplaats meegerekend (18 x 1,8 = 32,4 in totaal). Bij de sociale woningen is ruimte voor 5 parkeerplaatsen, op de centrale parkeerplaats worden voor bezoek en de Tiny Greenhouses 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Verkeersbewegingen worden hierdoor geminimaliseerd en verkeer wordt afgevangen bij de entree. Er wordt ruimschoots (67 parkeerplaatsen) voldaan aan de parkeernorm van 2,7 parkeerplaats per vrijstaande woning en 2 parkeerplaatsen per sociale woning.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en het initiatief (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting zijn de beoogde ontwikkelingen en wijzigingen verantwoord, zowel op basis van het beleid, als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De bouw- en gebruiksregels zijn binnen de verschillende bestemmingen opgenomen. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. Ook zijn algemene regels opgenomen, die binnen alle bestemmingen van toepassing zijn. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen 'Agrarisch', 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer', 'Water', 'Wonen', 'Leiding Gas' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' opgenomen, met de daarbij behorende aanduidingen en een bouwvlak. Deze worden waar nodig in paragraaf 5.2 toegelicht. Het landschappelijk inpassings-/inrichtingsplan is leidend geweest bij de bestemmingskeuzes. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan dat bindend is voor de burgers en voor de overheid.

Qua systematiek is aangesloten bij zowel de huidige bestemmingsplannen 'Buitengebied Overbetuwe' en 'Heteren - Indoornik' als een aantal recente ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen binnen de gemeente. Op enkele onderdelen is maatwerk toegepast. Bouwplan Als een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend wordt, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.

5.2

Toelichting op de verbeelding en regels

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Agrarisch De planlocatie Boterhoeksestraat 48 ligt in een agrarisch gebied, waarin gestreefd wordt naar behoud en versterking van landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. In de toekomstige inrichting is beoogd om het agrarische karakter zoveel mogelijk te behouden. Een groot deel van de planlocatie blijft c.q. wordt dan ook bestemd als 'Agrarisch'. Dit betreft de weides rondom de bebouwingsclusters. De gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische activiteiten, hobbymatig agrarisch grondgebruik, het behoud, extensieve dagrecreatie, beheer en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden, alsmede bijbehorende voorzieningen zoals water en paden. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Groen Enkele conform het inrichtingsplan te realiseren en bestaande robuuste groenelementen hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Tuin De bestemming Tuin heeft betrekking op bij woningen gelegen (voor)tuinen. Verkeer De deels bestaande en deels nieuw te realiseren ontsluitingswegen met één aantakking op de Boterhoeksestraat zijn bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een functie voor afwikkeling van doorgaand verkeer, alsmede voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, parkeervoorzieningen, verblijfsgebied, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de bestemming mogen uitsluitend nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Wonen De woningen met de omliggende gronden zijn bestemd als 'Wonen'. Per bouwvlak is er één vrijstaande woning toegestaan. In de zuidwest zijde van het plangebied zijn twee woongebouwen mogelijk. In ieder woongebouw zijn maximaal vier woningen toegestaan.

Binnen de bestemming zijn woningen, een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit onder voorwaarden en bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven, groenvoorzieningen, grondgebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen de bouwvlakken, die op basis van het inrichtingsplan met een geringe flexbiliteits-/uitwerkingsmarge zijn bepaald, toegestaan. De maximum goot- en bouwhoogten en de toegestane woningtypen zijn in de regels opgenomen. Binnen de bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie van de vereiste landschappelijke inpassing en inrichting. Leiding - Gas In het plangebied ligt een gasleiding. De bijbehorende belemmeringenstrook reikt over het plangebied. Deze strook behoudt de bestemming 'Leiding - Gas'. De bepalingen van deze bestemming prevaleren boven die van de overige bestemmingen. Binnen deze zone mag in beginsel niet gebouwd worden. Ook geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een aantal categorieën van werkzaamheden. Waarde - Archeologische verwachting 2 In het plan is de archeologische beleidskaart vertaald in dubbelbestemmingen, ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Zie hierover ook paragraaf 4.11.

Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog de betreffende hoofdbestemming. De regels van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn beide van toepassing, maar bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemmingen bevatten een omgevingsvergunningplicht en plicht tot het doen van archeologisch onderzoek voor bodemingrepen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld en met een omvang groter dan 100 m². Waterstaat - Waterkering De gronden welke binnen deze dubbelbestemming vallen, zijn mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Het betreft daarmee gronden (de dijken) welke mede zorgen voor de veiligheid ten aanzien van het voorkomen van overstromingen achter de dijken. De bescherming van deze gronden is noodzakelijk en geschied door middel van het opnemen van deze

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren dubbelbestemming. In principe mag er binnen deze dubbelbestemming alleen gebouwd worden ten behoeve van de dubbelbestemming. Met een afwijking is het mogelijk om ook ten behoeve van onderliggende bestemmingen te bouwen als advies is verkregen van de betreffende waterbeheerder. Dit geldt ook voor het uitvoeren van andere-werken waarvoor op grond van de regels een omgevingsvergunning is vereist. Het is aan de verzoeker om dit advies aan te vragen. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling voor het ondergronds bouwen opgenomen. Hier kan met toepassing van de opgenomen afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden van worden afgeweken. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan voor alle opgenomen bestemmingen.

Algemene aanduidingsregels In dit artikel worden aanvullende regels gesteld, die gelden bij toepassing van een in het plan opgenomen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid. Daarnaast is er een gebiedsaanduiding 'overige zone waardevol landschap' opgenomen voor de bescherming van de landschappelijke waarden. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Opgenomen zijn bevoegdheden voor kleine afwijkingen in maatvoeringen, de inhoud van woningen en bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de uitvoerbaarheid van een wijzigingsplan, waarbij gebruik wordt gemaakt van een in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, in ieder geval moet worden aangetoond.

Voorrangsregel In dit artikel is aangegeven, in geval van strijdigheid tussen bepalingen van de in het plan opgenomen bestemmingen, welke volgorde van beoordeling moet worden aangehouden. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken, welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal wordt ontwikkeld, de gemeente hoeft voor de realisatie van dit plan geen investering te doen. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. In dit geval is er sprake van een bouwplan, omdat er 26 woningen worden gerealiseerd. De kosten worden verhaald op basis van een met de initiatiefnemer afgesloten anterieure overeenkomst. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden in het plangebied, is tevens een planschadeovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het verhaal van kosten, dit is daarin op afdoende wijze vastgelegd. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en Inspraak

Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

7.2

Inspraak / vooroverleg

De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. De initiatiefnemer heeft in een vroeg stadium de aangrenzende eigenaren geïnformeerd over de planontwikkeling. Ook tijdens de planontwikkelingen zijn omwonenden geïnformeerd en is waar mogelijk de inbreng meegenomen in de planontwikkeling. Het bestemmingsplan is ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn inspraakreactie kenbaar maken. Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Het plan raakt geen belangen van andere overheden, vooroverleg is om die reden niet noodzakelijk.

7.3

Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaats vinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend.

7.4

Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Eindnoten

1. Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doet fundamenteel en strategisch ecologisch onderzoek. Met zo'n 200 mensen is het NIOO één van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) (bron: www.nioo.knaw.nl).

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Agrarisch Groen Tuin Verkeer Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologische verwachting 2 Waterstaat - Waterkering

13 13 15 16 17 18 21 23 26

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene regels Anti-dubbeltelregeld Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

27 27 28 29 30 31 32 33 34

Hoofdstuk 4 Artikel 19 Artikel 20

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

35 35 36

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren' met identificatienummer NL.IMRO.1734.0353BUITboterhk48-VSG1 van de gemeente Overbetuwe. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde objecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aan- en uitbouwen

Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is. 1.4

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

Aanduidingsgrens

Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 1.7

Archeologisch deskundige

De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.8

Archeologisch onderzoek

Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD). 1.9

Archeologische verwachting

Een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.10

Archeologische waarde

Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

Regels (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

1.11

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12

Bed & breakfast

Het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 1.13

Bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.14

Begane grondvloer

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.15

Beperkt kwetsbaar object

a. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden, sporthallen, zwembaden en speeltuinen; b. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen; c. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder d, vallen; d. objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; e. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; 1.16

Beroep of bedrijf aan huis

Beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of in het bijgebouw wordt uitgeoefend. 1.17

Bestaand

a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en is gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime. 1.18

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.19

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20

Bijgebouw

Een vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

6

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren

1.21

Bouwen

Plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.22

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.23

Bouwlaag

Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 1.24

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 1.26

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27

Bouwwerk

Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart. 1.28

Bouwwerk, geen gebouw zijnde

Bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is. 1.29

Carport

Een overdekte stallingsruimte die dient als stallingsplaats voor een motorvoertuig, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door gebouwen en/of ondersteuningen van het dak. 1.30

Detailhandel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=eb1b9cbc-5fb9-4037-be8a-2f5b143dfa70