22-07-12.16 Relevant stuk 3, Bijlagenboek bestemmingsplan
Tekst van het document
Artikel 4.5
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
RAPPORT 9745.002 versie D1
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.
Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
RAPPORT 9745.002 versie D1
Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.
Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
RAPPORT 9745.002 versie D1
bestemmingsplan Zetten, Wouterplasstraat 2-2a
Bijlage 2 Nader onderzoek vleermuizen
36
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
VLEERMUISONDERZOEK WOUTERPLASSTRAAT 2A TE ZETTEN
Rapportage vleermuisonderzoek Wouterplasstraat 2a te Zetten Opdrachtgever
Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten
Rapportnummer Versienummer
9745.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
16 juli 2019
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
C.C. Slemmer, Bsc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Ing. G. Jenniskens
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 3
4
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 4
5
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 5
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 6
9745.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Woonstichting Valburg opdracht gekregen voor het uitvoeren van een vleermuisonderzoek aan de Wouterplasstraat 2a te Zetten. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw. Het onderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de geschiktheidsbeoordeling die Econsultancy in 23 oktober 2018 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd. Uit de geschiktheidsbeoordeling bleek dat, het gebouw minimaal geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Voor overige jaarrond beschermde soorten zijn functies op voorhand uit te sluiten. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 1 van 6
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
De onderzoekslocatie (± 392 m²) ligt aan de Wouterplasstraat 2a, in de kern van Zetten. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 39 F (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 177.253, Y = 437.924. In figuur 1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 1. Luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving.
De onderzoekslocatie betreft een voormalige basisschool, dat zal worden gesloopt. Op deze locatie zullen vier woningen worden gebouwd. De basisschool is voorzien van een plat dak. Er is geen spouwmuur in het hoofdgebouw aanwezig. Alleen het bijgebouwtje aan de noordzijde is voorzien van een spouwmuur.
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 2 van 6
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half mei tot half juli in totaal twee veldbezoeken uitgevoerd. Waarvan één veldbezoek in de avond en één in de ochtend. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functie van zomerverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor de gewone dwergvleermuis effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. De functie als kraamverblijfplaats en paar/baltsverblijfplaats is niet onderzocht. De onderzoekslocatie is wegens de zeer matige geschiktheid van de bebouwing niet geschikt als kraamverblijfplaats. Voor een soortgelijke bebouwing in Arnhem die matig geschikt is voor vleermuizen is in overleg met de provincie Gelderland besloten om twee veldbezoeken uit te voeren in de kraamperiode van de gewone dwergvleermuis. Deze onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functie zomerverblijfplaats en goedgekeurd door de provincie Gelderland. Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x).
Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestond uit twee veldbezoeken. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.
Onderzoeksinspanning februari
vleermuizen
tijdstip
maart
april
-
mei
juni
juli
augustus -
september
-
1x ochtend, 1 x avond*
-
datum
-
14 juni & 15 juli 2019
-
functie
-
zomerverblijfplaats
-
* het veldwerk is door één persoon uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. Tabel II.
Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
14 juni 2019
3.15 - 5.17
11,5 oC
windstil, half bewolkt
15 juli 2019
9.50 – 11.50
15 oC
windstil, half bewolkt
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 3 van 6
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
Vleermuizen Het eerste veldbezoek is afgelegd in de vroege ochtend van 14 juni 2019. Gedurende het veldbezoek werden enkele passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. De vleermuizen vlogen in willekeurige windrichtingen. Er werd geen vaste vliegrichting vastgesteld. Tevens vertoonde de vleermuizen geen enkele binding met de bebouwing op de onderzoekslocatie. Het tweede veldbezoek werd afgelegd in de avond van 15 juli 2019. Er werden geen uitvliegende vleermuizen uit de bebouwing van de onderzoekslocatie waargenomen. Wel werden net naast de onderzoekslocatie beschermde functies aangetroffen. In het woonblok aan de Hessenbergstraat 2228 werden 5 invliegende gierzwaluwen waargenomen in de inbouwkasten onder de dakgoot. Tevens werd in dit woonblok een uitvliegende laatvlieger en een zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis waargenomen. In figuur 2 zijn de resultaten van de inventarisatie weergegeven.
Figuur 2. Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2019.
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 4 van 6
5
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
Gewone dwergvleermuis Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Aangezien er geen beschermde functies aangetroffen zijn in de te slopen bebouwing is er geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk ten aanzien van vleermuizen voorafgaand de voorgenomen ingreep aan de Wouterplasstraat.
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 5 van 6
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van Woonstichting Valburg een vleermuisonderzoek uitgevoerd aan de Wouterplasstraat 2a te Zetten. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens het voormalig schoolgebouw te slopen. Hiervoor in de plaats worden vier nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Functie onderzoekslocatie voor vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen in de bebouwing op de onderzoekslocatie. Er zijn geen invliegende of uitvliegende vleermuizen waargenomen gedurende de inventarisatie. Hierdoor kan met voldoende zekerheid gesteld worden dat er geen beschermde functies voor vleermuizen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Conclusie Aangezien er geen beschermde functies aangetroffen zijn in de te slopen bebouwing is er geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming als gevolg van de geplande werkzaamheden. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk ten aanzien van vleermuizen voorafgaand de voorgenomen ingreep aan de Wouterplasstraat. Vrijblijvende aanbevelingen Gezien de geschikte leefomgeving voor vleermuizen en gierzwaluwen rondom de onderzoekslocatie wordt vrijblijvend aanbevolen om in de nieuwbouwwoningen voorzieningen te treffen voor beide soorten.
Door het realiseren van inbouwstenen voor gierzwaluwen en vleermuizen kunnen duurzame verblijfplaatsmogelijkheden voor deze soorten worden gerealiseerd. In de Hessenbergstraat ten noorden van de onderzoekslocatie wordt al gebruik gemaakt van de inbouwstenen voor gierzwaluwen en vleermuizen. De kans dat deze soorten gebruik zullen maken van voorzieningen in de nieuw te bouwen woningen is daarom groot omdat er een kolonie op enkele meters afstand aanwezig is. In figuur 3 en 4 is een voorbeeld gegeven van inbouwstenen die aangebracht kunnen worden in de nieuwbouwwoningen.
Figuur 3. Inbouwsteen gierzwaluw (Vivara Pro)
Figuur 4. Inbouwsteen vleermuizen (Vivara Pro)
Econsultancy Doetinchem, 16 juli 2019
Rapport 9745.001 versie D1
Pagina 6 van 6
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.
bestemmingsplan Zetten, Wouterplasstraat 2-2a
Bijlage 3 Rapport stikstofonderzoek
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
49
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE WOUTERPLASTRAAT TE ZETTEN
Onderzoek stikstofdepositie Wouterplastraat te Zetten Opdrachtgever
Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten
Rapportnummer Versienummer Datum Vestiging
15911.001 D2 9 februari 2022 Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer N. Berends, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer L.R. Pastoors, MSc
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 3 2.1
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 4 3.1
4
Geen significante toename ............................................................................................... 3
Gebruiksfase..................................................................................................................... 4 3.1.1 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ........................................................................ 5
BIJLAGEN: 1. - AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase 15911.001
SAMENVATTING Aan de Wouterplastraat te Zetten is men voornemens een bestaande school te slopen en vier nieuwbouwwoningen voor senioren te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Voor het plan wordt uitsluitend het projecteffect van de uiteindelijke gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. Voor de aanlegfase (bouwwerkzaamheden) geldt de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen partiële vrijstelling, welke per 1 juli 2021 in werking is getreden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2021.0.2). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.
Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Rapport 15911.001 versie D2
Pagina 1 van 5
1
INLEIDING
Aan de Wouterplastraat te Zetten is men voornemens een bestaande school te slopen en vier nieuwbouwwoningen voor senioren te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van het plan en de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plan en omliggende Natura 2000-gebieden
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 3 kilometer afstand het meest nabij het plan.
Rapport 15911.001 versie D2
Pagina 2 van 5
2
TOETSINGSKADER
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. 2.1 Geen significante toename Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NO x) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor het plan wordt uitsluitend het projecteffect van de uiteindelijke gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. Voor de aanlegfase (bouwwerkzaamheden) geldt de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen partiële vrijstelling, welke per 1 juli 2021 in werking is getreden.
Rapport 15911.001 versie D2
Pagina 3 van 5
3
UITGANGSPUNTEN
3.1 Gebruiksfase Met het plan wordt de bouw van vier woningen voor senioren mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van peiljaar 2023. 3.1.1 Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Overbetuwe is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Voor het in kaart brengen van een worstcasesceanrio is de verkeersgeneratie gebaseerd op dat van vrijstaande woningen, wat resultereert in de hoogste verkeersgeneratie. In tabel 3.1 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van vier vrijstaande woningen opgenomen. Tabel 3.1 verkeersgeneratie plan
functie koop, vrijstaand
plan 4 woningen
eenheid 1 woning
verkeersgeneratie per eenheid min max 7,8 8,6
min 31,2
verkeersgeneratieplan max gem 34,4 32,8
Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het totale plan 34,4 verkeersbewegingen per weekdag, waarvan één verkeersbeweging is opgenomen als middelzwaar vrachtverkeer ten behoeve van bijvoorbeeld pakketdiensten. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is een volledige ontsluiting in zuidoostelijke richting, richting de N836 gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie1, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De verkeersintensiteit op de N836 ligt met circa 4.500 motorvoertuigen per etmaal2 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van het plan (weekdaggemiddeld). Het verkeer ten gevolge van de gebruiksfase zal derhalve ter hoogte van de N836 volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd. Het bevoegd gezag voor de Natura 2000-gebieden (provincie Gelderland) hanteert voor de ontsluiting van het verkeer de vuistregel dat licht en zwaar verkeer binnen de bebouwde kom na respectievelijk 50 en 150 meter is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor de ontsluiting van het verkeer is 1,4 kilometer gehanteerd. Derhalve wordt hiermee een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt.
1 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, Versie 2021 1.0 2 NSL monitoringskaart 2020, peiljaar 2020, verkregen van https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/.
Rapport 15911.001 versie D2
Pagina 4 van 5
In figuur 3.1 is de emissiebron van tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. De groene lijn(en) betreffen de emissies ten gevolge van het verkeer dat van en naar het plan beweegt.
Figuur 3.1
4
Emissiebronnen gebruiksfase
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
De berekening van het projecteffect van de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2021.0.2). Onderstaand is een screenshot van de berekeningsresultaten weergegeven. In bijlage 1 is de AERIUS berekening van de gebruiksfase opgenomen.
Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.
Rapport 15911.001 versie D2
Pagina 5 van 5
BIJLAGE 1. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Econsultancy -, - Zetten Nieuwbouw 4 woningen gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RosjLMDgXwCe 08 februari 2022, 08:31 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Emissie NOx < 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
6/6
bestemmingsplan Zetten, Wouterplasstraat 2-2a
Bijlage 4 Stikstofberekening gebruiksfase
66
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Econsultancy -, - Zetten Nieuwbouw 4 woningen gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RosjLMDgXwCe 08 februari 2022, 08:31 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Emissie NOx < 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RosjLMDgXwCe (08 februari 2022)
6/6
Dorpstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl